We hebben 329 gasten online

29 b) Deventer moordzaak Deel 2

Gepost in Strafrecht in Historie

Persberichten

ernst louwers

Deventer moordzaak

1999 De Deventer moordzaak ( bron zwolseweg 1999)

De Deventer moordzaak is een van de meest geruchtmakende moorden van de afgelopen jaren. De weduwe J. Wittenberg werd op 25 september 1999 dood gevonden in haar woning aan de Zwolseweg 157. Ze was door messteken om het leven gebracht, volgens de politie op 23 september rond half negen.

"Met verbijstering en ook ongeloof is [...] in de buurt gereageerd op de dood van mevrouw Wittenberg, die volgens sectie in het gerechtelijk laboratorium (Rijswijk) door messteken om het leven is gebracht. Dat de punctuele mevrouw Wittenberg zaterdagmorgen niet bij haar kapper was verschenen en deze een buurtbewoonster poolshoogte liet nemen, vormde de aanleiding tot de ontdekking van de derde moord die dit jaar al in Deventer is gepleegd.
De gewaarschuwde politie leende een ladder van een buurtbewoner om van buitenaf een kijkje te nemen in de woning, de rechter helft van een dubbelblok. Via de achterzijde drong ze daarna het huis binnen, waar de politie de verschrikkelijke vondst deed. [...]
Dat ze na de dood van haar man een paar jaar geleden (een eveneens als vriendelijk bekend staande zenuwarts) vereenzaamd was, dat ze elke zondagmorgen trouw naar de nabijgelegen rk-kerk ging, er altijd keurig gekapt en opgemaakt uitzag en dat ze van bridgen en golfen hield en dan een gezellig praatje met haar medespelers maakte. 'Een vrouw die absoluut geen vlieg kwaad doet. Dat uitgerekend zij het slachtoffer moest worden van zo'n misdrijf is schrijnend. Dat heeft ze absoluut niet verdiend', stelt een buurtbewoner spijtig vast."(1)

De boekhouder van de rijke weduwe, de toen 44 jarige Ernst Louwes, was al snel verdacht. Hij zou het als executeur testamentair op haar vermogen van bijna vier miljoen gulden hebben voorzien.

Het hof in Arnhem veroordeelde Louwes in december 2000 tot twaalf jaar voor de moord op Wittenberg. Op basis van een eind van de plaats van de misdaad gevonden mes en een telefoongesprek, dat moet aantonen dat Louwes in (de bruut van) Deventer kon zijn ten tijde van de moord. Een hond koppelt een gevonden mes, dat als moordwapen wordt beschouwd, via een geursorteerproef aan Louwes.

 

Een briefje zonder afzender. "Volgens schriftkundig bureau Waisvisz is het vrijwel zeker dat die is geschreven door de vriendin van de aanvankelijke verdachte in de Deventer moordzaak. Met de kennelijke bedoeling om de aandacht van hem af te leiden."
Bron: De Stentor, 22 januari 2004

In juli 2003 verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar het hof. Uit nieuw DNA-onderzoek blijkt dat er op het mes geen sporen van het slachtoffer of Louwes zitten. Bij de eerste dag van de herziening verdwijnt het mes van tafel als bewijsmateriaal.

Het openbaar ministerie kwam echter op 27 januari 2004, ruim vier jaar na de moord, met nieuw bewijs: op het blouse van het slachtoffer waren bloedvlekjes gevonden met DNA-sporen van de boekhouder.

Op 9 februari 2004 veroordeelt het gerechtshof in Den Bosch Ernst Louwes opnieuw tot twaalf jaar gevangenisstraf. Er was vijftien jaar geëist.

Tijdens het voorlezen van het arrest onderbrak Louwes een aantal keren de president van het gerechtshof en zei dat hij het niet gedaan had. Meteen na de uitspraak riep hij dat hij zich niet weer zou laten ,,oppakken''. Er ontstond een handgemeen, waarbij een aantal agenten hem op de grond overmeesterde. Op de publieke tribune brak ook enig rumoer uit. ,,U gaat gewoon door met de argumenten van de politie. U veegt alles weg'', zei Louwes tegen het hof.

Louwes advocaat G.J. Knoops zei na afloop dat hij zijn cliënt zal adviseren om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Hij had tijdens het proces aangevoerd dat het onderzoek onzorgvuldig was verlopen en dat de DNA-sporen van Louwes op een ander moment op de blouse van het slachtoffer terecht waren gekomen. ,,Het is in het belang van de rechtsstaat als de Hoge Raad zich nogmaals over deze zaak buigt'', zei Knoops.

Volgens hem zijn er nog veel vragen blijven bestaan en is het heel gevaarlijk om nu te zeggen dat de zaak is opgelost.(2)


 

NOTEN

(1) De Stentor (Deventer Dagblad), 27 september 1999 (terug naar de tekst)

(2) NRC Handelsblad, 27 januari 2004 en 9 februari 2004 (terug naar de tekst)

‘Louwes werd terecht veroordeeld’

Menno van Dongen in Volkskrant 29 januari 2009 22:55

AMSTERDAM - De ‘klusjesman’ uit de Deventer moordzaak, Michaël de Jong, had geen financieel motief om de weduwe Jacqueline Wittenberg in 1999 te vermoorden. Er klopt niets van de hardnekkige bewering dat de weduwe kort voor haar dood haar testament wijzigde ten nadele van De Jong. Ernest Louwes, die is veroordeeld, had mogelijk wel een motief.

Dat schrijft onderzoeksjournalist Bas Haan in zijn boek De Deventer moordzaak – Het complot ontrafeld, dat vandaag verschijnt. Haan maakte achtereenvolgens voor de televisieprogramma's Netwerk en NOVA reportages over de geruchtmakende affaire. Hij wil met zijn boek ‘de luchtbel’ doorprikken van ‘roddels, geruchten, leugens en complotten, die de Deventer moordzaak zijn gaan tekenen’.

De moord op de rijke weduwe Wittenberg in 1999 trok pas landelijke aandacht toen twijfels ontstonden over de veroordeling van fiscaal jurist Louwes, haar executeur-testamentair. In 2003 werd bij de Hoge Raad aangetoond dat hij drie jaar eerder was veroordeeld op basis van een onjuiste geurproef met een mes dat niet het moordwapen was.

Toen het rechtscollege besloot dat hij recht had op een nieuw proces, had Louwes de publicitaire strijd al gewonnen: hij was geen dader, maar slachtoffer van een dwaling.

Maar het hof in Den Bosch veroordeelde hem alsnog in een nieuwe rechtszaak. Tijdens aanvullend onderzoek werd zijn dna-profiel gevonden op acht plekken op de blouse van het slachtoffer. Volgens het hof was het waarschijnlijk dat die sporen er tijdens de moord op waren gekomen.

Bij het publiek bleef de twijfel knagen, mede omdat tijdens het proces was gebleken dat Louwes eerder slachtoffer was geworden van ‘tunnelvisie en manipulatie door politie en justitie’. Een motief vond het hof niet.

Eind 2005 stortte opiniepeiler Maurice de Hond zich op de zaak. Hij beweerde dat niet Louwes maar ‘klusjesman’ Michaël de Jong de moordenaar was. De Jong zou schulden hebben en boos zijn geworden toen hij merkte dat zijn erfenis was gehalveerd.

Onzin, blijkt uit het boek. De Jong heeft nooit in het testament van de weduwe gestaan voor meer dan 25.000 gulden (11.000 euro). Schulden had hij niet.

Het Openbaar Ministerie deed in 2006 onderzoek naar de beweringen van De Hond – een unieke stap – maar concludeerde dat Louwes terecht is veroordeeld.

De Hond voerde de druk op, onder meer met ‘desinformatie’, stelt Haan. Hij kwam met ‘klappers’ op zijn website en in media, die hij handig bespeelde.

Voor De Jong had deze campagne grote gevolgen. Op internet verschenen wilde verhalen over hem en zijn vriendin Meike. Onschuldig is nog de misvatting dat hij Wittenbergs klusjesman zou zijn. In werkelijkheid was hij een vriend ‘die hooguit een keer een lamp bij haar heeft vervangen’.

Zelfs nadat rechters De Hond een schadeclaim oplegden van 100.000 euro, gaf hij niet op.

De Jong is achteraf vooral boos omdat het graf van de weduwe is geopend op verzoek van de opiniepeiler. Het moordwapen zou daar liggen. ‘Dat vergeef ik hem nooit’, zegt hij in het boek.

