We hebben 182 gasten online

Slachtoffer is de dader

Gepost in Misbruik RKK

INTERVIEW, door Willem Beusekamp in Volkskrant 3 augustus 2002

Zijn de zedenschandalen in de rooms-katholieke kerk een bewijs dat er structureel iets fout zit, of een vlek op een kunstwerk, dat daardoor nog niet z'n waarde verliest? Voor de Romeinse priester en theoloog Don Stefano Federici is het duidelijk. 'Als die vlek door iemand van buiten is aangebracht, heeft de paus gelijk. De waarheid is echter dat de maker van het kunstwerk de vlek met opzet heeft aangebracht.'

'IK KLAAG vooral de zwijgplicht aan in onze kerk. Deze omertà, bekend van de maffia, maakt van de kerk een criminele organisatie, uitsluitend geïnteresseerd in het instandhouden van de onderdrukkende machtsstructuur.'

Stevige taal van don Stefano Federici (1960). De gepromoveerde theoloog, psycholoog, filosoof en pedagoog is behalve priester tevens hoofddocent aan de gemeentelijke universiteit van Rome. Sinds een optreden voor de Italiaanse tv is hij in een bizarre strijd verwikkeld met de rooms-katholieke kerk, die hij verwijt van hem, slachtoffer van seksueel misbruik, 'een potentieel crimineel en pedofiel' te hebben gemaakt.

De priester verbrak zijn stilzwijgen omdat het Vaticaan de zedenschandalen in de Verenigde Staten blijft afdoen als een puur Amerikaanse kwestie. Anders dan vaak wordt geroepen, is volgens hem niet het celibaat de kern van het probleem. Pedofilie, zo is inmiddels zijn overtuiging, vloeit voort uit de katholieke opvoeding, gebaseerd op een theologie van opoffering. 'Wij leren dat God een voldaan gevoel kreeg uit het lijden van Christus, zijn zoon. De kerk wil de mensheid kind houden en opvoeden in de zin van zonde, opoffering en vergeving. Een open debat hierover is met de dag dringender geboden, maar onmogelijk omdat de kerk in haar huidige vorm ineen zou storten.'

En dan, zegt Don Stefano, de huichelarij over homoseksualiteit. 'In Italië is daar onderzoek naar gedaan. Hoe moeilijk dat ook is in zo'n gesloten groep, het is wetenschappelijk verantwoord te stellen dat minimaal 60 procent van de priesters homo is, volgens de officiële leer een ziekelijke afwijking. Door de werkelijkheid te verzwijgen, ontstaat geheel ten onrechte de indruk dat homoseksualiteit onlosmakelijk verbonden zou zijn met pedofolie.'

De priester vertelde zijn verhaal enkele maanden geleden aan Adista, een katholiek persbureau in Rome. Geen enkel medium in Italië durfde het relaas van Don Stefano te publiceren. Het Vaticaan heeft thans de politie ingeschakeld om de priester uit zijn huis te krijgen, een centrum waar hij samen met een team van therapeuten seksueel misbruikte geestelijken opvangt en begeleidt. Hij is nog niet uit het priesterambt gezet, maar z'n salaris is stopgezet en hij is overgeplaatst naar een niet-bestaande parochie.

Twee jaar geleden, naar aanleiding van de Romeinse Gay Pride tijdens het katholieke jubeljaar, vertelde don Stefano op tv over zijn traumatische ervaringen. Tevens hekelde hij het verbod van het Vaticaan deel te nemen aan de demonstratie voor gelijke homorechten. Als reactie ontving hij een decreto di pena, een strafklacht, van de hulpbisschop van Rome, kardinaal Camillo Ruini.

- Uw kritiek is nogal heftig. Wat hebt u nog te zoeken in de kerk?

'Dat zegt de kardinaal ook, alsof ik als volwassene niet zelf mijn pastorale roeping kan bepalen. Ik ben sinds 1986 priester in de binnenstad van Rome, in een voor de kerk problematisch randgebied van homoseksuelen, transseksuelen, drugsverslaafden en slachtoffers van pedofilie. De kardinaal heeft me altijd gedoogd, al werd mijn werk als pedagoog aan de pauselijke universiteit onmogelijk gemaakt. Omdat ik de zwijgplicht heb gebroken, moet ik worden uitgeschakeld.'

- Wat zijn precies uw drijfveren om naar buiten te treden?

