We hebben 426 gasten online

Schiedamse Parkmoord Deel 11

Gepost in Strafrecht in Historie

 
De dwaalwegen van het recht Strafrechtpraktijk heeft therapie nodig H.F.M. Crombag  
 
Fouten in zaak Schiedamse parkmoord zijn symptoom van ernstige ziekte
 
De Hoge Raad heeft vandaag bepaald dat de strafzaak tegen de Vlaardinger Cees B. voor de moord op Nienke Kleiss moet worden overgedaan. H.F.M. Crombag meent dat de gemaakte fouten in deze zaak geen incident zijn.
 
Het college van procureurs-generaal heeft besloten een onderzoek te laten instellen naar ,,de gang van zaken rondom de veroordeling van Vlaardinger Cees B. wegens moord op Nienke Kleiss''. Beter laat dan nooit, zou je zeggen, maar in dit geval ook te laat.
 
Dat onderzoek is al gedaan door prof. Van Koppen, die er in 2003 een boek over publiceerde (De Schiedammer Parkmoord: Een Rechtspsychologische Reconstructie; Ars Aequi Libri), een exemplaar daarvan naar het college van procureurs-generaal stuurde en er daarna niet meer over hoorde. In dat boek analyseert Van Koppen minutieus het in de strafzaak tegen Cees B. door het openbaar ministerie (OM) aan rechtbank en gerechthof aangeboden bewijs, oordeelt het in vrijwel ieder opzicht gebrekkig en concludeert dat Cees B. op grond van dat bewijs nooit veroordeeld had mogen worden.
 
Maar dat gebeurde wel, twee keer zelfs: eerst door de rechtbank en vervolgens door het gerechtshof. Pas nu zich een nieuwe verdachte heeft aangediend tegen wie er ijzersterk bewijs is, is het OM uit zijn slaap gewekt en gaat het onder leiding van advocaat-generaal Posthumus onderzoeken of uit de gang van zaken lering kan worden getrokken. Dat onderzoek kan kort zijn: even alsnog dat boek van Van Koppen lezen.
 
,,In het onderzoek zal de rol van de rechters niet aan de orde komen'', voegt het college van procureurs-generaal geruststellend toe en al evenmin zal op zoek worden gegaan ,,naar zondebokken''. Voor het eerste van deze twee besluiten van het college kan men enig begrip opbrengen, want het OM gaat niet over rechters; voor het tweede echter niet. De in deze zaak optredende officier van justitie heeft kennelijk zeer gebrekkig toezicht gehouden op het opsporingsonderzoek van de recherche en een rammelend dossier aan de rechtbank aangeboden. Is het redelijk dat die kennelijke wanprestatie van het OM zonder gevolgen blijft? Zou het niet verstandig zijn die mevrouw op het matje te roepen, opdat zij, en via haar, haar collega's, lering kunnen trekken uit de gemaakte fouten?
 
En zou het ook niet verstandig zijn om de rechters van rechtbank en hof eens te vragen hoe het kon gebeuren dat zij zich door de rammelende bewijsmiddelen lieten overtuigen? Nee hoor, zo zegt volgens de krant een woordvoerster van de Raad voor de Rechtspraak: ,,Rechters oordelen op basis van dossiers van justitie.'' Zo zit dat dus niet en het is raar dat dat aan de Raad voor de Rechtspraak moet worden uitgelegd. Rechters oordelen in strafzaken op grond van eigen onderzoek ter terechtzitting. Dat onderzoek houdt in de eerste plaats in dat de door de officier van justitie aangeboden bewijsmiddelen kritisch worden beoordeeld en vervolgens dat eveneens kritisch maar met grote aandacht wordt geluisterd naar wat de verdediging daarover te berde brengt. In dat opzicht hebben in deze zaak de rechters van zowel de rechtbank als het hof jammerlijk gefaald. Kan hun dat niet worden aangerekend? Hebben deze rechters getoond opgewassen te zijn tegen de verantwoordelijkheid die zij dragen? Wat doen wij met zulke rechters? Daar zou de Raad voor de Rechtspraak eens over moeten nadenken.
 
