We hebben 200 gasten online

44) TBS en de dilemma's Deel 3

Gepost in Strafrecht in Historie

tbs ers

Zie verder

Achtergronden bij TBS en TBS en recidive

TBS ( 42 Artikelen )

en tevens

Een aantal TBS veroordeelden

TBS Veroordeelden ( 29 Artikelen )

44.0 Onbehandelbare TBS ‘ers zijn lastige patiënten. Therapieën helpen niet meer

44.1 Ontuchtpleger heeft evenzeer recht op menswaardig bestaan

44.2 TBS voor moord in Marwei

44.3 Weer eis van zes jaar en tbs voor moord Sabrina

44.4 Pieter Baan Centrum / Het observeren is begonnen

ONBEHANDELBARE TBS ‘ERS ZIJN LASTIGE PATIËNTEN. THERAPIEËN HELPEN NIET MEER.

In de tbs-kliniek Veldzicht is geëxperimenteerd met een Long Stay’-afdeling waar ze voor tweederde van de prijs van een gebruikelijke tbs-plaats, met rust worden gelaten. Over schuld en kniekousjes.

Directeur Oppedijk: ‘We lopen hier aan tegen de grenzen van de forensische psychiatrie.

In de tbs-kliniek Veldzicht te Balkbrug

NRC Handelsblad 22-12-2003 Daniela Hooghiemstra

Joop is een rustige jongen Type gezellige dikzak. Bruin haar, brilletje, vriendelijke grijns op zijn gezicht "Hij is heel aardig", zegt sociotherapeute Ineke Harder over hem. "Maar zodra je hem vrijlaat, grijpt hij een jongetje." Zelf zegt Joop: "Als ik op mezelf woon, gaat het mis. Dan word ik weer me eige." In de tbs-kliniek Veldzicht te Balkbrug is er voor mensen zoals Joop sinds vier jaar een speciaal paviljoen, de 'Long Stay'- afdeling. Met 19 andere 'onverbeterlijke' tbs' ers komt Joop daar de dag door met het verrichten van huishoudelijke klusjes, werken op de boerderij, de wasserette of de assemblage, vissen, televisiekijken en zo nu en dan een boodschapje doen in het dorp. Géén therapie meer. De talloze behandelingen die Joop heeft ondergaan hebben niets opgeleverd. Resocialisatiepogingen faalden. Hij "greep" steeds weer een jongetje.

Wat moetje doen met ter beschikking gestelde op wie de therapeuten geen vat krijgen? Die geen therapie willen ondergaan of het niet kunnen, steeds opnieuw gewelddadig worden, moorden of verkrachten?

De intensieve psychiatrische zorg die op tbs ‘ers wordt losgelaten kost 344 euro per dag. Soms tientallen jaren achter elkaar.

Het aantal tbs - patiënten is sinds 1984 meer dan verdubbeld, van 500 naar 1.300. Circa 175 veroordeelden wachten in huizen van bewaring nog op een plaats. Voor tbs - directeuren zijn de 'onbehandelbaren' - naar schatting zo'n 140 in totaal - behalve dure, ook lastige klanten. Want wat moet je na vier of vijf mislukte therapieën nog verzinnen? De Long Stay -afdeling biedt uitkomst: voor de helft van de prijs van een reguliere tbs - plaats worden patiënten er met rust gelaten.

Het ministerie van justitie is tevreden over het experiment op Veldzicht. Binnenkort krijgt de Pompe - kliniek in Nijmegen ook 60 Long stay - plaatsen. Als het aan justitie ligt, neemt het aantal in de toekomst landelijk verder toe.

Tegenover de geringe 'behandeldruk' op de Long Stay staat de grotere waarschijnlijkheid dat je er niet meer uit komt. In feite hebben onbehandelbare tbs' ers levenslang.

Net als bij behandelbare bepaalt de rechter iedere twee jaar of de hechtenis wordt verlengd. Maar in tegenstelling tot andere tbs' ers hebben Long Stayers geen therapeut die een goed woordje voor ze kan doen. Ze zijn immers opgegeven. “Je komt er wel uit", zegt Kobus, een gespierde man met zeemans-baard en fonkelende lichtblauwe ogen die na een carrière van dertig jaar tbs op de Long Stay is beland. "Maar wel tussen 6 planken.

De Long Stay -afdeling op Veldzicht bestaat vier jaar. De directie van Veldzicht verzorgde in samenwerking met behandelaars en het ministerie van justitie de landelijke selectie voor de afdeling. Ernst en frequentie van delicten en aantal mislukte behandelingspogingen gaven de doorslag.

Achttien van de twintig bewoners op Veldzicht zijn seksueel delinquent, de helft van hen heeft pedoseksuele delicten begaan. Vijf van de twintig Long Stayers zijn tegen hun plaatsing in beroep gegaan, de rest heeft er tot dusver in berust.

 Schok

 Het eerste bezoek aan de Long Stay - afdeling van Veldzicht is een schok. Waar zijn de bewakers? In een zaal die zich wat aankleding betreft niet laat onderscheiden van de koffieruimte in een bejaardentehuis schuifelen de bewoners langs elkaar heen. Her en der zitten groepjes rond een tafel. Cellen zijn er alleen voor de avonden, nachten en momenten waarop bewoners niet aan activiteiten willen meedoen. De afdeling wordt bestierd door afdelingshoofd Piet Croeze, coördinatoren Koen de Groot en Rien van Faassen en een handjevol sociotherapeuten. Bevelligingspersoneel komt alleen bij alarm.

De Long Stay lijkt zo min mogelijk op een gevangenis en zoveel mogelijk op een woongemeenschap."De kwaliteit van leven is belangrijk", zegt coördinator Koen. "Het uitgangspunt is toch dat ze hier blijven."

