We hebben 133 gasten online

24) Casus Verkrachters

Gepost in Strafrecht in Historie

 deel 22 moord in nl

 Bron Moord in Nederland Auteur Hendrik Jan Korterink

Hoofdstuk 11 pagina 141 t/m 150

Overeenkomsten en verschillen tussen verkrachters en moordenaars; achtergronden en motieven; marathon –verkrachter Ronald S. uit Zaandam.

Bijna alle moorden in het boek: ‘Moord in Nederland’ auteur Hendrik Jan Korterink, hebben, behalve met macht, te maken met seks. In de meeste gevallen begint het met verkrachting.

Daardoor kan de indruk ontstaan dat alle verkrachters potentiële moordenaars zijn en dat alleen door een samenloop van omstandigheden (paniek, een onverwachte reactie van het slachtoffer) de dader overgaat tot moord. Ook als het gaat om mannen die willekeurige slachtoffers verkrachten, dan nog is er snaar een uiterst kleine groep die zijn slachtoffer vermoordt. Er worden heel veel vrouwen verkracht, er worden er maar weinig vermoord.

In Nederland komen per dag gemiddeld ongeveer vijf aangiften van verkrachting binnen. Dat is volgens een ruwe schatting een kwart van het werkelijk aantal verkrachtingen. Het aantal willekeurige slachtoffers van moord schommelt in Nederland rond de vijf per jaar.

Het is duidelijk dat verkrachters onaanvaardbaar gedrag vertonen, maar hoe dicht zitten ze tegen de moordenaars aan?

Die vraag is moeilijk te beantwoorden. Het grootste praktische probleem is dat het slachtoffer het antwoord ook niet weet. In ‘Moord in Nederland’ komen verschillende Nederlandse zaken voor die in eerste instantie alle kenmerken hebben van 'gewone' verkrachting. Tot hun ontsteltenis en verbazing merken de slachtoffers dat de dader niet tevreden is met wat hij tot dan toe heeft gedaan. In de meeste gevallen zal de verkrachter -sec zich ijlings uit de voeten maken, al dan niet na dreigementen te hebben geuit.

De Nederlandse serie -verkrachter Ronald S. is zo'n man bij wie de grens tussen verkrachting en moord groot lijkt. Dat is de reden om aandacht aan hem te besteden: niet elke verkrachter is een potentiële moordenaar. Al weetje het nooit.

Op zondagmorgen 13 mei 1 990 maakt Ronald S. (29) uit Zaandam zijn laat- ste slachtoffer. In haar studentenflat op Kattenburg, in Amsterdam -Oost, verkracht hij een Franse studente. Surveillerende agenten zien hem later over de Kattenburgergracht hollen, vinden dat verdacht en gaan achter hem aan. Bij toeval vinden ze zijn geparkeerd staande auto. Terwijl ze het kentekennummer natrekken, komt via de mobilofoon de melding binnen van de zojuist gepleegde verkrachting. Ronald S., omschreven als een van de vijftig beste marathonlopers van Nederland, was lopend naar zijn huis in Zaandam gegaan. 's Morgens om tien voor vijf kwam de politie aan zijn deur. 'Ik wist dat ik nu gepakt zou worden, dat de politie me had gezien. Ik ben thuis gaan zitten wachten tot ze zouden komen. Ik begreep wel dat het zo niet door kon gaan. Ik was blij dat ze me aan de hand van de auto konden vinden,' zei Ronald S. later.

Met zijn arrestatie kwam een eind aan een jarenlange reeks van in totaal vijftig verkrachtingen, aanrandingen en pogingen hiertoe. De slachtoffers waren vrouwen tussen 18 en 25 jaar. Het relaas van vijf van hen, zoals dat opgetekend werd in de processen –verbaal.

Amsterdam, 13 mei 1990, Franse studente G.

