We hebben 107 gasten online

43) TBS en de dilemma's Deel 2

Gepost in Strafrecht in Historie

onder dwang

43.1 Onder dwang

43.2 Gestoorde criminelen

43.3 Het monster van Assen, Jan S

43.4 Tbs veroordeelt delinquenten tot tweede kans

43.1 “Onder dwang”

‘IK HAD HET RECHT OM TE DODEN’

IN 1991 WERD HUMPRHEY LUDWIG (35) VEROORDEELD TOT VIJF JAAR GEVANGENISSTRAF EN TBS VOOR DE MOORD OP ZIJN VROUW. HIJ HEEFT ZIJN LEVEN VERANDERD, ZEGT HIJ. NIET DANKZIJ, MAAR ONDANKS DE TBS.

‘IK WILDE NIET MEER SLAAND, STEKEND EN SCHIETEND DOOR HET LEVEN GAAN.’

NRC ZATERDAG 9 FEBRUARI 2002 ZATERDAG BIJVOEGSEL DOOR COLET VAN DER VEN

Humphrey Ludwig schreef een boek over zijn ervaringen als tbs er

In de Van Mesdagkliniek: “Onder dwang”. Naar aanleiding daarvan vond dit interview plaats.

Ik was een vaderskindje. Een ouder broertje van me was op vierjarige leeftijd overleden en mijn vader was erg blij met mijn komst. Hij trok veel met me op, verwende me, maar gaf me ook leiding. Hij was voor mij de enige autoriteit. Op mijn negende overleed hij aan een hersentumor. Na zijn dood sloeg ik totaal los. ik gedroeg me als de baas in huis. Mijn moeder had niks over me te zeggen. Als ik mijn zin niet kreeg terroriseerde ik de boel. Sloopte de planten, kieperde de laden van de kaptafel van mijn zusje leeg op de vloer, smeerde lippenstift uit over de spiegel.

"Geleidelijk aan zocht ik mijn vertier meer op straat. Mijn gedrag was behoorlijk gewelddadig. Ik vocht veel. Met stenen, stokken, ijzeren stangen. Het ging om macht, om autoriteit, wie is de baas. Toen ik een jaar of vijftien was liep ik met knipmessen op zak, en bedreigde ik mensen. Maar geweld moest wel functioneel zijn."

Functioneel? "Ik sloeg niet, zoals de andere jongens, een voorbijganger voor de lol in elkaar. Geweld was voor mij een middel om mijn zin te krijgen. Om iemand te overtuigen kun je twee dingen doen. Erover praten maar dan ben je een uur bezig en is het nog maar de vraag of je die ander krijgt waar je hem hebben wil. Je kunt ook een mes op zijn keel zetten en dan ben je in twee minuten klaar. Dat laatste had mijn voorkeur."

Een mes op de keel is dat zo simpel als het klinkt?

 "Ik dacht er verder niet over na. Ik deed het gewoon. Ik stond in mijn recht. De jongens met wie ik omging dachten er net zo over. Op mijn achttiende ging ik werken in de scheepsbouw. Vrij ruig werk. De jongens die dat doen zijn rouwdouwers. Die mentaliteit sprak me aan."

Werd u agressiever naarmate u ouder werd?

"Anders agressief. Minder impulsief. Maar als ik iets deed, was het ernstiger."

Waar lag de grens?

"Ik kende geen grens. Althans, geen innerlijke. Als er een reden was om geweld te gebruiken mocht ik zover gaan als ik wilde. Ik had het recht om te doden. Er was wel een externe grens: gevangenisstraf. Ik ben na mijn diensttijd een paar keer van plan geweest om iemand om te brengen, maar angst voor straf weerhield me. Het risico dat ik gepakt zou worden vond ik te groot."

Wat gebeurde er in uw diensttijd?

"Ik deed in dienst kennis op over wapens, over explosieven, over de verschillende manieren waarop je een mens kunt doden. Meer manieren dan een dokter kent om een mens te genezen. Ik leerde om geweld te gebruiken op een gedisciplineerde manier. Gericht, gepland, kalm. Je zou kunnen zeggen dat ik mijn mogelijkheden uitbreidde. "Op mijn eenentwintigste ging ik samenwonen met Anita. Na een paar jaar zijn we getrouwd, wat we beter niet hadden kunnen doen. Onze relatie was gebaseerd op seks en geweld. Hoofdzakelijk verbaal geweld, maar af en toe liep het uit de hand, gooiden we met asbakken, liep ik met een honkbalknuppel door de keuken en werd er gemept of geschoten."

Geschoten?

 "We hadden veel wapens in huis. Hielden er allebei van. Verzamelden ze in soorten en maten. We schoten niet gericht, maar meer om te dreigen."

Dat klinkt niet als alledaags huwelijksgeluk.

"Het was een liefdeloos huwelijk. Anita zocht steeds meer haar vertier buiten de deur. Kreeg een relatie met ene Rob, maar deed voorkomen of hij gewoon een goede vriend was. Ik ontdekte dat ze loog. Me bedonderde. Ik maakte een afspraak met Rob, maar hij bezwoer me dat er niks aan de hand was. Anita ging op vakantie, daarna was het even rustig, maar het duurde niet lang of ze begon me weer het leven zuur te maken. Ik was het zat. Toen kwam bij mij de gedachte op dat ik haar misschien maar beter uit de weg kon ruimen. Het leven zou makkelijker zijn wanneer ze er niet meer was .

Lag een scheiding niet meer voor de band?

"Ik wilde wraak. Ik zou me niet kunnen wreken door middel van een scheiding. Ik wilde haar terugpakken voor alle rottigheid die ik het laatste jaar van haar te verduren had gehad. Toen ik merkte dat ze haar vakantie niet alleen, maar samen met Rob had doorgebracht viel het kwartje. Ik besloot ze alle twee om te brengen. I k heb er een week over nagedacht, een plan gemaakt. In tweede instantie vond ik Rob al die moeite niet waard. Ik zou het bij Anita houden. Ik heb het gepland op een vrijdag. Ze kwam om een uur of negen thuis, een paar uur later was ze dood. Ik heb haar gestoken met een van haar eigen wapens, een vlijmscherpe commandodolk." "Daarna ben ik rustig gaan zitten, heb een sigaretje gerookt, wat te drinken ingeschonken, even uitgerust. Ik was moe, maar mijn wraak was bevredigd. Toen heb ik de boel opgeruimd en mijn stiefvader gebeld. Of hij mij kwam ophalen. Vanwege een gedwongen verhuizing, zei ik.