Antwoorden op deze en aanverwante vragen zijn van groot belang, want de zaak van Nienke Kleiss staat niet op zichzelf. Dat de recherche zich in opsporingsonderzoek dikwijls te snel vastbijt in de eerste de beste verdachte, dat de bij zo'n zaak betrokken officier van justitie niet tegen zulk `tunneldenken' waakt, maar met dezelfde blikvernauwing als de recherche rammelende dossiers aan rechters aanbiedt; dat rechters vervolgens dikwijls niet de moeite nemen zulke dossiers kritisch te toetsen, maar uit de in het dossier aangeboden processen-verbaal hier en daar wat fragmentjes bij elkaar zoeken en daarmee niet strokende informatie terzijde schuiven en een veroordeling uitspreken op dubieuze en in ieder geval niet fatsoenlijk verklaarde gronden, komt in ons land veel vaker voor dan wij willen toegeven.
 
Nee, het gaat niet om honderden of zelfs duizenden gevallen per jaar. In de overgrote meerderheid van de strafzaken doen zich geen bewijsproblemen voor; die kunnen kort en bondig worden afgedaan. Maar jaarlijks doen zich in ons land ten minste enkele tientallen ernstige en daarom gecompliceerde strafzaken voor waar onze gerechten kennelijk niet tegen opgewassen zijn.
 
Dubieuze veroordelingen, dat wil zeggen veroordelingen op grond van ontoereikend bewijs, zijn in ons land niet zeldzaam, zo betoogde ik samen met mijn vakgenoten Van Koppen en Wagenaar al in 1992 (Dubieuze Zaken, Contact). Onder zulke dubieuze veroordelingen zitten vast rechterlijke dwalingen, al weet niemand precies hoeveel.
 
De zaak van de Schiedamse parkmoord is geen incident, maar een symptoom van een ziekte in onze strafrechtpraktijk, die dringend therapie behoeft, niet alleen in kringen van politie en OM, maar ook in die van de rechterlijke macht.
Copyright NRC Prof Crombag 25 januari 2005
 
De dwaalwegen van het recht
Intervieuw door met Prof.dr. P.J.Van Koppen naar aanleiding van de uitgave: De Schiedammer Parkmoord. Een rechtspsychologische reconstructie ISBN 9069164841 verschenen in de Volkskrant van 5 juli 2003 auteur Marc van Dinther
 