Omdat Veldzicht een rijksinstelling is, kan niemand worden geweigerd. Daarom herbergt de inrichting vanouds de zwaardere tbs - gevallen. In de verschillende paviljoens op het grote, groene terrein even boven Zwolle verblijven 167 tbs' ers die gemiddeld vijf of meer ernstige delicten hebben gepleegd. De twintig bewoners van de Long Stay -afdeling hebben een grotere actieradius dan de andere tbs' ers op Veldzicht. De deur naar buiten staat open. Ze kunnen een sigaretje roken of gaan vissen, de buitenring is streng beveiligd. Iedere dag wordt op grond van het humeur van patiënten bepaald welke vrijheden ze krijgen. Als iemands "pet niet goed staat", zoals coördinator Rien van Faassen het uitdrukt, gaat een uitje naar het dorp niet door. Hij heeft een schema waarin van alle bewoners precies staat wat ze op welk moment doen en waar ze zijn. In het kantoor hangt een briefje: "boerderij moet bellen als Wim daar aankomt en als Wim weggaat."

De norm op de afdeling is een zogeheten 'LEE (Low Express Emotion)-klimaat', legt Rien uit. Voor alles gelden vaste afspraken, niets gebeurt onverwachts. Veel bewoners krijgen medicijnen, ook dat helpt.

De 'delictgevaarlijkheid' is de mannen op de Long Stay niet aan te zien. De gedistingeerd geklede oudere heer met de aristocratische rechte neus straalt niet uit dat hij "van kniekousjes houdt", zoals zijn medebewoners het uitdrukken. Toch moet hij tijdens bezoekjes aan het dorp twee begeleiders meenemen in plaats van één, omdat de minister van justitie bang is dat hij weer een klein meisje verkracht.

Dat de vriendelijke jongeman, die vertelt over zijn hoop op een toekomst met zijn vriendin buiten Veldzicht, "zeer gewelddadig kan zijn tegen vrouwen “ is ook niet direct voorstelbaar. Hij is vreselijk sterk. Enkele jaren geleden heeft hij personeel van Veldzicht verwond door te smijten met een biljarttafel.

En wat te denken van de kalme, wat kalende man met waterige ogen die vertelt dat hij niet kan wennen aan het idee nooit meer vrij te komen. Waarom krijgt hij geen kans meer?

Je moet zijn dossier kennen om te vernemen dat hij een lange gevangenis- en tbs - carrière achter zich heeft en dader was van een uitzonderlijk gewelddadige gijzelingsactie en dito verkrachtingen.

Zonder perspectief op terugkeer in de maatschappij verliezen ook de vreselijkste delicten hun relevantie. "Wij hebben op dat verleden een beetje een dekseltje gedaan", zegt groepscoördinator Rien , je kunt je energie beter steken in een positieve groepssfeer."

Dat de Long Stayers zijn opgegeven, is een nederlaag voor hen, maar ook voor de forensische psychiatrie die zich de afgelopen decennia zo intensief -met hun stoornissen heeft bezig gehouden. De regering heeft de oeverloze therapieën in tbs -inrichtingen inmiddels een halt toegeroepen: sinds 2001 krijgen instellingen die een patiënt langer dan zes jaar willen behandelen, nog maar 233 euro per dag, tweederde van het tarief.

 "Geef mij een crimineel en ik maak hem beter", luidde het optimistische adagium van therapeuten dertig jaar geleden

 "lk ben bescheidener geworden", zegt Veldzicht -directeur Dick Oppedijk over zijn eigen ontwikkeling als forensisch psychiater. Afkomstig uit een boerengezin studeerde hij rechten en medicijnen en belandde hij midden in de 'gouden jaren' van de forensische psychiatrie bij de Van Mesdagkliniek in Groningen. In de tijd dat het behandeloptimisme hoogtij vierde kreeg hij zijn scholing. De hermeneutische aanpak, het geloof in de mogelijkheid om door praten iets te veranderen, heeft hen naar eigen zeggen gevormd. Maar zijn boerennuchterheid weerhield hem altijd van geloof in fata morgana 's.

"Ik heb altijd geweten dat er patiënten zijn die niet beter worden", zegt hij. Midden jaren negentig vroeg hij in een lezing aandacht voor die greep. Hij was een van de drijvende krachten achter de opzet van de Long Stay-afdeling op Veldzicht.

's Ochtends zitten Long Stay -bewoners Joop en Pieter onder begeleiding van sociotherapeute Ineke Harder in de werkplaats van Veldzicht plastic onderdeeltjes te ontdoen van haakjes. Ze krijgen er 2,50 euro per uur voor. Stanley, ook Long Stay - bewoner, staat als 'medewerker civiele dienst’ de kantine te vegen. Hij zat vast vanwege verkrachting van 1975 tot 1983 en kreeg in 1989 opnieuw tbs. "Ik heb geen therapie nodig", zegt hij "ik weet wat ik wel en niet moet doen. Maar het is beter dat ik hier blijf. Anders ga ik drinken." Stanley heeft moeite om zijn driften te beheersen, vertelt Ineke Harder. Soms staat hij openlijk te masturberen. "Dan moetje hem rustig uitleggen dat hij zich maar even moet afzonderen.

Joop, die er al tien jaar tbs op heeft zitten, is tevreden op de Long Stay, zegt hij. "Ik houd niet van praten. Hier kan ik gewoon lekker bezig zijn."

