We hebben 109 gasten online

Hoofdstuk 34 Levenslang Faig B. voor 3 moorden en een doodslag

Gepost in Boek: De praktijk van de levenslange gevangenisstraf in Nederland

In een woning op de hoek van de Markiesstraat en de 1e Haagstraat in Helmond werd op 20 mei 2011 het stoffelijk overschot gevonden van een vrouw die sinds 12 mei vermist werd. De 20 -jarige vrouw is afkomstig uit Amsterdam en is door een misdrijf om het leven gekomen. Ze werd doodgeschoten.

Geen mens die op dat moment kon vermoeden dat Nederland te maken zou krijgen met viervoudige moord. Al eerder, op 16 mei 2011 vond er een schietpartij plaats in Zwijndrecht waarbij drie mensen om het leven kwamen. Een 57-jarige moeder en haar twee dochters van 29 en 33. Bij dezelfde schietpartij werd de 63-jarige vader zwaargewond.

34.1 Verdachte moorden aangehouden in Den Bosch

De politie in Den Bosch heeft op 20 mei 2011  een 25-jarige inwoner van Helmond aangehouden, die de ex-vriend is van het jongste slachtoffer van de schietpartij in Zwijndrecht. De politie laat weten dat de Helmonder ook verdacht werd van betrokkenheid bij de dood van de 20-jarige Amsterdamse. Tevens werd een 45-jarige Bosschenaar aangehouden.

De 26-jarige Helmonder blijkt een Azerbeidjaan te zijn[1]. De 20-jarige vrouw die vermoord werd aangetroffen in Helmond bleek een Afghaanse vrouw te zijn, maar ook een ex van de verdachte. De verdachte vermoordde haar al op 12 mei en blijkt 4 dagen later het bloedbad in Zwijdrecht te hebben aangericht. Daar schoot hij een tweede ex-vriendin, de 23-jarige Nargiz Achoendova, haar zus en haar moeder dood. De vader slaagde erin, zwaargewond te vluchten. De slachtoffers blijken ook uit Azerbeidzjan afkomstig te zijn.

34.2 Verdachte Helmondse Azerbeidjaan legt bekentenis af

Tijdens een pro-formazitting van de rechtbank in Dordrecht maakte de Officier van Justitie op 19 augustus 2011 bekend dat de verdachte 26-jarige Helmondse Azerbeidjaan een bekentenis had afgelegd[2]. Hij zou tot zijn daden gekomen zijn uit ziekelijke jaloezie.

De inwoner van Helmond die in den Bosch op 20 mei eveneens werd aangehouden, bleek betrokken te zijn bij de moord op de 20-jarige Afghaanse vrouw in Helmond. Volgens het OM zou hij hebben geholpen bij het verpakken van het lichaam van het slachtoffer en het verwijderen van sporen. Het OM eiste een gevangenisstraf van 9 maanden tegen hem[3]. Hij werd door de rechtbank van Dordrecht veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf.  Hij beriep zich op psychische overmacht, maar de rechtbank van Dordrecht vond dat daar geen sprake van was[4].

De rechtszaak tegen de 26 jarige Helmondse Azerbeidjaan zou nog even op zich laten wachten. De verdachte moest eerst nog psychisch worden onderzocht in het Pieter Baan Centrum te Utrecht.

De rechtszaak tegen de 26-jarige verdachte zou beginnen op 25 september 2012, niet in Zwijndrecht maar in Rotterdam. De rechtbank was naar Rotterdam uitgeweken om de zaak in een extra beveiligde zaal te kunnen behandelen[5].

34.3 Strafzaak rechtbank Dordrecht

Tijdens de rechtszitting bleek dat Faig B. in 2006 een relatie had met Farida. D relatie liep op de klippen, maar in februari 2011 ontstond weer contact tussen de twee. Op 12 mei pikt B. haar op in IJmuiden en nam haar mee naar Helmond. Daar praten ze over het verleden. Aanvankelijk was dat gezellig geweest maar de sfeer sloeg om.

Farida zou gedreigd hebben naar de politie te stappen om te vertellen dat B. een illegaal vuurwapen had en haar tegen haar wil van Amsterdam naar Helmond had meegenomen. Volgens B. had hij net zijn leven weer op orde en zou dit alles weer verstoren. Overvallen door paniek en boosheid zou hij Farida door het hoofd hebben geschoten. Hij ontkende stellig dat hij plannen gesmeed had om zijn ex om het leven te brengen.

