We hebben 215 gasten online

Selectie uit vragen en opdrachten deel 2 Strafrecht in historie

Gepost in Strafrecht in Historie

 

p.125

1.    Waarom werd de misdadiger zonder proces opgehangen?

2.    Mocht dit wel?

3.    Wat is een bloedvete?

4.    Bij wie berustte de verantwoordelijkheid van een misdaad?

5.    Welke rol speelde het ‘ Weergeld ‘?

6.    Aan welke regels is de bloedvete gebonden?

7.    Wat streefde de Kerk na?

8.    Wie paste de bloedvete het meeste toe?

p.126

1.    Wat is het ‘ ding ‘?

2.    Van welk principe ging men rond 720 uit?

3.    Wat was de taak van de voorzitter?

4.    Hoe kon de waarheid naar voren komen?

5.    Waaruit bestond de straf?

6.    Wat waren de zwaarste straffen?

7.    Waarom werden Balderik en Adela veroordeeld?

8.    Welke straf kregen ze opgelegd?

9.    Welke veranderingen werden er in Staveren doorgevoerd begin 12e eeuw?

p.127

1.    Welke rol kregen de schepenen?

2.    Welk recht heeft de schout?

3.    Welk recht  de schepenen?

4.    Waarom werd Jan Dukelaerszoon veroordeeld?

5.    Wat deed men meestal met een verdachte?

6.    Omschrijf zijn straf!

7.    Wat voor pijnlijks lag er voor Jan nog in het verschiet?

p.128

1.    Waarom besloot de landsvrouwe tot vrijspraak?

2.    Wat hield het kerkelijk asielrecht in?

3.    Waarom werd het op 6 mei 1478 afgeschaft?

p.129

1.    Wat is een ketterse vrouw?

2.    Wat is de inquisitie?

3.    Wat probeerde men tegen te gaan?

p.130

1.    Waarom werden de Wederdopers voor het gerecht gebracht?

2.    Tot welke straf werden de ouders veroordeeld?

p.131

1.    Waarom gebruikte de baljuw tortuur?

p.132

1.    Wat zijn de Criminele Ordinantiën?

2.    Door wie werden ze ingevoerd en wanneer?

3.    Wat streefden ze na?

4.    Zullen de gewesten het hiermee eens zijn geweest?

5.    Waar greep men bij de Criminele Ordinantiën op terug?

6.    Wat was nieuw?

7.    Wat bevatte het formele strafrecht?

8.    Wat omvatte het materiele strafrecht?

9.    De nadruk ligt op het proces extraordinarius. Leg deze procesvorm uit.

10.  Wat betekende dit voor de verdachte?

11.  Welke procesvorm bestond er voor deze herziening/

12.  Omschrijf deze procesvorm.

13.  Wat was het eigenaardigste van deze procesvorm?

14.  Wie gingen als eerste over op het inquistionaire strafproces?

15.  Noem de voornaamste kenmerken van het inquistionaire strafproces.

16.  Wat was het bewijsmiddel bij uitstek

p.133

1.    Wat werd er in de codificatie van Friesland opgenomen?

2.    Welke eenheid van recht bestond er al onder Karel de Grote?

3.    Waardoor ontstond er daarna redelijke uniformiteit?

4.    Wie mocht overtredingen behandelen en wie misdrijven?

1.   Wanneer werd het eerste tuchthuis in de Republiek geopend voor mannen en wanneer voor vrouwen