Sombere prognose

Tijd voor de lunch. Joop, Pieter, Stanley en Ineke lopen terug naar het Long Stay- gebouw. De bewoners die corvee hebben, zijn daar al bezig met tafeldekken. Op het menu staan een gefrituurd scholletje, gekookte wortels en aardappels en daarna fruityoghurt. Er wordt nauwelijks geconverseerd, je hoort vooral het tikken van messen, vorken en lepels. De corveeploeg haalt de tafel af en gaat afwassen en afdrogen. De rest zwermt uit

Om twee uur vergadert de staf van de Long Stay over het wel en wee van de groep. Van B. gaat zijn moeder bezoeken in een ziekenhuis in Tiel, vertelt coördinator Koen. "Het is nadrukkelijk de bedoeling dat hij naar zijn moeder gaat en niet naar zijn zus", onderstreept hij. D. is naar het dorp geweest. "Hij oogde monter. Zo'n wandeling doet hem goed", vindt zijn begeleider. L. is "actief geweest. Als je hem op een gedoseerde manier aandacht geeft, bereik je wel iets." Van S. is naar zijn werk geweest en "ondanks zijn boosheid goed te pas". Karel komt steeds weer op hoge poten met een brief aan, maar interpreteert die volgens Koen verkeerd. "Er staat gewoon heel duidelijk: de prognose voor Karel is somber." De patiënten raad overlegt 's middags met directeur Oppedijk. Long Stay - patiënt Michel vertegenwoordigt in de raad al jaren alle Veldzicht – tbs 'ers. Hoe zit het met de reiskostenvergoeding, wil hij weten. "Het is scheef opgezet. Sommige afdelingen krijgen een vergoeding, andere niet." Oppedijk zal het nakijken, belooft hij. Bewoners in gebouw Noord storen zich aan patiënt P. die in vrouwenkleren loopt. "Persoonlijk vind ik dat je mensen in hun waarde moet laten", zegt Michel "maar ze zeggen dat die kleding vloekt van alle kanten." Oppedijk belooft na te vragen of "het er een beetje uitziet wat de man draagt".

Een tbs'er met kiespijn wacht al twee weken op een tandarts en Michel wil ook weten hoe het zit met de bezoekregeling rond de kerst. Michel verkondigt helder zijn standpunt en luistert ook naar anderen. Toch is dat geen reden te veronderstellen dat hij 'beter' is,zegt Oppedijk na afloop van de bijeenkomst. "Hij is hier niet gekomen, omdat hij niet kon vergaderen. De kunst van behandelen", zegt Oppedijk, "is je geen zand in de ogen laten strooien door wat ze wél kunnen. Je moet bij het probleem komen."

Heeft u wel eens iemand beter gemaakt?

"In de Van Mesdagkliniek heb ik een echte gedragsverandering meegemaakt van een man die een familielid had gedood. Ik ben zes jaar bezig geweest met een combinatie van gedragstherapie en psychoanalyse.

Ik heb hem echt een ander mens zien worden."

De opening van de Long Stay -afdeling op Veldzicht lijkt een beetje het failliet van uw vak. Van groot behandeloptimisme naar de erkenning dat het niet lukt.

"Zo zie ik dat niet. Patiënten die niet beter worden zijn er altijd geweest. We hadden hier op het terrein zelfs jarenlang een kerkhof voor ze. Ik ben blij dat het bestaan van die groep nu wordt erkend. De meeste zijn dolblij dat ze

eindelijk met rust worden gelaten."

Is uw behandeloptimisme nog net zo groot als vroeger?

"Ik ben er nog steeds van overtuigd dat mensen door therapie vooruitgang kunnen boeken. Maar ik ben wel minder gaan geloven in de kans om een karakter echt te veranderen. Ik vertrouw nu meer op het aanleren van vaardigheden, het stutwerk om iemand heen. We stoppen meer tijd in arbeidstraining en minder in psychoanalyse dan vroeger. Ik ben niet pessimistischer geworden, wel bescheidener."

Welke Patiënten zijn het moeilijkst behandelbaar? 1

"Het gedrag van seksueel delinquenten blijkt moeilijk te"veranderen. Ze lijken op verslaafden. Sommigen zeggen zelf: ik kan mij niet beheersen, houd mij maar vast. Het is ook geen toeval dat achttien van de twintig Long Stay- bewoners seksueel delinquent is.

"Van pure psychopaten vraag ik mij ook af of behandelen zinvol is. ik doel op mensen die, zeg maar, de plusvariant hebben van een moeilijk karakter (de Hannibal Lecter- variant, red.) Ze doen vrolijk mee met de behandeling, maar je krijgt geen enkele vat op ze. Uit Canadees onderzoek is gebleken dat therapie deze patiënten alleen maar gevaarlijker maakt. Ik heb dat op Veldzicht meegemaakt: een man die nadat hij vrij was delict – senario 's leende van collega's uit zijn groepstherapie. Deze pure psychopaten zien de mensen in hun omgeving als gebruiksvoorwerpen. Drie jaar geleden hebben drie moeilijke patiënten hier de regie van een hele afdeling overgenomen. Het Personeel ging mee met al hun wensen. ik heb daar toen heel hard moeten ingrijpen. Ik worstel met de vraag wat je met deze categorie aan- moet. ik denk dat de Long Stay - afdeling in de toekomst wel een rol kan spelen. Wat moet je anders? Ze vrijlaten en wachten tot ze weer een slachtoffer maken?

Allemaal gezever

LongStay-bewoners Theo, Michel en Jan zitten rond de tafel aan de koffie. Je komt hier niet verder", klaagt Theo."Ze zeggen dat ik delictgevaarlijk ben, maar hoe kunnen ze dat bewijzen als ik niet buitenkom? Voorheen zat Theo in de Van Mesdagkliniek, vertelt hij."Na acht jaar vonden ze dat ik geresocialiseerd moest worden. ik kwam buiten, maar het viel tegen. Toen is er weer een delict gebeurd. Er werd met de vinger naar mij gewezen. Maar de fout lag bij de kliniek, die had mij laten gaan. ik zou het graag weer buiten proberen. Ik denk dat ik het nu zou redden." Michel zit al 22 jaar in Veldzicht, waarvan drie jaar op de Long Stay. "Ze vonden dat ze met mij geen kant meer op konden", zegt hij "Ik wilde wel therapie, maar zij wilden mij niet meer." Via een advertentie in het blad Mijn Geheim heeft hij onlangs een vrouw leren kennen. "Ik heb een flatje waar ik mij één keer per week met haar mag terugtrekken", vertelt hij. "Ze huilt altijd bij het afscheid. ik moet hier weg. Dan wil ik trouwen." Ze moeten de mensen een kans geven, zegt jan die "een overvalletje" op zijn naam zegt te hebben. "Ik wil een gewone baan en een vrouw. Verantwoordelijkheid nemen. maar die kans krijg ik.