De dwaalwegen van het recht
5 juli 2003 Interview met Prof. Dr. P.J. van Koppen
Door Mac van Dinther P. J. van Koppen: De Schiedammer Parkmoord. Een rechtspsychologische reconstructie. Uitgeverij Ars Aequi Libri 2003. ISBN 90-6916-484-1 Hoe belangrijker de zaak, hoe groter de kans op fouten, zegt rechtspsycholoog Peter van Koppen. Politie en justitie staan onder druk, want het publiek eist gerechtigheid. Applaus weerklonk deze week in de zaal van de Hoge Raad in Den Haag. Een ongewoon geluid voor de hoogste rechters die hun werk het liefst schriftelijk afhandelen en gewend zijn aan lege zalen. Het applaus was voor Ernest Louwes, een 49-jarige fiscaal jurist uit Lelystad die door de Hoge Raad op vrije voeten werd gesteld nadat hij drie jaar waarschijnlijk onterecht had vastgezeten. Louwes zat een straf van twaalf jaar uit voor de moord op de weduwe Wittenberg in 1999. Maar het lijkt erop dat hij die moord nooit heeft gepleegd. Uit nieuw onderzoek blijkt dat het zogenaamde moordwapen, een mes dat op anderhalve kilometer van het huis van de weduwe is gevonden, waarschijnlijk niks met de moord te maken heeft. Met nieuwe technieken zijn DNA-sporen op het mes gevonden die niet overeenkomen met het DNA van het slachtoffer. Daarmee valt een belangrijk bewijsstuk tegen Louwes weg. De rechtszaak is terugverwezen naar het hof in Den Bosch. En het moet al heel gek lopen willen de Brabantse rechters Louwes niet vrij spreken. De gelukkige kon meteen naar huis nadat hij zijn familie huilend in de armen was gevallen. De aanhouder wint in dit geval, want Louwes heeft altijd volgehouden dat hij onschuldig was. Het is vooral aan zijn eigen inzet te danken dat het mes aan een nieuw onderzoek werd onderworpen. De gerechtelijke dwaling maakt school in Nederland. Vorig jaar sprak het hof in Leeuwarden de 'twee van Putten' in tweede instantie vrij. De twee Puttense jongens hadden bijna zeven jaar vastgezeten voor een moord die ze volgens het Friese hof niet hadden gepleegd. Ze kregen als genoegdoening van 1,8 miljoen euro, de hoogste schadevergoeding die ooit is betaald in Nederland. De advocaat van Louwes en de twee van Putten is Gert-Jan Knoops, die aankondigde dat hij nog een paar revisieverzoeken op de plank heeft liggen. Binnenkort kan de Hoge Raad een verzoek tot herziening verwachten in de zaak Ina Post. Post heeft drie jaar gezeten voor een moord in 1986. Ook zij houdt vol dat ze die nooit heeft gepleegd. Je zou haast denken dat er iets fundamenteel mis is met het Nederlandse rechtssysteem als onschuldige burgers zomaar tot jarenlange celstraffen kunnen worden veroordeeld. Dat valt wel mee, zegt rechtspsycholoog Peter van Koppen. 'Ik denk dat het toeval is dat die zaken nu zo kort na elkaar naar buiten komen.' Van Koppen is hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Universiteit Antwerpen en senior hoofdonderzoeker van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Leiden. Hij was als getuige-deskundige betrokken bij zowel de Puttense zaak als de Deventer moordzaak. In de Deventer moordzaak heeft het hof in Arnhem geblunderd, zegt Van Koppen. De rechters hebben zich schuldig gemaakt aan een 'omgekeerde cirkelredenering'. Er is een mes gevonden waarop geen sporen zitten maar dat volgens de politie het moordwapen zou kunnen zijn en er is een verdachte. Vervolgens koppelt een speurhond in een 'geurproef' het mes aan de verdachte en ineens is het mes het moordwapen en de verdachte de dader. 'Daar klopt natuurlijk niks van. Het hof heeft een cursus logica nodig.' Bovendien is onduidelijk of het mes wel op een goede manier is bewaard, aldus Van Koppen. 