We hebben 129 gasten online

Eerste Baarnse moordzaak deel 3

Gepost in Strafzaken

eerste baarnse moordzaak

Verrassende wending in de Baarnse moordzaak

Ewout H. herroept verklaringen en dekt zijn broer Boudewijn

Dr Zeldenrust: 'Theo stierf in de put'

Utrecht 3e procesdag 27 maart: Twee verassingen domineerden de derde dag van de behandeling der Baarnse moordzaak. Voor de eerste zorgde Ewout H., de jongste der verdachten, die van medeplichtigheid aan de moord op Theo H. was beschuldigd. Zijn verhoor was met spanning tegemoet gezien, want de verklaringen die hij tijdens het vooronderzoek had afgelegd, gaven te veronderstellen, dat zijn boer Boudewijn H. een groter aandeel in de moord had genomen dan deze dinsdag bereid was te geven of zich te herinneren. Ewout herriep evenwel tot verbazing van de rechtbank vrijwel al zijn verklaringen, die in het nadeel van Boudewijn waren, en schoof de schuld op Henny W. De tweede verrassing lag besloten in de verklaring, die de gerechtelijk geneeskundige dr. J. Zeldenrust in de middagzitting aflegde. Dr. Zeldenrust, die de stoffelijke resten van Theo Mastwijk had onderzocht, achtte het meest waarschijnlijk, dat het slachtoffer pas is overleden nadat het in de put was geduwd en met ongebluste kalk overdekt.

Vandaag Kruisverhoor

Ewout H., achttien jaar, sterk gelijkend op zijn broer Boudewijn maar kleiner en forser van gestalte en krachtiger bij stem, nam niet merkbaar geëmotioneerd in de verdachtenbank plaats, na glimlachend een handdruk te hebben gewisseld met zijn verdediger mr. Dietz. Hij had geen moeite, evenals de andere verdachten, ten laste gevallen diefstallen te motiveren. Voor zover ze voor de moord waren gepleegd ging het om het avontuur en de diefstal na de moord diende mede 'om al die narigheid af te reageren'. Gebrek aan geld had geen rol gespeeld evenmin als de neiging om iets weg te nemen op zich zelf. Hij was ten slotte met stelen opgehouden, omdat de aardigheid er voor hem af was.

Ewout bevestigde, dat Henny W. Theo Mastwijk op de brommer van Soest naar het huis der familie H. had gebracht voor een onderduikperiode van een paar dagen - totdat hij zijn vertrek naar het buitenland had geregeld. uit angst, dat Henny W. hun rol in de diefstallen aan de politie zou verraden, durfden ze Theo H. niet meer buiten de deur te zetten toen Henny maar niet met het vertrekplan van Theo voor de dag kwam. Maar toen verder verblijf van Theo na veertig dagen onmogelijk werd zou Henny W. wel hebben voorgesteld de jongen uit de weg te ruimen. "Weet je dat zeker', vroeg de president. 'Ik ben er niet helemaal zeker van maar ik geloof het wel', aldus Ewout. Zelf zou hij hebben geprotesteerd: 'Daar doe ik niet aan mee'. Boudewijn was trouwens ook niet enthousiast, zei hij. Daar had hij geen bepaalde aanwijzingen voor, 'maar ik voelde dat zo aan'. Hij herinnerde zich dan ook niet meer, dat Boudewijn had voorgesteld Theo de hersens in te slaan en het lijk in de Eem te gooien. Het eigenaardige was evenwel, dat hij zich hierover bij het vooronderzoek nogal duidelijk had uitgelaten, en toen president mr. Gijsman hem hiermee klemzette draaide hij er een punt aan: ' Ik weet het niet zeker meer of Boudewijn dat gezegd heeft' waaraan hij weifelend toevoegde het bij nader inzien toch niet uitgesloten te achten.

'Er gebeurt niets'

Ewout ontkende botweg, dat hij de eerste was geweest die het plan om Theo te wurgen ter tafel had gebracht. Volgens hem stamde dit denkbeeld van Henny W. Maar hij kon, na enig draaien, niet ontkennen te hebben voorgesteld het lijk in de put te verbergen en het met ongebluste kalk te vernietigen, evenmin dat hij kon verhelen de kalk samen met Henny W. te hebben gestolen. Op voorstel van Boudewijn zou Theo in eerste instantie met vergif in bier om het leven worden gebracht, dat erkende Ewout, maar hij was er kennelijk niet van op de hoogte, dat Boudewijn dit daags tevoren als een schertsplan had voorgesteld. De vraag of Boudewijn als 'vergif' onschuldige vitaminepillen gebruikte bracht hem enigszins in verwarring: 'Ik weet het niet precies, maar het lijkt me niet uitgesloten'.

