We hebben 205 gasten online

Proefwerk Strafrecht in historisch perspectief 8 juni 2000

Gepost in Strafrecht in Historie

 4 Atheneum  Geschiedenis 2                                                                               Kant I

Strafrecht in historisch Perspectief Deel A

Proefwerk 8 juni 2000

Docent drs. J.W. Swaen

Dit proefwerk bestaat uit twee delen A en B. 

Deel A bestaat uit 40 multiple choice vragen. Er is steeds maar 1 antwoord goed. Vul de antwoorden in op het antwoordformulier.

De vragen moeten na afloop weer ingeleverd worden.

Vul allereerst je naam in.

Veel succes!!

Naam:

Klas:

Dit deel bestaat uit 40 Multiple Choice vragen

 

1.         Nederland is een rechtsstaat. Dit blijkt uit:

 

a)         de overheid heeft invloed op de rechtelijke macht

b)         de rechten van de burgers worden gewaarborgd

c)         er geen scheiding van machten is

d)         je zonder vorm van proces kunt worden vastgehouden

 

2.         Tot de grondrechten behoort NIET:

 

a)         Vrijheid van meningsuiting

b)         vrijheid van vereniging

c)         vrijheid van godsdienst

d)         vrijheid van strafrecht.

 

3.         Onder burgerlijke rechtspraak verstaan we:   

a)         beoordeling van misdrijven en overtredingen

b)         Sprake van een geschil tussen burger en overheid

c)         vorderingen uit arbeidsovereenkomsten

d)         regelt de geschillen tussen burgers onderling.

 

4.         Onder cassatierechtspraak verstaan we:

a)         een zaak die dient voor het kantongerecht

b)         een beroepszaak die dient voor het gerechtshof

c)         een zaak die leidt tot vernietiging van een vonnis en niet tot een wijziging

d)         een beroepszaak bij de arondissementsrechtbank

 

5.         Bij een strafproces staan tegenover elkaar

a)         De staat vertegenwoordigt door iemand van het Openbaar ministerie en de verdachte bijgestaan door een advocaat

b)         De gemeente tegenover de provincie

c)         De werkgever tegenover de werknemer bij een ontslagprocedure

d)         De burger en de ombudsman tegenover de Raad van State

 

6.         Onder rechtsorde verstaan we:

a)         De grondwet

b)         De jurisprudentie

c)         De grondwet en alle wetten die daarvan zijn afgeleid

d)         Het hele stelsel van wetten en verordeningen

 

7.         Wie staat bekend als de “ambtenaar van het Openbaar Ministerie”?

a)         deurwaarder

b)         raadsman van de verdachte

c)         rechter

d)         officier van justitie


8.         Administratieve rechtspraak wordt bedreven in:

a)         Staten Generaal

b)         Hoge Raad

c)         Arondissementsrechtbank

d)         Raad van State

 

9.         Wat is FOUT: Een rechter:

a)         is gebonden aan wetten

b)         dient onpartijdig te zijn

c)         wordt telkens voor 10 jaar benoemd

d)         staat onafhankelijk van de regering

 

10.       Jurisprudentie is vooral belangrijk voor:

a)         de rechtsprocedure

b)         de wetgeving inzake rechtsspraak

c)         de juridische bijstand

d)         het vonnis

 

11.       Welke rechtbank staat bekend als “appelrechtbank”?

a)         kantongerecht

b)         arondissementsrechtbank

c)         gerechtshof

d)         hoge raad

 

12.       We spreken van collegiale rechtspraak als:

a)         de griffier wordt bijgestaan door een rechter

b)         de officier van justitie gesteund wordt door de rechtbank

c)         de officier van justitie en de verdediger  tot dezelfde conclusie komen

d)         er door drie rechters recht gesproken wordt

 

