We hebben 239 gasten online

Waarom grepen de paters naar de jongens

Gepost in Misbruik RKK

Twistgesprek Jan tromp en Antoine Bodar in Volkskrant 6 maart 2010

Een leven zonderseks is niet makkelijk vindt Atoïne Bodar, maar dat wil nog niet zeggen dat het celibaat de oorzaak is voor seksueel misbruik.

Dinsdag zei Antoiné Bodar, priester te Rome en in zijn eigen woor den 'ongeneeslijk katholiek', in het Radio-1 -Journaal dat hij -'geschokt' is door alle verhalen over seksueel misbruik door geestelijken. 'Ik schaam mij persoonlijk' En ook: `Ik had niet gedacht dat zo iets kon.'

Echt niet?'

Ik heb een hoge opvatting van het priesterschap. En misschien ben ik naïef. Hoe ook, ik zeg: dat kan toch niet, dat kan toch helemaal niet.'

Iedere gezonde jongen van Jan de Witt die In de jaren zestig op een katholieke jongensschool zat, wist bijna intuïtief dat hij uit de buurt moest blijven van pater Van Kleef en consorten.

`O, intellectueel ben ik heus wel ingelicht. Maar gevoelsmatig zeg je: nee, het kan niet dat zoiets bestaat. Er is een periode geweest in de katholieke kerk dat wanneer iemand een geweldige zonde had bedreven hij op de mat werd geroepen, betrokkene weende en klaagde en placht te zeggen: ik zal het nooit meer doen. Hij moest boete doen, hij werd desnoods in een klooster gestopt, voor twee weken dan, en daarna ging het leven voort.

'Hoe hypocriet.'

Nee, de ontkenning van het probleem door de kerk kwam destijds overwegend voort uit onwetendheid. Maar wat weten wij inmiddels vanuit de wetenschap? Inmiddels weten wij dat wanneer iemand één keer aan kinderen zit, hij altijd aan kinderen zit. Zo iemand kan dus alleen nog maar gevangenispastor worden of pastor van het bejaardentehuis.

'Op onze katholieke jongensschool hadden we die academische wijsheid niet nodig. We zeiden gewoon tegen elkaar: laatje niet bevozen door pater van Kleef.'

Nou ja, laat ik het dan hebben over mijn eigen naïviteit. Ik heb op het Ignatius gezeten in Amsterdam en anderhalf jaar op een kostschool, een seminarie in Boxtel. Ik was toen een jongetje dat niet zo ongelooflijk stoer was, zal ik maar zeg gen. Ik kreeg nogal wat aandacht.'In Amsterdam had ik een leraar Grieks, een pater Jezuïet en ja, achteraf was het ongelooflijk, maar die haalde je eindeloos aan in de klas, streelde je wang, drukte je hoofd tegen zijn vieze toog.'Ziet u wel: nu zegt u het zelf.`Er is nooit iets gebeurd. En ik was een ongelooflijk vroom jongetje. Ik zag geen broeierigheid, Achteraf moet je zeggen: het was duidelijk machtsmisbruik, dat wel natuurlijk.

'Allemaal aberraties die voortkomen uit dat onmogelijke celibaat, denkt u niet?`

Dat is de publieke opinie, maar het is niet bewezen. Integendeel.Er is in Amerika onderzoek gadaan naar misbruik; de psychiater staat bovenaan, gevolgd door de leraar, de sportleraar en dan volgen ex aequo de priester én de dominee. De dominee is niet celibatair, en toch heeft hij de in dit opzicht twijfel achtige eer op gelijke hoogte te staan met de priester, de pater.'Dit is mijn kern: als je geloof vervaagt, als je geroepen bent voor het priesterschap, maar je bidt niet steeds en je gaat Onze Lieve Heer zien als een prettige welzijnswelker die alles goed vindt, dus wanneer je niet ten volle gelooft in de hoogheid van je ambt of liever gezegd in de heiligheid van' God, dan wordtdat celibaat inderdaad een ramp.

'Is een leven zonder seks niet sowieso ongezond?

`Het is niet makkelijk..

'Nee, niet gezond.`

Dat weet ik niet. Wij mannen kennen natuurlijk toch de zaadlozing. Als je dat niet kunt laten geschieden door de coïtus, dan vloeit zo'n lijf evengoed leeg, hoor. Het lijf blijft het lijf, de man blijft de man en als je zinnelijker bent dan anderen, overkomt het je vaker dan anderen.'