We hebben 173 gasten online

Lucia de Berk deel 13

Gepost in Lucia de Berk

 

Persberichten 24 februari 2004 t/m 30 juni 2004

Lucia de B. werkte niet op dag van 'moordpoging'

Gepubliceerd op dinsdag 24 februari 2004

DEN HAAG (ANP) - De van seriemoord verdachte Haagse verpleegkundige Lucia de B. had geen dienst op de dag dat ze volgens justitie een bejaarde vrouw probeerde te doden. Dat blijkt uit dienstroosters die de advocaten van De B. in handen hebben gekregen.

De patiënte leed aan kanker en overleed op 1 februari 1997. Volgens het dienstrooster had Lucia geen dienst op 31 januari, 1 februari en 2 februari. Diverse getuigen verklaarden dat De B. iets te maken had met de dood in 1997 van de patiënte van het Leyenburg Ziekenhuis.

De rechtbank in Den Haag achtte vorig jaar bewezen dat Lucia de vrouw had geprobeerd te doden door een infuus met morfine heel snel leeg te laten lopen. Het was een van de vier moorden en drie moordpogingen waarvoor de rechter De B. veroordeelde tot levenslange gevangenisstraf. Het Openbaar Ministerie (OM) verdenkt Lucia van dertien moorden en vijf pogingen daartoe, maar de rechter vond de andere zaken niet voldoende bewezen.

Advocaat A. Visser van de verpleegkundige dacht al langer dat er aanwijzingen waren dat zijn cliënt niet bij dit incident betrokken was. Hij vroeg de dienstroosters echter niet eerder op omdat ze ook extra belastend voor De B. hadden kunnen uitpakken. Nu Lucia al is veroordeeld tot levenslang, kunnen die roosters volgens de verdediging geen kwaad meer.

Het gerechtshof hoort de getuigen in deze zaak donderdag. De verpleegkundige ging in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank omdat ze stelt dat ze onschuldig is. Ook het OM tekende appèl aan, omdat het vindt dat meer zaken bewezen verklaard moeten kunnen worden.

Nrc 27-02-2004

OM geeft fout toe in zaak Lucia de B.

DEN HAAG, 27 FEBR. Lucia de B., de verpleegster die vorig jaar werd veroordeeld tot levenslang, krijgt in hoger beroep waarschijnlijk vrijspraak voor een van de moorden waarvan zij wordt verdacht. Het openbaar ministerie (OM) zei dit gisteren, nadat gebleken was dat het een verkeerde patiënt had aangeduid als een van de dertien verdachte overlijdensgevallen waarbij het OM Lucia de B.'s betrokkenheid vermoedt

In de aanklacht beschrijft het OM de dood van een vrouw op 1 februari 1997 in het Haagse Leyenburg Ziekenhuis. De rechtbank in Den Haag achtte vorig jaar bewezen dat Lucia de B. de vrouw had geprobeerd te doden door haar een overdosis morfine toe te dienen. De verdediging toonde vorige week aan dat de verdachte op de betreffende dag geen dienst had.

Uit een teruggevonden agenda blijkt nu echter op 12 februari een vrouw onder verdachte omstandigheden te zijn overleden. Dit zou de patiënt zijn waar het OM eigenlijk op doelde. Het OM onderzoekt nog of de gegevens uit de agenda betrouwbaar zijn. Een getuige, een oud-collega van Lucia de B., heeft gisteren voor het Hof verklaard dat ook volgens haar op 12 februari een patiënt onverwacht overleed en niet op de eerste van die maand

Lucia de B. werd vorig jaar veroordeeld tot levenslang voor vier moorden en drie pogingen daartoe. Zowel het OM als Lucia de B. ging in hoger beroep. De B. ontkent elke betrokkenheid bij de sterfgevallen tijdens haar diensten als leerling-verpleegster. Volgens het OM heeft de verpleegster dertien patiënten omgebracht door het toedienen van overdoses medicijnen en vijf pogingen daartoe gedaan. Hiervoor zijn echter nooit directe bewijzen gevonden

De rechtbank veroordeelde Lucia de B. vorig jaar maart vooral op basis van verklaringen van statistici. Zij hadden berekend dat de kans dat de verpleegster bij toeval dienst had telkens als er een onverwacht sterfgeval was, te verwaarlozen was

Ook dagboekaantekeningen van de verdachte speelden een rol. Zo schreef ze dat ze ,,toegaf aan compulsies''. Volgens De B. ging het hier echter om het leggen van tarotkaarten voor patiënten

Donderdag zal Lucia de B. voor het eerst zelf aan het woord komen. Tot op heden verhoorde het Hof vooral medici die toelichting gaven op de medische dossiers van de patiënten die onder verdachte omstandigheden zijn overleden

Nrc 28 FEB 2004

Verwarring in proces tegen `Engel des doods'

Door onze redacteur Aranka Klomp

DEN HAAG, 28 FEBR. In het proces tegen Lucia de B. kampt het OM met forse tegenslag. Voor één moordpoging is de eis wellicht vrijspraak. Maar blij kan de verdachte nog niet zijn

Verpleegster Lucia de B. is onschuldig. Zegt ze zelf. Ze is een seriemoordenaar, zegt het Openbaar Ministerie (OM), die tussen 1997 en 2001 dertien patiënten om het leven heeft gebracht en daartoe vijf keer een poging deed. Even leek het erop dat het OM enigszins op zijn schreden moest terugkeren, toen het donderdag verklaarde waarschijnlijk vrijspraak te vorderen voor een van de moorden die het Lucia de B. ten laste legt

Vorig jaar maart veroordeelde de rechtbank `engel des doods' Lucia de B. (42) tot levenslang. De rechter achtte bewezen dat zij drie kinderen en een bejaarde vrouw een fatale overdosis medicijnen toediende en drie patiënten op die manier probeerde om te brengen. Zowel De B. als het OM gingen in hoger beroep, waarvoor het Hof in Den Haag liefst 22 zittingsdagen heeft gereserveerd. Inmiddels is het proces, dat op 28 januari begon, iets over de helft

Het hoger beroep wordt tot op heden gekenmerkt door verwarring. Verwarring bij het Hof over medische terminologie in patiëntendossiers, waardoor het een lange stoet deskundigen om tekst en uitleg moest vragen. Verwarring bij het OM en de verdediging over wie nu de juiste patiënt is die in februari in het Leyenburg Ziekenhuis in Den Haag overleed en wier dood het OM Lucia de B. in de schoenen schuift. Was het die bejaarde mevrouw die op 1 februari 1997 overleed? Of bedoelt het OM een overlijden onder verdachte omstandigheden op 12 februari?

In een onlangs opgedoken ziekenhuisagenda wordt bij die laatste datum wél melding gemaakt van een onverwacht overlijden, maar staat niets vermeld bij 1 februari

Het OM wist het donderdag zelf ook even niet meer en kon niets anders doen dan concluderen dat de patiënt op 1 februari niet door toedoen van Lucia de B. het leven liet. Eerder vorige week bewees de verdediging middels dienstroosters immers al dat de verdachte op die dag helemaal geen dienst had

De vrijspraak die het OM nu overweegt te vorderen voor de dood van de `1 februari-patiënt' lijkt onvermijdelijk. En een domper voor het OM. Het geval van de bejaarde patiënt was immers een van de poten onder de stoel van de veroordeling tot levenslang. Hoewel het OM liever had gezien (en in dit hoger beroep alsnog probeert te bereiken) dat de verdachte werd veroordeeld voor dertien moorden en vijf pogingen daartoe, had het in elk geval een doel bereikt: Lucia ging achter de tralies. De rechtmatigheid van die veroordeling is door deze fout van het OM plots niet meer onomstotelijk.

Toch bracht de knieval van het OM Lucia de B. donderdag niet in een juichstemming. En terecht, want van de februari-patiënt is ze, wat het OM betreft, nog niet af. ,,In dit hoger beroep kunnen we dan misschien niet staande houden dat Lucia op 1 februari 1997 een patiënt vermoordde, maar voor het geval van 12 februari kunnen we een aparte vervolging instellen'', aldus een woordvoerder

Volgens diezelfde woordvoerder is er sprake van een ,,persoonsverwisseling.'' ,,Diverse getuigen hebben steeds gerefereerd aan een verdacht overlijden op de eerste februari. Lucia de B. heeft er nooit op gewezen dat zij toen geen dienst had. Zo is aan het betreffende sterfgeval de datum 1 februari geplakt, waar dat 12 februari had moeten zijn. Maar de overtuiging dat de verdachte bij het sterfgeval betrokken was, blijft overeind.''

Dat de verdediging nu pas over het dienstrooster rept, is niet zo verwonderlijk als het lijkt. Advocaat mr. A Visser durfde dat in de rechtszaak vorig jaar niet aan, omdat dat wellicht ook nadelig zou kunnen hebben uitgepakt voor de verdachte. Als het rooster zou hebben aangetoond dat Lucia de B. tijdens elk verdacht overlijdensgeval dienst had, zou de verdediging het OM een extra stok hebben gegeven om mee te slaan. Dus koos de verdediging ervoor het dienstrooster niet in te brengen in de zaak. Het OM was zeker genoeg van zijn zaak om dit ook niet te doen.

De veroordeling vorig jaar maart was, ondanks de zelfverzekerdheid van het OM, toch opmerkelijk. Er waren geen directe bewijzen tegen Lucia de B. Geen DNA-sporen, vingerafdrukken of sporen van overdosering in de lichamen van de overledenen. En Lucia de B. was nooit betrapt. Wat de rechter overtuigde was het rekenwerk van statistici: de kans dat Lucia toevallig in de buurt was bij de verdachte overlijdensgevallen en reanimaties was volgens hen 1 op 342 miljoen. De verdediging van Lucia de B. heeft in het hoger beroep deze constatering bekritiseerd en om aanvullend onderzoek gevraagd

Donderdag zal Lucia de B. voor het eerst in dit proces zelf aan het woord komen en worden ondervraagt door het Hof. Dat doet medio juni uitspraak

Nrc 03-03-2004

Getuige tegen Lucia de B. trekt verklaring in

DEN HAAG, 3 MAART. Lucia de B., de verpleegster die tot levenslang is veroordeeld voor vier moorden en drie pogingen daartoe op patiënten, heeft haar daden nooit bekend aan een medegedetineerde. Dat bleek gisteren tijdens het verhoor van de man die eerder verklaarde dat De B. tijdens hun gezamenlijke verblijf in het Pieter Baancentrum eind 2002 dertien moorden aan hem had toegegeven. Lucia de B. werd in maart vorig jaar veroordeeld en is nu in hoger beroep. De getuige trok gisteren zijn verklaring in en zei niet te weten waarom hij de informatie had verzonnen. Wel zei hij dat het ,,stom was geweest''. Tijdens het hoger beroep bleek eerder al dat de verpleegster ten tijde van een van de verdachte sterfgevallen geen dienst had. Het openbaar ministerie vorderde daarop vrijspraak voor dat feit .

Nrc 05-03-2004

Lucia de B. blijft haar aanvaller beschermen

Door onze redacteur Aranka Klomp

DEN HAAG, 5 MAART. Gisteren kwam Lucia de B. zelf aan het woord in het hoger beroep. De verpleegster werd vorig jaar veroordeeld tot levenslang voor moord op patiënten

Niet de aanval, maar kalme overgave leek aanvankelijk de beste verdediging van Lucia de B. tijdens haar verhoor gisterenmiddag door het hof. ,,Klopt'', antwoordde ze prompt en heftig knikkend op de beschuldiging in 1992 een high school-diploma te hebben vervalst. En op de beschuldiging dat gefalsifieerde getuigschrift te hebben meegestuurd met haar sollicitatie naar een plaats als leerling-verpleegster in het Haagse Leyenburg ziekenhuis: ,,Absoluut ja.'' Maar realiseerde ze zich wel dat dat bedrog was, vroeg het hof. ,,Ja natuurlijk, daar had ik dat diploma juist speciaal voor gemaakt!

Lucia de B. liet met deze, met vlagen ronduit enthousiaste instemming het hof enigszins verbouwereerd achter. Voorzitter E. von Brucken Fock leek zich daarop te hernemen en stelde zich naarmate het verhoor vorderde allengs kritischer op. In rap tempo las hij haar belastende verklaringen voor van ex-collega's. Die verdachten Lucia van drugs- en alcoholmisbruik, noemden haar ,,eng'', ,,oncollegiaal'' en ,,vreemd afstandelijk'', zeiden dat ze een zelfmoordpoging deed, dat ze haar verdachten van diefstal van morfine en geld, dat Lucia regelmatig enige tijd `zoek' was tijdens haar diensten en dat ze in haar vrije tijd patiënten bezocht.

Lucia bleef volhouden niet te begrijpen waar de collega's het over hadden. ,,Het is heel triest'', schudde ze het hoofd. En op de terugkerende vraag van het hof waar die beeldvorming bij zovele collega's dan vandaan kon komen als het niet waar was: ,,Ik weet het echt niet. Geen idee, ik heb toen niets van die kritiek gemerkt.'' En later: ,,Het zijn verzinsels

Daar leek het hof geen genoegen mee te nemen. Von Brucken Fock bleef aandringen op een verklaring toen hij meermalen refereerde aan een vermeende overval op Lucia tijdens een nachtdienst in het Leyenburg ziekenhuis in februari 1995 waarbij morfine uit de opiatenkast was verdwenen. Een collega die ook dienst had, had de indringer niet gezien of gehoord. Lucia deed geen aangifte en collega's begonnen te vermoeden dat het verhaal verzonnen was. Kort daarna werd ze overgeplaatst naar een andere afdeling, onder andere omdat er onder haar directe collega's een gebrek aan vertrouwen in Lucia zou zijn

,,Ik heb nooit willen vertellen waarom ik geen aangifte wilde doen'', zei Lucia met gebroken stem. ,,Ik denk te hebben gezien wie de indringer was. Hij greep me van achter vast en had een mes. Hij was een familielid met wie ik ruzie had. Ik was te bang gewoon. Ik had net gebroken met mijn familie. Een dochter thuis. Ik wilde geen risico lopen. Ik heb dit altijd buiten de zaak willen houden.'' En na aandringen van het hof te vertellen hoe de overval verliep: ,,Hij zei: `Ik ga je prikken, ik ga je prikken' en toen rende hij weg.''