De politie had namelijk in de portemonnee van Faig B. een afscheidsbrief gevonden. Daarin schreef B. dat hij zijn ex-vriendin naar zijn woning in Helmond had gelokt en om het leven gebracht uit wraak[6].

De dagen daarna zou hij veel cocaïne hebben gebruikt en veel hebben gedronken. 'Het leek of iemand anders de controle over mij had overgenomen[7]'. In de vroege ochtend van 16 mei reed hij van zijn logeeradres in Den Bosch naar Zwijndrecht. Om verhaal te halen bij de vader van Nargiz, vertelde hij de rechtbank. B. liep naar de voordeur, belde aan en schoot achtereenvolgens de zus,  Nargiz en toen haar moeder neer. De vader was geraakt maar overleefde de aanslag. Faig B. probeerde de rechters duidelijk te maken dat hij in paniek had gehandeld. Hij zou de moorden niet hebben gepleegd uit wraak en van een plan was geen sprake. Hij wilde vrede sluiten en stukgelopen relaties op een goede manier afsluiten[8].

Maar volgens justitie is er wel degelijk sprake van 'planmatig handelen' Zo zag de neergeschoten vader hoe B. heel rustig zijn pistool herlaadde. De aanklagers beschreven dat als heel professioneel, alsof het zijn werk was[9].

Opnieuw werd gewezen naar het feit dat Faig B. in zijn afscheidsbrief schreef dat hij zijn ex-vriendinnen om het leven bracht uit wraak en om zijn eer vanwege de eerder stuk gelopen relaties[10].

Er was veel onduidelijkheid over de verklaringen van Faig B. Opvallend genoeg bleek dat niet alles wat hij eerder verklaarde, ook waar is. "Ik wilde niet zwak overkomen en dus op alle vragen een antwoord geven[11]".

34.4 Openbaar Ministerie eist levenslang Rechtbank volgt eis

Het Openbaar Ministerie eiste tegen Faig B. een levenslange gevangenisstraf. Vooral de brute manier waarop B. zijn slachtoffers doodde, is voor justitie reden om levenslang te eisen.

De rechtbank zal Faig B. ook tot levenslang veroordelen[12]. In het vonnis gaat de rechtbank in op de vraag of de verdachte gehandeld heeft met voorbedachte rade:

...CONCLUSIE. Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat het schieten op [slachtoffer 2] (feit 2) door verdachte op 16 mei 2011 te Zwijndrecht het gevolg is geweest van een tevoren door verdachte genomen besluit. Hij heeft in het tijdsverloop tussen het nemen van dat besluit en de uitvoering daarvan kunnen nadenken over, en zich rekenschap kunnen geven van, de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad. De stelling dat verdachte op haar heeft geschoten in een opwelling wordt derhalve als onaannemelijk terzijde geschoven.
De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte ook met betrekking tot [slachtoffer 1] (feit 1) heeft gehandeld met voorbedachten rade. Zoals hiervoor overwogen, had verdachte het besluit genomen om [slachtoffer 2] van het leven te beroven. Aan het aannemen van voorbedachte raad staat niet in de weg dat er een vergissing heeft plaatsgevonden ten aanzien van de persoon van het slachtoffer: een zogenaamde "error in persona". Onder deze omstandigheden kan ook ten aan zien van [slachtoffer 1] worden gesproken van het handelen met een vooropgezet plan.
De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte met betrekking tot [slachtoffer 3] (feit 3) heeft gehandeld met voorbedachten rade. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat verdachte zich had voorgenomen om ook haar van het leven te beroven. Hoewel de verklaring van verdachte niet (helemaal) lijkt te rijmen met foto nr. 36 en 37 uit bijlage 3 van het forensisch dossier, valt op basis van de processtukken niet met zekerheid te reconstrueren of de moeder van [slachtoffer 2] reeds in de woonkamer was of dat zij binnenkwam op het moment dat verdachte [slachtoffer 2] doodschoot. Evenmin valt te reconstrueren op welke wijze en/of op welk moment verdachte op haar ([slachtoffer 3]) heeft geschoten. Derhalve kan de rechtbank niet komen tot het oordeel dat er sprake is geweest van een moment van kalm beraad en rustig overleg voorafgaand aan het moment waarop verdachte op haar heeft geschoten. Dit neemt niet weg dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag.
De rechtbank is van oordeel dat zulks eveneens geldt met betrekking tot [slachfoffer 4] (feit 4). Ook in dit geval kan uit de bewijsmiddelen niet volgen dat verdachte heeft gehandeld met voorbedachten rade. Wel kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag.
De verwijzing naar het woord "Zwijndrecht" in zijn afscheidsbrief is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om voorbedachte raad bij feit 3 en 4 aan te nemen.
Tot slot is de subsidiaire stelling van de verdediging, dat zelfs als er al een kort moment zou kunnen worden aangewezen waarop objectief gezien tijd bestond voor een dergelijk beraad, verdachte op dat moment geestelijk niet in een toestand verkeerde waarin hij zich daadwerkelijk kon beraden, onvoldoende aannemelijk geworden zodat ook dit verweer door de rechtbank wordt verworpen. De verdediging heeft deze stelling niet nader onderbouwd...

