We hebben 356 gasten online

Lucia de Berk deel 15b

Gepost in Lucia de Berk

 

Persberichten 30 oktober 2007 t/m 3 november 2007

Je kunt van de rechtsstaat een ruime definitie geven en een enge

Marjolijn Februari in Volkskrant 3 november 2007

Goed nieuws voor iedereen in de zaak van Lucia de B. Alleen al voor Lucia de B. zelf. Haar zaak wordt op last van de commissie Posthumus 11 opnieuw bekeken. Tegelijkertijd is dat goed nieuws voor al die mensen die zich zorgen maakten over de manier waarop het bewijs tegen haar tot stand is gekomen - blijkbaar deelt de commissie hun zorgen. En het is ook goed nieuws voor iedereen die belang hecht aan een fatsoenlijke werking van de rechtsstaat. Want kennelijk doet alles het voorlopig nog

Verpleegkundige Lucia de B. is de zwaarst gestrafte gevangene van Nederland. Dat is verbazingwekkend,omdat het bewijs tegen haar behoorlijk piept en kraakt. Haar zaak begon met de dood van een meisje, dat volgens een deskundige was vergiftigd met digoxine. Vervolgens werd aangenomen dat geen ander dan Lucia de B. die moord kon hebben gepleegd, waarna werd aangenomen dat ze dus ook andere kinderen en volwassenen, die tijdens haar diensturen in het ziekenhuis stierven, wel zou hebben vermoord.

Het is een chaotische zaak geworden, waarin de deskundigen over elkaar heen buitelen en de rechter niet meer goed kan onderscheiden welke deskundige het allerdeskundigst is. Angstaanjagend is vooral dat de toxicoloog die aan het begin van alles stond, pas achteraf twijfels kreeg. Want was het meisje eigenlijk wel vergiftigd? Zo niet, dan zou er ook geen aanleiding zijn geweest om nog meer moorden te veronderstellen. In de tussentijd verklaarden vooraanstaande toxicologen dat het meisje niet vergiftigd kán zijn met digoxine - dus was er voor de verdere verdenkingen inderdaad geen reden.

Een laboratorium in Straatsburg, schreef Het Parool deze week, kwam tot dezelfde conclusie over de digoxine. En dan staat er in Het Parool iets wat ik nog niet wist, en waarvan ik het meest ben geschrokken. De resultaten van dat onderzoek in Straatsburg, schrijft de krant, 'zijn bekend bij het Forensisch Instituut, maar dat verzuimt ze door te sturen naar het OM. Dat gebeurt uiteindelijk twee jaar later, vijf dagen na de veroordeling in hoger beroep'. Je kunt niet anders concluderen dan dat de zaak anders was verlopen, als het Forensisch Instituut die resultaten niet twee jaar lang in een la had laten liggen. In het jongste nummer van het tijdschrift Rechtsfilosofie & Rechtstheorie vraagt de jurist RonaId Janse zich af wat we precies exporteren als we zeggen dat we de rechtsstaat export~ren naar landen die er nog geen een hebben. Er is wereldwijd een miljardenindustrie ontstaan, zegt hij, met ontelbare 'rechtsstaat bevorderende' activiteiten, maar juristen zijn het er onderling helemaal niet over eens wat een rechtsstaat nu eigenlijk is.

Je kunt namelijk een ruime definitie geven en een enge. De ruime definitie omvat meteen ook de democratie en de mensenrechten: wie de rechtsstaat exporteert, levert het hele uitgebreide pakket automatisch mee. Maar de enge definitie ­ het 'smalle', 'dunne', 'formele' begrip - zegt alleen wat een rechtstaat minimaal moet bieden. Dan betekent het niets meer dan 'dat de regels van het recht het gedrag van burgers en overheid beheersen'.

Ik ben zelf een voorstander van deze enge definitie, omdat die helder en overzichtelijk is. Voor Nederland als rechtsstaat betekent het smalle begrip dat niet alleen de Nederlandse burgers, maar ook de Nederlandse overheid zich aan de regels van het recht moet houden. Het betekent verder dat de wetten duidelijk moeten zijn, dat er eerlijke processen worden gevoerd, en meer van dat soort aantrekkelijke accessoires.

In het geval van Lucia de B. moet het gedrag van het Forensisch Instituut, onderdeel van het ministerie van Justitie, dus net zo goed voldoen aan de regels van het recht als het gedrag van de burger Lucia. Ik hoop dan ook dat nu wordt uitgezocht of het instituut inderdaad belangrijke gegevens twee jaar lang heeft laten liggen.

Het gaat in zo'n twijfelachtige zaak niet alleen om de verdachte. Het gaat om de fundamentele waarde van de rechtsstatelijkheid. Een waarde waarover Nederland en alle andere landen in het Westen zo mateloos enthousiast zijn dat ze die onvoorwaardelijk willen exporteren naar de rest van de wereld. Dat is een mooie missie, maar wil die slagen, dan moeten de westerse landen zich natuurlijk zelf op een voorbeeldige manier rechtsstatelijk gedragen. Daar moeten we nu nog meer van doordrongen zijn dan ooit.

In een reportage van de Nederlandse Islamitische Omroep kwam deze week een vertegenwoordiger van de radicaal islamitische beweging Hizb ut-Tabrir aan het woord die het gedrag van het Westen vergeleek met dat van de islamitische wereld. Het Westen mocht dan grote angst voelen voor moslim­fundamentalisme en er rigoureus de de strijd mee zijn aangegaan, maar veroorzaakte het zelf met een onrechtmatige inval in Irak niet ongenadig veel meer leed in de wereld?

Opmerkelijk genoeg had ik een dag eerder de Londense hoogleraar John Gray iets dergelijks horen zeggen. In het Westen, zei Gray, is marteling in­middels gemeengoed geworden. En nog steeds veroordeelt het Westen martelen met grote felheid wanneer het door andere regimes gebeurt, maar voor zichzelf vinden de westerse landen gemakkelijker excuses. Dat is niet erg overtuigend als je probeert de waarde van de rechtsstaat uit te dragen.

De leden van Hizb ut-Tahrir en John Gray zijn om verschillende redenen geen liefhebbers van rechtsstaatbevorderlijke activiteiten. Maar als je dat wel bent, en de meeste westerlingen zijn dat wel, dan is een goed werkend rechtssysteem in eigen huis een onmisbaar uitgangspunt. Om geloofwaardig te zijn in de strijd tegen oprukkend totalitarisme, moeten de westerse overheden zich dus onberispelijk gedragen.

Herziening van het proces tegen Lucia de B. is ook om die reden goed nieuws: we hebben een fatsoenlijke procesgang hard nodig.

Erken dat rechters niet onfeilbaar zijn

Commentaar in Volkskrant 3 november 2007

In de rechtspraak gaat het om waarheidsvinding. Heeft de verdachte het gedaan? Soms lukt het niet de waarheid boven tafel te krijgen. Dan hoort vrijspraak te volgen. Beter een schuldige op straat dan een onschuldige in de cel. Of de waarheid blijkt na het uitspreken van het vonnis toch niet de hele waarheid te zijn. Dan kan het zijn dat er inmiddels iemand in de gevangenis zit die toch onschuldig is. Lucia de B. is misschien zo iemand. Het is niet uitgesloten dat de wegens moord veroordeelde verpleegster al zes jaar ten onrechte vastzit.

Een feilloos rechtsysteem bestaat niet. Dat maakt het extra belangrijk correctiemogelijkheden in te bouwen in het geval sprake is van een gerechtelijke dwaling. Het vertrouwen in de rechtsstaat is de laatste jaren een paar maal op de proef gesteld. In zowel de Puttense moordzaak als de Schiedammer parkmoord bleken ernstige fouten te zijn gemaakt waardoor onschuldigen waren veroordeeld. Over de Deventer moordzaak is het laatste woord nog niet gezegd.