2.   De oprichting van tuchthuizen hing samen met een verandering in de opvatting over misdaad en straf. Toon dat aan!

p.134

1.   Er kwam kritiek op de tortuur. Waarom?

2.   In welk jaar kwam deze kritiek?

3.   Waarom streefde Jonktijs niet naar de totale afschaffing?

p.135

1.   Wat was het doel van het verbeterhuis?

2.   Het Rasp- en Spinhuis heeft een andere achtergrond. Welke?

3.   Waaruit blijkt dat de Verbeterhuizen alleen bestemd waren voor de hogere kringen?

1.   Waar sprak de magistraat van Gemert zich in 1663 tegen uit?

2.   Wat is een bruidschat?

3.   Hier werd het ook als straf opgelegd. Toon dat aan!

p. 136

1.   Wat zijn Sodomieten?

2.   Wat gebeurde er met verdachten die geen gehoor gaven aan een dagvaarding?

3.   Waarom werd het plakkaat uitgevaardigd?

4.   De sodomieten werden tot zondebok gemaakt.Waarom?

5.   Wat vind je van de zwaarte van de straf?

6.   Waarom zou dat in onze tijd absoluut niet kunnen?

p.137

1.   Kwam het vaker voor dat lijken als beklaagden werden opgevoerd?

2.   Welk eeuwenoud gebruik uit het Germaans recht gold hierbij?

3.   Wie diende de eigenlijke aanklacht in?

4.   Deze methode werd uiteindelijk afgeschaft. Er was echter een uitzondering. Welke?

p.138

1.   Welke vergaande beslissing nam de Bataafse regering in 1795?

2.   Waarom deed men dat?

3.   Waarom werd dit voor 1795 wel gedaan?

4.   Welke andere reden wordt in de laatste alinea genoemd?

1.   De Bataafse Republiek nam nog een andere beslissing.Welke en wanneer?

2.   Wanneer was er al kritiek op de pijnbank geuit?

3.   Wat was nu de directe aanleiding?

4.   Waardoor werd Beccaria’s ‘ Dei delitti e delle pene ‘ (Over misdaden en straffen) bekend?

5.   Wat bleef echter gehandhaafd?

6.   Was de afschaffing louter humanitair?

7.   Wat wordt verstaan onder de ‘ poenae extraordinariae?

p.139

1.   Waartoe leidde de afschaffing van de pijnbank?

2.   Over welke dwangmaatregelen kon men nu gaan beschikken?

3.   Wat is het verschil tussen moord en doodslag?

4.   Wat wordt zwaarder bestraft?

1.   Wat is zo bijzonder aan de dader?

2.   Van welke bende was de dader lid?

3.   Wat waren de kenmerken van deze bende?

4.   Wat werd door de rechters als verzachtende omstandigheid gezien?

p.140

1.   Wiens bestuur regelde het wetboek van het koninkrijk Holland?

2.   Wat zijn de voornaamste kenmerken?

3.   Was Napoleon het met dit wetboek eens?

4.   Welke bepaling gold t.a.v. de doodstraf?

5.   Welke straffen werden genoemd?

6.   Wat werd niet meer opgenomen?

7.   Waarom is het ‘ legaliteitsbeginsel ‘ van immens belang?

8.   Had de rechter bij de strafmaat nog voldoende ruimte?

9.   Waartoe spoort het wetboek de rechter aan?

10.Wie mocht alleen gratie verlenen?