Dat klinkt erg kil.

"Het was ook gewoon een banale executie, een afrekening. Volstrekt gevoelloos. Mijn stiefvader kwam na mijn telefoontje en voelde dat ik iets gedaan had wat niet in de haak was, zag het aan de blik in mijn ogen. Hij zei dat ik mezelf moest aangeven, ik vroeg hem vierentwintig uur respijt. Ik wist dat Rob een dag later langs zou komen. Ik zag dat als een leuke bonus waar ik niet al te veel moeite voor hoefde te doen. Maar mijn stiefvader heeft me aangegeven. Toen de politie voor de deur stond had ik iets van: jammer, dat ik niet de kans heb gehad om die gozer om te leggen, maar goed, zo is het."

 Humphrey Ludwig werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling. In het Pieter Baan Centrum in Utrecht werd vastgesteld dat hij leed aan 'een persoonlijkheidsstoornis met een psychotische kern'. Zelf omschrijft hij zich als “iemand met een paar forse gebreken in zijn persoonlijkheid". Waar het hem aan ontbrak, zegt hij, was een geweten. "Ik had lak aan de wereld om me heen." Die houding werd volgens Ludwig in het Pieter Baan Centrum alleen maar versterkt. "Daar werd gezegd: het is jouw schuld niet. Je hebt een stoornis en daar kun je niks aan doen. Met andere woorden: ik was niet verantwoordelijk voor wat ik gedaan had. Ik mocht dus steken en schieten wat ik wilde."

Ludwig bracht negenjaar door in huizen van bewaring en tbs-klinieken.

Over zijn ervaringen als tbs 'er schreef hij samen met Nieuwe Revu -journalist Rick Blom vorig jaar een boek, “Onder dwang”. Daarin uit Ludwig zware kritiek op het tbs-systeem in het algemeen, en de Van Mesdagkliniek in Groningen in het bijzonder.

De ervaringsdeskundige vindt dat de behandeling veel intensiever zou moeten zijn. "Nu is de dagelijks praktijk in de kliniek veelal rondhangen. Proberen jezelf te vermaken met computerspelletjes en tv-kijken. En ook dat heet therapie. Absurd."

Er zou in de tbs- kliniek meer aandacht moeten zijn voor onderwijs, vindt Humphrey, zodat gedetineerden na hun straf niet zonder diploma op straat komen te staan. En er zou bij de behandeling minder sprake moeten zijn van willekeur.

Ludwig: "Ik heb vijf psychiaters en psychologen gehad en alle vijf stelden ze een andere diagnose en hadden ze een andere prognose. Volgens de een had ik een persoonlijkheidsstoornis met een psychotische kern, volgens de ander was ik een sadistische borderliner, een derde kwam er niet uit. Herhalingsgevaar groot, zei A. Herhalingsgevaar zeer gering, zei B. Overigens heeft geen van de vijf ooit aandacht besteed aan het feit dat ik aanvankelijk ook Rob om wou brengen. Toch slordig. Stel je voor dat ik met het idee was blijven rondlopen."

Zet u in uw boek de wereld niet op zijn kop: de behandelaars zijn boeven en de boeven sympathieke types.

"Van de patiënten heb ik de sympathiekste belicht, dat klopt, en wat de behandelaars betreft: ik noem er een paar die deugen maar het merendeel deugt niet. is niet geïnteresseerd of wereldvreemd of ondeskundig."

Wat vindt u dat er moet veranderen in de opstelling van de psychiater?

"Het contact tussen behandelaars en gedetineerden zou geïntensiveerd moeten worden. Als je een psychiater een keer in de week ziet is het veel. Ze zouden zich vaker op de afdeling moeten vertonen, een praatje maken, mee eten, rondkijken. In de Van Mesdag runt een psychiater twee afdelingen, oftewel tweeëntwintig man. Dat is te veel. Die kun je nooit allemaal even goed in de gaten houden. Zeker niet wanneer je zelden op de afdeling komt. Een ander punt is dat je als behandelaar alleen het vertrouwen en respect wint van een gedetineerde door het te geven. Daar ontbreekt het nog wel eens aan. De meeste kijken naar de gedetineerden als studieobjecten."

Wat was het specifieke probleem van de Van Mesdagkliniek?

"De Van Mesdag is bezweken onder haar eigen gewicht. Het aantal gedetineerden verdubbelde, er kwamen meer personeelsleden, het werd groot en onoverzichtelijk. in een grote kliniek is het voor een gedetineerde makkelijker om te vluchten in schijnaanpassing, zich te verschuilen in de groep. Er ontstaat sneller groepsvorming waar sociotherapeuten geen zicht op hebben. Een subcultuur waar gegokt wordt, drugshandel plaatsvindt, zoals het geval was in de Van Mesdag. Maar behalve een capaciteitsprobleem was het een mentaliteitskwestie. Men was meer geïnteresseerd in beheersing dan in behandeling."

U schrijft dat u een van de drie gedetineerden was met een relatie met een therapeute. Op het moment dat u haar vertelde na uw tbs-tijd de relatie niet te willen doorzetten, nam ze wraak door u te betichten van bedreiging tijdens een proefverlof. Daarmee liep de beëindiging van uw tbs gevaar, waarop u besloot openheid van zaken te geven.

Wat was de reactie van de Van Mesdagkliniek?