Ik was om ongeveer half één 's nachts gaan slapen. Het rechterraam van de slaapkamer stond op een hier. Ik schrok wakker en hoorde dat er een schuifraam omhoogging. Ik was niet bang, maar verbaasd. Ik zag dat een man met zijn hoofd naar binnen kwam en vroeg hem wat hij kwam doen. Ik kon hem eerst niet goed verstaan, maar toen zei hij dat hij door mijn kamer heen naar de andere kant wilde. Ik was geïrriteerd en zei dat hij weg moest gaan. Hij kwam toch binnen en pakte mij vast. Ik moest stil gaan liggen. Toen werd ik vreselijk bang. Hij duwde mij achterover en ik voelde dat hij op mij kwam liggen. Hij zei dat ik hem moest aftrekken. Dat heb ik gedaan, ik was bang en verward en dacht: dan ben ik van hem af. Ik begon bijna te huilen, maar hij zei telkens: mond houden. Anders zou hij mij doodsteken. Hij heeft diverse keren iets in mijn mond gestapt, o.a. mijn t - shirt. Hij zei dat hij zijn penis in mijn vrouwelijkheid wilde brengen. Ik zei dat hij een condoom moest gebruiken. Hij vroeg. heb je die? Maar die had ik niet. Toen moest het gewoon. Ik moest mijn benen optrekken. Ik zei dat hij niet in mij moest klaarkomen. Ik voelde dat hij dat toch deed. Daarna probeerde hij het nog een keer, maar dat is niet gelukt. Toen ging hij door het raam naar buiten. Ik heb bij een buurmeisje aangeklopt en geschreeuwd, haar vriend heeft de politie gebeld. Ik voel me onveilig, ik ben bang dat ik nooit meer zo onafhan- kelijk kan zijn, en niet meer alleen durf uit te gaan. '

Castricum, maandag 9 juli 1986, mevrouw W.

Om zeven uur 's avonds was ik met de fiets naar het strand gegaan. Om ongeveer tien voor halfacht was ik daar en heb er een half uurtje gewandeld. Om tien voor acht ging ik naar huis. Op het fietspad langs de Zeeweg besloot ik door de duinen te gaan. Op een gegeven moment zag ik links voor mij een man lopen, in een blauwe sportbroek en een rood trainingsjack. Toen ik ter hoogte van hem was, draaide hij zich plotseling naar mij om en kwam op mij af. De man was vreselijk sterk. Zijn hand was zo groot dat hij mijn ogen, mijn mond en mijn neus helemaal bedekte. Hij sprak op een doordringende manier. Hij trok mij mee naar een duinpan. Ik bleef proberen mijn gezicht vrij te krijgen, ik probeerde met hem te praten. Hij trok mijn jas uit en blinddoekte mij met mijn sjaal Hij zei dat alles uit moest. Ik heb tweejaar aan de Sociale Academie gestudeerd, waar we veel over dit soort dingen hebben geleerd. Het leek mij het beste zoveel mogelijk te doen wat hij zei en te proberen met hem te praten. Toen ik mijn t -shirt uitdeed, trok hij mijn beha kapot. Hij zei: 'Ga maar op je jas liggen.' Ik ging liggen. Hij is op mij gaan liggen. Ik meende te voelen dat hij zijn bovenlijf ook ontbloot had. Vervolgens heeft hij mij geneukt. Daarna is dat nog een keer gebeurd. Ik moest hem toen ook over zijn rug wrijven. Daarna moest ik op mijn buik gaan liggen. Ik was bang dat hij het nog een keer van achteren wilde doen. Hij ging even weg maar kwam direct terug. Ik zei dat ik bang was dat hij mij iets zou doen. Hij zei: Echt niet. 'Hij zei dat hij mijn fiets op zou pakken op het fietspad neer zou zetten. Ik moest nog even blijven liggen. Daarna heb ik me aangekleed en ben ik naar het fietspad gegaan. Ik zag een man op de fiets aankomen. Hij reed eerst door, maar toen hij zag ik dat ik heel erg overstuur was, stapte hij. Op mijn verzoek is hij met mij meegelopen. Ik was erg overstuur en ik huilde. Op het strandplateau heb ik mijn vriend gebeld en die is mij komen halen. We zijn samen naar de politie gegaan.

