We hebben 211 gasten online

Strafrechtadvocaat Jef Vermassen

Gepost in Strafrecht advocaten

Vlaanderens bekendste advocaat

In het kader van het onderdeel Rechtspraak heb ik in een boekhandel in Maastricht dit boek van Jef Vermassen gekocht. Dit boek is een echte aanrader voor een ieder die geïnteresseerd is in rechtspraak en de achtergronden ervan. Het geeft een zeer indringend beeld van wat mensen kan overkomen door situaties waarin ze terechtkomen. Vooral het feit dat Jef Vermassen vanuit zijn dertig jarige ervaring in de Belgische situatie zijn opvattingen en ervaringen met autoriteit kan weergeven maakt dat dit boek een echte aanrader is. Een voorbeeld mag dit illustreren: Onlangs maakt een moeder in Nederland een einde aan het leven van haar twee kinderen en benam zichzelf daarna het leven door voor de trein te springen. Vermassen gaat in deel 3 uitvoerig in op vergelijkende situaties in België en probeert te analyseren waardoor mensen tot zo'n daad gekomen zijn. Een ander voorbeeld dat mij trof was de man die zijn vrouw men benzine overgoot en haar vervolgens in brand stak. Afgelopen jaar kwam ook in Nederland precies zo'n geval voor.
Hoger beroep in zaak-Awa
Op 30 december 2004 heeft de rechtbank vonnis gewezen in de zaak-Awa. De rechtbank heeft de dader voor het in brand steken van zijn ex-vriendin veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging, voor zware mishandeling met voorbedachte raad. De minderjarige jongen werd berecht volgens het meerderjarigenstrafrecht. De officier van justitie had dezelfde straf geëist maar dan voor poging tot moord. Vandaag is duidelijk geworden dat verdachte in hoger beroep gaat bij het gerechtshof in Leeuwarden. Hoewel het OM zich heeft kunnen vinden in de strafmaat, heeft het besloten mee te gaan in hoger beroep vanwege het feit dat de rechtbank poging tot moord niet bewezen achtte; verdachte zou de vlammen zelf hebben uitgemaakt, waardoor er sprake was van vrijwillige terugtred. Het OM kijkt daar juridisch anders tegenaan en wil graag dat het hof zich over de kwalificatie van het feit uitspreekt.
Zijn moordenaars monsters of mensen vraagt Jef Vermassen zich steeds opnieuwaf. Hij probeert in dit uitstekende boek daarop een antwoord te formuleren. In elke mens schuilt helaas een potentiële moordenaar. Levensdelicten worden als beestachtig ervaren, maar doorgaans doden dieren geen soortgenoten. Alleen mensen en sommige mensapen zijn ertoe in staat. In Moordenaars en hun motieven. Monsters of mensen? vertelt strafpleiter Jef Vermassen het onthutsende verhaal van de menselijke wreedheid in al haar facetten.

Moordenaars zijn en blijven mensen, hoe monsterachtig hun daden ook lijken. Ze komen uit alle rangen en standen. Jef Vermassen toont de vele gezichten van moord, van partnerdoding tot genocide. Hij ontleedt zo nauwkeurig mogelijk de motieven van moordenaars. Voortdurend stelt hij zich de vraag naar het waarom van hun soms zo onbegrijpelijke daden.

Jef Vermassen schrijft zoals hij pleit: met gedrevenheid. Die eigenschap vormt de kern van zijn engagement als strafpleiter-criminoloog en maakt van Moordenaars en hun motieven een even ontluisterd, moedig als belangrijk boek. Moordenaars en hun motieven zal niemand onbewogen laten.

Jef Vermassen is Vlaanderens bekendste advocaat, die door de media het meest wordt geconsulteerd. Meer dan 30 jaar lang werd hij beroepshalve geconfronteerd met zowel moordenaars als hun slachtoffers. Hij verdedigde hen in een 80-tal assisenzaken. Jarenlang heeft hij aan dit boek gewerkt.

In de boekhandel verkrijgbaar vanaf 15 oktober 2004 aan 19,95 EUR (640 blz.) of op kantoor met persoonlijke signering.
De opbrengst van dit boek gaat naar sociale projecten in binnen- en buitenland. Bovenstaande tekst staat op de achterkant van zijn boek te lezen. ISBN 90 5990 0227 Meulenhoff/Manteau

 

Jef Vermassen, strafpleiter, succesauteur en biechtvader

 

Smaken verschillen, maar cijfers liegen niet. Met fonkelende ogen bekent Jef Vermassen dat hij het boek van het jaar geschreven heeft. Moordenaars en hun motieven is na twee maanden aan zijn zesde druk toe en rolde maar liefst vijftigduizend keer over de toonbank, meer dan om het even welk fictieboek. Een groot deel daarvan verkocht de Vlaamse Matlock op de boekenbeurs, waar hij zijn arm lam tekende en zijn oren doof luisterde. "Tientallen mensen willen mij hun verdriet vertellen, omdat ze hopen dat ik hen zal begrijpen."

