We hebben 193 gasten online

Levenslang Loi Wah C

Gepost in Levenslang gestraften

De Chinees Loi Wah C. voor doodslag en drievoudige moord op 11 september 1987 Chinees gezin Tang in Rotterdam.

Het was een gruwelijke moord – met tientallen messteken – op vier leden van de familie Tang, onder wie een baby van 6 weken oud. Vermoedelijk ging het om roofmoord. Loi Wah C. zit sinds 1987 vast. Hij zou zijn slachtoffers met respectievelijk 52 en 41 steken om het leven hebben gebracht en de kinderen de keel hebben doorgesneden. Roof zou het motief zijn geweest, maar veel is nog steeds onduidelijk. Het drama speelde zich geheel af in Chinese kring en C. heeft sinds zijn eerste bekentenis altijd ontkend de dader van de moordpartij geweest te zijn. Wel geeft hij toe dat hij op enige manier betrokken was. C.’s gratieverzoek van 2002 is in 2004 – na twee jaar - afgewezen. Over de wijze van afdoening van dit gratieverzoek is met succes geklaagd bij de Nationale Ombudsman, rapport 2005/233, van 5 augustus 2005. In 1996, 2002 en 2004 verzoek tot gratie ingediend. Bracht zaak zelfs voor Nationale Ombudsman.

 

Rapportnummer: 2005/0233 Verzoeker was in 1989 tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld. In augustus 2002 verzocht verzoeker voor de derde maal om gratie, welk verzoek hij onder meer baseerde op zijn slechte psychische toestand. Een en ander was uitvoerig gemotiveerd en met stukken onderbouwd. In het kader van de gratieprocedure bracht het Openbaar Ministerie verslag uit aan het gerechtshof, en adviseerde het gerechtshof de minister van Justitie.
Alvorens schriftelijk verslag uit te brengen, legde het Openbaar Ministerie de Medisch Adviseur bij het ministerie van Justitie enkele vragen voor over verzoekers conditie. Deze vragen werden doorgespeeld aan het Penitentiair Selectiecentrum, waar gezondheidspsycholoog X. verzoeker onderzocht X. rapporteerde dat wanneer de geestelijke gezondheid van verzoeker en het risico van suïcide zwaar mochten wegen, voortzetting van de detentie niet meer verantwoord was. Het rapport werd ter kennis van OM en gerechtshof gebracht.
Het advies van het gerechtshof strekte ertoe de gevraagde gratie voorshands niet te verlenen. Het hof oordeelde dat X niet de aangewezen deskundige was om een nieuw onderzoek uit te voeren; er kon gerede twijfel bestaan over haar objectiviteit. Verder overwoog het hof dat als uit een nieuw deskundigenonderzoek zou blijken dat de aard van de psychische stoornis bij verzoeker zodanig is, dat binnen de detentie geen geëigende hulp kan worden verleend, en het verergeren van die stoornis niet in overwegende mate aan verzoeker zelf te wijten zou zijn, het aanleiding zou zien om het thans gegeven advies te heroverwegen.
De minister van Justitie wees het gratieverzoek, gelet op het advies van het gerechtshof, af. 

Zie verder hoofdstuk 6 van mijn boek ´Levenslange gevangenisstraf humaan of inhumaan´