We hebben 211 gasten online

Eerste Baarnse moordzaak deel 4

Gepost in Strafzaken

eerste baarnse moordzaak

Knap requisitoir van de officier van justtie

Twaalf jaar geëist tegen Henny W. en Boudewijn H.

Geen nieuw licht op Baarnse moordzaak na kruisverhoren

Utrecht 4e procesdag 28 maart: Twaalf jaar gevangenisstraf met aftrek en terbeschikkingstelling van de regering voor Henny W. en Boudewijn H., en zeven jaar gevangenisstraf met aftrek voor Ewout H., zo luidde de harde eis, die officier van justitie mr. G.H.C. van Dijken gisteravond ( 28 maart) om kwart voor zeven in de Utrechtse rechtszaal liet horen. Het was het dramatische hoogtepunt en slot van de bewogen vierde procesdag der Baarnse moordzaak. De eis van de officier, aanzienlijk zwaarder dan iedereen verwachtte in dit met milde hand gearrangeerde proces en na de verontschuldigende conclusies der psychiaters, besloot een requisitoir van meer dan anderhalf uur. Het was een bijzonder knap requisitoir, dat in zijn zakelijk-juridische opzet zorgvuldig alle emotionaliteit elimineerde en daardoor een merkwaardig contrast opleverde met de spanning en de explosies, die eerder op de dag de kruisverhoren van de als getuigen tegen elkaar opgeroepen verdachten hadden gekenmerkt.

Hoogoplopend conflict tussen Henny W. en mr. Dietz

Die kruisverhoren waren dan ook met grote gretigheid tegemoet gezien. De tegenstrijdigheid der verklaringen, die de verdachten uitgerekend op de belangrijkste punten hadden afgelegd, had zelfs een kind duidelijk kunnen maken, dat hier gelogen werd dat het klapte. En het irritante was, dat het met een dusdanig waterdichte consequentie gebeurde, dat geen der verdachten zich in de klem werkte. De vraag was dus of zij dit zouden volhouden wanneer zij als getuigen onder ede zouden worden verhoord. Wel: deze vraag was geen lang leven beschoren.

Eis van 7 jaar tegen Ewout H.

De zitting begon met het verhoor van Boudewijn H. als getuige in de zaak tegen Henny W. De president, mr. Gijsman, attendeerde hem ernstig op het feit, dat hij als getuige een andere positie innam dan als verdachte, dat hij de eed moest afleggen en dus de waarheid moest spreken. Boudewijn beaamde dit. Desondanks weken zijn verklaringen nauwelijks af van hetgeen hij eerder had meegedeeld. Een van de weinige veranderingen was zijn erkenning te hebben voorgesteld Theo mastwijk de hersens in te slaan 'ergens ver weg'' bij Eem bijvoorbeeld, waarna het lichaam in het riviertje kon worden gegooid.

Niets veranderd

Voor het overige bleef hij bij zijn vroegere verklaringen: Het initiatief Theo uit de weg te ruimen stamde van Henny W.; het Theo aangegeven 'vergiftigde bier' bevatte slechts ongevaarlijke vitaminetabletten; het na de mislukte vergiftigingspoging uitgesproken voornemen een nieuwe poging te ondernemen om Theo te doden was zeker niet van hem afkomstig, 'maar ik meen van Henny W.'en Henny W. had van hem geëist, dat hij zou helpen bij het wurgen van Theo door diens polsen vast te houden en door met het kapmes te slaan indien het wurgen zou mislukken. Hij herinnerde zich nog steeds niets van de repetitie van de wurging, was tijdens de wurging weggelopen naar de moestuin waar hij 'slagen' had gehoord en toen hij terugkwam was het lichaam van Theo weg, ofschoon hem er nog vaag iets voor de geest kwam, dat hij Henny W. met het lichaam had zien slepen, aan de benen of de armen. Zo zou Henny W. ook de ongebluste kalk in de put hebben gedaan en er water op hebben gegooid, maar bij goed nadenken leek het hem niet uitgesloten dat hij ook zelf een emmer water had gehaald en in de put had geleegd.

Niet geslagen

De president toonde hem voor de zoveelste maal het kapmes, waarmee Theo Mastwijk vrij zeker is geslagen: 'Weet u zeker, dat u het niet in de hand heeft gehad?' Boudewijn erkende te hebben geweten , dat het kapmes in de buurt van de kippenschuur lag, maar hij had het niet in de hand gehad en er niet mee geslagen.