Dit is de doodskist van de inrichting. Zet tien psychiaters om mij heen en je krijgt tien verschillende meningen. Ben ik misschien ook nog een keer uitbehandeld? Nee, nooit. ik heb toch een zool papieren. Stapels met touwen er- omheen. Niet te tillen. Allemaal gezever." Verblijf op de Long Stay-afdeling is geen straf en ook geen poging om iemand beter te maken. De Long Stay is er om de maatschappij te beschermen tegen 'blijvend delictgevaarlijken'. ondertussen wordt geprobeerd hun een zo humaan mogelijk bestaan te bieden.

Maar wanneer is iemand gevaarlijk? Als hij therapie weigert? Wel wil, maar niet over zichzelf kán praten? Drie keer in de fout is gegaan, vijf keer, zes keer? is iemand met wie behandelaars geen kant uit kunnen gevaarlijker dan iemand die keurig meewerkt?

"Het probleem", zegt Oppedijk, "is dat de forensische psychiatrie voor het voorspellen van delictgevaar geen goed gereedschap heeft. Het eenvoudigweg tellen van het aantal delicten dat iemand heeft gepleegd, zegt, in combinatie met de mate van stoornis, eigenlijk het meest. Doorslaggevend voor plaatsing op de Long Stay is daarom ook het aantal keren dat iemand opnieuw in de fout ging."

Een psychiater kan delictgevaar niet beter voorspellen dan een leek die een

lijst met antecedenten voor zich heeft? "Daar komt het wel op neer,ja." Wat zegt dat over uw vak "Het zegt dat wij aanlopen tegen de grenzen van de wetenschap. Op het gebied van de forensische psychiatrie zijn de afgelopen dertig jaar geen revolutionaire ontwikkelingen geweest. Het recidivepercentage bij ernstige delicten is al decennialang stabiel: 20 procent. Wij krijgen dat niet omlaag. Of je zou moeten zeggen: we laten niemand er meer uit." Krijgt u het te boren als iemand die u heeft vrijgelaten opnieuw in de fout gaat? "Als het gebeurt tijdens (proef)verlof wel, anders niet. Dat is jammer, want die informatie zou leerzaam zijn. Het probleem is datje iemand onder de huidige privacywetgeving niet kunt dwingen om zijn dossier af te geven. Als hij voor zijn nieuwe overtreding niet naar Veldzicht komt, kom ik het niet te weten."

Kunt u op basis van de statistiek dan uitrekenen hoe vaak er een misdaad is

gepleegd, omdat u iemand heeft vrijgelaten? "Ik heb in mijn hele carrière ongeveer vijfhonderd mensen vrijgelaten. Volgens de statistiek hebben honderd van hen gerecidiveerd. Ik schrik zelf van het getal. Maar let wel, het feit dat een op de vijf recidiveert, betekent ook dat ik vier van de vijf misschien wel te lang vasthoud." ook een vreselijke verantwoordelijkheid ,ja, je moet in Nederland heel wat uitvreten om zes jaar of langer vast te zit- ten."

Maar u blijft er nuchter onder? Ja, dat moet wel." spoken de recidivegevallen dan ook nog door uw hoofd?

"Ze staan mij nog levendig bij, ja. Enkele jaren geleden heeft een man die ik verlof had gegeven een klein meisje verkracht. ik werd thuis gebeld. Nou, dan zak je door de grond."

U voelde zich schuldig?

"Ik was afgegaan op de bevindingen van een staflid die erg had gepleit voor verlof Hij had veel energie in die man gestoken en was overtuigd dat het een andere vent was geworden. Dat beeld bleek te rooskleurig. ik heb mij afgevraagd: ben ik niet te snel meegegaan, had ik niet dit, had ik niet dat. Nu denk ik verdorie, ik had gewoon meer gewicht moeten toekennen aan de straflijst van die man. Dat was anderhalf A4tje."

Tellen dus de harde feiten.

U heeft de empathische benadering, geloof in uit het gesprek, door schade en schande moeten opgeven.

"Nee, dat gaat te ver. ik hecht nog steeds veel waarde aan het contact met patiënten. Maar ik ben daarnaast sterker overtuigd geraakt van de betekenis van harde gegevens. De vraag wat iemand heeft gedaan blijkt toch grotere voorspellende waarde te hebben. Vroeger kenden behandelaars de details van delicten nauwelijks. Nu zeg ik: iedereen moet die strafdossiers doorploegen." En als het erop aankomt, die harde feiten de doorslag laten geven. Ja, dat verlof had ik dus eerder moeten uitstellen." Een jaar later was dat lijvig dossier toch ook veranderd. "Maar als je uitsluitend op die lijstjes afgaat, zou er uit deze kliniek nooit meer iemand vrijkomen. je moet het dus toch combineren met een klinische afweging.

Als u iemand vrijlaat, weet u. zoveel procent kans dat het misgaat. Stapt u in een vliegtuig met die prognose?