Vier dagen later, op vrijdag 13 juli, werd in hetzelfde gebied opnieuw een vrouw van haar fiets getrokken. Op de vraag waarom er toen verder niks is gebeurd, antwoordde Ronald S.: 'Ik was bij mijn positieven gekomen. Dat gebeurde wel vaker.' Toen de verkrachting in de duinen in Opsporing Verzocht werd behandeld, zat Ronald samen met een vriend te kijken. 'Toevallig. Ik keek anders nooit. Hij zei: Dat lijk jij wel.' Naar aanleiding van die uitzending is overigens een onschuldige man gearresteerd.

Amstelveen, 23 augustus 1986. Studente K-

Ik was naar de sociëteit op Uilenstede geweest en om kwart over drie 's nachts wilde ik naar de woning van mijn vriend, die daar ook woonde. Toen ik naar de hal liep zag ik op de binnenplaats een man staan, maar ik schonk er geen aandacht aan. Toen ik in de hal op de lift stond te wachten, merkte ik dat er iemand binnenkwam. Het was dezelfde man die ik eerder buiten had zien staan. Ik keek achterom en zag een blonde jongen, ongeveer anderhalve meter achter mij. Hij draaide zijn hoofd om. Toen werd ik van achteren vastgepakt. Hij zei dat ik niet mocht schreeuwen. Als ik dat wel deed, zou hij zijn mes gebruiken. Ik vroeg of hij geen gevoelens ten opzichte van mij kon tonen. Buiten de flat moest ik mijn arm om zijn middel slaan, zodat het leek of wij een paartje waren. Ik was bang dat hij mij dood ging steken. Ik vroeg of hij mij ging verkrachten. Hij zei: alleen aftrekken. Aan het eind van het pad moest ik mijn jas uitdoen. Die gooide hij op de grond. Ik werd er bovenop gegooid. Hij deed mijn trui omhoog en ik voelde een koud metalen voorwerp op mijn buik. Direct daarop voelde ik dat hij mijn pantalon en broek uitdeed. De pantalon werd voor mijn gezicht geknoopt. Toen voelde ik dat hij naast mij kwam liggen...

(vervolgens beschrijft ze een aantal gedetailleerde handelingen die ze met de verkrachter moet doen en andere die ze moet ondergaan. De verkrachter heeft enkele keren gemeenschap met haar, op verschillende manieren.

‘Zelf vind ik dit de ergste’, zegt Ronald S. achteraf. De rechter vroeg hem: 'Het heeft allemaal heel lang geduurd. Voor deze vrouw moet het een vreselijke ervaring zijn geweest. Kunt u zich dat voorstellen?

Ronald: 'ja. Ik denk dat het voor alle vrouwen heel erg is geweest.' Het koude metaal bestond uit een bos autosleutels)

Amsterdam, zaterdag 12 maart 1988, Nachtwachtlaan. juffrouw D.

Ik had 's avonds gewerkt tot half twaalf en ging met de fiets naar huis. Het viel me meteen op dat er een man liep, toen ik om ongeveer kwart voor twaalf bij huis was. Ik schonk er verder geen aandacht aan. Ik opende de deur van de box en ik was juist in de gang, toen ik, al omdraaiend, voelde dat er van de buitenkant tegen de deur werd geduwd. Er kwam een hoofd om de deur. Ik schrok heel erg. Ik dacht maar één ding. wegkomen! Ik voelde dat ik door de man bij mijn schouders word vastgepakt. We vielen op de grond. Ik trapte en schopte uit alle macht, maar ik denk niet dat ik hem geraakt heb. Het lukte hem mijn lichaam klem te houden en met één hand hield hij mijn mond en neus dicht. Ik stikte bijna. Ik gilde. Hij zei dat ik stil moest zijn, maar ik was zo in paniek, elke keer als hij zijn hand even wegdeed, gilde ik. Ik moest beloven mijn mond te houden, maar ik huilde heel erg. Ik moest beloven dat ik hem niet aan zou kijken. Ik moest gaan staan, hij ging achter mij staan. Hij deed mijn jas open en trok die gehaast van mijn lichaam. Ik moest de knopen van mijn blouse losmaken, maar dat kon ik niet omdat ik handschoenen droeg. Die moest ik uitdoen. Toen deed hij een sjaal voor mijn ogen. Ik kon even loskomen en rende in de richting van de tussendeur. Hij kwam achter mij aan, ik voelde dat hij me weer vastpakte. Hij bleef achter mij staan. Hij hield een hand voor mijn mond. Ik huilde. Kennelijk was hij mijn gegil zo zat dat hij zei dat hij een mes bij zich had. Ik had geen mes gezien, maar ik wilde geen risico nemen. Ik moest mijn t -shirt uitdoen. Dat wilde ik niet. Van achter betastte hij met beide handen mijn borsten en ik wist dat het nu zou gebeuren. Ik moest mijn rok losmaken en mijn onderbroek en panty naar beneden doen. Uitdoen kon niet, want ik had laarzen aan’.