Het openbaar ministerie (OM), dat zich tot dan toe mondjesmaat in het verhoor had gemengd, vroeg Lucia bij monde van een van de advocaten-generaal: ,,Wie was het dan? Dan kunnen we uw verhaal bij de betrokkene zelf verifiëren.'' Lucia weigerde echter pertinent een naam te noemen en daarmee leek het tij te keren voor het tot op heden in het proces wat ongelukkige OM. Dat had al moeten toegeven dat Lucia ten tijde van een van de ten laste gelegde moordpogingen geen dienst had. Bovendien trok dinsdag een medegedetineerde zijn verklaring in dat Lucia de moorden aan hem had bekend

De geloofwaardigheid van haar ontkenningen morfine te hebben gestolen - en daarmee onvermijdelijk haar algemene geloofwaardigheid - liep met de weigering de naam van de vermeende overvaller te noemen, een deuk op

Het hof ondermijnde haar geloofwaardigheid verder door delen voor te lezen uit haar dagboeken, die ook bij de rechtbank vorig jaar een grote rol speelden. Volgens Von Brucken Fock leken de citaten de constateringen van haar ex-collega's te ondersteunen. Lucia schreef over de mogelijkheid zelfmoord te plegen, een ,,dominant, leergierig, charismatisch gen'' te bezitten waardoor mensen haar geheimen toevertrouwden en waardoor ze macht over hen had. En over haar relatie met collega's: ,,Ik sta vaak haaks op hun diagnoses omdat zij de geestelijke problemen van patiënten niet snappen.'' Later schreef ze: ,,Er is één groot geheim, een geheim dat niemand mag weten. Nee. Dat geheim gaat mee mijn graf in.''

Lucia verklaarde de dagboekaantekeningen met een theatraal handgebaar en de woorden: ,,Ik zat diep in de put omdat ik net een slechte beoordeling op een van de stageafdelingen had gehad. Nu denk ik als ik dat hoor: `Och Luus, wat was je in de war'

Het hof wilde gisteren vooral uitvinden wat Lucia's motieven waren om in de verpleging te gaan. Een van haar ex-collega's had eerder verklaard dat de verdachte het beroep zou uitoefenen om ,,haar eigenwaarde op te krikken''. Von Brucken Fock las voor: ,,Lucia was er niet voor de patiënten. De patiënten waren er voor Lucia.

,,Ik wilde helpen mensen beter te maken'', reageerde de verdachte. En: ,,Ik zat daarvoor in de prostitutie, ik kon toen niet trots zeggen: `ik zit in de prostitutie.' Maar verpleegkundige is een beroep waarin je echt iets kan betekenen. Van wauw, daar kun je trots op zijn.''

Het hoger beroep tegen de verpleegster die vorig jaar maart werd veroordeeld tot levenslang voor vier moorden en drie pogingen daartoe op patiënten, verloopt moeizaam. Het verhoor liep gistermiddag dusdanig uit dat het hof voorstelde volgende week in de avonden door te gaan. De verdediging liet daarop weten liever een extra ingelaste dag te gebruiken. Maandag en dinsdag zet het hof de verhoren voort. Pas dan komen de ten laste gelegde moordzaken en -pogingen aan bod

Raadsheren Haagse hof begrijpen Lucia de B. niet

09-03-2004

De Haagse verpleegkundige Lucia de B. vond het zelf ook vreemd dat ze in het Rode Kruis Ziekenhuis (RKZ) in 1997 zo vaak bij overlijdensgevallen betrokken was. Ze zei dat maandag bij haar verhoor voor het Haagse gerechtshof

De verdachte wist de raadsheren van het hof geen verklaring te geven voor de vele sterfgevallen die zich voordeden tijdens of vlak na haar diensten. "In het RKZ stelden mijn collega's mij gerust. Ze zeiden dat het daar met golfbewegingen ging. Soms waren er periodes dat er heel veel patiënten overleden." Ook zei ze dat ze zich geregeld had afgevraagd waarom het haar altijd overkwam dat patiënten doodgingen terwijl ze aan het werk was

Lucia de B. werkte in 1997 op een chirurgische afdeling van het Rode Kruis ziekenhuis. Ze staat voor het Haagse gerechtshof terecht voor dertien moorden en vijf pogingen tot moord. De rechtbank veroordeelde haar eerder tot levenslang. Op de aanklacht tegen De B. staan onder meer zes incidenten met zieken uit het RKZ, een van de vier Haagse ziekenhuizen waar ze tussen 1997 en 2001 werkte

Opmerkelijk was dat de van seriemoord verdachte verpleegkundige het in diverse dagboeken had over een groot geheim dat ze mee zou nemen in haar graf. Lucia de B. bleef ook na herhaaldelijk aandringen van de raadsheren volhouden dat dit grote geheim inhield dat ze tarotkaarten legde met de patiënten. Hof-voorzitter E. von Brucken Fock zei niet te kunnen begrijpen dat Lucia in haar dagboek wel intieme zaken als seksualiteit en haar leven in de prostitutie beschrijft maar niet eens het woord tarot wilde opschrijven. Von Brucken Fock vond het verder onbegrijpelijk dat Lucia de namen van patiënten voor wie ze de kaarten legde niet meer wist. "Met die mensen heeft u toch een vertrouwensrelatie moeten opbouwen?"

Een van de patiënten van wie het OM vermoedt dat hij door toedoen van Lucia de B. is gestorven, is de 91-jarige Haopei Li, voormalig rechter bij het Joegoslavië-tribunaal. Het overlijden van de voormalig rechter van het Joegoslavië-Tribunaal in november 1997, liet geen herinneringen achter bij de verdachte. Op alle vragen van het hof antwoordde de verpleegkundige dat ze het niet wist. De rechters vonden het opvallend dat haar geheugen haar op zoveel details in de steek liet

Zo wist de B. zich ook niet meer te herinneren dat ze een week thuis was geweest in verband met stress. Volgens de raadsheren had dat te maken met alle sterfgevallen waar Lucia getuige van was geweest. Toch was er in haar dagboeken niks terug te vinden over deze voorvallen. Volgens de verdachte voelde ze zich wel degelijk rot na een ernstig incident. Maar de verpleegkundigen op haar afdeling konden goed met elkaar praten en na een goed gesprek waren de vervelende gevoelens meestal wel verdwenen, verklaarde ze. "Ik kan het me niet herinneren, die mensen zijn ziek, ze gaan dood, ik ben verpleegkundige, wat had ik dan moeten doen?" , vroeg de verdachte op hoge toon. "U hoefde niet uw mens-zijn te verliezen", antwoordde Van Dijk daarop.

Nrc 13-03-2004

Een schijn van kans

Dirk van Delft

BAYESIAANSE STATISTIEK ACHT KANS OP ONSCHULD LUCIA DE B. SUBSTANTIEEL

De zaak Lucia de B. is ook vanuit statistisch oogpunt hoogst interessant. Terwijl getuige-deskundigen dinsdag in het hoger beroep elkaar in de haren vlogen, rekenen Bayesianen voor dat de kans op onschuld hoger is dan menigeen denkt.

Wat is de kans dat Lucia de B. onschuldig is? Vorig jaar veroordeelde de Haagse rechtbank de verpleegkundige tot levenslang. Ze werd schuldig bevonden aan meervoudige moord en poging tot moord, tussen 1997 en 2001 gepleegd op patiënten in Haagse ziekenhuizen waar ze toen werkzaam was. Maar niemand heeft Lucia de B. betrapt en ieder direct bewijs ontbreekt. Lucia de B. zelf ontkent dat ze ook maar één patiënt een haar heeft gekrenkt. Toch achtte de rechtbank, altijd beducht een verdachte ten onrechte te veroordelen, zich voldoende zeker van haar zaak

In haar oordeel baseerde de rechtbank zich mede op een statistisch argument dat door getuige-deskundige Henk Elffers naar voren was gebracht. Elffers, verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving, rekende via de dienstroosters van Lucia de B. en haar collega-verpleegkundigen uit dat, in geval de verdachte onschuldig was, de kans dat de `incidenten' zich toevallig tijdens haar diensten afspeelden gelijk was aan 1 op de 342 miljoen. Dus verwierp Elffers de hypothese dat het om toeval ging. Er was, zo stelde hij, ``een samenhang' tussen het optreden van de incidenten en Lucia de B.'s aanwezigheid tijdens die incidenten. Wat die samenhang inhield, liet Elffers in het midden. Dat was aan de rechtbank om uit te maken

Sinds enkele weken dient het hoger beroep. Dinsdag getuigden voor het hof twee Amsterdamse hoogleraren die de aanpak van Elffers onder vuur namen. De moeizame discussie had veel weg van een Babylonische spraakverwarring (zie kader). Statistici, zo bleek in het Paleis van Justitie, kunnen op fundamentele punten binnen hun vakgebied hemelsbreed van mening verschillen

Degens

En dat terwijl de statistici die dinsdag in Den Haag de degens kruisten allen tot de zogeheten `klassieke school' behoren. Die is tussen 1930 en 1960 ontwikkeld, met als grote voorman de Amerikaan Ronald Fisher. Er is echter nóg een school: de Bayesiaanse statistiek, genoemd naar de Engelse dominee Thomas Bayes die als eerste langs die lijnen redeneerde - zijn Essays toward solving a Problem in the Doctrine of Chances verscheen postuum in 1763. De Bayesianen begonnen hun opmars in de jaren zestig van de vorige eeuw. Inmiddels trekken hun tweejaarlijkse internationale congressen ruim 600 deelnemers, die na gedane arbeid ketterse liederen zingen als `There's no Theorem like Bayes' Theorem'. Maar de groei verloopt traag. Op dit moment is 30 procent van de publicaties op het gebied van statistiek Bayesiaans.

Aart de Vos, econometrist aan de Vrije Universiteit en overtuigd Bayesiaan, wijt de terughoudende reacties van klassieke statistici aan het subjectieve element dat in de Bayesiaanse methode ligt besloten. Daar moet je van te voren schatten welke kansen je aan de mogelijkheden (zoals Lucia de B. is wel/niet schuldig) zou hebben gegeven, zonder kennis van de data. Die prior is dus subjectief, gestuurd door ervaring en gezond verstand, en dat valt verkeerd bij klassieke statistici. Volgens De Vos gaat het om een paradigmastrijd. ``De klassieke statistiek gaat uit van het bestaan van een vaste, zij het onbekende waarheid die zich manifesteert in waarnemingen met een toevalskarakter. De Bayesiaan hangt het kansbegrip op aan het feit dat mogelijke waarheden onzeker zijn en gebruikt waarschijnlijkheidsrekening om over deze kansen te leren. Het is een godsdienstoorlog en de tegenpartij wil gewoon geen ongelijk bekennen. Dat komt omdat statistiek in Nederland in handen is van mathematici. Het grote voordeel van Bayesiaanse statistiek is dat ze, in tegenstelling tot de klassieke aanpak, uit de voeten kan met praktische situaties waarin op basis van statistische informatie, dus onder onzekerheid, een beslissing genomen moet worden

Klassieke statistici beantwoorden systematisch de verkeerde vragen, aldus De Vos. ``Neem het geval van een gezin met zeven zonen dat graag een dochter wil. Stel dat in een klein aantal gezinnen een genetische factor veroorzaakt dat er alleen zonen komen, en dat het voor de rest fifty-fifty dochters en zonen is. Ons gezin vreest natuurlijk tot de eerste groep te horen. Immers, de kans op zeven zonen bij een kans van per keer bedraagt tot de macht 7 ofwel . Maar hoe groot is die kans op genetische aanleg voor zonen? Dat is de vraag waar het om draait - en die klassieke statistici uit de weg gaan. Vraagt het gezin: `Als we nog een kind nemen, hoe groot is dan de kans dat het een dochter is?' dan krijgen ze van die club als antwoord: `Als u, vóór u aan kinderen begon, besloten zou hebben na zeven zonen te stoppen, dan had u minder dan 1 procent kans gehad dat die beslissing ten onrechte was geweest, en dat u gewoon een kans van een half op een dochter had gehad.

``De klassieke statisticus doet zo moeilijk omdat hij niet weet hoe vaak die genetische factor speelt. De Bayesiaan schat die kans. Hij stelt bijvoorbeeld de verhouding abnormaal op normaal gelijk aan 1:1000. Dat zijn de prior odds. De gevraagde kans krijg je door die prior odds te vermenigvuldigen met de aannemelijkheidsverhouding, de likelihood ratio. Dat is hier de verhouding van de kansen op zeven zonen in een `louter zonen'-gezin versus een normaal gezin, dus 128:1. De regel van Bayes zegt: posterior odds = prior odds likelihood ratio, ofwel 128:1000. Dus is de kans dat ons gezin tot de categorie `louter zonen' behoort gelijk aan = 11,3 procent

Bayesiaanse en klassieke statistiek geven vaak praktische dezelfde antwoorden als er aan data geen gebrek is. Schort het daaraan, dan ontstaan verschillen. De Vos: ``In 1986 explodeerde kort na de start het ruimteveer Challenger door zes lekkende rubberen ringen. De klassieke analyse gaf toen achteraf een ontplofkans van 0,1 procent, Bayesianen kwamen uit op op 16 procent. Bij extreme gebeurtenissen kom je met Bayes hoger uit. Verzekeraars van olietankers willen bijvoorbeeld de kans weten op vier rampen binnen een zekere tijd, met het oog op failissement. Bayesianen komen dan tien keer zo hoog

Het klassieke antwoord geeft vaak het verkeerde signaal, vindt De Vos. ``De 1 op de 342 miljoen van Elffers is misleidend. Een gewoon mens denkt: `dat is geen toeval, dus Lucia de B. heeft het gedaan'. Dat is een grove denkfout, die in de zaak Sally Clark rampzalig uitpakte (zie kader). Alleen Bayesiaanse statistiek kan uitrekenen wat de kans is dat Lucia de B. het gedaan heeft. Daarvoor zijn subjectieve schattingen vooraf nodig, en dat krijg je van de klassieken dan ook op je brood. Maar je kunt die schattingen onderbouwen en preciseren met nader onderzoek. En het is zeer leerzaam tenminste een idee te hebben van de grootteorde van die kans.'