 

Brecht Decaestecker Door de drukke kerstdagen ontvangt Jef Vermassen mij in zijn privé-woning in het Oost-Vlaamse Erembodegem. Het is een mooi en groot huis, maar desondanks veel kleiner dan ik had verwacht. De bekendste en succesvolste strafpleiter van het land had ongetwijfeld een kast van een villa kunnen bouwen. Waarschijnlijk van de opbrengst van zijn boek alleen al. Maar neen, ook die paar honderdduizenden euro's stort hij rechtstreeks op rekening van een project dat kindsoldaten in Oeganda een nieuwe toekomst tracht te geven. Meer zelfs, terwijl u onder de kerstboom dit interview zit te lezen, luistert Vermassen in bermuda naar de verhalen van zijn gesponsorde Afrikaanse meisjes. Dat werkwoord is trouwens één van zijn specialiteiten. Ook op de boekenbeurs begin november heeft de strafpleiter niets anders gedaan.

Wat was het opmerkelijkste verhaal dat u hebt gehoord?

"Een dame vroeg: Mijnheer, wilt u het boek voor mijn zoon signeren, want hij wordt vandaag 21 jaar? Ik zeg: Zeker, en ik zal hem ook een prettige verjaardag wensen. Da's goed, zegt ze, maar hou er wel rekening mee dat hij zich tien jaar geleden van het leven heeft beroofd. Dan staat daar plots een vrouw die al tien jaar met een onnoemlijk leed rondloopt. Haar kind is gestorven maar blijft voor haar verder leven. Dat merk je trouwens bij elk kind dat sterft. Vandaar de prachtige tekst van Bram Vermeulen: Als ik dood ben, treur maar niet. Ik ben pas dood als jij mij bent vergeten. Toen ik die vrouw ontmoette, was dat voor haar zowel een droeve als een mooie dag.

Haar zoon werd eenentwintig. Hoewel hij niet meer kan lezen, wil ze hem een boek aanbieden. Door mij te vragen dat te signeren, geeft ze haar zoon een geschenk en creëert ze voor zichzelf de mogelijkheid om over haar probleem te praten. Heel veel mensen gaven op de boekenbeurs een brief af. Als je die leest, merk je hoeveel mensen verdriet met zich meedragen en dat bespreekbaar willen maken. Het signeren van mijn boek wordt een handvat om de kluis rond hun hart te openen. Omdat ze van mij vermoeden dat ik hen zal begrijpen. Ik had dat wel wat verwacht, omdat mensen mij vroeger op straat ook al spontaan hun vreselijk verhaal vertelden. Met een simpel antwoord kan je hen meestal al gelukkig maken."

Eigenlijk bent u een soort priester die luistert naar het leed van de mensen.

"Ja, maar ik hoor dat niet zo graag. Een priester maakt zich speciaal vrij om solidair te zijn, maar eigenlijk zouden we dat allemaal moeten doen. Op het werk, in het gezin of binnen de vriendenkring moet je altijd openstaan voor signalen van anderen."

Röntgenogen Het boek is wetenschappelijk en niet makkelijk geschreven. Hoe verklaart u het succes?

"Ten eerste blijft moord fascinerend, omdat het een onnatuurlijk verschijnsel is. Zoogdieren vermoorden geen soortgenoten. De mens wel, maar de vraag hoe het mogelijk is dat één van zijn medemensen een andere doodt, gaat niet weg. Dus wil hij daarop een antwoord. Op de boekenbeurs vroeg ik aan elk koppel wie het boek eerst zou lezen. Negen keer op tien bleek dat de vrouw. Waarschijnlijk omdat het boek een eerbetoon aan de dieren en de vrouwen is. Maar ook omdat een deel vrouwen toch wel een vrij eentonig leven leiden. Let op, ik heb veel bewondering voor een vrouw die elke dag wast, strijkt, kookt en afwast. Maar ik kan me voorstellen dat zo'n vrouw wat pit in haar leven wil door een detectiveroman te lezen of een film te bekijken waarin ze van op een veilige plek een beetje horror ziet. Dat wakkert bij haar de vraag aan waarom de mens moordt."

"Ten tweede kennen de mensen mij ook van tv-programma's zoals Ombudsjan.

Opvallend is dat mijn boek plots ook in Nederland ontzettend populair is.

Ik moet er van de ene radio- naar de andere tv-studio. Nog meer sinds de moord op Theo Van Gogh. Die past perfect in mijn hoofdstuk 'Jij moet niet sterven maar zwijgen'. Een moslimextremist wil dat iemand met extreem taalgebruik over moslims zwijgt, net zoals partners elkaar de mond willen snoeren of stiefvaders het gezaag van een kind niet meer kunnen horen."