Ronald S. begon de vrouw onzedelijk te betasten, maar plotseling hield hij daarmee op en rende hij weg. De vrouw hoorde een deur slaan en zag dat er een man en een vrouw op de gang liepen. Ze schreeuwde en werd door de man opgevangen. 'Als zij er niet waren geweest, was ik zeker verkracht,' zei ze. Ronald S. kon zich niet herinneren dat hij was gestopt omdat er mensen aankwamen, alleen dat hij in paniek was weggerend.

Alkmaar, zaterdag 15 april 1989, Geulstraat.

Om ongeveer 1 uur 's nachts kwam ik met mijn bromfiets thuis, bij de box van mijn flat. Ik rijd dan altijd door de hal daar naar toe. Ik zag dat er een mij onbekende man in de hal stond. Toen ik mijn helm afdeed, stond de man naast mij. Hij had een nylonkous over zijn hoofd gedaan. Hij pakte mij vast. Hij zei dat hij mij niets zou doen. Ik stribbelde tegen. Hij zei: 'Ik wil je tieten voelen, doe je jas uit.'Dat deed ik, omdat ik heel erg bang was. Ik moest mijn t-shirt en mijn beha uitdoen. Met beide handen pakte hij mijn borsten. Hij zei dat ik hem af moest trekken. Ik zei dat ik dat niet kon. Toen deed hij mijn hand naar zijn geslachtsorgaan en hij zat met één hand in mijn broek en vagina. Toen hij klaarkwam heeft hij zijn hand afgeveegd en is hij weggegaan.

Waarom willen mannen seks met vrouwen die ze niet kennen en die dat absoluut niet willen? Waarom deed Ronald S. het, wat drijft verkrachters in het algemeen en hoe zijn ze te genezen?

Er is in Nederland geen onderzoek gedaan naar de drijfveren van verkrachters, maar in de loop der jaren zijn er wel veel daders en deskundigen aan het woord geweest, meestal naar aanleiding van een verkrachtingszaak die veel publiciteit trok. Eerst een paar uitspraken:

*Verkrachter Ronald S.- 'Ik plande het nooit tevoren, het kwam onver- wacht over mij.'

*Verkrachter Wan P.: 'Ze zeggen dat er allerlei motieven zijn die leiden tot een verkrachting, maar daar heb ik nooit over nagedacht. Ik weet bij God niet waar ik naar op zoek was. Maar de gelegenheid deed zich voor en ik maakte er gebruik van.'

*Een psycholoog- 'Een intense, ongrijpbare woede kenmerkt de meeste verkrachters. Er is iets fundamenteel misgegaan in hun leven, vaak al heel jong. Ze willen of kunnen geen gevoel meer opbrengen voor andere mensen. De meeste de-personaliseren hun slachtoffers. Ze vinden een verkrachting hetzelfde als een schop tegen een wiel geven.'

*Een psychiater: 'Het zijn niet allemaal dolle honden. Verkrachting is een ziekelijke daad die bedreven wordt door gezonde mensen. Dat maakt het zo moeilijk voor politie, justitie en behandelaars om de juiste straf te bepalen.' *Een psychiater: 'Is verkrachting een seksuele misdaad of een gewelddaad? Van allebei wat. De potentie is niet het probleem. Veel verkrachters slagen er niet eens in het slachtoffer te penetreren, of komen niet tot een orgasme. De fout zit tussen zijn oren, niet tussen zijn benen. Een verkrachter is geen willoze speelbal van zijn hormonen.'