Rapportage Pieter Baan centrum[13]

Uit het rapport van het PBC komt onder meer naar voren:
Onderzochte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de zin van een pervasieve ontwikkelingsstoornis NAO (niet anderszins omschreven) en cocaïnemisbruik. Daarnaast is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis met vooral narcistische trekken.
Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde leed betrokkene aan de ziekelijke stoornis en de gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens zoals hierboven beschreven.
De aard van de bij betrokkene vastgestelde stoornissen, die zich op alle levensgebieden manifesteren en zijn functioneren in brede zin beïnvloeden, alsook de ernst van deze problematiek, maken het waarschijnlijk dat betrokkenes pathologie in de aanloop tot de ten laste gelegde feiten - indien bewezen - op enigerlei wijze een rol heeft gespeeld.
Alhoewel doorwerking van de stoornis en de gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens in het ten laste gelegde voor de hand ligt, is de mate waarin deze doorwerking heeft plaatsgevonden tijdens het voorliggende onderzoek onduidelijk gebleven. De reden hiervan is dat niet goed te bepalen is in welke mate betrokkene planmatig heeft gehandeld (pistool met munitie en geluiddemper en de vraag in hoeverre een tekort aan geld een rol heeft gespeeld) en welk deel van zijn handelen bepaald is door zijn psychopathologie. Onduidelijk is ook welke invloed het gebruik van alcohol en cocaïne heeft gehad en welke rol betrokkenes vluchtplannen en het gebrek aan financiële middelen hebben gespeeld in de aanloop tot de feiten in Zwijndrecht.
Er kan geen eenduidig advies worden gegeven over de mate van toerekeningsvatbaarheid van betrokkene voor de ten laste gelegde feiten. Op basis van de beschikbare informatie kan niet concreet worden onderbouwd op welke momenten, op welke wijze en in welke mate sprake kan zijn geweest van meer pathologisch bepaalde elementen bij de totstandkoming van de aan betrokkene ten laste gelegde levensdelicten.
Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat op grond van het strafdossier en het rapport van het Pieter Baan Centrum, er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten niet aan verdachte zouden kunnen worden toegerekend.
Nu ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, is verdachte strafbaar voor de door hem gepleegde strafbare feiten.

34.5 Levenslang in strijd met de rechten van de mens?

Volgens de advocaten is een veroordeling tot levenslange gevangenisstraf: Inhumaan en in strijd met de rechten van de mens. Ze vinden dat B. als 27-jarige nog veel te jong is om geen zicht meer te hebben op een terugkomst in de maatschappij

Uit het vonnis van de rechtbank[14]:

...Naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie heeft de verdediging voorts aangevoerd dat het opleggen van een levenslange gevangenisstraf strijdig is met artikel 3 en artikel 5, vierde lid, van het EVRM.
Hieromtrent overweegt de rechtbank het volgende. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 16 juni 2009 (LJN: BF3741) geoordeeld dat het opleggen van een levenslange gevangenisstraf niet onverenigbaar is met artikel 3 van het EVRM en evenmin met enige andere bepaling van dat Verdrag (artikel 5, vierde lid, van het EVRM daaronder begrepen), omdat aan de veroordeelde, ook na oplegging van een levenslange gevangenisstraf, gratie kan worden verleend, terwijl veroordeelde voorts het oordeel van de burgerlijke rechter kan inroepen omtrent de rechtmatigheid van de (verdere) tenuitvoerlegging van die straf. Het betoog van de verdediging dat praktisch gezien een gratieverzoek nooit wordt ingewilligd, waardoor een perspectief op enige vorm van vrijlating feitelijk niet bestaat, hetgeen in strijd is met artikel 3 en artikel 5, vierde lid, van het EVRM, mist naar het oordeel van de rechtbank feitelijke grondslag. Het is een feit van algemene bekendheid dat in 1986 en in 2009 gratie is verleend aan twee levenslang gestraften. Het in Nederland geldende gratiebeleid biedt derhalve de mogelijkheid dat op enig moment de duur van de gevangenisstraf opnieuw wordt beoordeeld. Van enige bijzondere omstandigheid waarom dat in het onderhavige geval anders zou zijn, is de rechtbank niet gebleken.
Ten slotte maakt ook de jonge leeftijd van verdachte zelf (verdachte is 27 jaar) niet dat oplegging van een levenslange gevangenisstraf niet aan de orde kan zijn.
Gelet op al het vorenstaande volstaat naar het oordeel van de rechtbank geen andere sanctie dan een levenslange gevangenisstraf. De rechtbank heeft in hetgeen naar voren is gekomen omtrent de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte noch in zijn opstelling tijdens het strafproces aanknopingspunten gevonden voor een andere beslissing.