"Nee, dan zou ik niet meer vliegen. Ik voel mij soms net een machinist op een traject waar mensen zich onder de trein werpen. Je weet dat het mis kan gaan. En toch, ik gok nooit. Als ik besluit dat iemand naar buiten kan, ben ik echt overtuigd. Als ik er wakker van lig, doe ik het niet. Maar nogmaals: tegenover die 20 Procent recidivisten, staat 80 procent die zijn leven betert." Komen de mannen op uw Long stay -afdeling ooit nog vrij?

"De kans dat ze vrijkwamen was al klein. Ze zijn geselecteerd, omdat ze al meer dan vijf behandelingen hebben ondergaan in meerdere instellingen en steeds opnieuw in de fout zijn gegaan." Het rijk betaalt voor tbs patiënten die na zes jaar nog niet zijn uitbehandeld nog slechts tweederde tarief. Belanden die patiënten 'voortaan op de goedkopere Long Stay afdeling?

“Je kunt niet zomaar iedereen naar de Long Stay sturen. Er is ook nog de rechtspositie van de patiënt. De grondslag van de tbs is toch dat tegenover opsluiting behandeling staat. De Raad voor de strafrecht toepassing is op dat punt ook erg kritisch over de Long Stay. Je moet met goede argumenten komen om aan te tonen dat een behandeling geen zin meer heeft. Er is altijd nog een advocaat, en een rechter die toetst."

Maar als u voor patiënten nog maar tweederde,van het geld krijgt, wordt het toch wel erg aantrekkelijk om patiënten naar die Long Stay door te schuiven?

"Door handig financieel beleid van onze instelling zijn er nu 58 patiënten voor wie we half geld krijgen, maar die we toch intensief behandelen. Als behandelaars koesteren wij onze autonomie. Wij bepalen wie therapie krijgt, niet de financiers. Er zijn ook andere manieren om te bezuinigen: efficiënter werken met minder mensen bijvoorbeeld."

U komt uit een boerengezin. Dat staat ver af van het leven in een tbs-kliniek?

"Toch zijn er ook veel overeenkomsten. Normaliseren, stabiliseren, zorgen dat er geen gekke dingen gebeuren, anders worden de beesten onrustig. Om zes uur s’ ochtends moest de melk aan de weg staan. Die ijzeren routine geldt in de kliniek ook. Patiënten ontlenen er stevigheid aan. Wij krijgen de zwaarste gevallen, dan kun je je niet permitteren om steeds opnieuw te onderhandelen."

Een moeilijke wereld om nuchter in te blijven?

"Een collega-directeur van me heeft enkele jaren geleden ontslag genomen, nadat een patiënt van hem tijdens proefverlof een moord had gepleegd. Ik begrijp zijn reactie. Toch denk ik altijd: wie moet dit werk anders doen? Het idee dat om zes uur de melk weer aan de weg moet staan wint het bij mij toch. Iemand moet die trein toch besturen."

44.1 ONTUCHTPLEGER HEEFT EVENZEER RECHT OP MENSWAARDIG LEVEN

Artikel uit de Volkskrant in forum van dinsdag 27 mei 2003 van de hand van Jos Poelmann. Poelmann is bestuurder van de Pompestichting Nijmegen, Instelling voor Forensisch Psychiatrische zorg.

Gedetineerden die levenslang zitten opgesloten, hebben recht op een menswaardige behandeling. Dat recht moet ook gelden voor ontuchtplegers, meent Jos Poelmann.

Advocaat Anker is onlangs een actie begonnen voor zijn cliënt Theo H., die al 43 jaar als tbs- gestelde is opgesloten in een kliniek. Theo. H. pleegde op jeugdige leeftijd (17 jaar) ontucht met minderjarigen en verviel na verpleging voor het laatst twintig jaar geleden in herhaling. Sinds die tijd verblijft hij nog steeds in de Van Mesdagkliniek in Groningen.

Een landelijke adviescommissie van justitie heeft vastgesteld dat Theo een Long Stay-patiënt is en heeft hem voorgedragen voor plaatsing in de gloednieuwe voorziening voor langdurende zorg in Nijmegen. De kans bestaat dat hij daar zijn dagen zal slijten tot de dood erop volgt. Nu is het plegen van ontucht met een minderjarige op zichzelf een misdaad waar ten hoogste een straf van zes jaar op kan volgen. Wanneer tijdens het proces het vermoeden bestaat van herhaling na straf, wordt terecht gedacht aan dwangverpleging en zo mogelijk behandeling in een tbs-kliniek. Aangenomen dat behandeling niet mogelijk is gebleken, ontstaat de volgende situatie: elke twee jaar moet de rechter opnieuw beoordelen of de tbs dient te worden verlengd. Zeker twintig maal moet Theo H. van de rechter te horen hebben gekregen dat de kans op herhaling zijn vrijlating in de weg staat. Inmiddels is de man volledig gehospitaliseerd; dat wil zeggen dat hij door langdurige opsluiting niet meer in staat geacht kan worden zelfstandig in de samenleving te verkeren. Dat is een feit.

Deze kwestie stelt de samenleving voor een moreel dilemma. Zelfs voor moord (bijvoorbeeld op een bekend politicus) zal de rechter niet snel 'levenslang' vonnissen; er zal dan tenminste sprake moeten zijn van een serie sadistische moorden met kans op herhaling. Voor het onzedelijk betasten van minderjarigen, hoe ongepast ook, zit iemand thans 43 jaar opgesloten. De verhoudingen zijn zoek. U hoort mij niet beweren dat ontucht lichtvaardig moet worden opgevat, maar het plegen van ontucht is een hardnekkig misdrijf (van alle tijden) en de praktijk in de Nijmeegse Pompe stichting wijst uit dat nogal wat plegers er lichter vanaf komen dan Theo H. Niet ongebruikelijk is dat degenen die voor het eerst ontucht hebben gepleegd door de rechter naar een voor het behandelen van zedendelicten gespecialiseerde polikliniek worden gestuurd. Dit voor een behandeling van bijvoorbeeld twee uur per week. Aan de Pompe stichting verbonden is zo'n polikliniek, waar toch jaarlijks zo'n vijftig zedendelinquenten (ontuchtplegers, aanranders) worden behandeld; Overigens niet zonder succes.