In 1990 zei u in De Standaard: Al zes jaar knip ik dagelijks uit Het Nieuwsblad en De Morgen alles wat met moorden te maken heeft. Dat wordt geanalyseerd en ooit wil ik daar een boek over uitbrengen.

"Voilà. En ik doe verder. Ik kan het niet laten, omdat niemand het doet en het toch zo belangrijk is. Op dat vlak heb ik zo'n beetje röntgenogen gekregen. In die artikels zie ik meteen hoe ik de moord kan kaderen. Kijk, tijdens het weekend van elf november heeft een Afrikaan zijn vijf kinderen vermoord. Dat is niet normaal, want Afrikanen plegen geen gezinsdoding. Dan blijkt dat hij die nacht naar familie in Londen gebeld heeft. Hij heeft zijn Afrikaanse manier van werken willen gebruiken, maar de afstanden waren te groot en niemand heeft hem nog kunnen tegenhouden. Had hij in Afrika gewoond, dan had hij zijn probleem met zijn familie kunnen uitpraten. Hij heeft de moord toch begaan, omdat hij ondertussen te verwesterd was. Op die manier kan je via moord de evolutie van een samenleving registreren."

De streepjes van Jef Geeraerts Waarschijnlijk gebruiken ook speurders uw boek.

"Ja. Een onderzoeksrechter was belast met een familiedrama toen de politieagenten hem zeiden: De kleinzoon mag je nu niet ondervragen want die jongen heeft de lijken van oma, opa en tante gevonden en is nu in shock.

Die onderzoeksrechter vertelde dat hij een lezing van mij gehoord had en onmiddellijk aan mijn woorden dacht: Zoek de daders in de omgeving. Tachtig procent van alle moorden wordt door bekenden gepleegd. Hij heeft de jongen 's anderendaags keihard ondervraagd en die heeft vrij vlug bekend."

Pieter Aspe mocht dan wel op de boekenbeurs uw concurrent zijn, ongetwijfeld haalt ook hij inspiratie uit uw boek.

"Dat zou me weinig verbazen. Jef Geeraerts heeft me verteld dat hij in elk boek met streepjes aantekeningen maakt. Het grootste deel van uw boek staat vol streepjes, zei hij."

Herman Brusselmans klaagde dat de mensen niet meer tot bij hem raakten omdat er zo'n lange rij voor u stond.

"Ja, die was wat boos. En hij niet alleen. Sommigen fluisterden: Moeten ze daar nu allemaal voor staan wachten? Is dat nu literatuur? Ik heb hen geantwoord dat ze niet jaloers moesten zijn, omdat ik toch maar één keer zou komen. Volgend jaar hebben ze de boekenbeurs opnieuw voor hen alleen (lacht)."

Bron De gentenaar.be 26/12/2004

 

Toppleiter Jef Vermassen peilt in boek naar moordenaars en hun motieven


,,Van ruzie komt moord. De kunst is: tijdig afblokken’’

 

,,Ik zie hoe onze Westerse wereld zoveel ongelukkige mensen voortbrengt door stress, door overmatig materialisme. Het gaat in het leven om geven om elkaar. Zonder dat ontspoort onze samenleving.’’ Meester-pleiter Jef Vermassen schreef een lijvig boek over moordenaars en hun motieven, en hij hield er grote levenslessen aan over. ,,Als ik een beetje kan helpen zodat de mensen het geluk van solidariteit herwinnen, dan doe ik dat graag. Dat ze mij dan afschilderen als een mislukte pastoor stoort mij niet.’’

 

U schreef bijna tien jaar aan dit boek. Aanvankelijk uit woede over de veroordeling van Rosie Verstraete, die in 1996 schuldig werd bevonden aan de ‘beerputmoord van Beernem’. U onderhoudt nog altijd contact met Rosie omdat u nog altijd gelooft in haar onschuld. Blijven oud-klanten u systematisch opzoeken?

,,Er zijn twee soorten voormalige klanten. Er zijn er die mij liever niet meer ontmoeten omdat ze die zwarte periode in hun leven van zich willen afduwen. Dus ook mij, omdat ik bij die zwarte periode behoor. Want elke ontmoeting met mij komt neer op het compleet herbeleven van die traumatische ervaringen.’’

,,Maar er zijn ook anderen die integendeel intens of sporadisch contact onderhouden, precies omdat we samen door die hel gingen. Vaak doen ze weer een beroep op mij als ze blijven kampen met problemen.’’

,,Ik ervaar die contacten als zeer interessant. Ik maakte het mee dat iemand, die eerder een moord pleegde, mij belde met de noodkreet: ‘Ik voel het weer opkomen’. Ik gaf hem de raad: ‘Ga onmiddellijk binnen in een psychiatrische kliniek en laat u verzorgen’. Hij zat in het buitenland, maar hij heeft dat gedaan. Met goed resultaat.’’

