We hebben 124 gasten online

3) Burgerlijke ongehoorzaamheid

Gepost in Strafrecht in Historie

 

3.1 Burgerlijke ongehoorzaamheid

3.2 Tien kenmerken van burgerlijke ongehoorzaamheid

3.3 Vragen en opdrachten

3.1 Burgerlijke ongehoorzaamheid

De verzetsdaden uit de Tweede Wereldoorlog dwingen onze bewondering af. We hebben waardering voor de mannen en vrouwen die, met gevaar voor eigen leven, distributiekantoren en bevolkingsregisters hebben overvallen; door hun daden kon het leven van andere Nederlanders gered worden. Wetten van dit totalitaire regime moesten te vuur en te zwaard bestreden worden, zo vonden deze verzetsmensen. Deze wetten hadden immers slechts één doel: het knevelen, onder de knoet houden van onze samenleving. Ongehoorzaamheid was toen geboden en in de illegale pers werd hiertoe ook regelmatig opgeroepen.

De vraag is nu: is ongehoorzaamheid ook toegestaan in onze democratische rechtsstaat?

Wetten hebben daarin juist tot doel het individu te beschermen en de samenleving leefbaar te houden. Bovendien worden deze wetten aangenomen door een meerderheid van volksvertegenwoordigers die wij zelf gekozen hebben.

Ben je dan niet verplicht aan de wetten van de meerderheid te gehoorzamen?

Dit is het probleem van BURGERLIJKE ONGEHOORZAAMHEID. De uitdrukking civil disobdience , burgelijke ongehoorzaamheid is voor het eerst gebruik door de Amerikaan D.H.Thoreau (1817 1862). Deze weigerde belasting te betalen, omdat naar zijn mening de burger geen belasting mocht betalen aan een staat die slavernij goedkeurde of een onrechtvaardige oorlog voerde. Met civiel bedoelde Thoreau zowel ‘menselijk, geweldloos, vriendelijk, beschaafd’ als ‘burgerlijk’ de burger betreffende. Hij vond dat hij volgens zijn geweten geen belasting mocht betalen maar hij vond ook dat hij daardoor terecht de gevangenis inging.

Naar zijn oordeel is voor een rechtvaardig mens de gevangenis de ware plaats in een onrechtvaardige samenleving. Thoreau vond dat je moet protesteren tegen onrechtvaardige wetten door er niet aan te gehoorzamen, maar niet door er geweld tegen te gebruiken. Deze combinatie noemde hij civil disobedience. Hiermee introduceerde hij een begrip dat ook in onze samenleving een belangrijke rol is gaan spelen.

Het begrip burgerlijke ongehoorzaamheid kreeg in onze eeuw een nieuwe inhoud door de acties van Mahatma Gandhi in zijn strijd tegen het Engelse koloniale bestuur in India en van Martin Luther King in zijn strijd voor gelijke rechten van de negers in de VS.

In ons land dook het begrip weer op in de jaren zestig. De jongeren die opgroeiden in de jaren zestig hadden geen herinneringen aan de tijd voor de Tweede Wereldoorlog of' aan de oorlog zelf. Zij keken alleen naar hun eigen tijd. De roep om democratisering was niet van de lucht. Luisteren naar de ' hoge heren' van de regering of van de kerk was geen vanzelfsprekendheid meer. Het ging er niet meer om wie het zei, maar wat er gezegd werd.

Wanneer het te lang duurt om wetten via de parlementaire weg te veranderen, dan moeten de burgers maar langs illegale weg zien hun doel te bereiken, vinden sommige mensen. Maar ook burgerlijke ongehoorzaamheid is aan regels gebonden. Twee voorbeelden illustreren de dilemma's die hiermee samenhangen.

In 1980 werden zes leegstaande panden aan de Amsterdamse Keizersgracht gekraakt. Deze panden behoorden aan een groot bedrijf en de eigenaar had via de rechter weten te bereiken dat de panden ontruimd moesten worden. De krakers weigerden evenwel de panden te ontruimen en de burgemeester, als hoofd van de politie, had de plicht het gerechtelijk vonnis uit te voeren. Aangezien onderhandelen met de krakers geen resultaat opleverde gaf de burgemeester tenslotte aan de politie het bevel de panden te ontruimen. De krakers gaven zich niet zomaar gewonnen, aan beide zijden - politie en krakers - kwam het tot geweld.

Valt het optreden van de krakers nu onder burgerlijke ongehoorzaamheid?

De krakers beriepen zich, op het woonrecht. Hoe moet dat woonrecht in praktijk worden gebracht als er woningbezitters zijn die hun huizen leeg laten staan, in de hoop die voor veel geld te verkopen. Sinds 1980 is er op dit punt overigens wel iets veranderd. De Tweede Kamer vond dat op grond van rechtvaardigheid moest worden ingegrepen en heeft bij wet geregeld wanneer en hoelang een woning leeg mag staan.

In 1985 besloot liet kabinet Lubbers, met steun van de meerderheid van het parlement tot plaatsing van 48 kruisraketten in Woensdrecht. Twee grote vredesdemonstraties -- aan beide demonstraties deden ongeveer 400.000 mensen mee - en een massaal getekend volkspetitionnement ( rond 4 miljoen handtekeningen) hadden regering en parlement niet tot andere gedachten kunnen brengen. Een groot aantal tegenstanders van plaatsing van kruisraketten legde zich bij de feiten neer; een klein aantal tegenstanders bleef zich tegen plaatsing verzetten. Zij verzonnen allerlei maatregelen om te verhinderen dat de kruisraketten in Woensdrecht werden geplaatst. Regelmatig trad de politie hiertegen op. In 1987 kwam er een onverwachte oplossing: de VS en de USSR sloten een akkoord waarbij men het aantal wapens wilde verminderen: de raketten werden niet geplaatst.

3.2 Tien kenmerken van burgerlijke ongehoorzaamheid (Prof. Schuyt)

1) De handeling is illegaal;

2) De handeling is gewetensvol, doet een beroep op het geweten van de dader, maar ook op het geweten van de medeburgers;

3) Er is een samenhang tussen de bekritiseerde wet en de gekozen overtreding;

4) De handeling is weloverwogen; men doet niet iets onbezonnens of uit onweerstaanbare woede;

5) De handeling geschiedt openlijk en in het openbaar;

6) Men werkt vrijwillig mee aan arrestatie en vervolging;

7) Men aanvaardt het risico van straf;

8) Men heeft van tevoren legale middelen van protest gebruikt;

9) Men is principieel geweldloos en blijft volharden in geweldloosheid;

10) De rechten van andere personen worden zoveel mogelijk in acht genomen

3.3 Vragen en opdrachten:

1) Vind je de daad van Thoreau burgerlijke ongehoorzaamheid? Wel toelichten!

2) Wat is het verschil tussen burgerlijke ongehoorzaamheid en revolutie?

3) Uitspraak van een kraker: “ Uw rechtsorde is onze rechtsorde niet”. Verklaar deze uitspraak en geef aan of je het eens of oneens bent met die uitspraak.

4) Geef eens een paar voorbeelden van burgerlijke ongehoorzaamheid in onze tijd.