We hebben 95 gasten online

25 Casus De vrachtwagenchauffeur

Gepost in Strafrecht in Historie

 deel 22 moord in nl BRON: KORTERIK, H.J. MOORD IN NEDERLAND ISBN 9055131695 Pagina 30 t/m 50

25.0 Casus hedendaags strafrecht deel 1

25.1 De Vrachtwagenchauffeur

25.2 Gevoelens van ongeloof

25.3 De deskundigen spelen elkaar de bal toe

25.4 Juni 1992: Zaak dient voor de rechtbank in Alkmaar

25.5 Standpunt Openbaar Ministerie: Officier van Justitie Mr. Kok

25.6 Betoog verdediger advocaat Wijnberg

25.7 Waar is het met Michel S. misgegaan?

25.8 Visie van Dr. H.J.C. van Marle; oud directeur Mesdag Kliniek

25.9 Vragen en opdrachten

25.10 De dood van Michel S. in de gevangenis september 2001

25.1 DE VRACHTWAGENCHAUFFEUR

In het ouderlijk huis van Michel S. in een klein gehucht bij het België heerst in december 1991 verdriet. In het kleine straatje, waar de huizen dicht tegen elkaar aan gebouwd staan, ligt de vader van Michel S. achter de groene kozijnen op een bed. De gehandicapte man zwijgt, terwijl moeder S. huilt. Met horten en stoten vertelt ze het verhaal over haar moeilijke zoon. Hij heeft al vanaf zijn veertiende binnengezeten. Mijn andere twee dochters en mijn zoon, nooit iets mee aan de hand, maar hij... Als de bejaarde ouders over hun kind praten dat zojuist is ontmaskerd weigeren ze consequent zijn naam te noemen De moeder: ‘hij is op een gegeven moment uit België vertrokken dat was in 1976. Daarna hebben wij hem nooit meer gezien. , Wij wilden dat ook niet, wij voelden ons beschaamd. Toen hij trouwde zijn we ook niet op de bruiloft geweest. Zijn vrouw is na hun huwelijk hier een keer geweest, omdat zij dat wilde. En ze schreef ons een brief toen hij weer binnen zat ( in de gevangenis) in 1981. hij kwam niet op de bruiloften van zijn twee zusters en van zijn broerHij kwam ook niet toen we vijftig jaar getrouwd waren.Alleen afgelopen zomer, 21 juli, de nationale feestdag in België, stond hij plotsklaps voor onze deur. Hij vroeg of hij even binnen mocht komen. En je eigen kind laat je dan toch niet buiten staan? Hij heeft hier een paar uur gezeten. Hij vertelde dat hij net uit Italië kwam, maar misschien was dat wel gelogen. We weten het niet meer, meneer. Een paar weken terug belde de commissaris van Gent plotseling. Hij wilde langs komen met twee mensen van uw politie uit Hoorn. Toen hoorden wij het verschrikkelijke nieuws. De vader die tot nu toe gezwegen heeft zegt dan:”Alle spullen die we nog van hem hebben heb ik verbrand. Voor mij bestaat hij allang niet meer”.

Michel S. geboren in 1942 groeit op in een klein plaatsje bij het Belgische Gent. Binnen het gezin, drie zoons en een dochter, heeft de vader een zwakke persoonlijkheid en vertoont daarbij ook nog agressief gedrag. De kleine Michel wendt zich van zijn vader af, moeder en zoon trekken naar elkaar toe. Op de lagere school is hij ongeduldig. Vanaf zijn veertiende komt hij in aan- raking met justitie vanwege óntucht met kinderen. Later blijkt dat hij zelf door een of meerdere priesters seksueel is misbruikt. Wanneer en hoe vaak is niet bekend.In 1976 trouwt hij met de Nederlandse Patty D.; ze krijgen een kind.Op het eerste gezicht leidt Michiel S. een normaal leven. Hij werkt als vrachtwagenchauffeur bij een bedrijf in Schoonoord. Maakt vaak lange ritten naar het Oostblok en naar Italië. Thuis is hij een deemoedige, vlot babbelende huisvader.

In 1981 verandert zijn leven drastisch. Hij wordt gearresteerd voor acht ontuchtzaken. Voor twee daarvan (een met een jongen, een met een meisje) wordt hij door de Zwolse rechtbank veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en tbr. Echtgenote Patty verlaat hem – op advies van de psychiater – bijna onmiddellijk met hun driejarige dochtertje. Michel S. weigert van begin af de hem in de Van Mesdagkliniek voorgestelde psychotherapie. Dat is overigens zijn goed recht, want de Nederlandse wet legt slechts verpleging op. Behandeling is niet verplicht Michel S. krijgt een vaste begeleider toegewezen die geacht wordt Michel dat te geven wat hij in zijn vroege jeugd ontbeerde: liefde; genegenheid en een luisterend oor. Het moet het gevoel van eigenwaarde bij Michel S. terugbrengen. Hoewel Michel de therapie links laat liggen constateert zijn vaste begeleider in de loop der jaren toch persoonlijkheidsverandering. Michel uit zich beter, heeft goed contact met mede – delinquenten en personeelIn 1985 mag hij voor de eerste keer met begeleid verlof. Hij gedraagt zich voorbeeldig. In mei 1986 mag hij voor de eerste keer op onbegeleid verlof. Die dag keert hij niet terug naar de Van Mesdagkliniek. Binnen de kliniek maakt men zich geen ernstige zorgen. Volgens de standaardprocedure wordt binnen 12 uur de politie ingelicht, die Michel S., op de telex zet, waarbij vermeld werd dat de man behandeld werd wegens het plegen van seksuele delicten. Michel S. zelf meldt zich weer bij zijn vroegere baas en gaat aan het werk. Als vrij man heeft hij een vrij leven. In het Asser uitgaansleven ontmoet hij mevrouw H., met wie hij een relatie start.

Wanneer in augustus 1986 in IJmuiden de 5-jarige Cheriël Morriën op klaarlicht dag verdwijnt is Michel S. nog altijd op vrije voeten.Eind augustus 1986 wordt hij, min of meer bij toeval, aangehouden en weer teruggebracht nar de Van Mesdagkliniek. Niemand maakt zich enige zorgen. Michael S. is een modelpatiënt. In april 1987 adviseren de psychiaters van de Van Mesdagkliniek verlenging van de tbs met één jaar. De rechtbank in Zwolle negeert dat advies en laat S. begin mei vrij. Direct na zijn vrijlating betrekken Michel S. en zijn vriendin H. de flat op zeshoog aan de Maria in Campislaan in Assen. Een kleine woonkamer en drie kleine slaapkamertjes. Hier speelt zich op het oog normaal huwelijksleven af. H. een weduwvrouw van in de veertig wiens man een aantal jaren eerder aan kanker is overleden, heeft drie kinderen maar die wonen niet bij het paar. Michel S. treedt weer in dienst bij zijn oude baas als internationaal vrachtwagenchauffeur. Hij rijdt op Oost Europa, West-Duitsland en Italië. Op verzoek van zijn vriendin kijkt hij uit naar een andere baan waarbij hij minder lang van huis is. H. heeft een vage kennis in de wereld van het vrachtvervoer, de eigenaar van een veetransportbedrijf in het Drentse Yde. Albert Strijk. Yde is behalve bij puzzelaars vooral bekend door 'Het Veenmeisje', een op 12 mei 1897 aangetroffen lijk van een meisje dat vermoedelijk tweeduizend jaar eerder ritueel was geofferd en in een veenplas gegooid. Het is mevrouw H. die ook Strijk belt, nadat ze een advertentie gezien heeft, of bij een baantje heeft voor Michel S. Strijk kent mevrouw H. ook wel: samen hebben ze in hetzelfde Drentse dorp op school gezeten. Michet S. komt op Strijk over als een aardige man. 'Hij wilde graag bij mij komen werken, omdat hij in zijn huidige baan soms vier tot zes weken van huis was. Hij is toen eerst op contract gaan rijden. Dat ging prima en later heb ik hem in vaste dienst genomen. Michel S. gedroeg zich zoals de Van Mesdagkliniek graag mag zien hoe cliënten na tbr zich gedragen. Werk, een eigen huis, een relatie en een witte Mercedes 190 voor de deur.

Michel S. mag voor de buitenwereld dan een normaal leven leiden na zijn invrijheidstelling, zijn ware aard heeft hij in al die jaren in de Van Mesdag en ook tijdens zijn relatie met vriendin H. verborgen moeten houden. In de Psychiatrie is S. een patiënt die zich structureel heeft weten af te schermen, oftewel in staat is jaar in, jaar uit zijn omgeving, inclusief zijn psychiaters, een rad voor de ogen te draaien.Alleen in tijden van grote stress komt de ware aard weer boven. Bij een geslaagde behandeling is de afweerstructuur van een patiënt echter zo sterk dat er niet opnieuw een delict gepleegd wordt. Bij Michel S. was die afweerstructuur niet sterk genoeg.