"Ontkenning. Relaties binnen de kliniek? Die bestonden niet. Personeelsleden die over de schreef gingen? Onzin. De directie heeft geprobeerd het in de doofpot te stoppen. Er is letterlijk tegen me gezegd:je moet je bek houden. Ze bagatelliseerden of ontkenden alles. Daarop heb ik het verhaal naar buiten gebracht. Allerlei instanties een brief geschreven. De Inspectie van de Gezondheidszorg reageerde snel en alert en gelastte een onderzoek door de Rijksrecherche. Die plaatste grote vraagtekens bij de professionaliteit van de medewerkers. De directeur werd ontslagen maar niet de personeelsleden die onprofessioneel gedrag hadden vertoond. Degenen die een relatie waren aangegaan met een gedetineerde, of zich schuldig hadden gemaakt aan intimidatie en bedreiging lopen nog steeds rond in de Van Mesdag.

De critici zijn overgeplaatst." In een persbericht reageert de Mesdagkliniek als volgt op uw boek:

"H. Ludwig beschrijft een periode die gekenmerkt wordt door moeilijkheden en incidenten. De weergave van die periode in het boek is gebaseerd op zijn eigen waarnemingen en interpretaties. De discussie over wat waar en niet waar is in dit boek lijkt ons weinig zinvol" .

Je kunt wel zeggen het is zijn verhaal, niet het onze, discussie gesloten, maar het is meer dan alleen mijn verhaal. Er komen in het boek uitgebreid personeelsleden aan het woord, ik maak gebruik van hun rapportages en van verklaringen van de rijksrecherche. En in een intern onderzoek concluderen een afdelingschef en een afdelingspsychiater dat er sprake is geweest "van grensoverschrijdend intiem gedrag".

De reactie is typerend voor de Van Mesdagkliniek. Kop in het zand. Het is juist die mentaliteit die zo schadelijk is. Maar omdat tbs-klinieken gesloten wereldjes zijn die zich onttrekken aan het zicht van de maatschappij, kan die mentaliteit doorwoekeren."

Als het tbs -systeem faalt, hoe verklaart u dan dat het percentage gedetineerden dat in herhaling valt (vier op de vijf) zoveel groter is dan het percentage tbs' ers dat recidiveert (een op de vijf)?

"Allereerst brengt tijd in zichzelf vaak verandering. Dat zie je ook bij gedetineerden met lange gevangenisstraffen. De recidivisten zijn vaak de kortgestraften. Daarnaast ken ik een hoop Ex tbs' ers die voor een tweede delict niet opnieuw tbs maar gevangenisstraf kregen. In de statistieken zijn die niet terug te vinden."

U schrijft dat u niet meer die gewetenloze crimineel van vroeger bent. Waardoor bent u veranderd?

"Een optelsom van dingen. Zoals het verdriet van mijn moeder. Ze kwam wekelijks op bezoek, beschouwde Anita als haar schoondochter, leed onder haar dood en confronteerde me door haar pijn met de gevolgen van mijn daad. En de reactie van sommige gedetineerden. Ik had verwacht dat ik keihard aangepakt zou worden. Daar had ik mee om kunnen gaan. Geweld rechtvaardigt geweld. Maar in plaats daarvan werd ik geconfronteerd met medeleven en sympathie. Dat verstoorde mijn verwachtingspatroon. Het sloeg alles bij elkaar een bres in mijn pantser. Er ontstond ruimte voor gevoel en met het gevoel kwam het besef van eigen verantwoordelijkheid. Ik heb toen een zware, extreem emotionele periode doorgemaakt. Ik was afwisselend gespannen en depressief. Ik realiseerde me hoe gevaarlijk ik geworden was. Vroeg me af of ik zo verder wilde. Nee dus."

Werd dat antwoord ingegeven door meer dan alleen de gedachte. ik wil niet de rest van mijn leven in de gevangenis slijten?

"Dat argument speelde natuurlijk een rol maar was niet het enige. Ik wilde niet meer slaand, stekend en schietend door het leven omdat het mij en anderen niks gebracht had. Ik had er toch een puinhoop van gemaakt. Vanaf dat moment ben ik gaan nadenken hoe ik een ander bestaan zou kunnen opbouwen. Ik realiseerde me dat ik in de eerste plaats de verantwoordelijkheid voor mijn daden op me zou moeten nemen. Niet meer elk excuus aangrijpen dat me werd aangereikt. En ook dat het een illusie was dat ik mijn eigen regels kon maken. Ik had het recht niet een ander te doden. 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt...' Een wijze les die mijn vader me had meegegeven, maar die nu pas wortel schoot."

Bad guy becomes good guy. is dat niet iets te makkelijk?

"Zo gemakkelijk ging dat niet. Het is een proces van jaren geweest, met ups and downs, vallen en opstaan."

Ondanks die gewetensontwikkeling praat u erg afstandelijk over de moord. Is dat met elkaar te rijmen?

"Ik denk het wel. Het is een verhaal dat ik inmiddels zo vaak verteld heb. Niet alleen aan anderen maar ook aan mezelf." Bent u wel eens bang dat u een tweede keer de grens overgaat? "Nee. Moord is geen optie. Iemand doden mag alleen uit zelfverdediging. Wanneer ik op de fiets zit en door een auto van mijn sokken word gereden denk ik nog wel: ik zou je eigenlijk een klap voor je bek moeten geven, maar ik doe het niet. Terwijl ik vroeger al van de fiets was afgestapt en het portier had opengetrokken. Ik geloof dat ik me nu in mijn gedrag niet meer onderscheid van de gemiddelde Nederlander."

Voor sommige lezers zal uw verhaal misschien toch vervreemdend klinken.

"Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Zeker voor mensen die in een milieu zitten waarin geweld geen gewone zaak is. Een soortgelijk milieu als waarin ik nu zit en waaraan ik, op mijn beurt, heb moeten wennen. Toch denk ik dat iedereen die eerlijk is, zal moeten erkennen dat hij of zij de gedachte aan wraak of geweld kent. Zeker in momenten van getergdheid. Daarin zit misschien de herkenning. Het verschil is dat ik die gedachte heb omgezet in daden. Heb omgezet. Ik zal het niet meer doen. En wie het niet gelooft, die gelooft het niet. Wat kan ik anders zeggen?"

43.2 GESTOORDE CRIMINELEN

TREURIGE TERUGVAL

Vaak begaan vrijgelaten tbs – patiënten een nieuw delict, zoals de moord op Tjirk van Wijk in Groningen aantoont.