Aanwijzingen voor de schuld van De Jong zijn er niet, concludeert Haan. Zelfs Louwes is er niet van overtuigd dat de ‘klusjesman’ de dader is, vermeldt de auteur.

Haan ziet wel aanwijzingen voor een motief van Louwes. In een concept-testament wilde hij zichzelf als executeur-testamentair vrij laten beschikken over haar erfenis. Collega’s van hem hebben hierover destijds belastende verklaringen afgelegd bij de politie.

De auteur wijst ook op nieuw bewijs dat na de veroordeling is opgedoken. Onder de nagels van de weduwe zit dna-materiaal dat niet van De Jong is, maar wel van Louwes zou kunnen zijn. De fiscaal jurist (55) houdt vol dat hij onschuldig is en bestrijdt het verhaal over zijn motief. In april heeft hij zijn gevangenisstraf van twaalf jaar uitgezeten.

Hij is terecht veroordeeld, concludeert Haan. ‘Er is in Nederland geen enkele onafhankelijke strafrechtdeskundige te vinden die vermoedt dat Louwes onschuldig is.’

Deventer moordzaak niet heropend

Menno van Dongen Volkskrant op 18 maart 2008

DEN HAAG - De Deventer moordzaak wordt niet heropend. Ernest Louwes (54) moet ook het laatste jaar uitzitten van de celstraf die hij kreeg voor de moord op Jacqueline Wittenberg in Deventer in 1999. Dat heeft de Hoge Raad vanmiddag bekendgemaakt

Louwes reageerde ingetogen maar strijdbaar op de uitspraak van het hoogste rechtscollege van Nederland. ‘Er zijn twee mensen die weten dat de uitspraak van de Hoge Raad 100 procent fout is. Dat zijn de moordenaar van de weduwe Wittenberg en ik’, zei hij tijdens een geïmproviseerde persconferentie. ‘Er is mij onrecht aangedaan. Maar ik geef niet op.’

De veroordeelde was op eigen gelegenheid naar het hoogste rechtscollege van Nederland gekomen; tijdens de laatste fase van zijn detentie zit hij alleen 's avonds nog in de cel. Overdag werkt hij, in het weekend is hij thuis.

Zakelijk contact
Louwes vroeg om heropening op grond van feiten die naar zijn mening onbekend waren bij de rechters die hem in 2004 veroordeelden. Volgens hem is zijn dna niet door geweld op de blouse van het slachtoffer gekomen maar door ‘zakelijk contact’ met de weduwe Wittenberg. Ook wees hij op een andere potentiële dader, ‘klusjesman’ Michaël de J..

De Hoge Raad wees het verzoek af. Volgens het hoogste rechtscollege is er ook op grond van de nieuwe informatie geen ernstig vermoeden dat Louwes onterecht is veroordeeld.

Teleurgesteld
Advocaat Geert-Jan Knoops en sympathisant Maurice de Hond reageerden teleurgesteld op de uitspraak. Knoops is al bezig met een nieuw herzieningsverzoek. Hij heeft zijn hoop gevestigd op nieuwe wetgeving die in voorbereiding is, waardoor het iets eenvoudiger zal worden om strafzaken heropend te krijgen. Zijn cliënt is van plan klusjesman De J. voor de civiele rechter te dagen. Knoops wil daarover op dit moment geen nadere informatie geven. ‘We houden onze kaarten nog even voor de borst’.

Louwes zal naar verwachting in april 2009 worden vrijgelaten. Dan heeft hij tweederde van zijn 12 jaar celstraf uitgezeten.

Hoge Raad wijst aanvraag tot herziening in Deventer moordzaak af

's-Gravenhage, 18 maart 2008 - Deze zaak betreft de aanvrage tot herziening van de uitspraak van het hof ’s-Hertogenbosch van 9 februari 2004 (zie LJN AO3222).
Deze aanvrage is namens de heer E. Louwes op 27 juli 2006 bij de Hoge Raad ingediend door mr. G.G.J. Knoops, advocaat in Amsterdam.
Op 15 november 2006 heeft de raadsman de aanvrage mondeling toegelicht.
Op 20 maart 2007 heeft de advocaat-generaal Machielse zijn conclusie genomen (zie LJN BA1024). In deze conclusie heeft hij de Hoge Raad geadviseerd om, alvorens verder te beslissen, uit zijn midden een raadsheer-commissaris aan te wijzen met het oog op het horen van twee verbalisanten, die op 18 oktober 1999 een getuige hebben gehoord, teneinde duidelijkheid te verschaffen over de inhoud van de verklaring die de getuige heeft afgelegd.
Subsidiair heeft advocaat-generaal Machielse geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage tot herziening ongegrond zal achten en deze zal afwijzen.
Op 5 juni 2007 heeft de Hoge Raad in een tussenarrest de aanbeveling van de advocaat-generaal gevolgd en een raadsheer-commissaris benoemd. De Hoge Raad heeft toen nog geen beslissing genomen over de gegrondheid van het herzieningsverzoek.
Nadat het verhoor van een zestal getuigen had plaatsgevonden heeft de advocaat-generaal op 22 januari 2008 een nadere conclusie genomen, waarin hij tot de slotsom is gekomen dat de herzieningsaanvraag in haar geheel ongegrond is.

De uitspraak van de Hoge Raad
Op 18 maart 2008 heeft de Hoge Raad de aanvraag tot herziening afgewezen.

Het gaat heel in het kort vooral om twee punten.

1. De waardering van het DNA bewijs.
Het hof heeft op grond van het onderzoek van het NFI geoordeeld dat het DNA van Louwes op de blouse van het slachtoffer is overgedragen bij een gewelddadig incident.
In de herzieningsaanvraag worden twijfels naar voren gebracht over de wijze waarop de overdracht van celmateriaal van Louwes heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad oordeelt dat deze niet aannemelijk maken dat het oordeel van het hof onjuist is.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat enige van die naar voren gebrachte twijfels reeds bij het hof aan de orde zijn geweest en om die reden onverenigbaar zijn met de herzieningsprocedure; zij kunnen immers daarom geen novum opleveren.

2. De positie van De J.
In de herzieningsaanvraag wordt gesteld dat De J. ten onrechte als verdachte buiten beeld is gebleven. Deze stelling is vooral gebaseerd op veronderstelde daderwetenschap en op het alibi van De J.

De Hoge Raad overweegt dat uit de verhoren van de getuigen bij de raadsheer-commissaris is gebleken dat deze onvoldoende steun geven aan de stelling van getuige H. dat De J. hem reeds voordat het slachtoffer was gevonden heeft verteld dat zij om het leven was gekomen.
Evenmin is aannemelijk geworden dat getuige H. in oktober 1999 aan de twee door de rechter-commissaris gehoorde verbalisanten heeft vermeld dat De J. over daderwetenschap beschikte en dat de verbalisanten deze vermelding niet hebben genoteerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de verklaringen van de getuige H. daarom geen ernstig vermoeden wekken dat het hof, als het met die verklaringen bekend zou zijn geweest, Louwes zou hebben vrijgesproken.

In de herzieningsaanvraag is een beroep gedaan op tegenstrijdigheden in de verklaringen die getuige W., de toenmalige vriendin van De J., heeft afgelegd over zijn alibi.
De Hoge Raad overweegt daarover dat de twijfel over het alibi van De J. is verminderd door de omstandigheid dat De J. en W. in het vanwege het College van Procureurs-Generaal ingestelde oriënterend vooronderzoek consistente verklaringen hebben afgelegd over een ander alibi, dat wordt ondersteund door telefoonverkeergegevens, terwijl zij beiden redenen hebben opgegeven waarom zij pas toen met deze uitleg zijn gekomen. De Hoge Raad merkt voorts op dat, ook indien zou moeten worden aangenomen dat De J. geen sluitend alibi zou hebben, dit geenszins impliceert dat hij de moordenaar is van het slachtoffer.

Gevolg van deze uitspraak
De uitspraak van het hof ’s-Hertogenbosch van 9 februari 2004 blijft in stand.

Het arrest van de Hoge Raad bestaat uit 106 pagina’s.
Indien u een samenvatting van het arrest wilt lezen, klik hier.