,,Die ervaring heeft aangetoond wat ik al veel langer beweer: iemand die een levensdelict pleegt, krijgt daardoor een alarmfunctie ingebouwd waardoor hij minder gemakkelijk herbegint. Tenzij het om een sociopaat gaat. Maar een normale mens wordt gewaarschuwd door die interne alarmbel: ‘Oei, ik moet oppassen met deze ruzie of het loopt weer verkeerd af’. Zo iemand is daartegen beter gewapend dan een doorsnee mens die nog niets aan de hand had.’’

Indertijd verdedigde u de beruchte vijfvoudige moordenaar Freddy Horion. U schrijft in uw boek dat u na meer dan 30 jaar pleiten nog steeds geen roofmoordenaar kunt verdedigen. Maar Horion werd wel veroordeeld voor roofmoord.

,,Ik blijf erbij dat hij geen roof- maar wel een wraakmoordenaar was. Ik wou in mijn boek een uitgebreider deel opnemen over die zaak. Al mijn oud-klanten heb ik een brief geschreven met wat ik van plan was over hun zaak te melden. Ik heb ook Horion om toelating gevraagd. De titel van zijn eigen boek – Monster zonder waarde – waarin hij mijn wraak-stelling bevestigt, komt trouwens van mij, net zoals de inleiding en het slot. Maar het oorspronkelijke stuk in mijn boek over hemzelf heeft hij spijtig genoeg afgewezen. Wat nu nog over Horion in het boek staat, komt niet uit het dossier maar uit algemeen bekende gegevens.’’

U staat niet langer in contact met Freddy Horion?

,,Sorry, het beroepsgeheim verbiedt mij daarover iets te zeggen.’’

Als Horion een wraakmoordenaar is, is hij dan geschikt ooit terug te keren naar de samenleving?

,,Sorry, beroepsgeheim.’’ Vrije liefde bij de bonobo’s

Ruzie leidt heel vaak tot moord, waarschuwt u. Maakt u zelf wel eens ruzie?

,,Ja, natuurlijk. Ik barst al eens uit op de rechtbank als ik ervaar dat mijn zaak onrecht wordt aangedaan. Maar ik ben door mijn ervaring daartegen beter gewapend. Als ik een conflict voel ontstaan, kan ik het gemakkelijker ontleden en stopzetten omdat ik heb gezien tot wat dat kan leiden.’’ ,,Dat is de grote kunst: een ruzie tijdig afblokken. Wat ik ook heb geleerd: met humor kan je veel beter iemand pakken dan met woede. Want humor is sterk, en woede komt neer op onmacht.’’

U schrijft: mijd uw familie, en dan vooral tijdens het weekend.

,,Dat is een wat cynische boutade die nu door iedereen uit mijn boek wordt gelicht. Ik stel vast dat gevaarsituaties statistisch gezien vaak opduiken in de weekends, en dan vooral in de lange weekends. Gezinnen in problemen zitten dan op elkaars lip omdat ze niet uit elkaar willen of kunnen. De spanningen lopen op. En dan ontspoort het.’’

,,Die mensen zouden de wijsheid aan de dag moeten leggen om afstand te nemen van elkaar. Maar ze verzinnen zoveel redenen om toch bij elkaar te blijven, al was het maar om de schone schijn. Met het gevolg dat hun situatie onleefbaar wordt. De spanningen ontploffen op den duur.’’

Partnermoord is het vaakst voorkomende levensdelict, meldt u. Het kan ook u overkomen?

,,Het kan iedereen overkomen. Mij dus ook, als alles tegenzit en ik in een depressieve bui wegzak. Maar ik heb het eindeloze voordeel dat ik daarmee dagelijks word geconfronteerd.’’ ,,Ik weet: als ik nerveus word, moet ik diep ademhalen. Om mijn hartslag te reguleren en de afscheiding van adrenaline te vertragen. Zoals een doder die al heeft gedood, ben ik daartegen gewapend door het voortdurend aanhoren van de ervaringen van anderen. Maar ik mag nooit uitsluiten dat ik zelf agressief word in een onbeheerst moment.’’

U beschrijft de liefdevolle samenleving van de bonobo’s in Congo: mensapen die geen agressie kennen omdat ze de vrije liefde beleven. Pleit Jef Vermassen voor de vrije liefde?

,,Neen. Ik pleit gewoon voor een minder agressieve samenleving. Kijk naar de agressiviteit die George Bush of Ariel Sharon uitstralen, dat is toch angstaanjagend? De ‘As van het Kwaad’, een uitvinding van Bush, komt neer op een opdeling van de wereld in twee kampen: de moslims tegen wij, westerlingen. Dat is om ruzie vragen. Want wie in kampen denkt, gaat de menselijkheid van het tegenkamp ontkennen.’’

,,David Rumsfeld noemde Saddam Hoessein ‘een rat die we moeten pakken’. En Hoessein schold zijn buren in Koeweit uit voor honden. De Hutu’s in Rwanda zegden al decennialang voor de volkerenmoord van 1994 dat de Tutsi’s kakkerlakken waren. Hitler zei van de joden dat het schadelijke bacillen waren.’’

