We hebben 150 gasten online

Van Luyn wist van misbruik Salesianen

Gepost in Misbruik RKK

Joep Dohmen in NRC 26 maart 2010

Rotterdam, 26 maart. Bisschop Van Luyn van Rotterdam wist al in de jaren zeventig als hoogste bestuurder van de Nederlandse salesianen van het seksueel misbruik binnen zijn congregatie.

Dat heeft de bisschop gezegd op vragen van NRC Handelsblad en de Wereldomroep. Tot nu toe wilde Van Luyn niet zeggen of hij weet had van het misbruik. De bisschop verklaarde alleen dat hij niets wist van een onderzoek uit 1967 naar misbruik in het internaat van de salesianen in ’s-Heerenberg. Dat onderzoek werd gedaan door de toenmalig provinciaal overste. Van Luyn was destijds secretaris van de provinciaal, voordat hij zelf die functie bekleedde van 1975 tot 1981.

Via zijn woordvoerder zegt Van Luyn nu dat hij als provinciaal overste „inderdaad uit hoofde van zijn functie formeel kennis gekregen [heeft] van enkele concrete gevallen en daarbij ook maatregelen [heeft] moeten nemen”.

Wat Van Luyn met de misbruikgevallen heeft gedaan, wil hij niet zeggen. Zijn handelwijze zal onderzocht worden door de commissie-Deetman. De woordvoerder: „Uiteraard zal de wijze waarop verantwoordelijken van ordes, congregaties en bisdommen omgingen met concrete misbruikzaken deel uitmaken van het onderzoek.”

Deze krant ontving afgelopen maand 32 meldingen over seksueel misbruik door paters en broeders salesianen. De meldingen betreffen de periode 1958-1980. In 21 gevallen was sprake van misbruik in internaat Don Rua in ’s-Heerenberg, waar Van Luyn tot 1967 woonde en lesgaf. Inmiddels hebben drie salesianen openlijk toegegeven daar kinderen te hebben misbruikt.

Cv Van Luyn aangepast

Het cv van bisschop Ad van Luyn van Rotterdam op de internetsite van het bisdom Rotterdam is aangepast, na vragen van NRC Handelsblad en de Wereldomroep over de rol van Van Luyn in het internaat Don Rua in ’s-Heerenberg. Waar aanvankelijk stond dat hij van 1964 tot 1967 leraar was in ‘s-Heerenberg is nu te lezen dat hij daar van 1964 tot 1966 leraar was. Het cv meldde ook dat hij tot 1969 secretaris was van de [in ’s-Heerenberg gevestigde] provinciaal overste. Het aangepaste cv meldt dat Van Luyn vanaf 1966 als secretaris van de provinciaal overste vanuit Den haag werkte. 

NRC en Wereldomroep wilden van Van Luyn weten of hij destijds van het misbruik wist, en wat hij eventueel gedaan had met die kennis. Van Luyn is salesiaan. Van 1964 tot 1967 was hij leraar Latijn in ’s-Heerenberg. Tegelijkertijd was hij tot 1969 secretaris van provinciaal overste Q. Muth, de hoogste ‘baas’ van de salesianen. En van 1975 tot 1981 was hij zelf provinciaal overste.

Onder leiding van Muth deed een commissie in 1967 onderzoek naar misbruik door paters van leerlingen. Het onderzoek leidde tot de overplaatsing van één salesiaan naar een nonnenklooster in Babberich, in de Achterhoek.

Tegen NRC Handelsblad en de Wereldomroep wilde Van Luyn niet zeggen of hij destijds van het misbruik wist. Wel zei hij dat hij niets van het onderzoek van Muth afwist, hoewel hij nog in 1967 parttime les had gegeven in ’s-Heerenberg.