Den Haag, 18 maart 2008
mw. mr. E. Hartogs, griffier
tel 070-3611236


LJ Nummer

BA1024

Bron: Hoge Raad der Nederlanden
Datum actualiteit: 18 maart 2008

Ernst Louwes werkt in beddenzaak

Telegraaf 19 februari 2008

AMSTERDAM - De voor moord veroordeelde Ernst Louwes mag het laatste jaar van zijn straf afmaken door te werken in een beddenzaak.

Dat maakte John van den Heuvel gisteravond bekend. Het gaat volgens hem om een beddenzaak in Amersfoort. Louwes zou aan de slag gaan in het magazijn.

De man die in 1999 veroordeeld werd voor de moord op weduwe Jacqueline Wittenberg en daar tot de laatste snik tegen bleef vechten, werkt vanaf 1 maart als een soort stage in de winkel. Volgend jaar maart heeft de fiscaal adviseur tweederde van de straf uitgezeten en komt hij vrij.

Op de achtergrond spelen nog allerlei beroepszaken van Louwes die blijft volhouden dat hij het niet gedaan heeft.. Uiteindelijk kreeg hij twaalf jaar.

De eigenaar van beddenspeciaalzaak RonHeruer in Amersfoort is volgens De Stentor één van de mensen die altijd geloofd hebben in de onschuld van Louwes.

Justitie heeft hem wel een aantal beperkende voorwaarden opgelegd als hij daar werkt. Zo mag hij niet praten met de pers. Het geld dat hij verdient in de beddenzaak moet naar justitie worden overgemaakt. Tegen de krant zegt zijn vrouw Anneke Louwes: 'Jammer, we zouden best wat centjes kunnen gebruiken'

Advocaat: Deventer moordzaak wél heropenen

telegraaf 8 februari 2008

AMSTERDAM - De Deventer moordzaak moet juist wel worden heropend, vindt advocaat Geert Jan Knoops. Hij liet vrijdag weten dat hij het niet eens is met het advies van de advocaat-generaal aan de Hoge Raad om de zaak gesloten te laten. Knoops is raadsman van Ernest Louwes, die tot twaalf jaar cel werd veroordeeld voor de moord in 1999 op de vermogende weduwe Jacqueline Wittenberg.

Volgens de raadsman blijkt uit diverse getuigenverhoren dat de beheerder van de begraafplaats „gedetailleerd en plausibel” heeft verklaard. Aan deze beheerder zou klusjesman Michael de J. hebben verteld dat de weduwe „gewurgd, haar botten gebroken en zeven keer met een mes gestoken” was. Volgens Knoops herinnert de beheerder van de begraafplaats zich dit echt en zijn er twee andere getuigen die het verhaal bevestigen.

De verklaring van de bewaarder is belangrijk omdat die laat zien dat de klusjesman beschikte over daderkennis, aldus Knoops. Dat zou volgens de advocaat kunnen betekenen dat De J. iets met de moord te maken heeft en dat Louwes onterecht vastzit als schuldige van de moord.

Twee weken geleden maakte advocaat-generaal A. Machielse bekend dat hij vindt dat de zaak niet heropend moet worden. Volgens de adviseur van het hoogste rechtscollege bestaat er geen ernstig vermoeden dat Louwes onterecht in de gevangenis zit. Op basis van nieuw getuigenverhoor dat voor de Hoge Raad werd gedaan, wordt „onvoldoende waarschijnlijk” dat de klusjesman de mededeling van de dood van Wittenberg al vóór ontdekking van haar dood en niet op een later tijdstip heeft gedaan, aldus Machielse.

De beheerder is echter zeer stellig dat de klusjesman hem het verhaal vertelde voordat de dood van Wittenberg bekend werd, zegt advocaat Knoops. Ook twee collega's van de beheerder zeggen dat zeker te weten. Zij hebben onder ede verklaard dat de beheerder vaak over zijn ontmoeting met De J. sprak en dat verkeerde vastzat. Hij durfde echter niet meer naar de politie te gaan met dat verhaal.

De rechtbank in Zwolle sprak Louwes aanvankelijk wegens gebrek aan bewijs vrij, maar het gerechtshof in Arnhem veroordeelde hem in hoger beroep tot twaalf jaar cel. Ook toen verzocht Louwes de Hoge Raad om herziening van zijn zaak. De raad willigde dat verzoek destijds in en verwees de zaak naar het hof in Den Bosch.

Het proces in Den Bosch pakte voor Louwes nadelig uit. Nieuw onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) naar de blouse van de weduwe leverde voor Louwes belastende DNA-sporen op. Het hof veroordeelde hem daarom opnieuw tot twaalf jaar cel.

Hoge Raad wil getuige zelf horen

De Hoge Raad gaat 'klusjesman' Michael J. als getuigen horen over zijn mogelijke betrokkenheid bij de Deventer moordzaak. Dat gebeurt in het kader van een herzieningsverzoek in deze zaak.

Daarbij wordt onderzocht of hij al wist hoe de weduwe Wittenberg was omgebracht, toen haar lijk nog niet was gevonden. Afgelopen juni besloot de Hoge Raad om in het kader van het herzieningsverzoek twee politiefunctionarissen te horen. Zij zouden verklaringen van de oud-beheerder van de Deventer begraafplaats deels uit het proces-verbaal hebben weggelaten.

De klusjesman zou de ochtend na de moord tegen deze man hebben gezegd dat de weduwe door wurging en messteken om het leven was gebracht. Dat kon hij niet weten; het lijk was toen nog niet gevonden. de rechercheurs lieten de verklaring buiten beschouwing omdat zij de begraafplaatsmedewerker niet geloofden.

In het kader van het herzieningsverzoek zijn inmiddels vier getuigen gehoord door een speciaal daartoe aangestelde raadscommissaris. De klusjesman is de vijfde getuige in deze procedure.

Het slachtoffer werd in september 1999 dood in haar woning aangetroffen. Ze was door verstikking en messteken om het leven gebracht. Haar toenmalig financieel adviseur, Ernest Louwes, werd van de moord verdacht en daarvoor tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld. De fiscalist, die volhoudt dat hij onschuldig is, heeft zijn straf er begin 2009 op zitten. In februari 2005 werd een cassatieberoep door de Hoge Raad verworpen.

De Deventer moordzaak veroorzaakt al jaren veel ophef. Vanaf 2005 bemoeide opiniepeiler Maurice de Hond zich ermee. Hij wees de klusjesman aan als dader. Dat leidde uiteindelijk tot een proces wegens smaad. De Hond moest 120.000 euro schadevergoeding betalen aan de klusjesman en diens vriendin. Het getuigenverhoor moet duidelijk maken of dat gesprek op de begraafplaats heeft plaatsgevonden. Pas dan zou sprake zijn van een nieuw feit dat een herzieningsverzoek rechtvaardigt.

Hoge Raad besluit nog niet tot herzieningsverzoek inzake de Deventer moordzaak

Deze zaak betreft de aanvrage tot herziening van de uitspraak van het hof ’s-Hertogenbosch van 9 februari 2004 (zie LJN AO3222). Deze aanvrage is namens de heer E. Louwes op 27 juli 2006 bij de Hoge Raad ingediend door mr. G.G.J. Knoops, advocaat in Amsterdam. Op 15 november 2006 heeft de raadsman de aanvrage mondeling toegelicht. Op 20 maart 2007 heeft de advocaat-generaal Machielse zijn conclusie genomen (zie LJN BA1024). In deze conclusie heeft hij de Hoge Raad geadviseerd om, alvorens verder te beslissen, uit zijn midden een raadsheer-commissaris aan te wijzen met het oog op het horen van twee verbalisanten, die op 18 oktober 1999 een getuige hebben gehoord, teneinde duidelijkheid te verschaffen over de inhoud van de verklaring die de getuige heeft afgelegd. Subsidiair heeft advocaat-generaal Machielse geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage tot herziening ongegrond zal achten en deze zal afwijzen. De Hoge Raad heeft in een tussenarrest beslist dat de twee verbalisanten nader gehoord dienen te worden. De Hoge Raad heeft dit opgedragen aan een raadsheer-commissaris. Voor het overige heeft de Hoge Raad nog geen beslissing genomen over de gegrondheid van het herzieningsverzoek. Hij houdt iedere verdere beslissing aan totdat dit nader onderzoek zal zijn verricht.

