We hebben 260 gasten online

Zelfingenomenheid en kokerdenken aan basis rechtelijke dwalingen

Gepost in Rechterlijke dwalingen

 Bron OPINIE, Wim Orbons in Volkskrant 21 september 2010

 Al aan het begin van het strafproces gaat het mis. Al bij het opmaken van hetproces-verbaal moeten de beste krachten zich laten gelden.

Rechterlijke dwalingen vinden vaak hun oorsprong in de zwakste schakel in het strafrechtproces: het proces-verbaal dat door de laagst opgeleide functionaris, de rechercheur, wordt opgemaakt. Aan de hand van dat verbaal, een basistaak voor iedere agent, bepaalt het OM de voortgang: seponeren of vervolgen.

Dat is fundamenteel fout. Aan het begin van een strafrechtproces moeten ‘zwaargewichten’ beoordelen of en hoe het vervolgingstraject verder zal verlopen. Dat is een methode die ook wordt gehanteerd in de militaire geneeskunde. Aan het front kijkt een hoogopgeleide arts het eerst naar de gewonden. Hij bepaalt wie het eerste naar de operatiekamer moet en wie middels een andere behandeling kans op overleven heeft.

Bij zwaardere strafdelicten moet bij het opmaken van een proces-verbaal een officier (en de advocaat van verdachte) aanwezig zijn om de kans op fouten te voorkomen. In onze pv-cultuur geldt een proces-verbaal als een wettig bewijsmiddel, maar dat bewijsmiddel blijkt in de praktijk vaak doordrenkt van feitelijke onjuistheden, onvolledigheden en interpretaties van de verbalisant: een vertekend beeld van de waarheid.

Ina Post werd veroordeeld op een bekentenis voor moord op de weduwe Kolstee in 1986 , die een dag later werd ingetrokken, met (vermeende) daderkennis. Daderkennis wijst weliswaar op daderschap, maar wanneer daderkennis (juiste) politiekennis is, is de conclusie omgekeerd: als de verdachte politiekennis mededeelt, is dat een goede reden om te veronderstellen dat politie die kennis heeft gelekt. Een bekentenis is dan van generlei waarde, hoezeer we geneigd zijn om te denken dat een bekentenis van een moord waar moet zijn.

In het recent verschenen boek De Ware Toedracht concludeert de hoogleraar wetenschapsfilosofie Ton Derksen dat politieagenten en juristen niet geschoold zijn in empirisch onderzoek. Zij gebruiken ‘alledaagse’ methoden van waarheidsvinding. En daarin zitten fouten opgesloten: het volharden in eigen geloof, het uitsluiten van toeval, overal bedoelingen achter zoeken, het verstand laten leiden door gevoelens, de neiging om alles ten gunste van je eigen scenario te interpreteren enzovoorts.

Eenmaal de verkeerde weg ingeslagen, wordt niet meer naar links of rechts gekeken. Alles wordt uit de kast gehaald voor het verkrijgen van een bekentenis. Dat zo’n bekentenis ook vals kan zijn, dringt niet door. Een bekentenis wordt gevierd als een overwinning (Ina Post), ontlastend bewijs wordt terzijde geschoven (Cees B., Schiedammer parkmoord) en het recht om te zwijgen wordt gestraft met opsluiting in een isolatiecel (Lucia de B., de Haagse verpleegster die is veroordeeld voor moord op haar patiënten).

Ook de aanwezigheid van een hoger opgeleide officier of advocaat is helaas geen garantie voor een juiste methode van het verhoor en weergave daarvan in een proces-verbaal. Zo denkt vrijwel iedereen te weten wanneer iemand liegt. Maar uit onderzoek blijkt dat het menselijk vermogen om leugenaars te herkennen rond de 50 procent ligt. Daarnaast zijn onderzoeksmethoden, logica en statistiek onderontwikkelde gebieden. De opleiding is sterk gericht op de juridische doctrine en produceert daarmee one track minds. Psychologische basiskennis ontbreekt bij vrijwel alle juristen, terwijl het strafrecht primair is gestoeld op preventie.

En dan is er nog het probleem van common mode errors. Advocaten, officieren en rechters, met dezelfde opleiding, dezelfde werkomgeving en zich daarmee in de praktijk dezelfde manier van denken hebben eigen gemaakt, zijn ook geneigd om dezelfde fouten te maken. Bovendien oordeelt men over het algemeen te mild over elkaars fouten vanwege een zekere esprit de corps.

Het ingevoerde deskundigenregister is daar een voorbeeld van. Een register betekent groepsvorming en collegialiteit. In de zaak Lucia de B. moesten de buitenstaanders Derksen en de arts Metta de Noo er aan te pas komen om de vastgeroeste zaak, na het zoveelste herzieningsverzoek door juristen, in beweging te krijgen.

De waarheidsvinding in strafzaken heeft de wetgever voorzien van een dubbele of zelfs driedubbele waarborg. Op het eerste gezicht kan dus weinig misgaan, al is het verontrustend dat de gevallen waarin het hof over de (zelfde) bewijsbeslissing anders oordeelt dan de rechtbank eerder heeft gedaan, niet zeldzaam zijn.

De wetgever zou zich kunnen afvragen waarom die driedubbele waarborg zo vaak zijn werk moet doen. Mocht over een onherroepelijke veroordeling toch twijfel bestaan, is er nog de mogelijkheid voor een herzieningsverzoek. Maar de criteria zijn zodanig dat zelden een verzoek wordt toegewezen door een en hetzelfde orgaan: de Hoge Raad. De raad heeft meestal eerder een cassatieverzoek beoordeeld. Toewijzing van een herzieningsverzoek betekent in feite dat bij het cassatieverzoek de raad heeft gefaald.

Niet zelden vinden veroordelingen plaats op grond van ondeugdelijk bewijs. Niet alleen door menselijke fouten, maar ook door gebreken in het rechtsysteem. Geen enkele beroepsgroep kan zich onttrekken aan een beoordeling van buitenaf. Ook de arts, de directeur van een multinational en de minister zullen zich, indien nodig, moeten laten toetsen door buitenstaanders. Voor rechters geldt dit niet. De stelling dat alleen rechters het werk van rechters kunnen beoordelen is slechts gebaseerd op het principe van de ‘closed shop’.

Door deze fouten en gebreken belanden onschuldige mensen in de gevangenis. Alles wat wij waarnemen waarderen wij binnen minder dan een halve seconde, ook politiemensen en justitiefunctionarissen.

De discussie over gewenste veranderingen moet worden voortgezet om twijfelachtige veroordelingen te voorkomen. Daarbij gaat het vooral om bredere opleiding, versoepeling van het novumcriterium, een onafhankelijk bestuursorgaan voor herzieningsverzoeken en externe kwaliteitsbewaking.