De Amerikaanse psycholoog Nicholas Groth, die meer dan drieduizend verkrachters onderzocht, zegt: 'Het is meer de seksuele uiting van agressie, dan de agressieve uiting van seks.' Groth verdeelt ze - op grond van hun motief ~ in drie groepen, die hij aanduidt met: woede, macht en sadisme. Groth: 'De woedende verkrachter haalt zijn gram voor iets dat hem is aangedaan. Door het leven zelf, of door het slachtoffer op dat moment. Hij

verkeert in een toestand van razernij. Zijn daad is onvoorspelbaar en impulsief en gewelddadig: hij schopt en slaat. Hij beleeft niet veel genoegen aan de daad zelf, maar wil zijn slachtoffer vernederen. Hij vindt seks vies en slecht: het ergste dat je iemand aan kunt doen. Dit type verkrachten is roekeloos, neemt risico's.'

De verkrachter uit machtswellust zoekt een vorm van compensatie. Het is een man die twijfelt aan zijn eigen mogelijkheden. Verkrachting geeft hem het gevoel dat hij de boel beheerst, dat hij de zaak onder controle heeft. Hij maakt doorgaans jacht op een slachtoffer, maar maakt ook wel gebruik van een onverwachte kans: bijvoorbeeld een jong meisje dat hij aantreft in het huis waar hij inbreekt.

De sadistische verkrachter is iemand met erotische agressie. Door de gewelddadig afgedwongen seks raakt de verkrachter opgewonden op een manier die hij bij vrijwillige gemeenschap niet kent. Er ontstaat sadistisch gedrag, welbewuste seksuele marteling, waarbij hij vaak gebruik maakt van een of meer voorwerpen om de verkrachting te plegen

Ronald S., de Zaanse verkrachter met de lange adem, stond in november 1979 in Amsterdam terecht.

De rechter vroeg: 'Is er nooit een moment geweest dat u zei: nu moet ik eens ophouden? Kunt u zich voorstellen dat uw slachtoffers lange tijd doodsbang zijn geweest? Het is een nachtmerrie: een raam gaat open en een vreemde man komt binnen. Dan praat ik nog niet eens over wat er verder gebeurd is. Kunt u aangeven waarom dit allemaal heeft kunnen gebeuren?'

Ronald S.: Een beetje. Bij het psychiatrisch onderzoek in het Pïeter Baan Centrum heb ik begrepen dat er een heleboel verborgen agressie in mij zat tegen vrouwen. Willekeurige vrouwen.

Ronald S. werd direct na de geboorte door zijn moeder afgestaan voor adoptie. Het duurde een paar maanden voor hij bij zijn adoptie ouders terechtkwam. Die belangrijke levensfase vlak na de geboorte bracht hij door in een tehuis, een onbegrijpelijke fout van de Kinderbescherming, volgens het psychiatrisch rapport. Zijn stiefouders verwenden hem, namen hem alles uit handen, waardoor Ronald niet leerde zelf initiatieven te ontwikkelen. Op z'n veertiende pleegde hij een serie aanrandingen, kwam bij de Officier van justitie op het matje en werd berispt. Maar zijn dossier, als potentieel zeden misdrijver, kwam pas weer boven water toen hij al door het genoemde toeval was gearresteerd.

Dat is een vaak terugkerend element: moordenaars en verkrachters hebben al een strafblad, maar om een of andere reden maakt de politie daar bij het opsporen geen gebruik van.

Verkrachters zoeken nooit hulp uit zichzelf Ze vertrouwen niemand, is een van de conclusies van psycholoog Groth.

Hij kon Ronald S. wel gesproken hebben: Ronald was al eens bij zijn huisarts geweest in verband met 'depressies'. De arts stuurde hem door naar een maatschappelijk werkster. Ronald: 'Een vrouw. Tegen háár kon ik het toch niet vertellen? Ze zou het meteen doorgeven aan de politie. Ik heb haar niet gebeld.' Later kreeg hij een vrouwelijke huisarts. 'Tegen haar kon ik het ook niet vertellen.'