Anderhalf jaar na zijn vrijlating uit de Van Mesdagkliniek wordt de stress hem voor de eerste maal te veel. 0p 22juli 1989, op de terugweg valt een rit naar Italië, belandt hij in de Duitse plaats Mains. Bij het plaatselijk zwembad valt zijn oog op de 13 jarige Marco Weisser uit Wiesbaden. Een dag later wordt het lichaam van het Duitse kind gevonden op een parkeerplaats bij Paderborn.Een zomer later slaat S. andermaal toe. Ditmaal tijdens zijn vakantie. Nu is de van Indiase afkomst, maar in Duitsland woonachtige Salim Thattil(9) het slachtoffer.In het Duitse Neustadt lokt S. op 15 augustus 1990 de jongen met een smoes in zijn auto. Na een lange rit dumpt hij het lijkje in het struikgewas op de parkeerplaats Rivierduin langs de A6 in Lelystad, waar hij een dag later door een passerende automobilist wordt aangetroffen. Pas vier dagen later weet de politie de identiteit van het gruwelijk toegetakelde jongetje te achterhalen.

Weer een jaar later, opnieuw tijdens zijn vakantie, op zaterdag 27 juli, is de 11 jarige Jessica Laven uit Hoorn het volgende slachtoffer van Michel S. S. pikt haar op als ze op het punt staat naar huis te fietsen na een middagje zwemmen op de zomerse dag. Vier dagen later, op 1 augustus, vinden twee Duitse lifters 's nachts langs de weg bij Klein Ulsda in Groningen het lijkje van Jessica. Ook zij is gewurgd. Het kind wordt om halfzeven 's avonds gevonden. Pas vijf-en-een half uur later weet de politie zeker dat het om Jessica gaat. Ook zij is bijna onherkenbaar. In alle drie de zaken hebben de betrokken politiekorpsen in Nederland en Duitsland geen enkel vermoeden over de dader. Niemand vermoedt zelfs maar enig verband tussen de drie zaken. Na het vinden van het lijkje het lijkje van de 9-jarige Salim ThattiI slaat de Nederlandse politie groot alarm. Een veertig man sterk rechercheteam wordt geformeerd. Veertien dagen nadat het slachtoffer op de parkeerplaats bij Lelystad wordt aangetroffen wordt een beloning van fl 30.000 uitgeloofd. Ondanks het feit dat Michel S. eerder veroordeeld is voor ontucht met minderjarigen, komt hij niet in beeld als verdachte. Wel wordt tot tweemaal toe een verkeerde dader gearresteerd. Eerst een veertig jarige man uit Kampen, daarna in oktober een 25-jarige inwoner van Amsterdam. Beiden beschikken echter over een sluitend alibi.

In januari 1991 komt de zaak Salim Thattil in het t v programma OPSPORING verzocht maar andermaal is er geen resultaat. Nog altijd is er niemand die aan Michel S. denkt. Of het moet zijn vriendin H zijn. Zeker is in ieder geval dat, nog voordat Michel S. Jessica - Laven vermoordt, vriendin H. hem verlaat. Ze kan niet langer tegen de spanning die in de relatie geslopen is. Bovendien heeft Michel S. haar op financieel gebied benadeeld. H. gaat weer in Smilde wonen. Wanneer Jessica Laven op woensdag 7 augustus op de begraafplaats aan de Berkenhouterweg in Hoorn ter aarde wordt besteld is Michel S. nog altijd bij justitie niet in beeld als mogelijke verdachte. De politie concentreert zich op een groene Mercedes, als gevolg van een anoniem telefoontje naar de redactie van de Telegraaf. De anonieme beller heeft het over een groene Mercedes met een Duits kenteken, waar Jessica zou zijn ingestapt. De politie constateert dat het een wagen uit Hamburg zou betreffen en schakelt de Duitse collega's in. Achteraf blijkt de groene Mercedes een dwaalspoor: Michel S. was zelf de anonieme tipgever. Er is nog een dwaalspoor: in de kleding van Jessica is een Duitse krant gewikkeld.

Op maandag 19 augustus 1991 komt de zaak Jessica in Opsporing Verzocht. De getoonde compositiefoto laat een kalende man met een bol geslacht en een dik buikje zien. Deze foto is vervaardigd op basis van een man die in het zwembad is gesignaleerd. De politie in Hoorn, die het onderzoek coördineert, krijgt nog diezelfde avond 150 tips binnen, een aantal dat later uit zal groeien tot meer dan 2000. Meerdere tipgevers noemen de naam van Michel S.. Toch duurt het nog zestien dagen voordat het rechercheteam hem als een serieuze verdachte gaat beschouwen. Pas op vrijdag 6 september geeft justitie het rechercheteam toestemming bij Michel S. een huiszoeking te doen. Ook zijn werkgever in het Drentse Yde wordt door de recherche bezocht. De witte Mercedes 190 van Michel S. wordt in beslag genomen, evenals de agenda waarin S. zijn ritten noteert. Michel S. weet niets van de commotie rond zijn persoon. Hij is op weg met een lading naar Italië. Advocaat Wijnberg laat nog dezelfde dag weten dat zijn cliënt S. onschuldig is. Voor het tijdstip van de moord op Jessica Laven heeft S. een alibi. S. zou, op het tijdstip van de verdwijning van Jessica, bij zijn baas Strijk in Yde op bezoek zijn geweest. Strijk bevestigd dat. Michel S. vermoedt dat zijn aanhouding een gevolg is van een wraakactie van zijn vroegere vriendin H. uit ongenoegen over de verbroken relatie. Op listige wijze heeft S. de politie op het verkeerde been gezet.

Alle aandacht concentreert zich op een man die in het zwembad met Jessica heeft gepraat, op het moment dat S. zelf een alibi leek te hebben. Het onderzoek lijkt wederom op dood spoor te raken. Zes weken later wordt Michel S. alsnog gearresteerd en overgebracht naar het politiebureau in HoornS. wordt vanaf dat moment door een vast koppel rechercheurs verhoord. De stemming tijdens de verhoren is hartelijk. S. blijft echter ontkennen. Gelijktijdig blijft de recherche bezig met een sporenonderzoek. De Mercedes van S. wordt stukje bij beetje gesloopt en onderzocht. Na twee maanden vezelonderzoek komt het Gerechtelijk Laboratorium tot de conclusie dat een rood – witte vezel die in de Mercedus is gevonden, past bij het T-shirt dat Jessica had gedragen.Maar ook dat brengt S. niet tot een bekentenis. Het onderzoek richt zich intussen ook op misdrijven die overeenkomsten vertonen met de verdwijning van en de moord op Jessica.Zo komt Salim Thattil in beeld, het jongetje dat net als Jessica gewurgd werd aangetroffen langs de snelweg, in augustus 1990, in Lelystad.

De koude rillingen lopen de rechercheurs over de rug als ze uit de agenda van S. opmaken dat hij op 3 augustus met zijn vrachtauto in Neustadt is geweest, de woonplaats van Salim.Ook blijkt uit de aantekeningen dat hij daar op die dag met zijn te hoog belade vrachtwagen een viaduct heeft geramd. Daar heeft hij zo de pest over in, dat hij kort daarna, tijdens een vakantie, met zijn eigen Mercedes weer naar Neustadt rijdt om de schade te bekijken. Dat is op 15 augustus, de dag dat Salim verdween. Er staat nog een misdrijf open dat overeenkomsten vertoont met de andere twee zaken. In juli 1989 is de 15-jarige scholier Marco Weisser bij Paderborn gevonden. Ook gewurgd, ook langs de openbare weg. Maar Michel S. blijft ontkennen.

De manier waarop de Hoornse recherche uiteindelijk de zaak weet op te lossen, kan zo als clou voor een aflevering van de briljante politieserie over ‘inspector Colombo’dienen.Michel S. wordt met zijn eigen wapens verslagen. Uit het onderzoek is gebleken dat Michel S. vlak voor de verdwijning van Marco Weisser in Mainz kersen had geladen, die hij had afgeleverd bij de jamfabriek Stute in Paderborn. De recherche beschikte over alle tachograafschijven van de bewuste vrachtwagen. Daarop zijn de gegevens te zien van de rijtijden, de snelheden, de afstanden, de rustpauzes. Aan de hand van stafkaarten wordt de route nagegaan die Michel S. op 22 en 23 juli heeft afgelegd.Omdat een aantal vaste punten bekend zijn, bijvoorbeeld het lossen bij de jamfabriek, slagen de rechercheurs erin tot op zeven meter nauwkeurig de route uit te stippelen, tot en met de vindplaats van de jongen.

Geconfronteerd met deze gegevens gaat de door alles wat met vrachtwagens te maken had geobsedeerde S. door de knieën: een tachograaf liegt niet, beseft hij. Op 26 november bekent hij alle drie moorden.Zonder de bekentenissen zou hij wellicht ook veroordeeld zijn, maar het was wel een stuk lastiger geworden. ‘Toeval’ is nu eenmaal geen sterk bewijs. Zo zat de Duitse recherche bij het onderzoek nar de moord op Marco Weisser op een verkeerd spoor, door een schaamhaar van iemand met bloedgroep A en stofvezels van een BMW, die waren aangetroffen op het slachtoffer. Wat bleek? De schaamhaar en de vezels waren afkomstig van Albert Strijk, de baas van Michel S. Strijk had, kort voordat Michel S. met de nieuwe vrachtwagen naar Paderborn was vertrokken, de vrachtwagen ingereden. Omdat het warm was, had hij in zijn blootje in de slaapcabine gelegen. Daarbij waren ook vezels van zijn personenauto, een BMW, achtergebleven.