1.   Wat hield het soeverein besluit in?

p.141

1.   Wanneer werd de doodstraf afgeschaft?

2.   Geef voorbeelden waaruit blijkt dat tussen 1811 en 1870 het strafrecht aan zienlijk werd gehumaniseerd.

3.   Welk ambt verviel nu? ( zie ook p. 168 t/m 170).

4.   Wat blijkt uit de laatste alinea?

1.   Waar was het ‘Goeie Mie’ om te doen?

2.   Toon aan dat ‘Goeie Mie’ behoort tot de grootste seriemoordenaars van Nederland?

p.142

1.   Wanneer ontstond een nieuw Wetboek van Strafrecht?

2.   Van welk beginsel gaat het wetsontwerp uit?

3.   Omschrijf de inhoud van het strafstelsel.

4.   Wie zagen de doodstraf graag weer opnieuw ingevoerd?

5.   Waar is de doodstraf door vervangen?

1.   Wanneer kan de rechter besluiten tot ontzetting uit de ouderlijke macht?

2.   Welke bepalingen bevatten het wetsontwerp van Cort van der Linden?

p.143

1.   Wat houdt TBR in?

2.   Waar werd tot dan toe onderscheid in gemaakt?

3.   Waar schoot het strafrecht tekort?

1.   Wat is de Coornhert Liga?

2.   Wat is een fundamenteel uitgangspunt?

3.   Waar moet het accent op komen te liggen?

4.   Wat zijn extramurale straffen?

5.   Waar pleitte men nog meer voor?

p.144

1.   Wat is een alternatieve straf?

2.   Voor wie werden deze nu ook mogelijk?

3.   Wat is het uitgangspunt?

4.   Sinds wanneer werd er al voor volwassenen mee gewerkt?

5.   Welk ongebruikelijk vonnis velde de Arnhemse politierechter in 1971?

p.147

1.   Hoe werd men weerwolf?

2.   Hoe zou het in onze dagen gaan?

p.148

1.   Hoe kijk je tegen deze bekentenissen aan?

2.   Waartoe werd hij veroordeeld?

1.   Wat is een auditeur militair?

2.   Wat deed men met de moordenaars?

p.151

1.   Wat valt op bij de  ‘ bekentenisse ‘ van Matthijs Schieffers?

2.   Wat werd als ‘ vrijwillige ‘ bekentenis beschouwd?

3.   Wat werd er ‘ vrijwillig ‘ bekend?

p.152

1.   Wat gebeurde er met de lichamen van de gehangenen?

2.   Wat is jouw mening over dit schouwspel?

p.153

1.   Hoe werden ernstige misdrijven bestraft?

2.   Hoe lichtere?

3.   Als men verbannen was, en men kwam binnen de banperiode terug, wat was dan hun lot?

4.   Waar werd men gedetineerd?

p.154

1.  Waarin werden prostituees opgesloten?

2.   Waarom waren er zoveel prostituees?

3.   Wat werd uiteindelijk bestemd als gevangenisgebouw en paleis van Justitie?

p.155

1.   Waar had de stadhouder zich aan schuldig gemaakt?

2.   Wat was Maastricht vooral?

3.   Hoe werden prostituees bestraft/ ( zie ook p.161/162).

p.157

1.   Wat zijn Wederdopers?

2.   Waarom werden ketters bestraft

p.158

1.   Wanneer werden de gewapende acties aanzienlijk versterkt?

2.   Wie was Hendrik Roll?

p.159/160

1.   Waartoe werden de ketters aanvankelijk veroordeeld?

2.   Hoe werd de doodstraf uitgevoerd?

3.   Hoe reageerde de Maastrichtse bevolking?

p.165 t/m167

1.   Hoe werden de feiten verkregen?

2.   Wat was de straf?

3.   Hoe werd buiten Amsterdam valsemunterij bestraft?

4.   Ging de executie vlekkeloos?

p.168 t/m 170

1.   Hoeveel executies had de laatste beul in totaal uitgevoerd?

Casus hedendaags strafrecht. Centraal hierbij staat vooral TBS.

p.173 t/m 183

1.   Schets de achtergrond van Michiel S.

2.   Waar wordt Michiel S. in 1981 voor het eerst voor veroordeeld?

3.   Hoe luidde in 1981 het vonnis?

4.   Wat weigerde Michiel S. en is dat toegestaan door de wet?

5.   Welke soorten verlof kent de van Mesdagkliniek?

6.   Wat adviseren de psychiaters in april 1987?

7.   Wat besluit de rechtbank in Zwolle?

8.   Hoe gedraagt Michiel S. zich na zijn terugkeer in de maatschappij?

9.   Wanneer komt de ware aard van een patiënt weer naar voren?

10.Welke kinderen worden achtereenvolgens weer het slachtoffer?

11.Hoe probeerde Michiel S. de politie op een dwaalspoor te brengen?

12.Wat leverde uiteindelijk het bewijs op de Michiel S. de dader moest zijn?

