We hebben 145 gasten online

"Ze pikten er altijd de zwaksten uit"

Gepost in Misbruik RKK

Na jarenlang zwijgen willen drie mannen praten over hun ervaringen en het misbruik op internaat Eikenburg in Eindhoven

Pascale Thewissen in Eindhovens Dagblad 12 maart 2010

Het begon met een aai over de bol en een rolletje pepermunt. Oud-leerlingen van jongenspensionaat Eikenburg in Eindhoven getuigen.

EINDHOVEN - Hij stotterde vreselijk. „Als kind zonderde ik me af Er was geen mens die mij kon verstaan", zegt de nu 67-jarige Victor. Zijn ouders besloten hem op advies van de kinderarts naar kostschool te sturen, naar het voormalige katholieke jongensinternaat Eikenburg in Eindhoven. „Nee, ik heb mijn ouders nooit verteld wat me daar is overkomen. Dat waren zulke brave, diepgelovige mensen. Ze waren de schok nooit te boven gekomen."

Victor zat in 1953 en `54 in Eikenburg. Zijn ouders kregen geld van de Philips-van der Willigenstichting, een fonds dat in 1916 door Gerard Philips samen met zijn echtgenote werd opgericht en tot op de dag van vandaag de opleiding van kinderen van (oud-)-Phiiipsmedewerkers financieel ondersteunt. Hij grijpt naar een foto-album. „Kijk, dat is hem", zegt hij fel. „Ik heb geen idee of hij nog leeft. Hij ontfermde zich over mij. Op zondagochtend mochten we snoep kopen, maar daar had ik geen geld voor. Dan kreeg ik van hem een rolletje King-pepermuntjes. Hij hield ook toezicht op de slaapzaal. Het begon met een aai over m'n bol. Twee dagen later stond hij met mijn piemel te spelen. Ik weet het nog precies: hij stond altijd aan de rechterkant van het bed, met één hand in mijn broek en met de andere hand stond hij zichzelf af te trekken. Elke avond ging hij een stuk of vier kinderen af. Eén jongetje had net als ik een spraakgebrek. Hij pikte er altijd de, in zijn ogen, zwaksten uit" Victor raapte al zijn moed bij elkaar en stapte uiteindelijk naar de overste. „Ik kon amper uit mijn woorden komen. Ik wist niet eens wat een pedofiel was, laat staan dat ik het kon uitspreken. Het was vlak voor Pasen. Toen ik na de vakantie terugkeerde naar Eikenburg, was hij weg. Ik weet niet wat wer met hem is gebeurd . ik weet niet eens of hij nog leeft. Als ik nu hoor dat de leiding van Eikenburg niet wist wat er gaande was, dan kan ik me gruwelijk boos maken. Natuurlijk wisten de andere broeders dat wél. "

Victor stottert nog steeds. Ruim een halve eeuw na dato komt alle woede opnieuw bovendrijven. Hij heeft zich gemeld bij het RK-klachtenbureau Hulp en Recht, Hij wil praten, wil zijn verhaal kwijt. Voor het eerst. Tot voor kort liet hij nooit iets los over wat hij had meegemaakt op Eikenburg. Pas toen zijn echtgenote hem vroeg waarom hij toch zo negatief was over geestelijken kwam het verhaal eruit. „Maar de rest van mijn familie weet nog steeds van niets. Als ik hoor wat anderen is overkomen, dan ben ik er nog genadig vanaf gekomen. Maar het blijft natuurlijk wrang. Zoveel ouders die hun kinderen naar het internaat stuurden, in de overtuiging dat ze hun kinderen niet beter terecht konden laten komen."

Rob Bossers (61) zat in 1958 en 1959 op Eikenburg. Op tafel liggen de rapporten en de rekeningen uit die tijd: 365 gulden voor de periode januari tot Pasen. „Ik was een lastig kind. Ik rende steeds weg. Er was maar één broeder met wie ik kon opschieten, die echt naar me luisterde en het beste met mij voorhad. Maar er waren ook echte viespeuken bij. Zoals `broeder pil'. Zijn echte naam herinner ik me niet. Hij nam je temperatuur en verzorgde je als je ziek was. Ik herinner me hoe hij tegen het bad stond aan te rijden terwijl hij me zeer grondig van top tot teen waste." Ook de nu 6o-jarige René gruwelt aan de herinnering van de wasbeurten. Hij klaagde tegen zijn ouders, maar die zeiden: `Een goed katholiek doet niets verkeerds' . Een andere oud-leerling wil alleen kwijt dat hij veel heeft moeten doorstaan in zijn jaren op Eikenburg. „Het waren meestal jongens die troost zochten omdat ze zich niet thuis voelden in het internaat of er niet tegen konden om zo lang van huis weg te zijn. Dat was ook zo in mijn geval. Ik had heimwee." De broeder van Liefde wilde het gemis van zijn ouders maar al te graag compenseren.