13        Bijzonder aan de rechtspraak van de Romeinen was:

a)         Dat een verdachte zich niet meer kan verdedigen

b)         Dat een verdachte kan worden gestraft als hij zijn onschuld niet kan bewijzen

c)         Dat de rechten en plichten van de burgers in wetten werden vastgelegd

d)         De rechten en plichten waren voor elke bevolkingsgroep anders

 

14        De scheiding van de machten in de staat is een uitwerking van de ideeën van:

a)         Voltaire

b)         Condorcet

c)         Hugo de Groot

d)         Montesquieu

 

15        Cesare Beccaria schreef in 1764 een beroemd boek” Over misdaden en straffen” Hierin:

a)         was hij van mening dat marteling was toegestaan

b)         was hij voor de doodstraf

c)         vond hij dat straffen zo gekozen moesten worden dat zij indruk maakten

d)         sprak hij zich uit tegen de waterproef

 

16        In het accusatoire strafproces:

a)         zijn klager en beschuldigde gelijkwaardige partijen

b)         zijn klager en beschuldigde ongelijkwaardige partijen

c)         moet een beschuldigde zijn onschuld aantonen

d)         moet een klager de schuld van de beschuldigde aantonen

 

17        Het inquisitoire proces werd ingevoerd

a)         door de Romeinen

b)         in de Bataafse republiek

c)         in de Republiek der Nederlanden

d)         tegen het einde van de Middeleeuwen

 

18.       Wat hoort niet tot het inquisitoire proces?

a)         de rechter zoekt nu zelf naar de waarheid

b)         de bekentenis werd bepalend

c)         klager en beschuldigde waren gelijkwaardig

d)         de pijnbank werd ingevoerd

 

19        Een “Vierschaar” is

a)         een vierhoekig knipwerktuig

b)         een ingeperkte ruimte, waarbinnen de rechters zetelden

c)         een samenwerkingsverband van de boeren op het platteland

d)         een plaats waar gewoonterecht werd gesproken

 

20        Een baljuw was:

a)         de toepasser van tortuur

b)         de heffer van de stedelijke belasting

c)         heer van een gewest

d)         ambtenaar die toezag of de rechtspraak juist verliep

 

21        Voor 1795 was er in ons land

a)         een duidelijke scheiding tussen bestuur en rechtspraak

b)         waren bestuur en rechtspraak meestal niet gescheiden

c)         was er een scheiding van kerk en staat

d)         was er in de gewesten eenheid van rechtspraak

 

22        De raadspensionaris van de Republiek was:

a)         de hoogste ambtenaar van een gewest

b)         secretaris van de Staten Generaal

c)         Hoofd van het leger

d)         Voorzitter van de Generaliteitslanden

 

23        De Republiek was:

a)         een statenbond

b)         een eenheidsstaat

c)         onderdeel van Fillips bezittingen

d)         deel van het Habsburgse rijk

 

24.       In de acte van Seclusie werd beloofd:

a)         dat Engeland zeggenschap zou houden in de gewesten

b)         dat de Republiek Engeland zou steunen tegen Frankrijk

c)         dat Holland nooit meer een Oranje tot stadhouder of kapitein generaal zou benoemen

d)         dat de Republiek Frankrijk zou steunen tegen Engeland.

 

 

 

 

 

25.       een Zoenbrief is:

a)         een akte m.b.t. verzoening tussen twee partijen naar aanleiding van doodslag

b)         een akte waarin echtgenoten elkaar trouw beloofden

c)            een akte waarin werd afgezien van bloedwraak

d)         een akte waarin de straf tegen de verdachte werd uitgesproken

 

26        Generaliteitslanden zijn:

a)         landen onder bestuur van de stadhouder

b)         landen die onder direct toezicht stonden van de Staten Generaal

c)         landen die bestuurd werden door het leger

d)         landen die veroverd zijn door de Republiek

 

 

27        De bloedvete is:

a)         via een duel je gelijk krijgen

b)         zonder vorm van proces de doodstraf krijgen

c)         plicht van familieleden om de dood van een familielid te wreken

d)         een poging om “ weergeld “ te innen.