13.Hoe reageerde zijn werkgever en kennissen?

14.Hoe reageerden vervolgens de deskundigen?

15.Wat blijkt daaruit?

16.Wat verzoekt de advocaat van de verdachte?

17.Waarom gaat de rechtbank niet op het verzoek in?

18.Waarom brengt de rechter naast de 3 slachtoffertjes Ceriel Morrien ter sprake?

19.Hoe reageert Michiel S.?

20.Hoe luidt de visie van de zenuwarts?

21.Waarom was de verdachte agressief?

22.Wat is de visie en eis van de Officier van Justitie?

23.Welke methode past de raadsman toe?

24.Wat is de slotconclusie van de raadsman?

25.Vaak wordt gesteld dat seksuele delinquenten in hun jeugd ook seksueel zijn misbruikt dit ook zo bij Michiel S.

26.Welke straf kreeg Michiel S. in hoger beroep opgelegd?

27.Welke zaken heeft Michiel S. bekend?

28.Welke conclusie kun je daaruit trekken?

29.Welke kenmerken worden voor de meeste seriemoordenaars genoemd?

30.Welke fasen kent een TBS behandeling?

31.Welke 2 hoofddoelen heeft de TBS behandeling?

32.Welke conclusie wordt gegeven t.a.v. recidive van seksuele delinquenten

 

In de ronde van Witteman komen we nog uitgebreid terug op TBS aan de hand van het verhaal van enige TBS gestraften.

 

1.  Wat is jouw mening over TBS?

2.   Hoe kijk je aan tegen de mogelijkheid dat een tot TBS veroordeelde in vrijheid kan worden gesteld?

 

p.184 t/m 188  Twee vrouwen

1.   Wie heeft de moord op José Burbank gepleegd?

2.   De verdachte T. heeft al een lang strafblad. Zet alle zaken eens op een rij!

3.   Welke visie heeft de Officier van Justitie op TBS en proefverloven?

4.   Wat vraagt de officier zich fatsoenshalve af?

5.   Wat is de eis van de officier?

6.   Tot welke conclusie komt het Gerechtshof in Arnhem?

,

2e zaak in Groningen: proefverlof TBS gestrafte

1.   Waarvoor was Willem van der S. veroordeeld?

2.   Hoe lang was van der S. niet buiten de van Mesdagkliniek geweest?

3.   Wat voor jeugd heeft van der S. gehad?

4.   Waartoe heeft dat geleid?

5.   Wat is de conclusie van van Marle achteraf?

6.   Wat was de reactie van de schoonzus van het slachtoffer?

7.   Geef je eigen mening over deze zaak!

 

Verkrachters p.189 t/m/ 193

1.   Hoeveel verkrachtingen komen er per dag voor in Nederland?

2.   Hoeveel worden aangegeven?

3.   Hoeveel slachtoffers worden er daarna vermoord?

4.   Welke sport beoefende Ronald S. en hoe stond hij bekend?

5.   Waar werd hij van verdacht?

6.   Zie vragen op p.190 laatste alinea!

7.   Is verkrachting een seksuele misdaad of een geweldmisdaad?

8.   Omschrijf de driedeling van verkrachters volgens Nicolas Groth!

9.   Beschrijf de jeugd van Ronald S.

10.Wanneer kwam Ronald S. het eerst met Justitie in aanraking? En daarna?

11.Waar is Ronald S. nu?

12.Hoeveel keer is het misgegaan in de jaren tachtig en negentig?

13.Wie bepaalt of een TBS-er vrijkomt?

14.Hoeveel echt gevaarlijke  TBS-ers noemt van Marle?

15.Op welke 3 hoofdpunten is de behandeling gericht?

16.Waar draait alles om in het leven?