Samenvatting conclusie Hoge Raad Deventer moordzaak

Bron: rechtennieuws.nl ergo sum

Vandaag, op 20 maart 2007, heeft advocaat-generaal mr. A.J. Machielse advies aan de Hoge Raad uitgebracht in het herzieningsverzoek in de Deventer moordzaak. U treft hierbij aan de door hem uitgesproken samenvatting van dit advies. De advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad der Nederlanden. Dit parket is onafhankelijk van het Openbaar Ministerie.
De Hoge Raad zal de herzieningsaanvraag beoordelen en daarop te zijner tijd beslissen.

Mijnheer de President,

Vandaag neem ik conclusie in wat wel bekendstaat als de Deventer moordzaak. Deze conclusie is te omvangrijk om hier voor te dragen. Vandaar dat ik volsta met een samenvatting. Alvorens op de zaak zelf in te gaan wil ik benadrukken dat een herzieningsprocedure een buitengewoon rechtsmiddel betreft. Buitengewoon omdat het een uiterste middel is om een onherroepelijke rechterlijke uitspraak ongedaan te maken.
Herziening is niet een soort veredeld hoger beroep. Dat blijkt wel uit de bijzonder strenge eisen die de wet stelt wil een herzieningsaanvraag ontvankelijk en gegrond verklaard kunnen worden.
Het eerste lid van art. 457 Sv somt onder 2 een aantal eisen op waaraan een grond voor herziening moet voldoen. Dit onderdeel van art. 457 Sv vormt in de Deventer moordzaak het kader voor beoordeling.
De eerste eis is dat het aangevoerde novum een omstandigheid van feitelijke aard betreft.

Meningen of gevolgtrekkingen zijn dat niet. De HR heeft in 2001 een beperkte uitzondering toegelaten voor conclusies van deskundigen. Het kan immers zo zijn dat het oordeel van een deskundige dat van wezenlijk belang is voor de eerdere veroordeling achteraf niet staande kan worden gehouden, omdat nieuw ontwikkelde wetenschappelijke inzichten of methoden het ongelijk van de deskundige duidelijk aantonen of omdat achteraf blijkt dat de deskundige zijn oordeel heeft moeten baseren op een wezenlijk tekortschietend feitenoverzicht.
De tweede eis is dat die nieuwe feitelijke omstandigheid indertijd aan de rechter onbekend is gebleven. Daarbij moet ervan uit worden gegaan dat de gehele inhoud van het dossier dat aan de rechter ter beschikking stond aan hem bekend is geweest.
Ten derde moet het ernstig vermoeden bestaan dat de rechter bijvoorbeeld zou hebben vrijgesproken als hij met die omstandigheid bekend was geweest, met andere woorden dat het aangevoerde nieuwe materiaal ernstige twijfel doet rijzen aan de juistheid van de veroordeling, zodat een nieuw onderzoek van de zaak gerechtvaardigd is. Het is dus een misverstand om te menen dat herziening reeds is aangewezen als door nieuwe feiten enkel onzekerheden die indertijd aan de rechter al bekend waren, door nieuw materiaal nog eens worden verdiept.

Terug naar de onderhavige zaak.
Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft op 9 februari 2004 aanvrager, nadat een herzieningsaanvraag tegen een eerdere veroordeling gegrond was verklaard, opnieuw voor moord veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar. Mr. Knoops heeft opnieuw een aanvraag ingediend en daarna nog drie aanvullingen ingezonden.
Zoals gezegd kan ik niet ingaan op de details van deze zaak en zal ik mij tot enkele hoofdlijnen moeten beperken. Dat is al lastig genoeg. De hoofdlijnen zijn wat mij betreft de onderzoeken aan de blouse van het slachtoffer, het telefoongesprek dat aanvrager op de avond van moord met het slachtoffer heeft gevoerd, en de verklaring van een getuige over daderwetenschap van een derde.

Blouse
Het hof te 's-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat het DNA materiaal van veroordeelde dat is aangetroffen op de blouse van het slachtoffer, daarop tijdens het delict moet zijn terechtgekomen. Aanvrager beroept zich op verschillende rapporten van een Engelse deskundige, dr. Kenny van The Forensic Science Service, waaruit zou moeten blijken dat andere verklaringen mogelijk zijn en dat een andere toedracht waarschijnlijker is.
Deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut hebben indertijd de blouse van het slachtoffer bekeken en de plaatsen bepaald waarvan monsters moesten worden genomen. Daarbij zijn zij ervan uitgegaan dat de dader DNA materiaal zal hebben achtergelaten op die delen van de blouse die in verband zouden zijn te brengen met de gewelddadige wurging van het slachtoffer. Op de blouse zijn lichtrode vlekken aangetroffen die wel eens van make-up afkomstig zouden kunnen zijn die bij de wurging op de blouse terecht is gekomen.
Daarnaast zijn monsters genomen van plaatsen op de blouse waar lichaamsvloeistoffen werden vermoed. Deze plaatsen waren aangewezen door een zogenaamde crimescope, een instrument dat door een lichtbron lichaamsvloeistoffen zichtbaar kan maken. Voorts zijn monsters genomen van plaatsen waar de dader wellicht zijn handen op de blouse had gezet. Tenslotte is nog een bloedvlekje in de kraag van de blouse onderzocht.
In vier van de lichtrode vlekken is DNA materiaal van veroordeelde aangetroffen. Ook het bloedvlekje in de kraag van de blouse blijkt van veroordeelde afkomstig. Tevens is in een aantal van de crimescope positieve vlekken DNA materiaal van aanvrager aangetoond. Het hof heeft erop gewezen dat in een van de lichtrode vlekken, vlakbij een steekwond, een zo grote hoeveelheid DNA materiaal van veroordeelde is aangetroffen dat een volledig DNA profiel kon worden opgesteld. Het hof heeft het onaannemelijk geacht dat het DNA materiaal in de lichtrode vlekken en het vlekje in de kraag van de blouse bij een normaal zakelijk contact kan zijn overgebracht.
De aanvraag betwist deze slotsom en doet daarbij een beroep op rapporten van dr. Kenny.
Ik heb mijn bedenkingen bij de conclusies die de steller van de aanvraag uit deze rapporten trekt. Dr. Kenny heeft volgens mij niet de beschikking gekregen over alle gegevens die voor een correcte rapportage nodig zijn. Zij beschikte -voorzover mij bekend- bijvoorbeeld niet over de verklaringen waaruit blijkt hoe het NFI te werk is gegaan om contaminatie te voorkomen, of hoe de blouse telkens is verpakt. Evenmin beschikte zij volgens mij over een kopie van het arrest van het hof. Haar conclusies zijn boterzacht geformuleerd in termen als 'mogelijkheid, niet uitgesloten' et cetera.
De ´other explanations´ die zij noemt waren aan het hof bekend. Het hof heeft de mogelijkheid van overdracht van het DNA materiaal van veroordeelde bij een normaal, oppervlakkig zakelijk contact verworpen. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen de plaats waar DNA materiaal van veroordeelde op de blouse is gevonden, bijvoorbeeld aan de achterkant van de rechterrevers van de blouse. Evenmin kan de aanwezigheid van een bloedvlekje van veroordeelde in de kraag van de blouse verklaard worden vanuit de hypothese van een zakelijk contact.
De mogelijkheid van zogenaamde ´secondary transfer´ is door de deskundigen van het NFI aan het hof voorgehouden. Het hof heeft op basis van een aantal argumenten deze mogelijkheid terzijde geschoven en de rapporten van Kenny bevatten naar mijn mening geen enkel aanknopingspunt voor de stelling dat het hof, had het beschikt over deze rapporten, aanvrager zou hebben vrijgesproken. Dr Kenny wijst in haar rapporten ook op de bijzondere betekenis van het bloedvlekje in de kraag van de blouse. Dat bloedvlekje kan alleen maar zijn overgebracht door lichamelijk contact, en dus niet door een ´secondary transfer´.
In de aanvraag is als nieuwe mogelijkheid genoemd dat het DNA materiaal van veroordeelde op de blouse terecht is gekomen als gevolg van een niesbui. Maar gelet op de verschillende lokaties waar dat materiaal is gevonden, in de kraag, aan de achterzijde van de revers, is een nadere uitleg nodig en die ontbreekt. Overigens wijs ik er wel op dat aan het hof door de deskundigen is voorgehouden dat de crimescope zeer kleine hoeveelheden speeksel of zweet niet detecteert.
Ook de mogelijkheid van contaminatie heeft het hof in zijn oordeel betrokken en verworpen. Het hof heeft uitgebreid beschreven hoe de blouse telkens is verpakt en vervoerd ten behoeve van het onderzoek. Het NFI heeft op vragen van het OM voorts nog gerapporteerd dat alle onderzoeksobjecten gescheiden zijn aangeleverd en ook gescheiden zijn onderzocht. Nieuwe feiten die een ernstig vermoeden van contaminatie zouden kunnen doen postvatten zijn mijns inziens niet aangevoerd.
Dat de blouse in strijd met de thans geldende normen op het NFI op een paspop is aangebracht levert evenmin een ernstig vermoeden op dat DNA materiaal van veroordeelde dat voorheen niet op de blouse aanwezig was daar door deze handelwijze wel op terecht is gekomen.
Voor de beoordeling van de gegrondheid van de aanvrage is voorts relevant dat na het arrest van het hof te 's-Hertogenbosch nog allerlei nieuw onderzoek is gedaan, waarbij op de blouse van het slachtoffer nog meer DNA materiaal van veroordeelde is aangetroffen. Voorts blijkt uit onderzoek van het Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek te Leiden dat het DNA materiaal dat is aangetroffen onder en aan de nagels van het slachtoffer, past bij het DNA profiel van veroordeelde.
Kortom, in de aanvraag wordt in dit verband ten onrechte een aantal gegevens als nova gepresenteerd, omdat het hof bekend is geweest met bepaalde onzekerheden die kleven aan het onderzoek van de blouse. De nova die wél zijn aangebracht wekken niet het ernstige vermoeden dat het hof zou hebben vrijgesproken waren zij aan het hof bekend geweest. Sommig nieuw onderzoeksmateriaal waarnaar aanvrager verwijst is zelfs belastend voor veroordeelde.