 

28        Kerkelijk asielrecht hield in:

a)         dat verbannen mensen hier toch mochten komen

b)         dat misdadigers op het kerkhof een vrijplaats vonden voor rechtsvervolging

c)         andersdenkenden in de kerk hun toevlucht konden zoeken

d)         dat getuigen door de kerk werden beschermd

 

29.       Onder inquisitie wordt verstaan:

a)         de kerkelijke rechtbank

b)         de toepassing van het burgerlijke recht

c)         de toepassing van het strafproces

d)         onderzoek door landelijke gezagsdragers

 

30        De Criminele Ordinantiën probeerde:

a)         afzonderlijk strafrecht te regelen in de gewesten

b)         het centrale gezag van Fillips II te versterken

c)         Willem van Oranje onder het strafrecht te laten vallen

d)         uniformiteit op het gebied van het strafprocesrecht in de 17 gewesten te brengen

 

31        Nieuw in de Criminele Ordinantiën was:

a)         de strikte scheiding tussen formeel en materieel strafrecht

b)         het opheffen van de scheiding tussen formeel en materieel strafrecht

c)         dat de verdachten er minder zware straffen door kregen

d)         dat de getuige en verdachte door de rechter werden gehoord

 

32        De nadruk in de Criminele Ordinantiën lag op

a)         het accusatoire strafproces

b)         het extraordinaire strafproces

c)         het kerkelijk strafproces

d)         het militaire strafproces

 

33        De Criminele Ordinantiën werden uitgevaardigd door:

a)         Willem van Oranje

b)         Karel V

c)         Fillips II

d)         Karel de Stoute

 

34        Een van de belangrijkste kenmerken van het inquistionaire strafproces is:

a)         de toepassing van tortuur

b)         het horen van getuigen

c)         schriftelijke verslaglegging

d)         de getuigeverklaring van de beschuldigde zelf

 

35.       Zet in de juiste volgorde:

a)         Criminele Ordinantiën, Code Penal, Crimineel Wetboek, Wetboek van Strafrecht

b)         Criminele Ordinantiën, Crimineel Wetboek, Code Penal, Wetboek van Strafrecht

c)         Crimineel Wetboek, Criminele Ordinantiën, Wetboek van Strafrecht, Code Penal,

d)         Code Penal, Crimineel Wetboek, Criminele Ordinantiën, Wetboek van Strafrecht

 

36.       Met de Bataafse regering wordt bedoeld:

a)         De regering van Napoleon

b)         De regering van de Bataven

c)         De regering van Lodewijk Napoleon

d)         De regering van de Fransen vanaf 1795

 

37.       Landschap zonder galg en rad werd doorgevoerd tijdens

a)         de bezetting door de Pruisische troepen

b)         de Bataafse regering

c)         Willem van Oranje tijdens de 80 - jarige oorlog

d)         Lodewijk de XIV

 

38        De tortuur werd definitief afgeschaft

a)         in de late Middeleeuwen

b)         bij de vrede van Munster

c)         bij de Pacificatie van Gent

d)         tijdens de Bataafse Republiek

 

39        Tot ontheffing uit de ouderlijke macht kan besluiten

a)         de officier van justitie

b)         de advocaat

c)         de griffier

d)         de rechter

 

40.       de Coornhert liga heeft als doel:

a)         de bestrijding van de jacht op de Hoge Veluwe

b)         omvorming van het strafrecht

c)         afschaffing van het strafrecht

d)         ontplooiing van ieder mens.

 

 

4 Atheneum Geschiedenis 2

 

Strafrecht in historisch Perspectief Deel B

Proefwerk 8 juni 2000

Docent J.W. Swaen

 

 

Dit schoolonderzoek bestaat uit twee delen A en B.

 

Deel B bestaat uit opdracht A en B

De vragen moeten na afloop weer ingeleverd worden. Beantwoord de vragen in correct Nederlands.

 

Vul allereerst je naam in.