'Dat had je als rechter nooit mogen accepteren.' Louwes heeft het geluk dat uit nieuw onderzoek blijkt dat het mes vrijwel zeker niets met de moord te maken heeft. Maar ook zonder dat had hij nooit veroordeeld mogen worden. 'Het bewijs deugt voor geen meter.' De zaak Louwes toont aan dat de Puttense moordzaak geen uitzondering is. Er worden fouten gemaakt, beaamt Van Koppen. En er zitten mensen onschuldig vast, ook dat is zeker. Hoeveel is onduidelijk. 'Maar het zijn er geen duizenden, zoals sommigen beweren. Als je het in Nederland hebt over gerechtelijke dwalingen, praat je over een stapeltje. In de VS is het een boekenkast vol. En dat is echt niet alleen omdat daar meer mensen wonen.' Maar het systeem is verre van onfeilbaar. Ten bewijze daarvan voegt Van Koppen zelf een nieuwe zaak aan het rijtje toe. Want ook voor de 'Schiedammer Parkmoord' zit volgens hem waarschijnlijk de verkeerde vast. Van Koppen heeft een minutieuze analyse gemaakt van de moord op het tienjarig meisje Nienke. Zijn onderzoek is onlangs in boek verschenen. Nienke wordt op 22 juni vermoord in het Beatrixpark in Schiedam. Het meisjeis seksueel misbruikt. Haar vriendje Maikel is mishandeld, maar hij brengt het er levend vanaf. Een van de mensen die de kinderen vindt is K. B., een 31-jarige magazijnmedewerker uit Vlaardingen. B. is degene die het alarmnummer 112 belt. Een paar maanden later, op 5 september, arresteert de politie hem als verdachte. B. blijkt pedofiel te zijn. Hij heeft een tijdje vóór de moord een jongetje benaderd voor seks. Toevallig was dat een zoontje van een politieman die een verbinding legt met de moord op Nienke. B. wordt meermalen verhoord. Aanvankelijk ontkent hij. Maar vier dagen na zijn arrestatie legt hij ineens een bekentenis af. Daarbij is geen advocaat aanwezig. Er zijn ook geen opnamen van gemaakt. Later trekt B. zijn bekentenis weer in. Er is nauwelijks bewijs tegen B. Maikel beschrijft de dader als iemand met een 'puistenkop'. B. heeft geen pukkels. Het verloop van de gebeurtenissen zoals hij ze beschrijft komt niet overeen met het verhaal van Maikel. Op het lichaam van Nienke is geen sperma gevonden. Wel zit er in het vuil onder haar vingernagels en onder haar laars materiaal met DNA van een onbekende. Het is niet van B. Van B. is geen enkel spoor gevonden op de plaats van het misdrijf. Slechts een getuige zegt zijn fiets te hebben gezien bij de bostjes Van Koppens heeft de tijden in alle getuigenverklaringen heel precies op een rijtje gezet. De moord heeft rond 17.:39 uur plaatsgehad. Volgens collega's is B. pas om 17.18 uur van zijn werk weggegaan. Dan kan hij nooit op tijd in het park zijn geweest om Nienke te vermoorden. Toch veroordeelt het gerechtshof in Den Haag B. in 2002 tot achttien jaar cel plus TBS. Van Koppens conclusie na 141 pagina's is onontkoombaar: ook hier hebben de rechters zich waarschijnlijk vergist Het is wrang, maar de gerechtelijke dwaling zit in het systeem ingebakken, zegt Van Koppen. Wie gerechtelijke dwalingen wil uitsluiten, sluit ook veroordelingen uit. 'Ieder bewijs heeft een marge van onzekerheid. Als je van een rechter 100 procent zekerheid eist, kan hij niemand veroordelen.' 'In ons systeem moet de rechter overtuigd zijn van schuld. Dat is maar goed ook, anders zou je verdachten van verkrachting of seksueel geweld bijna nooit kunnen veroordelen, want in dat soort zaken is het altijd het woord van de dader tegen dat van het slachtoffer Maar daarin ligt ook het gevaar van een gerechtelijke dwaling besloten.' Gerechtelijke dwaling is een verzamelnaam voor alles wat mis gaat bij een veroordeling. Maar 'politionele dwaling' zou vaak een betere term zijn, want veel zaken is eerder sprake van dwalende politiemensen dan blunderende rechters. Veel van wat er mis gaat, gaat mis in het politieonderzoek waar de rechter geen. enkele greep op heeft. De paradox wil dat juist in belangrijke zaken de kans op fouten het grootst is, zegt Van Koppen. 