We hebben 85 gasten online

Mijn man de priester

Gepost in Misbruik RKK

Niet iedere priester schend het celibaat, en niet iedere priester die het celibaat schendt maakt jonge slachtoffers. Er zijn ook geestelijken met een landudrig volwassen liefdesrelatie. Volgens ingewijden komt dat veel voor. Twee priesters doen hier, met hun vriendinnen, hun verhaal

Ingrid Kamerling en Alwin Kuiken in Volskrant Magazine nr. 501 27 maart 2010

Weet je hoe de pater ons seksuele voorlichting gaf? Ineen donkere kamer met één bureaulamp. We moesten tekenen hoe geslachtsdelen eruit zagen. De schriftjes mochten we vooral niet laten slingeren.' De handen van Arnold (71, hij wil niet met zijn achternaam in de krant) splijten de lucht als hij, bij vlagen verontwaardigd, vertelt over zijn tijd op het seminarie. Zijn handen waren gewend om de sacramenten toe te dienen; niet om te beminnen, vertelt hij met diepe stem. Naast hem op een rode canapé kijkt zijn vriendin Monique Rooijmans (61) hem liefdevol aan. Die stem, daar viel ze op toen ze hem veertig jaar geleden ontmoette in het studentenleven. Hij zat in het parochiebestuur, maar kwam ook bij studentenverenigingen over de vloer. Het waren de jaren zestig; alles stond ter discussie, ook het celibaat. Rooijmans: `Het zou wel afgeschaft worden. Het zou een kwestie van tijd zijn. Dat dachten we tenminste.'

In Nederland behoren ongeveer 1150 priesters tot de Rooms-Katholieke kerkprovincie. De helft is ouder dan 65 jaar. Bij kloosters en congregaties staan nog eens circa 1.500 priesters ingeschreven. Ongeveer 8o procent hiervan is met emeritaat. Allemaal hebben ze de eed van maagdelijkheid afgelegd. Volgens een woordvoerder van de Nederlandse Bisschoppenconferentie komen relaties tussen priesters en vrouwen officieel niet voor.

Op de vensterbank bij Monique Rooijmans glinstert een stenenverzameling. Van elke vakantie nam ze er een mee. Hier woont een geëmancipeerde, reislustige vrouw. Geen type om in iemands schaduw te staan. Monique verzet zich dan ook tegen de ontkenning van vriendinnen van priesters in de katholieke kerk. Ze was actief binnen Philothea, de voorganger van Magdala, een stichting waar no vrouwen bij zijn aangesloten die een geheime relatie met een priester hebben. Adrie de Jong, de huidige voorzitter, denkt dat de helft van alle priesters een relatie heeft. Veel van hen leven in angst, zegt ze.

Volgens De Jong is het aantal vriendinnen van priesters veel groter dan 110. Dat beeld strookt met onderzoek van Anke Bisschops, godsdienstpsychologe aan de Universiteit van Tilburg. Ze sprak voor haar promotieonderzoek in de jaren negentig met 25 priesters over hun celibaatbeleving. Slechts zes hielden zich uit volle overtuiging aan de kuisheidsregel.

Vanwege de misstanden binnen de kerk borrelt het nu in kringen van de priestervrouwen. Tijdens de laatste bijeenkomst van de stichting Magdala, twee weken geleden, werd de vraag opgeworpen: moeten we niet opstaan nu de kerk zo in opspraak is? Voorzitter de Jong `durft haar kop er onder te verwedden' dat het misbruik verband houdt met het celibaat, maar Arnold en Monique worden er liever niet mee in verband gebracht. `Wij zijn allebei volwassen mensen die bewust een relatie zijn aangegaan: Een bijzondere relatie, vinden ze. En spannend, vooral in het begin. `Het had iets koninklijks. Net als Beatrix konden wij binnen een straal van zoveel kilometer rondom onze woonplaats niet hand in hand lopen.'

Voor Monique, toen net gescheiden, was het bijzondere karakter van hun relatie aanvankelijk een uitkomst. Geen vaste patronen, niet dat keurslijf aan verwachtingen van hoe een huwelijk eruit zou moeten zien. Arnold begreep me zogoed. Hij luisterde naar me, maar hij was ook gewoon lief. Toen ik na mijn scheiding in een kale kamer op een matrasje sliep, nam hij een radiootje voor me mee.'