Elffers heeft zijn methode om aan 1 op 342 miljoen bij Lucia de B. te komen in het Nederlands Juristen blad (26 sept. 2003) toegelicht aan de hand van een fictief voorbeeld. In navolging van Elffers voert De Vos de fictieve verpleegkundige Lucy Klomp ten tonele. Ze heeft 11 sterfgevallen meegemaakt in een periode waarin één sterfgeval normaal is, maar iedere aanwijzing voor haar betrokkenheid ontbreekt. De Vos: ``Elffers zou het hof ook in dit geval een extreem kleine kans op toeval rapporteren, circa 1 op 100 miljoen. Terwijl ik beweer dat een veroordeling van Lucy Klomp 80 procent kans heeft ten onrechte te zijn

De berekening gaat als volgt. Vooraf: de kans dat je met een moordzuchtige verpleegster hebt is a priori (voordat je weet wat er aan de hand is) zeer veel kleiner dan dat het een onschuldige verpleegster is. Dat moet je afwegen tegen het feit dat de kans op 11 doden vele malen groter is in het geval `moordzuchtig' dan in het geval `onschuldig'. Als de kans op 11 doden 1 op de 100.000.000 is wanneer Lucy Klomp onschuldig is en 1 op 2 - waarover straks meer - wanneer zij wel schuldig is, dan is de likelihood ratio onschuldig tegen schuldig gelijk aan 1:50.000.000. De prior odds komen van de kans dat een willekeurige verpleegkundige moorden pleegt. Die schat de Vos 1 op 400.000. ``Er zijn veertigduizend ziekenhuisverplegenden in Nederland, dus dan zou eens per tien jaar een verpleger aan het moorden slaan. Ik hoop dat dat een overschatting is.' Bayes zegt nu dat de posterior odds bij elf doden uitkomen op 400.000 : 5.000.000, dus een kans van = 0,75 procent dat Lucy Klomp schuldig is

Dat is slechts een tussenstand. De Vos: ``Het mooie van Bayes is dat je steeds informatie kunt toevoegen. Via prior odds kom je via data - elf sterfgevallen - op posterior odds, die dan weer prior odds zijn bij een volgende stap. Stel je zoekt verdachte aanwijzingen tegen Lucy maar vindt ze niet. Dat is vreemd bij zoveel moorden. Stel je dacht 20 procent kans te hebben niets verdachts te vinden als Lucy schuldig was. Bij onschuld is die kans 100 procent. Dat geeft een aannemelijkheidsverhouding van 5:1. Pas de regel van Bayes toe en de odds gaan van 8 om 1000 naar 40 om 1000, ofwel een kleine 4 procent kans op onschuld

Forensisch bewijs

Dan die 1 op 100.000.000. Dat cijfer is berekend op basis van een vaste kans op een sterfgeval die voor iedere verpleegkundige even groot is. Bayesianen, die onzekerheden meenemen, zouden veel hoger uitkomen. De Vos: ``Op basis van ervaring schat ik 1 op 2 miljoen. Verpleegkundigen verschillen: de een heeft meer ervaring dan de ander en ook de werkomstandigheden lopen uiteen. Een Bayesiaanse analyse van Elffers data zou dus wel eens kunnen uitwijzen dat de kans dat de kans op 11 doden onder normale omstandigheden 1 op 2.000.000 is, dus vijftig maal zo groot. Dan gaan de odds van 80 om 1000 naar 4000 om 1000. Dus 4:1 wat betekent dat Lucy een goede kans heeft - 80 procent - om onschuldig te zijn. Zonder forensisch bewijs is van wettig en overtuigend vaststellen van schuld dus geen sprake en rest het hof niets anders dan Lucy Klomp vrij te spreken. Of dat ook voor Lucia de B. geldt hangt af van al het overige bewijsmateriaal. Waarbij de Bayesiaanse methode bij uitstek geschikt is om deze aanwijzingen te wegen

Richard Gill, hoogleraar mathematische statistiek aan de Universiteit Utrecht, voelt, hoewel behorend tot het klassieke kamp, bij de zaak Lucia de B. meer voor de aanpak van De Vos dan die van Elffers. Gill: ``Beide zijn in hun eigen termen correct, maar de analyse van De Vos zou wel eens relevanter kunnen zijn. Elffers en De Vos beantwoorden verschillende vragen. Beide uitkomsten hebben sterke en zwakke kanten. Bij De Vos zijn veel cijfers uit de duim gezogen, zachte en harde gegevens worden door elkaar gehutst. Elffers test een hypothese op data die die hypothese suggereerden. Het hof zou beide procedures moeten volgen en dan op eigen verantwoordelijkheid, zich niet verstoppend achter formules, tot de juridisch en moreel juiste conclusie komen.

De Vos vindt dat de rechter vooralsnog ``verrassend rationeel' handelt. ``De elf sterfgevallen an sich overtuigen niet, zoveel is duidelijk. De bijdrage van de statistiek is dat ze het hof uitnodigt om aanvullende informatie te vergaren. Precies wat er tijdens het hoger beroep gebeurt

Kritiek op Elffers
In het hoger beroep in de zaak Lucia de B., dat sinds eind januari loopt, oefenden Ronald Meester en Michiel van Lambalgen, hoogleraren kansrekening en kunstmatige intelligentie aan de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam, afgelopen dinsdag stevige kritiek uit op de werkwijze van Henk Elffers, verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit van Antwerpen. Omdat de bezwaren technisch van aard waren, en Meester en Van Lambalgen veel minder dan Elffers getraind zijn in de vertaalslag van statistiek naar het juridische domein, ging de uitleg van de twee nogal eens over de hoofden van het hof heen. ``We zitten weer op een verschillend niveau te praten', verzuchtte president mr. Von Brucken Fock na een uur.'
De kritiek op de aanpak van Elffers spitste zich toe op twee punten. Omdat de hypothese was opgesteld na het vergaren van data, had Elffers op zijn uitkomst een zogeheten post-hoc correctie toegepast. Meester voerde aan dat onder statistici onenigheid bestaat over de wijze waarop dat moet gebeuren en dat er geen best denkbare post-hoc correctie is. Ook het model zelf werd aangevallen. Dat was erg simpel en trad niet buiten de situatie van Lucia de B. en haar collega's: 27 verpleegkundigen, 1029 diensten en 9 incidenten. In het model was de kans op een incident voor alle diensten gelijk. Alternatieve situaties die onderscheid maken tussen dag/nacht en ervaren/onervaren kon Elffers niet doorrekenen. Meester en Van Lambalgen riepen de vraag op of je niet andere afdeling van het ziekenhuis, of andere ziekenhuizen ook in het model zou moeten inbouwen.
Het hof liet doorschemeren daar geen behoefte aan te hebben. ``Wij houden ons bezig met een reconstructie', zei Von Brucken Fock, ``een aantal gegevens staat vast, waarom zouden we het theoretische zijpad van 100 verpleegkundigen inslaan als het er 27 waren? En hoever wilt u gaan met het incorporeren van andere afdelingen, ziekenhuizen en zorginrichtingen? Komt het Paleis van Justitie ook in aanmerking?'
De negatieve benadering van Meester en Van Lambalgen, die de waarde van de methode-Elffers ter discussie stelden zonder een alternatief te bieden, kon het hof niet bekoren. Het aardige van Elffers was juist dat hij het overzichtelijk en simpel had gehouden. Dat zijn model met zo min mogelijk gegevens werkte gaf niet, dan deed het hof de rest. Op complexe alternatieven, deels van epidemiologische aard, zat niemand bij het hof te wachten.

Na de lunch kreeg Elffers gelegenheid tot weerwoord. De weergave van zijn werkwijze door de collega's was ``licht karikaturaal', vond hij. Hij had geen andere pretentie dan het beantwoorden van een eenvoudige vraag en hoe simpeler de methode, hoe liever het hem was. ``Waarom zou je je met 100 verpleegkundigen bezighouden? Het gaat om deze situatie, met 27.' Zich vijf dagen laten opsluiten met vijf statistici om eens indringend over de beste aanpak te discussiëren, leek hem een gruwel. ``Ik ben in het geheel niet onder de indruk van de kritiek van mijn collega's', besloot Elffers. ``Ik vind dat mijn methode met vlag en wimpel overeind is gebleven.' Lucia de B. zat erbij en keek er naar.
De zaak Sally Clark
In 1997 sloeg bij het echtpaar Sally en Steve Clark uit Cheshire het noodlot toe. Hun zoontje Christopher, 11 weken oud, stierf in zijn slaap. Er waren lichte verschijnselen van longontsteking, maar aanwijzingen dat er niet goed voor de baby gezorgd was ontbraken totaal. `Natuurlijke dood', stond er op de overlijdensakte. Een jaar later volgde een nieuwe ramp: ook hun zoontje Harry, 8 weken oud, overleed in zijn slaap. Nu geen medeleven: de Clarks werden gearresteerd en in 1999 kreeg Sally levenslang voor tweevoudige moord.
Bij gebrek aan direct bewijs gaf de getuigenis van kinderarts Sir Roy Meadow, expert op het gebied van wiegendood, de doorslag. Zelden zal statistiek in de rechtzaal zo te grabbel zijn gegooid. Meadow redeneerde als volgt. De Confidential Enquiry for Stillbirths and Deaths in Infancy (CESDI) had uitgewezen dat een willekeurige baby van welvarende, niet-rokende ouders een kans van 1 op 8.500 had aan wiegendood te overlijden. Bij twee onafhankelijke gevallen van wiegendood, zoals in het gezin Clark, was de kans op toeval dus 1 op 8.500 in het kwadraat, ofwel 1 op 73 miljoen. Sally Clark was dus schuldig, aldus een zelfverzekerde Meadow, en de jury ging met hem mee.
Maar twee gevallen van wiegendood in één gezin hoeven niet onafhankelijk te zijn. Ray Hill, hoogleraar wiskunde op Salford University, kwam na analyse van CESDI-data tot de conclusie dat in een gezin waar wiegendood had toegeslagen een volgend kind 10 à 22 keer zoveel kans heeft hetzelfde lot te treffen dan normaal. Verder maken jongetjes tweemaal zoveel kans op wiegendood als meisjes. En de dertig kinderen die per jaar in Engeland door hun moeders werden omgebracht, zo bleek uit onderzoek, werden veelal verwaarloosd en waren afkomstig uit arme gezinnen.

Sally Clark is een schoolvoorbeeld van prosecuters fallacy: het idee dat als de kans op twee keer wiegendood heel klein is, de kans op de onschuld van de verdachte ook heel klein is. De redenering komt er op neer dat 0104066111 niet het telefoonnummer van NRC Handelsblad kan zijn omdat het zo zeldzaam is. Nadat Sally Clark gevangen was gezet meldden zich bij `The Campaign to Free Sally Clark' vijftig gezinnen waarin die `dubbele bliksem' had toegeslagen. Januari 2003, na vier jaar cel, werd Sally Clark alsnog vrijgelaten en de reputatie van Sir Meadow ligt in duigen. Tal van zaken zijn inmiddels heropend (zie het artikel van Hieke Jippes in het Zaterdags Bijvoegsel van 24 januari).
Wellicht was Sally Clark een hoop (extra) ellende bespaard gebleven wanneer een getuige-deskundige de jury een Bayesiaanse analyse had gepresenteerd. Uitgaande van 1:100.000 (in plaats van de 1 op 73 miljoen van Meadow) en 30 moorden op een Brits kind per jaar leert een Bayesiaanse berekening (uitgevoerd in +plus magazine, sept. 2002) dat de kans op Sally Clarks onschuld circa 2/3 bedraagt. Dat getal is alleen fors omlaag te krijgen onder de aanname dat jaarlijks duizenden Britse moeders hun kroost stiekem vermoorden. Toch concludeerde de aanklager bij gebrek aan (forensisch) bewijs dat ``de statistiek overtuigend leek'. Lies, damned lies and statistics.

Nrc 16-03-2004

Advies Lucia de B. is `niet bruikbaar'

Het OM zag ,,geen andere mogelijkheid'' dan dat de rapportage van het PBC ,,niet in deze zaak moet worden meegenomen''. Volgens advocaat-generaal C. Strack had De B. ,,een aantal tests gemanipuleerd'' en waren die daardoor door het PBC ,,onjuist geïnterpreteerd''. Het OM werd daarin ondersteund door twee deskundigen die op aanvraag van de advocaat-generaal een second opinion van het onderzoek hadden uitgevoerd.

Het PBC had in een advies aan het hof geconcludeerd dat zij lijdt aan ,,extreme zelfhaat'' en ,,primitieve woede'', maar dat er ,,anders dan in de ten laste gelegde feiten geen aanwijzingen zijn dat deze stoornis in haar gedrag tot uiting is gekomen''. Het had daarbij de door de rechtbank bewezen geachte moorden (en pogingen daartoe) buiten beschouwing gelaten. Het PBC verklaarde haar in het advies volledig toerekeningsvatbaar

,,Als het PBC er niet van uitgaat dat de feiten gepleegd zijn, dan hebben we eigenlijk heel weinig aan het advies'', concludeerde voorzitter Von Brucken Fock van het gerechtshof. De rechter gebruikt adviezen van het PBC over de toerekeningsvatbaarheid van een verdachte alleen als hij een verdachte schuldig acht. Dat gebeurt aan het eind van het proces.

Tijdens de zitting speelde het hof met de gedachte om Lucia de B. opnieuw aan een psychiatrisch onderzoek te onderwerpen, met als uitgangspunt ,,de hypothese dat de feiten bewezen zijn verklaard''

Nadat de advocaat-generaal had aangegeven zo'n onderzoek alleen te ondersteunen als het niet door het PBC zou worden uitgevoerd, en de verdediging alleen medewerking van De B. toezegde als het het PBC het onderzoek wél zou uitvoeren, besloot het hof uiteindelijk geen aanvullend advies te vragen

Nrc 18-03-2004

Bewijs zaak-Lucia de B.

DEN HAAG, 18 MAART. Amber Zuiderwijk, een van de vermeende slachtoffers van verpleegkundige Lucia de B., heeft vlak voor haar dood, op 4 september 2001, een hoge dosis van het hartmedicijn digoxine toegediend gekregen

Dat bleek vanochtend tijdens het hoger beroep tegen De B. De oud-verpleegster en -prostituee staat terecht voor de moord op dertien patiënten, onder wie de baby Amber, en vijf pogingen daartoe. Deze conclusie, van klinisch forensisch toxicoloog F. de Wolff, in opdracht van het hof, kan belangrijk bewijsmateriaal zijn in de zaak tegen De B.

Volgens de rapportage van De Wolff kunnen de symptonen die de toen bijna vijf maanden oude Amber vlak voor haar dood vertoonde en haar manier van overlijden door een dergelijke dosis van het medicijn verklaard worden.