Advocaat Margje van Weerden vermoedt wel in hoger beroep te gaan, ook al stelde haar cliënt eerder dat hijzelf ook levenslang verdient. „Maar juridisch gezien vinden wij een straf van 30 jaar beter omdat hem nu elk perspectief wordt ontnomen. Dat is inhumaan[15]”, aldus Van Weerden.

De moeder van Farida, de jonge vrouw die in Helmond werd vermoord, reageerde opgelucht, ook al moet ze leven met de dood van haar dochter. „Ik hoop dat hij 100 jaar wordt. Ik zal iedere dag voor zijn gezondheid bidden.[16]


[1] Eindhovens Dagblad 23-05-2001 Moordverdachte uit Azerbeidzjan

[2] Eindhovens Dagblad 19-08-2011 Helmonder verdachte bekent vier moorden.

[3] Eindhovens Dagblad 27-10-2011 Helmonder veroordeeld voor betrokkenheid bij moord.

[4] Eindhovens Dagblad 10-11-2001 Acht maanden cel voor verslepen lijk.

[5] Eindhovens Dagblad 25-09-2012 Helmondse verdachte van viervoudige moord voor rechter

[6] Telegraaf 25-09-2012 Verdachte vier moorden schreef afscheidsbrief.

[7] Omroep Brabant 24-09-2012 Helmondese verdachte viervoudige moord Faig B. schreef afscheidsbrief.

[8] idem

[9] Omroep Brabant 27-09-2012 Levenslang geëist tegen Faig B. uit Helmond voor viervoudige moord.

[10] Idem

[11] idem

[12] Rechtbank Dordrecht LJN ,BX 9919 11-10-2012

[13] Rechtbank Dordrecht LJN ,BX 9919 11-10-2012

[14] Rechtbank Dordrecht LJN ,BX 9919 11-10-2012

[15] Telegraaf Levenslang voor Faig B.

[16] idem

Geraadpleegde bronnen: 

Rechtbank Dordrecht LJN BX9919 11-10-2012

Eindhovens Dagblad 26-09-2012 Levenslang geëist voor moorden Helmond en Zwijdrecht

Eindhovens Dagblad 25-09-2012 Helmondse verdachte van viervoudige moord voor rechter

Eindhovens Dagblad 10-11-2011 Acht maanden cel voor verslepen lijk

Eindhovens Dagblad 08-11-2011 Rechtszaak verdachte viervoudige moord duurt nog zeker 10 maanden

Eindhovens Dagblad 27-10-2011 Helmonder veroordeeld voor betrokkenheid bij moord

Eindhovens Dagblad 19-08-2011 Helmondse verdachte bekent vier moorden

Eindhovens Dagblad 28-05-2011 Langer voorarrest in zaak vier moorden

Eindhovens dagblad 23-05-2011 Moordverdachte uit Azerbeidzjan

Eindhovens Dagblad 21-05-2011 Dode in woning Helmond is vermiste Amsterdamse

Omroep Brabant 27-09-2012 Levenslang geëist tegen Faig B. uit Helmond voor viervoudige moord.

Omroep Brabant 26-0-09-2012 Helmondse verdachte viervoudige moord Faig B. schreef afscheidsbrief

Telegraaf 11-10-2012 Alleen mannen kregen levenslang

Telegraaf 11-10-2012 Levenslang voor Faig B.

Telegraaf 25-09-2012 Verdachte vier moorden schreef afscheidsbrief

Telegraaf 26-09-2012 Levenslang is inhumaan

Zie verder Boek: 'De praktijk van de levenslange gevangenisstraf in Nederland'