Deze week verscheen een rapport van de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken over de zaak tegen Lucie de B. De conclusie luidt dat sprake is van een opeenvolging van foute aannames en verkeerde beoordelingen. Vanaf het begin was Lucie de B. de enige verdachte met uitsluiting van alternatieve scenario's. De bewijsvoering rammelt en er is op een dubieuze manier met statistieken omgesprongen. De commissie onthoudt zich nadrukkelijk van een oordeel over de schuld van Lucie de B., maar meent dat het onvermijdelijk is dat haar zaak wordt herzien. Hoewel lezing van het rapport nauwelijks een andere conclusie openlaat, is niet zeker dat de Hoge Raad hiertoe ook zal besluiten. Cruciaal is of het hoogste rechtscollege meent dat het onderzoek nieuwe feiten aandraagt of moet worden opgevat als een meningsverschil tussen deskundigen. Zonder een zogenoemd novum is heropening van een strafzaak niet mogelijk.

De evaluatiecommissie is ingesteld na de gerechtelijke dwaling in de Schiedammer moordzaak. Die bracht ernstige tekortkomingen aan het licht in de werkwijze van politie en Openbaar Ministerie. Dat de commissie tot nu toe weinig te doen had, werd ten onrechte uitgelegd als een teken dat er ook geen problemen waren. Zo mogen uit vrees voor een te grote toeloop veroordeelden en hun advocaten zich niet rechtstreeks tot de commissie wenden. De commissie mag op haar beurt geen oordeel vellen over de rechterlijke macht, maar dient zij zich te beperken tot het vooronderzoek. In combinatie met de eis dat sprake moet zijn van een nieuw feit, beperkt dit de mogelijkheid een strafzaak te herzien aanzienlijk. Het zou een goede zaak zijn als deze drempel werd verlaagd.

Een mogelijkheid daartoe is de omvorming van de evaluatiecommissie tot een permanente, voor iedere belanghebbende toegankelijke herzieningscommissie of-raad. Die zou zelfstandig moeten kunnen beslissen of een zaak opnieuw moet worden bekeken. Het ontslaat de rechterlijke macht van de plicht zichzelf te bekritiseren en kan haar behoeden voor het verwijt dat men elkaar de hand boven het hoofd houdt. Bovendien is de Hoge Raad, aan wie die beslissing nu toevalt, slecht uitgerust voor het doen van onderzoek.

Tegenstanders vrezen dat een dergelijke commissie het wantrouwen in de rechtspraak slechts zal voeden. Er kan echter ook een stimulans van uit gaan vonnissen zo goed mogelijk te onderbouwen. Een verruiming van de mogelijkheid tot heropening van rechtszaken, zou ook op gespannen voet staan met het beginsel dat procedures terwille van de rechtszekerheid eindig horen te zijn. Op een gegeven moment is het laatste woord gesproken. Die macht legt op de rechter in hoger beroep een zware verantwoordelijkheid. Dat maakt het niet onfeilbaar. Juist het vertrouwen in de rechtspraak is er mee gebaat dat de mogelijkheid wordt geschapen evident onrecht te herstellen.

Onderzoek naar Lucia de B. / Iedereen is bang voor zijn hachje

Wouter Bax in Trouw 3 november 2007

Het onderzoek naar Lucia de B., de verpleegkundige die levenslang kreeg wegens moord op tien patiënten en poging tot moord op drie anderen, staat onder vuur. De schuldvraag lijkt niet langer Lucia de B. te betreffen, maar meer wie fouten heeft gemaakt in het proces. Iedereen voelt zich aangevallen.

Of de speurders die nu wel of niet hadden, het woord ’tunnelvisie’ zal ze in de zaak tegen Lucia de B. altijd achtervolgen. En dat terwijl de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) het woord deze week zorgvuldig meed.

Lucia de B. zit inmiddels bijna zes jaar in de gevangenis. In maart vorig jaar werd ze getroffen door een hersenbloeding, waardoor ze half verlamd is geraakt. Volgens haar verwanten heeft ze last van depressiviteit en ontleent ze wat schaars levensgeluk aan het verzorgen van plantjes. Maar afgelopen week liet ze via haar advocaat Stijn Franken weten dat ze om haar vrijlating verzoekt. De reden is het advies van de CEAS dat het strafonderzoek mankementen vertoont. ’Alternatieve scenario’s’ zouden onvoldoende zijn onderzocht en er zou te weinig rekening zijn gehouden met het feit dat de vele gehoorde deskundigen sterk met elkaar van mening verschilden over de achtergronden van de sterfgevallen van de baby’s, kleine kinderen en hoogbejaarden die aan Lucia de B. worden toegeschreven.

Sommigen loven de zelfreflectie die het Openbaar Ministerie met dit advies aan de dag legt, want de CEAS is een orgaan onder de vleugels van het OM zelf. Maar volgens anderen illustreert het advies van de CEAS de schier onmogelijke positie waarin het OM zich in deze zaak heeft gewrongen. Rechtspsycholoog Peter van Koppen kan een ironische ondertoon in zijn stem slechts met moeite onderdrukken als hij zegt: „Op zichzelf heeft de CEAS het keurig gedaan. Haar grote valkuil is dat ze het niet over de rechterlijke uitspraak mag hebben. Ze mag zich alleen bemoeien met haar eigen werk en dat van de politie. Daar gaat ze heel elegant mee om.”

Die ’elegantie’ zit ’m volgens hem in de omfloerste, maar daarom niet minder duidelijke boodschap van het advies. „Als je tussen de regels van het advies door leest, vindt de commissie óók dat er een tunnelvisie was, alleen: dat woord komt in het hele rapport niet voor”, zegt Van Koppen. „Ze vermijdt de term, maar duidt er in andere bewoordingen minstens zeven keer op, bijvoorbeeld door te spreken van ’alternatieve scenario’s’ die niet in overweging zijn genomen. Volgens mij heet dat gewoon een tunnelvisie.”

Het OM heeft het dus fout gedaan, en dan in het bijzonder de betreffende officier van justitie. Maar als het onderzoek onvolledig was, zoals wordt gesuggereerd, heeft dan ook advocaat Stijn Franken geen kansen laten liggen? De deskundigen die zich uitspraken over de dood van een van de slachtoffers faalden kennelijk óók, want zij spraken elkaar tegen. Ten slotte lieten ook de rechters zich in de luren leggen, want zij achtten een strafdossier volledig terwijl nu blijkt dat de speurders nog veel meer hadden moeten doen om de waarheid te achterhalen.

Zo bezien lijken mensen gigantische fouten te hebben gemaakt. NRC Handelsblad weet dat zelfs al zeker. „De rechter (was) onvoldoende kritisch en de schuldigverklaring vermoedelijk onjuist”, schreef de krant deze week. Joep Verburg, president van het Haagse gerechtshof, reageerde als door een wesp gestoken. Met een ingezonden brief ging hij donderdag uitvoerig in op de zaak, om te bewijzen dat de rechters bij de veroordeling van Lucia de B. wel degelijk zorgvuldig te werk zijn gegaan.

De actie van Verburg is hoogst uitzonderlijk. Vanouds stelt de rechterlijke macht zich uiterst terughoudend op, beducht als ze is om haar onafhankelijkheid te verliezen. Daar komt bij dat de CEAS uitvoerig heeft benadrukt dat het haar ging om het werk van het OM en de politie, en niét dat van de rechters. Verburg reageerde dus niet op het advies van de CEAS, maar op het artikel dat een journalist daarover had geschreven. Kennelijk voelde hij zich persoonlijk aangesproken.

Volgens de organisatiedeskundige Martin Hetebrij is dat precies het probleem van deze zaak, en overigens ook van andere strafzaken die veel maatschappelijke en politieke aandacht trekken. „De zaak-Lucia de B. is tot in het extreme gepolitiseerd”, zegt Hetebrij. „Het gaat lang niet alleen om de vraag of Lucia de B. schuldig is of niet. Alle partijen trekken zich hun rol ook heel persoonlijk aan. Met de hete adem van de publieke opinie in de nek beperken ze zich niet simpelweg tot hun rol van officier van justitie, advocaat, deskundige of rechter. De suggestie dat het strafproces gebrekkig is verlopen, wekt bij hen de behoefte om zich te verdedigen, om een andere partij de schuld te geven. Terwijl er misschien helemaal geen schuld is.”

