We hebben 117 gasten online

Celibaat is niet de verklaring voor misbruik

Gepost in Misbruik RKK

RK Kerk Erkenning belangrijker dan bestraffing; opvatting over seksualiteit veranderde sterk

Vanaf de jaren vijftig vond in rooms-katholieke kring een ommekeer plaats over seksuele gebruiken. Het misbruik moet ook in dit licht worden bezien

Maarten van de Bos in NRC Opinie 15 maart 2010

Vorige week besloot de Nederlandse bisschoppenconferentie tot een onafhankelijk onderzoek naar de beschuldigingen van seksueel misbruik door katholieke geestelijken in de jaren vijftig, zestig en zeventig.

Dat is in de eerste plaats belangrijk voor de slachtoffers. Eindelijk hebben zij zicht op erkenning van het leed dat hun is aangedaan.

Tegelijkertijd is het onderzoek belangrijk voor de kerk. Deze verkeert in publicitair, zwaar weer. Een gedegen onderzoek kan het overheersende beeld van wellustige paters die zich en masse aan on- schuldige kinderen Vergrepen, wat corrigeren.

Vaak wordt gewezen op het celibaat als verklarende factor. Maar dat is veel te gemakkelijk. Uiteraard zal het celibaat een rol gespeeld hebben. Veel belangrijker is echter het tot nu toe te weinig geconstateerde feit dat vrijwel alle beschuldigingen gaan over mis- bruik in internaten. De machtsverhoudingen die daar gangbaar waren, de geslotenheid en het veelvuldig contact tussen docenten en studenten, dit alles heeft een grotere verklarende kracht dan het celibaat. Misbruik kwam ook veelvuldig voor op Engelse kostscholen en bij de padvinderij.'

Daarnaast moet gewezen worden op de veranderende wijze waarop in katholieke kring juist in de jaren vijftig en zestig met seksualiteit werd omgegaan. De katholieke leer op dit punt was van oudsher helder: alle seksueel contact buiten het huwelijk was verboden en seksualiteit binnen het huwelijk was slechts gericht op het voortbrengen van nageslacht. .

Deze opvatting werd in de jaren vijftig echter bekritiseerd, met name door katholieke psychologen en pedagogen. Zo stelde de voorzitter van de Katholieke Centrale Vereniging voor Geestelijke Volks- gezondheid, F.J.J.Buytendijk, vast dat veel van zijn geloofsgenoten inzake seksualiteit „leden aan een verkrampt geloof".

In talloze katholieke periodieken werd vanaf de late jaren vijftig uitgebreid gedebatteerd over de waarde van seksualiteit. In dit debat braken pedagogen en psychologen een lans voor de ontkoppeling van voortplanting en seksualiteit. Zij pleitten voor een gezond seksueel leven als een belangrijk onderdeel van de `liefdevolle ontmoeting' tussen echtelieden en verdedigden, zij het heel voorzichtig, de toepassing van geboortebeperking. Dit debat bleef niet beperkt tot vaktijdschriften, maar waaierde uit over een veelvoud van katholieke periodieken en bereik- te via kranten, radio en televisie een aanzienlijk aantal katholieke gezinnen.

De constatering dat in katholieke kring in de jaren vijftig en zestig in het geheel niet gesproken werd over seksualiteit is dus onjuist. Turven wijst uit dat in sommige tijdschriften seksualiteit maarliefs in de helft van alle stukken er ter sprake kwam.

Twee hoofd rolspelers uit deze debatten danken er tot op heden hun bekendheid aan. Aan de psychiater Kees Trimbos, die met zijn causerieën voor radio en televisie een hele generatie katholieken inwijdde in de wereld van de seksualiteit, bewaren veel oudere katholieken warme herinneringen. Dat geldt evenzeer voor bisschop Willem Bekkers van 's-Hertogenbosch die in 1963 op televisie verklaarde dat het toepassen van geboortebeperking een zaak was voor het individuele geweten van gelovigen.

De aandacht voor seksualiteit in katholiek Nederland in de jaren vijftig en zestig was een ander soort aandacht dan vandaag de dag. De causerieën van Trimbos zouden nu opzien baren vanwege het paternalistische taalgebruik. Toentertijd werden zij echter erkend als taboedoorbrekend, juist ook door priesters. Toen Trimbos al in 1955 in een Nederlands priestertijdschrift wees op de geelaren van het celibaat voor de geestelijke gezondheid van de priester, sloeg dat in als een bom. Hier was iemand met kennis van zaken aan het woord!

De langzaam veranderende op-' vattingen over seksualiteit in katholieke kring vanaf de late jaren vijftig hadden hunweerslag op de waardering van het priestercelibaat . De Franse historica Martin Sevegrand wees erop dat het celibaat vanaf het begin van de jaren zestig onder druk kwam te staan, mede vanwege het feit dat seksualiteit niet langer gezien werd als zondig, aards en slechts gericht op het krijgen van kinderen. Juist het uittreden van veel priesters vanaf 1965 wou volgens haar te verklaren zijn uit de spanning die dit opleverde.

Wellicht geldt hetzelfde voor het seksueel misbruik dat nu in de openbaarheid gekomen is. juist in katholieke internaten werden bedoelde tijdschriften veelvuldig gelezen. Bijvoorbeeld het blad Dux, gericht op `allen die meewerken aan:de vrije jeugdvorming in Nederland en België',. zal zeker binnen de orde der Salesianen, die zich met name richtte op het jeugdwerk, bekend geweest-zijn.' De paters zullen dus ook kennis; genomen hebben van de vele artikelen en debatten over seksualiteit.

Het is nu aan' de onderzoekers de rol hiervan bloot te leggen. Wim Deetman, door de bisschopm- pen aangewezen als voorzitter van de onderzoeksgroep, heeft aangekondigd met een onderzoeksplan te komen. Het zou goed zijn wanneer in dat plan ruimte is voor meer dan een soort strafrechtelijke toets van de geuite beschuldigingen. Beter is het te kiezen voor een breed opgezet onderzoek naar de wijze waarop in katholiek Nederland indertijd met seksualiteit werd omgegaan. Een dergelijk onderzoek plaatst het misbruik in internaten in perspectief en voorkomt het al te eenvoudige beeld van de celibatair levende mannen Gods die hun seksuele driften meenden te moeten botvieren op onschuldige kinderen.

Maarten van den Bos is als historicus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam waar hij een roefschrift voorbereid over d eontzuiling van het Nederlandse katholicime, 1953-2003