In het eerdere vonnis van de rechtbank, die De B. schuldig bevond aan vier moorden en een poging daartoe, werd digoxinevergiftiging al als doodsoorzaak van Amber aangewezen. Maar toen waren er, ook bij deskundige de Wolff, nog twijfels over de betrouwbaarheid van de bloedanalyse. Na aanvullend onderzoek rapporteerde De Wolff vandaag aan de rechter dat het ,,geen twijfel lijdt'' dat Amber een eenmalige hoge dosering van digoxine is toegediend

Hoewel Amber het hartmedicijn om medische redenen kreeg toegediend, is het volgens de Wolff ,,uitgesloten'' dat de na overlijden gemeten concentraties in haar bloed daarvan afkomstig

Nrc 20-03-2004

Dr. E. van Herk, huisarts, IJsselmuiden

Het is jammer dat in het artikel `Een schijn van kans' (W, O, 13 maart) de indruk wordt gewekt dat de methode van de Bayesianen anders is, of op zich meer of minder betrouwbaar dan die van de klassieke kansberekening. Dit is niet het geval.

Als de kansen exact bekend zijn geven ze dezelfde uitkomst. Het probleem is dat Bayesianen een op zich keiharde en juiste formule hanteren waarin echter om tot een uitkomst te kunnen komen een aantal grootheden moeten worden ingevuld die domweg meestal niet bekend zijn.

Die moeten dan worden geschat. En hoewel een ervaringsschatting die ergens midden in het bereik ligt, zoals `de helft van alle diabeten krijgt minstens eenmaal in zijn leven een hartaanval' een relatief nauwkeurige afspiegeling van de werkelijkheid kan zijn, komt het in het geval van zeldzame gebeurtenissen zoals `de kans dat een vliegtuig op een kernreactor neerstort' tot enorme verschillen, die ingevuld in de formule ook tot sterk verschillende uitkomsten zullen leiden. Mensen kunnen slecht omgaan met kleine kansen, zoals blijkt uit het grote aantal mensen dat meespeelt in de staatsloterij.

Het voorbeeld van de wiegendood en de kindermoord gaat in die zin mank dat kinderen van één ouderpaar natuurlijk veel meer gemeen hebben dan niet-verwante patiënten in een ziekenhuis. Maar een confounding factor kan natuurlijk bijvoorbeeld zijn dat iemand anders de sterfgevallen heeft veroorzaakt en dat expres in de diensten van Lucia de B. heeft gedaan.

Het is overigens zeker niet onwaarschijnlijk dat tientallen ouders per jaar hun kinderen doodmaken; wie wel eens heeft gekeken naar de bewakingsvideo's die stiekem gemaakt zijn in het ziekenhuis, waar kinderen met verdenkingen in die richting ter observatie waren opgenomen verbaast zich in deze nergens meer over

Kortom, het zou mij spijten als de heer Bayes in een kwade reuk kwam te staan als de auteur van een onnauwkeurige methode: het is de invulling ervan die soms tot onnauwkeurigheden leidt, niet de formule. De onnauwkeurigheid is een reflectie van het ontbreken van informatie.

Nrc 20=03-2004

Een schijn van kans 2

Drs. Emmy G. Scholten, verpleegkundige, juriste, ethica Bloemendaal

Naar aanleiding van het artikel `Een schijn van kans' (W, O, 13 maart) moet mij het volgende van het hart.

Met statistiek zal nooit overtuigend bewijs geleverd kunnen worden omdat niet alle parameters (uitputtend) meegeteld en gewogen kunnen worden. Dat is een ervaringsfeit

In de verpleging tellen talloze vragen, die niet berekend kunnen worden. In de jaren 1966-1970 deed ik een opleiding verpleegkunde in het Prinsengracht-ziekenhuis in Amsterdam, toen ongeveer met 120 bedden. Per jaar werd er twee maal een groep van 12-14 verpleegsters in de opleiding toegelaten. Er waren veel oncologiepatiënten

Aan het eind van de opleiding bleek dat een vriendin uit mijn jaar nul overleden patiënten had afgelegd en ik dertig! Hoe kon dat? Wáár houdt het toeval op? De verbondenheid van ons `jaar' was groot en hierover hebben we ook met elkaar gesproken. Wat bleek: er was een groot verschil in houding en gedrag t.o.v. ziekte en dood. De ene verpleegkundige vermeed doodzieke mensen méér dan de ander. Je kon in onze opleiding al in je derde jaar subhoofd van een van de vijf afdelingen worden; dan had je meer een administratieve functie

Ook ervaring met het fenomeen doodgaan speelde een rol. Ik had thuis mijn vader tot zijn dood verpleegd. In het ziekenhuis - later - schrok ik minder van een noodbel van patiënten in de stervensfase dan mijn collega's. Kennelijk was ik verder in het verwerken van `de dood'. Niet bang meer. Er waren zelfs patiënten die `wachtten' met doodgaan tot ik terug was na vrije dagen. Euthanasie speelde in die tijd geen rol; pijn en lijden werden verzacht met opklimmende doses morfine, die wij allen op voorschrift van een arts toedienden

Volgens de methode Elffers zou er dus wat aan de hand geweest zijn. Wat? Samen met een collega kreeg ik wel vaak de `zwaarst zieke' patiënten te verplegen. Maar verklaart dát het verschil van 0 of 30 afgelegde patiënten? En hoe verklaart Bayes dat? Toch niet door de aannemelijkheidsverhouding te vermenigvuldigen met de prior odds, want van beide weet men in bovenstaand geval niets zeker. Mijn collega's en het vermijden waren per dag verschillend, de patiënten waren wisselend, de dood was elke dag/elk uur anders en ik zelf was ook niet elke dag dezelfde

Kortom: het lijkt mij beter om de statistiek in de zaak Lucia de B. te laten voor wat het is. Beter zou zijn als een paar rechters een aantal dagen en nachten eens meeliepen met verpleegkundigen als `verpleeghulp'

Nrc 20-03-2004

Correctie 80 procent

In de Bayesiaanse berekening van de 80 procent op onschuld zijn enkele fouten geslopen. De posterior odds zijn 400.000 op 50.000.000 (i.p.v. 5.000.000), ofwel 8 om 1000. Dat geeft een kans op onschuld (i.p.v. schuld) van 4/504 = 0,8 procent.

Nrc 27-03-2004

Een schijn van kans 3

Prof.dr.ir. B.J. van Wees, Groningen

Het artikel `Een schijn van kans' (W, O, 13 maart) heeft mij zeer getroffen. Dit omdat het zeer wel zou kunnen dat de verdachte Lucia de B. in eerste instantie tot levenslang is veroordeeld mede door een foutieve statistische analyse, dan wel een onzorgvuldige presentatie ervan. In het artikel komt de ``stammenstrijd'' tussen de ``klassieke'' en de ``Bayesiaanse'' statistische scholen ter sprake. Het lijkt mij echter dat het probleem voortkomt uit onduidelijkheid en/of onzorgvuldigheid. Het volgende voorbeeld illustreert wat er volgens mij aan de hand kan zijn.

Stel ik heb een munt die of zuiver of vals is. Laten we zeggen dat vals betekent dat hij altijd op kop valt. Ik gooi 10 keer, en hij valt altijd op kop. Ik kan dan berekenen dat als de munt zuiver is, er een kans van 1/1024 is dat hij toevallig 10 keer op kop valt. Volgens de statistiek kan ik dan met 99,9 procent zekerheid `de hypothese verwerpen dat de munt zuiver is'. Daarmee wordt bedoeld: als ik van tevoren had aangenomen dat de munt zuiver is, is er na het gooien 99,9 procent kans dat de aanname fout is. Het cruciale punt is echter dat ik niet met 99,9 procent zekerheid mag concluderen dat de munt vals is! Hier komt inbreng van de Bayesiaanse statistici van pas. Als ik de munt uit mijn portemonnee heb gehaald, dan is de `a priori' kans dat deze vals is heel klein, bijvoorbeeld kleiner dan 0,1 procent. Als ik dan toch 10 keer kop gooi, is de conclusie dat de munt vals is waarschijnlijk fout. Het is dan waarschijnlijker dat de uitkomst vals-positief is, en door toeval tot stand gekomen is

Het bovenstaande laat zich direct vertalen naar de zaak van Lucia de B. Volgens het artikel heeft de getuige deskundige berekend dat, uitgaande van toeval, de kans op het grote aantal sterfgevallen ongeveer 1 op 100.000.000 is, en dat dus de hypothese `het is toeval' verworpen kan worden. Relevant is echter niet de kans dat, uitgaande van toeval, er een groot aantal sterfgevallen is, maar de kans dat, gegeven het aantal sterfgevallen, dit op toeval berust. Dat laatste bepaalt namelijk of Lucia de B. verdacht is. In het artikel van Dirk van Delft maakt dr. Aart de Vos duidelijk dat om deze laatste vraag te beantwoorden er een a priori subjectieve inschatting gemaakt moet worden over het gedrag van verpleegkundigen. Het punt is nu dat deze inschatting onderbouwd kan worden, en ik sluit me aan bij zijn conclusie dat als er geen ander bewijsmateriaal is, er redelijke twijfel kan zijn aan de schuld van Lucia de B

Mijn punt is nu echter dat ik als buitenstaander niet begrijp waarom de getuige-deskundigen zich geen rekenschap gegeven lijken te hebben van het bovenstaande. Het is ook verbazingwekkend dat in het lopende hoger beroep het geheel lijkt te verzanden in technisch-statistische details, en dat de rechtbank niet geïnformeerd lijkt te zijn over de elementaire betekenis en betrouwbaarheid van statistische analyses. Ik ga er van uit dat dat alsnog gaat gebeuren

klein, bijvoorbeeld kleiner dan 0,1 procent. Als ik dan toch 10 keer kop gooi, is de conclusie dat de munt vals is waarschijnlijk fout. Het is dan waarschijnlijker dat de uitkomst vals-positief is, en door toeval tot stand gekomen is

Het bovenstaande laat zich direct vertalen naar de zaak van Lucia de B. Volgens het artikel heeft de getuige deskundige berekend dat, uitgaande van toeval, de kans op het grote aantal sterfgevallen ongeveer 1 op 100.000.000 is, en dat dus de hypothese `het is toeval' verworpen kan worden. Relevant is echter niet de kans dat, uitgaande van toeval, er een groot aantal sterfgevallen is, maar de kans dat, gegeven het aantal sterfgevallen, dit op toeval berust. Dat laatste bepaalt namelijk of Lucia de B. verdacht is. In het artikel van Dirk van Delft maakt dr. Aart de Vos duidelijk dat om deze laatste vraag te beantwoorden er een a priori subjectieve inschatting gemaakt moet worden over het gedrag van verpleegkundigen. Het punt is nu dat deze inschatting onderbouwd kan worden, en ik sluit me aan bij zijn conclusie dat als er geen ander bewijsmateriaal is, er redelijke twijfel kan zijn aan de schuld van Lucia de B

Mijn punt is nu echter dat ik als buitenstaander niet begrijp waarom de getuige-deskundigen zich geen rekenschap gegeven lijken te hebben van het bovenstaande. Het is ook verbazingwekkend dat in het lopende hoger beroep het geheel lijkt te verzanden in technisch-statistische details, en dat de rechtbank niet geïnformeerd lijkt te zijn over de elementaire betekenis en betrouwbaarheid van statistische analyses. Ik ga er van uit dat dat alsnog gaat gebeuren

Nrc 03-04-2004

Een schijn van kans 4

P. Pappenheim

In W, O van 13 maart (`Een schijn van kans') las ik over de controverse betreffende het gebruik van statistiek in het proces tegen Lucia de B, waarin een Bayesiaanse statisticus het opnam tegen de conclusie van de door de rechtbank gehoorde `expert'. Diens conclusie is inderdaad fout, maar het betreft niet de soort statistiek, maar de vraagstelling. Een echte expert in het gebruik van statistiek bij beslissingen had daar op moeten wijzen, te meer omdat statistische berekeningen door een ieder met een beetje wiskunde zijn uit te voeren en omdat de echte problemen ontstaan in het exact weten wat men moet vragen en gaat meten

In onze rechtspraak wordt een verdachte onschuldig geacht zolang het tegendeel niet is bewezen. De rechtbank moet de kans inschatten op een onterechte veroordeling. De expert berekende de kans dat een verschijnsel dat zich gemiddeld eens per een bepaalde periode voordoet zich door toeval in dezelfde periode elf keer voordoet. Als dat de vraag van de rechtbank was, dan is deze inderdaad onjuist. Een besliskundige weet dat de te beantwoorden vraag luidt: `Hoe groot is de kans dat deze onschuldige verpleegster wordt veroordeeld op basis van de dood van elf patiënten binnen de periode waarin de feiten zich hebben voorgedaan, wanneer het gemiddelde over zulk een periode een patiënt is en dit gebeuren op toeval berust.'

Toeval is toeval, dus ook welke verpleegster men beoordeelt (daarop wijst de Bayesiaanse statisticus) en in welke periode het betrokken feit zich heeft voorgedaan. Men moet dus de kans berekenen dat dit feit zich door toeval voor kan doen bij één van de vele verpleegsters in Nederland (eigenlijk de hele wereld, want wie zegt dat de toeval juist in ons land toe moet toeslaan?) en in elk van de vele perioden waarin een gemiddelde verpleegster in haar loopbaan werkt, want als de toeval de oorzaak is, dan is ook het tijdstip waarin het gebeurt toevallig

Ik heb geen gegevens om te stellen dat ik geen factoren over het hoofd heb gezien en om een berekening uit te voeren. Als alle gegevens en factoren bekend zijn kan elke statisticus dat doen. Het resultaat zal in elk geval een veel en veel grotere kans op een verkeerde schuldigverklaring tonen dan waarvan de rechtbank is uitgegaan

Artikel uit Haagsche Courant van 10-05-2004

'Hard bewijs' in proces Lucy de B.

door Leo Roggeveen

DEN HAAG | In het hoger beroep tegen de 42-jarige Haagse verpleegkundige Lucy de B. komen morgen twee getuigen aan het woord die menen te kunnen bewijzen dat een aantal van haar patiënten een onnatuurlijke dood is gestorven.

Lucy de B. werd vorig jaar veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor de moord op vier patiënten en drie pogingen daartoe. Centraal staat morgen de getuigenis van dr. Lusthof, toxicoloog bij het Nederlands Forensisch Instituut, en de Leidse professor De Wolff.
Tevens wordt chirurg M.B. Lagaay in de gelegenheid gesteld om zijn licht te laten schijnen over de dood van zijn én Lucy de B.'s 73-jarige patiënte, Anna Steenblik. Vorig jaar achtte de rechtbank bewezen dat de verpleegkundige de terminale patiënte op 27 november 1997, een dag na haar verjaardag, met een overdosis medicijnen 'uit haar lijden zou hebben verlost'.