Hij probeerde van zijn kwaal te genezen door prostituees in Amsterdam te bezoeken, maar dat hielp niet. Ook ging hij aan de drank, maar dat hielp evenmin. Overigens: drank en drugs worden door verkrachters en andere misdadigers vaak gebruikt als excuus; in werkelijkheid is het meestal een onderdeel van het 'ritueel': de beslissing om op pad te gaan is al eerder genomen.

Er was bij Ronald S. één langere onderbreking in de serie verkrachtingen: van oktober 1986 tot voorjaar 1987. Hij woonde toen samen met een vriendin, maar ze ging weg omdat er niks van hem uitging: hij had alleen aandacht voor zichzelf. 'U bent iemand met contrasten,' zei de rechter, aan de ene kant hebt u veel doorzettingsvermogen en taaiheid, u hebt een elfstedentocht gereden, aan de andere kant bent u een wat zwakke persoon-lijkheid.' Ronald: 'De elfstedentocht was geen grote prestatie. Het was prachtig weer.'

'Er broeit agressie en boosheid in hem,' concludeerde de psychiater van het Pieter Baan Centrum.

Van de drie 'types' die de Amerikaanse psycholoog Groth onderscheidt, lijkt er bij Ronald S. een combinatie te zijn van de eerste twee: de woedende verkrachter en de verkrachter uit machtswellust. De agressie zit bij Ronald heel diep en uitte zich - afgezien van de seksuele handelingen - niet in lichamelijk geweld: hij dreigde wel met een mes, maar had er nooit een bij zich; hij sloeg of schopte zijn slachtoffers niet.

Hoe moet het nu verder met Ronald S.?

Hij verdween voor een aantal jaren achter de tralies, maar waarschijnlijk is hij inmiddels al op vrije voeten. De grens tussen verkrachting en moord leek bij hem groot, maar er zijn veel gevallen bekend van verkrachters die na een detentie of een behandeling vrijkwamen en opnieuw toesloegen, maar dan veel ernstiger. Daar is juridisch niet veel tegen te doen: je kunt iemand niet vasthouden voor iets wat hij nog niet heeft gedaan. Maar als ik politieman was zou ik een dossier aanleggen van mensen als Ronald S.. Soms slaat een oude volkswijsheid de spijker beter op zijn kop dan een dozijn psychiaters. Ik bedoel die van de vos en de streken.

Verkrachten heeft vooral met macht te maken: mannen die een vrouw met geweld ondergeschikt maken aan hun wensen en behoeften. Het is bijna altijd gekoppeld aan een grote agressie jegens vrouwen. Opvallend is dat veel van dit soort verkrachters en moordenaars steeds op dezelfde manier te werk gaan.

Psychiater Van Marie: 'Hoe gekker hoe voorspelbaarder. De mensen herhalen zichzelf in hun delicten. Er is wel iets dat hen zegt dat ze moeten uitkijken, dat niemand 't mag weten, maar de, aandrang - de behoefte aan het machteloos maken van een vrouw - wordt zo groot dat ze 't toch opnieuw doen.' De tbs klanten in de Van Mesdagkliniek hebben bijna allemaal één of meer levens delicten op hun geweten. Waarom doodden ze?

Van Marle: 'Soms uit angst voor herkenning, ook wel eens omdat ze zich na de verkrachting rot schamen voor hun daad: het slachtoffer is de spiegel waarin ze zichzelf weerkaatst hebben gezien. Dat beeld moet kapot, het moet ontkend worden.' Opmerkelijk is dat veel verkrachters begonnen zijn als voyeurs, als gluurders.

Van Marle: 'Dat heeft ook te maken met macht: ze grijpen met hun ogen. Bij bepaalde zwakke personen kan dit uit de hand lopen. Op momenten dat ze zich niet goed in bedwang hebben, willen ze 't ook zelf met de handen vastpakken. Ze gaan staan posten en achtervolgen. Dat kan dagen, weken, soms maanden duren. Bij mannen die al eens voor zoiets veroordeeld zijn kan het naar twee kanten uitpakken. Soms schrikken ze van zichzelf en komen ze tot bezinning en melden ze zich. Soms valt het de andere kant uit en dan gaat het helemaal mis.'