 

Veel succes!!

 

Naam:

Klas:

Deel B

Opdracht A

Twaalf jaar cel voor balpenmoord  uit NRC Handelsblad

 

ROTTERDAM, 14 OKT.

Een 25‑jarige man uit Leiden is gisteren door de rechtbank in Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar wegens moord op zijn  moeder. Volgens de rechtbank heeft de Leidenaar zijn moeder vermoord door met een kleine kruisboog een balpen in haar oog te schieten. De officier had vijftien jaar geeist. Op 25 mei 1991 werd in Leiden het stoffelijk overschot gevonden van de 53‑jarige M.V.T. Sectie door het gerechtelijke                  laboratorium in Voorburg leidde tot de vondst van een zwarte Bic‑ballpoint in de rechteroogkas. De pen was van buitenaf niet zichtbaar. De ballpoint was door een ooglid geboord en diep in de schedel doorgedrongen. Forensische onderzoekers sloten de mogelijkheid van een ongeval niet uit. De oogarts en hoogleraar J. Worst uit Haren hield het voor mogelijk dat het slachtoffer zich tijdens een val heeft gespiest op de pen die zij in haar hand hield. De verwonding van de vrouw was volgens de hoogleraar geheel in overeenstemming met de 'valincidenten' die hij had bestudeerd.

Toch ging de politie van meet af aan uit van moord. In 1991 werd tegen de echtgenoot en de drie kinderen van het slachtoffer een gerechtelijk vooronderzoek geopend. Dit onderzoek werd aanvankelijk afgesloten zonder dat bewijs werd gevonden dat een van de familieleden betrokken zou zijn geweest bij de moord.

Omdat de familieleden vonden dat zij onheus waren behandeld door de politie dienden zij een klacht in bij de Nationale Ombudsman. De politie had de familieleden onder meer verzuimd te vertellen dat zij niet als getuigen werden gehoord maar als verdachten. De Ombudsman stelde de familie in het gelijk.

Nadat een anonieme informant bij de politie dit jaar had verklaard dat zij van de zoon van het slachtoffer had gehoord dat hij zijn moeder 'met een kleine kruisboog' had gedood, werd het onderzoek heropend. De anonymus gaf uiteindelijk aan bereid te zijn een getuigeverklaring af te leggen, onder voorwaarde van strikte anonimiteit. Zij werd tijdens de terechtzitting door de rechtbank achter gesloten deuren gehoord. De getuige, die therapeute van de verdachte was, verklaarde dat haar client haar had verteld: "Mijn mammie was stout, dat zij dood is, is mijn schuld." Op haar vraag 'Heb jij dat gedaan?' zou de verdachte met 'ja' hebben geantwoord. De therapeute werkt volgens de relationeel emotieve trainingswijze (RET), een vorm van gedragstherapie.

Bij de vereniging van gedragstherapeuten wijst bestuurslid T.van der Schoot op de geldende geheimhoudingsplicht voor psychotherapeuten. Slechts onder nauw omschreven voorwaarden, zegt hij, mag een therapeut zich van zijn geheimhoudingsplicht ontheven weten. Volgens Van der Schoot is de eerste voorwaarde dat alles in het werk moet zijn gesteld om toestemming van de cliënt te verkrijgen de uit de behandeling verkregen kennis aan derden kenbaar te maken. In het geval van de 25‑jarige Leidenaar was dit niet gebeurd.

 

Ook over het waarheidsgehalte van de gegevens, die tijdens een therapie naar boven zijn gekomen, heeft Van der Schoot zijn bedenkingen. "Het is betreurenswaardig dat een psychologisch feit, zoals zich dat tijdens een therapie voordoet, wordt vermengd met een juridische werkelijkheid." Te bepalen wat in een therapie waarheid is, is volgens hem "een onmogelijke kwestie". Volgens de rechtbank was de verklaring van de therapeute echter zowel wettig als overtuigend.