25.2 GEVOELENS VAN ONGELOOF

‘In de nacht nadat hij de moorden had bekend belde hij ons op’, zegt Grietje Strijk-Kramer de echtgenote van de werkgever van S. ‘Ik vroeg meteen: je hebt het toch niet gedaan hé? “Ja”, antwoordde hij, “ ik heb de drie kinderen vermoord. Ik heb Jessica op die zaterdag tot elf uur s ‘avonds bij me gehad. Ik heb haar ontvoerd en vermoord”.Toen heb ik de hoorn erop gegooid. En dan te bedenken dat ik hem de week daarvoor nog in de gevangenis hen opgezocht. Die man moet toch twee levens geleefd hebben. Hier was hij altijd gezellig. Je kon echt lol met hem hebben. Meneer, we hebben zelf zes kleinkinderen. Die gaven we altijd zo aan Michel mee. Het enige vreemde dat je over hem zou kunnen opmerken is dat hij altijd een spuitbus met gas in zijn wagen had liggen. Daar heeft hij me nog naar gevraagd toen ik in de gevangenis was. Zo van:”Waar is die spuitbus”.Werkgever Strijk: “We wisten niets van zijn verleden toen hij hier in dienst kwam. Toen de moord op Jessica in de krant kwam zat hij hier bij mij buiten op het terras thee te drinken. Ik zeg nog: “ik geef zo honderd gulden als ik weet wie het gedaan had”. Hij vertrok geen spier. Ik had ook geen argwaan nadat ik die compositietekening had gezien. Die leek toch helemaal niet? Hij was altijd wel voorzichtig. Zijn alibi’s bereidde hij altijd zorgvuldig voor. In een van de drie zaken had hij als alibi dat hij op een rommelmarkt was geweest. Hij had toen tegen een zwarte ijverkoper geroepen: “He, Blackie geef me eens een ijsje van drie gulden!”.Die opmerking heeft die man zich later nog herinnerd. Misschien niet de juiste dag, maar wel die opmerking. Zo had hij toch een alibi. Daarom zal hij op de dag dat hij Jessica vermoordde ook eerst wel hier langs gekomen zijn, want hij had toen vakantie. Tot nu toe weet ik altijd nog niet beter dan dat hij hier rond halfvier was. Heb ik ook altijd beweerd tegen de politie. Hier vandaan moet hij direct naar Hoorn gereden zijn om dat kind te gaan vermoorden. Met zijn luxe auto durfde hij heel hard te rijden. Ik heb hem echt tot het laatste moment geloofd. Mijn wereld strorte in toen hij belde. Van schrik heb ik eerst een paar cognacjes genomen die nacht. Anneke Gruppen en haar man zijn vrienden van Michel S. Het paar kende hem al van voor zijn veroordeling in 1981. Tijdens zijn verblijf in de Van Mesdagkliniek bleven ze contact houden.Anneke Gruppen: ‘we zijn er bijna tot aan het laatste moment van overtuigd geweest dat Michel niets met die moord op Jessica te maken had. De man was in onze ogen geen potentiële moordenaar. Hij was gewoon een goede kennis van ons. We zijn heel erg geschrokken van zijn bekentenis. Het is echt ongelooflijk’.De buurvrouw in Assen: ‘hij is een of twee keer bij me langs geweest. Misschien wel omdat ik ook kleine jongens heb. Maar ik hoefde hem niet, ik vond het op het eerste gezicht geen aardige man’.

25.3 DE DESKUNDIGEN SPELEN ELKAAR DE BAL TOE

“We vonden het onverantwoord dat S. tegen de wil van de directie uit onze kliniek is ontslagen”, zegt de directeur van de Mesdagkliniek Leeuwenstein. “Volgens ons kon de man toen op lange termijn nog een delict begaan. Dat hebben we in een verklaring ook aan de rechtbank laten weten. De rechtbank volgde echter het contra-advies van een door de advocaat van S. opgeroepen psycholoog, die beweerde dat hij wel genezen was”.Onzin” zegt die psycholoog, drs J. Mostertman, “ik heb geen contra-expertise gedaan, ik heb geen rapport geschreven en ik heb niet het advies gegeven om de man de straat op te sturen. Ik heb slechts geconstateerd dat het rapport van de Van Mesdagkliniek rammelde. Dat het onduidelijk was en dat de man tijdens mijn bezoek aan hem, op mij een goede indruk maakte. Niet meer niet minder.We moeten elkaar niet de schuld in de schoenen schuiven. Duidelijk is achteraf dat deze man zich al jaren heeft afgeschermd. Hij heeft vijf jaar in de Van Mesdag gezeten en niemand heeft iets gemerkt van zijn ware aard.Moet ik die dan in een half uur ontdekken? Iedereen in ons vak weet dat standaard in de verlengingsadviezen van de Van Mesdag staat dat de cliënt op termijn alsnog een delict zou kunnen plegen. Op die manier loop je als behandelaar het minste risico. Het is bijna nooit zo dat de Van Mesdag zegt:’die man kan vrij’. Dat is een kwestie van indekken.

DR. H van Marle, directeur van het Utrechtse Pieter Baan Centrum en voormalig directeur van de Van Mesdagkliniek: ‘bij de verlengingszaak ik 1987 heb ik een hele discussie gehad met de advocaat van S., over ons advies. Uit het feit dat wij maar een jaar verlenging vroegen maakte hij op dat het beter zou gaan met S., maar dat is een misverstand. Wij redeneren:’de man heeft in de afgelopen vijf jaren in de kliniek niets verkeerds gedaan’. Dan kun je beslissen om voor een jaar verlenging aan te vragen. Dat geeft de man dan de zekerheid dat de rechtbank over een jaar weer over zijn zaak buigt. Ik heb me er altijd al tegen verzet dan een jaar verlenging wordt opgevat als: het gaat goed. Dat is blijkbaar andermaal een stoornis in de communicatie geweest. Wij hebben gezegd:’we vinden S. een gevaarlijke man, maar we kunnen niet op papier zetten: deze man gaat moorden’. De rechter vraagt van ons feiten. Het is simpel zo dat een ziektebeeld altijd weer kan opflikkeren. Het is soms net zoiets als keelpijn. Het lijkt verdwenen, maar komt toch ineens weer naar buiten.

Over de psychische achtergronden van een ‘agressieve pedofiel’ als S. zegt Van Marle:’wij noemen dat ‘identification love’ de man identificeert zich met het kind, hij zou zelf dat kind willen zijn dat geknuffeld wordt. Hij voelt een grote liefde voor dat kind op dat moment. Maar plotseling kan dat omslaan in afgunst. Hij zou zelf zo geknuffeld willen worden. Het is een beetje te vergelijken met een kind dat met een pop speelt, die pop eerst een tijdje knuffelt en dan boos in de hoek gooit. Het alarmerende bij pedofiele delinquenten vind ik dat de agressie in de loop der jaren vaak toeneemt. En dan kun je zeggen:’die man was toch behandeld’? Maar je kunt nooit zeggen dat iemand genezen is. Wat weet je van iemand? Hij kan zelfs wel in het verleden moorden hebben gepleegd waarvan niemand iets weet. Ook zijn psychiaters niet. Wij krijgen er echt niet alles uit. Wij moeten het ook van praten hebben.

De Zwolse psychiater mr. D.van Dijk: ‘ niemand wist dat die man zou gaan moorden. Voor de Zwolse rechtbank heeft duidelijk meegespeeld dat de behandelende psychiaters maar om één jaar verlenging vroegen. Bovendien had hij al zes jaar gezeten. De tbs die nu opgelegd wordt voor het soort feiten waarvoor S. in 1981 veroordeeld is, is maximaal vier jaar. Naar de huidige maatstaven was hij dus zelfs een jaar eerder vrijgekomen.

Een potentiële kindermoordenaar kan dus pas worden gestopt als hij een moord pleegt en het hangt van de politie af hoe lang hij ongestraft zijn gang kan gaan