GSM-verkeer
Veroordeelde heeft op 23 september 1999 in de avond waarin het slachtoffer om het leven is gebracht om 20.36 uur via zijn GSM een kort telefoongesprek gevoerd met het slachtoffer. Dit telefoongesprek is afgehandeld door basisstation ‘Deventer 7’ waaruit het hof heeft afgeleid dat de veroordeelde zich ten tijde van het gesprek in de onmiddellijke omgeving van, of in Deventer moet hebben bevonden. Veroordeelde heeft betoogd dat hij dit gesprek heeft gevoerd, rijdende over de A28 tussen Nunspeet en ’t Harde. Het hof te 's-Hertogenbosch heeft verschillende deskundigen gehoord over de mogelijkheid dat een gesprek vanaf de A28 door Deventer 7 kon worden afgewikkeld. Een aantal deskundigen heeft verklaard dat deze mogelijkheid bestaat ingeval van bijzondere weersomstandigheden waardoor zogenaamde buitengewone radiopropagatie optreedt. Dit verschijnsel vergroot het bereik van GSM zenders, zoals een mobiele telefoon of basisstation. Een andere deskundige heeft op basis van weerrapporten van het KNMI verklaard dat de omstandigheden waaronder zich buitengewone radiopropagatie zou kunnen voordoen op dat moment niet aanwezig waren. Weer andere deskundigen hebben verklaard over de werking van het GSM netwerk en hebben het minstens zeer onwaarschijnlijk geacht dat zelfs ingeval van buitengewone radiopropagatie Deventer 7 een gesprek vanaf de A28 zou oppikken.
De derde aanvulling van de aanvraag bevat als bijlagen rapporten waaruit zou zijn af te leiden dat op 23 september 1999 's avonds omstreeks 20.00 uur wel degelijk buitengewone radiopropagatie is opgetreden. Ter ondersteuning van die stelling doet dit rapport een beroep op bijgeleverde weerrapporten die inderdaad een ander beeld geven van de weerssituatie op die avond dan het KNMI rapport waarvan de eerder genoemde deskundige is uitgegaan. De nieuwe gegevens tonen, zo lijkt het, condities die voor het optreden van buitengewone radiopropagatie bevorderlijk zijn.
Voor de afwikkeling door Deventer 7 van een vanaf de A28 gevoerd GSM gesprek is buitengewone radiopropagatie een noodzakelijke, maar nog niet voldoende voorwaarde.
Nodig is ook dat een ander basisstation dat in de structuur van het netwerk beter is geplaatst of is aangewezen om het gesprek af te wikkelen, daarvoor toch bij wijze van uitzondering niet in aanmerking kwam. Gelet op de structuur van het netwerk en de onderlinge afstemming op elkaar van de basisstations acht ik dit, in het spoor van de door het hof geraadpleegde deskundigen, buitengewoon onaannemelijk. Niet alleen Deventer 7 maar ook tientallen ander basisstations die op zich al veel beter waren gelokaliseerd om het gesprek af te handelen zouden immers hebben moeten profiteren van de buitengewone radiopropagatie. Voorts veroorzaakt radiopropagatie een verstoring van het netwerk. De aanvraag gaat niet of nauwelijks in op deze vraagpunten.
Voorzover al in de derde aanvulling een novum is opgeworpen biedt dit geen grondslag voor het ernstig vermoeden dat het hof, met bekendheid van dit novum, veroordeelde zou hebben vrijgesproken.

De nieuwe getuige
In de aanvraag wordt gesteld dat uit verklaringen van getuigen blijkt dat een derde beschikte over daderwetenschap vóór 25 september 1999, de zaterdag waarop het slachtoffer omstreeks het middaguur is gevonden.
Ik concentreer mij hier op de verklaringen van de getuige die werkzaam was op de begraafplaats te Deventer, waar de eerder overleden echtgenoot van het slachtoffer was begraven. Verklaringen van een andere getuige over daderwetenschap van de derde acht ik te aarzelend om daaraan de conclusie te verbinden dat het hof, bekend met deze latere verklaringen, veroordeelde wel zou hebben vrijgesproken. Zij heeft niet verklaard dat indertijd haar verklaringen onjuist door verbalisanten zouden zijn opgeschreven.
Ten aanzien van een recente verklaring van een van de medewerkers van de begraafplaats, H, is het mijns inziens anders gesteld. Deze getuige heeft onlangs verklaard dat hij indertijd, in 1999, aan de politie heeft gezegd dat de derde op 24 september 1999 op de begraafplaats hem al heeft verteld dat en hoe het slachtoffer om het leven was gebracht. Op die dag was het slachtoffer nog niet ontdekt. De politie zou evenwel dit deel van zijn verklaring niet hebben opgenomen. Naderhand heeft deze getuige op aandrang van een ex-collega openheid van zaken gegeven aan de onderzoekers van Maurice de Hond.
Getuige H. is erg stellig in zijn beweringen.
Uit de overwegingen van het hof blijkt duidelijk dat het hof bij de beoordeling van de overtuigende kracht van de gebezigde bewijsmiddelen die ten nadele van veroordeelde pleiten in aanmerking heeft genomen dat er geen aanwijzingen tegen derden zijn.
Het hof heeft zich geen oordeel kunnen vormen over de eerst nadien afgelegde verklaring van getuige H. In zoverre levert deze verklaring een novum op. Beantwoording van de vraag of dit novum voldoende is voor gegrondverklaring van de aanvraag behoud ik mij voor. Dat hangt samen met de waardering van de betrouwbaarheid van de verklaring van deze getuige. Ik acht het wenselijk op dit punt zoveel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen. Ik neem daarbij in aanmerking de maatschappelijke commotie die de Deventer moordzaak telkens weer blijkt te kunnen veroorzaken.
Het komt mij in dit verband zinvol voor dat de Hoge Raad uit zijn midden een raadsheer-commissaris aanwijst die zal overgaan tot het horen van beide verbalisanten, die op 18 oktober 1999 de getuige H. hebben gehoord, om duidelijkheid te verschaffen over de inhoud van de verklaring die de getuige tegenover hen heeft afgelegd. Eventueel zou de raadsheer-commissaris ook over kunnen gaan tot het doen van nader onderzoek teneinde de waarde van de latere verklaring van H te kunnen beoordelen..
Daartoe strekt deze conclusie.

Gerelateerde uitspraken.

HR 20-03-2007, LJN BA1024

Maurice De Hond mag niet blaffen en niet bijten

Telegraaf 23 december 2006

AMSTERDAM - Maurice de Hond mag klusjesman Michaël niet meer aanwijzen als de dader van de zogenoemde Deventer moordzaak. Dat heeft de rechtbank in Amsterdam vrijdag besloten.