President: 'Weet je nu zeker dat je niet redeneert: Ik kan zoiets niet gedaan hebben - dus heb ik het niet gedaan?' Boudewijn bleef bij zijn verhaal. Hij kon echter niet verklaren waarom hij de volgende ochtend, 'toen de ban van W. verbroken was', geheel uit eigen initiatief de put verder had gedicht met bladaarde. En ofschoon hij staande hield, dat hij de moord niet had gewild kon hij niet aannemelijk maken waarom hij niet gebruik had gemaakt van de gelegenheid, toen Henny W. uit de schuur wegliep en de wurging kennelijk niet wilde plegen, om een eind aan de zaak te maken.

Fout

Een kruisverhoor door Henny W. verdediger mr. Pauwels leverde geen enkel nieuw gezichtspunt op dan dat ook bekende strafpleiters fouten kunnen maken. Mr. Pouwels wilde namelijk van Boudewijn weten, wie hij na zijn ontvluchting uit het Baarnse politiebureau had gesproken. Boudewijn noemde zijn ouders, zijn broer Karel, het dienstmeisje. maar mr. Pauwels vond het eigenaardig, dat hij toen niet zijn broer Ewout gesproken had, waarbij de Amsterdamse strafpleiter helemaal vergat, dat Ewout op het politiebureau gevangen zat....

Ook Henny W. mocht Boudewijn ondervragen. Het gebeurde na een koffiepauze. Het eerste waar Henny W. agressief naar informeerde was of de eed, die Boudewijn voor de pauze had afgelegd, ook nu nog geldig was, waar de zaal even van moest schateren, hetgeen de aanwezigen een zachtaardige reprimande van de president opleverde.

Dreigement

Henny W. wilde van Boudewijn horen of hij de jongens H. had gedreigd hen bij de politie aan te zullen aanbrengen als ze Theo Mastwijk niet bij hen wilden laten onderduiken. 'Niet met woorden', zei Boudewijn, 'maar met je hele persoonlijkheid'. Henny liet Boudewijn verklaren, dat hij wist waar het kapmes lag maar dat hij dat niet aan Henny had medegedeeld toen de wurgpoging in de villa werd besproken. Henny zelf had de Officier van Justitie op een vraag geantwoord niet geweten te hebben, dat er een kapmes in de tuin lag. Henny ontfutselde Boudewijn ook de mededeling, dat Ewout niet had geweten dat de rode pillen, die hij in het bier had gedaan, vitaminepillen waren geweest en daar deed hij dramatisch verwonderd over: even tevoren had Boudewijn namelijk op een vraag van mr. Pauwels gezegd dat het flesje met de pillen geregeld werd gebruikt en in het buffet stond.

Rollen omgedraaid

Om twaalf uur werden de rollen omgedraaid en trad Henny W. op als getuige in de zaak tegen Boudewijn. Nieuw was in zijn verklaringen de mededeling, dat hij niet om onderdak voor Theo M. had gevraagd. Hij had wel over het gevaar gesproken, dat Theo het vooruitzicht naar een opvoedingsgesticht te worden gestuurd wilde bezweren door de politie te vertellen, dat Henny W. schuldig was aan diefstallen, waarvan hij, Theo werd verdacht. Daarop hadden de broeders H. de torenkamer van de ouderlijke villa als onderduik-gelegenheid beschikbaar gesteld. 'Ik wist niet eens dat zij over die mogelijkheid beschikten', zei henny.

De rol, die Boudewijn in zijn verklaringen had toegewezen aan Henny W., retourneerde deze aan Boudewijn H. Boudewijn had het initiatief tot de moord genomen en had vastgehouden aan een nieuwe poging toen de vergiftiging was mislukt. Volgens Henny was er geen ogenblik sprake geweest van een eis zijnerzijds dat Boudewijn met het kapmes zou slaan als de wurgpoging zou mislukken. 'Zoals we het gerepeteerd hadden dachten we dat het niet kon mislukken. Bovendien mochten we de schedel van Mastwijk niet beschadigen, anders zouden we het verhaal niet vol kunnen houden, dat we hadden afgesproken voor het geval het lijk werd ontdekt, namelijk dat Theo aan ziekte gestorven zou zijn'.

Geen geluid

Henny W. bestreed de verklaring van Ewout, dat die niet écht op de uitkijk zou hebben gestaan. Boudewijn zou hem hebben overreed door te gaan toen hij van de wurging terugschrok en hakte met het kapmes op Theo in toen deze op de grond was gevallen. Ook de hulp van Boudewijn bij de verberging van het lichaam in de put hield hij staande. Hij herinnerde zich niet hóe Boudewijn had geslagen en hij herinnerde zich ook geen geluid, maar wel de bewegingen in de richting van Theo 's hoofd.