Zou Theo H. niet in 1960, maar in 2003 zijn eerste zedendelict hebben gepleegd (althans in de bij ons bekende vorm) dan zou hij mogelijk naar de polikliniek zijn gestuurd. Op een mogelijk recidiverende ontuchtpleger zit de maatschappij uiteraard niet te wachten.

Maar de vraag is of de samenleving een systeem in de lucht wil houden dat het mogelijk maakt dat ontuchtplegers voor het leven worden afgezonderd. Er moet onderscheid gemaakt worden tussen straffen voor gépleegde feiten en maatregelen om nieuwe delicten te voorkomen. Als we dat onderscheid niet maken en als we ontuchtplegers en vergelijkbare delictplegers in Nederland zo zouden behandelen als Theo H., dan -zou elke stad een eigen tbs-kliniek behoeven.

Het is jammer dat de overheid weinig oog heeft voor de creatieve oplossingen die zo nu en dan uit de praktijk geboden worden. Dat komt om dat er te vaak het verkeerde beeld is overgebracht als zou volledige opsluiting, achter muren en hekken, de enige manier zijn om iemand van recidiveren te weerhouden. Al jarenlang wijst de praktijk anders uit. Gebleken is dat een mens als Theo H. ook buiten een kliniek een redelijk menswaardig bestaan zou kunnen leiden, mits hem voldoende controle en toezicht wordt geboden. Zulke ervaringen, buiten de kliniek, worden al geruime tijd gedeeld tussen de tbs – klinieken.

Aan een aantal voorwaarden dient te worden voldaan: er moet een dwingend kader zijn voor dit toezicht en de maatregel tbs kan dit kader bieden. Onder dit toezicht kan een tbs-gestelde wonen aan de rand van of in de onmiddellijke omgeving van een kliniek, werken op een aan de kliniek verbonden werkplaats en in zekere mate voorzien in diens eigen levensbehoefte. Het noodzakelijke controlesysteem is een psychologisch cordon dat bestaat uit een dagelijkse vorm van risicotaxatie en management. Er dient vanuit gegaan te worden dat een mens contacten nodig heeft om een (zeden) delict te begaan en derhalve dienen met name de contacten die de tbs - gestelde legt nauwkeurig te worden gescreend. Toen de Pompe stichting te Nijmegen in 2000 initiatief nam tot de bouw van een Long Stay - voorziening, werd daarbij een plan ingediend voor de bouw van een tiental socio-woningen aan de rand van en buiten de metershoge omheining van het kliniekterrein; dit om plaats te bieden aan mensen zoals Theo H.

Dat plan was destijds onbespreekbaar. Minister en Tweede Kamer waren van oordeel dat Long Stay -patiënten per definitie een onmiddellijk gevaar zouden vormen voor de samenleving.

Van onze zijde werd betoogd dat het gevaar het gevolg is van gebrek aan toezicht en controle en mits goed uitgevoerd zijn onmiddellijkheid verliest.

Advocaat Anker vraagt om een menswaardige behandeling van zijn bijzondere cliënt. De Pompe stichting te Nijmegen betoogt dat mensen zoals H., na jarenlange afzondering niet meer terug kunnen in het hart van de samenleving, maar wel een menswaardig bestaan kunnen opbouwen in een goed controleerbare woonvoorziening tussen een tbs- kliniek en de samenleving in. Anker kan komen praten.

(Jos Poelmann is bestuurder van de Pompestichting Nijmegen, Instelling voor Forensisch Psychiatrische zorg.)

49.2 TBS VOOR MOORD IN DE MARWEI

Volkskrant 23 mei 2003

Door onze correspondent LEEUWARDEN, 23 mei.

De 29-jarige gedetineerde Bruno M. is gisteren door de Leeuwarder rechtbank conform de eis veroordeeld tot tbs met dwangverpleging wegens het opzettelijk neersteken van een 51-jarige activiteitenbegeleidsterop29januari jl. in de Leeuwarder gevangenis De Marwel. De verdachte is niet geschikt voor detentie, aldus de rechtbank, die hem om die reden ontslaat van alle rechtsvervolging.

Hoewel de verdachte ontoerekeningsvatbaar was, is het volgens de rechtbank niet aannemelijk dat hij niet wist dat hij de dood van de vrouw kon veroorzaken, toen hij meermalen met een beitel en schroevendraaier op haar instak. Hij deed dat nadat hij haar met een hamer op het achterhoofd had geslagen.

M. verklaarde tegenover een psychiater: "Er draaide iets in mijn hoofd, ik was ontzettend bang (..) Ze dreigde me met die tbs en die zaag."

Op de zitting verklaarde hij dat hij voelde dat hij zich moest verdedigen. Nadat hij de vrouw had neergestoken zei M. tegen een medegedetineerde: "Ik heb die vrouw vermoord." De rechtbank leidt hieruit af dat de man kon weten dat de dood van de gevangenismedewerkster het gevolg kon zijn van zijn handelingen. Volgens de rechter heeft het delict "een enorme impact' gehad op het gezin van het slachtoffer, haar familie en collega's.

M. lijdt aan paranoïde vorm van schizofrenie en was psychotisch. De kans op herhaling is groot, aldus psychiaters. Daarom wil de rechtbank hem zo snel mogelijk op een sterk beveiligde afdeling van een tbs-kliniek plaatsen.