 

Volgens een woordvoerder van een RET‑centrum in Haarlem kan iedereen de relationeel emotieve training geven. »Het is geen beschermde titel." De getuige staat ook niet als erkende therapeute ingeschreven bij het ministerie van VWS.

De rechtbank is bij de beoordeling van het bewijsmateriaal ook voorbij gegaan aan de stelling van oogarts Worst dat het onmogelijk is om met een kruisboog een Bic‑ballpoint zo diep het oog in te schieten dat tot aan de schedel hersenweefsel wordt verscheurd. Volgens de oogarts levert een handkruisboog daarvoor onvoldoende energie. "Zelfs bij een  contactschot, vlak tegen het oog, verliest een zo licht object als een ballpoint snel energie vanwege de weerstand van ooglid en oog."

De verdediging heeft hoger beroep aangetekend.

Beantwoord de volgende vragen

 

A1.      Welke rechtbank wordt bedoeld met de rechtbank?

A2.      Tot welke straf werd de 25 jarige veroordeeld en was dat ook de eis van de officier van justitie.

A3.      Wie vertegenwoordigt de Officier van Justitie

A4.      Zou het ook een ongeval kunnen zijn geweest?

A5.      Wat is een gerechtelijk vooronderzoek en wie voert dit uit?

A6.      Waarom schakelde de familie de Nationale Ombudsman in?

A7.      Moet een therapeut zich aan de geheimhoudingsplicht houden? Verklaar je antwoord!

A8.      Wat blijkt uit de laatste alinea?

A9.      Waarom heeft de verdediging hoger beroep aangetekend?

Opdracht B

Schadevergoeding voor 'balpenzaak'

ROTTERDAM, 26 JULI 1996

De 26‑jarige student Jim T. uit Leiden, die in april werd vrijgesproken van de 'balpenmoord', heeft van het openbaar ministerie een schadeloosstelling gekregen voor de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. "Het geschil      met de justitie en politie is in der minne geschikt", aldus de vader van de student. Het OM noch de familie T. wil zeggen hoe hoog de schadeloosstelling is.

Het Haagse gerechtshof sprak T. dit jaar vrij van moord. Het hof achtte niet bewezen dat T. zijn moeder met een kruisboog een balpen in het oog had geschoten, waardoor zij om het leven kwam.

Tegen T. was door de procureur‑generaal vijftien jaar gevangenisstraf geëist.

De 53‑jarige moeder van T. werd in 1991 dood aangetroffen in haar woning. Na lijkschouwing bleek zij een Bic‑ballpoint in haar hoofd te hebben, die via het oog was binnengedrongen. Ofschoon forensische onderzoekers van meet af aan de mogelijkheid van een ongeval niet uitsloten, ging de Leidse politie uit van moord.

Op verdenking van moord werd in juni 1991 een gerechtelijk vooronderzoek geopend tegen de voormalige echtgenoot van het slachtoffer, zijn twee dochters en zijn zoon. Dit onderzoek werd in 1992 door de politie zonder resultaat afgesloten. De familie diende een klacht in bij de Nationale Ombudsman omdat hen tijdens de politieverhoren niet was verteld dat zij als verdachten werden beschouwd. Eind december 1993 stelde de Nationale Ombudsman de familie in het gelijk.

In augustus 1994 werd door de politie het onderzoek heropend, nadat twee mensen naar de politie waren gegaan met voor Jim belastende verklaringen. In oktober 1995 werd Jim door de Haagse rechtbank tot twaalf jaar celstraf veroordeeld voor moord op zijn moeder. De rechtbank veroordeelde T. vooral op basis van de verklaring van de anonieme therapeute.

Voor de beroepsvereniging van psychologen loopt nog een klacht tegen een voormalige therapeute van Jim T. Zij legde als anonieme getuige belastende verklaringen tegen hem af. Volgens Jim T.'s vader kan de familie na de schadeloosstelling weer langzaam de draad van een normaal bestaan oppakken".