'Want hoe gaat het bij een ernstig .misdrijf, zoals een kindermoord? 'De publieke opinie is geschokt en eist gerechtigheid.' De politie staat onder druk om een dader op te pakken, het Openbaar Ministerie zit de rechercheurs op de hielen. Wat we niet moeten vergeten is dat de politie niet veel ervaring heeft met ingewikkelde zaken, zegt Van Koppen. 'Negentig procent van het politiewerk zijn rechttoe rechtaan zaken. De verdachten zijn bekend, het is alleen een kwestie van de boel netjes in het procesverbaal zetten.'Ingewikkelde zaken zijn puzzle-zaken. Eigenlijk moet je daar andere politiemensen opzetten dan de gewone politieman. Maar in ons systeem geldt dat iedere politieman' alles moet kunnen. Een lovenswaardig uitgangspunt, maar wel verkeerd.' De oplossing wordt gezocht in kwantiteit. 'De standaard reactie is dat er zoveel mogelijk mensen worden ingeschakeld. Soms zitten er wel negentig rechercheurs op een zaak. Die verzamelen allemaal informatie waarvan je zelden weet of het interessant is of niet. Al snel ziet niemand door de bomen het bos nog. In de zee van informatie waarin het team dreigt te verzuipen is er één reddingsboei: een verdachte. Als er een verdachte wordt aangehouden, kan het onderzoek zich toespitsen op één persoon. Een serieuze verdachte is 'een godsgeschenk' voor de politie, zegt Van Koppen. Maar het is tegelijkertijd een valkuil van jewelste. Na een arrestatie heeft de politie de neiging om de verdachte als uitgangspunt te nemen in plaats van het delict. De oogkleppen liggen klaar, tunnelvisie ligt op de loer Overtuigd van de schuld van ‘hun’ verdachte zoeken rechercheurs vooral naar informatie en verklaringen die zijn schuld bevestigen. Feiten die hem vrij­pleiten worden verwaarloosd of wegge­redeneerd. Daar zijn frappante voor­beelden van in recente zaken. In de Puttense moordzaak werd sperma gevonden op het dijbeen van de vermoorde, dat niet van de verdachten was. De politie bedacht daarvoor de bizarre 'verslepingstheorie' die inhield dat zaad van een eerdere vrijpartij bij de verkrachting naar buiten was gesleept. Deze theorie deed lang dienst, maar bleek uiteindelijk onhoudbaar. In de Deventer moordzaak werd alle aandacht gericht op Louwes. In het onderzoek naar de vuurwerkramp concentreerde iedereen zich op André de V. Twee rechercheurs die vonden dat ook naar andere verdachten gekeken moest worden, werden volgens hen niet serieus genomen. Terwijl je juist het omgekeerde moet doen, zegt Van Koppen. 'Als ik twee mensen in mijn team heb met een afwijkende opvatting, zou ik zeggen: je krijgt twee dagen om je zaak op papier te zetten en te presenteren.' De beste manier om tunnelvisie te voorkomen is blijven denken in alternatieve scenario's, ook als er een verdachte is gearresteerd. 'In plaats van gebak op tafel zetten om dat te vieren moet je zeggen: laten we nu eens aannemen dat hij het niet heeft gedaan.' Feiten zijn nooit neutraal, zegt Van Koppen. 'Informatie bestaat niet. Er bestaat alleen gewaardeerde informatie.' André de V. kwam in de schijnwerpers omdat hij zou hebben gelogen over een telefoontje. Later bleek dat zijn verhaal klopte. B. werd van helper verdachte in de Schiedammer parkmoord omdat hij pedofiel was. 