 

p.194/195 Moord op fysiotherapeute

1.   Hoe kwam de politie achter de waarheid?

2.   Hoe beleefden de beide jonge verdachten de uiteindelijke moord?

3.   Hadden Paul en Ralph een motief?

4.   Komen beide jongens nog in aanmerking voor het jeugdstrafrecht?

5.   Hoe beschouwden beide scholieren Pita N.?

6.   Welke rol vervulde Pita N. op de rechtzitting?

7.   Hoe oordeelt het psychiatrisch rapport over de scholieren?

8.   Hoe kijk jij daar tegenaan?

9.   Wat is de mening van de Officier van Justitie over de rol van de scholieren?

10.Wat is zijn eis?

11.Wat hebben de scholieren gemeen met andere verdachten?

12.Wat kan ter ontlasting van de scholieren naar voren worden gebracht?

13.Wat is eigelijk de rol van een psychiater in deze rechtszaak?

14.Waarom acht de psychiater TBS voor de scholieren niet nodig?

15.Wat vragen de verdedigers?

16.Wat adviseert de psychiater t.a.v. de hoofdverdachte?

 

p.196 t/m 201 De duivel en de bollenkweker

1.   Wat leek het eerst voor eenvoudige zaak te zijn?

2.   Wat trof men in Liens Bakkers bloed aan?

3.   Hoe kwam het toeval de rechercheurs te hulp?

4.   Hoe zag men Bakker?

5.   Waarom snapt zijn werkomgeving Bakkers daden niet?

6.   Wat is volgens zijn baas de enige rationele verklaring?

7.   Waarom deed Koos Bakker wat hij deed?

8.   Wat is de visie van de zenuwarts en het Pieter Baan Centrum?

9.   Hoe kijkt mr. Ebbink achteraf tegen deze zaak aan?

10.Wat werd tegen Bakker geëist?

11.Waar pleitte zijn raadsman voor?

12.Wat was de uitspraak van de rechtbank?

13.Zag de veroordeelde in dat hij terecht was veroordeeld?

14.Toon aan dat de verdachte in hoger beroep ‘ zijn ergste vijand ‘ was!

15.Wat eist Procureur Generaal Korvenius en waarom?

16.Wat was het vonnis van het Gerechtshof?

17.Wie zijn achteraf de slachtoffers?

18.Op welke basis kun je nog vertrouwen hebben in mensen? Geef jouw mening!

 

p.205 t/m 216 Recente publicaties praktijk strafrecht

 

p.205

1.   Wat is een wrakingverzoek?

2.   Wat was zeer opmerkelijk?

3.   Waaruit bestaat de Wrakingskamer?

 

1.   Waarom hield het O.M. de verklaring van de mentor buiten het dossier?

2.   Waarvan werd Lancee beschuldigd?

3.   Wie wordt beschuldigd van meineed en valsheid van geschrifte?

4.   Is dat niet verwonderlijk?

5.   Zie ook  p. 209 en 210!

 

p.206

1.   Wat zijn de I.R.T.-dossiers?

2.   Welke rol vervulde de Taartman?

3.   Welke rol vervuldehet koningskoppel in de I.R.T. zaak?

 

1.   Waarom waren de eisen zo hoog?

2.   Waren de verdachten al in beroep gegaan?

3.   Welke etnische achtergrond hadden de ‘ 2 bendeleden ‘?

 

p.207

1.   Welke zaken  worden op deze pagina aan de orde gesteld?

 

p.208

1.   Vind je het terecht dat de ‘ zingende politieman ‘ om eerherstel vecht? Verklaar je antwoord!

2.   Hoe denk je dat het hoger beroep afloopt?

 