Elseviers magazine 30-10-1999 Gerlof Leistra

De 49-jarige Dirk de M, die op zaterdagnacht 17 oktober in de Groningse wijk Beijum met zijn maat een huis binnendrong en de 27-jarige bewoner Tjirk van Wijk doodstak, had al eerder iemand om het leven gebracht. Begin jaren zeventig werd hij wegens moord op zijn vader veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling (tbs). Van 1977 tot zijn ontslag in 1982 is hij behandeld in de Groningse Van Mesdagkliniek.

Tien jaar na zijn ontslag werd Dirk de V wegens een poging tot doodslag veroordeeld tot acht jaar. Omdat hij te gestoord was voor de gevangenis verbleef hij jarenlang in diverse tbs-klinieken, waaronder de Van Mesdag. In 1997 kreeg Dirk de V voor de tweede keer tbs, nu voor een ernstig gewelddelict. Al op 28 juni van dit jaar(1999) hief de rechter zijn tbs echter voorwaardelijk op.Toen Dirk de V. in Groningen Tjirk van Wijk doodstak, was hij nog maar net op vrije voeten.

Het gebeurt regelmatig dat tbs -patiënten kort na hun vrijlating een nieuw delict plegen. In de zomer van 1996 maakte de 37-jarige Jos E. met 35 messteken een einde aan het leven van autohandelaar Gijs Verbree. De man, die in de Van Mesdagkliniek werd behandeld wegens een moord in 1987, had onbegeleid verlof.

En begin maart 1997 pleegde de 40-jarige Aalt M. tijdens een proefverlof uit de Van Mesdagkliniek zijn vierde moord: in Zwolle wurgde hij het tienjarige zoontje van zijn vriendin, dat hij in een paranoïde bui uit hun woning in de Groningse wijk Beijum had meegenomen.

Zulke zaken roepen vragen op over de effectiviteit van de tbs - behandeling in het algemeen en die door de Van Mesdagkliniek in het bijzonder.

Krijgen de patiënten niet te snel te veel vrijheden?

Kunnen geesteszieke moordenaars überhaupt wel genezen?

En zou het toeval zijn dat de Van Mesdagkliniek vorige week opnieuw in opspraak raakte na een kritisch rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg?

Doelstelling van tbs is om de samenleving te beveiligen tegen ernstige geweldpleging door psychisch gestoorde delinquenten. Zo'n behandeling kan jaren duren, maar er komt een moment dat de patiënt toe is aan terugkeer in de samenleving. Deze resocialisatie geschiedt doorgaans fasegewijs. Het begint met begeleid verlof. Na verloop van tijd mag de patiënt steeds vaker alleen naar buiten. Gaat dat goed, dan volgt proefverlof. Blijft ook dat goed gaan, dan wordt de tbs (voorwaardelijk) opgeheven.

Ondanks alle begeleiding binnen en buiten de kliniek wordt ongeveer de helft van alle ter beschikking gestelde na beëindiging van de behandeling opnieuw veroordeeld. Bij 20 procent gaat het dan zelfs om een ernstig delict. Probleem is dat niemand kan voorspellen wie in herhaling zal vallen en wie niet.

Er bestaan, ontdekte Ed. Leuw van het Wetenschappelijk Onderzoek - en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie, wel enkele statistische indicaties. Daarbij gaat het vooral om het criminele verleden van betrokkene, zijn gedrag tijdens de behandeling en de wijze van beëindiging van de tbs.

De jonge terbeschikkinggestelde met een fors strafblad recidiveert relatief vaak. Een goed verlopen proefverlof verkleint de kans op terugval. Van de ter beschikking gestelde bij wie de maatregel conform het advies van de kliniek werd beëindigd, kreeg 24 procent opnieuw een vrijheidsstraf. Bij de 'contraire beëindigingen' - waarbij de rechter het advies van de tbs-kliniek om iemand binnen te houden niet opvolgt - bedraagt dat 38 procent.

Contraire beëindiging komt steeds vaker voor en het geschiedt ook in toenemende mate dat ter beschikking gestelde zonder proefverlof op straat belanden. Dat lijkt vragen om moeilijkheden.

Recidive met ernstige delicten komt relatief vaak voor onder ex-patiënten van de Van Mesdagkliniek. In deze rijksinrichting worden de zwaarste patiënten geplaatst. Particuliere inrichtingen mogen patiënten weigeren.

De Van Mesdagkliniek heeft nog een ander probleem, zo blijkt uit het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. In vierjaar tijd is het aantal patiënten verdubbeld van negentig tot 180. De Inspectie signaleert dat de sociotherapeuten - medewerkers die dagelijks met de patiënten omgaan - te weinig kennis en vaardigheden hebben. Voor een groot deel zijn het nieuwkomers. Maar er is ook sprake van normvervaging' en gebrek aan onderling vertrouwen. Kortom, een allesbehalve optimale werksfeer die wel gevolgen moet hebben voor de kwaliteit van de behandeling.

Aanleiding tot het rapport waren de verkrachting van een personeelslid door een patiënt tijdens een begeleid verlof en beschuldigingen over ongewenste seksuele relaties niet patiënten. In het geval van Dirk de V. adviseerde de Van Mesdagkliniek tegen een voorwaardelijke beëindiging van zijn tbs: hij was nog niet toe aan resocialisatie.

Het Meijers Instituut in Utrecht, dat hem tijdelijk onderdak verleende, zag daartoe wél mogelijkheden en adviseerde positief.

Doorgaans is intensief contact met de reclassering onderdeel van een voorwaardelijke beëindiging van tbs. Die nazorg verloopt niet altijd vlekkeloos. Op papier onderhoudt een sociaal-psychiatrisch werker (spw'er) nauw contact met zijn 'cliënt'.