'Later bleek dat er nog meer pedofielen op dat moment in het park aan­wezig waren.' Maar toen had de politie B. al. Typerend voor een 'verdachtegeleid' onderzoek is dat er grote druk wordt uitgeoefend op de verdachte om te bekennen. De overmaat van ijver aan de kant van de politie kan leiden tot valse bekentenissen. De twee van Putten bekenden na ellenlange verhoren om er vanaf te zijn In de Schiedammer parkmoord is volgens Van Koppen B. verleid om een valse bekentenis af te leggen. Rechercheurs lieten brokjes kennis over de moord los en praatten hem twijfel aan over zijn geheugen. B. zei later dat hij zo in de war was, dat hij bekende. Ook al trekt een verdachte een bekentenis later in, de rechter hecht er toch vaak grote waarde aan. Dat wordt volgens Van Koppen in de hand gewerkt door de Nederlandse proces-verbaal cultuur. In Nederland wordt het verhaal van de verdachte doorgaans in monoloogvorm opgeschreven. De vragen worden weggela­ten. Daardoor bevat het verslag van een verhoor vaak elementen die uit de mond van de verdachte lijken te komen, maar in werkelijkheid door de verhoorder zijn ingebracht. Hoofd van het politieonderzoek is de officier van Justitie. Hij of zij is degene die Van Koppen ziet daarin de invloed van de 'veramerikanisering' van het recht. Mijn vader was advocaat. In zijn tijd .was een strafzaak een gesprek tussen heren die gezamenlijk op zoek waren naar de waarheid, ieder vanuit hun eigen perspectief. Mijn vader zei ook nooit: mijn cliënt is onschuldig. Mijn cliënt zégt dat hij onschuldig is, zei hij alijd.' Een moderne strafzaak is eerder een hanengevecht dan een samenspraak tussen heren. Rijke criminelen omringen ziçh met gespecialiseerde strafrechtadvocaten. 'Die had je vroeger niet eens.' Rechtszaken worden in de pers verslagen als een voetbalwedstrijd met winnaars en verliezers. De waarheid let er minder toe schijnt"het. Gelukkig is er altijd nog de rechter die n zwakke zaak kan doorprikken. Maar ook die maakt fouten. En net als bij het politieonderzoek is ook hier de kans op falen het grootst bij belangrijke zaken. Rechters hebben last van wat juristen de 'overtuigingsparadox' noemen, zegt Van Koppen. 'Mensen laten hun beslissingen sturen door wat er gebeurt als ze er later spijt van krijgen. Stel er komt een winkeldief voor de rechter. Het bewijs is niet sterk. Dan zal een rechter geneigd' zijn hem vrij te laten, omdat dat geen grote gevolgen heeft. Als het een notoire winkeldief is, komt hij nog wel een keer terug, zal de rechter denken.' Heel anders is het als er een verdachte seriemoordenaar voor hem staat. Misschien is het bewijs tegen hem ook niet geweldig. Maar als de rechter hem vrijspreekt, kunnen de gevolgen groot zijn. Het is natuurlijk vreselijk als een moordenaar vrij rondloopt.' In zo'n zaak zal de rechter juist eerder genoegen nemen met minder sterk- bewijs. De overtuigingsparadox heeft volgens Van Koppen de rechters parten gespeld in de Schiedammer moordzaak. 'Overdonderd door de gruwelijkheid van het delict wilden zij kennelijk niet het risico lopen Verlier (Van Koppen heeft in zijn boek alle namen gewijzigd ter bescherming van de privacy van betrokken, red) vrij te spreken met de kans dat in werkelijkheid toch de dader zou zijn', schrijft hij. In feite onderzochten zij niet of het bewijs boven redelijke twijfel wijst op het daderschap van Verlier. Veeleer lijken zowel rechtbank als hof te hebben onderzocht of het voorliggende bewijs niet in tegenspraak was met het daderschap van de verdachte.' Tijd en geld spelen ook een rol. 