,,Als we de mensen zo manipuleren dat ze hun mede-mensen niet alleen bekijken als tegen-mensen maar bovendien als on-gedierte, als minder dan beesten, dan wordt oorlog zelfs een pluspunt. Terwijl problemen alleen worden opgelost door begrip aan de dag te leggen en door de klemtoon te leggen op wat wij mensen gemeenschappelijk hebben.’’

,,Maar om te komen tot die minder agressieve samenleving, hoef ik nog geen vrije liefde. Onze maatschappelijke structuren staan dat niet toe. Geen enkel dier moet zo lang voor zijn eigen kroost instaan als de mens. De gorilla zorgt zeven jaar voor zijn kind. Onze kinderen wonen tot hun 18de, 20ste of soms tot hun 25ste bij ons in. Die zorgzaamheid vereist een zekere echtelijke trouw, en bijgevolg kunnen we niet hoeren en boeren.’’

De methode van Bush vergelijken met Hitler is delicaat. Hetzelfde doen met Sharon is nog veel hachelijker. De joden reageren zeer prikkelbaar op zo’n redenering.

,,Ik stel Bush niet gelijk aan Hitler. Maar ik zie dat politici, als ze in de verdrukking komen, een gemeenschappelijke vijand zoeken om de gelederen te dichten. Desnoods fokken politici de haat op tegen bepaalde bevolkingsgroepen – zoals tegen de joden ten tijde van Hitler. Ik besteed in mijn boek veel aandacht aan de jodenvervolging. Maar ik zie dat het mishandelde kind van vandaag uitgroeit tot de mishandelaar en de sociopaat van morgen.’’

,,Spijtig genoeg is dat ook van toepassing op volkeren. Als Sharon alleen met repressie kan reageren, sluit hij deuren. Repressie zal nooit een oplossing brengen in dat joods-Palestijnse conflict. De repressie van Sharon zaait haat bij de Palestijnen, die toch al in slechte voorwaarden leven. Die haat wordt van generatie op generatie doorgegeven en versterkt. Die vulkaan kan tot ontploffing komen.’’

,,Terrorisme wordt hèt probleem van de toekomst. We leven in de allerlafste van alle tijden, want anonieme terroristen doden volop onschuldigen. De zogenaamde fair play van de oorlog is veraf. Er sterven tegenwoordig meer burgers dan soldaten in oorlogen.’’

Minister van Justitie

U proefde ooit zelf van de politiek, toen Johan Van Hecke (nu VLD) de CVP wou vernieuwen.

,,Ik kocht nooit een lidkaart, van geen enkele partij. Ik heb toen wel wat adviezen gegeven. Op een bepaald moment kreeg ik een ernstig aanbod voor een ernstige functie – neen, ik ga niet zeggen welke – en dan ga je natuurlijk eventjes twijfelen.’’

U kon minister van Justitie worden.

,,Neen, dat zeg ik niet. Maar op dat moment moest ik met mijn geweten in het reine komen. Ik uitte al dertig jaar lang kritiek op de werking van justitie. Wel, als je dan de kans krijgt om binnen justitie of binnen het parlement iets te doen, dan lijkt het laf als je het niet wilt doen. Dus heb ik mijn waardeschalen op een rijtje gezet.’’

,,Mijn gezin is heel belangrijk voor mij. Mijn vrouw en kinderen hebben recht op mij. Die zorg weegt zwaarder door dan de glitter van een hoge functie. Bovendien ben ik in mijn huidige leven een onafhankelijk man, die vrijuit zijn mening kan zeggen. Ik heb ook zonder de politiek een maatschappelijke inbreng. Dat moet ik afwegen tegen wat ik eventueel kan realiseren in de politiek. En hoeveel tijd wordt mij daarvoor gegund? Hoe lang zal het duren vooraleer de media mij een beentje lichten?’’

(emotioneel:) ,,Begin dit jaar verkreeg ik in een assisenzaak de vrijspraak van een man die zijn vrouw had gedood. Mijn stelling, die werd gevolgd door de volksjury, was dat die man vanuit een onweerstaanbare drang handelde toen hij door zijn ontrouwe echtgenote werd geprovoceerd.’’

,,Wat had ik anders moeten pleiten? Ik krijg nooit een klant over de vloer met de vraag: ‘Wilt u mij verdedigen, maar aub, doe dat niet al te goed zodat het publiek niet kwaad wordt op ons allebei?’ Neen, wat ze van mij vragen, is dat ik hen naar beste vermogen verdedig. Maar na die vrijspraak stond Vlaanderen wel twee weken op zijn kop. Alle heren krantencommentatoren deden daaraan mee. Het was één bende huilende hyena’s.’’