In een contract worden afspraken gemaakt over huisvesting, financiën, werk of scholing, tijdsbesteding, medicatie en verdere behandeling (ambulant of in deeltijd). Omdat het aantal ter beschikking gestelde de afgelopen jaren fors is gegroeid en de gemiddelde behandeling korter is dan voorheen, verschuift het accent steeds meer naar die nazorg. De spw 'ers krijgen het dus steeds drukker. Daardoor gebeurt het dat een onervaren kracht een 'zware' jongen moet bijstaan. Of dat een spw 'er minder tijd voor een cliënt heeft dan gewenst. Een onverwacht huisbezoek kan veel ophelderen over de vorderingen van de nazorg. Staan er opvallend veel flesjes bier op tafel? Zitten er verkeerde vrienden in de kamer? Zijn er sporen van drugsgebruik?

Het is geen uitzondering dat ex-patiënten na de voorwaardelijke beëindiging van hun tbs zelf contact met de reclassering moeten opnemen om een afspraak te maken. Voor deskundige nazorg is een landelijk netwerk van forensisch -psychiatrische poliklinieken onmisbaar. Daarvan is de huidige capaciteit onvoldoende. Regelmatig levert de financiering van ambulante zorg aan voormalige ter beschikking gestelde problemen op. Bij psychotherapie bijvoorbeeld geldt een maximum van negentig zittingen per patiënt, en dat is voor de zwaarste categorie onvoldoende, oordeelt de psychiatrie.

Hoeveel nazorg er ook wordt geboden, altijd zullen er ter beschikking gestelde zijn die opnieuw toeslaan. Jos E. had een huis, een vriendin en zelfs uitzicht op een vaste baan bij een garage. Het inschatten van delictgevaarlijkheid blijft lastig. De recidive door Dirk de V is daarvan het zoveelste voorbeeld. De afgelopen week was de ambtelijke top van Justitie en Volksgezondheid in het Overijsselse De Lutte bijeen om in besloten kring met 'het veld' te praten over de toekomst van de tbs. Eén van de plannen is om de zware gevallen over meer ths -klinieken te verdelen en de gemiddelde behandelduur inclusief de chronische patiënten terug te brengen tot maximaal zeven jaar.

Het is de vraag of dat verantwoord is, zegt een topambtenaar. Er zal niet alleen fors moeten worden geïnvesteerd in de kwaliteit van sociotherapeuten, ook moet worden erkend dat zeven jaar, vooral voor patiënten met ernstige persoonlijkheidsstoornissen - de vroegere psychopaten - doorgaans volstrekt onvoldoende is. Hoe korter de behandeling, hoe meer werk de reclassering krijgt. Met alle risico's van recidive.

43. 3 Het monster van Assen Jan S.

Het monster van Assen, zo wordt Jan S. al genoemd. Jan S. verkrachtte en vermoordde zijn buurmeisje, de zevenjarige Chanel Naomi Eleveld. Haar lichaam werd gevonden in de kruipruimte van zijn huis. Al eerder had hij een 15-jarig meisje verkracht en was daarvoor veroordeeld tot vier jaar gevangenis. Dat meisje had hij in zijn auto gesleurd en na uren rondrijden uit de auto gezet. Na zijn vrijlating is het opnieuw misgegaan. Jan S. wordt ook nog verdacht van verkrachting van een vrouw in Heerlen. Wat moet er nu gebeuren met mensen zoals hij? Mogen zij ooit nog vrij rondlopen?

WAT DOEN WE MET JAN S.

Levenslang niet lang genoeg?

'Levenslang is niet lang genoeg' schreven buurtbewoners van Chanel Naomi Eleveld op een stuk karton. Ze bedoelden waarschijnlijk dat kinderverkrachters en kindermoordenaars de doodstraf verdienen. Maar de doodstraf hebben we niet in Nederland en de kans dat deze straf weer wordt ingevoerd is heel klein. De doodstraf wordt beschouwd als een straf die gewoon niet meer kan. Als je vindt dat je niemand mag vermoorden - en wie vindt dat niet?- dan mag je als land ook niet iemand vermoorden. En dat doe je bij het opleggen van de doodstraf. Bovendien is het niet zeker dat door de doodstraf ook de criminaliteit vermindert. In Amerika bestaat nog de doodstraf in sommige staten, maar daar is de criminaliteit bepaald niet laag.

Kans op herhaling

Mensen die zedenmisdrijven plegen en zekere degenen die kinderen misbruiken (pedofielen), vallen nog al eens in herhaling. Jan S. is er niet het enige voorbeeld van. De kans op herhaling - dat heet recidive- wordt geschat op tenminste 25 procent. Die kans is zo groot dat je bijna zou zeggen: 'sluit ze dan maar voor altijd op'. Maar dat is niet zo gemakkelijk.
De zwaarste straf die we in Nederland kennen is levenslang. Dat houdt echter niet in dat een misdadiger ook werkelijk levenslang achter de tralies zit. Levenslang betekent namelijk: maximaal 20 jaar. De gedachte daarachter is dat ieder mens recht heeft op een nieuw begin. Je kunt iets vreselijks hebben gedaan, maar houdt dat ook in dat je voor altijd ' slecht' bent? Dat je nooit meer als een gewoon mens kunt leven?
Hoe moet dat nu met mensen van wie het wel zeker lijkt dat ze toch weer zullen recidiveren? Die zou je na 20 jaar niet meer vrij moeten laten. Daar is wat op gevonden. Een verdachte kan voor zijn berechting worden onderzocht door een psychiater. Als die van mening is dat de man gevaarlijk gestoord is, dan kan de rechter het niet alleen laten bij een gevangenisstraf, maar kan de rechter ook tbs opleggen. Dat betekent dat iemand gedwongen naar een psychiatrische kliniek gaat en daar ook niet meer uitkan. Hij zit gevangen, maar wordt wel psychiatrisch behandeld. Om de zoveel tijd wordt door de behandelende psychiaters beslist of hij ' genezen' is. Wanneer de psychiaters de kans op recidive groot vinden dan kan de tbs verlengd worden. Desnoods kan deze levenslang duren.
Hier zit natuurlijk een groot probleem. Hoe zeker ben je ervan dat iemand niet zal recidiveren? Iedereen zegt: ' dat kun je nooit met zekerheid weten'. Het lijkt ook weer onmenselijk om een veroordeelde maar altijd vast te houden in zo'n kliniek. Je behandelt hem immers omdat je denkt dat je hem kunt helpen? Wanneer je denkt dat het toch allemaal niets helpt, dan kun je net zo goed iemand vastbinden aan een stalen ketting en hem nooit meer de vrijheid geven.