Volgende week dinsdag 18 mei heeft het requisitor van de advocaten-generaal plaats. Dan wordt duidelijk welke straf tegen Lucy de B. wordt geëist. De week daarop, dinsdag 25 mei, is het de beurt aan de verdediging. Op vrijdag 4 juni staan de replieken, duplieken en het laatste woord van de verdachte op de rol. Twee weken later, vrijdag 18 juni, volgt tenslotte de uitspraak.

Artikel uit Haagsche Courant van 12-05-2004

PROCES | LUCY DE B.
Hof sluit verhoor van getuigen af

door Leo Roggeveen

DEN HAAG | Het Haagse gerechtshof heeft gisteren het onderzoek afgesloten naar de van seriemoord verdachte verpleegkundige Lucy de B. (42). Het onderzoek naar de vorig jaar tot levenslang veroordeelde Haagse ving op 28 januari van dit jaar aan.

Sindsdien zijn tientallen getuigen en getuigen-deskundigen door het hof gehoord. Volgende week dinsdag heeft het requisitor van de twee advocaten-generaal plaats. De week daarop is het de beurt aan de advocaten van Lucy de B., mr. Franken en mr. Visser. Vrijdag 18 juni volgt dan de uitspraak.

Gisteren stelde het hof Michiel Lagaaij, een voormalige chirurg van het Haagse Rode Kruis Ziekenhuis, in de gelegenheid om opheldering te geven over de dood van één van zijn patiënten, de 73-jarige mevrouw Starrenburg op 27 november 1997 in datzelfde RKZ. Lagaaij schreef op eigen initiatief een brief aan het hof nadat hij op 24 maart, via deze krant, had vernomen dat zijn voormalige arts-assistent Wijsman en de Leidse emeritus-hoogleraar Van Furth het overlijden van mevrouw Starrenburg als 'verklaarbaar' hadden aangemerkt.
Lagaaij stelde grote moeite te hebben met deze uitleg.

Schouwing

"Haar acute dood vind ik helemaal niet verklaarbaar", aldus Lagaaij. "Deze vrouw had, ondanks haar ziekte, op 27 november nog wel degelijk een levensverwachting. Of dat nu dagen of weken waren, vind ik niet zo heel erg relevant. Het gaat mij erom dat er geen acute doodsverwachting was. Daarom heb ik ook aangedrongen op een schouwing."

Lucy de B., die mevrouw Starrenburg verpleegde op de dag dat ze plotseling overleed, is vorig jaar door de Haagse rechtbank veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, onder meer vanwege de moord op deze terminale kankerpatiënte. De rechtbank achtte bewezen dat Lucy de B. mevrouw Starrenburg een dag na haar 73ste verjaardag een overdosis medicijnen zou hebben toegediend. Van Furth en Wijsman zetten als getuige-deskundigen indirecte vraagtekens bij deze 'moord' omdat zij het overlijden van de vrouw 'medisch heel goed verklaarbaar' achtten.

Acuut

Lagaaij stelde met het woord 'verklaarbaar' op zich geen moeite te hebben. "Het gaat mij om het woordje acuut. Dat mevrouw zou doodgaan, stond vast. Maar niet op deze manier. Een paar uur voor haar dood heb ik nog met haar gesproken. Haar toestand was redelijk tot matig. Ik had zeker niet het idee dat ik haar 's middags niet meer zou terugzien."

Lagaaij vond niet alleen het tijdstip van overlijden van mevrouw Starrenburg verdacht, ook het feit dat Lucy de B. geen rapport over haar plotselinge dood heeft opgemaakt, riep bij hem grote vraagtekens op.
"Toen eind 2001 bekend werd dat een verpleegster was ontslagen omdat ze verdacht werd van het vermoorden van patiënten, moest ik meteen aan mevrouw Starrenburg denken. Later ontdekte ik pas dat de gearresteerde verpleegkundige dezelfde vrouw was die mevrouw Starrenburg in haar laatste uren had begeleid."

Op verzoek van de verdediging van Lucy de B. werden gisteren nogmaals de toxicologen De Wolff en Lusthof door het hof gehoord. Beide wetenschappers bleven erbij dat het laatste patiëntje van Lucy de B., de half jaar oude baby Amber Zuiderwijk, op 4 september 2001 overleed als gevolg van een overdosis digoxine, een medicijn dat wordt gebruikt bij hartritmestoornissen. Lucy de B. had die nacht de zorg over Amber in het Juliana Kinderziekenhuis. De dag erop werd ze geschorst.

Artikel uit Haagsche Courant van 18-05-2004

OM eist opnieuw levenslang tegen Lucy de B.

DEN HAAG | Het Openbaar Ministerie (OM) heeft dinsdag in Den Haag tijdens het hoger beroep in de zaak van de Haagse verpleegkundige Lucy de B. een levenslange gevangenisstraf geëist. De advocaten-generaal G. Haverkate en C. Strack achten het bewezen dat de 42-jarige Lucy zeven mensen heeft vermoord en dat ze drie moordpogingen heeft ondernomen.
De rechtbank in Den Haag veroordeelde Lucy in maart 2003 tot een leven achter tralies wegens vier moorden en drie moordpogingen. Destijds had het OM ook levenslang geëist tegen de vrouw.
Uitspraak 18 juni. | ANP

Artikel uit Haagsche Courant van 19-05-2004

PROCES | LUCY DE B.
Weer levenslang geëist tegen verpleegkundige

door Leo Roggeveen

DEN HAAG | Het Openbaar Ministerie heeft in hoger beroep weer levenslang geëist tegen Lucy de B. De advocaten-generaal mr. Haverkate en mr. Strack zeiden er van overtuigd te zijn dat de 42-jarige verpleegkundige uit Den Haag zeven patiënten heeft vermoord en drie pogingen tot moord heeft ondernomen.

Lucy de B. is vorig jaar maart door de Haagse rechtbank veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor de moord op vier patiënten en drie pogingen daartoe. Het OM ging tegen deze uitspraak in hoger beroep omdat de aanklagers ervan overtuigd waren dat De B. meer doden op haar geweten heeft, en twijfelden aan haar geestelijke gesteldheid. Lucy de B. tekende ook hoger beroep aan tegen de veroordeling, omdat ze onschuldig zegt te zijn.

Ondanks dat Lucy de B. nooit op heterdaad is betrapt terwijl ze de dodelijke doses medicijnen toediende aan haar slachtoffers, stelden mr. Haverkate en mr. Strack dat in tien gevallen haar schuld met 'wettig en overtuigend bewijs' vast staat. De Haagse verpleegkundige zijn in totaal dertien moorden en vijf moordpogingen tenlastegelegd. Het OM vroeg gisteren vrijspraak voor zes moorden en twee moordpogingen vanwege gebrek aan bewijs.

Lucy de B. liep op 4 september 2001 tegen de lamp na de onverwachte en medisch onverklaarbare dood van de baby Amber Zuiderwijk in het Juliana Kinder Ziekenhuis (JKZ). Politieonderzoek bracht aan het licht dat ze tussen 1997 en 2001 ongewoon vaak te maken had gehad met overlijdens- en reanimatie-incidenten. De statisticus Elffers becijferde de kans dat Lucy de B. 'toevallig' aanwezig was geweest in het JKZ op de momenten dat er patiëntjes stierven of gereanimeerd dienden te worden 1 op de 342 miljoen.

Voor het OM vormde het zogenoemde ketting- of schakelbewijs de belangrijkste reden om de verpleegkundige schuldig te verklaren aan de seriemoord. De zogenoemde 'sterke zaken', zoals de moord op Amber Zuiderwijk, dienen daarbij in de ogen van het OM 'als een soort locomotief de bewijstechnisch wat zwakkere zaken te trekken'.

Ook na vier maanden van getuigeverhoren kon het OM wederom geen uitsluitsel geven over het motief van Lucy de B. Mr. Haverkate en mr. Strack meenden desondanks een patroon te kunnen herkennen. "Dit komt er in de kern op neer dat De B. door het plegen van de feiten, eerst en vooral uit is op het creëren van crisissituaties. Voor verdachte lijkt steeds het belangrijkste dat er een zeer ingrijpende situatie ontstaat waarin zij, en niemand anders de hand heeft gehad. Dat die situatie nu eens de dood van een slachtoffer meebrengt en dan weer niet, lijkt van secundair belang."

Het OM plaatste opnieuw grote vraagtekens bij de geestesgesteldheid van Lucy de B. en hekelde en passant het gedragskundige rapport dat het Pieter Baan Centrum (PBC) op 28 februari 2003 opstelde. Het PBC verklaarde Lucy de B. volkomen toerekeningsvatbaar.

OM eist levenslang tegen Lucia de B.

Door een onzer redacteuren

DEN HAAG, 19 MEI. Het openbaar ministerie in Den Haag heeft gisteren in hoger beroep levenslang geëist tegen verpleegster Lucia de B. wegens moord op zeven patiënten en pogingen tot moord op drie patiënten.

Deze straf is nodig omdat een tijdelijke straf de samenleving in dit ,,uitzonderlijke geval'' onvoldoende bescherming biedt tegen de verdachte, betoogde het OM. De advocaten-generaal C. Strack en G. Haverkate rekenden het hof voor dat De B. bij een gevangenisstraf van twintig jaar in april 2014 ,,onbehandeld en recidivegevaarlijk'' op vrije voeten zou komen.

,,Vergelding is zeker een aspect dat bij de bestraffing mag meewegen'', stelde het OM, dat het handelen van De B. omschreef als geraffineerd en planmatig. Maar de levenslange straf is ook nodig omdat het opleggen van tbs volgens het OM onmogelijk is. Dat is het resultaat van het rapport van het Pieter Baan Centrum, dat De B. volledig toerekeningsvatbaar heeft verklaard. Het OM noemt dit rapport ,,onbruikbaar'' wegens onjuiste uitgangspunten en werkwijze.

De B. stond de afgelopen maanden in hoger beroep terecht voor dertien moorden en vijf pogingen tot moord op patiënten tussen 1997 en 2001, toen zij in vier ziekenhuizen in en rond Den Haag werkte. In alle gevallen ging het om zeer jonge of juist oude patiënten. De rechtbank had De B. eerder wegens vier moorden en drie pogingen daartoe al tot levenslang veroordeeld. Het OM vroeg gisteren vrijspraak voor zes moorden en twee pogingen tot moord, waaronder één moord die de rechtbank bewezen had verklaard. Tijdens het hoger beroep bleek dat echter om een persoonsverwisseling te gaan. In de overige gevallen was er volgens het OM te veel twijfel over de onnatuurlijkheid en onverklaarbaarheid van de dood om moord bewezen te achten.

Centraal in het betoog van de advocaten-generaal stond de samenhang tussen alle verschillende zaken. Zijn de zaken op individuele basis misschien ,,gedoemd elk in een krappe vrijspraak te eindigen'', in samenhang bezien zouden zij volgens het OM tot een veroordeling moeten leiden. Een belangrijke rol daarbij speelt het statistische rapport dat in opdracht van het OM is opgesteld, en dat de aanwezigheid van De B. tijdens zoveel incidenten ,,niet met het toeval verenigbaar'' noemt.

Het OM legde de nadruk op dit ,,kettingbewijs'' omdat er weinig direct bewijs tegen De B. is. Er zijn geen getuigen, in een deel van de gevallen is onduidelijk hoe en waaraan de patiënt (bijna) overleed, en De B. ontkent.

19 mei 2004

Artikel uit Haagsche Courant van 26-05-2004

PROCES | LUCY DE B.
Advocaten pleiten verpleegkundige vrij

door Leo Roggeveen

DEN HAAG | De advocaten van Lucy de B. (42) hebben haar dinsdag in hoger beroep vrijgepleit van de dertien moorden en vijf moordpogingen die haar ten laste zijn gelegd. Er is geen hard bewijs, vinden ze.

Mr. Franken en mr. Visser stelden dat niemand de Haagse verpleegkundige ooit heeft kunnen betrappen op het geven van overdoses medicijnen aan de haar toevertrouwde patiënten in de vier Haagse ziekenhuizen waar ze tussen 1997 en 2001 werkte. Ook ander 'hard' bewijs voor Lucy de B.'s 'moorddadige optreden' zou ontbreken, aldus de verdediging die het proces kenmerkte 'als een strijd tussen feiten enerzijds en suggesties anderzijds'. "Een feit is dat na ieder overlijden dat onze cliënt ten laste wordt gelegd, een verklaring van natuurlijke dood is opgesteld én getekend. De arts gaf daarmee te kennen dat de patiënt op natuurlijke wijze is gestorven", aldus mr. Franken.
Na het onverwachte overlijden van de halfjaar oude baby Amber Zuiderwijk tijdens de nachtdienst van Lucy de B. in het Juliana Kinder Ziekenhuis (JKZ) op 4 september 2001 kwamen veel 'feiten' echter plotsklaps op losse schroeven te staan. De ziekenhuisleiding vertrouwde de doodsoorzaak van Amber niet en wees met de beschuldigende vinger naar Lucy de B. Tevens rees het vermoeden dat de verpleegkundige, die toen op non-actief werd gesteld, wellicht eerder in de fout was gegaan. Daarop begon justitie 'een zoektocht terug' aan de hand van medische dossiers en de getuigenissen van oud-collega's.
Volgens mr. Franken is justitie tijdens die zoektocht feitelijk niets wijzer geworden. "Hoe graag het Openbaar Ministerie (OM) dat ook zou willen, het onderzoek heeft niet geresulteerd in onmiskenbare gegevens die erop wijzen dat Lucy de B. met opzet of voorbedachten rade heeft gehandeld. Het zijn allemaal suggesties." Het 'bewijs' dat de Haagse rechtbank vorig jaar aanzette tot een levenslange veroordeling van De B. is volgens mr. Franken flinterdun.