1.   Mag je iemands plaats innemen?

2.   Leg uit: veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraf en 240 uur dienstverlening.

 

p.211 t/m 213

1.   Waarom worden de daders niet gestraft?

2.   Hoe kijk jij daartegen aan?

3.   Ben je evenals het C.D.A. voor toepassing van het strafrecht vanaf 10 jaar?

4.   Wat verstaan we onder ‘ sociale cohesie ‘?

5.   Wat is een onder toezichtstelling van het kind?

6.   Kun je spreken van toenemende criminaliteit onder kinderen?

 

p.214 t/m 216

1.   Wat is een E.B.I.?

2.   Wat is het doel van een E.B.I.?

3.   Hoe noemen we tegenwoordig een gevangenis?

4.   Wie bepaalt of een veroordeelde nog onder een E.B.I.- maatregel valt?

5.   Wie verblijven in Vught in de E.B.I.?

6.   Toch is er in de E.B.I. ook nog verschil in regime. Toon dat aan!

 

p. 217 t/m 219

1.    Waarom wordt er gesproken over ongewone zedenzaken?

2.    Van welke overtuiging gaat Veraart uit?

3.    Waarom is er sprake, volgens Veraart, van een onevenwichtigheidje  in de tijdgeest?

4.    Welke 4 categorieën onderscheidt Veraart in zijn boek ‘Valse Zeden’?

5.    Waar gaat zijn aandacht vooral naar uit?

6.    Hoe reageert ‘Opzij’ op Veraart’s boek?

7.    Wat is de reactie van de vrouwelijke officier van Justitie in Arnhem?

8.    Waarom wordt er zowel respectvol als met ergernis over Veraart gesproken?

9.    Hoe sta je tegenover valse aangifte?

10.  Ben je het eens met Veraarts visie t.a.v. de rol van man en vrouw? Geef argumenten.

p.220

1.    Wat constateert M.v.d. Hoeven?

2.    Waarom worden “grote zaken” binnen de kerken toegedekt?

3.    Welk voorbeeld geeft Prof.ds.A.v.d.Meiden?

p.222 t/m 225

1.    Wat doet de stichting “De Keursteen”?

2.    Waarvan werd een 76-jarige ouderling uit Urk verdacht?

3.    Waarvan beschuldigt van Hoeven de geestelijke autoriteiten?

4.    Wie behoren tot de streng gereformeerden?

5.    Waarop baseren deze gereformeerden zich, als zich conflicten voordoen?

6.    Waarom zorgt van Hoeven voor commotie?

7.    Hoe werd de term barmhartigheid toegepast?

8.    Toon aan dat de positie van vrouwen in gereformeerde kring anders is, dan in de rest van de samenleving.

9.    Waar schermt de dader mee?

10.  Wat vind je van de rol van de predikant in het Drentse Roden?

11.  Ben je het eens met de stelling:”er moet vertrouwen heersen op basis van het geloof”? Verklaar je antwoord.

12.  Wat wordt bedoeld met: de kerkgangers in die conservatieve kringen zijn “te goedgelovig”?

13.  Waar worden de ernstigste overtredingen gemaakt?

14.  Met welke argumenten verdedigde de man zich, die miljoenen verduisterde?

15.  Wat stellen de tegenstanders van van Hoeven?

16.  Tenslotte, geef nu je eigen mening ten aanzien van het voorafgaande.

 

p.226

1.    Waarom is vrijspraak in beginsel niet vatbaar voor cassatie?

2.    Wat is de enige manier voor de Hoge Raad om toch bij een vrijspraak in te breken?

3.    Waar gaat het bij de strafrechter in de eerste plaats om?

4.    Welke juridische knelpunten komen in aanmerking voor eventuele toetsing door de Hoge Raad?

5.    Beschrijf de Zaanse verhoormethode

6.    Welke belangrijke rol speelden de getuige-deskundigen?

7.    Naar aanleiding waarvan komt de rol van de getuige-deskundige ter discussie te staan?

 

p.227

1.    Hoe sta jij tegenover de toegenomen rol van getuige-deskundigen?

 

p.228/229

1.    Wat toonden Crombag, van Koppen en Wagenaar aan in “Dubieuze zaken”?

2.    Wat ontbreekt er?

3.    Waardoor is men een meer kritische houding gaan aannemen tegenover deskundigen?

4.    Waar is het conflictmodel wel in de rechtspraak ingebouwd?

5.    Waaraan ligt het dat dit in Nederland niet voorkomt?