In de jaren tachtig en negentig is het drie keer dramatisch misgegaan met ter beschikking gestelde zedendelinquenten die tijdens proefverlof een moord pleegden.

In maart 1988 betrof het een man uit de Van Mesdag kliniek, die daar al acht jaar in behandeling was geweest(zaak Burgdorffér)

Van Marle: 'Wat er in hem omging heeft hij goed verborgen gehouden. Dit soort recidivisten zijn niet de realiteitsgestoorde, die zijn wel herkenbaar en die kunnen we hier wel tegenhouden. Dat zijn de mensen die in de inrichting zelf voor de meeste problemen zorgen. Maar anderen belazeren de boel, ze vertellen hun begeleiders niet wat er werkelijk in hen omgaat, uit angst dat ze dan niet vrij komen. Ze hebben een deel van hun gevoelsleven systematisch afgesloten.' Een veel voorkomend misverstand is dat de psychiaters en de behandelaars bepalen wanneer een gedetineerde weer de straat op mag. Van Marle: 'Het Ministerie van justitie bepaalt, na advies te hebben ingewonnen, wanneer er proefverlof wordt verleend. En de rechter beslist wanneer een tbs wordt opgeheven. Maar de gedragsdeskundigen zijn vaak nog voorzichtiger dan de rechters.'

Gemiddeld komt tachtig procent van de gewone tbs -klanten na een jaar of zes, zeven weer op vrije voeten. Bij seksuele delinquenten duurt het gemiddeld negenjaar.

De motieven waarom mensen bepaalde misdrijven doen, zijn soms heel verrassend. Er is een geval bekend van een man die op zijn trouwdag twee verkrachtingen pleegde.

Van Marle: 'Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Veel mannen raken alleen seksueel geprikkeld in een machtssituatie. Ze schrikken zich dood als een vrouw het initiatief neemt. Ik ken die zaak niet, maar wellicht was de angst voor de gevangenis minder groot dan de angst voor de huwelijksnacht.' Psychiaters hebben ook een verrassende kijk op sommige mannen met een drankprobleem.

Van Marle: 'Ze vinden impotent zijn erger dan een alcoholist zijn. De drank is het excuus.' Verkrachten is typisch een mannenaangelegenheid.

Van Marie: 'Dat heeft toch te maken met het verschil in sociale achtergronden tussen mannen en vrouwen. Of met de genen. Misschien is het wel aangeboren. Ik weet het niet. Het is wel zo dat tachtig procent van de tbs- mensen in De Van Mesdagkliniek aantoonbare problemen in hun jeugd hebben gehad. Veertig procent is als kind mishandeld, twintig procent seksueel misbruikt. In feite doen ze terug wat hen is aangedaan. Als een korporaal dictator wordt, pas dan maar op! Er zou veel meer aandacht moeten worden besteed aan het voorkomen van dergelijke situaties, door betere opvoeding, goede gezinsverzorging. Maar de maatschappij wil pas betalen als de schade al is aangericht, als het mis is gegaan.'

Verkrachten heeft alles te maken met macht. De agressie van verkrachters tegen vrouwen komt voort uit machteloosheid.

Van Marle: 'Vrouwen zijn het sterke geslacht. Een meisje kan haar moeder imiteren, jongens moeten zich losmaken van hun moeder en zich met de vader identificeren. Die overgang is veel moeilijker. De rol van de vader is heel doorslaggevend. Vaders moeten vaders blijven. Daarbij is het belangrijk dat ze zich ook naast hun zoon opstellen, samen dingen doen. Niet altijd alles beter weten, alles willen winnen.'

Een tbs -klant, die tijdens proefverlof een vrouw verkracht en vermoordt, wat moet er met zo'n man gebeuren voor hij weer de straat op kan? Die kun je toch eigenlijk nooit meer vrijlaten?

Van Marle: 'Zeg nooit nooit. In Nederland zijn er een stuk of tien, vijftien mannen die zo gevaarlijk zijn, maar op den duur kunnen ze toch in aanmerking komen voor verlof.'

'Castreren!', is een veelgehoorde reactie van 'het volk', na een gruwelijk zedenmisdrijf.