Kalmeringspillen

Er worden ook andere oplossingen voorgesteld voor het 'onschadelijk' maken van o.a. pedofielen. Een daarvan is dat de pedofiel medicijnen krijgt die hem ' kalm' houden. Het kan zover gaan dat iemand chemisch gecastreerd wordt zodat hij nooit meer seksuele verlangens heeft. Maar hoe controleer je of iemand zijn kalmerende pillen wel steeds slikt? En wat doe je als een pedofiel niks wil weten van een chemische castratie? Onze wetgeving laat niet toe dat zo'n ingreep verplicht wordt. Het kan alleen bij vrijwillige medewerking. En dan is het ook nog niet helemaal zeker of het helpt. Er zijn gevallen bekend van gecastreerden die toch weer agressief en gevaarlijk werden.

Naam en adres op internet?

Moet je als buurtbewoner eigenlijk niet weten of er een (al eens veroordeelde) pedofiel dichtbij je komt wonen? De bewoners uit de wijk van Jan S., hadden graag op de hoogte willen zijn. En de verhuurder van de woning zei achteraf: 'als we het geweten hadden dat hij al eens een meisje had verkracht, dan hadden we aan hem nooit een huis verhuurd in die buurt met zoveel kinderen'. Maar ja, mogen pedofielen dan alleen maar wonen in buurten met weinig of geen kinderen? En hoe weet je of dat zo blijft?

In Amerika en Engeland vinden ze wel dat de buurtbewoners op de hoogte moeten zijn van het criminele verleden van iemand. Daar kun je gewoon op internet vinden of je nieuwe buurman een kinderverkrachter is. Op die manier kun je kinderen voor iemand waarschuwen. 'Neem nooit een snoepje aan van 'die en die' , want dat is een griezel'. Zo'n man heeft natuurlijk weinig kans om een nieuw leven te beginnen. Hij wordt bedreigd en weggepest, soms zelfs mishandeld.

De Nederlandse minister van justitie Korthals voelt er voor om seksuele misdadigers na hun vrijlating te laten ' volgen'. Zo van: ' je straf zit erop, maar de politie moet weten waar je woont, je moet je ook regelmatig melden bij de politie en als je gaat verhuizen, dan moet dat ook bekend zijn bij de politie'. Korthals hoopt dat zoiets kan helpen bij het voorkomen van misdrijven. Iemand die 'op de lijst staat' bij de politie weet dat hij meteen verdacht is, als er bij hem in de buurt iets gebeurt. Dus zal hij zich wel honderd keer bedenken voordat hij iets rottigs uithaalt. Het probleem is ook weer hier: seksueel gestoorden laten zich soms door niets of niemand tegenhouden. Ze zijn als het ware verslaafd aan seks, ze kunnen aan niets anders denken en ook al weten ze zich honderd keer te bedwingen, een keertje gaat het toch mis.

43.4 Tbs veroordeelt delinquenten tot tweede kans

september 1998 Bron de Humanist

De straf die moet helenPsychisch gestoorde misdadigers kunnen in Nederland ‘terbeschikking van de staat’ worden gesteld. Zij krijgen dan, naast straf, ook een behandeling in een gesloten kliniek. Idealisten roemen de menselijkheid van deze ‘tbs-maatregel’: hij zou zelfs de grootste crimineel nog een echte kans geven. Praktijkmensen wijzen erop dat ex-tbs’ers minder slachtoffers maken dan ex-gevangenen.

Maar hoge ambtenaren van het Ministerie van Justitie stelden deze zomer voor om de maatregel af te schaffen. Tbs zou te duur zijn.Tot dusverre domineren kosten en baten de discussie. Maar hoe vóelt het nu eigenlijk om in een tbs-kliniek te zitten?

Een gesprek met tbs’er Hans en geestelijk verzorgster Marja Bijleveld: ‘Alles botst hier met elkaar. En toch klopt het.

’MARJAN SLOB"Je vindt hier een concentratie van mensen waarmee het supermis is gegaan", zegt Marja Bijleveld. "En het frappante is, dat vrijwel iedereen dezelfde achtergrond heeft: een verleden van verwaarlozing en mishandeling in de vroegste jeugd. Natuurlijk hebben jij en ik ook ons verdriet en onze tegenslagen gehad. Een mens kan heel wat hebben: zelfs mishandeling op vroege leeftijd hoeft nog niet verwoestend te zijn. Als er maar ergens een beetje lucht is, als maar iets of iemand meezit: een oom, een buurvrouw, een juf. Sommigen hier hebben ook dat nooit gehad."

Hans (niet zijn echte naam) knikt instemmend. Hij is naar de kamer van Marja gekomen om te vertellen hoe dat voelt: tbs. Gedecideerd zegt hij: "Wij zijn een doorgeefluik van ellende. Wandelende tijdbommen. Dàt we ooit tot uitbarsting zouden komen, wist iedereen. De vraag was alleen wanneer." Marja: "Toch is je verleden nooit een afdoende excuus. Iedereen heeft een aandeel in zijn eigen leven, hoe rottig je omstandigheden ook waren."

Hans knikt wederom: "Dat van dat akelige verleden is wel wáár, maar wat kopen de slachtoffers ervoor. Kijk, je verleden is je verleden, daar verander je niets meer aan. De vraag is wat je ermee doet." Marja: "Tbs kan helpen om dat op een rijtje te zetten."

Angstig

Marja Bijleveld (49) is humanistisch geestelijk verzorgster in de dr. S. van Mesdagkliniek in Groningen, de grootste tbs-kliniek van Nederland. De Mesdagkliniek heeft 170 mannen in behandeling en telt in totaal 440 personeelsleden, waarvan velen in deeltijd werken. Neutraal is Marja niet. Ze vindt de door Justitie aangezwengelde discussie over de te hoge kosten getuigen van 'politiek opportunisme'. Maar ze snapt wel iets van de kritiek.