Er waren geen afspraken gemaakt voor het verder dichten van de put dat Boudewijn en Ewout de volgende dag hadden gedaan. 'Dat hebben ze buiten mij om gedaan, net als het aansluiten van de regenpijp op die put om er water bij te laten stromen'. Henny W. ontkende pertinent na afloop van het drama tegen Ewout te hebben gezegd: 'Ik heb Theo vermoord'.

President: 'Maar tegen een ander vriendje van je heb je dat, toen je wat gedronken had, wél gezegd!'.

Henny W.: Ik kan dat onbewust hebben gezegd. Ik heb hem ook vermoord, maar ik heb niet geslagen'.

Officier: 'Voel je je volledig medeschuldig aan de moord op Theo mastwijk?

Henny W.:'Ja, mijnheer de officier'.

Vraag

Vragen van Boudewijns verdediger mr. Mathuizen brachten aan het licht, dat een bevriende vrachtwagenchauffeur eens een kennis van Henny W. had meegenomen naar België en deze tegenover de politie had beschreven als Theo Mastwijk. Op deze verklaring is de chauffeur naderhand teruggekomen. Mr. Mathuizen suggereerde, dat Henny W. de oorspronkelijke verklaring met de chauffeur had afgesproken ter ondersteuning van zijn bewering, dat Theo naar het buitenland was uitgeweken. ´Het is niet de enige tegenstrijdige verklaring in het dossier´, zei Henny W. bits.´Die vriend van mij leek trouwens wel op Theo Mastwijk´. Verder onthulde mr. Mathuizen, dat Henny W. betrekkelijk kort na de moord samen met een vriend met een chauffeur was meegereden naar België. De afspraak daarvoor moest lang voor de moord zijn gemaakt.

Wat dan nog ?

De officier van justitie haakte daar meteen op in: 'Was dit nu geen gelegenheid geweest Theo over de grens te brengen?

Henny W.: 'Maar wat dan nog? Wij zaten steeds weer met de vraag hoe het dan verder moest. Theo kon toch worden opgepacht!'.

Officier: 'Was het dan eigenlijk niet een erg irreële gedachte, dat Teo wel eens naar het buitenland kon worden gebracht?'.

Henny W.:'Het was helemaal een irreële zaak'.

Boudewijn H. stelde Henny W. maar één vraag:'Leg je al deze voor mij belastende verklaringen nu af omdat je onder ede staat of uit wraak?'

Henny W.:' Ik zie geen enkele reden om iets anders te verklaren'.

Daarop informeerde de officier of Boudewijn zich afspraken herinnerde om het lichaam van Theo bij de moord niet te beschadigen. Boudewijn erkende het. De officier vond, dat daardoor het vergiftigingsplan toch wel een reële basis moet hebben bezeten en geen schertsplan kon zijn, zoals Boudewijn had gezegd. En hoe was met deze afspraak de eis van Henny W. te rijmen, dat Boudewijn met het kapmes moest slaan als de wurgpoging mislukte? Boudewijn had er geen afdoend antwoord op. Toen stelde de officier ook hem de vraag: 'Voel je je volledig medeschuldig aan de moord op Theo Mastwijk?'.

Boudewijn H.: 'Alleen voor zover ik die niet heb kunnen voorkomen'.

Officier: ' Is dat het enige?'

Boudewijn H.:'Ja'.

Getuige

Henny W. werd in de middagzitting als getuige gehoord in de zaak tegen Ewout H. Opnieuw moest hij heel het verhaal van de gebeurtenissen voordragen en hij deed het consequent. Voor wat de rol van Ewout betreft herhaalde Henny W. dat het Ewout was geweest, die de put als bergplaats voor het lijk had voorgesteld en met het denkbeeld van het gebruik van ongebluste kalk was gekomen. Samen met Ewout had Henny W. deze kalk gestolen, nadat de twee samen als eens eerder naar een bunker in het bos waren gaan kijken om te zien of deze als bergplaats voor het lijk kon dienen. Ewout had het eerst het wurgplan gelanceerd en Ewout had gezegd, dat Henny W. het moest uitvoeren, omdat de jongens H. de onderduiker hadden verzorgd en Henny nog niets had gedaan. En Ewout had tijdens het drama wel degelijk de wacht gehouden.