M. was eerder al tot achttien maanden cel en tbs veroordeeld wegens poging tot doodslag op zijn vader.

M., die de Joegoslavische nationaliteit heeft en in 1994 naar Nederland kwam, zat in De Marwel in afwachting van plaatsing in een tbs-kliniek. Zijn advocaat, P. van der Vliet, gaat niet in hoger beroep. "In dat geval duurt het nog zes tot acht maanden eer hij naar een tbs-kliniek kan, terwijl hij volledig detentieongeschikt is. Zelf wil hij ook graag zo snel mogelijk behandeld worden."

Artikel uit BN/DeStem van 12-12-2001

49.3 Weer eis van zes jaar en tbs voor moord Sabrina

Van onze verslaggever

Woensdag 12 december 2001 - BREDA/ROOSENDAAL - Ook na een derde onderzoek naar de psychische gesteldheid van de Roosendaler O.C. blijft de eis dezelfde: zes jaar cel en tbs met dwangverpleging voor de moord op Sabrina Smit.

In het nieuwe onderzoek wordt, net als in eerdere onderzoeken van de 26-jarige Roosendaler, geconcludeerd dat een langdurige behandeling van de man noodzakelijk is. Kans op herhaling wordt groot geacht. Tbs met dwangverpleging zijn voorwaarden om dat te voorkomen.
C. kon tijdens de eerdere rechtszitting geen verklaring geven waarom hij zijn vriendin had omgebracht. Onder invloed van cocaïne had hij haar keel dichtgeknepen en zijn vriendin met een aantal messteken in de hals en de borst om het leven gebracht.
C.'s raadsman meende twee maanden geleden dat de gedragsdeskundigen in hun rapporten de verkeerde conclusies hadden getrokken, omdat ze van onjuiste feiten uitgingen. In het nieuwe onderzoek wordt bevestigd dat tbs met dwangverpleging noodzakelijk wordt geacht. Uitspraak 21 december.

44.4 Pieter Baan Centrum / Het observeren is begonnen
door Louis Cornelisse
2003-02-25

Het Pieter Baan Centrum is onderwerp van discussie. Slimme beklaagden, zoals Volkert van der G., zouden de psychiaters om de tuin kunnen leiden, door zich normaler en juist minder normaal voor te doen dan zij zijn. Een portret van de forensische onderzoekskliniek die onder alle pressie stoïcijns blijft.

Het Pieter Baan Centrum (PBC), de justitiële psychiatrische observatiekliniek in Utrecht, trotseert al vanaf de oprichting in 1949 aanvallen van buitenaf. En houdt vast aan aan de -beproefde- standaardprocedure. Zoals nu weer bij de plaatsing van de verdachte van de moord op Pim Fortuyn, Volkert van der G., begin dit jaar.

Op het moment dat Van der G. goed en wel was gearriveerd, eiste minister van justitie Donner dat hij iedere seconde in de gaten gehouden zou worden. Het PBC weigerde 's nachts permanent met camera's toezicht te houden. Een observandus, zoals een gedetineerde in het PBC wordt genoemd, moet ook momenten hebben dat hij zich niet bespied voelt.

Of het nu om Van der G. gaat, de Groningse lustmoordenaar Willem van E., of Jan S. die zijn buurmeisje Chanel Naomi Eleveld gruwelijk verkrachtte voor hij haar ombracht: het PBC wijkt niet van de procedure af. Het centrum blijft volgens het eigen recept de geestesgesteldheid van verdachten onderzoeken.

Wie op verzoek van de rechtbank bij de poort van de Utrechtse kliniek wordt afgeleverd, krijgt bij binnenkomst te maken met de badmeester. In bad hoeft de observandus niet, de badmeester onderzoekt het lichaam en de kleren op contrabande en kijkt of de nieuweling bij het uitkleden schichtig is, in zichzelf mompelt, zich macho gedraagd. Niets blijft onopgemerkt, alles wordt vastgelegd. En dat zal zo blijven gedurende de zeven weken dat de observandus in het PBC werkt, eet, sport, loopt, zit en zwijgt.

Een heel team wacht de nieuwkomer op. Hetzelfde viertal (psychiater, psycholoog, maatschappelijk werker en groepsleider) zal aan het eind van het verblijf een oordeel vellen over 'de persoon van de verdachte'. Het team weet dan al aardig wat van de observandus. Het straf- en het persoonsdossier zijn gelezen, evenals eventuele eerdere psychiatrische rapporten. Ook het 'omgevingsrapport' van de maatschappelijk werker is bekend. Daarin staan verklaringen van mensen die de verdachte kennen of gekend hebben.

Na binnenkomst worden naast de regels die in een Huis van Bewaring gelden, ook de speciale voorschriften in het PBC duidelijk gemaakt. Zoals: Over het gepleegde delict wordt met andere gedetineerden niet gesproken.

Dr. Marijke Drost, tot voor kort geneesheer-directeur in het PBC: ,,Er wordt ook meegedeeld dat medewerking nodig is om een goed rapport te maken. Hoewel dat niet doorslaggevend is om tot een oordeel te komen.'' Uit ervaring weet de psychiater dat van zestig procent van de weigeraars toch een rapport kan worden opgemaakt. ,,Verdachten die niet willen meewerken hebben vaak niet in de gaten dat ze graag over zichzelf vertellen en dat die gesprekken van belang kunnen zijn voor het rapport'', zegt Drost.

De gedetineerde gaat naar een groep in een van de vier afdelingen. In een groep zitten maximaal acht observandi. Drost: ,,Voor sommigen is zo'n groep te groot. Het zou goed zijn als er meer variatie mogelijk is. Er zijn observandi, voor wie het beter is als ze zich kunnen terugtrekken en zo nu en dan in de groep komen.'' Voor Volkert van de G. is geen speciale groep geformeerd. ,,Voor een speciale behandeling is nog geen ruimte. Als de groepsleiding merkt dat een gedetineerde een slecht-nieuws-telefoontje heeft gehad, kun je hooguit zeggen: Blijf jij maar een paar uur je cel.'' Maar er moet wel geobserveerd worden.