De zaak tegen Lucia de B. begon met de indruk dat op de vier ziekenhuisafdelingen waar zij tussen 1997 en 2001 werkte, zich buitengewoon veel sterfgevallen voordeden als zij dienst had. De concrete aanleiding voor haar collega’s om de noodklok te luiden was de dood van de zes maanden oude baby Amber, die een giftige stof had binnengekregen zonder dat artsen iets hadden voorgeschreven wat ook maar bij die stof in de buurt kwam. Eerst was er dus een dader, pas later kwamen er de slachtoffers bij. „Dat is natuurlijk volstrekt onaanvaardbaar”, zegt Peter van Koppen. „Het begon met: ’wij vertrouwen Lucia de B. niet’. Het OM heeft alle informatie die het kreeg vervolgens geïnterpreteerd onder de stelling dat Lucia de B. een moordenaar is. Vervolgens maakte ook het Hof er een potje van: het ging selectief shoppen in de feiten.”

Dan is de vraag waarom het OM dat deed. Volgens Hetebrij is het hoogst onwaarschijnlijk dat de leden van het OM collectief precies dezelfde kant op keken. „Als je dit alleen karakteriseert als een tunnelvisie, doe je deze mensen tekort”, zegt hij. Hij vermoedt dat er binnen het OM meer dan genoeg mensen zijn geweest die andere scenario’s in overweging wilden nemen. Maar naarmate het onderzoek vorderde en het aantal betrokken partijen groeide werd het steeds moeilijker om de koers te wijzigen. „Vergelijk het maar met een project in een bedrijf”, zegt Hetebrij. „Je stopt er miljoenen euro’s en gigantisch veel energie in, en dan blijkt halverwege dat het al die moeite niet waard is. De kans dat het project gewoon doorgaat is dan toch levensgroot, want iedereen is bang om de vinger op de zere plek te leggen. De kans dat je de zwartepiet krijgt toegespeeld is veel te groot.”

Dat bedoelt Hetebrij met ’politiseren’. Het strafproces rond Lucia de B. draait niet alleen meer om het achterhalen van de waarheid, maar ook om de ’politieke’ positie van de mensen die het uitvoeren. In zoverre is hij het met Van Koppen eens. „Er was de hypothese dat zij de schuld heeft. Daarna konden mensen nog wel gaan twijfelen, maar wee degene die het hardop zegt. Die heeft grote kans om de schuld te krijgen. Maar zo bezien kun je niet beweren dat er een tunnelvisie was, wel dat er een verdedigingsmechanisme op gang kwam. Iedereen vreest voor zijn hachje.”

Dat is een echte tragedie, vindt Hetebrij, want de partijen worden gedwongen in een rol die ze helemaal niet willen. Eigenlijk willen ze ’gewoon’ hun werk doen als officier, advocaat, deskundige of rechter. Hoewel, daar valt volgens Van Koppen nog wel wat af te dingen, met name binnen het OM. Daar zijn de hiërarchie en de kadaverdiscipline volgens hem zo ver toegenomen, dat er van de autonomie van de officier van justitie nog maar bitter weinig over is. Formeel mag hij in het strafproces alles doen wat hij persoonlijk nodig vindt, maar, zegt Van Koppen, „in het OM kijkt iedereen nu naar boven. De officier van justitie kijkt naar de hoofdofficier, en die kijkt naar de procureur-generaal, en die kijkt naar de minister van justitie. Zo blijft er van die autonomie niets over.”

Velen binnen het OM lijken bang te zijn geworden om voor eigen rekening beslissingen te nemen, en het CEAS-advies maakt dat er niet gemakkelijker op. De CEAS is deel van het OM. Als officieren publiekelijk door hun eigen organisatie aan de schandpaal kunnen worden genageld, hoe zullen ze ooit nog tot een zelfstandige koers zijn te bewegen? „Hun probleem is”, zegt Hetebrij, „dat ze wel de macht hebben gekregen om zelfstandig op te treden, maar dat ze niet meer de onafhankelijkheid hebben die daarbij nodig is. Overheidsorganisaties zijn daar gevoelig voor. De politiek krijgt eerst greep op de top, en sijpelt dan langzaam door naar beneden.”

Hoe meer partijen er bij zo’n proces zijn betrokken, hoe ingewikkelder het bovendien wordt, zo blijkt ook in de zaak tegen Lucia de B. Deze week kwam er opnieuw een groep mensen bij die zich persoonlijk aangevallen voelde, namelijk zo’n tachtig deskundigen op het gebied van statistiek. Zij vinden het statistische deel van het bewijs niet overtuigend en dienden een petitie in tot herziening van de zaak. „Zij voelen zich als professionals kennelijk aangetast in hun beroepseer en vinden dat de in het onderzoek betrokken statisticus zijn werk niet goed heeft gedaan”, zegt Hetebrij. „Misschien hebben ze daarin inhoudelijk wel gelijk, maar de keerzijde is dat een gevecht in hun beroepsgroep de rechtbank binnenkomt. En de statisticus die de kritiek treft, is nu helemaal kapotgemaakt. Zo krijgt opnieuw iemand de schuld, terwijl hij waarschijnlijk gewoon zijn werk deed.”

Valt er nog wel iets te repareren, nu elke partij in de zaak rond Lucia de B. aangeschoten wild is? Volgens Hetebrij is het nooit te laat. „De procureur-generaal bij de Hoge Raad, die het advies van de CEAS al of niet moet uitvoeren, en staatssecretaris van justitie Nebahat Albayrak, die is verzocht om herziening van de zaak, moeten hun best doen om mensen in te zetten die het spel met stijl kunnen spelen. Geen straatvechters dus, maar mensen die met een zekere rust reageren en zich bewust zijn dat het spel hen niet persoonlijk raakt. Wat erg zou helpen, is ophouden met vragen wie de schuld heeft van de fouten in het strafproces. Dat is lastig, want de gedachte dat er geen schuld is, is voor vele mensen maar moeilijk te verdragen. Kijk maar naar de Schiphol-brand: de vraag over de oorzaak werd overschaduwd door de vraag wie de schuld had.”

Dat klinkt als een pleidooi voor het herstel van de aloude ongenaakbaarheid van het OM, advocaten, deskundigen en rechters. Voordat media, politici en anderen zich ingrijpend met hen gingen bemoeien, konden zij zich zonder veel problemen op hun eigen deel van de zaak concentreren, zonder zich veel gelegen te laten liggen aan wat andere partijen daarvan vonden. Maar een dergelijke ’bastioncultuur’ is volgens Hetebrij voorgoed verleden tijd. „Er is geen ontkomen meer aan”, zegt hij. „Je kunt niet alléén advocaat, officier of rechter meer zijn, je moét je verhouden tot je omgeving en dus leren het politieke spel te spelen.”

Hoe moet het nu verder met de zaak Lucia de B.? Van Koppen, overtuigd van de gebreken in het onderzoek, vreest het ergste. „Ik zie geen novum”, zegt hij, „geen nieuwe feiten die aanleiding geven tot herziening van de zaak. Er is alleen de constatering dat deskundigen het niet met elkaar eens zijn, maar dat vindt de Hoge Raad geen grond.” Strikt genomen zou het OM achterover kunnen leunen, want de veroordeling van Lucia de B. in 2001 hield stand tot in hoger beroep. Maar gezien de grote publieke druk op de zaak kan Van Koppen zich dat niet voorstellen. „Hij neemt vast snel een beslissing.”

Blijft de vraag of het aanzien van de strafrechtspleging schade heeft opgelopen. „Ach, wat is schade”, zegt Van Koppen. „Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat zaken als dit geen barst uitmaken voor het vertrouwen van de burger in de rechterlijke macht. In Nederland is dat vertrouwen namelijk zeer groot. Misschien kun je zeggen dat de nabestaanden nog de meeste schade lijden. Hun is aangepraat dat ze het slachtoffer zijn van een misdaad, terwijl hun geliefden misschien welgewoon een natuurlijke dood zijn gestorven.”

Rest het lot van Lucia de B. Het advies van de CEAS heeft haar nieuwe hoop gegeven, zo blijkt uit haar verzoek tot onmiddellijke vrijlating, maar haar toekomst lijkt af te hangen van méér dan een koele afweging van de feiten. „Het is niet anders”, zegt Hetebrij. „Vrouwe Justitia heeft geen blinddoek meer om.”

Hoogleraren bepleiten heropening zaak-Lucia de B.

Eindhovens Dagblad 2 november 2007

DEN HAAG - Het bewijs tegen Lucia de B. is niet overtuigend. Dat vinden vrijwel alle hoogleraren kansberekening en statistiek in Nederland.