Snel klaar

"Als Lucy de B. vandaag voor één zaak terecht zou staan, zouden we snel klaar zijn", aldus de strafpleiter. Alle zaken op één hoop geschoven, vormen echter een flinke belastende berg. Volgens mr. Franken heeft het OM er alles aan gedaan om de strijd tussen feiten en suggesties te beslechten met behulp van het zogenoemde 'schakelbewijs', waarbij de ene zaak als kapstok voor de volgende moet dienen. De verdediging van Lucy de B. deed gisteren dan ook alle mogelijk moeite om het schakelbewijs van tafel te krijgen.
Mr. Franken hekelde tevens 'het omdraaien van de rollen' waar het OM duidelijk op uit zou zijn geweest. "De verdachte moet in de ogen van het OM maar aantonen dat ze het níet heeft gedaan, maar zo werkt ons rechtssysteem niet. Onverklaarbaar (de onverklaarbare dood van de patiënten van De B. – red.) is volgens de logica van het OM strafbaar. Onze logica is niet de logica van het OM. In elk ziekenhuis overlijden patiënten onverwacht. En in elk ziekenhuis kan niet elk overlijdensgeval worden verklaard. Ook niet na een lijkschouwing."

Visser en Franken wijdden een groot deel van hun pleidooi aan het ontkrachten van de ten laste gelegde feiten aan de hand van eindeloos veel details.
De verdediging maakte daarnaast korte metten met de conclusie van statisticus Elffers. Die berekende dat het nauwelijks toeval kan zijn dat veel patiënten van De B. overleden juist op de momenten dat de verpleegkundige dienst had. Bij gebrek aan 'hard' bewijs waren de bevindingen van Elffers vorig jaar een extra reden voor de rechtbank om de verpleegkundige schuldig te verklaren.
Mr. Franken en mr. Visser wierpen gisteren tegen dat Elffers bij het opstellen van zijn rapport zeer selectief te werk is gegaan. Zo zou Elffers ook dodelijke incidenten bij zijn berekeningen hebben betrokken die plaatshadden ná Lucy de B.'s diensttijd. Franken vond dit wetenschappelijk onaanvaardbaar. "Elffers heeft een grove versimpeling van de realiteit gemaakt. Diensttijd is diensttijd. Als we de grenzen gaan oprekken dan verwordt de kansberekening tot een tombola."

Het gerechtshof doet 18 juni uitspraak.

OM eist levenslang tegen Lucia de B.

DEN HAAG, 19 MEI. Het openbaar ministerie in Den Haag heeft gisteren in hoger beroep levenslang geëist tegen verpleegster Lucia de B. wegens moord op zeven patiënten en pogingen tot moord op drie patiënten.

Deze straf is nodig omdat een tijdelijke straf de samenleving in dit ,,uitzonderlijke geval'' onvoldoende bescherming biedt tegen de verdachte, betoogde het OM. De advocaten-generaal C. Strack en G. Haverkate rekenden het hof voor dat De B. bij een gevangenisstraf van twintig jaar in april 2014 ,,onbehandeld en recidivegevaarlijk'' op vrije voeten zou komen.

,,Vergelding is zeker een aspect dat bij de bestraffing mag meewegen'', stelde het OM, dat het handelen van De B. omschreef als geraffineerd en planmatig. Maar de levenslange straf is ook nodig omdat het opleggen van tbs volgens het OM onmogelijk is. Dat is het resultaat van het rapport van het Pieter Baan Centrum, dat De B. volledig toerekeningsvatbaar heeft verklaard. Het OM noemt dit rapport ,,onbruikbaar'' wegens onjuiste uitgangspunten en werkwijze.

De B. stond de afgelopen maanden in hoger beroep terecht voor dertien moorden en vijf pogingen tot moord op patiënten tussen 1997 en 2001, toen zij in vier ziekenhuizen in en rond Den Haag werkte. In alle gevallen ging het om zeer jonge of juist oude patiënten. De rechtbank had De B. eerder wegens vier moorden en drie pogingen daartoe al tot levenslang veroordeeld. Het OM vroeg gisteren vrijspraak voor zes moorden en twee pogingen tot moord, waaronder één moord die de rechtbank bewezen had verklaard. Tijdens het hoger beroep bleek dat echter om een persoonsverwisseling te gaan. In de overige gevallen was er volgens het OM te veel twijfel over de onnatuurlijkheid en onverklaarbaarheid van de dood om moord bewezen te achten.

Centraal in het betoog van de advocaten-generaal stond de samenhang tussen alle verschillende zaken. Zijn de zaken op individuele basis misschien ,,gedoemd elk in een krappe vrijspraak te eindigen'', in samenhang bezien zouden zij volgens het OM tot een veroordeling moeten leiden. Een belangrijke rol daarbij speelt het statistische rapport dat in opdracht van het OM is opgesteld, en dat de aanwezigheid van De B. tijdens zoveel incidenten ,,niet met het toeval verenigbaar'' noemt.

Het OM legde de nadruk op dit ,,kettingbewijs'' omdat er weinig direct bewijs tegen De B. is. Er zijn geen getuigen, in een deel van de gevallen is onduidelijk hoe en waaraan de patiënt (bijna) overleed, en De B. ontkent.

19 mei 2004

Artikel uit Haagsche Courant van 26-05-2004

PROCES | LUCY DE B.
Advocaten pleiten verpleegkundige vrij

door Leo Roggeveen

DEN HAAG | De advocaten van Lucy de B. (42) hebben haar dinsdag in hoger beroep vrijgepleit van de dertien moorden en vijf moordpogingen die haar ten laste zijn gelegd. Er is geen hard bewijs, vinden ze.

Mr. Franken en mr. Visser stelden dat niemand de Haagse verpleegkundige ooit heeft kunnen betrappen op het geven van overdoses medicijnen aan de haar toevertrouwde patiënten in de vier Haagse ziekenhuizen waar ze tussen 1997 en 2001 werkte. Ook ander 'hard' bewijs voor Lucy de B.'s 'moorddadige optreden' zou ontbreken, aldus de verdediging die het proces kenmerkte 'als een strijd tussen feiten enerzijds en suggesties anderzijds'. "Een feit is dat na ieder overlijden dat onze cliënt ten laste wordt gelegd, een verklaring van natuurlijke dood is opgesteld én getekend. De arts gaf daarmee te kennen dat de patiënt op natuurlijke wijze is gestorven", aldus mr. Franken.
Na het onverwachte overlijden van de halfjaar oude baby Amber Zuiderwijk tijdens de nachtdienst van Lucy de B. in het Juliana Kinder Ziekenhuis (JKZ) op 4 september 2001 kwamen veel 'feiten' echter plotsklaps op losse schroeven te staan. De ziekenhuisleiding vertrouwde de doodsoorzaak van Amber niet en wees met de beschuldigende vinger naar Lucy de B. Tevens rees het vermoeden dat de verpleegkundige, die toen op non-actief werd gesteld, wellicht eerder in de fout was gegaan. Daarop begon justitie 'een zoektocht terug' aan de hand van medische dossiers en de getuigenissen van oud-collega's.
Volgens mr. Franken is justitie tijdens die zoektocht feitelijk niets wijzer geworden. "Hoe graag het Openbaar Ministerie (OM) dat ook zou willen, het onderzoek heeft niet geresulteerd in onmiskenbare gegevens die erop wijzen dat Lucy de B. met opzet of voorbedachten rade heeft gehandeld. Het zijn allemaal suggesties." Het 'bewijs' dat de Haagse rechtbank vorig jaar aanzette tot een levenslange veroordeling van De B. is volgens mr. Franken flinterdun.

Snel klaar

"Als Lucy de B. vandaag voor één zaak terecht zou staan, zouden we snel klaar zijn", aldus de strafpleiter. Alle zaken op één hoop geschoven, vormen echter een flinke belastende berg. Volgens mr. Franken heeft het OM er alles aan gedaan om de strijd tussen feiten en suggesties te beslechten met behulp van het zogenoemde 'schakelbewijs', waarbij de ene zaak als kapstok voor de volgende moet dienen. De verdediging van Lucy de B. deed gisteren dan ook alle mogelijk moeite om het schakelbewijs van tafel te krijgen.
Mr. Franken hekelde tevens 'het omdraaien van de rollen' waar het OM duidelijk op uit zou zijn geweest. "De verdachte moet in de ogen van het OM maar aantonen dat ze het níet heeft gedaan, maar zo werkt ons rechtssysteem niet. Onverklaarbaar (de onverklaarbare dood van de patiënten van De B. – red.) is volgens de logica van het OM strafbaar. Onze logica is niet de logica van het OM. In elk ziekenhuis overlijden patiënten onverwacht. En in elk ziekenhuis kan niet elk overlijdensgeval worden verklaard. Ook niet na een lijkschouwing."

Visser en Franken wijdden een groot deel van hun pleidooi aan het ontkrachten van de ten laste gelegde feiten aan de hand van eindeloos veel details.
De verdediging maakte daarnaast korte metten met de conclusie van statisticus Elffers. Die berekende dat het nauwelijks toeval kan zijn dat veel patiënten van De B. overleden juist op de momenten dat de verpleegkundige dienst had. Bij gebrek aan 'hard' bewijs waren de bevindingen van Elffers vorig jaar een extra reden voor de rechtbank om de verpleegkundige schuldig te verklaren.
Mr. Franken en mr. Visser wierpen gisteren tegen dat Elffers bij het opstellen van zijn rapport zeer selectief te werk is gegaan. Zo zou Elffers ook dodelijke incidenten bij zijn berekeningen hebben betrokken die plaatshadden ná Lucy de B.'s diensttijd. Franken vond dit wetenschappelijk onaanvaardbaar. "Elffers heeft een grove versimpeling van de realiteit gemaakt. Diensttijd is diensttijd. Als we de grenzen gaan oprekken dan verwordt de kansberekening tot een tombola."

Het gerechtshof doet 18 juni uitspraak.

Artikel uit Haagsche Courant van 26-05-2004

PROCES | LUCY DE B.
'Amber overleden aan een overdosis'

door Leo Roggeveen

DEN HAAG | De advocaten van de Haagse verpleegkundige Lucy de B. gaan er, net als het Openbaar Ministerie, van uit dat Amber Zuiderwijk in de nacht van 3 op 4 september 2001 een overdosis digoxine heeft toegediend gekregen en daaraan enkele uren later is overleden.

De gehandicapte Amber Zuiderwijk was op het moment van overlijden een half jaar oud en stond op het punt ontslagen te worden uit het Haagse Juliana Kinderziekenhuis. Het OM is ervan overtuigd dat Amber door Lucy de B. is vermoord met behulp van digoxine, een medicijn dat wordt gebruikt bij hartritmestoornissen.
De advocaten mr. Visser en mr. Franken hebben zich tot gisteren nooit willen uitspreken over de dood van Amber. Gisteren erkende de verdediging dat de laatste patiënt van hun cliënte 'is overleden als gevolg van een intoxicatie met digoxine'. Visser en Franken haastten zich eraan toe te voegen dat ze Lucy de B. onschuldig achten aan het bewust toedienen van de giftige stof. "Natuurlijk heeft Lucy de schijn tegen. Zij was die nacht de verantwoordelijke verpleegkundige voor Amber. Zij was die dienst ook veelvuldig op haar kamer. Maar is er meer dan een gevóel dat zij het heeft gedaan?"
De verdediging wilde niet speculeren over een mogelijke andere dader. "Wij beschuldigen niemand. Maar we willen wel duidelijk maken dat Lucy niet voortdurend bij Amber is geweest. Er is niemand die heeft verklaard dat hij of zij heeft gezien dat Lucy het heeft gedaan. Er is niets gevonden dat daar op wijst. Er is alleen een gevoel dat zij het wel moet hebben gedaan."
Visser en Franken wilden niet uitsluiten dat hun cliënte Amber 'per ongeluk' digoxine heeft toegediend. "Er kan immers sprake zijn geweest van een domme fout. Er is echter geen bewijs voor voorbedachten rade of opzet."
Na de dood van Amber Zuiderwijk is justitie een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar Lucy de B. In december 2001 werd de Haagse verpleegkundige opgepakt op verdenking van het vermoorden van dertien zeer jonge en oudere patiënten in de vier Haagse ziekenhuizen waar ze tussen 1997 en 2001 werkte.

vrijdag 4 juni 2004 uur.

Lucia herhaalt onschuld

DEN HAAG - Een geëmotioneerde Lucia de B. heeft vrijdag de nabestaanden toegesproken van de ziekenhuispatiënten die zij volgens justitie zou hebben vermoord. Ze sprak daarbij vooral de ouders van de gestorven kleine kinderen aan. 'De pijn van de nabestaanden is vele malen groter dan de pijn die ik voel, omdat ik nooit meer verpleegkundige kan zijn. Ik hoop dat ze me geloven als ik zeg dat ik die pijn niet heb veroorzaakt

Het Openbaar Ministerie (OM) is ervan overtuigd dat verpleegkundige Lucia tussen 1997 en 2001 in vier Haagse ziekenhuizen ernstig zieke patiënten heeft gedood. Ze zou dat hebben gedaan door ze fatale hoeveelheden medicijnen toe te dienen. De slachtoffers zijn volgens het OM kleine kinderen en bejaarden. Het heeft haar dertien moorden en vijf moordpogingen ten laste gelegd. Het OM eiste daarvoor een levenslange gevangenisstraf.

De Haagse verpleegkundige herhaalde verder dat zij onschuldig is. Het maakt haar boos en verdrietig dat mensen denken dat zij mensen zou hebben vermoord. 'Met hart en ziel was ik verpleegkundige', zei ze.

Haar advocaat A. Franken noemde het schokkend dat het OM heeft gezegd dat de zaak-Lucia goed is om de grenzen op te zoeken van wat er mogelijk is met bewijs. Het gaat dan om zogenoemd schakelbewijs, waarbij bijvoorbeeld bewijs over het ene sterfgeval ook als bewijs voor een ander incident kan worden gebruikt. Het OM wil zo aantonen dat Lucia een bepaalde manier van werken had die ze bij meerdere slachtoffers toepaste. De rechter bepaalt of hij gebruik maakt van schakelbewijs.

Er staat volgens Franken te veel op het spel voor Lucia om te experimenteren. Als het OM wil dat ze haar leven lang achter tralies verdwijnt, moet het met meer komen dan een oproep tot experimenteren, aldus de raadsman.

Uitspraak 18 juni.

