We hebben 403 gasten online

'Dat misbruik wijst op een Ziekte'

Gepost in Misbruik RKK

Interview Huib Oosterhuis, theoloog en ex-priester

Voor Huub Oosterhuis, in de ban gedaan door de Rooms Katholieke kerk, is er een verband tussen het celibaat en het misbruik. ‘Je wordt vertekend. Je wordt mismaakt.’

Jan Tromp in het Vervolg Volkskrant zaterdag 3 april 2010

'"Huub Oosterhuis op het Ignatius College in Amsterdam. Een door de paters jezuïeten krachtig geleid gymnasium, met de beroemde Van Kilsdonk als flamboyante intellectueel aan het hoofd der troepen. Van Schmutzigkeit niets gezien, niets gemerkt.

'Hoogstens zag je dat sommige paters wat meer - aandacht schonken aan de mooiere jongens, dan aan de minder mooie jongens. Maar de intellectuele jongens staken daar nog bovenuit en waren het interessantst'

Misschien is nog wel vermeldenswaard dat een andere beroemde pater, pater Reichling, een wereldgeleerde, hoogleraar in de taalkunde, op zekere dag zomaar verdwenen was. Reichling was er met een vrouw vandoor. Jongens, wat een sensatie!

'In de klas werd ernaar gevraagd. Pater, wat is er met pater Reichling gebeurd? Dan liepen die paters, rood van woede aan en hadden ze het over 'de schoften-streekvan doctor Anton kamp van Jan Romein, hoogleraar geschiedenis, terecht was gekomen. En Romein, dat was natuurlijk de, communist.'

Ten tijde van, zijn priesterwijding, in 1964, zat Huub Oosterhuis in Maastricht en Amsterdam. In Maastricht om theologie te studeren aan de theologische faculteit van de jezuïeten, in Amsterdam om Van Kilsdonk bij te staan die in 1960 begonnen was met wat hij enigszins deftig de Amsterdamse studentenecclesia noemde. Oosterhuis schreef zijn eerste teksten. Het Vaticaans Concilie was afgekondigd, er moest een liturgie voor het volk komen, in de taal van het volk.

Vanaf het begin gaf het gedonder. Visitatorenen censoren kwamen namens de bisschop kijken. Van Kilsdonk kreeg een schrijf- en spreekverbod, omdat hij over de maagdelijkheid van Maria sprak als over een literaire parabel.

`Het was rond die studentenecclesia meteen al gesodemieter. Ik herinner me niet anders:

Het broeide ook anderszins.

Hij vertelt van Bekkers, de charismatische Brabantse bisschop die als een vader was en met wie je alles kon bespreken. 'Dan zei je: monseigneur, we gaan geen dronkelappen worden omwille van het celibaat. Ik had in mijn opleiding tal van oudere priesters gezien, totaal aan de drank, ongelukkig, vereenzaamd, diep gefrustreerd, heel vaak contactgestoord. Van sommigen wist ik het heel precies. Die hadden een gezin willen hebben, die hadden vader willen worden.

`En dan zei Bekkers: jullie moeten een beetje geduld.hebben met dat celibaat. Ik snap het heel goed, maar over tien jaar ligt het allemaal heel anders:

Noodseksualiteit

Hij vertelt over een communiteit waar hij woonde, van ongeveer honderd mannen, broeders, paters, priesters. 'Daar trof je duidelijk sporen van wat ik maar noodseksualiteit zal noemen. Ik heb een ziekenbroeder voor ogen die met andere broeders naar bed ging, die uit een volkomen rooms milieu kwam en zwaar getourmenteerd was door wat hij deed. Een groot aantal zocht naar uitwegen, naar noodverbanden, naar homo/erotiek.

´Ook verbaal waren het enorme toestanden in die tijd. Ik bedoel: het kon niet benoemd worden. Je kende het verschijnsel niet, je zag het ineens opduiken. Hoe moest je dat benoemen?