'Ik wil niet alleen praten over mijn ervaringen als overlevende van seksueel misbruik in een christelijke omgeving, zoals het in de vakliteratuur wordt genoemd. Uit mijn persoonlijke ervaring en als psycholoog herken ik aan iemands gedrag of hij zo'n overlevende is. Het misbruik deformeert je seksuele identiteit. Altijd ligt het gevaar op de loer dat je met anderen doet wat jou is aangedaan. Mijn aanklacht is dat ik door de kerkstructuur zo geworden ben zoals ik ben.'

- Wat is misbruik binnen een christelijke gemeenschap?

'Ik ben niet door een priester misbruikt, maar door een van mijn zwagers, met geweld. Vanaf mijn elfde, over een lange periode van zeven tot acht jaar. Het gebeurde in een goed katholiek milieu. Goed in de zin van een hoog cultureel niveau, met deelname aan het sociale leven en politieke betrokkenheid. Het geloof was in onze familie dus niet iets magisch abstracts, maar een heel concreet onderdeel van het dagelijkse leven.'

- U hebt altijd gezwegen over wat uw zwager u aandeed?

'Juist niet! Direct na de eerste keer ben ik naar de kerk gegaan en heb ik alles gebiecht. En dat zeven, acht jaar lang. Telkens heb ik het aan de priester verteld.'

- U voelde zich schuldig?

'Natuurlijk voelde ik me schuldig en dat is precies het misdadige van de kerk. Hoe meer het kind deze vorm van geweld ondergaat, dat hij niet kan begrijpen, des te gestoorder wordt zijn persoonlijkheid. Het kind hoort dan in het biechthok dat niet de dader, maar hij zelf verantwoordelijk is. Hij is de zogenaamde verleider. Nog nooit in die acht jaar is er iemand geweest die mij uit dat hok sleepte en zei: hé joh, waar zijn je ouders, we gaan met ze praten, of met de huisarts.'

- Hoe reageerde de priester dan die u de biecht afnam?

'Hij vertelde over de theologie van het lijden. De priester die ik mijn drama toevertrouwde, beweerde bovendien dat ik vier doodzonden had begaan. De eerste ben ik vergeten, want die heb ik verdrongen. De andere zonden herinner ik me heel goed. Ik had tegennatuurlijk gedrag vertoond door me aan een man over te geven. Ik had het huwelijk van mijn zuster in gevaar gebracht en ik had gezondigd tegen het zesde gebod, namelijk onkuisheid bedreven.'

- Een merkwaardige reactie.

'Merkwaardig? Dit is onvoorstelbaar en niets minder dan een misdaad, begaan door de kerk. Als het waar is dat je met kerkbezoek op elke vrijdag uiteindelijk de hemel verdient, dan heb ik tien hemels verdiend. Bij zonsopgang stond ik al te wachten voor de biecht. Zo bang was ik voor de hel.'

- Waarom wilde u ondanks alles zelf priester worden?

'Omdat ik een roeping voelde. Ik wilde en wil nog steeds pastoraal werk verrichten. Ik was 22 jaar en vertelde voor het eerst aan iemand anders dan een biechtvader, namelijk de rector van het seminarie, wat een familielid mij had aangedaan.

'In die tijd was ik volstrekt van de kaart. Juist omdat mijn lichaan een bron van lijden en niet van plezier of genot was geworden droeg ik een cilicium, een boetekleed dat een constante pijn aan mijn genitaliën veroorzaakte. Ik had het zelf gemaakt van punaises en elastiek. De rector wilde het zien, ik moest me uitkleden. In plaats van een psychiater in te schakelen, zei hij het boetekleed overdreven ascetisch te vinden. Ik kreeg dus weer niet de hulp die ik nodig had, maar daarvoor in de plaats verwijzingen naar het lijden van Christus en de religieuze bevrediging die dat biedt. De dader, mijn zwager, moest ik vergiffenis schenken. Omdat deskundige medische hulp uitbleef, kon ik met geen mogelijkheid vrede krijgen met mijn lichaam. Ik bleef dankzij de kerk een potentiële kinderverkrachter. Ik heb het uiteindelijk zelf proberen op te lossen door in therapie te gaan.'

- Hoe verging het u nadien?