Toen zij hier in 1992 kwam werken, telde de Mesdagkliniek tachtig patiënten. Inmiddels zijn dat er zo'n 170. Die explosieve groei heeft volgens haar echter alles te maken met veranderingen in de psychiatrische zorg. Marja: "Enkele jaren terug werden nogal wat gesloten psychiatrische afdelingen dichtgegooid. De grootste groei hier is dan ook op de psychose-afdeling. We hebben nu zo'n zeventig psychose-patiënten en zo'n honderd ‘traditionele’ tbs-patiënten, mannen met een persoonlijkheidsstoornis."

De inhoud van haar werk verschilt niet wezenlijk van dat van andere geestelijke verzorgers, vindt Marja. "Of je nu in een ziekenhuis of een tbs-kliniek werkt: je gaat vanuit je levensovertuiging op verzoek van de ander in gesprek - in vertrouwen en onder geheimhouding. De tbs’ers bepalen waarover we praten, maar ìk bepaal mijn reacties en die zijn vanuit mijn stelsel van normen en waarden. Zo maak ik direct duidelijk dat ik niet in god geloof. Daarin verschil ik van de pastoor en de dominee die hier rondlopen. Maar ook humanistische geestelijk verzorgers verschillen onderling. Sommigen zijn een stuk spiritueler ingesteld dan ik. Ik ben nogal nuchter. Als een patiënt me vraagt: 'geloof jij in reïncarnatie', dan zeg ik 'nee'. Natuurlijk weet ik niet zeker of bovenzintuiglijke dingen al dan niet bestaan. Ik vind het alleen niet zo'n interessant onderwerp. Voor mij is een open en eerlijk gesprek belangrijker."

Ze praat professioneel: rustig en nadrukkelijk. Een onopgesmukte vrouw die op haar kamer in de kliniek koffie drinkt en een sigaretje opsteekt met de cliënten. Per dag voert ze zo'n zes privé-gesprekken, meestal van een uur, soms korter als de spankracht van de patiënt dat niet toelaat. Met enkelen mag ze alleen spreken als het personeel hen in de gaten kan houden, dat wil zeggen: niet op haar kamer. Dus probeert Marja ook het vertrouwen van de personeelsleden te winnen. Als de behandelaars weten wat voor vlees ze met Marja in de kuip hebben, krijgt ze eerder toestemming voor een privé-onderhoud met een patiënt.Juist die privacy is haar aantrekkingskracht, want privacy is een schaars goed in de kliniek.

Hans: "Als je met de therapeuten praat, weet je: dat verhaal gaat het huis in, het komt terecht in rapporten. Er wordt hier erg op je gelet. Je wordt besproken in teams. Je kunt eigenlijk nooit onbevangen praten. Wel met Marja. Zij heeft zwijgplicht." Dat maakt de positie van geestelijk verzorgers ook precair.

Hans: "Mijn therapeuten weten dat ik sommige dingen eerder met Marja bespreek dan met hen. Dat is natuurlijk niet leuk voor ze. Maar voor mij werkt het. Een gesprek met Marja is soms een soort generale repetitie voor me. Hier kan ik oefenen hoe ik een persoonlijk verhaal bij het behandelteam aan de orde wil stellen."

Als je Marja hoort praten, voel je geen moment de mentaliteit van wraak en straf. Het is dan ook haar beroep om mensen vertrouwen te geven. Maar ze is nuchter genoeg om te erkennen dat ze sommige tbs'ers daarmee niet aanspreekt. Die verstaan haar taal niet, zijn nog 'te hard', hebben 'talloze schilden’ om zich heen, 'hebben nooit geleerd om te praten'. En àls ze praten over zichzelf, dan is het in de hoop eerder vrij te komen. Omdat praten kennelijk is wat de kliniek van hen wil. Niet omdat ze inzien dat het de enige weg is tot zelfkennis en uiteindelijk tot zelfbeheersing.

Hans heeft wèl leren praten. Deze vriendelijke, besnorde jongen met zuidelijke tongval zit sinds 1994 in de Mesdagkliniek en is er naar eigen zeggen een ander mens geworden. Soms spreekt hij in therapeutentaal over zichzelf. Dan is hij een 'delinquent' die 'geresocialiseerd' moet worden en die al heel wat 'schilden' van zich heeft afgepeld. Maar het komt oprecht over. Tenslotte is dit de enige taal waarin hij geleerd heeft zichzelf uit te drukken.

In het begin van de behandeling krijgt een tbs'er constant therapie. Hans: "Individuele therapie, lichaamsgerichte therapie, gesprekstherapie, creatieve therapie ... ik heb mijn behandeling zelf gemaakt, zelf aangekaart dat ik dit of dat graag wilde volgen."

Marja: "Je krijgt hier meer dan in de bajes de kans om je te ontwikkelen. Om diploma's te halen, maar ook om te verwerken wat er in je leven is gebeurd. Mensen die in staat zijn om daar gebruik van te maken, hebben echt baat bij tbs. Maar lang niet iedereen kan dat goed. Veel tbs'ers stellen zich passief op, vooral in het begin."

Gevaarlijk Tbs'ers hebben bewezen dat ze heel gevaarlijk kunnen zijn. Toch is Marja nooit bang geweest, zegt ze. "Als mensen zich veilig voelen, dan hoeven ze niet agressief te worden. Ik spreek ze in een hele veilige omgeving, dus ik heb niet zoveel te vrezen. Voor de groepsbegeleiders ligt dat heel anders."

Hans is wel bang geweest. Voor zichzelf. "Nu niet meer, want ik ben gaan praten. Praten is ook weleens eng, omdat het je met dingen in jezelf confronteert. Toch denk ik dat het moment dat ik ging praten een belangrijke verandering in mijn leven markeert. Vroeger had ik dat schild om me heen, ook omdat ik altijd aan het blowen was. Ik heb m'n hele puberteit weggerookt. Ik bedoel: ik ben nu 29, ik had gesetteld moeten zijn, met een baan, een vrouw, kinderen. Maar ook in andere dingen loop ik achter. Nu pas kom ik eraan toe om na te denken over het contact met mijn moeder. Over hoe ik daar misschien iets aan kan veranderen. Of hoe ik me bij de situatie neer kan leggen."