President: 'Geloofde je dat Theo aan het vergiftigde bier zou sterven?'

Ewout: 'Het kwam me zo onwerkelijk voor. Ik dacht: als het erop aankomt gebeurt er toch niets'.

President: 'Maar jullie zouden toch die put niet vast hebben opengemaakt als jullie niet aan Theo's dood zouden hebben gedacht?'

Ewout: 'We deden voor elkaar een beetje mee, maar het was zo irreëel, dit kon eenvoudig niet!'

President: 'Je verklaart nu anders voor het eerst, dat je het niet geloofde. Je wist voorheen ook niet beter of het waren slaappillen, die Boudewijn in het bier deed. En je hebt vaak genoeg kunnen lezen, dat overmatig gebruik daarvan gevaarlijk is'.

Uitkijk 'n 'smoes'

Een belangrijk punt in de verklaringen tegen Boudewijn is tot dusver geweest, dat hij, na de mislukte vergiftiging, bij het beraad der jongens in de kelder een ijzeren staaf zou hebben gegrepen en daarbij zou hebben gesproken over de mogelijkheid er Theo de hersens mee in te slaan. Ewout had dit tijdens het vooronderzoek verscheidene malen bevestigd. ter zitting wist hij het ineens niet meer zeker. Maar wel wist hij, dat hij in dit stadium Henny W. het plan om Theo te wurgen naar voren bracht. Hij herinnerde zich ook niets meer van het macabere spel, dat ze hadden gespeeld toen ze met een stuk waslijn om elkaars nekken de doeltreffendste wurgknoop probeerden.

Het ergerde de president.'Bij het vooronderzoek heb je daarover uitvoerige verklaringen afgelegd. Je kunt daar natuurlijk op terugkomen en zeggen, dat het niet waar is. Maar je kunt niet zeggen, dat je het je niet meer herinnert'. Maar Ewout hield vol en verloochende op steeds meer punten zijn vroegere verklaringen. Had hij eerder gezegd, dat Boudewijn zou helpen Theo dood te slaan als de wurging mislukte, nu wist hij zelfs niet meer dat Boudewijn zich verbonden had Theo 's polsen vast te houden. Hij ontkende op de uitkijk te hebben gestaan en te hebben afgesproken desnoods geweld te gebruiken als iemand in de buurt van de kippenschuur zou komen, waar Theo om het leven zou worden gebracht. Nu zei hij: 'Dat op de uitkijk staan was maar een smoes. Ik wilde er niet bij zijn. We hadden ook niet afgesproken, dat ik bij onraad een seintje zou geven'.

Schuld aan Henny W.

Het enige wat hij van de lugubere gebeurtenissen in de tuin had gemerkt waren geluiden. Slagen 'alsof er met een schop op de grond werd geslagen', en voetstappen. Deze voetstappen, die moesten worden gezien in verband met Boudewijns verhaal, dat hij tijdens de moord op Theo W. de moestuin in gevlucht zou zijn, vormden ook weer een eigenaardige kwestie. Ewout had er tijdens het vooronderzoek over gepraat, zijn verklaring later ingetrokken en was er tenslotte toch weer op teruggekomen. Hij ontkende met grote stelligheid die voetstappen te hebben verzonnen om Boudewijns versie van de gebeurtenissen te ondersteunen.

De enige, die hem iets van de moord had verteld, zou Henny W. zijn geweest. Hij zei, volgens Ewout: 'De wurging is mislukt, ik heb hem de schedel ingeslagen'.

President: 'Weet je dat zeker?'

Ewout: 'Absoluut'.