 

Artikel uit Haagsche Courant van 05-06-2004

PROCES | LUCY DE B.
'Ik heb pijn nabestaanden niet veroorzaakt'

door Leo Roggeveen

DEN HAAG | "Ik ben feitelijk van het begin af aan veroordeeld door de pers. Zonder de feiten te kennen hebben de media mij de vreselijkste dingen in de schoenen geschoven. De pers heeft mij heel veel pijn gedaan.". Lucy de B. (42) draaide er tijdens het laatste woord dat haar werd gegund door het Haagse gerechtshof niet omheen. De verpleegkundige, verdacht van het vermoorden van minstens dertien patiënten tussen 1997 en 2001 in vier Haagse ziekenhuizen, herhaalde nogmaals dat ze slachtoffer dreigt te worden van roddel en valse beschuldigingen.

De Haagse, die vorig jaar tot levenslang werd veroordeeld door de rechtbank maar daartegen in hoger beroep ging, bekende 'vaak te hebben willen gillen en huilen van boosheid' tijdens de zittingen van het hof. "Alleen al het idee dat ik mensen, kinderen ook, zou hebben vermoord, is te gek voor woorden. Het was altijd mijn droom verpleegster te worden; mensen te helpen. Die droom is ruw verstoord. Ook als ik word vrijgesproken, kan ik nooit meer mijn beroep uitoefenen." Om te benadrukken hoe begaan ze altijd is geweest met haar patiënten betuigde De B. haar medeleven aan de nabestaanden van de patiënten die ze met overdoses medicijnen om het leven zou hebben gebracht. "De pijn van de nabestaanden is vele malen groter dan de pijn die ik voel. Ik hoop dat ze me geloven als ik zeg dat ik die pijn niet heb veroorzaakt."

Lucy de B.'s advocaten, mr. Franken en mr. Visser, zetten op de laatste zittingsdag van het monsterproces – dat 28 januari begon – de puntjes op de i. Met name de berekeningen van statisticus Elffers – die erg in het nadeel van Lucy de B. zijn – en het 'schakelbewijs' moesten het ontgelden.

Mr. Franken wees het hof er nogmaals op dat de statisticus 'onjuiste gegevens heeft gebruikt'. "Hij heeft reanimaties bij zijn berekeningen betrokken die dat niet waren. Als data niet kloppen, hoef je niet naar de analyse te kijken. Elffers conclusies kunnen niet waar zijn." Echt fel werd de strafpleiter toen hij het schakelbewijs ter sprake bracht. Daarbij wordt een juridisch sterke zaak gebruikt als kapstok én locomotief voor minder sterke zaken. Omdat schakelbewijs niet zo vaak is toegepast in het strafrecht, pleitte het Openbaar Ministerie ervoor 'de grenzen hiervan op te zoeken.' Mr. Franken zei 'geschokt' te zijn: "In dit geval zou van een juridisch experiment geen sprake mogen zijn. Tegen mijn cliënt heeft datzelfde OM levenslang geëist."

Het gerechtshof doet vrijdag 18 juni uitspraak.

vrijdag 18 juni 2004 uur anp

Levenslang en tbs voor Lucia de B.

DEN HAAG - De Haagse verpleegkundige Lucia de B. is vrijdagmiddag door het gerechtshof in Den Haag veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. De 42-jarige vrouw is verantwoordelijk voor zeven moorden en drie moordpogingen, aldus het hof

Het heeft ook tbs opgelegd, omdat 'een levenslange gevangenisstraf, gezien de mogelijkheid dat De B. na eventuele gratie onbehandeld weer in de samenleving terugkeert, onvoldoende waarborgen biedt', zo oordeelde het hof. Het Openbaar Ministerie (OM) had levenslang geëist voor zeven moorden.

De rechtbank legde De B. vorig jaar een levenslange celstraf op, voor vier moorden. Die straf acht het hof op zichzelf terecht, uit oogpunt van vergelding en tot effening van de schade die De B. de samenleving en de nabestaanden van de slachtoffers heeft toegebracht.

De kans dat De B. ooit nog eens zou toeslaan, moet echter tot een minimum beperkt worden, vindt het hof. Zij mag in geen geval onbehandeld in de samenleving terugkeren. Daarom houdt het hof zelfs rekening met de zeer kleine kans dat ze ooit gratie zou krijgen.

Volgens deskundigen van de justitiele observatiekliniek Pieter Baan Centrum is Lucia de B. volledig toerekeningsvatbaar. Weliswaar hebben zij een persoonlijkheidsstoornis bij de vrouw geconstateerd, maar dat bood onvoldoende basis voor een advies tot tbs.

Bovendien heeft De B. stelselmatig ontkend dat zij de hand heeft gehad in de dood van een van de patienten. De gedragskundigen zijn er mede daardoor niet in geslaagd diepgaand in de persoonlijkheid van de vrouw door te dringen.

De B. verliet de zaal tijdens het voorlezen van het arrest. De B. stond op en gaf te kennen de zaal te willen verlaten. 'Ik hoef dit niet te horen, ik heb dit niet gedaan', zei zij huilend.

De B. heeft de misdrijven begaan op patiënten van verschillende Haagse ziekenhuizen waar ze tussen 1997 en 2001 werkte. Het hof verklaarde bewezen dat De B. vier kinderen in het Haagse Juliana Kinderziekenhuis heeft vermoord en driemaal daar een poging toe heeft gedaan. De kinderen waren 0 tot 6 jaar oud. De moord op drie bejaarden, in het Rode Kruis Ziekenhuis en het Leyenburgziekenhuis, eveneens in Den Haag, acht het hof ook bewezen.

Volgens het college is De B. 'uiterst geraffineerd, planmatig, meedogenloos en vastbesloten' te werk gegaan. Ze koos opzettelijk ernstig zieken, wier levensverwachting betrekkelijk gering was.

Daardoor zou een plotselinge dood minder opvallen. Het hof sluit zelfs niet uit dat De B. met opzet de verpleging is ingegaan, om aldus te kunnen toegeven aan haar morbide neigingen.

Het hof heeft het niet over statistiek gehad, terwijl daar tijdens de zittingen veel over is gediscussieerd. Een van de statistici die het hof raadpleegde stelde dat de kans miniem was (1 op 342 miljoen) dat een verpleegkundige zoveel incidenten meemaakt als Lucia. De rechtbank gebruikte deze cijfers als ondersteuning van haar overtuiging van De B.'s schuld.

Er was genoeg bewijs zonder de statistiek, vindt het hof. De overlijdensgevallen en reanimaties gebeurden in een korte periode van ongeveer een jaar. De gebeurtenissen waren zeer plotseling en medisch onverklaarbaar en steeds was Lucia erbij aanwezig. De B. heeft verder allerlei handelingen verricht die zeer verdacht zijn en ze heeft tegenstrijdige verklaringen afgelegd en gelogen.

Twee zaken sprongen er voor het college van rechters uit; daar was het bewijs volgens hen overduidelijk. Een van die zaken was het overlijden van een zes maanden oude baby, waarmee de zaak-Lucia in september 2001 aan het rollen kwam.

Omdat het hof een duidelijk patroon ziet in de reeks incidenten - Lucia zou steeds op dezelfde manier te werk zijn gegaan - dienen de twee sterke zaken als voorbeeld voor anderen, waar het bewijs minder sterk is. Zo heeft het hof toch de tien misdaden bewezen verklaard.

Lucia de B. krijgt in hoger beroep levenslang

Door een onzer redacteuren

DEN HAAG, 19 JUNI. Het gerechtshof in Den Haag heeft verpleegster Lucia de B. een levenslange gevangenisstraf met daarop aansluitend tbs met dwangverpleging opgelegd voor de moord op zeven patiënten en drie moordpogingen.

Volgens het hof, dat gisteren in hoger beroep uitspraak deed, is levenslang weliswaar een adequate vergelding voor haar daden ,,van een in Nederland voor schier onmogelijk gehouden omvang en uitzonderlijke ernst'', maar biedt deze straf een ontoereikende bescherming voor de maatschappij. Daarom legde het hof gisteren ook TBS met dwangverpleging aan De B. op. Volgens de persraadsheer van het hof ,,een uiterst ongebruikelijke combinatie''.

Lucia de B. maakte de strafoplegging niet persoonlijk mee. Nadat het hof de eerste schuldigverklaring had voorgelezen verliet zij huilend de rechtszaal.

Lucia de B. was vorig jaar maart door de rechtbank al tot levenslang veroordeeld voor de moord op vier patiënten en drie moordpogingen op patiënten. Zij was beschuldigd van dertien moorden en vijf moordpogingen tussen 1997 en 2001, toen zij in vier ziekenhuizen in en rond Den Haag werkte. Zowel de verdediging als het Openbaar Ministerie (OM) waren tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gegaan.

Het hof, dat een samenvatting van het 207 pagina's tellende arrest voorlas, omschreef het handelen van De B. als ,,meedogenloos, geraffineerd en planmatig''. Volgens het hof had zij bewust ernstig zieke, zeer jonge of oude, weerloze patiënten uitgekozen om het risico te verkleinen dat iemand ,,haar snode plannen'' zou ontdekken.

Het hof zei niet uit te sluiten dat Lucia de B. het beroep van verpleegster bewust had gekozen om aan haar ,,vreemde dwangmatige drang ernstige zieke patiënten om het leven te brengen'' toe te geven.

In tegenstelling tot de rechtbank maakte het hof in haar argumentatie geen gebruik van statistiek waaruit zou blijken dat de aanwezigheid van De B. bij de incidenten geen toeval kon zijn. Wel hechtte het hof veel belang aan het feit dat incidenten in het Juliana Kinderziekenhuis allemaal binnen korte tijd plaatsvonden en op gewone (dus geen intensive care) afdelingen. Ook een patroon van ,,buitengewoon suspect'' handelen van De B. heeft bijgedragen aan de overtuiging van het hof.

Het hof maakte expliciet gebruik van het zogenoemde schakelbewijs: als tenminste één zaak als bewezen wordt beschouwd, kan dat als bewijs dienen in andere zaken. Daarmee verwierp het hof het pleidooi van de verdediging, die had betoogd dat schakelbewijs in het geval van haar cliënt niet toepasbaar was.

Het OM, dat levenslang had geëist, was ,,heel erg tevreden'' met de uitspraak. De verdediging wilde niet op het vonnis reageren.

Waarom ze moordde, blijft onduidelijk
19 JUNI 2004

Door Derk Stokmans

Zeven keer lukte het Lucia de B. een patiënt te vermoorden, zo concludeerde het gerechtshof. De ,,meedogenloze'' verpleegster kreeg weer levenslang.

DEN HAAG, 19 JUNI. Als halverwege de zitting van het gerechtshof in Den Haag duidelijk wordt dat het hof Lucia De B. schuldig zal bevinden aan de moord op de zes maanden oude baby Amber Zuiderwijk, grijpt de verpleegster, die tot dan bewegingsloos op haar bankje heeft gezeten, naar haar hoofd. Hoofdschuddend luistert ze terwijl raadsheer Van Dijk uit het arrest voorleest. Opeens springt ze naar haar microfoon. Ze barst in huilen uit. ,,Ik vind het goed zo, ik hoef dit niet meer te horen, ik heb het niet gedaan!'' Terwijl de voorzitter van het Hof gebaart dat de camera's uitgezet moeten worden, stormt De B. de volle rechtszaal uit. Ze zal er niet meer terugkomen.

Onverstoorbaar leest Van Dijk verder, haar toon is scherp en hard. ,,Het is wrang dat de verdachte volgens de verdediging voor het leven van Amber heeft gevochten. Dat is niet juist. Amber heeft zélf gevochten, en dat gevecht heeft ze bijna gewonnen, maar haar leven is door verdachte in de kiem gesmoord.''

De Haagse verpleegster Lucia de B. stond de afgelopen zes maanden in Den Haag in hoger beroep terecht wegens de moord op dertien patiënten en moordpogingen op vijf patiënten. Door de rechtbank in Den Haag was zij eerder al tot levenslang veroordeeld voor de moord op vier patiënten en drie moordpogingen op patiënten. Zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging gingen tegen deze uitspraak in hoger beroep.

Maar het hof gaat verder dan de rechtbank. Zeven keer lukt het De B. een patiënt te vermoorden, concludeert het hof. Drie pogingen mislukken. Een van die zeven slachtoffers, de zes jaar oude Ahmad Noory, ontsnapt aan een moordpoging, maar sterft een maand later alsnog door Lucia.

Na 26 lange zittingsdagen, waarin het gerechtshof tientallen getuigen en deskundigen uitputtend over de kleinste details van infuuspompen, verpleegkundige rapportages en hartslagmonitoren ondervroeg, en ook Lucia De B. dagenlang over haar herinneringen aan de tand voelde, verloopt de uitspraak in hoger beroep verassend snel. In drie uur tijd schetst het hof een beeld van een leugenachtige en meedogenloze verpleegster, die naar risicoloze manieren zoekt om zonder ontdekking te patiënten te vermoorden. In een voorgelezen samenvatting van het 207 pagina's tellende arrest, dat soms als een medisch college klonk, liet het hof weinig heel van het pleidooi van de verdediging.

De advocaten van De B. hadden betoogd dat er in geen enkel geval, behalve dat van Amber, een niet natuurlijke doodsoorzaak (namelijk een digoxinevergiftiging) aangetoond was. Dus waren er ook geen strafbare feiten gepleegd. En dat hun cliënt daarbij betrokken was had het OM al helemaal niet kunnen aantonen, zo stelden advocaten A. Franken en A. Visser.

Maar volgens het hof was het niet noodzakelijk om van alle slachtoffers de doodsoorzaak (of bij de moordpogingen de oorzaak van hart- of ademstilstand) te achterhalen. Het was voldoende dat de oorzaak van het incident in twee gevallen achterhaald was, niet alleen bij Amber, maar ook bij de moordpoging op Ahmad.

In die twee zaken, waarin het bewijs van het OM het sterkst is, is volgens het hof al een patroon te zien in de omstandigheden rond de incidenten, waar ook de ,,leugenachtige en tegenstrijdige verklaringen'' van De B., en haar soms merkwaardige, onverklaarbare en onbegrijpelijke gedrag onderdeel van uitmaken.

Het was daarom voldoende bewijs, zo stelde het hof, dat er bij de andere incidenten sprake was van plotseling en onverwacht overlijden, het overlijden medisch onverklaarbaar was, alle natuurlijke oorzaken uit te sluiten waren en de incidenten tijdens de diensten van De B. plaatsvonden.

Het hof bracht op die manier expliciet het gebruik van ,,schakelbewijs'' in stelling, door de verdediging in haar pleidooi nog als onbruikbaar betiteld. Die kwalificatie verwees het hof in één zin naar de prullenbak, wat in de rechtszaal een glimlach ontlokte aan de betrokken rechercheurs.