,,Daarna zag ik vrijspraken in gelijkaardige gevallen in Luik, Brussel en Bergen, en daar kraaide geen haan naar. Maar in klein Vlaanderen mag je je nek niet uitsteken. Want dan gaat jouw kop eraf. Daarvoor ben ik bang. Dat is dé reden waarom ik niet aan politiek durf doen. Als ik in de politiek stap, gaan de media valstrikken voor mij spannen. Omdat ik – behalve in mijn job – soms te naïef en te veel te goeder trouw handel, zou ik in die valstrikken trappen. Daar heb ik schrik voor.’’

Geestelijke zuurstof

U hebt ook zonder in de politiek te stappen al een maatschappelijke inbreng, zegt u. U klinkt in uw boek soms als de ‘filosoof van Hagem’ of als een halve pastoor. Anders gezegd: u verdedigt en draagt uw waarden uit.

,,Pastoors speelden lang een belangrijke maatschappelijke rol omdat ze echte waarden bijbrachten. Blijkbaar mogen pastoors dat niet meer. Zij die het wel doen, worden meewarig bekeken: ‘Wat zegt die oude man nu weer?’ Maar ik weet één ding: de mensen hebben een ongelooflijke nood aan boodschappen. De media bieden hen die geestelijke zuurstof niet, want hun nieuws is altijd slecht nieuws en bovendien zelden geduid. Mensen hebben positieve prikkels nodig. Je moet ze dingen aanreiken waaraan ze zich kunnen optrekken.’’

,,Het overkwam mij ooit dat twee maanden na een weekbladinterview een vrouwtje van 80 mij ’s avonds laat belde, vanuit haar serviceflatje. Ze zat overduidelijk in een depressie. ‘Niemand komt mij bezoeken. Ik ben dikwijls zo triestig.’ ‘Maar’, zei ze: ‘Dan herlees ik dat artikel met u, en dan heb ik weer de courage om voort te doen’. Wel, dan weet ik wat de impact is van een interview. Ik hoor dat deze week alle uren opnieuw. ‘Uw interview in Humo was schitterend’, komen ze mij vertellen, ‘maar jammer dat ze u op de kaft zo hebben neergehaald’. (Vermassen is niet gelukkig met die cover, die naar zijn zeggen zonder zijn medeweten en inspraak is gemaakt, nvdr.) De mensen vinden dat niet tof.’’

,,Wat ik schrijf, meen ik oprecht. Je moet de mensen een boodschap durven geven. Ik weet dat ik het risico loop dat sommigen mij afschilderen als een mislukte pastoor. Dat stoort mij niet. Omdat al te weinig mensen in deze tijd de moed en de durf hebben om te zeggen: het gaat nog steeds over waarden. Vraag aan om het even wie waarover het gaat in hun leven – en dan antwoordt toch iedereen: over gelukkig zijn?’’

,,Als ik zie hoe onze Westerse wereld zoveel ongelukkige mensen voortbrengt – door stress, door overmatig materialisme, waaruit eenzaamheid, rivaliteit en vijandigheid voortkomen waaruit dan weer tegen-mensen groeien. En ik zie ook hoe gelukkig de meer dan duizend Vlamingen worden door mee te doen aan ons positief project voor de kindsoldaten in Oeganda, dan weet ik het wel. Als ik een beetje kan helpen de waardenschaal van de mensen te heroriënteren, als ik hen kan helpen weer het geluk van solidariteit te herwinnen, dan doe ik dat graag.’’

,,Het gaat om geven om elkaar. Zonder dat ontspoort onze samenleving. Ik zie zoveel zelfdodingen en zoveel depressieve mensen, en tegelijkertijd steeds meer serie- of massamoordenaars. Ik zie dat als criminoloog. Ik kom niet op voor die solidariteit vanuit godsdienst of moraal, ik doe dat vanuit de biologie van de mens.’’

,,Onze allereerste voorouders leefden in groepjes van 40-50 mensen. Ze moésten wel voor mekaar opkomen om te overleven. Nu nog bestaan de meeste clubjes uit 40-50 mensen. Dat zit in onze genen. Maar in minder dan een halve eeuw zijn we beland in een tendens waarbij iedereen van mede-mens tot concurrent is geworden. Als ik de mensen daarvoor waarschuw, ben ik geen pastoor. Dan vertaal ik gewoon naar de maatschappij wat ik meemaak.’’

 

door Frans DE SMET09/10/2004 het volk online

 

Moord is werk van bevriende jongeman

 

Dé moordenaar in Vlaanderen is een jonge man. Zijn slachtoffer is zijn (ex-)partner, een familielid of tenminste een kennis. Hij moordt vooral met een vuurwapen. Dat profiel is het resultaat van jarenlang onderzoek door Jef Vermassen, dat hij deze week presenteert in zijn nieuwe boek.