Beantwoord de volgende vragen

 

B1.      Hoe liep de “Balpenzaak” af?

B2.      Hoe kwam het Haagse gerechtshof tot haar uitspraak?

B3.      Toch had de Procureur-Generaal nog vijftien jaar geëist. Waarom?

B4.      Wat is voorlopige hechtenis?

B5.      Waarom gaf het Openbaar ministerie aan Jim T. een schadevergoeding?

B6.      Wat is je eindoordeel over deze zaak?

Opdracht C

 

C1.      Aan wie wordt meestal TBS opgelegd?

C2.      Door wie wordt TBS opgelegd?

C3.      Welke fasen kent een TBS behandeling?

C4.      Welke 2 hoofddoelen heeft een TBS behandeling?

C5.      Seksuele delinquenten krijgen vaak TBS. Leidt dit tot resultaat. Verklaar je antwoord!

C6.      Wat is in dit kader proefverlof?

C7.      Hoeveel keer is proefverlof in de jaren tachtig en negentig misgegaan met TBS gestelde zedendelinquenten en wat was het gevolg?

C8.      Wie bepaalt of een TBS-er vrijkomt?

 

Opdracht D

 

Uit de Volkskrant

Hoofd van Pompekliniek:

Automatisme in tbs-straf doorbreke

NIJMEGEN, 28 APRIL 1998-06-19

 De maatregel van ter beschikkingstelling (tbs) moet drastisch worden herzien. Veroordeelden die tijdens het plegen van een misdrijf verminderd of geheel ontoerekeningsvatbaar waren moeten niet meer ongevraagd tbs opgelegd krijgen.

Dit bepleit het hoofd behandelteams van de Pompekliniek in Nijmegen, klinisch‑psychologe Y. van den Berg‑Lotz, vanmorgen in het dagblad Trouw. Veroordeelden moeten volgens haar de therapie 'verdienen' en vanuit hun gevangenschap naar een behandeling ‘solliciteren'.

Van den Berg verwacht hiermee het vastgelopen tbs‑circuit weer open te breken. In een reactie distantieert de directie van de Pompekliniek zich van het pleidooi. "De uitspraken zijn á titre personnel gedaan", reageert algemeen‑directeur Poelmann. De tbs‑maatregel schiet zijn doel voorbij, schrijft Van den Berg. Teveel veroordeelden doorlopen het dure tbs‑traject louter in verzet of ontkenning. Gevolg is dat zodra tbs‑patiënten vrijkomen, ze aanlopen tegen de problemen waarvoor ze eigenlijk behandeld hadden moeten worden, constateert de psychologe. Om de behandeling succesvoller te maken, dienen volgens Van den Berg de rollen te worden omgedraaid. Niet de kliniek zou de patiënt over de streep moeten trekken, maar de patiënt zou moeite moeten doen om voor een behandeling in aanmerking te komen. Een tbs‑behandeling is vier keer zo duur als verblijf in de gevangenis.

Dat betekent, aldus Van den Berg, dat de rechter een verdachte die voor tbs in aanmerking komt tot een maximale gevangenisstraf moet veroordelen. Tijdens die opgelegde straf kan een veroordeelde dan proberen een behandeling te krijgen door te solliciteren. De uitkomst van die sollicitatie zal afhangen van de motivatie, waarin de veroordeelde duidelijk maakt wat hij dan wel wil veranderen aan zichzelf. Voor psychopaten is volgens het plan van Van den Berg in de tbs‑kliniek geen plaats meer.

De afgelopen maanden is er maatschappelijke onrust ontstaan over de tbs‑maatregel, onder meer na enkele ontsnappingen. Ook werd vanochtend bekend dat een 42‑jarige tbs‑veroordeelde door een vormfout bij Justitie op vrije voeten is gekomen. Het ministerie verzuimde tijdig de tbs‑maatregel te verlengen. Het ministerie ontkent dat ze tekort is geschoten. De man pleegde in 1996 tijdens een proefverlof een verkrachting. Hij werd daarvoor naast zijn dwangverpleging veroordeeld tot vijftien maanden cel. De vrijgekomen tbs'er zit momenteel bij zijn vriendin

Beantwoord de volgende vragen

D1.      Welke conclusie trekt Van den Berg m.b.t. het TBS circuit?