Opiniepeiler Maurice de Hond houdt zich sinds eind vorig jaar intensief met de Deventer moordzaak bezig. Hij is ervan overtuigd dat veroordeelde Ernest Louwes ten onrechte vastzit en dat Michaël de J. de werkelijke dader is van de moord op weduwe Wittenberg uit Deventer in 1999.

Advocaat Vlug van de klusjesman heeft er geen problemen mee als De Hond zich blijft inzetten voor Louwes. „Maar hij moet mijn cliënt nu verder met rust laten.” De J. heeft enige tijd geleden een schadeclaim tegen De Hond aanhangig gemaakt.

De bevindingen van De Hond hebben ertoe geleid dat het Openbaar Ministerie een oriënterend vooronderzoek heeft verricht, op basis van door De Hond aangeleverde informatie. Dit heeft wat het OM betreft geen nieuwe inzichten opgeleverd, doch de oude slechts versterkt: Ernest Louwes is op juiste gronden veroordeeld.

Het OM gaat De Hond nu zelf vervolgen wegens smaad, nadat Michaël eerder dit jaar ook besloot aangifte tegen de opiniepeiler te doen. Volgens justitie gaf De Hond begin november in een verhoor te kennen de beschuldigende uitlatingen daadwerkelijk te hebben gedaan en daar nog steeds achter te staan. Op smaad staat maximaal een half jaar gevangenisstraf of een geldboete van ten hoogste 6700 euro.

De opiniepeiler verwijst voor commentaar naar zijn advocaat. „Ik mag niets meer zeggen.” Peter Plasman, advocaat van De Hond, noemt de uitspraak teleurstellend, maar ook erg beperkt. „Maurice mag de klusjesman niet meer direct of indirect als moordenaar aanwijzen, maar bijvoorbeeld nog wel zeggen dat zijn alibi niet klopt. De vordering was een totaal spreekverbod over de zaak.” Volgens Plasman voelt zijn cliënt zich door deze uitspraak desondanks beperkt in zijn onderzoek naar de waarheid.

Volgende week beslissen De Hond en zijn advocaat of ze in hoger beroep gaan tegen de uitspraak.

Klusjesman eist einde aan offensief De Hond

ANP 10 november 2006

DEVENTER - Michael de J., de klusjesman van de in 1999 vermoorde weduwe Wittenberg, heeft genoeg van de beschuldigingen en verdachtmakingen aan zijn adres door Maurice de Hond. De J. wil dat De Hond hem niet meer noemt in het kader van de Deventer moordzaak. Doet hij dat wel, dan zal De J. in kort geding een spreekverbod eisen

Dat heeft De J.'s advocaat Jan Vlug vrijdag bevestigd. ‘De Hond heeft met het verhaal over de mogelijke aanwezigheid van het mes in het graf van de weduwe de afgelopen weken weer heel veel kabaal gemaakt’, zegt Vlug. ‘Daarbij werd mijn cliënt voortdurend genoemd. Dat moet nu afgelopen zijn. Alles wat er te onderzoeken viel, is onderzocht. Genoeg is genoeg.’

Geen mes onder grafsteen

Door EDDY VAN DER LEY in Algemeen dagblad 10-11-06

DEVENTER - Onder de grafsteen lag geen mes, maar daarmee is de Deventer moordzaak nog niet afgedaan.

De Hoge Raad gaat zich er mogelijk nog over buigen.

In de holle ruimte onder de grafsteen van de vermoorde weduwe Wittenberg uit Deventer is geen mes aangetroffen. Dat heeft onderzoek door politie, justitie en het Nederlands Forensisch Instituut uitgewezen. ,,Het zou ook te mooi zijn geweest om waar te zijn,’’ reageerde Ernest Louwes bij monde van zijn vrouw Anneke.

De uitkomst is niettemin een fikse tegenvaller voor de medestanders van de fiscaal- jurist uit Lelystad, die voor de moord op de 60-jarige weduwe een celstraf uitzit. Eerder op de dag was uit het Louwes-kamp nog gejuich opgestegen, nadat de rechter in Den Haag het Openbaar Ministerie in een kort geding dwong tot het openen van het graf. Niet omwille van inhoudelijke argumenten, maar om ‘de maatschappelijke onrust weg te nemen’.

Volgens de initiators van het kort geding, Louwes’ advocaat mr. Geert-Jan Knoops en opiniepeiler Maurice de Hond, zou in een holle ruimte onder de marmeren steen het moordwapen verstopt zijn. De voormalige beheerder van de begraafplaats had tegenover de politie verklaard gezien te hebben dat de klusjesman van de gefortuneerde weduwe, Michael de J., het mes kort na de begrafenis door een gleuf onder de grafsteen zou hebben geschoven. Een test met een metaaldetector wees volgens Maurice de Hond uit dat er een metalen voorwerp onder het deksel lag, dat qua grootte en vorm overeen zou komen met een mes.

Nadat een gespecialiseerd bedrijf de grafsteen met een hydraulische kraan had gelicht, bleek direct onder de plaat geen mes te liggen. In het zand werden, op 50 centimeter diepte, wel twee metalen voorwerpen aangetroffen, maar die hadden volgens justitie niets met het misdrijf te maken. Rond 19.15 uur was het onderzoek afgerond.

Volgens Anneke Louwes is haar man door de uitkomst niet uit het lood geslagen. ,,Daar is hij veel te nuchter voor. Het zou een sprookje zijn geweest als het mes er echt had gelegen. Het belangrijkste is dat die mogelijkheid nu uitgesloten is en dat het OM door de rechter gedwongen is onderzoek te doen. Verder doet het niets af aan de grote lijn. Ernest is onschuldig en blijft knokken voor zijn onschuld.’’

In dat kader probeert raadsman Knoops de Deventer moordzaak bij de Hoge Raad heropend te krijgen. Woensdag zal hij zijn verzoek bij het hoogste rechtscollege toelichten.

Advocaat Jan Vlug van klusjesman Michael de J., die er door Maurice de Hond van wordt beschuldigd de werkelijke moordenaar van de weduwe te zijn, maakt zich geen illusies. ,,Maurice de Hond zal ongetwijfeld iets nieuws verzinnen in de richting van mijn cliënt.’’

Knoops wil via rechter Deventer graf openen

DEN HAAG - Raadsman Geert-Jan Knoops van de in de Deventer moordzaak veroordeelde Ernest Louwes wil het Openbaar Ministerie via de rechter dwingen alsnog het graf van zijn slachtoffer, de weduwe Jacqueline Wittenberg, te openen.

Dat heeft opiniepeiler Maurice de Hond donderdagavond bekendgemaakt. Knoops heeft een kort geding aangespannen dat maandag dient.

Eerder op de dag meldde het Openbaar Ministerie geen nader onderzoek nodig te vinden naar het graf van het slachtoffer. Het gaat niet onderzoeken of er mogelijk een mes onder de grafsteen ligt, zoals De Hond vermoedt. Er is met een detector gemeten en er is onder andere een getuige gehoord die zou hebben gezien dat iemand het mes in het graf heeft geschoven.

Het OM heeft volgens een woordvoerder ook de scan bekeken die volgens De Hond het voorwerp onder de steen aanduidt. „Maar wij zien er andere dingen op dan De Hond”, aldus een woordvoerder. „We hebben alles onderzocht en de meeste betrokkenen gehoord maar hebben geen aanleiding gevonden de grafsteen te lichten.”

De Hond meent te weten dat niet Louwes de moordenaar van de rijke weduwe is maar haar klusjesman Michael De J. Volgens de voormalige beheerder van de begraafplaats zou De J. enkele dagen na de begrafenis een etui onder de grafsteen hebben geschoven.

De Hond vindt de handelwijze van het OM onbegrijpelijk. „Nog meer bewijs nodig dat het OM weigert enig onderzoek te doen wat zou kunnen aantonen dat De J. de moordenaar van de weduwe is?” Volgens hem is dit de consequente lijn die het OM aanhoudt sinds de weduwe dood werd gevonden op 25 september 1999. „Michael de J. mag de moordenaar niet zijn”, stelt de Hond.

Deventer Moordzaak - De Ontknoping?