De kritiek van de verdediging op de statistische rapportages van het OM omzeilde het hof door niet één woord aan statistiek te wijden. Het OM had op basis van statistische rapporten nog betoogd dat de aanwezigheid van De B. bij alle incidenten geen toeval kon zijn, en had het hof gevraagd aan deze conclusie ,,een groot gewicht'' toe te kennen. De conclusie was door de verdediging fel bekritiseerd, en ook statistici hadden het oordeel van hun door het OM aangetrokken collega in twijfel getrokken. Wellicht daarom besloot het hof de statistiek, in tegenstelling tot de rechtbank, geheel niet in haar overwegingen mee te nemen.

Waarom Lucia moordde, blijft volstrekt onduidelijk. Hoewel het hof op basis van het rapport van het Pieter Baan Centrum en andere gedragsdeskundigen speculeerde over de drijfveren van de verpleegster, zoals haar behoefte om aan haar gevoelens van almacht toe te geven, of het compenseren van haar ,,diepe zelfhaat'', moesten ook de rechters uiteindelijk toegeven dat ze het gewoon niet wisten. Voor het hof geen geruststellende gedachte: ,,Een ziekelijke stoornis van veel ernstiger aard is niet uit te sluiten.''

Het hof legde daarom naast levenslang, óok TBS met dwangverpleging op, een volgens de woordvoerder van het hof ,,ongebruikelijke combinatie''. Dat had De B. aan zichzelf te danken: volgens het hof had zij haar best gedaan haar beweegredenen voor iedereen verborgen te houden.

Volgens het hof mag zij daarom niet zomaar na het uitzitten van haar straf vrijgelaten worden. Pas nadat haar drang tot moorden zo is behandeld dat ze geen gevaar meer voor de maatschappij oplevert, zou ze eventueel vrij kunnen komen. En zo'n behandeling is alleen mogelijk, werd tijdens eerdere zittingen al duidelijk, als De B. bekent.

wan

Artikel uit Haagsche Courant van 19-06-2004

Lucy de B. komt nooit meer vrij

DEN HAAG | Lucy de B. is in hoger beroep schuldig bevonden aan de moord op zeven patiënten en drie pogingen tot moord in drie Haagse ziekenhuizen. De 42-jarige verpleegkundige werd door het gerechtshof veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf én tbs met dwangverpleging

De rechtbank veroordeelde De B. vorig jaar tot levenslange gevangenisstraf voor het vermoorden van vier patiënten en drie pogingen daartoe. Lucy de B. stelde toen hoger beroep in omdat ze volhield onschuldig te zijn. Het Openbaar Ministerie (OM) ging in appèl omdat ze De B. schuldig achtte aan meer dan vier moorden.
Lucy de B. was zelf niet meer aanwezig in de rechtszaal toen mr. Von Brucken Fock na tweeëneenhalf uur het uiteindelijke vonnis uitsprak. De verdachte verliet de zaal na een half uur op het moment dat ze schuldig werd verklaard aan de moord op Amber Zuiderwijk. De B. stond op en riep huilend en verongelijkt uit: "Ik hoef het niet meer te horen. Ik vind het wel goed zo."

De zes maanden oude Amber Zuiderwijk was het laatste patiëntje van Lucy de B. Het kind stierf op 4 september 2001 tijdens een nachtdienst van De B. aan een overdosis digoxine, een medicijn tegen hartritmestoornissen. De dood van Amber leidde eind 2001 tot een diepgravend onderzoek naar andere, onder verdachte omstandigheden overleden patiënten van de Haagse verpleegster. Uiteindelijk werden De B. dertien moorden en vijf moordpogingen tenlastegelegd. Het hof sprak haar in acht gevallen vrij.

Lucy de B., die door het Pieter Baan Centrum (PBC) volledig toerekeningsvatbaar was verklaard, kreeg toch tbs opgelegd. Mr. Von Brucken Fock maakte duidelijk dat het hof grote moeite heeft met de conclusie van het PBC. Om te voorkomen dat de Haagse na een gratieverzoek onbehandeld zou kunnen terugkeren in de maatschappij, legde hij naast de levenslange celstraf óók tbs op.

Artikel uit Haagsche Courant van 19-06-2004

PROCES | LUCY DE B.
'Ze is een geraffineerde gewetenloze moordenares'

DEN HAAG | De raadsheren van het Haagse gerechtshof waren niet mild voor Lucy de B. De verpleegkundige werd afgeschilderd als een koelbloedige, gewetenloze seriemoordenares aan wie meerdere steekjes los zouden zitten.

Raadsheer mr. Van Dijk stelde emotioneel vast dat de half jaar oude baby Amber Zuiderwijk, die vanaf haar geboorte in het Haagse Juliana Kinder Ziekenhuis (JKZ) had gelegen, de strijd op 4 september 2001 'bijna had gewonnen'. "Amber zou de week daarop uit het ziekenhuis worden ontslagen. Lucy de B. heeft hier op gruwelijke wijze een einde aan gemaakt."

Mr. Van Dijk nam het De B. minstens zo kwalijk dat de verpleegkundige tijdens de reanimatie van Amber haar uiterste best leek te doen om het kind alsnog te redden. "Achteraf kan worden vastgesteld dat ze slechts de schijn probeerde op te houden dat ze heel erg aangedaan was. Het was allemaal theater om zichzelf niet te verraden", aldus de verontwaardigde raadsheer. "Ook tijdens het hoger beroep reageerde de verdachte een paar keer emotioneel als de dood van een patiëntje ter sprake kwam. Het was allemaal berekend."

Het hof achtte bewezen dat De B. naast Amber Zuiderwijk nog drie andere kinderen in het JKZ met overdoses medicijnen om het leven heeft gebracht. Ze werd tevens schuldig bevonden aan drie pogingen tot moord tussen 1997 en 2001 in het JKZ, en het vermoorden van drie ernstig zieke oude patiënten in het Rode Kruis Ziekenhuis en het Ziekenhuis Leyenburg.

Morbide neigingen

Volgens de raadsheren is Lucy de B. 'uiterst geraffineerd, planmatig, meedogenloos en vastbesloten' te werk gegaan als seriemoordenares. Ze zou haar oog uitsluitend op ernstig zieke patiënten, wier levensverwachtingen al gering waren, hebben laten vallen, waardoor een plotselinge dood minder zou opvallen. Het hof wilde zelfs niet uitsluiten dat De B. met opzet de verpleging is ingegaan om aldus te kunnen toegeven aan haar morbide neigingen.

Dat Lucy de B. 'een heel andere kijk op het vak' had dan een doorsnee-verpleegkundige, kan volgens het hof ook uit haar dagboeken worden gedestilleerd. "Als ze het in haar dagboeken heeft over de 'compulsie' (innerlijke drang – red.) waar ze weer aan toegegeven zou hebben op de dag dat een van haar patiënten is gestorven, duidt dat niet op het leggen van tarotkaarten, maar op de vreemde dwangmatige manier om ernstig zieke patiënten om het leven te brengen", aldus raadsheer mr. Fockema Andrea-Hartsuiker.

Ook de aantekening 'mijn grootste geheim gaat mee mijn graf in' en de uitroep 'Ben ik wel geschikt voor dit vak?' waren voor het hof belangrijke bewijzen dat Lucy de B. dingen deed die het daglicht absoluut niet konden verdragen.

In tegenstelling tot de psychiaters van het Pieter Baan Centrum (PBC) is het hof er wel van overtuigd dat de ernstige persoonlijkheidsstoornis waaraan Lucy de B. lijdt – zo zou ze een enorme zelfhaat hebben – van invloed is geweest op haar doen en laten. Volgens het PBC is er geen bewijs dat Lucy de B.'s innerlijke woede en agressie zich naar buiten toe zou hebben gekeerd.

Mr. Von Brucken Fock liet al eerder doorschemeren dat hij die gevolgtrekking te gek voor woorden vond. "Nu zeven moorden bewezen zijn, kan niet langer worden uitgesloten dat haar ziekelijke stoornis van veel ernstiger aard is. Bovendien is het een stoornis met een groot recidive-risico", aldus het hof. "En dat risico blijft groot zolang Lucy de B. niet is behandeld."

Het hof vond een levenslange gevangenisstraf voor Lucy de B. geen voldoende garantie dat ze nooit meer (onbehandeld) op vrije voeten zou komen. "Levenslang is ontoereikend", concludeerde mr. Von Brucken Fock. "De mogelijkheid dat De B. na een eventuele gratie onbehandeld in de samenleving terugkeert, biedt onvoldoende waarborgen."

Artikel uit Haagsche Courant van 25-06-2004

PROCES | LUCY DE B.
Cassatie maakt niet veel kans

door Leo Roggeveen

De levenslange gevangenisstraf én de terbeschikkingstelling (tbs) die de Haagse verpleegkundige Lucy de B. vorige week vrijdag door het gerechtshof kreeg opgelegd voor de moord op zeven patiënten 'ziet er raar uit' en 'wringt ook enigszins'. Toch denken de Leidse strafrechtgeleerde professor mr. Th. de Roos en zijn Amsterdamse collega professor mr. S. Stolwijk dat de Hoge Raad 'best met het vonnis kan leven' mochten de advocaten van Lucy de B. tegen de uitspraak in cassatie gaan bij de Hoge Raad.

Professor Stolwijk is het meest uitgesproken over het unicum in het Nederlandse strafrecht. "Zover ik kan nagaan is er nog nooit iemand veroordeeld tot levenslang én tbs", aldus Stolwijk die er meteen aan toevoegt dat 'het er niet uitziet'. "Alsof Lucy de B. na haar dood alsnog tbs krijgt opgelegd." Stolwijk wil geenszins gezegd hebben dat het ook een onlogische straf is.
"Het hof heeft Lucy de B. weliswaar levenslange gevangenisstraf opgelegd, maar houdt er in het achterhoofd rekening mee dat ze over pakweg 25 jaar gratie aanvraagt en dat haar verzoek ook wordt gehonoreerd. Op die toekomstige beslissing kan het hof geen invloed meer uitoefenen, vandaar het extra slot op de deur in de vorm van tbs. Daarmee wordt voorkomen dat de verpleegkundige onbehandeld in de samenleving terugkeert."

Professor De Roos spreekt van 'een maximale beveiliging'. "Het is het ultieme voorbeeld van een trend die al een tijdje geleden is ingezet; de rechters leggen steeds langere straffen met tbs op."
Ook De Roos toont zich niet geschokt over de 'achtervang' die het hof in het vonnis heeft ingebouwd. "Lucy de B. heeft zich zó afgeschermd en op de vlakte gehouden, terwijl de feiten zó gruwelijk zijn; ik kan me bij levenslang en tbs wel wat voorstellen", aldus De Roos.

PBC

Wat volgens de hoogleraar wél een staartje kan krijgen is de beslissing van het hof om de conclusie van het rapport dat het Pieter Baan centrum (PBC) over Lucy de B. heeft opgesteld, naast zich neer te leggen.
"Het PBC heeft Lucy de B. volkomen toerekeningsvatbaar verklaard. Het hof is het hier helemaal niet mee eens. Alleen, waar baseert het hof zich op? Wellicht op de conclusie in hetzelfde PBC-rapport waarin letterlijk staat dat Lucy de B. aan een ernstige persoonlijkheidsstoornis lijdt en een enorme zelfhaat heeft. Een rechter kan zoiets oppikken en heeft dat ook blijkbaar gedaan."

Normaal gaat een tbs-veroordeelde na het uitzitten van eenderde van zijn of haar 'gewone' straf naar een tbs-inrichting. "Maar wat is eenderde van levenslang?", vraagt professor De Roos zich hardop af.

Collega Stolwijk ontwijkt het antwoord op bovenstaande vraag door de zaak om te draaien. "Waarom zou justitie Lucy de B. niet meteen gaan behandelen? Ik weet dat deze kwestie al jaren speelt en fervente voor- en tegenstanders telt. Ik zou zeggen, het is van tweeën één: Lucy de B. is niet gestoord en verdwijnt voor de rest van haar leven de gevangenis in, of ze is wel gestoord en dan hoort ze in een tbs-kliniek."

Grenzen

Stolwijk heeft zijn laatste zin nog nauwelijks uitgesproken, of hij komt zelf al met een nuancering op de proppen.

"De grenzen tussen gestoord en niet gestoord zijn natuurlijk niet zo scherp te trekken. Het hof beschouwt Lucy de B. duidelijk als een gevaar voor de maatschappij waar ze voor zeer lange tijd uit verbannen dient te worden. Als je haar meteen de psychiatrie instuurt weet je niet wanneer ze vrijkomt. Dat kan veel eerder zijn dan het hof wenselijk acht en dat heeft men tegen elke prijs willen voorkomen."

Maken de advocaten van Lucy de B. dan helemaal geen schijn van kans als ze in cassatie gaan voor hun cliënt?
Professor De Roos ziet één (klein) lichtpuntje. "De Hoge Raad heeft zich ooit gebogen over de vraag of een hele lange gevangenisstraf in combinatie met tbs onmenselijk en dus in strijd met de Europese Mensenrechten zou zijn. De conclusie luidde toen dat hier geen sprake van is. Maar of dit ook geldt voor levenslang en tbs?, ik weet het niet."

Artikel uit Haagsche Courant van 30-06-2004

PROCES | LUCY DE B.
Verpleegkundige in cassatie

door Leo Roggeveen

DEN HAAG | Lucy de B. heeft een cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Dit hebben haar advocaten mr. Franken en mr. Visser dinsdag desgevraagd gemeld.

De B. is het niet eens met de veroordeling van het Haagse gerechtshof dat haar op vrijdag 18 juni in hoger beroep veroordeelde tot een levenslange gevangenisstraf en terbeschikkingstelling, kortweg tbs.

De 42-jarige Haagse verpleegkundige werd door het hof schuldig bevonden aan de moord op zeven patiënten in drie Haagse ziekenhuizen en drie pogingen tot moord. De B. zou de moorden hebben begaan tussen 1997 en 4 september 2001. De advocaten van Lucy de B. willen nog niet zeggen op welke gronden hun client in cassatie is gegaan. "Gisteren hebben we bij de strafgriffie van het gerechtshof een akte op laten maken, waarin is vermeld dat cassatieberoep is ingesteld. Inhoudelijk hoeven de argumenten pas te worden gepresenteerd, zodra de Hoge Raad de stukken van het gerechtshof heeft ontvangen en de procedure aldaar begint", aldus de verklaring van mr. Franken.