25.4 JUNI 1992: ZAAK DIENT VOOR DE RECHTBANK IN ALKMAAR

In juni 1992 staat Michel S.(geboren in 1942) voor de rechtbank in Alkmaar terecht.‘Ook een job, hé zo’n figuur verdedigen’, fluistert de vader van Jessica Laven tegen de man naast hem, een rechercheur, ‘Ja’, is het antwoord, ‘maar hij heb het er moeilijk mee hoor’. Ze hebben het over mr. A.H. Wijnberg, advocaat van Michel S. Het is dinsdagmorgen halftien. Over enkele ogenblikken zal de rechtszitting beginnen. De vader van Jessica is druk, nerveus. De moeder stil. De bank die gereserveerd was voor de ouders van de twee Duitse jongens die door S. van het leven zijn beroofd, blijft leeg. Ze hebben laten weten dat ze de psychische druk niet aan kunnen. ‘Wie vangt die mensen eigenlijk op?’ vraagt vader Laven zich af. ‘We hebben nog contact gehad met de moeder van Salim Thattil, zij werkt in Zwitserland, we zouden corresponderen, maar we hebben er nooit meer iets van gehoord. Ik heb nu wel het boekje ’Papa, gaan ook kinderen dood?’besteld. Dat gaat over ouders die een kind verloren hebben. Maar meer over verkeersongelukken dan over zoals wij’.Alle aanwezigen in de rechtszaal zijn vooraf grondig gefouilleerd. Er werd serieus rekening gehouden met een aanslag op S. De vaste ploeg rechtbankverslaggevers en tekenaars is present, aangevuld met lokale en weekbladjournalisten. Achterin zitten enkele tientallen mensen op de publieke tribune. Verder is het complete opsporingsteam aanwezig. ‘Voor jullie is het zeker de bekroning op jullie werk,”zegt vader Laven tegen de rechercheur naast hem. De ouders van Jessica zitten vlak achter de perstribune tussen de politiemensen. “Welke is van de Telegraaf?”, vraagt vader Laven. ‘Ik ben zelf eigenlijk ook van een krant: ik ben de drukker bij de telegraaf. Maar ik was hier toch liever op een andere manier betrokken bij geraakt.Het aanwezig zijn bij deze zitting moet voor de ouders een geweldig emotioneel gebeuren zijn, maar het zal hen helpen bij de verwerking van dit trauma. Bij beiden uit het zich verschillend: de moeder maakt een afgetopte, trieste indruk, die ze tracht te verbergen achter een geforceerde glimlach. De vader is druk, nerveus. Als de rechters binnen zijn wordt Michel S. gehaald. Alle blikken richten zich op de zijkant, waar hij vandaan moet komen. Het is doodstil alleen de voetstappen van Michel S. en zijn begeleiders is te horen. Op grond van de compositie=tekening had ik verwacht dat de man een wat sullige, goedmoedige oom uit zou zien. Het valt tegen. Hij is klein, gezet, heeft kleine wat fletse ogen en zijn dunne zwarte haren zijn over zijn kalende schedel strak achterover geplakt. De aanblik van de man die haar kind heeft gedood, is moeder Laven teveel. Ze huilt.Voorzitter van de rechtbank is mr. B. Posch. Hij beperkt zich deze dag tot het uiterst noodzakelijke.Zelden zal een kindermoordenaar met zulke fluwelen handschoenen zijn aangepakt op een zitting. Dat de geluidsinstallatie niet werkt, waardoor de antwoorden van Michel S. alleen voor een paar mensen voor in verstaanbaar zijn, deert hem niet.

Rechter: U bent Michet Louis Marie S., geboren op 17 januari 1942 te Lochristi in België?

Michel S.: (fluisterzacht):ja.

Rechter-: U weet dat u niet verplicht bent te antwoorden, maar ik heb begrepen dat u bereid bent over de zaak te spreken?

Michel S.: ja

Rechter: Goed opletten dan. De Officier van justitie leest nu eerst de aanklacht voor. Officier van Justitie is mr. C.P.W. Kok. Het was een persoonlijke triomf voor hem dat hij deze zaak mag doen. Eerst moest er een verwoede competentiestrijd met Zwolle worden gevoerd over wie 'de zaak S.' mocht hebben (S. was eerder in Zwolle veroordeeld en de zaak Thattil viel onder de Zwolse rechtbank). Vervolgens werd hij tijdens de grote persconferentie na de bekentenissen van S. afgetroefd door zijn vermaarde collega-officier mr. Jozephus (‘hasjhond') Jitta, en dat terwijl Kok persoonlijk bij de verhoren aanwezig was geweest. Het optreden van de Officier houdt het midden tussen nonchalance en ijdelheid. Hij is slecht te volgen, deels doordat hij hakkelend praat, met veel versprekingen, deels doordat hij minstens anderhalve meter uit de buurt van zijn microfoon weet te blijven. Soms nog verder: bij spontane formuleringen vouwt bij de handen, houdt zijn hoofd schuin achterover en richt zijn blik op de tl-buizen aan het plafond. Het voorlezen van de aanklacht is vooral een formeel-juridische aangelegenheid: de drie zaken worden kort genoemd, met veel: ‘opzettelijk wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en beroofd te houden, opzettelijk en met voorbedachte rade om het leven te brengen en een stuk touw om de hals van het slachtoffer te wikkelen en dit krachtig aangetrokken te houden, als gevolg waarvan deze persoon overleed’. Emotieloos.

Na het voorlezen van de aanklacht volgt een onderbreking: advocaat Wijnberg heeft gevraagd het deel van de zitting waar het psychiatrisch rapport ter sprake zal komen, achter gesloten deuren te behandelen.

Wijnberg : Ik vind dat mijn cliënt zich vrij moet kunnen uiten, zonder dat de volgende dag al die privacygevoelige gegevens in de krant staan. ‘Hij kan toch ook gewoon zijn kop houden?’ fluistert de rechtbankverslaggever van een groot ochtendblad.

Rechter Posch: wil meneer S. hier zelf nog iets over zeggen?

Michel S.- Nee. Terwijl de rechters zich terugtrekken voor beraad, zit Michel S. een beetje ingezakt helemaal alleen op zijn stoel voorin. Een Belg in een vreemd, vijandig pakhuis, vol roezemoezende Nederlanders. Wetend dat de ouders van een van de kinderen achter hem zitten, bang voor wat er straks allemaal over hem gezegd zal worden. Vader Laven bedenkt intussen wat voor straf bij de moordenaar van zijn dochter het liefst zou geven. Met veel details, en in elk geval pijnlijk en langdurig. Of iets met voodoo. Zijn vrouw probeert hem wat te sussen, maar de rechercheur zegt: ‘laat hem maar even gaan. Na twintig minuten komen de rechters weer binnen. Rechter Posch, als de zitting is heropend: '-De rechtbank acht het belang van openbare behandeling zwaarwegender dan de privacy van de verdachte’. Vervolgens neemt hij het dossier summier door met Michel S. die met de handen op zijn rug voor het hekje staat. Het stijve blauwe pak lijkt hem iets te groot. Die handen. Kijkt moeder Laven ook onwillekeurig naar die stevige, vlezige handen? Met die handen heeft bij haar dochter gestreeld en gewurgd...

Rechter: U geeft de feiten toe?

Michel S.. ja.

Rechter: U hebt eerst ontkend, maar naderhand hebt u toegegeven Jessica Laven te hebben gedood. U zei: ‘er was een onhoudbare situatie ontstaan. Ik had bij mij thuisseksuele handelingen met haar gepleegd, er moest iets gebeuren’. Het was eerst de bedoeling haar levend uit de auto te zetten. Na die seksuele handelingen was u plotseling ontnuchterd. ‘Daar heb je 't weer!’ dacht u toen. Hebt u op dat moment aan die andere twee kinderen gedacht, die u had gedood?

Michel S.- Nee-

Rechter: U hebt verklaard: ‘als zoiets escaleert, dan weet ik niet waar ik aan denk

Michel S. : Ja.Rechter: Vroeger zette u de kinderen wel levend uit de auto. Kunt u uitleggen waarom u dat later niet meer deed?Michel S.: neeRechter: Toen u op het punt stond een bekentenis af te leggen, hebt u gevraagd of rechercheur Henk G. erbij wilde komen. Tegen hem hebt u toen gezegd: ‘die drie foto’s die u me hebt laten zien, die heb ik op mijn kerfstok’.Michel S.: Ja.

Rechter: U blijft erbij dat u Jessica niet in het zwembad in Zwaag hebt ontmoet, maar dat u haar buiten hebt opgepikt, toen ze bij haar fiets stond te sleutelen. Ik vraag het u nog een keer:’ bent u zelf in het zwembad geweest?

Michel S.: ik ben niet in het zwembad geweest.

Rechter: Er zijn veel getuigen die stellig menen van wel. Maar u blijft erbij!

Michel S.: Ja (langdurige stilte).

Rechter: U hebt haar meegenomen naar uw flat in Assen. U hebt daar ontucht gepleegd, u hebt gemasturbeerd, en u heeft foto’s van haar gemaakt, die u later hebt vernietigd. Ze heeft toen een poosje geslapen, na een paar uur heeft u haar wakker gemaakt en u hebt haar meegenomen in de auto. Wat was u van plan?

Michel S.: ik wilde haar naar Duitsland brengen.

Rechter: Op welk moment hebt u nou gedacht:’dat kan toch niet, ik moet haar kwijt’ Dit was nu al de derde keer dat u in zo’n situatie was. Waar hebt u bedacht dat u haar moest doden?Op de plaats waar ze gevonden is, of had u dat al eerder bedacht?

Michel S.: nee, zeker niet.

Rechter: Wanneer kwam het precies bij u op?

Michel S. :Op de plaats zelf.

Rechter: U hebt eerder met zedenzaken te maken gehad. Toen liet u de kinderen wel levend achter. Als ik dit dossier lees denk ik: ‘had dat nu ook maar gedaan’. Dat was ook niet zo mooi geweest, maar dat was niet zo onherroepelijk. Ik ga nu de vraag stellen die iedereen zich stelt, niet alleen ik, ook de ouders van die kinderen, en de mensen in de zaal. Meneer S. waarom hebt u Jessica en die twee andere kinderen gedood?

Michel S.: Ik weet het niet.

Rechter: u hebt haar achter gelaten op de plek langs de snelweg in Groningen, later bent u teruggegaan om te kijken of ze el dood was. Toen hebt u een stuk van de Rheinische Post onder haar trui gestopt, om de politie op een dwaalspoor te brengen.

Michel S.: ja

Rechter: Een jaar eerder in augustus 1990 was u in Neustadt. U wilde daar een tunnel opmeten waar u een aanrijding met uw vrachtwagen had gehad. U hebt verklaard:’ er kwam een jongetje langs, daar ben ik mee aan de praat geraakt en toen heb ik hem meegenomen’.