Stel, er was geen Ernest Louwes. Niemand had ooit van deze in-en-in saaie fiscalist uit Lelystad gehoord. Er was alleen een onopgeloste moord in Deventer. Een rijke weduwe die op zaterdag 25 september 1999 dood wordt aangetroffen in haar woning, door messteken en verwurging om het leven gebracht. Slechts een ding is zeker: de dader is een bekende van het slachtoffer. Mevrouw Wittenberg heeft haar moordenaar die fatale donderdagavond, 23 september 1999, zelf binnengelaten.

Op 19 oktober 2006 stapt de voormalige beheerder van de Deventer begraafplaats naar de politie IJsselland om een verklaring af te leggen. Hij heeft al veel eerder met de politie gesproken – vlak na de moord – maar had het gevoel niet serieus te worden genomen. Om die reden heeft hij met de hele moordzaak lange tijd niets meer te maken willen hebben. Maar nu zet hij zich over die negatieve gevoelens heen en gaat alsnog naar de politie om zijn hart te luchten. Een voor zijn gevoel grote stap.

De ex-beheerder verklaart dat hij de dag van haar moord – dus donderdag 23 september – met de weduwe had gesproken, die het graf van haar man bezocht (staat vast). Zij zegt erg op te zien tegen een gesprek dat zij die avond zal voeren met Michael de J., haar ‘klusjesman’. De J. is een man met een beduimelde reputatie, die door haar overleden echtgenoot, de psychiater Wittenberg, werd behandeld voor zijn driftaanvallen. Hij beschouwt zichzelf als de pleegzoon van de Wittenbergs.
De weduwe wil, zo vertelt zij de beheerder, de klusjesman die avond slecht nieuws brengen: hij wordt uit het testament geschrapt. In deze fase van haar leven is zij bezig schoon schip te maken met (vrienden en kennissen uit) het verleden. Ook bereidt zij een verhuizing voor.
Maar de weduwe vertelt dat zij een beetje bang is voor haar klusjesman. De beheerder, die hem ook kent en dezelfde unheimische gevoelens heeft, raadt haar aan tenminste iemand aanwezig te laten zijn bij het gesprek of de politie in de arm te nemen. Zij antwoord ‘het nog wel te zien’. Die avond wordt zij vermoord.

De volgende dag, ’s ochtends vroeg, staat Michael de J. bij het hek op de begraafplaats. Hij spreekt de beheerder aan en zegt dat de weduwe ‘is vermoord door zeven messteken’. De beheerder schrikt, en vertelt zijn baas het verschrikkelijke nieuws: mevrouw Wittenberg is dood. Niemand kijkt er vreemd van op dat de klusjesman hiervan op de hoogte is: hij zal die wetenschap wel hebben van de familie of van de politie, omdat hij nu eenmaal ‘de pleegzoon’ is, zo redeneert men.
Alleen… op dat moment kan nog helemaal niemand weten dat de weduwe is vermoord. Haar lichaam wordt pas een dag later, op zaterdag, gevonden, nadat zij niet op een afspraak met haar kapper is verschenen. De klusjesman heeft zichzelf met zijn opmerking een dag eerder dan ook tot de absolute topverdachte in deze zaak gemaakt: het is een loepzuiver geval van ‘daderkennis’. Ook lijkt hij een helder motief te hebben: hij zou immers uit het testament worden geschrapt.
De verklaring van de beheerder wordt ondersteund door minimaal een andere verklaring in het dossier waaruit blijkt dat Michael de J. al voordat het lijk wordt gevonden over de moord spreekt. Ook is er een getuige die bevestigt dat de klusjesman op de bewuste donderdagavond een afspraak met de weduwe had, waarin zij hem wilde vertellen dat hij niet langer begunstigde in het testament was.

Tussen de vrijdag dat hij op de begraafplaats komt en de dinsdag dat hij voor het eerst wordt verhoord door de politie (28 september) spreekt Michael ook met anderen over de dood van de weduwe, waarover hij diep bedroefd zegt te zijn. Zo is hij al bezig met het opstellen van een rouwadvertentie. Maar tijdens dit verhoor beweert hij tegenover de rechercheurs dat hij helemaal niet eens weet dat de weduwe dood is. “U vertelt mij dit. Ik schrik daar heel erg van.”
Gevraagd naar waar hij die donderdag is geweest, komt hij met een aantoonbaar onwaar verhaal dat hij tegen het eind van de middag naar het huis van zijn vriendin is gegaan, daar heeft gekookt; ze hebben samen gegeten en daar de nacht doorgebracht. Ze zijn niet meer weggeweest. Later wijzigt Michael zijn verklaring: hij heeft donderdagmiddag flink geborreld en is pas rond half acht thuisgekomen. Zijn vriendin was er toen niet.
Maar als vriendin Meike wordt gehoord houdt ze min of meer vast aan de eerste lezing: Michael stond thuis te koken. Het riekt naar een slecht uitgespeeld een-tweetje. Anders gezegd: Michael heeft geen (zelfs een vals) alibi. Pas in 2006 zullen Michael en Meike tot een enigszins sluitend verhaal komen.

In de omgeving van Michael de J. wordt driftig gerechercheerd. Het levert geen fris plaatje op. De verdachte, die werkt als conciërge bij een studentenvereniging, staat te boek als onbetrouwbaar, er wordt gesproken van diefstallen en oplichting van de verzekering, hij zou agressief zijn – vooral als hij heeft gedronken – en hij verzamelt vuurwapens en messen.
Volgens Michael zou hij de zaterdag na de moord naar Arnhem zijn gereisd om een magneetstrip voor zijn (verzameling) globalmessen te kopen. Maar uit later onderzoek door Bureau Waisvisz blijkt dat op geen van de verkooppunten die dag een magneetstrip is verkocht, wel een globalmes. De verkoopster herkent Michael als een vaste klant, maar weet niet zeker of hij de koper is. Later – in 2006 – zal Michael beweren dat hij helemaal niet naar Arnhem is geweest om een magneetstrip te kopen. Zijn leugenachtigheid lijkt geen grenzen te kennen.
Volgens Bureau Waisvisz zou een globalmes heel goed het moordwapen kunnen zijn: het komt qua vorm en lengte overeen met bloedafdrukken en inkepingen in de blouse van de weduwe, en met de steken in haar lichaam.

Terug naar de verklaring van de beheerder in oktober 2006. Hij zegt ook nog dat hij weken na de moord Michael bij het graf van de weduwe heeft zien rondscharrelen met een zwarte etui, maar het ding niet meer bij zich droeg toen hij de begraafplaats verliet. Als de beheerder bij het graf gaat kijken, ziet hij een spleet tussen de deksteen.
Uit onderzoek door Maurice de Hond zou blijken dat er een metalen voorwerp onder het graf van de Wittenbergs ligt. Een dergelijk voorwerp is niet te zien onder de omliggende graven. Is dit het moordwapen?

Stel, er was geen Ernest Louwes. Ik neem aan dat bovenstaand verhaal dan in een ‘normale’ moordzaak toch voldoende reden zou zijn om de klusjesman als verdachte aan te merken, in elk geval eens aan een stevig onderzoek te onderwerpen. Of er een mes in het graf wordt aangetroffen doet er eigenlijk niet eens zo toe. Daderkennis, motief, bijkomende omstandigheden… Harm Brouwer, mijn liefje, wat wil je nog meer? Alles gesteund door meerdere getuigenissen.
Maar ja, er is wél een Ernest Louwes. Die zit gevangen in Lelystad. En zijn DNA lag all over the bloody place. Rara, hoe kan dat toch allemaal? Het Openbaar Ministerie zal vast wel met een plausibele verklaring voor een en ander komen.

stan de jong

Verklaring tegen klusjesman in Deventer moordzaak

Uitgegeven: 20 oktober 2006 14:17

AMSTERDAM - De voormalige beheerder van de begraafplaats in Deventer waar de weduwe Jacqueline Wittenberg ligt begraven, heeft een belastende verklaring afgelegd tegen de klusjesman van de weduwe, Michaël de J. Dat heeft Peter Plasman, advocaat van Maurice de Hond, vrijdag bekendgemaakt. De Hond verdenkt De J. van de moord op de weduwe.

Het politieverhoor vond donderdag plaats. Volgens Plasman duurde het gesprek urenlang. "Het heeft geleid tot een stevige verklaring." Plasman vindt dat het Openbaar Ministerie (OM) nu snel nieuw onderzoek moet doen. "Het is voor de hand liggend dat het OM nu ook bij het graf gaat kijken." Een woordvoerder van het OM wil vrijdag niet reageren.