Boudewijn, die Henny W. tegen Ewout hoorde praten, zou daarop 'Houd je smoel' tegen hem hebben gezegd. Ofschoon Boudewijn en Ewout de volgende ochtend vroeg de put verder gedicht hadden met bladaarde, zou Boudewijn met geen woord meer over de gebeurtenissen hebben gerept. Ewout beweerde er nog wel eens naar te hebben gevraagd, maar dat Boudewijn hem dan afsnauwde. Alleen en wederom Henny W. zou er na de vakantie op terug zijn gekomen: 'Hij heeft me toen nog eens bevestigd, dat hij het had gedaan, maar hoe hij dat zei weet ik niet precies meer', aldus Ewout.

Ewout had geen bloedsporen gezien, noch op de broek van Theo, die hij in de put kon waarnemen, noch op Boudewijns kleren. wel op het kapmes en het hakblok, 'maar dat kan heel goed van de kippen zijn, die daarop werden geslacht'. Hij wist niet meer wat voor kleren Boudewijn die avond had gedragen. Er waren in elk geval geen kleren van Boudewijn bij toen ze de overgebleven kledingstukken van Theo Matswijk verbrandden en de verkoolde resten begroeven. van de plaats waar dat was gebeurd was hij zeker en hij begreep er niets van, dat de politie daar niets had kunnen vinden.

'Ik kan er niet tegen'

Officier van Justitie mr. van Dijken kon er geen genoegen mee nemen. Met grote nadruk confronteerde hij Ewout H. met diens tegenstrijdige verklaringen op de volgende punten:

·         Het voorstel Theo M. te wurgen, dat hij thans aan Henny W. toeschreef maar waarvan hij vroeger had verklaard, dat het van hemzelf afkomstig was.

·         Het denkbeeld van Boudewijn Theo met een ijzeren staaf de hersens in te slaan, eerder door Ewout bevestigd, nu in zijn herinnering 'vervaagd'.

·         De lugubere repetitie met het stuk plastic waslijn, bij de politie en voor de rechter-commissaris uitvoerig door Ewout beschreven, maar voor de rechtbank uit zijn herinnering verdwenen..

Ewout wist echter niet van wijken. 'ze hebben me zo vaak en zo lang verhoord. Ik kan daar helemaal niet tegen. ze houden je zoveel voor, aanhalingen uit vroegere verhalen ook. je weet op het laatst niet meer waar je aan toe bent. Je wilt dan overal wel 'ja' op zeggen'.

Dit vond de president kras: 'Dat doe je nu toch ook niet? Wat is er eigenlijk voor verschil tussen dit verhoor en de verhoren bij de politie?'

Ewout: 'Ik was toen pas gearresteerd'.

Maar de als getuige gehoorde commissaris der rijkspolitie Taconis wees de suggestie, dat er op de een of andere manier gebruikt was gemaakt van druk of kunstgrepen bij het onderzoek krachtig van de hand. 'Ewout heeft mogen zitten. telkens als het hem te veel werd is er gepauzeerd voor een kopje koffie en een sigaret. we hebben af en toe zelfs grapjes gemaakt".

Verdediger mr. Dietz: 'Zijn er aanwijzingen, dat Ewout gedacht heeft: ' Ik zeg maar wat, dan ben ik er van af?'

Commissaris Taconis: 'Als we die indruk hebben gekregen, zouden we zijn verklaringen niet op papier hebben gezet, zeker niet in een zo ernstige zaak als deze'.

Ewout H. : 'Ik heb de verhoren anders heel anders beleefd dan de heer Taconis nu stelt'.

Ontdekking uitgelokt?

Een intrigerende bijzonderheid was, dat Ewout zelf de stoot bleek te hebben gegeven tot de ontdekking van het lijk in de put. Hij had namelijk afvoer nodig voor een waterleiding, die hij had aangelegd in de tuin en daarvoor de betrokken put als de meest geschikte aangewezen ofschoon er nog meer putten in de tuin lagen. Had hij zich vergist in de mate, waarin hij veronderstelde dat het lijk was vergaan? De jongens hadden enige tijd tevoren een stok in de put gestoken en geconstateerd dat er een brijachtige massa aan kleefde. had hij het ontbindingsproces willen voltooien door de toevoer van afvalwater? Of lag de zaak anders?

President: 'Drukte het je dat het lijk daar zat?'

Ewout: 'Ik kon het niet tegenhouden'.

President: 'Voelde je je opgelucht toen alles uitkwam?'

Ewout: 'Ik weet het niet meer'.