Zij hebben daarom een petitie ondertekend waarin ze pleiten voor onmiddellijke heropening van de strafzaak tegen de Haagse verpleegster.

De petitie wordt vrijdag aangeboden aan staatssecretaris Nebahat Albayrak van Justitie. Daarnaast zal de advocaat van De B. een exemplaar overhandigen aan de procureur-generaal van de Hoge Raad, die zich momenteel buigt over een officieel advies om de zaak te heropenen.

De ondertekenaars van de petitie vinden dat essentiële medische en statistische informatie niet bij de rechters terecht is gekomen. Zij stellen verder dat alle competente statistici die zich in de zaak hebben verdiept, oordelen dat er op basis van de statistiek geen sterke aanwijzingen zijn dat De B. te maken had met de sterfgevallen. Ook kraken zij het gebruik van zogenoemd schakelbewijs, dat ze een verkapte vorm van statistiek noemen.

Gerechtshof duikt niet weg voor Lucia de B.

In het recente rapport over de strafzaak tegen Lucia de B. staan onjuistheden en onvolkomenheden, meent de president van het Haagse gerechtshof Joep Verborg.

Het rapport van de Commissie-Grimbergen over het onderzoek naar het optreden van politie en justitie in de zaak-Lucia de B. doet menigeen tot vlotte conclusies komen. Zo werd al snel gespeculeerd over het vervroegd vrijlaten van Lucia de B.

De opdracht aan de commissie was weg te blijven van het rechterlijk domein. Een onmogelijke opgave. In het artikel 'Gerechtshof wil niet horen van rechterlijke fouten' door Folkert Jensma wordt de geloofwaardigheid van de rechters aan de kaak gesteld (NRC Handels­blad, 30 oktober). Hij stelt onomwonden: "...de rechter [was] onvoldoende kritisch en de schuldigverklaring vermoedelijk onjuist."

Velen lijken al zeker te weten dat Lucia de B. onschuldig is en dat het hier gaat om een ernstige dwaling die het vertrouwen in politie, justitie en rechters ondergraaft. Wie dus kritisch is over het rapport, laadt de verdenking op zich niet te willen dat de onderste steen boven komt. In de rechtspraak staat waarheidvinding voorop. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor het hof en wij ondersteunen daarom het advies tot nader onderzoek in dat licht wil ik enkele kanttekeningen maken.

1. Het hof heeft het statistisch materiaal niet als wettelijk bewijsmiddel gehanteerd. Daarmee is alles wat het rapport daarover zegt bij het nader onderzoek academisch, want niet met de bewijsvoering van het hof te verbinden.

2. Het hof heeft hoegenaamd geen verzoek van verdediging of OM tot het

(opnieuw) horen van een getuige of deskundige van de hand gewezen. Tijdens de regiezitting is nadrukkelijk besloten alles in het openbaar aan de orde te stellen, juist met het oog op de publieke verantwoording. Het arrest waarin de bewijsvoering is neergelegd telt 380 pagina's en verdient als grondig te worden gekwalificeerd. Grondig is overigens niet hetzelfde als juist of feilloos.

3. Grimbergen is kritisch over de selectie van procesdeskundigen. Wat daarvan

zij, het aantal publicaties over digoxine van de nieuwe deskundige prof. Koren

waar het driemanschap zich zonder gepaste nuance op beroept in verband met het veronderstelde novum, levert op zichzelf geen inhoudelijk argument op.

4. Alle deskundigen beschikten bij de behandeling in hoger beroep over de relevante documenten die voorhanden waren. Dat is door de deskundigen tegenover de commissie bevestigd. In het licht van het onderzoek van de commissie naar de juistheid en compleetheid van de beschikbaar gestelde documenten, is het opvallend dat de commissie niet duidelijk maakt wat zij precies heeft voorgelegd en gevraagd aan Koren.

5. Prof. De Wolff is in het proces door de verdediging als deskundige geïntroduceerd. Zijn conclusie dat er sprake was van digoxine-vergiftiging, is door de raadsman ter zitting niet aangevochten. De rechter draagt de verantwoordelijkheid voor de waardering en selectie van het bewijs en verantwoordt zijn keuze. Het getuigt van weinig inzicht dit af te doen als een greep in een grabbelton.

6. Het onderzoek van Koren en zijn groep uit 1989 waarnaar het driemanschap verwijst, is tijdens de laatste zittingsdag bij het gerechtshof, 11 mei 2004, uitdrukkelijk besproken. De procesdeskundigen vonden daarin geen aanleiding hun standpunt te wijzigen.

Tegenover Grimbergen c.s. is De Wolff bij dat standpunt gebleven.

7. Belangrijk is dat duidelijk wordt of De Wolff en Koren het over hetzelfde aspect van het onderzoek hebben. Dát boven tafel krijgen ligt nu terecht op het bord van de PG bij de Hoge Raad. Maar het is vreemd - om niet te zeggen onzorgvuldig - dat in het rapport niet wordt gemeld dat de betekenis van het Koren-onderzoek al door de rechter ter zitting is onderzocht.

Wel wordt door de commissie een ongenuanceerd oordeel ("...onjuist en, in alle eerlijkheid, vrij schokkend...") van hem weergegeven zonder dat de lezer de basis van dat oordeel kan toetsen.

8. De commissie vindt de uitspraak van Koren zo beslissend' dat zij daarop het

ernstige vermoeden baseert dat de rechter, had hij daarvan weet gehad, niet tot een veroordeling zou zijn gekomen. Het is echter nog veel te vroeg om aan de verklaring van Koren, die nog nader onderzocht en gevalideerd moet worden, nu al deze status te geven.

Rechterswerk is mensenwerk binnen vastomlijnde juridische kaders. Het hof is zich ervan bewust dat de waarheid van vonnis of arrest niet altijd zal sporen met de ervaren werkelijkheid. Het is aan de rechter uiteindelijk te beslissen. Dat is onder omstandigheden een zware verantwoordelijkheid die niet per definitie een juiste uitkomst oplevert. Als de twijfels na het slotakkoord van de (hoogste) rechter aanhouden en daarvoor bij nader onderzoek een redelijke basis blijkt te zijn, is er aanleiding de waarheidsvinding te hervatten en het eerdere werk en onderzoek opnieuw te beoordelen.

Joep Verburg is president van het gerechtshof in Den Haag.

Geen nader onderzoek in zaak Lucia de B.

De vraag was: waren er manco's in het onderzoek? Die vraag is nu duidelijk beantwoord

Maarten 't Hart in NRC Handelsblad 31 oktober 2007

Het is goed dat een commissie de gang van zaken bij het proces tegen Lucia de B. veroordeelt, schrijft Maarten 't Hart. Maar nader onderzoek, zoals het OM wil, vindt hij ongewenst. Moet Lucia de B. nog langer zitten?

Na eerste lezing van het eindrapport over de zaak Lucia de B. van de commissie Evaluatie afgesloten strafzaken overheerste bij mij grote tevredenheid. De aanbevelingen om in het vervolg bij het aantrekken der deskundigen zorgvuldiger te werk te gaan, las ik met instemming. Was dat bij deze zaak gebeurt, dan zou men de Nederlandse coryfee op het gebied der mathematische statistiek, prof. W.R van Zwet hebben geraadpleegd in plaats van prof. H. Elffers. Dan zou commotie over de statistiek achterwege zijn gebleven, terwijl nu zelfs in buitenlandse bladen zoals Nature (18 januari 2007) en The Guardian (7 april 2007) schande gesproken is over de statistische bewijsvoering in deze zaak.

In het rapport staat dat bij het aantrekken van deskundigen een criterium zou kunnen zijn "het aantal keren dat een bepaalde deskundige in de wetenschappelijke literatuur wordt geciteerd." Mee eens, maar ik zou daaraan toe willen voegen: kijk ook naar het aantal publicaties dat zo'n deskundige op z'n naam heeft staan.

Prof. F. de Wolff, die blijft volhouden dat er sprake was van digoxinevergiftiging, heeft nooit over digoxine gepubliceerd en wordt ook nimmer in de internationale literatuur als digoxine-expert geciteerd. Prof. Gideon Koren die in het rapport ook als digoxinedeskundige wordt opgevoerd,heeft zestig publicaties over die stof op z'n naam staan, en zijn, voor juist deze zaak zo relevante artikel uit 1989 over postmortem redistributie bij digoxine wordt nog alom geciteerd.