U wilde deze Salim Thattil naar huis brengen. Maar u maakte een geweldige rit, door Frankrijk, door Luxemburg en toen naar uw flat in assen. Je vraagt je toch af: is er tijdens de hele tocht op een bepaald moment niet het idee: ‘dit kan niet, dit is te gek, ik moet dat jongetje kwijt?’. Iemand met uw ervaringen!. Nadat u ontucht had gepleegd in uw flat, wat was uw bedoeling toen met dat jochie?

Michel S. Ik wilde hem naar Amsterdam brengen en daar uit de auto zetten.

Rechter: Maar uw stopte op de parkeerplaats bij Lelystad. Het jochie moest plassen. Toen dacht u:’ hij moet weg, hij moet weg’.

Michel S.: (zijgt, knikt).

Rechter: Net als met Marco Weisser, dat andere Duitse jochie, in juli 1989. Met hem hebt u in uw truck ontucht gepleegd en toen gedood.

Michel S.: ( zwijgt, knikt).Rechter: u hebt het tijdens het verhoor allemaal minutieus verteld. De rechercheurs zeiden: ‘de rechter zal u wel vragen naar het waarom’. U hebt toen gezegd: ‘ik ga eerst naar het Pieter Baan Centrum en dan zal ik wel zeggen waarom’. Maar het gaat er niet om wat de psychiaters zeggen, het gaat erom wat u zelf denkt. Dat vragen de ouders zich ook af!Michel S.: ik hoop dat ik erachter zal komen.

Rechter: Er is met u over Cheryl Morriën gesproken, het meisje uit IJmuiden dat in augustus 1981 verdwenen is, toen u verlof had. Toen ik dat in de stukken las, dacht ik:’ik vraag hem dat straks rechtstreeks’. Het klinkt misschien vreemd, maar u zou nog een erg goede daad kunnen verrichten door op dit moment eerlijk te vertellen of u het gedaan heeft of niet. Ook ten opzichte van de ouders zou u die goede daad doen. Doet u de ouders en mij nu dit plezier.

Voor de eerste keer tijdens de zitting is er iets van spanning voelbaar. Het is waarschijnlijk nooit voorgekomen dat een verdachte, die tijdens uitputtende verhoren door ervaren rechercheurs niet het achterste van zijn tong liet zien, voor de rechtbank spontaan bekent. Bovendien is de vraag: wat dan?

Als S. op dit moment toe zou geven dat hij inderdaad Cheryl heeft vermoord, zou de zitting waarschijnlijk meteen geschorst worden. Het is even stil. Michel S. denkt na. Dan klinkt het, toch nog wat ontnuchterend:’ ik blijf bij mijn verklaring’

Zenuwarts dr. J.H.Scheffer van het Pieter Baan Centrum, die het psychiatrisch rapport heeft opgesteld, wordt als getuige-deskundige gehoord. Als hij de belofte wil afleggen, wordt het de verslaggevers te gortig: ook hij is onverstaanbaar. De microfoons doen het niet of ze staan te ver af: ‘kunt u mij dan wel verstaan’? Vraagt mr Posch. ‘Jawel‘ zegt Fred Soeteman van de Telegraaf,’maar u zit met uw gezicht naar ons toe’. Het euvel blijkt niet te verhelpen. Dan moet u maar wat harder praten zegt de rechter tegen dr.Scheffer.

Dr.Scheffer is het tegenbeeld van de verdachte. De Utrechtse zenuwarts is een mooie, slanke man, lichtelijk nerveus, en zijn fraaie kostuum zit hem als gegoten. Hij heeft alles wat Michel S. niet heeft. En hij krijgt de complimenten van de rechter. ‘ Het is een buitengewoon, uitvoerig helder rapport. Dat mag best eens gezegd worden. U en uw collega’s hebben meer dan uw best gedaan. Ik heb begrepen dat het voor u beiden lichamelijk en geestelijk zeer vermoeiend is geweest’.

De rechter neemt het dossier door met Dr.Scheffer.Rechter: U acht kans op herhaling aanzienlijk. Er is sprake van ‘ernstige stoornis’ en ‘sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid’. U adviseert TBS met verpleging. Gezien de ernst van de problematiek zou de behandeling zeer intensief en van zeer lange duur moeten zijn. Wat ik me nu afvraag: is ten diepste de kern van de problematiek van meneer S. door u wel geraakt? U schrijft ergens dat, wanneer de kern bijna bereikt wordt, er een grote afweer komt naar anderen, maar ook naar uzelf toe. Hij wordt bang.

Dr. Scheffer: je moet je afvragen wat is de kern? We praten over iets dat er niet is, een leegte. Hij heeft geen identiteit. Daarom geeft hij geen antwoord op de vraag waarom?

Rechter: Voor Jessica toonde hij gevoelens van liefde, als voor een eigen dochter. Maar op een bepaald moment werd het meisje van liefdevol gegeven een object.

Dr. Scheffer: ja, Ik denk aan het moment waarop hij samen met Jessica onder de douche staat, het huidcontact dat voor hem zo wezenlijk is. Hij zoekt dan wat hijzelf zo ontbeerd heeft. Maar als dat verlangen is gerealiseerd, beseft hij dat de realiteit heel anders is.

Rechter: In de eerder zaken was er geen agressiviteit ten opzichte van de kinderen. Kunt u verklaren waarom die later wél ontstaat.

Dr. Scheffer: na de TBS periode in de Van Mesdag kliniek heeft hij die agressie nodig gehad om zichzelf waar te maken. Hij leefde in de voortdurende vrees dat dat niet zou lukken. Zijn hele leven is beheerst door die vrees, door dat spanningsveld. Hij was als een uitgerekt elastiek, dat nooit tot rust komt.

Het loopt inmiddels tegen twaalven. Het gaat allemaal wonderlijk snel. De actie van de advocaat om de privacy van de verdachte te bewaren, heeft blijkbaar toch zijn vruchten afgeworpen. Geregeld valt de term: 'het staat allemaal in het rapport. De aanwezigheid van de ouders van Jessica heeft ook een remmend effect: al te veel aandacht voor de zieleroerselen van de verdachte wordt door de nabestaanden doorgaans niet op prijs gesteld.

25.5 STANDPUNT OPENBAAR MINISTERIE: OFFICIER VAN JUSITIE MR. KOK

'In alle drie gevallen is er sprake van moord. Hierbij moeten we bedenken dat er geen -objectieve getuigen zijn die de lezingen van meneer S. bevestigen: we zien alles zoals hij het heeft verteld.Hij zegt dat alle drie kinderen zelf het eerste contact hebben gelegd. Pas daarna zou de behoefte aan seksueel contact zijn ontstaan. Op 23 juli 1989 biedt hij Marco Weisser uit Paderborn aan om hem naar huis te brengen. De jongen zou de volgende dag 13jaar worden. Meneer S. hem mee naar een nog steeds onbekende plek. Hij laat zich masturberen, daarna gaan ze slapen. De volgende morgen moet de jongen even uit de auto om te urineren. Als hij terug is, hebben ze weer seks. Marco wil niet. Als de jongen zijn kleren wil pakken, wordt S. bang dat hij ontdekt zal worden.’ Dat wilde ik niet weer meemaken, het laatste dat ik wilde is terug naar de Van Mesdag, verklaart hij. Hij wurgt de jongen in de vrachtwagen met het koordje van de portemonnee die de jongen om zijn hals heeft.

Ook de tienjarige Salimi Thattil zou hem hebben aangesproken, op 15 augustus 1990, in Neustadt. Hij zou de jongen naar buis brengen, maar bij rijdt naar de grens. ‘Onderweg ontstond het idee om ontucht te plegen’, zegt hij. Hij zoekt naar een parkeerplaats, maar het is overal te druk. ‘Waar kan ik het hier doen’? Vraagt hij zich af, en besluit dan naar zijn flat in Assen te rijden.Daar overrompelt hij Thattil en laat hij zich masturberen. Later nog een keer. Thattil verzet zich. ‘Wat moet ik hier nu weer mee’, vraagt bij zich af. Hij zegt dat hij de jongen naar Amsterdam wil brengen, maar op een parkeerplaats bij Lelystad stopt hij. Hij zegt dat bij de jongen uit de auto heeft gezet en wegreed, en toen zag dat de jongen bang was en schreeuwend achter de auto aanrende. Hij stapt uit, duwt de jongen voor zich uit, haalt touw uit de zak van zijn bodywarmer en wurgt de jongen. ‘lk kon niet naar Amsterdam, hoe moest ik anders aan mijn vriendin verklaren waarom ik zo laat thuis zou komen, verklaart hij. Het is volstrekt onaannemelijk dat hij echt van plan was Thattil naar Amsterdam te brengen.