'Je ging als je net tot priester was gewijd, mis lezen in de buurten van Maastricht, 's morgens vroeg, in kloosters van mannen en vrouwen. Bij broeders was het de gewoonte dat je de biecht hoorde voordat de mis begon. Stond daar een rij van tien, vijftien mannen, van allerlei leeftijden. Die biechtten dan met een kort woord dat ze gezondigd hadden tegen het zesde gebod ('Gij zult geen onkuisheid doen', red.). Nou, dan gaf je de absolutie en konden ze ter communie.

'In die communiteit betrof het volwassen mannen, seksueel zwaar gefrustreerde mannen, maar misbruik kon je het niet noemen. Je hoorde daar wel van. Van jongens die op een jezuïetencollege hadden gezeten. Maar dat was vanuit de verte'

Hij weet nog dat hij in Groningen een tijdje begeleider was voor lastige jongens, op een klein internaat. Hij surveilleerde, trok met die jongens op, verving de prefect, dat soort dingen. Wat hij dan hoorde van sommige jongens was niet dat ze misbruikt waren, maar wel dat ze door vroegere prefecten ontzettend geslagen waren. 'Ik dacht; oké, die doen het dus anders. Die slaan d'r op. Ik heb weleens gedacht: die durft die jongens niet te misbruiken, dus slaat hij ze.'

Het Wir haben es nicht gewusst van de kardinaal noemt hij 'grote flauwekul'. `Simonis is een man die zijn ogen heeft dichtgedaan voor heel veel zaken.'

Voor Van Luyn, de bisschop van Rotterdam en in de jaren zeventig de hoogste bestuurder van de salesiaanse congregatie, is hij milder. Van Luyn heeft van de week toegegeven dat hij zaken van seksueel misbruik heeft afgedekt. 'Probeer te begrijpen', zegt Oosterhuis, `dat die congregaties en ordes zichzelf als families beleefden. Dan kwam er iets schandaligs aan het licht en dat hield je dan binnen de familie. De eis die we nu terecht stellen dat je met zoiets naar de politie loopt, is in het licht van die tijd niet helemaal voor de hand liggend.

Ik heb een missiezuster gekend die en kind kreeg. Haar orde heeft haar binnenboord gehouden en draaide op voor de kosten en de opvang, Allemaal vanuit de gedachte dat iemand uit je familie ook recht heeft op bescherming.'

De paus maakte van zijn verdediging een aanval: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen, zei de prelaat.

Oosterhuis zucht. 'Als ik de berichten goed begrijp uit The New York Times - Joseph kardinaal Ratzinger, de huidige paus, zou eèn priester die enkele honderden dove jongens misbruikte, hebben laten lopen - dan denk ik: hier had je wel degelijk moeten ingrijpen. Maar de vraag is of de figuur van Ratzinger dat kon. Ratzinger had de naam een wereldschuwe theoloog te zijn, een bange man, niet opgewassen tegen dit soort problemen.'

Overrijp abces

We bespreken het wonderlijke feit dat de kwestie van het misbruik door katholieke geestelijken opeens is opengebroken, als een overrijp abces. Waarom nu? Hij- zegt eerst dat hij het niet weet, vervolgens zoekt hij naar een verband met de autoritaire, reactionaire koers van het Vaticaan.

'Op het moment waarop deze paus bisschop Williamson die openlijk de Holocaust ontkende, weer binnenhaalt en ook andere dubieuze figuren weer krediet verschaft, zijn we terug bij de tijd van voor het Tweede Vaticaans Concilie. Of eigenlijk zijn we terug bij,Trente, het grote concilie uit de 16de eeuw tegen de Reformatie.

'Vergis je niet, dit soort zaken heeft in de wereld van de katholieken tot bittere ontgoocheling geleid. Ik kan niet schatten hoe de toevalligheden liggen. Maar men kon misschien nog zwijgen zolang er hoop was op een kerk met een belofte. Maar ideologische rigiditeit, het definitief de bodem inslaan van de vernieuwing uit de jaren zestig en tegelijkertijd je schuldig maken aan seksueel misbruik-ja, zo'n combinatie is onverdraaglijk. Dan breekt het abces open.´

Voor Oosterhuis bestaat er een direct verband tussen misbruik en celibaat. `Bij sommige mensen werkt het wel, dat moeten we ook onderkennen. Ik ken vrouwen onder de Zusters van Liefde en in andere congregaties die volledig zijn toegewijd aan hun taak en die niet met rancune terugkijken op hun leven.