D2.      Hoe is de reactie van de Pompe kliniek?

D3.      Wat stelt Van den Berg voor als oplossing?

D4.      Wat is jouw mening over TBS. Verklaar je antwoord.

Antwoorden schoolonderzoek Strafrecht

Deel I meerkeuze vragen:

 

1.   a

2.   d

3.   d

4.   c

5.   a

6.   d

7.   d

8.   d

9.   c

10.b

11.c

12.d

13.d

14.b

15.c

16.d

17.c

18.a

19.d

20.c

21.b

22.d

23.b

24.b

25.a

26.c

27.a

28.b

29.a

30.c

31.b

32.d

33.c

34.a

35.d

36.d

37.c

38.b

39.a

40.d

41.a

42.b

43.c

44.d

45.b

46.d

47.b

48.d

49.d

50.b


ANTWOORDEN Deel B OPEN END VRAGE

A1

1.   De arondissementsrechtbank

2.   Tot 12 jaar gevangenisstraf, de officier had 15 jaar geëist.

3.   Het openbaar ministerie

4.   Jazeker. In de tekst staat dat het slachtoffer zich ook d.m.v. een val kan hebben gespiest.

5.   Wordt gevoerd door de rechter commissaris en is bedoeld om vast te stellen of er wel voldoende bewijsmateriaal is om tot vervolging over te gaan.

6.   In verband met onheuse behandelingen door de politie.

7.   Jazeker, anders heeft de geheimhoudingsplicht geen zin.

8.   Dat de rechtbank voorbij is gegaan aan bewijsmateriaal waaruit duidelijk bleek dat het onmogelijk is om met ene kruisboog diep in het oog te schieten met een Bic-ballpoint.

9.   De verdediging heeft hoger beroep aangetekend  omdat ze van mening is dat deskundigen onvoldoende zijn gehoord. Ze willen vrijspraak.

 

A2

1.   Jan T. werd vrijgesproken

2.   Het Haagse gerechtshof achtte niet bewezen dat T. zijn moeder met een Kruisboog een balpen in het oog had geschoten, waardoor zij om het leven kwam

3.   De procureur generaal vond wel dat er genoeg bewijsmateriaal aanwezig was om 15 jaar te eisen

4.   Voorlopige hechtenis houdt in dat de verdachte in de gevangenis blijft tot en met het einde van het proces

5.   Dim T. kreeg een schadevergoeding omdat hij ten onrechte in voorlopige hechtenis was gehouden

6.   Persoonlijke mening

 

B1

1.   TBS wordt opgelegd aan diegenen die geestelijk niet in orde zijn

2.   Door de rechter

3.   1. de eerste twee jaren gaat het vooral om het motiveren tot behandelin2.losmaken van de frustraties3.voorbereiden op terugkeer in de maatschappij

4.   Het aanleren van ander gedrag en het voorkomen dat iemand gevaarlijk wordt

5.   Vallen vaak in dezelfde fouten en zijn moeilijker te behandelen(hormonen) 40%recidiveerd binnen vijf jaar

6.   een TBS mag naar gunstig advies op proefverlof om te kijken of hij goed in de maatschappij kan functioneren

7.   3 x moord

8.   de rechtbank


B2

1.   Het is vastgelopen en moet worden herzien(veroordeelden moeten therapie verdienen

2.   De Pompekliniek distantieert zich van het pleidooi

3.   De patiënt dient zelf moeite te doen om voor behandeling in aanmerking te komen. Hij moet ernaar solliciteren

4.   Eigen mening. Zonder verklaring geen beoordeling

T

WAARDERING

 

A1)