Volkomen terecht dus dat in het rapport diens vernietigende oordeel over het zogenaamde digoxinebewijs wordt geciteerd: "Samenvattend ben ik van mening dat elke poging om de postmortale waarde als bewijs van vergiftiging te interpreteren (bij vergissing of opzettelijk) onjuist en, in alle eerlijkheid vrij schokkend is. Het idee dat een beroepsbeoefenaar van de gezondheidszorg gevangen wordt gezet vanwege zo'n onjuiste interpretatie zou volstrekt onacceptabel zijn."

Alleen al op grond van deze uitspraak van een van de topexperts op het gebied van digoxine dient Lucia de B. onmiddellijk in vrijheid te worden gesteld. Daar kan nog bijgevoegd worden dat de andere digoxine-expert, Dasgupta, zegt dat een digoxinevergiftiging een ridicule conclusie is.

So far, so good. Helaas schuilt er een adder in het commissiegras. De commissie beveelt aan "onderzoek te doen naar sterfgevallen en reanimaties op de afdeling waar mevrouw B. werkzaam is geweest, in de periode voorafgaand aan haar indiensttreding: zaten daar wellicht ook suspecte sterfgevallen of reanimaties bij. Het driemanschap adviseert het college van procureurs-generaal te bezien of dit onderzoek alsnog verricht zou kunnen worden."

In de Nova-uitzending van maandag­avond hebben we kunnen zien dat deze adder, in de persoon van H. Brouwer, zijn kop al uit het gras verhief. "Nader onder­zoek is gewenst", riep hij uit.

Hoezo? Wat hoopt men hiermee te bereiken? Dat men, hangende dat onderzoek, Lucia nog zes jaar lang onschuldig vast kan houden? Als men aantoont dat in de periode voorafgaand aan de indiensttreding van Lucia de B. ook suspecte sterfgevallen waren, wordt het dan waarschijnlijker dat Lucia gemoord heeft? Of wordt dat juist waarschijnlijker alsof er in die voorafgaande periode géén moorden zijn gepleegd? Of hoopt men alsnog een andere moordenaar te vinden? Of zijn opeens alle verpleegkundigen net zo vogelvrij als thans de gezinsvoogden?

De vraag was: waren er serieuze manco's bij het onderzoek die het het hof onmogelijk hebben gemaakt een weloverwogen oordeel te vormen. Die vraag is met een duidelijk ja beantwoord.

Waartoe dan verder onderzoek? Bovendien beschikken we al over het aanvullende Straatsburg-rapport. Of hoopt het OM misschien stiekem bij dat nadere onderzoek alsnog - hoewel ze daar natuurlijk niet naar zochten - op een moord te stuiten die ze Lucia in de schoenen kunnen schuiven?

Sterfgevallen genoeg immers in het Kinder Juliana Ziekenhuis, dus wat let het OM om een blommig sterfgeval, net zoals het dat eerder heeft gedaan, opeens om te toveren in een moord en deze vervolgens te 'bewijzen' met miserabele mathematische statistiek en met getuigenis van zo'n deskundige als De Wolff die op het gebied van digoxine geen enkele internationale publicatie op z'n naam heeft staan?

Eerder al immers heeft het OM bij de herziening van de strafzaak van Louwes ook opeens zo'n konijn uit de hoge hoed getoverd, DNA van Louwes op de bloes van de weduwe (bij welk bewijs ik nog maar eens aanteken, dat fatsoenlijk controleonderzoek ontbreekt, namelijk onderzoek van de kleding van de weduwe bij bezoeken van Louwes in een vroeger stadium). Die onverhoedse overval met vers bewijsmateriaal bij dat herzieningsproces was van een ongeëvenaarde wreedheid. Is men dat hier weer van plan? En worden wij dan weer getrakteerd op het schouwspel van een verdachte die in de rechtszaal op ongehoord brute wijze tegen de grond wordt gewerkt, terwijl de rechter schreeuwt: 'Camera uit'? Mij zou het niet verbazen na het aanhoren van de heer Brouwer op maandagavond.

Mij dunkt: aanvullend onderzoek is overbodig, en gelet op de slechte gezondheidstoestand van Lucia immoreel. Wat dringend gewenst is, is te doen wat de deze commissie aanbeveelt: een veel zorgvuldiger procedure bij het aantrekken van deskundigen. Was de meest vooraanstaande expert op het gebied van digoxine, prof. Koren, als getuige-deskundige opgetreden, dan zou het in deze zaak nimmer tot een veroordeling zijn gekomen.

Lucia de B. neerslachtig en ook beetje optimistisch

Peter de Waard in Volkskrant 31 oktober 2007

AMSTERDAM In Nieuwersluis heeft ze haar tuinproject. Het kweken van plantjes is volgens Lucia de B.’s dochter Fabienne een van de weinige lichtpuntjes in het gevangenisleven van haar moeder.

‘Is ze zwaar depressief? Zo zou ik het niet zeggen. Maar ze kent periodes van neerslachtigheid.’

Nadat ze vorig jaar maart een hersenbloeding heeft gekregen, is ze half verlamd geraakt. Ze kan niet werken. Zelfs bij het aantrekken van haar kleding heeft ze hulp nodig.

Lucia de B. (46) zal op 13 december zes jaar in twee gevangenissen hebben verbleven: eerst in Breda – ‘daar was het relaxed’, zegt haar dochter Fabienne – en later in Nieuwersluis – ‘daar zijn ze heel erg’.

De B. is tot levenslang veroordeeld wegens zevenvoudige moord en drie pogingen tot moord. Als verpleegkundige in Haagse ziekenhuizen zou ze patiënten hebben vergiftigd. Maar uit een maandag gepubliceerd rapport van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken blijkt dat de veroordeling op ondeugdelijke pijlers rust. Hoewel onduidelijk is of Lucia de B. vooruitlopend op een eventuele herziening van het vonnis zal worden vrijgelaten, is ze volgens Fabienne weer een beetje optimistisch.

De B. kreeg haar hersenbloeding in maart 2006, drie dagen nadat een rechter de straf van levenslang bevestigde. ‘Een causaal verband kun je nooit aantonen. Maar na de uitspraak voelde zich ze zich enorm gestrest’, zegt haar raadsman Stijn Franken.

De lichamelijke beperking die het gevolg was van de hersenbloeding, betekende dat ze kon werken noch recreëren. Eerder was ze als kindermoordenaar al geweerd bij activiteiten waarbij moeders van kinderen waren betrokken.

In de vrouwengevangenis in Nieuwersluis zitten veel, vaak buitenlandse drugskoeriers, maar ook Nederlandse vrouwen die zijn veroordeeld wegens partnermoord. De verpleegarts Metta de Noo, die al sinds 2004 campagne voert voor vrijlating van De B., zegt dat vrouwen vaak een strakker regime hebben te verduren in gevangenissen dan mannen. ‘Vrouwen zijn minder intimiderend. Ze krijgen minder gedaan van de leiding’, aldus De Noo.

De echtgenoten van mannelijke gedetineerden zijn veel trouwer. Ze komen vaker op bezoek. Als vrouwen in de gevangenis belanden, laten hun partners hen vaak vallen. ‘Lucia de B. heeft het enorme geluk dat zowel haar dochter en haar huidige echtgenoot als haar ex-man haar steeds hebben gesteund’, aldus De Noo.

Volgens De Noo heeft Lucia de B. ondanks haar beperkingen in de gevangenis een ‘positieve uitstraling. Dat zal te maken hebben met de omslag die ze zelf in haar leven heeft gemaakt. Als voormalig prostituee koos ze voor een carrière in de maatschappelijke zorg.’

‘Kindermoordenaars’ zijn in detentiecentra nogal eens het doelwit van getreiter of zelfs geweld van medegevangenen. Dit gold bijvoorbeeld voor de de Britse vrouwen Angela Cannings, Trupti Patel en Sally Clark die een aantal jaren geleden onschuldig werden veroordeeld wegens kindermoord.