 

Zeventien jaar lang, van 1984 tot en met 2001, kamde toppleiter Jef Vermassen de kranten uit, op zoek naar moorden in Vlaanderen en Brussel. Hij verzamelde 1.272 'levensdelicten'. Dat is niet de volledige score, want 'perfecte moorden' halen de krant niet.

Een dergelijk grootschalig onderzoek over een zo lange periode werd nooit eerder elders ter wereld gevoerd. Steven Michiels analyseerde de gegevens en bouwde daarrond zijn scriptie waarop hij vorige zomer afstudeerde in Gent.

In minstens vier op de vijf gevallen is de dader vrijwel meteen gekend omdat de meesten terug te vinden zijn in de onmiddellijke omgeving van hun slachtoffers. In twee op de drie gevallen kennen ze elkaar. Worden de duistere, onopgehelderde moorden niet meegerekend, dan bestaat er in meer dan zeven op de tien gevallen een rechtstreekse band tussen doder en slachtoffer.

Als die band wordt onderzocht, gaat het vooral om partners en ex-partners: 34 plus 5,4 procent. Daarna volgen naaste familieleden (24,3 %) of kennissen (22,4 %). Liefdesrivalen halen geen drie procent. Criminele afrekeningen scoren ruim zes procent. Moorden tussen moeder en kind (7,3 %) komen beduidend vaker voor dan vader-kind dodingen (4 %). Maar niettemin is moorden echt 'mannenwerk': zowat 86 procent van de gekende daders is man.

Vooral in het weekend

De meeste daders (37 %) zijn tussen de 18 en 30 jaar. De gemiddelde leeftijd van een moordenaar is evenwel 34 jaar omdat kinderen en tieners vrijwel niet (3,2 %) doden. Boven de 60 jaar (4,3 %) verdwijnen de moordneigingen in snel tempo. Een op de drie slachtoffers is jonger dan 30 jaar. Vijftien procent is jonger dan 18 jaar. Onder de senioren, ouder dan 60 jaar, vallen er ook nog slachtoffers (18 %).

Hoe moorden we? In een op de drie gevallen met een vuurwapen. Daarna in dalende volgorde: met een mes (ruim 20 %) of met onze handen, een knuppel of ander bot voorwerp, en zelden met gif (nauwelijks 2 %).

Jef Vermassen komt voorts tot de slotsom dat veel partnermoorden gebeuren tijdens (verlengde) weekends. De cynische uitsmijter van deze familieman bij uitstek: ,,Vermijd uw familie, en vooral in het weekend.'' (FDS)


 

09/10/2004 Het vrije volk online

 

Rotary Contact > N°241 - 05/2003 > Het buitengewone verhaal van… Jef Vermassen

 

Magazine

 

Het buitengewone verhaal van… Jef Vermassen

 

Na zeven jaar is het verdict gevallen: Jef Vermassen (55) gaat opnieuw voor het Hof van Assisen pleiten. In zijn nieuwe kantoor, een prachtig gerenoveerd herenhuis dat er uitziet als zijn eigen, kleine justitiepaleis, voert de strafpleiter het woord.

 

'Advocaat is een uitermate boeiend beroep. Dit geldt nog meer voor de strafpleiter. Het werkterrein van de strafpleiter is de samenleving. Dagelijks wordt hij zo geconfronteerd met de slagader van de maatschappij. Ik heb in 25 jaar ongeveer 80 assisenzaken gedaan. Pleiten voor het Hof van Assisen is het hoogtepunt van het strafrecht. Daar kan je tenminste nog eens volop pleiten, wat in burgerlijke zaken minder het geval is. Die aantrekkingskracht van het Hof van Assisen dateert al van in mijn jeugd. Tijdens het laatste jaar van de humaniora, de retorica, mochten we een assisenzaak bijwonen. We zaten ademloos in de zaal te luisteren naar het pleidooi van de advocaat van de beklaagde. Mooi verwoord met zelfs poëtische intermezzo's, maar het resultaat was wel dat zijn cliënt de doodstraf kreeg. Ik stond achteraan, geschokt, met het gevoel dat hij die zaak beter helemaal anders had aangepakt. Dit is mij altijd bijgebleven en heeft me gestimuleerd om strafpleiter te worden.'

 

'Later ben ik mij uitermate voor strafrecht gaan interesseren, maar eens je zelf advocaat bent is het wachten op de eerste cliënt die je vraagt om hem voor het Hof van Assisen te verdedigen. En dat gebeurt dan eerder toevallig. Mijn tweede zaak werd al meteen een vrijspraak. Het proces ging over een gewapende overval en toen heb ik voor het eerst 'onweerstaanbare dwang' gepleit, met veel aandacht voor de merkwaardige manier waarop de daders mijn cliënt hadden meegesleurd in een misdrijf. Onlangs las ik ergens dat ik het wetsartikel over onweerstaanbare drang zou hebben uitgevonden. Maar ik leefde nog niet vóór Napoleon. Het bewuste artikel 71 staat al twee eeuwen in het strafwetboek en het werd er nooit uit geschrapt, dus mag ik het gebruiken. Niet-juristen kunnen dat niet altijd vatten. Zij begrijpen niet dat een beklaagde die de feiten heeft gepleegd toch wordt vrijgesproken. Maar de vraag die aan de jury gesteld wordt is niet: heeft de beklaagde de feiten gepleegd? Dan zou een proces geen week duren, een namiddag was al genoeg. De vraag luidt: is hij schuldig? Dat wil zeggen: heeft hij wetens en willens gehandeld? Heeft hij dit resultaat gewild? Besefte hij wat hij deed? Dat is de context. Schuld is het centrale element waar alles om draait.'