Dat in het begin alleen een goede vriendin en een andere priester van hun relatie wisten, had ook een keerzijde. `Niemand die ooit kritiek op je had. Niemand die vroeg of het wel goed ging tussen ons. Dat was wel eenzaam.'

Geleidelijk groeide de kring van mensen die van hun relatie afwisten. Na vijf jaar trok Monique bij Arnold in. Niet in het klooster, maar in een gewone woonwijk tussen andere echtparen. Meer priesters in de gemeenschap van Arnold woonden buiten de muren van het klooster. Arnold: `Ik heb nooit toestemming gevraagd. We deden het gewoon. Ik heb een brief geschreven aan het klooster waarin ik alles uitlegde. De reactie? Dat ik wel" heel openhartig was, maar niet in m'n eentje kon uitmaken of ik bij de gemeenschap hoor. Officieel bestaat mijn relatie niet.' Monique: Je moet opletten dat de ontkenning je eigenwaarde niet aantast. Dat je niet erkend wordt is pijnlijk. Ik kan me verschrikkelijk kwaad maken over-hoe er in de Rooms-Katholieke kerk met vrouwen wordt gesold.'

Steeds meer vrienden en familie kwamen het te weten, maar niet iedereen accepteerde hun verhouding. Zo was er Arnolds moeder, die elke avond bad dat haar zoon op het juiste pad zou blijven. Elke schoondochter kreeg van haar standaard een zilveren lepeltje cadeau, behalve Monique; zij werd niet geaccepteerd. Later draaide zijn familie bij. Arnold: `Toen mijn ouders 45 jaar getrouwd waren, hadden ze een hotel geregeld. 'Hebt u ook aan Monique gedacht?', vroeg ik aan mijn vader. Ja', zei hij. `Ik heb acht kamers geboekt.' `Dat hadden er ook zeven mogen zijn', zei ik. Bij een volgend feest waren het er zeven.

Niet alles ging zo gemakkelijk. Kinderen krijgen was voor Monique een wezenlijke behoefte. Voor Arnold niet. Arnold: `Ik ben daarin altijd duidelijk geweest.' Doordat het stel in hun huis twintig jaar lang tijdelijk opvang bood aan mensen die in nood zaten, ontstond er toch soort een gezinssituatie. Het gemis bleef af en toe wel de kop opsteken, bijvoorbeeld als vriendinnen van Monique oma werden. En zo waren er meer moeilijke fasen. Monique: `Bij tijd en wijle dacht ik ook: ik wil trouwen.' Dat was net zo uitgesloten als kinderen krijgen. Om te kunnen trouwen, zou Arnold moeten uittreden en dat was ondenkbaar. Arnold: `Monique zegt wel eens dat mijn orde mijn eerste liefde is. Als jongetje wildeik al priester worden, op mijn 19de trad ik in. Met de mensen uit mijn gemeenschap heb ik jarenlang lief en leed gedeeld. Het is net familie. Daar breek je niet zomaar mee.'

Het stel vond het `kunstmatig' om seksualiteit buiten de relatie te houden. Arnold: `Veel priesters denken: alsje `het' maar niet doet, is het goed. Dat is flauwekul. Ik vond seksualiteit niet eenvoudig, maar al doende leert men. Het is duidelijk dat een opleiding in een jongensinternaat geen goede affectieve, seksuele voorbereiding is. Ik was dan ook een groentje. Ik had tot mijn 25ste maar weinig met vrouwen te maken gehad.' Monique lacht. `Ik heb hem les gegeven.'

Adrie de Jong, voorzitter van de vereniging voor de vriendinnen van priesters, weet niet bij hoeveel van de 110 stellen het celibaat wordt overtreden. Ze vangt wel signalen op. `Soms maken koppels op een subtiele manier duidelijk dat ze het celibaat naleven. In de beleving van veel stellen mag zoenen en strelen wel, maar gemeenschap niet. Als ik dan ergens kom, staan er twee slaapkamerdeuren open, om maar duidelijk te laten zien dat ze apart slapen.' Als het over seks gaat, komt ze meer vreemde zaken tegen. 'Zo hoorde ik over een priester die wel met z'n vriendin naar bed ging, maar geen condoom wilde gebruiken. Dat mag niet van de kerk.'