Franken en De Noo trekken vergelijkingen tussen het proces tegen De B. en deze Britse zaken. ‘In al deze zaken hebben slechte statistieken een belangrijke rol gespeeld.’ In het geval van Lucia de B. werden op basis van onjuiste informatie ‘amateuristische’ berekeningen gemaakt. Daaruit werd de conclusie getrokken dat het moord moet zijn geweest, zegt Franken. Het verleden van De B. als prostituee maakte die verdenking nog sterker.

Drie pijlers onder zaak Lucia de B. weggeslagen

De evaluatiecommissie heeft drie pijlers onder de zaak tegen Lucia de B. weggeslagen, aldus haar advocaat. In de eerste plaats is het nu onzeker of 'baby A' is vergiftigd met het hartmedicijn digoxine. 'Elke poging om de hoeveelheid digoxine in het lichaam van baby A. te interpreteren als bewijs van vergiftiging is onjuist en in alle eerlijkheid vrij schokkend', stelt een Canadese deskundige. De vermeende vergiftiging van baby A. is een van de twee sterfgevallen die na toxicologisch onderzoek bewezen werden geacht. Als ze deze moorden had gepleegd, zou ze ook die anderen wel hebben gedood, meenden de rechters. Verder vindt de commissie dat het statistisch materiaal in het strafdossier niet deugd en dat andere scenario's onvoldoende zijn onderzocht.

’Rechterlijke macht ruimt z’n rommel niet op’

JULIA BROOS EN SANDER VAN DER WERFF in Algemeen dagblad 31 oktober 2007

DEN HAAG - Viert Lucia de B. de kerstdagen in de gevangenis of thuis bij haar dochter? Strafrechtdeskundigen vinden dat de Haagse verpleegkundige onmiddellijk moet worden vrijgelaten, in afwachting van het besluit van de Hoge Raad.

Dat het hoogste rechtscollege de zaak daadwerkelijk heropent, staat volgens de experts echter nog niet vast. ,,De Hoge Raad heeft haar ogen wel vaker stijf gesloten voor de maatschappelijke werkelijkheid,’’ zegt Peter van Koppen, hoogleraar rechtspsychologie. Volgens Van Koppen staat het ‘buiten kijf’ dat de zaak moet worden heropend. „De B. is op ondeugdelijke gronden veroordeeld. Ik verwacht dat Harm Brouwer (de baas van het Openbaar Ministerie, red.) staatssecretaris Albayrak van Justitie een dezer dagen zal adviseren haar vrij te laten.’’

Over het verdere verloop van de zaak is Van Koppen minder optimistisch. Voor heropening van een strafzaak door de Hoge Raad is een novum nodig, een nieuw feit dat in een eerder stadium tot vrijspraak had kunnen leiden. De B.’s advocaten brengen onder meer een rapport van een laboratorium uit Straatsburg in, waarin staat dat de dosis digoxine in het lichaam van baby A. niet dodelijk was. Daarmee hopen ze het belangrijkste bewijs tegen De B. van tafel te vegen.

Van Koppen betwijfelt echter of de Hoge Raad dit rapport als novum beschouwt. ,,De Hoge Raad heeft haar ogen wel vaker stijf gesloten voor de maatschappelijke werkelijkheid. Dat deskundigen het niet met elkaar eens zijn wordt bijna nooit als novum geaccepteerd. Wat dat betreft zie ik het somber in voor De B., hoe bizar dat ook klinkt. De rechterlijke macht is uitermate slecht in staat haar eigen rommel op te ruimen.’’

Hans Crombag, emeritus hoogleraar rechtspsychologie, is optimistischer. „Ik verwacht dat de zaak wordt herzien. De Hoge Raad kan daar denk ik niet meer onderuit.’’ Hij hoopt van harte dat De B. in afwachting van het proces op vrije voeten wordt gesteld. Die beslissing ligt in handen van het ministerie van Justitie. Crombag: „Ik zie geen redenen waarom dat niet zou kunnen. Maar ik kan niet voorspellen wat mevrouw Albayrak besluit.’’

Als De B. geen strafonderbreking krijgt, maar uiteindelijk toch wordt vrijgesproken, heeft een aantal mensen wel iets uit te leggen, stelt Crombag. ,,Zij heeft dan nóg langer vastgezeten dan nodig was. Terwijl er nu al grote twijfels bestaan.’’

Tak durft ook niet over een vrijspraak te speculeren. Zelfs een strafonderbreking is volgens hem geen aanwijzing voor een goede afloop. ,,Ik ben wijs geworden door ervaring. In de Deventer-moordzaak bijvoorbeeld werd de verdachte ook uit hechtenis geschorst, maar volgde later toch een veroordeling.”

Als De B. niet op korte termijn wordt vrijgelaten, zal ze - opnieuw - veel geduld moeten opbrengen, verwacht Tak. Hij denkt dat een verzoek tot strafonderbreking dan alleen nog aan de orde komt als de Hoge Raad daadwerkelijk besluit de zaak te heropenen. ,,Maar dat kan nog wel acht maanden duren.’’

Het staat nog helemaal niet vast dat Lucia de B onterecht is veroordeeld

Trouw 31 oktober 2007

Justitiële dwalingen kunnen nooit worden uitgesloten, zei de hoogste chef van het Openbaar ministerie, Harm Brouwer, in een reactie op het advies van een speciale commissie de zaak tegen Lucia de B. te herzien.

Of er in deze zaak is gedwaald wilde hij daarmee niet gezegd hebben. Terecht. De commissie die na grondig onderzoek het OM adviseert de zaak te herzien, laat zich uitdrukkelijk niet uit over de vraag of de verpleegkundige, die tot levenslang is veroordeeld voor zeven moorden en drie pogingen tot moord, terecht of ten onrechte is veroordeeld. De commissie constateert wel fundamentele tekortkomingen in de opsporing en vervolging, als ook in de presentatie van het bewijs, die in haar ogen tot aanvullend onderzoek nopen.

Deze bevindingen komen uiteraard keihard aan bij politie en Openbaar ministerie, maar rechtvaardigen nog niet de conclusie dat er ’broddelwerk’ is geleverd, zoals de presentator van het tv-programma ’Nova’ maandagavond aan Brouwer voorhield. Juist omdat justitiële dwalingen nimmer zijn uit te sluiten, is het goed dat in het strafprocesrecht een mogelijkheid is geschapen tot herziening. Het gaat dan wel ver bij de eerste de beste keer dat zich zo’n novum lijkt aan te dienen, te concluderen dat het OM heeft gefaald en dat Lucia de B. ten onrechte al zes jaar heeft vastgezeten. Deze gevolgtrekkingen slaan er bovendien onvoldoende acht op dat het ook het Openbaar Ministerie om waarheidsvinding is te doen, al dreigt deze notie steeds meer uit het oog te raken.

Daarom ook gaat het voorstel van de SP te ver om een Raad voor de rechtszekerheid in het leven te roepen, die de rechterlijke macht kan dwingen zaken opnieuw te bekijken. Dat lijkt voor de hand te liggen, maar schept een tweede circuit en institutionaliseert als het ware wantrouwen in rechtspraak. Voor dat wantrouwen is, in weerwil van enkele zaken die veel aandacht hebben getrokken, zoals de Schiedammer parkmoord, is geen grond. In elk geval is het verstandig nu af te wachten of de maatregelen die recentelijk zijn getroffen om dwalingen te voorkomen en zonodig recht te zetten, effect sorteren.

Hoewel het trekken van conclusies voorbarig is, lijdt het geen twijfel dat de evaluatiecommissie de zaak tegen Lucia de B. flink aan het wankelen heeft gebracht. Hoewel de commissie zich, net als destijds de rechters, baseert op de mening van een deskundige, is de twijfel over de bewijsvoering zo groot geworden, dat het OM niet meer om een verzoek tot herziening bij de Hoge Raad heen kan.

Een sprankje hoop voor Lucia de B.

Bart Zuidervaart in Trouw 30 oktober 2007

Het strafdossier van Lucia de B. kent ’fundamentele tekortkomingen’. Maar of de Haagse verpleegkundige hierdoor ook vrijkomt, is nog allerminst zeker.

Lucia de B., inmiddels zes jaar gevangen, heeft de minister van justitie gevraagd haar levenslange celstraf te onderbreken. De B. voelt zich gesterkt nu de Commissie Evaluatie afgesloten strafzaken (CEAS) vindt dat de Hoge Raad opnieuw moet kijken naar haar dossier.