 

'Meer dan eens krijg ik de kritiek dat ik mijn zaken kies volgens de kans op succes. Ik kies ze, maar niet in die context. Want als ik mij zou laten leiden door de slaagkansen, waarom heb ik dan ooit Horion verdedigd? Het klopt wel dat ik nog nooit een roofmoord heb gepleit, gewoon omdat ik dat emotioneel niet aankan. Sommige advocaten zeggen dat je niet mag weigeren en alle zaken moet verdedigen. Maar je gaat toch ook niet naar een neus-, keel- en oorspecialist als je tandpijn hebt? Elk heeft zijn specialiteit. Gevallen waar sprake is van een partnerdoding liggen mij gewoon het best. In de groeifase naar zo een conflict zijn beide partijen betrokken, beide dragen ze een deel van de verantwoordelijkheid, dus daar kan je op een menselijke manier voor pleiten. Want ik ben emotioneel verbonden met mijn cliënten. Empathie is een basisvoorwaarde voor een strafpleiter. Maar ondertussen moet je ook voldoende afstand houden en dat is een moeilijke evenwichtsoefening. Eigenlijk moet je de gevoelens, de belevingswereld van je cliënt - of het nu de dader of het slachtoffer is - weer oproepen voor de jury en de rechters. Het aangedane leed verwoorden. In zekere zin is het een verwerkingsproces. Een goed rouwproces begint met een goed proces. De thema's die je daarvoor moet benadrukken maken een proces tot een emotioneel gebeuren. Niets is immers zo emotioneel als een geval van doding. Dat zijn alleen maar emoties, verstand heeft daar niets mee te maken. Vandaar dat een moord ook een 'misverstand' is: er is iets mis met het verstand. Maar de manier waarop je over emoties pleit is belangrijk. De mensen moeten op een rationele manier inzicht krijgen in emoties. Dat neemt niet weg dat je van dichtbij betrokken bent. Tijdens een assisenzaak valt de wereld even stil. Die week is alles geconcentreerd op dat gebeuren en alle dingen daarbuiten vervagen. Het gevolg is dat je er zo dicht bij betrokken bent dat ook de dagen na een proces de adrenaline nog door je lichaam stroomt. Al wie ooit voor het Hof van Assisen heeft gepleit weet dat zo'n proces veel vraagt van je gezondheid en je emoties. Je verliest zoveel energie dat je daarna tijd nodig hebt om te recupereren, anders is het niet vol te houden.'

 

Zeven jaar geleden trok Vermassen dan ook de deur van het Hof van Assisen achter zich dicht. Aanleiding was de uitspraak in de 'beerputmoord'. Zijn cliënte werd schuldig bevonden aan moord op haar man wiens lichaam werd teruggevonden in de beerput. Vermassen gelooft nog altijd in haar onschuld. 'Na die uitspraak was ik ontgoocheld. Enorm ontgoocheld. Ik ben er zelfs enkele weken depressief van geweest. Maar ik heb erover gewaakt om niet bitter te worden want in ons vak schuilt dat altijd om de hoek. Verbitterde mensen zijn de meest ongelukkige mensen want diep in hun binnenste zijn zij gestorven, en dat wil ik niet. Ik kijk liever naar de zonnige kant van het leven. Maar ik was en blijf zeer ontgoocheld over wat er toen verkeerd is gelopen. In mijn dorp zei men vroeger: voor één slecht seizoen breekt de boer zijn schuur niet af. Toch had ik toen besloten om ermee te stoppen, maar de mensen hadden daar geen boodschap aan, ze bleven aandringen. Onlangs vroeg men de verwijzing naar assisen voor een cliënt die me 12 jaar geleden had geconsulteerd. Kan je zo iemand weigeren te verdedigen omdat je intussen geen assisenzaken meer doet? Ik wou mijn belofte trouw blijven en daarom kon ik niet weigeren. Als mensen je komen spreken en hun verhaal doen is het heel moeilijk om hen af te wijzen. Je lijkt dan precies een chirurg die zegt: "Ik opereer u niet." Laten we eerlijk zijn, als het verdedigen van mensen in je bloed zit, dan kan je het niet laten. Dat zou verraad zijn tegenover jezelf.'

 

© Luc Engelbos - Vacature Magazine