Op 27 juli 1991 wordt Jessica Laven vermist. Op 31 juli wordt ze gevonden langs een snelweg in Groningen. Gewurgd met een touw. Hij zegt dat hij Jessica niet in het zwembad heeft ontmoet. Ik heb hier dertien verklaringen van getuigen die zeggen dat ze Jessica wel met een oudere man in het zwembad hebben gezien en op basis van hun verklaringen is de compositietekening gemaakt aan de hand waarvan hij later herkend is. Hij zegt dat hij is aangesproken door Jessica omdat ze haar fietssleuteltje miste. Hij bood aan haar naar huis te brengen om haar reserve-sleuteltje te halen. Maar hij rijdt naar Assen.’ Ik wou iets hebben’, verklaart hij later. ‘ Je gaat de verkeerde kant uit’, zegt Jessica. Ze protesteert. Diverse keren. ‘Ik ben bang, ik wil naar huis’, zegt ze. In de flat in Assen maakt hij na aankomst foto's. Hij streelt haar en dwingt haar hem te bevredigen. ‘Het is weer zover’, denkt hij. ‘Als ik nu met haar buiten ga, zien ze mij’. Hij besluit te wachten tot het donker wordt. Jessica gaat slapen. Hij maakt haar wakker als het donker genoeg is. Ze rijden richting Duitsland, maar onderweg bedenkt hij dat er bij Nieuweschans wel eens controle kan zijn. ‘Dat kán niet’! Denkt bij. Jessica raakt - volgens zijn verklaring - dan in paniek. ‘Nu moet ze eruit’! denkt hij wurgt haar met een touw legt haar achter de vangrail. Hij komt nog een keer terug om die Duitse krant neer te leggen. De slippertjes van Jessica gooit hij uit de auto. Dan rijdt bij naar Groningen waar hij met grof geweld een ijsje koopt, om zich een alibi te verschaften. Hij zegt dat hij Jessica voor het eerst buiten het zwembad heeft ontmoet. Dat is volstrekt niet aannemelijk. In het zwembad heeft bij al het voornemen gehad haar mee te nemen. Pas onlangs is de portemonnee van Jessica, met het fietssleuteltje erin, in de stortbak van een w.c. in het zwembad aangetroffen. Hij heeft die daar zelf in gelegd, zodat hij haar kon helpen met haar fiets. Waarom geeft bij dit nu niet toe? Voor zover wij weten was Jessica Laven zijn derde slachtoffertje. Hij moet hebben beseft dat bij ook haar om het leven zou brengen. Er zijn allerlei aanwijzingen die erop duiden dat het plan tevoren was gemaakt. Als hij met Jessica in Assen arriveert, ligt de direct-klaarcamera gereed. De camera heeft hij gekocht op 20 juli, de negatieven op 26 juli één dag voor de moord. Later, als bij wegrijdt, en Jessica 'in paniek raakt', heeft hij het touw al klaar. De Duitse krant ligt ook in de auto.
 
In alle drie gevallen realiseert hij zich wat er gebeurd is en neemt hij ruim de tijd om te overwegen wat bij moet doen..Drie jonge kinderen zijn van het leven beroofd. Hun ouders dragen de traumatische ervaring van deze gruwel hun leven lang met zich mee, Verdachte is uiterst gevaarlijk. Kinderen moeten absoluut en onvoorwaardelijk tegen hem worden beschermd. TBS is zinloos. Hij kan wel in een Tbs-kliniek worden geplaatst, maar uitsluitend in het kader van levenslange gevangenisstraf.Onmiddellijk na het uitspreken van deze zin springen de meeste verslaggevers in de benen. De eis levenslang moet meteen op de radio, op de kabelkrant of nog mee in de middagedities van de avondbladen. De ouders van Jessica lijken een beetje murw geslagen door alles wat er om hen heen gebeurt. De emoties van het begin zijn weggeëbd. Michel S. lijkt het allemaal gelaten over zich heen te laten komen. Hij kijkt gedurende de hele zitting maar twee keer even opzij, zodat zijn gezicht te zien is. Niet één keer kijkt hij de zaal in.

25.6 BETOOG VERDEDIGER ADVOCAAT WIJNBERG

Advocaat Wijnberg heeft een extra lastige taak: moet hij medelijden zien te wekken voor zijn cliënt, wetend dat de ouders van Jessica in de zaal zitten?

Veel eer valt er voor hem niet te behalen – levenslang of TBS – wat maakt het in de praktijk uit. Moet hij proberen hard te maken dat de kinderen Michel S. hebben aangesproken in plaats van omgekeerd, en dat het eigenlijk hun eigen schuld is? Hij zou ter plekke gelyncht worden. Hij kiest ervoor zijn cliënt in diens waarde te laten, met zo min mogelijk schending van diens privacy, en keert zich tegen ‘derden’. Tegen de psychiaters, tegen de Officier van Justitie en de politie, die procesfouten hebben gemaakt ( telefoontaps, huiszoekingen waarvoor pas dagen later de Officier toestemming kwam) en tegen ‘sensationele verhalen’ in de pers.Wijnberg: ‘Ik kan met de beste wil van de wereld deze zaak niet zien als een sensationele, alleen als een trieste. Als je het dossier met een oppervlakkige blik leest, of zo suggestief zoals de Officier, dan zou je haast denken dat we met een seriemoordenaar te maken hebben. Dat is zeker niet het geval. Uit al die duizenden pagina’s in het dossier blijkt op niet een pagina dat er sprake is geweest van moord met voorbedachten rade, van kalm beraad, en rustig overleg. Integendeel! . En de Officier weet dat. Ik citeer uit het proces-verbaal, over Jessica Laven: ‘op een bepaald moment was zij zo paniekerig en was zij echt bang. Ik ben toen aan de kant van de weg gestopt. Plotseling had ik een touw vast. Waar het vandaan kam? Waarschijnlijk uit het kleine bakje in mijn auto. Terwijl e zo naast mij zat en naar buiten keek en vroeg:”Wat ga je doen?”heb ik het touw rond haar nek gedaan en aangetrokken. Er is slechts sprake van doodslag niet van moord.

25.7 WAAR IS HET MET MICHEL S. MIS GEGAAN?

Wijnberg: als eerste is daar de uitermate lange en trieste voorgeschiedenis, met een uiterst gebrekkige opvoeding. Maar de ellende begint pas goed als cliënt verzeilt in het Nederlandse strafrechtelijke systeem. In 1979 krijgt Michel S. door de rechtbank in Zwolle voorwaardelijke TBS opgelegd, wegens ontucht met een minderjarige. Professor Bevaert, de toenmalige rapporteur, schrijft dat zijn cliënt sterk geneigd is zich te identificeren met kinderen, indien die hulpeloos of slachtoffer zijn. Dat zal hem weerhouden van ernstiger of agressieve daden. Vervolgens breekt er een lange periode aan waarin strijd wordt geleverd tussen het Pieter Baan centrum en de reclassering. Het PBC is boos dat haar adviezen niet worden opgevolgd, de reclassering reageert getergd op de bemoeizucht van het PBC. In die periode laat de echtgenote van S. zich van hem scheiden.Wijnberg: ‘Het hele behandelspoor raakt op drift en in tegenstelling tot wat hem in het PBC was voorgespiegeld, belandt hij in de Van Mesdag kliniek, waar hij een heel andere behandeling krijgt dan de bedoeling was. Deze volstrekt mislukte benadering van de Van Mesdagkliniek heeft het angstniveau van mijn cliënt dermate hoog opgejaagd dat de angst voor terugplaatsing in deze kliniek grotendeels heeft geleid tot de hier ten laste gelegde delicten’.

Wijnberg meent dat Michel S. niet in een gewone gevangenis geplaatst kan worden. ‘Voor zedendelinquenten is het vrijwel onmogelijk zich daar met behoud van lijf en leden te handhaven. Tijdens het vóórarrest is er al het een en ander voorgevallen. Hij is zijn leven niet zeker. Hij is al in elkaar geslagen door een medegedetineerde. In de afgelopen maanden heeft hij, met uitzondering van een half uur per dag dat de anderen zaten te eten, in zijn cel opgesloten gezeten in verband met bedreigingen”.

Zijn slotconclusie: de gevangenisstraf moet beperkt worden tot de duur van de voorlopige hechtenis en er moet onvoorwaardelijk TBS worden opgelegd.Het is inmiddels halftwee geworden. In de zaal is het steeds rumoeriger geworden. Parketwachters en andere aanwezigen lopen voortdurend in en uit. Het betoog, van de advocaat, is te technisch om te boeien. Hij heeft ‘de mens Michel S.’ niet tot leven hebben willen brengen. Het antwoord op de vraag: waarom heeft Michel S. drie kinderen vermoordt’ verzandt in de omslachtige formulering. Het slot van de zitting is kenmerkend voor de hele vertoning.Rechter mr.Posch: meneer S. u hebt het laatste woord. Wilt u nog iets zeggen?

Michel S. gaat staan en mompelt een onverstaanbaar slotwoord. Het is de vraag of de rechter het zelf kan horen, maar de andere aanwezigen in de zaal inclusief de ouders van Jessica, kunnen er geen woord van verstaan. Het lijkt mr. Posch niet te deren.’ Dank u’ zegt hij, ‘de zitting is gesloten’. Michel S. wordt meteen weggevoerd door parketwachters. Hij kijkt naar beneden. Het wekt de indruk dat iedereen hem maar het liefst zo snel mogelijk weg wil hebben er nooit meer iets over wil horen. Maar wat zei hij nou in zijn slotwoord? Advocaat Wijnberg stond er het dichts bij.