Hans is inmiddels zover in zijn 'resocialisatieproces' dat hij met begeleid en onbegeleid verlof kan. In de kliniek heeft hij zijn middenstandsdiploma gehaald. Hij werkt twee dagen als vrijwilliger op een manege in de buurt en onderhandelt met de kliniek om te kunnen drummen in een Groningse band. Naar verwachting is zijn behandeling over een jaar voltooid. Hans heeft 'reële plannen' voor wat hij gaat doen als hij vrij komt. Hij wil gewoon werken, misschien als schilder, misschien iets met dieren. "Ik heb verschillende pijlen op mijn boog.

Toch is zijn vrijheid zeer relatief. Marja: "Als tbs'er krijg je soms te horen: 'het gaat hartstikke goed met je' en moet je niettemin wachten tot je ook normale dingen mag doen. Zo’n beslissing gaat over heel wat schijven."

Hans: "Ik moet overal toestemming voor vragen. Als ik een uurtje langer met verlof wil, dan vergaderen daar tien mensen over, en als de elfde 'nee' zegt, dan is het dus nee. Blijf dan maar eens kalm. En daar blijft het niet bij. Toen de kliniek adviseerde om mijn verlofregeling uit te breiden, heb ik tien maanden moeten wachten op toestemming van Den Haag." Marja: "Er waren net spectaculaire ontsnappingen uit tbs-klinieken in het nieuws. Als gebaar naar de maatschappij trok het Ministerie van Justitie alle verzoeken tot verlof in. Zoiets doorkruist de behandelplannen hier. Dat is soms moeilijk te verteren."

Aftellen

Een tbs'er wordt behandeld zolang dat nodig is. In tegenstelling tot een gevangene weet hij dus niet wanneer zijn tijd erop zit. Daarom gruwen veel criminelen van tbs: je kunt niet aftellen, je weet nooit wanneer je vrij komt. Dat moet moeilijk zijn, veronderstel ik.

Marja, met pretogen: "Je moet tbs niet zien als een straf. Het is een maatregel." Hans, snel: "Maar het voelt wèl als straf! Er zijn hartstikke hoge muren om me heen, en de deuren zijn precies die van een dikke bajes." Marja lacht.

Hans wijst op de grote tegenstrijdigheden waaraan hij is onderworpen. Tbs is goed voor je, maar ook ‘klote’ vanwege die onzekerheid over de einddatum. Tbs dwingt je om je gevoelens niet weg te stoppen, maar tegelijkertijd kijken specialisten constant of jouw gevoelens wel okay zijn. Tbs’ers leren in de kliniek om zichzelf vanuit hun verleden te begrijpen, maar mogen hun achtergrond niet als excuus gebruiken. Er wordt van hen verwacht dat ze hun eigen verantwoordelijkheid nemen, maar voor elk wissewasje moeten ze toestemming vragen. Hans: "Het botst allemaal vreselijk met elkaar. En toch klopt het."

Hans werd voor de rechter gesleept wegens moord en verkrachting. Was hij blij toen hij hoorde dat hij tbs kreeg? Daar kan hij geen zinnig antwoord op geven, vindt hij. "Ik wist niet wat tbs was, ik wist niet eens wat een vonnis was. Ik wist alleen dat deze kliniek bekend stond als de Hel van het Noorden. Ik zag witte jassen voor me, isoleercellen en dwangbuizen, zoals in Amerikaanse films. Maar eerlijk gezegd deed het er allemaal niet toe. De officier eiste vijftien jaar plus tbs. Wat maakt het dan nog uit. Die periode is toch niet te overzien."

Direct na zijn vonnis (twaalf jaar plus tbs) werd hij in de Scheveningse gevangenis geplaatst in afwachting van een plek in de kliniek. Die kwam in zijn geval snel. Hij heeft naar eigen zeggen 'mazzel gehad'. In de gevangenis had hij nog langer geblowd en gezwegen. Was zijn wrok, haat en woede tegen 'het systeem' alleen maar groter geworden. Aan de andere kant ... "als ik geen tbs had gekregen, kwam ik over vier maanden vrij. Nu moet ik mezelf steeds realiseren dat ik hier voor mijn eigen bestwil zit, en dat ik echt vooruitga. Dus keer ik na verlof netjes terug naar mijn cel. Nou, dan botsen verstand en gevoel hoor! Soms denk ik: Hans, je bent echt gek om jezelf vrijwillig op te sluiten. Je bent je eigen bewaarder geworden."

Moppen tappen

Hans verlangt naar zijn vrijheid, maar ziet er ook tegenop. Hij legt uit: "Er staan hier muren om me heen, dus niemand kan zomaar binnenkomen." Ik schiet in de lach. Hans: "Ja! Je weet in welk schuitje je zit. Dat geeft ook rust."

Marja: "En hier kun je lekker schoppen tegen de instelling."

Hans: "Hier kan je nog iedereen de schuld geven, behalve jezelf. Buiten is het je eigen werk. Dan begint het pas, dat gevoel heb ik heel sterk. Weet je wat ik een raar idee vind? Dat mensen straks niets aan me zullen zien. Ik denk steeds: wat als mensen zouden weten wat ik heb gedaan? Maar dat is nog niet het ergste, hun beeld van mij kan ik misschien nog bijstellen. Aan de schuld die ik bij me draag, kan ik niets meer doen. Daar moet ik mee zien te leven."

Marja: "Het is voor veel mannen hier moeilijk om zichzelf toe te staan af en toe gelukkig te zijn. Dat kunnen ze niet rijmen met hun misdaden. Maar het helpt niemand meer om nu ongelukkig te zijn."

Hans: "Het helpt niet meer, en toch ... soms zit ik hier moppen te tappen aan tafel en dan denk ik bij mezelf: moet je mij horen. In Irak was ik allang opgeknoopt, in Amerika zat ik waarschijnlijk in death row. En ik zit hier op kosten van de staat aan mezelf te werken. Dat is soms moeilijk te verteren, snap je?"