'De tussenliggende jaren zijn belangrijk om aan te geven wat ik nog meer bedoel met geweld binnen een katholiek milieu. Ik werkte als gastdocent pedagogie in het Auxilium, de pauselijke universiteit. Ik kreeg van de hulpbisschop het verwijt dat ik niet als priester gekleed ging en dat ik me niet hield aan de officiële kerkleer. Maar ik doceerde helemaal geen moraal-theologie. Ik gaf les over seksualiteit van gehandicapten, over pedofilie. Onderwerpen die ik niet als priester, maar als wetenschapper bestudeer. Niettemin moest ik weg en verloor ik mijn inkomen. Heel weinig priesters in Rome hebben zo'n wetenschappelijke achtergrond als ik. In normale gevallen was ik automatisch hoogleraar geworden. Toch kom ik hier in Rome in mijn vakgebieden nauwelijks meer aan de bak. Ik heb geen harde bewijzen, maar alles duidt erop dat ik op last van het Vaticaan wordt geboycot.'

- Hoe verliep uw gesprek met kardinaal Ruini, de rechterhand van de paus?

'Ik heb hem uiteraard mijn mening gegeven over het crisisberaad hier in Rome met de Amerikaanse kerkleiding en de reacties van de paus. Naar mijn mening is de situatie in de eerste plaats ontploft vanwege de dreigende economische ineenstorting van de kerk. De cijfers zijn namelijk onthutsend. Ik weet niet hoeveel miljarden er aan smartegeld moeten worden uitgekeerd aan de slachtoffers.

'De paus noemt de zedenschandalen terecht schandalig. Het is echter absurd dat hij de zaak afdoet als een vlek op een kunstwerk, dat daardoor nog niet z'n waarde verliest. Als die vlek door iemand van buiten is aangebracht, heeft de paus gelijk. De waarheid is echter dat de maker van het kunstwerk de vlek met opzet heeft aangebracht. De structuur van de kerk veroorzaakt het kwaad. Het is het product van al die kardinalen die hebben besloten hun ogen gesloten te houden.

'Ik heb de kardinaal vergeleken met m'n ouders, aan wie ik na jaren van moeizame therapie heb verteld hoe ik onder hun ogen ben misbruikt. Maar Stefano, riep m'n moeder, waarom heb je het ons nooit verteld. Ik kon haar alleen maar antwoorden met een wedervraag. Waarom ze zichzelf niet afvroeg waarom een kind van elf zoiets niet aan z'n ouders durft te vertellen en hoe het mogelijk was dat een lid van die katholieke familie zoveel geweld tegen mij had aangewend. Je kunt de reactie van Rome op de noodtoestand in de VS, vergelijken met die van de ouders van een misbruikt kind. De dader willen ze het liefst opknopen aan de hoogste boom. Maar de oorzaken van het geweld blijven onbesproken.'

- Hoe reageerde de kardinaal?

'Uiteindelijk smeet hij mijn papieren in m'n gezicht en wees hij mij stampvoetend het gat van de deur. Het gaat echter nog veel verder, en dan kom ik op misdaad nummer zoveel. De Italiaanse aartsbisschop Francesco Gioia is uit de provincie teruggehaald naar Vaticaanstad omdat hij wordt vervolgd wegens pedofilie. Op die manier blijft hij uit handen van de Italiaanse justitie. Vervolgens zijn hem in Rome twee basilieken toegewezen. Eminentie, vroeg ik, waarom wordt een verdachte, de aartsbisschop in dit geval, beloond en een slachtoffer, zoals ik, gestraft. Hij antwoordde dat ik de heiligheid van het priesterschap zou hebben geschonden door over mijn persoonlijk lijden in het openbaar te praten.

'Don Stefano, zei de kardinaal, dit zijn dingen die ons niets aangaan. En als jij iets persoonlijks hebt tegen de aartsbisschop dan stap je maar naar de civiele rechter. Onthoud wel dat dit consequenties voor jou zal hebben. Deze woorden, van mijn kardinaal, met al zijn macht, heb ik ervaren als pure intimidatie.'

- Uw verhaal over de aartsbisschop wordt bevestigd door justitie. Er lopen twee strafklachten wegens seksueel misbruik van minderjarigen. Waarom pronkt het Vaticaan nog met hem? Is het arrogantie?

'Het is veeleer een houding van onverschilligheid, kenmerkend voor een absolute monarchie. Door het volk zo'n duivels taboe als kinderschenderij openlijk te laten zien in de persoon van een aartsbisschop raken de mensen eraan gewend. Dat is de criminele gedachte erachter.'