Marc (68) , die niet met zijn naam in de krant wil, trad ook op jonge leeftijd toe tot een kloosterorde. Al 23 jaar heeft hij een verborgen relatie met Antje (59). Ook zij wil niet dat haar echte naam genoemd wordt. Hij is een vlotte prater, maar Antje is huiverig en praat moeilijk over haar gevoelens. De interviewafspraak vindt plaats op het strand. De fotosessie vindt ze lastig. Een foto van twee anonieme schaduwen in de duinen? Geen sprake van. Marcs contouren zouden in het klooster herkend kunnen worden.

Anders dan bij Arnold en Monique, leerden Antje en Marc elkaar kennen in een hulpverleningssituatie. Dit komt vaak voor, zegt Adrie de Jong van de stichting Magdala. Hij had een pastorale praktijk in een klooster. Zij zat met zichzelf in de knoop. Antje: `Ik had alles, een man, een huis, maar ik voelde me doodongelukkig, jankend hing ik de was op.' Een vriend uit de kerk adviseerde haar om eens naar Marc te gaan. Met de priester klikte het direct. Hij luisterde oprecht naar haar verhaal. 'Bij Marc had ik het gevoel dat hij me echt begreep.' Een keer per week kwam ze op het klooster, de gesprekken verdiepten zich. Ze voelde dat er meer speelde. Maar ze dacht bij zichzelf het is wel een priester. De eerste kus kwam na enkele maanden. Marc: `Het was naar aanleiding van een uitvoerig en intiem gesprek. Een bijzondere ervaring.'

De eerste tien jaar verliep hun relatie uiterst moeizaam. Marc had slapeloze nachten, vond het verschrikkelijk verwarrend. `Soms nam ik een paar weken afstand om tot inkeer te komen, maar steeds kwamen mijn gevoelens terug. Mijn eigen behoeften kwamen er ook bij. Die had ik jarenlang genegeerd.'

Antje: 'Ik vond het een vage periode met veel paniek. 'Hoe zit het nu?', vroeg ik hem steeds. `Wat beteken ik voor jou?' Ik kreeg maar geen antwoord. Hij kon niet toegeven dat hij verliefd was.'

Godsdienstpsychologe Anke Bisschops: `Voor de vrouw is het een crime. Maar aan de andere kant heb je het wel over volwassen mensen. Die kunnen kiezen. Vrouwen kunnen echt wat vinden bijeen priester. Het zijn mannen die geleerd hebben voor het pastoraat, die goed kunnen luisteren. Ze hebben aandacht, zijn zachtaardig. Dat zijn heel aantrekkelijke eigenschappen. Het zijn geen koude kikkers.'

Vanwege alle verwarring besloten Antje en Marc elkaar na tien jaar een jaar niet te zien. De kuisheidsgelofte was in de tussentijd wel gesneuveld. Haar neiging om zichzelf weg te cijferen ging zo ver dat zij degene was die hem probeerde tegen te houden. Ze was bang dat hij misschien spijt zou krijgen. 'Ik vroeg hem: wil je dit wel echt?'

Het jaar zonder elkaar was verschrikkelijk moeilijk. Vooral voor Antje. `Ik dacht: jij staat daar mooi te preken, maar mij laatje in de steek.'

In dat jaar kwam Marc tot inkeer. 'Ik dacht: mijn godsdienst is ook te zorgen voor Antje. Ik heb tien jaar gefaald. Ik kan wel janken om wat ik haar heb aangedaan. Ik ben wel eens meer verliefd geweest, maar kapte dat altijd af. Nu kon ik dat niet.'

Een nieuwe fase brak aan voor Marc, met een nieuwe rolverdeling.

Als priester zat ik altijd in een bepaalde rol. Je geeft iets: sacramenten, een luisterend oor. Ik bevond me eigenlijk altijd in asymmetrische relaties. Je staat op een voetstuk. Antje heeft mij ingewijd in het gewone leven. Ik ben ook maar een gewoon manneke dat soms iets fout doet. Ik ben van mijn voetstuk gevallen, ben een mens geworden.'

Een herkenbare situatie voor relatietherapeut Simon Buschman. Hij begeleidt vanaf 2004 priesters met een relatie. Ook spreekt hij afzonderlijk met hun vrouwen.