Tijdens het verblijf worden naast specifieke sessies, zoals gesprekken met de psychiater, doorsnee bajesactiviteiten georganiseerd. Het verschil met een gewone gevangenis is, dat de groepsleiding meedoet en observeert. ,,Dat kan heel beangstigend zijn voor de observandus'', heeft Drost ervaren. Vooral omdat het observeren onopvallend gebeurt. Bijna iedere gedetineerde in het PBC vraagt zich na een tijdje af: Wanneer beginnen ze eigenlijk?''

Uit een potje volleybal kan het observatieteam een schat aan indrukken halen. Drost: ,,Kan de observadus omgaan met spelregels, kan hij tegen zijn verlies, accepteert hij het gezag van de scheidsrechter, speelt hij in z'n eentje?''. Hetzelfde geldt voor andere, heel gewone handelingen, zoals het gezamenlijk eten. Wordt zonder een woord te zeggen de maaltijd genuttigd? Wordt zonder rekening te houden met de anderen alles in één keer op het eigen bord geschept? Of wordt het eten afgeschermd en in een ijltempo naar binnen geschrokt?

Het Pieter Baan Centrum is ervan overtuigd dat het vrijwel onmogelijk is het observatieteam in het ootje te nemen. Vanzelfsprekend zijn er verdachten die proberen zich zo normaal mogelijk voor te doen, om te voorkomen dat het PBC adviseert tot een opname in een TBS-kliniek. Ze vrezen eenmaal binnen nooit meer uit een TBS-kliniek te komen, omdat de behandelaars vrijlating niet verantwoord vinden. De categorie die 'normaal' gedrag veinst, gokt erop dat het PBC oordeelt dat de verdachte volledig toerekeningsvat was tijdens het plegen van het delict. Ze nemen op de koop toe dat ze een zware celstraf opgelegd krijgen; daar komt tenminste een eind aan.

Andere gedetineerden trachten juist een verminderde toerekeningsvatbaarheid te scoren. Die denken de behandelaars in de TBS-kliniek te kunnen overtuigen, dat ze tijdens het plegen van het vergrijp inderdaad aan een ziekelijke stoornis leden, en dat ze na therapie zonder gevaar terug kunnen keren in de maatschappij. De moordenaar van Gerrit-Jan Heijn, Ferdi E., beweert dat hij bewust het TBS-traject heeft gekozen.

Drost gelooft er niets van dat het PBC in zulke toneelstukjes trapt. ,,Iemand die geestelijk gezond is, houdt normaal gedrag inderdaad vol. Iemand met een stoornis kan dat niet opbrengen. Die heeft dat ziekelijke patroon niet in de hand, want dat is sterker dan hijzelf.'' Bij de psychiater kan de verdachte zijn best doen over te komen als een evenwichtige figuur. Maar bij het paaltjesvoetbal gaat hij vervolgens helemaal uit zijn dak als voor de zoveelste keer zijn paaltje omgaat.

De observandus wordt regelmatig uit de groep gehaald. Voor gesprekken, maar ook voor bezoeken aan de psycholoog die intelligentie en ontwikkeling test. Ook ondergaat de verdachte een neurologisch onderzoek. Daarbij wordt gekeken of er sprake is van een hersenafwijking. De internist doet een algemene bodycheck en kijkt of er aanwijzingen zijn voor kwalen als suikerziekte of epilepsie. Dat zijn afwijkingen die een rol gespeeld kunnen hebben bij het plegen van het delict.

Een bijzondere rol in het observatieteam is weggelegd voor de jurist. Deze heeft de rol van teamchef die de specialisten en groepsleiding achter de broek zit met verslagen te komen. Op afstand kijkt een bijzondere figuur toe, de PP'er: de proces psychiater. De PP'er is een onafhankelijk coach, die de observatie kritisch volgt en commentaar geeft. Drost noemt een voorbeeld: ,,Zo kan een PP'er vragen of de conclusies niet voortkomen uit antipathie jegens de verdachte. Want neem van mij aan: er zitten heel nare karakters bij.''

Aan het eind van de zeven weken wordt het rapport met de verdachte doorgenomen. In totaal worden er zo'n 220 onderzoeken per jaar in het PBC gedaan. In meer dan de helft van de rapporten wordt iets anders dan TBS met dwangverpleging geadviseerd. In die zaken wordt de rechters aangeraden de verdachte te laten behandelen in een dagbehandeling of op te nemen in een gesloten psychiatrisch ziekenhuis.

Als de verdachte 'ontoerekeningsvatbaar' wordt verklaard zijn er vijf gradaties waaruit gekozen kan worden: volledig, enigszins, verminderd, sterk verminderd en ontoerekeningsvatbaar. De grootste categorie -zo'n vijftig procent- wordt verminderd toerekeningsvatbaar beoordeeld. De rechtbanken nemen in 95 procent van de gevallen het rapport van het PBC over.

Een mooie score, vindt ook Drost. ,,Het is alleen gek dat het PBC geen zicht heeft hoe de adviezen uitpakken. Er wordt nooit teruggerapporteerd. Dat zou toch nuttig en leerzaam zijn. Maar in feite gooi je het rapport in een donker gat.'' Er is door het PBC wel een voorzichtige poging gedaan in kaart te brengen hoe het onderzochten is vergaan na een veroordeling tot TBS met voorwaarden. Drost: ,,Daarvan waren er in een jaar 22. Drie bleken echt behandeld. In de overige gevallen durfden klinieken veroordeelden niet op te nemen, uit angst voor onveiligheid, Of de betrokkene weigerde alsnog mee te werken. Ja, dan houdt het op.''