Wijnberg: ‘Nee hoor, dat slotwoord was niet voorbereid, in elk geval niet door mij’. Hij heeft iets gezegd als: ‘woorden schieten te kort om mijn spijt te betuigen over wat er is gebeurd. Of ik nu gevangenisstraf krijg of TBS, ik ben zeer gemotiveerd om te worden behandeld’.Advocaat Wijnberg heeft zijn pleidooi op schrift gesteld. Bij het nalezen doe ik een verrassende ontdekking: Michel S. blijkt in zijn jeugd misbruikt te zijn door Belgische priesters! In het pleidooi staat: 'daarna wordt cliënt zelf jarenlang, zowel lichamelijk als psychisch, misbruikt door de bewuste priesters in België. Dit alles staat omschreven in de rapportage. Toen de advocaat zijn pleidooi hield, heeft hij deze zin niet voorgelezen, of zo weggemompeld dat het niet opviel. Zo kan de rechtszaak tegen Michel S. toch nog de geschiedenis in als een unicum: het moet de eerste keer in de historie zijn dat het verleden van een man die terechtstaat voor ontucht en moord tijdens een openbare zitting zó onder de tafel is geveegd als hier in Alkmaar. 'Als je het dossier met een oppervlakkige blik leest, of zo suggestief als de Officier, dan zou je haast denken dat we hier met een seriemoordenaar te maken hebben. Dat is zeker niet het geval. Uit al die duizenden pagina's in het dossier blijkt op niet één pagina dat er sprake is geweest van moord met voorbedachte rade, van 'kalm beraad’, en ‘rustig overleg.' Integendeel' Aldus de advocaat van Michel S. tijdens de rechtszitting in Alkmaar. Het Hof dacht er later, in hoger beroep, in elk geval anders over: Michel S..kreeg levenslang plus tbs. Met Salim was bij zogenaamd op weg naar Amsterdam en raakte bij onderweg ineens in paniek, met Jessica was hij op weg naar Duitsland en raakte bij volgens eigen zeggen ook in paniek. Maar zijn verklaringen kwamen niet erg geloofwaardig over. Is Michel S. een seriemoordenaar? Het ligt er een beetje aan hoe je het bekijkt!

Hij is zeker geen lustmoordenaar zoals Jack the Ripper en het is de vraag of hij de kinderen had gedood als bij ervan overtuigd was geweest dat hij er achteraf geen last mee zou krijgen. De dreiging vaat een nieuwe TBS heeft stellig een rol gespeeld bij het doden. Zijn seksuele afwijking was, zeker als je dat vergelijkt met die van veel andere seriemoordenaars, tamelijk onschuldig. Het was een - althans fysiek – tamelijk geweldloze vorm van pedofilie. Maar als hij niet dankzij intensief speurwerk van de politie was opgepakt, zouden er zonder enige twijfel meer dodelijke slachtoffers zijn gevallen. In de periode voor hij werd aangehouden werd hij diverse keren gesignaleerd bij zwembaden en speelterreinen waar veel kinderen rondliepen.

Het is overigens zeer de vraag of hij niet meer dan drie kinderen heeft vermoord. Bij de politie staat bij boven aan het lijstje met mogelijke ontvoerders van Cheryl Morrién uit IJmuiden. Michel S. heeft uitsluitend die zaken bekend waarin het technisch bewijs overtuigend was. Hij was zeer mobiel - een kenmerk van de meeste seriemoordenaars. Het aantal spoorloos verdwenen kinderen in de ons omringende landen, waar S. met zijn vrachtwagen en met vakantie kwam, loopt in de honderden. Het zou niemand van de onderzoekers verbazen als zou blijken dat Michel S. er daarvan een aantal op zijn geweten zou hebben. Er zijn nog twee andere aspecten: de eerste moord is voor de dader het moeilijkst; steeds meer blijkt dat, zodra deze barrière is genomen en geen arrestatie is gevolgd, het hek van de dam is. En: Michel S. liet zijn slachtoffers op openbare terreinen achter, onherkenbaar toegetakeld.Er is een Amerikaanse seriemoordenaar die een aantal opvallende overeenkomsten vertoont met Michel S. Harvey Murray Glatman.

25.8 VISIE VAN DR.H.J.C van MARLE OUD DIRECTEUR MESDAG KLINIEK

Michel S. zat in een inrichting, de Van Mesdagkliniek, en wel voor ontucht. Hij gruwde van de behandeling, maar paste zich slim aan. Patiënten, die zich keurig en aangepast gedragen zijn voor ons vaak de hardste noten om te kraken,' zegt dr. H.J.C. van Marle, sedert 1990 directeur van het Pieter Baan Centrum in Utrecht en eerder directeur van de Van Mesdagkliniek in Groningen.

Michel S. was zo’n beleefde man, van wie zelfs de meest doorgewinterde psychiaters in de kliniek niet goed hoogte konden krijgen. Uiteindelijk moesten ze 'm op bevel van de rechtbank laten gaan. Van Marle: 'en dat is altijd riskant’. Een behandeling moet afgemaakt zijn. Een chirurg stopt ook niet halverwege de operatie, als de patiënt nog open ligt.' Waar had Michel S. zo'n hekel aan dat hij ging moorden om niet terug te hoeven? Een tbs gestelde wordt, voordat de behandeling begint, in de kliniek onderzocht. Hij doet een IQ-test, ondergaat een doet een hersenonderzoek en doet een psychologische test om vast te stellen wat voor persoonlijkheid hij is. Bij deze test worden onder meer plaatjes gebruikt met afbeeldingen die voor verschillende uitleg vatbaar zijn. Het plaatje toont bijvoorbeeld een juffrouw in een jurk die tegen een bank aanligt.

Van Marle: 'het is niet zozeer een kwestie van goed of fout, het gaat erom wat de man erin ziet; in combinatie met allerlei andere vragen, in totaal wel meer dan 200, krijg je dan een vrij duidelijk beeld van de persoonlijkheid. De één denkt dat de juffrouw gewurgd is, volgens een ander rust ze uit, weer een ander meent dat ze aan haar vriendje denkt. Je kunt ook vaststellen of iemand in staat is situaties goed in te schatten. Een man die denkt dat de juffrouw opgewonden zit te wachten op een man, maakt in het werkelijke leven misschien ook verkeerde inschattingen. Een ander onderdeel van de test is teken een boom, een persoon of een huis. Een depressief iemand zal eerder een kale, sprieterige boom tekenen, een wat opgewekter mens tekent misschien een heel bos. Bij de personen die ze moeten tekenen kijk je of de man groter is dan de vrouw, of de vrouwelijke kenmerken extra aandacht krijgen of juist niet. Een seksuele delinquent tekent nogal eens een agressief uitziende vrouw, met tanden; of juist niet: een vrouw in een soepjurk. Dat duidt op afweer.' Een andere klassieke test betreft de interpretatie van een inktvlek. In eerste instantie zien veel mensen er vlinders in, maar bij doorvragen komen soms de meest bizarre dingen naar boven: draken, tanden, geslachtsdelen, afgehakte lichaamsdelen, woedende ogen. Deze test zegt iets over het onbewuste. Mensen met een psychose (een realiteitsstoring) zien er vaak dreigende figuren in: monsters, klauwen, nagels, en bloed.Er zitten verschillende betrouwbaarheidscontroles in de tests. Het is vast te stellen of iemand probeert te manipuleren, zich verzet, tegenstrijdige antwoorden geeft, dingen wil verzwijgen etc.

Een TBS behandeling is in eerste instantie gericht op het gedrag naar anderen toe, in de tweede plaats op de aard van de afwijking: het maakt verschil of iemand een seksueel delict of een geweldsdelict heeft gepleegd. De behandeling begint met de plaatsing op een gesloten afdeling, temidden van andere patiënten en sociotherapeuten. 'De man wordt constant geobserveerd in zijn gedrag. Is het iemand met een redelijke zelfbeheersing, heeft hij zich voldoende onder controle om geen anderen aan te vallen, vertoont hij schijnaanpassing? Kortom de man gedraagt zich en wordt daar zelf voortdurend mee geconfronteerd. Hij smakt met het eten: waarom doe je dat? Of iemand schept de hele aardappelpot leeg, zonder aan anderen te denken. Of haalt boeken uit de bibliotheek: mooi boek, waarom heb je deze gekozen? Een normaal mens zou er knettergek van worden. Bij de arbeidstherapie gaat het ook niet om een brok hout, maar op de manier waarop iemand werkt. Maakt hij mooie rechte stukken of hakt hij er maar wat op los. Gaat hij goed om met anderen, zowel patiënten als therapeuten. Liegt hij, beschuldigt hij anderen, steelt hij, knoeit hij met het afwassen, het zijn allemaal kleine dingetjes die het hem doen, de gewone alledaagse dingen.

En bij dit alles probeer je verbrand te leggen met het delict. Met name bij seksuele delinquenten let je op of hij naar mannen trekt of naar vrouwen, of hij lichamelijk contact maakt, welke boeken en welke tv-progratuma’s hij kiest, hoe hij zich kleedt, zijn hygiënisch gedrag, wat voor foto’s er op zijn kamer hangen: van kinderen, vrouwen, mannen, honden of porno. Vanuit deze gegevens stel je vragen aan de arbeidstherapeut en aan de psychotherapeut. Houdt hij zich met zachte dingen bezig, of slaat hij met zijn armen vol tatoeages in metaal te rammen? Waar droomt hij over? Masturbeert hij? Er wordt gekeken of hij een relatie heeft. Zo ja, hoe vrijen ze dan. En heeft hij dat altijd zo gedaan. Aan de creatieve therapeut wordt gevraagd wat hij maakt van vormloze dingen. Maakt hij blote vrouwen van klei, of tachtig precies dezelfde asbakken? Dat laatste bijvoorbeeld duidt op angst en beperking: hij doet alleen wat hij kan durft niets anders te proberen.