In Nederland zijn tussen 1938 en 1968 384 verkrachters al dan niet vrijwillig van hun zaadballen ontdaan. In 1968 is men daarmee gestopt. Ook tegenwoordig wordt het niet als een oplossing gezien. In Amerika wordt in sommige klinieken gewerkt met depoprovera, een medicijn dat impotentie veroorzaakt. Een soort chemische castratie dus. De voorstanders hiervan menen dat er sprake is van een biologische fout bij verkrachters, die op deze manier wordt hersteld.

Van Marle: 'Depoprovera, dat is onze prikpil die door vrouwen wordt gebruikt om niet zwanger te raken. Het is een vrouwelijk hormoon, een progesteronachtige stof. In Nederland wordt meer gebruik gemaakt van androcur, een middel dat het mannelijk geslachtshormoon testosteron remt. Dat wordt altijd kortdurend gebruikt, altijd als toevoeging aan de gesprekstherapie, alleen bij mannen die seksueel zeer gepreoccupeerd zijn: als iemand nergens anders over kan praten en nergens anders aan kan denken. De mannen vinden het geen prettig middel. Een van de nadelen is dat het ook het masturberen belemmert en dat is het enige dat ze op seksueel gebied nog kunnen, zonder anderen schade toe te brengen.' Het echte castreren wordt in Nederland niet meer gedaan.

Van Marle: 'We hebben hier ook wel te maken gehad met gecastreerden die toch recidiveerden, 'opnieuw in de fout gingen. Hun woede en agressie was er alleen maar groter door geworden.' Hoe wordt dit soort mannen dan wel behandeld? In Amerika is een van de manieren: het samen met de therapeuten bekijken van doodgewone films. Aan de hand daarvan wordt geprobeerd hen bij te brengen wat een normale manier van omgaan is met andere mensen in het algemeen en met vrouwen in het bijzonder.

Van Marle: 'Bij ons is de behandeling gericht op drie hoofdpunten: ten eerste het leren adequaat om te gaan met agressie naar andere mensen toe. In de tweede plaats het leren omgaan met vrouwen. Wij doen dat niet aan de hand van films, maar wij hebben zowel mannelijke als vrouwelijke behandelaars. Ze zien hoe zij met elkaar omgaan, hoe het ook kan.

En ten derde: het leren inleven in een ander persoon, aan de hand van concrete situaties. Als zo'n man tegen een vrouwelijke therapeute roept: Hé, lekker stuk! wordt er gevraagd: waarom zeg je dat? Denk je dat ik dat leuk vind? Het antwoord zal meestal zijn: Natuurlijk vind je dat "k, dat is toch een compliment? Dan zegt zij: Ik wil niet alleen een lekker stuk zijn, je moet mij ook als mens zien. Dus: aan de hand van de concrete situaties leren ze respect te krijgen voor anderen.' Respect. Als er bij verkrachters iets ontbreekt, is het dat: respect voor vrouwen. Maar als omschrijving van het motief van de verkrachter is het wat zwak uitgedrukt.

24.1VRAGEN EN OPDRACHTEN

1. Hoeveel verkrachtingen komen er per dag voor in Nederland?

2. Hoeveel worden aangegeven?

3. Hoeveel slachtoffers worden er daarna vermoord?

4. Welke sport beoefende Ronald S. en hoe stond hij bekend?

5. Waar werd hij van verdacht?

6. Zie vragen op p.190 laatste alinea!

7. Is verkrachting een seksuele misdaad of een geweldmisdaad?

8. Omschrijf de driedeling van verkrachters volgens Nicolas Groth!

9. Beschrijf de jeugd van Ronald S.

10.Wanneer kwam Ronald S. het eerst met Justitie in aanraking? En daarna?

11.Waar is Ronald S. nu?

12.Hoeveel keer is het misgegaan in de jaren tachtig en negentig?

13.Wie bepaalt of een TBS-er vrijkomt?

14.Hoeveel echt gevaarlijke TBS-ers noemt van Marle?

15.Op welke 3 hoofdpunten is de behandeling gericht?

16.Waar draait alles om in het leven?