'Maar in algemene zin denk ik dat een verplicht celibaat dat op de kleinseminaries aan kinderen van 12,13,14 jaar wordt gepreekt als het grote ideaal, waarvoor je moet bidden, waarvoor je jezelf moet tuchtigen - `je moet tijdens vakanties vooral niet naar meisjes kijken -, dat zoiets alleen maar tot ontwrichting kan leiden. Je wordt vertekend, Je wordt mismaakt. Het is bijna niet mogelijk om daar gezond uit te komen.

'Het christendom heeft een beklemmende visie ontwikkeld op het menselijk bestaan. Een onbijbels verhaal, nauwelijks geworteld in de Joodse Thora.

'De joodse Thora, de bijbel gaat over een ethisch appèl, veel meer dan over een godsdienst. De kern is het appèl van de solidariteit met wie dan ook, wat wij dan de naastenliefde zijn gaan noemen. Dat is losgelaten. Dat is gespiritualiseerd.'Ik besef: het is een moeijijk verhaal. Maar het raakt wat mij betreft de kern. Het ethisch appèl van de joodse Thora en van de beginnende jezus-beweging - en George Steiner, de grote filosoof, voegde daar het begin van het socialisme aan toe van de jonge Marx - ging over de opdracht een einde te maken aan alle verhoudingen waarin de mens wordt geknecht en vernederd. Het christendom heeft die opdracht van solidariteit met weduwen, wezen en vreemdelingen losgelaten, vond hem te moeilijk, heeft het verhaal aangelengd met spiritualiteit, met een droom over het hiernamaals en met de opvatting dat de wereld, dat wil zeggen: een fatsoenlijk bestaan hier op aarde waar je niet in de leegte loopt te zwoegen, niet maakbaar is.

'Wat mijn generatie van de theologie heeft geleerd is dat we bij al die christelijke dogma's niet moeten wezen. Want dat is een heel andere godsdienst, een heel andere levenshouding. In die kerk zegt de censor Mennen dat de liedjes van Oosterhuis verboden moeten worden, omdat ze alleen maar over gerechtigheid gaan en niet over aanbidding. Dat is zó Romeins, zo Ratzingers als je maar wilt.'

Waarom is hij in godsnaam priester geworden, weliswaar niet zo lang - in 1969 stapte hij eruit - maar toch, waarom? Hij mompelt nu bijna. Dat hij iets terug wou doen. Wat wilde hij terugdoen? 'Ik wilde iets terugdoen voor het feit dat toen ik 14 was en mijn nek had gebroken en een verlamd onderlichaam had dat zo zou blijven - het wagentje was al gekocht -, dat het toch is goed gekomen.

Als een geschenk van God?

'In die maanden was er helemaal geen God voor me. Maar een paar weken nadat de verlamming was opgeheven, ging ik met mijn vader naar de kerk. Ik had een heel gelukkige katholieke jeugd. Er werd het verhaal gelezen over de jongeling van Nain, de enige zoon van een weduwe. Die jongeling was dood. Jezus komt de rouwstoet tegen en zegt: jongeling, ik zeg je, sta op. Terwijl het werd gelezen, dacht ik bij mezelf: ik ben die jongeling, ik heb een nieuw leven gekregen.'

Toen hij 18 werd en een keuze moest gaan maken, dacht hij: oké, ik moet priester worden. Hij had een film gezien van Bresson naar het grote boek van Bernanos,Journal d'un curé de campagne. Hij zag hoe de dorpspastoor erin slaagt een totaal verwilderde vrouw die God en de wereld haat omdat haar kind is gestorven, tot rede te brengen. 'Toen dacht ik: dat is een weg, dat wil ik ook kunnen.'