Rechter Fromberg: 'Waarom ben je niet eens met je moeder gaan praten toen jullie na die diefstallen en met Theo Mastwijk in de knoei kwamen. Moord is toch veel erger dan diefstal?'

Ewout: 'Ik heb er niet aan gedacht'.

De als getuige-deskundige gehoorde psychiater Hagemeijer kon ook geen opheldering geven waarom Ewout het openleggen van de put niet heeft willen voorkomen. Wilde hij wellicht onbewust, dat het ontdekt werd? Psychiater: ' Met mijn gesprekken over dit facet van de zaak ben ik niet veel verder gekomen

Gevaar voor samenleving

De opvattingen van deze psychiater met betrekking tot Ewout komen over het algemeen overeen met die van de andere psychiaters ten aanzien van Henny W. en Boudewijn H. Er was geen uitgesproken leider in het groepje, ze beïnvloeden elkaar over en weer en er was voor ieder sprake van verminderde toerekeningsvatbaarheid. Hij adviseerde voor Ewout na een beperkte straftijd onvoorwaardelijke terbeschikkingstelling van de regering. Zulks vooral in het persoonlijk belang van Ewout en niet zozeer in het belang van de samenleving, want dokter Hagemeijer achtte het niet waarschijnlijk, dat Ewout weer in criminele fouten zou vervallen. Opname in een gesticht voor een psychotherapeutische behandeling achtte hij in Ewouts geval niet noodzakelijk. Hij zou zich ook thuis goed kunnen ontwikkelen indien daar educatief gunstige omstandigheden zouden heersen.

In de namiddagzitting zaten de drie verdachten voor het eerst naast elkaar toen hun zaken gemeenschappelijk werden behandeld tijdens het getuigenis van de patholoog-anatoom dr. Zeldenrust, die de overblijfselen van het slachtoffer had onderzocht. Boudewijn H. en Henny W. keken elkaar geruime tijd strak en vijandig aan, toen schudde Boudewijn met een zenuwtrek het hoofd. Nadien wisselden de hoofdverdachten geen blik meer.

Dr. Zeldenrust baseerde zijn conclusie hoofdzakelijk op het onderzoek van de in de put gevonden schedel van Theo Mastwijk. Een model van een willekeurige schedel, waarop hij met rode inkt de plaatsen had aangegeven waar de schedel van het slachtoffer was gekwetst, legde hij voor de rechtbank op tafel. Aan de linkerzijde had hij een breuk geconstateerd, aan het eind waarvan zich een driehoekig gat bevond: een impressiebreuk, waarbij het uitgedrukte schedeldeel die hersens moet hebben beschadigd en een slagader moet hebben doorboord. het linkerjukbeen was geheel weggebroken, waardoor belangrijke bloedvaten beschadigd moesten zijn. Ook het rechterjukbeen vertoonde ernstige breuken. Dr. Zeldenrust achtte het mogelijk, dat deze letsels waren toegebracht met een wapen als het kapmes en het leek hem waarschijnlijk dat het gebeurde toen het slachtoffer op de grond lag. Hij nam niet aan, dat de beschadigingen waren veroorzaakt bij het in de put wringen van het lichaam, al sloot hij niet uit dat de reeds aangebrachte breuken daardoor konden zijn verergerd. De mogelijkheid, dat de schedel bij de opgraving ernstig zou zijn beschadigd, had hij consciëntieus onderzocht maar moeten verwerpen. Hij meende, dat aan beide zijden van de schedel slagen waren toegebracht, die heftige bloedingen moeten hebben veroorzaakt. het feit, dat er geen bloedsporen waren gevonden, achtte hij daarmee niet in tegenspraak. het lichaam werd met het hoofd omlaag in de put geduwd en het bloed kon lange tijd in de schedelholten zijn gebleven. Verkleuringen in de schedel wezen daarop.

Dood in put

President: 'U hebt geen doodsoorzaak kunnen vaststellen?

'Dr. Zeldenrust: 'Nee'.

President: 'De mogelijkheid is dus niet uitgesloten, dat het slachtoffer nog leefde toen het in de put werd geduwd?'.