Voor elke behandelaar zijn er heel specifieke vragen, die voortkomen uit de diagnose die van de man is gesteld. Vervolgens kom je uit bij het delict. Je moet precies weten hoe het conflict zich heeft afgespeeld. Dat wordt helemaal uitgeschreven. Wanneer heeft hij voor het eerst het idee gehad dat hij een vrouw wilde verkrachten. Wat was de bedoeling van zijn fantasieën: wilde hij een vrouw vernederen, wilde bij geweld toepassen, of wilde hij juist een vrouw die hem heel aantrekkelijk en mannelijk zou vinden. Fantaseerde hij dat hij zelf een kind was? Daarna komt de vraag: wat heeft hij in werkelijkheid gedaan, en wat heeft hij erbij gedacht. Is het iemand die al een hele tijd aan het gluren is geweest, of exhibitionistisch gedrag vertoonde; wanneer besloot bij zijn ideeën in daden om te zetten. Was het slachtoffer een bekende of 'een onbekende? Heeft hij staan posten, of was hij een zwerver die met broeierige gedachten rondliep en willekeurig iemand pakte? Iemand die toch weer bij een vroegere relatie terechtkwam, of iemand die uit de bosjes te voorschijn sprong om het slachtoffer al dan niet vermomd aan te spreken. Was het een angsthaas die grijpt, sleurt en verkracht. Dat is een heel andere persoon dan iemand die met een bivakmuts een vrouw ontvoert en meeneemt naar een rustig plekje. Aan het slachtoffer zijn, als dat nog leeft, zijn door de politie veel details gevraagd. Die processen-verbaal zijn voor ons erg belangrijk. Het gaat niet alleen over de precieze toedracht, maar ook: waar was het de om te doen? Dit zijn allemaal belangrijke dingen om vast te stelten met wat voor persoon je te maken hebt. De vraag is dan: wat zie je daarvan terug bij de behandeling. Is het iemand die zit te broeien, of is het een flemer, die probeert te shockeren door stilletjes een pornofoto aan de muur te hangen en te kijken hoe een vrouwelijk personeelslid daarop reageert.'

De behandeling kent een aantal fasen: de eerste twee jaar gaat het vooral om het motiveren tot behandeling, de volgende twee Jaar –of zoveel later als nodig is - wordt er gewerkt aan het losmaken van de frustraties. De derde fase betreft het voorbereiden op terugkeer in de maatschappij.

Van MarIe: 'het belangrijkste vind ik dat ze kunnen omgaan met teleurstellingen bij die terugkeer: teleurstelling in zichzelf en in anderen.

De behandeling heeft twee hoofddoelen: het aanleren van ander gedrag en het voorkomen dat iemand gevaarlijk wordt.

Van Marle:’een aangepaste brave man is een moeilijke patiënt. Je kunt beter overweg met iemand die schreeuwt en slaat en tekeergaat. Bij zo’n aangepaste man blijf je twijfel houden, daar heb je als behandelaar geen greep op. Dat komt overigens niet zoveel voor. Seksuele delinquenten zijn vaak moeilijker dan geweldsdelinquenten. Of het nu een onderwijzer is of een vrachtwagenchauffeur: ze kunnen hun sociale vaardigheden vaak goed uitoefenen, alleen op bepaalde momenten vervallen ze tot het delict. Wetenschappelijk is voor die moeilijker behandeling geen sluitende verklaring, zelf denk ik dat het te maken heeft met de combinatie van seks en agressie. Seks zit in het bloed, letterlijk, in de vorm van hormonen; het is een onbewuste drijfveer met grote intensiteit. Dat is anders dan het doodmaken van iemand bij een roofoverval; daarbij moet de dader zichzelf meer overwinnen. Ik vergelijk het ook met alcohol: het kan een verslaving zijn en net als alcohol is 'het' in ruime mate voorhanden: er lopen altijd wel vrouwen of meisjes op straat. Overigens: prostitutie en masturbatie zijn geen alternatief voor verkrachters. Met een prostitué bestaat een heel andere relatie: het gaat die mannen juist om macht. Dat geeft het bevrijdende gevoel.' 'Het probleem met verlof en beëindiging van tbs is vaak dat de rechter vraagt: ‘ls deze man nog gevaarlijk’? Ik zeg:’ hij is zo beleefd en aangepast, ik wantrouw dat’. De rechter: ‘maar deze man heeft zich zes jaar lang keurig ge dragen, hij is toch niet gevaarlijk meer’ Ik. :’ vroeger merkte ook niemand het aan hem’. De rechter: ‘en meneer van Marle, wat denkt u: hoe lang gaat dit nog duren? Ik : ‘Ík weet het niet’. Het is immers niet mijn taak zo’n man vrij te laten, dat is de taak van de rechter.Zo’n vrijlating zal niet snel gebeuren als de betreffende man toenemende agressie vertoont.

Van Marle:’ een man had TBS gekregen voor pedofilie. Na zijn behandeling begon hij toch weer. Hij had in toenemende mate agressie gebruikt: een mes gekocht, mes op de keel gezet. Er was geen druppel bloed gevloeid, maar de echter legde zonder aarzeling voor de tweede keer TBS op: die toenemende agressie is zeer verontrustend, voor je het weet vermoordt hij iemand’. Ongeveer veertig procent van de seksuele delinquenten met TBS recidiveert binnen vijf jaar. Dat lijkt veel.Van Marle:’maar het gaat dan wel om het hele scala: pedofilie, aanrandingen, verkrachtingen. In de veertien jaar dat ik in de TBS werk (1991) zijn er in Nederland vijf levensdelicten gepleegd door TBS gestelden met verlof, en drie tot vier door ex-TBS gestelden. Terwijl er elk jaar ongeveer honderd mensen in TBS gaan en honderd anderen eruit. Wat mij wel zorgen baart is dat, door de aanpassing van de wet op de TBS in 1988, iemand die zich weigert te laten onderzoeken, geen TBS kan krijgen. Dat is niet de bedoeling geweest en er wordt aan gewerkt om dit terug te draaien.

Wat moet er met een man als Michel S. gebeuren?

Van Marle: tijdens zijn eerste TBS heeft hij behandeling geweigerd, dat zal nu anders moeten. Hij moet nu wel meewerken, daar moet hij zich maar te zetten, anders kan de TBS nog heel lang duren.Ongeveer 40 procent van de seksuele delinquenten met TBS recidiveert binnen vijf jaar.

Dit gegeven vergt enige meditatie. Het heeft alleen betrekking op personen die opnieuw worden aangehouden, binnen vijf jaar. Iemand die een onopgelost misdrijf pleegt of één waarvan geen aangifte wordt gedaan – en naar dat aantal kun je slechts gissen – valt uiteraard buiten deze statistiek. Cijfers over wat er na die vijf jaar gebeurt, zijn er helemaal niet. Het wordt hoog tijd dat iemand zich daar eens over buigt.

26.9 Vragen en opdrachten

1. Schets de achtergrond van Michiel S.

2. Waar wordt Michiel S. in 1981 voor het eerst voor veroordeeld?

3. Hoe luidde in 1981 het vonnis?

4. Wat weigerde Michiel S. en is dat toegestaan door de wet?

5. Welke soorten verlof kent de van Mesdagkliniek?

6. Wat adviseren de psychiaters in april 1987?

7. Wat besluit de rechtbank in Zwolle?

8. Hoe gedraagt Michiel S. zich na zijn terugkeer in de maatschappij?

9. Wanneer komt de ware aard van een patiënt weer naar voren?

10.Welke kinderen worden achtereenvolgens weer het slachtoffer?

11.Hoe probeerde Michiel S. de politie op een dwaalspoor te brengen?

12.Wat leverde uiteindelijk het bewijs op de Michiel S. de dader moest zijn?

13.Hoe reageerde zijn werkgever en kennissen?

14.Hoe reageerden vervolgens de deskundigen?

15.Wat blijkt daaruit?

16.Wat verzoekt de advocaat van de verdachte?

17.Waarom gaat de rechtbank niet op het verzoek in?

18.Waarom brengt de rechter naast de 3 slachtoffertjes Ceriel Morrien ter sprake?

19.Hoe reageert Michiel S.?

20.Hoe luidt de visie van de zenuwarts?

21.Waarom was de verdachte agressief?

22.Wat is de visie en eis van de Officier van Justitie?

23.Welke methode past de raadsman toe?

24.Wat is de slotconclusie van de raadsman?

25.Vaak wordt gesteld dat seksuele delinquenten in hun jeugd ook seksueel zijn misbruikt is dit ook zo bij Michiel S?

26.Welke straf kreeg Michiel S. in hoger beroep opgelegd?

27.Welke zaken heeft Michiel S. bekend?

28.Welke conclusie kun je daaruit trekken?

29.Welke kenmerken worden voor de meeste seriemoordenaars genoemd?

30.Welke fasen kent een TBS behandeling?

31.Welke 2 hoofddoelen heeft de TBS behandeling?

32.Welke conclusie wordt gegeven t.a.v. recidive van seksuele delinquenten?