'Het heeft ons anderhalf mensjaar gekost om de Schiedammer moordzaak te ontrafelen. Het dossier was een stapel papier van 727 stukken, waar bovendien een hoop aan ontbrak. Daar heeft de tegenwoordige rechter geen' tijd voor.. Die moet ook targets halen.' Het laatste redmiddel voor de onschuldig veroordeelde is de Hoge Raad die' kan bevelen de zaak over te doen voor een ander gerechtshof. Maar de Hoge Raad is niet scheutig met het toekennen van herzieningen. De Puttense zaak werd pas nà een reeks mislukte pogingen heropend. In de Deventer moordzaak raadde de advocaat-generaal een herziening af, zelfs na de nieuwe onderzoek resuItaten ten faveure van Louwes. Enige terughoudendheid is wel terecht, vindt Van Koppen. 'Stel dat de Hoge Raad zou zeggen: dat is een zwak zaakje, die Deventer moordzaak, laten we dat maar eens overnieuw doen. Dan krijgen ze volgend jaar duizend verzoeken tot herziening binnen. Dan loopt het apparaat vast.' Maar er zijn grenzen. Justitie in Nederland is veel te krampachtig als het erom gaat eigen fouten te herstellen, vindt Van Koppen. 'Er zijn zeshonderd officieren van justitie in Nederland. Natuurlijk gaat daar wel eens wat mis. Het beste is als justitie dat ruiterlijk toegeeft.' In die zin ziet hij de heropening van de Deventer moordzaak juist als een overwinning van het recht in plaats van als een nederlaag. Voor Ernest Louwes gloort weer hoop. Voor de verdachte van de Schiedammer parkmoord vooralsnog niet, ondanks Van Koppens' spitwerk. 'Mijn analyse is gebaseerd op het bestaande dossier. Er zijn geen echt nieuwe feiten aan het licht gekomen.' Om een zaak te heropenen heeft de Hoge Raad een 'novum' nodig, een nieuw feit dat de zaak in een ander daglicht stelt. 'Ik heb het verhaal wel opgestuurd naar procureur-generaal Joan de Wijkerslooth, de baas van het OM. Ik kreeg een briefje terug. Ze hadden het met interesse gelezen, maar konden er niet op ingaan.' Dat staat wel heel erg ver van een gesprek tussen heren die de waarheid zoeken.
Onschuldig veroordeeld 1923: De zaak Giessen-Nieuwkerk Overwegwachter Jacob de Jong uit Giessen-Nieuwkerk wordt de schedel ingeslagen met een ijzeren hamer. De timmerman Chris Klunder en de uitvoerder Jan Teunissen worden opgepakt. Hun alibi wordt ontkracht door het echtpaar Kroon uit Sliedrecht, naar later blijkt onder grote druk van de politie. Na speurwerk van journalist Kick Geudeker van Het Volk blijkt de getuigenis van de Kroons verzonnen. 1970: De zaak Rinie Wielheesen Soms bekent een verdachte een moord die hij niet gepleegd heeft. Jan S. uit Doetinchem bekende dat hij de 12-jarige Rinie Wielheesen uit Gaanderen had vermoord. Later komt onomstotelijk vast te staan dat hij op het tijdstip van de moord bij vrienden was. Volgens S. heeft hij bekend onder druk van de politie. 1984: Carnavalsmoord in Rotterdam Een van de meest bizarre justitiële missers is de Rotterdamse carnavalsmoord. Op een Antilliaans feest wordt 'cocaïnekoning' Ismael Mambre doodgeschoten. Steve H. wordt schuldig bevonden en veroordeeld door 12 jaar cel. In 1989 bekent zijn halfbroer A. M. dat hij de dader is. In de tussentijd heeft Steve in de gevangenis overigens een medegedetineerde vermoord. 1986: De Zaanse paskamermoord In Zaandam wordt verkoopster Sandra van Raalten vermoord aangetroffen in de boetiek waar zij werkt. Fietsenmaker Rob van Z. wordt gearresteerd, veroordeeld, maar in hoger beroep vrijgesproken. De echte dader wordt pas in 2002 gevonden na DNAonderzoek. Hij bleek al in 1992 overleden. 1994: De Puttense moord Twee mannen worden beschuldigd van de moord op de stewardess Christel Ambrosius. In een slepende rechtsgang blijkt de politie fouten te hebben gemaakt. De mannen worden uiteindelijk vrijgesproken
 

 

 Zie verder  deel 12