1.    3

2.    3

3.    3

4.    3

5.    5

6.    3

7.    3

8.    5

9.    3

Totaal 31

 

A2)

1.    2

2.    3

3.    3

4.    4

5.    4

6.    5

 

Totaal  21

B1)

1.    3

2.    3

3.    4

4.    3

5.    3

6.    3

7.    2

8.    3

Totaal 24

 

B2)

1.    3

2.    3

3.    3

4.    5

 Totaal 14

 

Eindtotaal deel B: 31+21+24+14= 90 (+10 bonus) = 10

Reservevragen

Onderdeel C

Hoort bij tekst: Ook hof veroordeelt “zingende politieman”

1.   Tot welke straf was de “zingende politieman “veroordeeld  door de rechtbank

2.   Waarom kwam deze zaak voor het gerechtshof

3.   Het gerechtshof kwam tot een andere uitspraak dan de rechtbank. Waarom?

4.   Tot welke straf kwam het gerechtshof?

5.   Leg deze straf uit

6.   Wat betekent het vonnis voor de carrière van de politieman

Onderdeel D

Hoort bij tekst: Getuige-deskundigen steeds vaker conflicterend.

1.   In de eerste zin wordt gesproken over de aanklager. Wie is dat bij de gerechtshoven?

2.   Waarom kan er geen cassatie bij de Hoge Raad worden aangevraagd?

3.   Wat is nog de enige manier voor de Hoge Raad?

4.   Waarom werden de Haagse verplegers vrijgesproken

5.   Door wie werd dit aangetoond

6.   Beschrijf de Zaanse verhoormethode

7.   Welke rol spelen getuige deskundigen in een strafzaak? Geef een voorbeeld!

Onderdeel E  Hoort bij tekst Oplichting in religieuze vermomming

1.   Wat is het doel van stichting De Keursteen?

2.   Hoeveel klachten kwamen er gemiddeld per week binnen?

3.   Worden alle klachten aan justitie doorgegeven?

4.   Hoe handelt men binnen de orthodox-protestantse geloofsgemeenschappen bij “grote zaken”?

5.   Ben je het daar mee eens of oneens? Verklaar je antwoord!

Antwoorden Reservevragen

Tekst C

1.   Vijf maanden cel waarvan vier voorwaardelijk

2.   Er was hoger beroep ingesteld

3.   K werd vrijgesproken van seksuele intimidatie  van drie collega’s

4.   Twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf

5.   Twee maanden voorwaardelijk houdt in dat als de veroordeelde opnieuw in de fout gaat hij alsnog 2 maanden gevangenisstraf moet ondergaan(althans binnen de gestelde termijn)

6.   Hij wordt ontslagen

D.

1.   Procureur Generaal

2.   Omdat vrijspraak in principe niet vatbaar is voor cassatie

3.   De enige manier is dat het college tot de conclusie komt dat de vrijspraak “onzuiver ‘is. Dat hij is ingegeven door een onjuiste opvatting van de wet bij de lagere rechters

4.   Er was geen sprake van directe schuld en een onmiskenbaar oorzakelijk verband.

5.   Door de getuige-deskundigen de huisarts en de apotheker

6.   Door een communicatiedeskundige begeleide langdurige ondervraging met harde confrontaties

7.   Een steeds grotere rol en ze komen steeds meer tegenover elkaar te staan.(Leidse balpenzaak)

E

1.   Financiële onregelmatigheden in orthodox-protestants Nederland te bestrijden

2.   Dertien klachten per week

3.   Nee, een keer in de 14 dagen wordt er een klacht aan justitie doorgegeven

4.   “grote zaken” worden toegedekt binnen de kerken onder het mom van broederliefde.

5.   Persoonlijke mening geven

C)

1.    2

2.    2

3.   2

4.    2

5.    3

6.    2

 

D)

1.    2

2.    2

3.    3

4.    2

5.    2

6.    2

7.    4

E)

1.    2

2.    1

3.    2

4.    2

5.    4