Verpleegkundige De B. werd in juli 2004 veroordeeld tot levenslang wegens de moord op zeven ziekenhuispatiënten en drie pogingen daartoe. De slachtoffers overleden tussen 1997 en 2001 in vier ziekenhuizen in Den Haag, op afdelingen waar op dat moment Lucia de B. dienst had.

Justitie kreeg De B. in september 2001 in het vizier, toen in het Juliana Kinderziekenhuis (JZK) baby Amber onder verdachte omstandigheden overleed. Volgens de commissie gingen politie en justitie hier de fout in doordat De B. ’te snel als verdachte – en als enige verdachte – is aangemerkt’. Vervolgens werden alleen de sterfgevallen onderzocht op de afdeling waar De B. werkte en alleen tijdens haar dienstverband. Toen stierven zes patiëntjes. Opvallend genoeg overleden in een gelijke periode daarvoor, toen De B. daar nog niet werkte, zeven mensen. Die sterfgevallen zijn niet onderzocht.

Ook de doodsoorzaak van baby Amber staat volgens de commissie niet vast. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep concludeerde het gerechtshof dat ’onomstotelijk’ vaststaat dat de baby is vergiftigd met digoxine, afgaand op het oordeel van deskundigen. De commissie raadpleegde een internationale digoxine-expert. Volgens deze Canadese toxicoloog valt de vergiftiging van Amber juist niet te bewijzen.

Of het aanvullende onderzoek naar de moorden er komt, ligt aan de procureur-generaal die binnen enkele weken de Hoge Raad zal adviseren over een herziening. Ook bij een positief advies is het te vroeg voor een jubelstemming in het De B.-kamp. Het onderzoek is volgens de commissie ’te beperkt’ geweest en verdient slechts deels aanvullingen.

Volgens De B.’s advocaat is er een andere goede reden haar (tijdelijk) vrij te laten: haar medische toestand is zorgelijk. Ze is vorig jaar getroffen door een hersenbloeding en is sindsdien deels verlamd.

Commissie biedt kleine opening aan Lucia de B.

Trouw 30 oktober 2007

Geen vingerafdrukken, getuigen of DNA-sporen. Wel een dagboek en een vermeende vergiftiging: hoe Lucia de B. Nederlands grootste seriemoordenaar werd.

Wanneer baby Amber begin september 2001 onder vreemde omstandigheden overlijdt op de kinderafdeling van het Juliana Kinderziekenhuis, is de verdachte snel gevonden.

Over verpleegkundige Lucia de B. doen al verhalen de ronde. Ze zou opvallend vaak dienst hebben tijdens sterfgevallen. En ook nu is De B. in de buurt.

De politie besluit de telefoons van twee verpleegkundigen af te luisteren. Bij één stopt het afluisteren spoedig, bij Lucia de B. gaat het door tot 13 december 2001. Op die dag wordt ze gearresteerd op verdenking van moord.

Op aanraden van de ziekenhuisdirecteur onderzoekt justitie ook andere sterfgevallen op de kinderafdeling die plaatshadden tijdens de diensten van De B.. Dat blijken er zes te zijn. Er zijn geen getuigen, geen vingerafdrukken, geen DNA-sporen. Toch wordt De B. ook verdacht van de moord op deze patiëntjes.

De B. blijkt tussen 1997 en 1999 in drie andere ziekenhuizen in Den Haag te hebben gewerkt. Justitie zoekt, met de dood van baby Amber in het achterhoofd, naar opvallende sterfgevallen in die ziekenhuizen. Maar alleen op de afdelingen waar De B. werkzaam was. Het gaat om achttien overleden patiënten.

Justitie treft tijdens een huiszoeking bij De B. ’verdachte spullen’ aan, zoals een boek met de titel: ’In de huid van de seriemoordenaar’ en haar dagboek. Daarin staat, bij 27 november 1997: ’Ik heb weer toegegeven aan mijn compulsie. Maar ik weet dat ik er veel mensen gelukkig mee maak’. Juist op die dag overlijdt een van haar bejaarde patiënten in het Rode Kruis Ziekenhuis. Haar ’compulsie’ behelst het leggen van tarotkaarten, verdedigt De B. zich.

De verpleegkundige krijgt in 2003 levenslang van de Haagse rechtbank wegens moord op vier patiënten en twee pogingen daartoe.

Een jaar later legt het Amsterdamse gerechtshof levenslang én tbs op, een uniek vonnis. Het hof maakt gebruik van het ’schakelbewijs’: er waren zeven vergelijkbare moorden, maar alleen bij baby Amber was er voldoende bewijs van digoxine-vergiftiging. Dat bewijs werd ook gebruikt voor de andere moorden.

Deze veroordeling is in de ogen van Metta de Noo (verpleeghuisarts) en Ton Derksen (emeritus hoogleraar wetenschapsfilosofie) ’een typische rechterlijke dwaling’. Derksen publiceert een boek over de vermeende onschuld van De B. en hij kaart de zaak aan bij de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken (CEAS). Deze commissie is in het leven geroepen na de Schiedammer Parkmoord, waar een dwaling leidde tot een onterechte levenslange veroordeling.

Intussen bekritiseert de Hoge Raad het vonnis van het gerechtshof: levenslang en tbs is niet mogelijk. Daarop trekt het gerechtshof de tbs-oplegging in. De bewijsvoering staat niet ter discussie.

De B. heeft haar laatste hoop gevestigd op de commissie. Na een jaar onderzoek biedt deze een kleine opening voor de verpleegkundige. Het dossier-De B. is onvolledig; aanvullend onderzoek ligt voor de hand.

Rammelend bewijs vergiftiging slaat bodem onder zaak weg

Joep Engels in Trouw 30 oktober 2007

De statistiek rond Lucia de B. rammelde, oordeelt de evaluatiecommissie. Maar het proces moet volgens de commissie over omdat het bewijs van vergiftiging niet deugde.

Er zijn in de zaak tegen Lucia de B. fouten gemaakt, concludeert de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken (CEAS). Sommige fouten zijn, in de hectiek van de zaak, begrijpelijk, andere wellicht zelfs onvermijdelijk. Een deel van de fouten is volgens de commissie van fundamentele aard.

Maar er is één reden – en ook niet meer dan één – waarom de CEAS adviseert om de zaak te herzien: het bewijs dat een baby met digoxine zou zijn vergiftigd, deugde niet. Daarmee valt de bodem onder de zaak tegen De B. weg.

De Haagse verpleegster is in hoger beroep veroordeeld tot levenslang vanwege zeven moorden en drie pogingen tot moord. In slechts één moordzaak, de dood van baby Amber in september 2001, achtte het hof bewezen dat ze een giftige stof, digoxine, had toegediend. Tijdens de rechtszaak betwijfelden deskundigen nog of de aangetoonde concentratie dodelijk kan zijn geweest, maar van die twijfel was in het hoger beroep geen sprake meer.

De commissie heeft een internationale autoriteit op dit gebied opgespoord, de Canadese toxicoloog prof. G. Koren. Op 2 oktober mailt hij de CEAS: „Elke poging om deze waarde als bewijs van vergiftiging te interpreteren is onjuist en, in alle eerlijkheid, vrij schokkend. Het idee dat een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg gevangen wordt gezet vanwege zo’n onjuiste interpretatie zou volstrekt onacceptabel zijn.”

De CEAS laat dit oordeel voor wat het is en concludeert slechts dat de wetenschap het op dit punt niet eens is. En dat betekent volgens de commissieleden dat De B. vrijgesproken had moeten worden van moord op baby Amber.

De andere zaken leken zozeer op deze, dat het volgens het hof ook moorden moesten zijn geweest. En dat De B. telkens in de buurt was, kon geen toeval zijn: zij moest de moordenares zijn geweest.

Op deze statistische bewijsvoering heeft de commissie veel kritiek. De statistische berekeningen waren ooit bedoeld als hulpmiddel voor de politie en hadden nooit als bewijsmiddel mogen dienen. Het dossier was niet volledig: er zaten alleen verdachte incidenten in waarbij De B. was betrokken. En de berekeningen zelf waren niet exact genoeg.