Dr. Zeldenrust: 'Dit acht ik het meest waarschijnlijk. Ik ben ervan uitgegaan, dat de gevolgen van de wurgpoging, die blijkens de reconstructie maar vier seconden heeft geduurd, te verwaarlozen zijn. Dat de dood is ingetreden als gevolg van beschadigingen van de schedel is mogelijk, maar het lijkt me niet, dat dit onmiddellijk is gebeurd. Reëler is de veronderstelling, dat het slachtoffer pas na enige uren is gestorven. Het meest waarschijnlijke vind ik, dat de dood is veroorzaakt doordat het slachtoffer in deze toestand in de put is gestopt en daar werd blootgesteld aan de reactie van ongebluste kalk op water, waardoor de temperatuur zeer snel tot honderd graden kan oplopen. Het slachtoffer kan gestikt zijn, maar is anders zeker in een shocktoestand met dodelijke afloop geraakt'.

Verbijsterde vragen

Met verbijsterde tegenwoordigheid van geest nam Henny W. zijn kans waar om dr. Zeldenrust een aantal keiharede vragen te stellen, waarbij de aanwezigen in de zaal de adem inhielden.

Henny W.: Moet het slachtoffer na de wurgpoging bewusteloos zijn geweest?

'Dr. Zeldenrust: 'Dat geloof ik niet'.

Henny W': 'Het slachtoffer valt wentelt zich over d egrond. Is het dan bewusteloos?'

Dr. Zeldenrust dacht van niet.

Henny W.: 'Is het dan niet waarschijnlijk, dat het slachtoffer schreeuwt tussen de wurgpoging en de slagen op het hoofd?'

Dr. Zeldenrust: 'Het is mogelijk, het is wel te verwachten ja'.

Henny W.: 'Maar als het slachtoffer niet schreeuwt wijst dit er dan niet op, dat er heel snel toegeslagen is?'

Dr. Zeldenrust: 'Dat kan ik niet zeggen'.

Henny W.: 'Kan een persoon dit gedaan hebben?'

Dr. Zeldenrust: 'Ik dacht van wel'.

Henny W.: 'Maar het mes moest nog gepakt worden'...!

De strekking van Henny 's vragen was duidelijk: hij wilde aantonen dat hij onmogelijk én de wurgpoging kon hebben verricht én de slagen kon hebben toegebracht, om aldus zijn lezing van het gebeurde aannemelijk te maken, dat het Boudewijn H. was, die onverwacht snel toesloeg.

Mr. Pauwels wilde de verklaringen van de jongens H. nog even toetsen door dr. Zeldenrust te vragen of dergelijke slagen hoorbaar zijn en op welke afstand in de nacht. Dr. Zeldenrust geloofde niet erg in de hoorbaarheid van die slagen - 'maar een dof geluid - het zou wel kunnen'.

Toch kruisverhoor

Mr. Pauwels, de verdediger van Henny W., heeft gisteren de rechtbank meegedeeld, dat hij ervan afzag verdere getuigen te horen, en dat hij ook afzag van het horen der verdachten tegen elkaar. De Amsterdamse strafpleiter, die bij het begin van het proces geprotesteerd had tegen de gescheiden behandeling van de zaken tegen de drie verdachten, zei: 'U begrijpt wel, dat ik daar na al die verklaringen geen behoefte meer aan heb. De officier van Justitie zal wel snappen dat hij zich bij deze procedure in de vingers heeft gesneden'. Inderdaad overheerst de indruk, dat Henny W. tot dusver de geloofwaardige visie op de gebeurtenissen heeft gegeven. De gebroeders H. hebben met hun weifelachtige en 'ik weet het niet meer'- houding bepaald geen begrip voor hùn verklaringen kunnen wekken.

Toch zullen hun verdedigers niet ontevreden zijn. de broers zijn in hun verklaringen voor de rechtbank zeer consequent geweest en hebben zich niet laten verleiden tot opmerkingen, die hun schuld aan de moord boven alle twijfel verheffen. Niettemin glimlachte de Officier van Justitie geruststellend tijdens het prikje van mr. Pauwels en aan het eind van de zitting van gistermiddag bleek waarom. de president deelde namelijk mede, dat vandaag in de zaak tegen Henny W. als getuige zal worden gehoord Boudewijn H. en dat Henny W. als getuige zal optreden tegen de broers H. Er is grote kans, dat de Officier van Justitie nog hedenmiddag requisitoir zal nemen en het is zelfs niet uitgesloten, dat Henny W.'s verdediger, mr Pauwels, vandaag nog aan zijn pleidooi toekomt.