Buschman: `In de seminarietijd ontstaat al vroeg een scheiding tussen het dagelijkse en het spirituele. Er ontstaan problemen als de priester uit zijn rol stapt en een gewoon mens wordt.' Er is ook voortdurende neiging tot rechtvaardiging. 'Mag ik ook wat te biechten hebben?', vroeg een priester mij? De overgang van de ene naar de andere rol veroorzaakt ook vaak problemen op het seksuele vlak. 'Denk aan erectieproblemen. Je ziet dat soms ook bij mensen die vreemdgaan. Die hebben ook moeite om uit hun oude rol te stappen.'

Beide priesters vinden het lastig om uitgebreid over hun seksleven te spreken. Arnold: 'Het lukt. Maar wat is lukken? Dat is niet hetzelfde als succes.'

Marc: 'Ik heb de liefde nooit als iets moreel slechts gezien. Ik kan ook nog gewoon preken. Seks is voor mij geen bevlieging. Het is onderdeel van een natuurlijke dynamiek in onze relatie.'

Marc verruilde het klooster een paar jaar geleden voor een appartement in de stad. Bijna dagelijks komen Marc en Antje nu bij elkaar over de vloer. Zorgde het klooster voor zijn tandpasta, nu moet hij zelf kiezen tussen Colgate of Prodent. Albert Heijn heeft hij leren kennen, maar boodschappen doen blijft overweldigend voor hem. 'De relatie drukte me met de neus op de feiten. Veel gewone dingen had ik nog nooit gedaan. Zo moet ik nog leren strijken.'

Het liefst wilde hij alle banden met het klooster verbreken, maar dat kon hij niet. `Ik ben van de paters gaan houden. Ook al vinden ze me soms een ketter, we hebben wel lief en leed gedeeld. AIs ik zou uittreden, zou het contact veranderen. Ze zouden nog wel iedere dag voor me bidden.'

Praktische bezwaren hielden hem ook tegen. Geld, om maar wat te noemen. 'Ik heb altijd veel verdiend voor het klooster. Dat is prima, want ze hebben me ook laten studeren. Maar zonder het klooster heb ik ook geen voorziening voor mijn oude dag.'

Zolang Marc niet uittreedt, blijft Antje 'een vriendin' als ze met hem meegaat naar het klooster. Dat is het grootste pijnpunt. `Wie ben ik dan?', vraag ze zich tijdens de bezoeken af.

In haar omgeving wordt de relatie geaccepteerd. Bij hem ligt dat anders. Dat bleek tijdens zijn verhuizing, toen zijn broer kwam helpen. Antje: 'Ik zei: Als je niet vertelt dat ik je partner ben, dan kom ik niet meehelpen." Dat hielp. Zijn broer bleek tolerant. Een uitzondering. Marc: `Bij de rest mijn familie gaat deze relatie er niet in. Hoewel ik altijd ver weg was, had ik een speciale positie binnen het gezin. Ik voltrok de huwelijken en doopte de kinderen. Nu vragen ze me niet meer.'

Hoeveel priesters er omwille van een partner uittreden, valt volgens godsdienstpsychologe Bisschops moeilijk vast te stellen. Het komt vooral voor bij homoseksuele priesterrelaties, zegt ze. 'Mannen staan doorgaans meer op hun strepen dan vrouwen. Ze pikken het minder makkelijk dat ze op de tweede plaats komen en dat de relatie geheim moet blijven.'

Binnen de muren van het klooster is er niemand met wie Marc zijn ervaringen kan delen. De broeders hebben het over alle mogelijke emoties, onderlinge strubbelingen bespreken ze uitvoerig, maar in het klooster blijft het stil als het over relaties en seksualiteit gaat. 'Dat is een stilzwijgende afspraak. Natuurlijk zien mijn medebroeders mij lopen met Antje. Ik zie ze wel kijken. Maar we worden er niet op aangesproken.'

Ook in hun relatie gelden er een paar ongeschreven regels: Antje: We lopen niet hand in hand. Dat is zelfcensuur. Als we buiten zijn, dan is Marc altijd op zijn hoede,' Marc: 'Ik heb een soort natuurlijke voorzichtigheid gekregen.'

Ook gedurende de fotoserie in de duinen, houden Antje en Marc hun omgeving in de gaten. Aan het einde van de sessie, als Antje gewend is aan de camera, vraagt ze voorzichtig aan de fotograaf: 'Zou je een foto van ons willen maken die we zelf mogen hebben?'

Ze zijn 23 jaar bij elkaar, maar een foto waar ze samen op staan, hadden ze nog niet.