En dan nemen we het` celibaat op de koop toe? `Het rare was dat het voor mij zwaarder woog dat ik als gevolg van die keuze geen kinderen zou krijgen. Het ontbreken van een seksueel leven telde amper, want erotiek stond toen nog op afstand.'

Voor de goede zaak

En zag hij de waarde van het celibaat? 'Volkomen. Ik heb me er volstrekt aan overgegeven. Ik heb me erin getraind. Dat deed je door te bidden. Dat deed je door jezelf te onderwerpen aan vernederingen die toen nog tot de gewone praktijk van alle priesteropleidingen behoorden, namelijk dat je jezelf tweemaal per week met een touw als zweep op de billen sloeg. Het mocht niet bloeden, maar je moest jezelf wel pijn aandoen. Wantje trainde jezelf in onthouding, en je hield jezelf voor dat er ontzettend veel werd gemarteld in de wereld en dat deze pijn voor de goede zaak was. Bizar, zeker, maar niet in dat tijdsbeeld. Wij oefenden ons. Ik was eraan toegewijd. lk heb er, geen spijt van.'

Tegelijkertijd was er de erosie. Dat hij ophield zichzelf te geselen. Dat hij niet meer ging biechten. Dat hij niet langer dagelijks naar de mis ging. En dat hij zich begon te verzetten tegen het celibaat. 'Je permitteerde je een eigen vorm. En dus kreeg je ongenadig op je lazer van je overste.'

Nochtans zaghij hoe priesters relaties begonnen met priesters, met vrouwen, ook wel met prostituees. Als al die vormen van erotiek mogelijk werden, hoe kan het dan dat priesters zich op kinderen richtten? 'Er zijn ongetwijfeld pedofiele priesters en broeders. Maar je kunt niet zeggen dat al die mensen pedofiel waren. Ik denk dat het noodvormen zijn, noodseksualiteit, omdat er geen andere oplossingen waren. Dat hele verhaal dat nu naar buiten komt, die 1.100 meldingen- het heeft iets obsessioneels,,vind je niet? Het wijst op ziekte. Het wijst op psychische verwarring. Het wijst op het existentieel ongezonde van het celibaat als levensmodel. Je mag dat niet als ideaal prediken. Het maakt mensen ziek.'

De vraag luidt: die kerk, hoe lang nog?

`Dat durf ik niet te zeggen. Ik denk wel dat de recente gebeurtenissen tot een bredere tegenbeweging zullen leiden. Ik zie het afgelopen jaar in een stad als Breda plotseling een ecclesia ontstaan, een tegenbeweging, een poging tot een ander model. Dat is de laatste twee jaar op meerdere plekken in Nederland ontstaan. In Den Haag, Arnhem, Veldhoven, Eindhoven, West-Friesland. Men stapt opzij. Men wil in het verhaal blijven. Niet in het dogmatische verhaal, maar in het bijbelse verhaal. Die plekken aan de zijkant van de kerk worden sterker. Het gaat vaak om honderden mensen tegelijk.'

En de paus, hoe zal het de paus vergaan?

`Maak je geen zorgen over de paus. Ik trof een zinnetje, dat vond ik weer zo kenmerkend: 'God geeft gelovigen de moed om niet geïntimideerd te raken door het geroddel van de heersende opinie.' Uitspraak van de paus. Tallozen zullen instemmend knikken.

'We moeten geduldig naar Jezus opkijken, zegt de paus. Dat moet zoiets betekenen als je ogen gevestigd houden op het kruis: hij is er ook uitgegooid. Wat de kerk nu overkomt, lijkt daarop. Laten wij ons spiegelen, zegt de paus, aan Jezus en zijn lijden. Het is een afgrond, ook in de taal.

'Dat Vaticaan heeft nog zoveel rituelen en nog zoveel mogelijkheden om volk op de been te brengen - dat zal niet instorten. Die paus zal niet aftreden. Dat lijkt me ondenkbaar.'