Volgens De Hond is het mogelijk dat het wapen waarmee de weduwe in 1999 is omgebracht onder haar grafsteen ligt. Bij onderzoek met een metaaldetector zou een metalen voorwerp van ongeveer twintig centimeter zijn gesignaleerd. De Hond wil dat de steen wordt opgetild om te kijken of er iets ligt. Het OM verklaarde eerder deze week dat in overweging te nemen, maar onduidelijk is nog of en wanneer dat gebeurt.

Volgens De Hond heeft de ex-beheerder tegenover de politie verklaard dat De J. een dag voor de vondst van de vermoorde weduwe al heeft gezegd dat ze om het leven was gebracht. Ook zou de voormalige beheerder hebben verklaard dat de weduwe op de dag van de moord nog tegen hem heeft gezegd bang te zijn voor een gesprek met De J. over haar nieuwe testament.

Zwart etui

Tijdens het verhoor verklaarde de ex-beheerder volgens De Hond ook dat De J. op een dag kort na de begrafenis met een zwart etui de begraafplaats opkwam en er zonder etui weer vertrok. In 1999 sprak de politie ook al met de voormalige beheerder. De tekst van het proces-verbaal dat de politie over het gesprek destijds opmaakte geeft volgens de man echter niet de inhoud van het gesprek weer.

Volgens De Hond moet het OM ook verder onderzoek doen naar het feit dat de politie in 1999 niets heeft willen doen met de verklaring van de voormalige beheerder.

Voor de moord is fiscaal jurist Ernest Louwes tot twaalf jaar cel veroordeeld. De Hond stelt dat Louwes niet schuldig kan zijn.

Justitie hoort Maurice de Hond

RIJSWIJK - 7 oktober 2005 Het Openbaar Ministerie (OM) gaat Maurice de Hond verhoren over zijn uitlatingen over de Deventer moordzaak. Justitie verdenkt hem onder meer van smaad. Op zijn site zegt De Hond blij te zijn dat justitie hem gaat horen. Hij wil ervoor zorgen dat zijn zaak voor de rechter komt.

Het OM in Amsterdam bevestigde zaterdag dat er een opsporingsonderzoek komt en dat hij daarvoor wordt gehoord. De advocaat van de klusjesman van de vermoorde Jacqueline Wittenberg deed eerder dit jaar aangifte tegen De Hond wegens smaad dan wel laster.

De Hond beweert al maanden dat de klusjesman de weduwe Wittenberg in Deventer in september 1999 heeft vermoord..

Het OM kwam vrijdag met de resultaten van aanvullend onderzoek over de Deventer moordzaak. Die studie onderbouwt volgens het OM dat Ernest Louwes terecht voor de moord op Wittenberg is veroordeeld. De fiscalist zit een straf van twaalf jaar uit.

DNA in nagelvuil weduwe

Nieuw spoor in Deventer moordzaak

BRON nrc 7 OKTOBER 2006

Rotterdam, 7 okt. Aanvullend onderzoek in de Deventer moordzaak heeft een nieuw DNA-spoor opgeleverd. Het betreft een zogeheten Y-chromosomaal DNA-profiel dat werd aangetroffen in nagelvuil van het slachtoffer.

Het profiel komt overeen met dat van fiscaal jurist Ernest Louwes, die twaalf jaar cel kreeg voor de moord. Dat heeft het openbaar ministerie (OM) bekendgemaakt.

Het nieuwe onderzoek was een aanvulling op het oriënterend vooronderzoek dat het OM eerder dit jaar uitvoerde. Daaruit concludeerde het OM al dat er geen reden is aan te nemen dat een ander dan Louwes in 1999 een 60-jarige weduwe in haar huis in Deventer heeft vermoord. Louwes zelf heeft altijd ontkend. Louwes werd in eerste instantie vrijgesproken, maar in hoger beroep veroordeeld tot twaalf jaar cel. Via de Hoge Raad wist hij zijn zaak herzien te krijgen, maar ook daarna werd hij weer door het gerechtshof veroordeeld. Op 15 november dient bij de Hoge Raad zijn verzoek om de zaak opnieuw te heropenen.

Het Forensisch Laboratorium voor DNA-onderzoek (FLDO) in Leiden trof in nagelvuil van het slachtoffer celmateriaal aan dat afkomstig is van Louwes of een andere man met hetzelfde Y-chromosomaal DNA-profiel. Die kans is niet denkbeeldig: Het FLDO schat dat 3 à 4 procent van de Europese mannen een Y-chromosomaal profiel heeft met dezelfde DNA-kenmerken. Eerder troffen onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut al DNA van Louwes aan op de blouse van het slachtoffer. Dat betrof ‘klassieke’ profielen, waarvan de kans veel kleiner is dat ze overeenkomen met die van een ander.

Louwes’ advocaat G.J. Knoops noemt het „onbehoorlijk” dat het OM kort voor de zitting van de Hoge Raad de publiciteit zoekt. Volgens hem gaat het uitsluitend om „bespeling van de publieke opinie”. „Y-chromosomaal onderzoek heeft geen enkele bewijskracht.” Louwes zelf spreekt in een persbericht van „een nieuw konijn uit de hoge hoed”.

Het OM ontkent dat het de publieke opinie wil beïnvloeden. „Als de resultaten anders waren geweest, waren ze ook naar buiten gebracht”, zegt een woordvoerder.

Op de website van opiniepeiler Maurice de Hond, die gelooft in Louwes’ onschuld, verschijnen al maanden aanwijzingen dat Louwes’ DNA op een andere manier (via ‘besmetting’ of fraude) op de blouse van de weduwe terechtgekomen is. Ook heeft De Hond sinds eind vorig jaar de klusjesman van de vermoorde weduwe beschuldigd van de moord.

Klusjesman dient eis tot schadevergoeding in tegen Maurice de Hond

De zogenaamde klusjesman, die er door Maurice de Hond van wordt beschuldigd betrokken te zijn bij de moord op de weduwe Wittenberg, heeft een eis tot schadevergoeding van € 200.000 ingediend tegen Maurice de Hond.

In een reactie zegt Maurice de Hond blij te zijn dat dat nu eindelijk gebeurt is. Maurice de Hond verwacht dat het OM nu verder onderzoek zal doen. Dat nu wordt niet door iedereen zo gezien. 22 augustus 2006

'Laat Louwes zaak thuis afwachten'

Volkskrant 3 augustus 2006

'Ernest Louwes, de man die werd vrijgesproken en weer veroordeeld in de Deventer moordzaak, zou de afloop van het herzieningsverzoek bij de Hoge Raad thuis 'moeten kunnen afwachten. Dit schrijft zijn raadsman Knoops aan minister Donner van Justitie. De advocaat vraagt de gevangenhouding van zijn cliënt om te zetten in elektronisch huisarrest.

Minister Donner neemt het verzoek in behandeling, maar kan niet zeggen wanneer hij 'een beslissing neemt. Volgens Knoops zijn Louwes en zijn familie psychisch aan het einde van hun Latijn.

Knoops richtte zich woensdag in Den Haag ook tot het college van procureurs-generaal met het verzoek het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) niet langer te belasten met het technisch onderzoek van de blouse van de vermoorde weduwe. Volgens Knoops

kan het NFI niet langer als objectiefworden beschouwd na uitspraken van een NFI-medewerker in NRC Handelsblad, die een voor Louwes ontlastende getuigenverklaring in twijfel trok. De advocaat wil nu andere experts het kledingstuk laten onderzoeken.

Louwes heeft altijd ontkend in 1999 de 6O-jarige weduwe Wittenberg in haar Deventer woning te hebben vermoord. Nadat de rechtbank hem in eerste instantie had vrijgesproken, werd de fiscaal-jurist door het gerechtshof in Arnhem veroordeeld tot twaalf jaar.

In 2003 verwees de Hoge Raad de zaak terug. Louwes mocht de nieuwe rechtszaak in vrijheid afwachten. Het gerechtshof in Den Bosch bevestigde het arrest en Louwes belandde opnieuw in de gevangenis.

Over twee jaar zit tweederde van zijn straf er op. De gangbare praktijk is dat de laatste zes maanden van zijn gevangenhouding dan worden omgezet in elektronisch huisarrest. Knoops hoopt dat die maatregel voor Louwes wordt vervroegd.