Maar ondanks al deze tekortkomingen ziet de CEAS hierin geen reden om de zaak te herzien. Wel stelt de commissie voor, dat als de Hoge Raad mocht besluiten tot een herziening (op grond van het digoxine-bewijs), om te overwegen op deze punten nader onderzoek te doen.

Gerechtshof wil niet horen van rechterlijke fouten

De conclusie van de commissie over de zaak Lucia de B. schaadt het vertrouwen in de geloofwaardigheid van de rechter

Folkert Jensma in NRC Handelsblad 30 oktober 2007

Heropening van de zaak Lucia de B. impliceert dat niet alleen het OM maar ook de rechter fouten heeft gemaakt. De wetenschap pleit voor een permanente herzieningsraad.

DEN HAAG, 30 OKT. Het advies om de zaak Lucia de B. te heropenen is een nieuwe klap voor het vertrouwen in, en de geloofwaardigheid van de rechter. In de Schiedammer parkmoord en de Puttense moordzaak bleken eerder onschuldigen te zijn veroordeeld. Nu lijkt een vervolging te hebben plaatsgevonden op dubieuze gronden, was de rechter onvoldoende kritisch en de schuldigverklaring vermoedelijk onjuist.

Strikt genomen oordeelt de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken alleen over het handelen van politie en Openbaar Ministerie (OM). Maar de fouten die nu achteraf zijn geconstateerd, hadden door de rechters zelf op de zitting of tijdens de schriftelijke behandeling gezien moeten zijn. Daar moet door een onafhankelijke rechter de waarheid immers worden 'gevonden', zoals de opdracht van de strafwetgever luidt. De rechters deden dat op basis van hetzelfde dossier dat door de commissie is bestudeerd.

De opsomming van dwalingen, verkeerde taxaties en foute aannames is tamelijk stuitend. Verdachte is te snel als enige verdachte aangemerkt. Er is onvoldoende oog geweest voor alternatieve scenario's. Het onderzoek naar de sterfgevallen was ten onrechte beperkt tot de afdeling waar Lucia de B. werkte. Deskundigen waren op basis van 'willekeurige argumentatie' aangesteld. De statistiekdeskundige rapporteerde onvolledig en mogelijk onjuist. Met zijn conclusies is 'te weinig kritisch omgegaan'. Ook door de rechters. Meetresultaten blijken binnen het OM te zijn achtergehouden. Relevante verschillen van wetenschappelijk inzicht zijn onvoldoende aan de orde gekomen. Waren die wel boven tafel gekomen dan zou er bij tenminste één verdenking tot vrijspraak zijn geconcludeerd.

Achter de laatste constatering kan het gerechtshof Den Haag zich verschuilen. De commissie geeft met nadruk aan dat deze omstandigheid als 'novum' kan worden aangeduid, de enig wettelijk toegelaten grond om een gesloten strafzaak open te breken.

Het hof erkent dat de conclusies van de commissie 'onvermijdelijk raken aan het domein van de rechter'. Maar van rechterlijke fouten wil het hof niet horen. Integendeel. Er zijn 23 zittingsdagen aan besteed en wel 60 getuigen of getuige-deskundigen gehoord, wordt ter verdediging opgesomd. En ook de Hoge Raad was het in cassatie eens met de schuldigverklaring van Lucia de B. Het hof noemt z'n eigen onderzoek ter terechtzitting 'uitvoerig en processueel behoorlijk' en grondig gemotiveerd. Als er dan nu een novum is geconstateerd, dan moet dat worden onderzocht, geeft het hof zuinig toe. Maar alles wat het hof in de zaak deed, was heus 'in het belang van 'optimale waarheidsvinding' .

De reactie laat precies zien waar de schoen wringt. Rechters in hoger beroep zijn toegerust met de macht van het laatste woord. En als dat eenmaal is gegeven dan is twijfel 'qualitate qua' niet meer op z'n plaats. Dat is zelfs een rechtsbeginsel. Litis finiri oportet: aan het procederen behoort een einde te komen. Met de onherroepelijkheid van een rechterlijke uitspraak is maatschappelijke rust geschapen en de macht van de vervolgende staat ingeperkt. Alleen een echt nieuw feit kan daar verandering in brengen. Daarbij wordt aangenomen dat een rechter geen andere fouten kan maken dan als gevolg van onvolledige informatie. Gekrakeel van deskundigen achteraf moet maar voor lief worden ge­nomen, zo was de houding. Maar sinds het spectaculaire debacle van de Schiedammer parkmoord zit er een barst in de rechterlijke zelfverzekerdheid. Die wordt nu vergroot door de genadeloze opsomming van rechterlijke analyse­fouten in het Lucia de B.-dossier.

Maar is zo'n 'buitenwettelijke' beroepsgang, een feitelijke heropening buiten de rechtszaal door een commissie van buitenstaanders wel de goede manier? Onder wetenschappers is er sinds de parkmoord een fel debat opgebloeid. Van rechters kan eigenlijk niet worden verwacht dat zij op een objectieve manier naar zichzelf kijken, betoogde de Maastrichtse emeritus hoogleraar rechtspsychologie Crombag in het Nederlands juristenblad, nog vorige week. Herziening komt feitelijk neer op "het vragen aan de rechterlijke macht om zichzelf op een fout te betrappen, door wiens toedoen die fout ook is ontstaan. Dan staat het prestige van de rechterlijke macht ter discussie".

Zijn oplossing: maak naar het voorbeeld van de Onderzoeksraad voor Véiligheid - bekend om zijn voorzitter Pieter van Vollenhoven - een Nederlandse Herzieningsraad. Onafhankelijk, geen rechters of officieren aan boord, maar alleen buitenstaanders. Wie denkt dat de magistratuur in staat is om zelf belangeloos en onpartijdig onderzoek te doen naar eigen falen is goedgelovig, meent hij. En als de Hoge Raad zich gepasseerd zou voelen dan" werp ik tegen dat het ongezond is voor de ziel om altijd het absolute laatste woord te willen hebben", aldus, zegt Crombag,

'Dit interpreteren als bewijs van vergiftiging is onjuist en schokkend'

De dodelijke hoeveelheid sporen van het hartmedicijn digoxine in het lichaam van baby Amber. Dat was het belangrijkste bewijs op grond waarvan Lucia de B. werd veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Het was ook het begin van het zogenaamde schakelbewijs. Als Lucia de B. deze moord had gepleegd, dan zou ze de andere moorden die haar ten laste waren gelegd ook wel hebben gepleegd. De omstandigheden waren vergelijkbaar, oordeelden de rechters. .

De Commissie evaluatie afgesloten strafzaken betwijfelt of het digoxine­bewijs deugt. In het rapport van de commissie zegt de Canadese hoogleraar toxicologie Gideon Koren dat elke poging om de hoeveelheid digoxine in het lichaam van baby Amber te interpreteren als bewijs van vèrgiftiging "onjuist en, in alle eerlijkheid, vrij schokkend" is. Iemand gevangen zetten op grond van zo'n onjuiste interpretatie is volgens hem" volstrekt onacceptabel".

Het verschil van inzicht tussen eerder geraadpleegde deskundigen en de conclusie van Koren kunnen volgens de commissie als een nieuw feit (novum) gelden. Hadden de rechters hiervan geweten, is de juridische redenering, dan zouden ze het bewijs van digoxinevergiftiging niet geaccepteerd hebben. Het bewijs had dan ook niet meer gegolden voor de andere zes moorden die haar ten laste waren gelegd. Lucia de B. zou zijn vrijgesproken

Alleen met een nieuw feit kan de zaak Lucia de B. nu heropend worden.

De vraag is nu of de procureur-generaal van de Hoge Raad het verschil in inzicht tussen de

deskundigen, inclusief Koren, als nieuw feit zal accepteren.

Dat zal binnen een paar weken bekend zijn. Daarna is het de vraag of de rech­ters die de zaak gaan behandelen zich erdoor zullen laten overtuigen.

Staatssecretaris Nebahat Albayrak Oustitie, PvdA} zal nu eerst beslissen of de gevangenisstraf van Lucia de B. onderbroken mag worden gedurende een eventuele nieuwe rechtszaak.

Volgens de wet oordeelt de minister vanJustitie daarover. Maar bij de portefeuille­verdeling is afgesproken dat de staats­secretaris het doet.