Conflict

Henny W. die tijdens de ochtendzitting het verhoor door Boudewijns verdediger mr. Mathuizen woedend en op de rand van ruzie had doorstaan, kreeg in de middagzitting een hoogoplopend conflict met Ewouts verdediger mr. Dietz. Des morgens had hij woedend gereageerd op de insinuerende vragen van mr. Mathuizen, die hem wilde doen toegeven, dat hij zich tijdens een verhoor door de Baarnse politie alleen maar met leugens had kunnen redden van de (gerechtvaardigde) verdenking, zich aan een diefstal te hebben schuldig gemaakt.

'Ik heb niet gelogen, ze hebben me alleen maar verkeerd verhoord', zei Henny. 'Ze waren zo pienter me te vertellen, dat ze maar één onbruikbare vingerafdruk hadden gevonden en dat het enige spoor op een bepaald punt doodliep en dus geen bewijs vormde'.

Henny wende zich boos tot de president en beklaagde zich nog over de handelwijze van mr. Mathuizen die hem daags tevoren door interrupties in de war had trachten te brengen tijdens de opmerkelijke vragen, die Henny W. dr. Zeldenrust stelde. 'Mijnheer de president, dat vind ik onsportief!'. Ook mr. Dietz bracht hem in alle staten door Henny te confronteren met een uit zijn verband gelichte passage uit een verhoor voor de rechter-commissaris. daaruit zou dan blijken, dat Henny het plastic wurgkoord in zijn zak had gehad.

Schreeuwend van drift voegde Henny mr. Dietz toe, dat in hetzelfde verbaal enige alinea 's eerder te lezen stond, dat hij het plastic snoer van Ewout had gekregen. Nieuwe deining ontstond er, toen mr. Dietz hem vroeg: 'Heb je na de moord geen bijl mee naar huis genomen?'. 'Nee', schreeuwde Henny, 'en ik weet ook niet, dat er een vermist wordt'.

De president greep in en richtte zich in de eerste plaats tot mr. Dietz: 'Ik wil U niet belemmeren in uw recht de getuige te ondervragen, maar ik zou U wel willen verzoeken uw vragen zuiver te stellen en alles te vermijden, wat opwinding veroorzaakt. Wij hebben dit proces tot dusver in een rustige sfeer kunnen voeren en zo wil ik het houden. Ik wil absoluut geen enkele emotie hebben'.

Voetstappen

Ewout repliceerde op het getuigenis van Henny W. met de mededeling, dat hij zijn daags tevoren afgelegde verklaring handhaafde, met name op het punt dat Henny hem na afloop van het drama zou hebben gezegd: 'Ik heb hem de hersens ingeslagen'.

De Officier wilde van Ewout, die daags tevoren had verklaard voetstappen te hebben gehoord, weten of hij ook water had horen stromen. Ewout bevestigde dit. Hoeveel series voetstappen had hij gehoord? Eén serie. Daarmee had hij deze mededeling van Ewout haar kracht verloren als ondersteuning van Boudewijns verhaal, dat hij bij de wurging naar de moestuin was gevlucht. De door Ewout gehoorde serie vetstappen moest afkomstig zijn geweest van Boudewijn toen hij - hetgeen hij heeft toegegeven - water haalde om in de put te gooien.

Niet geschokt

De Officier van Justitie, die om kwart voor vijf zijn requisitoir aanving, was niet geschokt van de warwinkel van tegenstrijdigheden, die de verhoren hadden opgeleverd. Men kan moeilijk verwachten een afgerond beeld te krijgen van een misdaad die pas vijftien maanden later werd ontdekt, zo zei hij. De vaagheid in de verklaringen der betrokkenen was ten dele beslist te goeden trouw. Maar voor een ander deel moest er toch aan opzet worden gedacht. Het is duidelijk, dat er voor wat betreft de slagen met het kapmes wordt gelogen, hetzij door Boudewijn H., hetzij door Henny W.

De Officier gaf nog eens een uitvoerig exposé van de gebeurtenissen, waarbij hij vooral aandacht besteedde aan de punten waarover geen overeenstemming bestond. 'Het is niet van overwegend belang, wie het eerst het plan lanceerde Theo M. uit de weg te ruimen, maar wel dat het plan is aanvaard. En ieder heeft zijn bijdrage geleverd aan de verwezenlijking van dit plan, zo luguber, cynisch en wreed, dat we het ons nauwelijks kunnen voorstellen'.

De Officier maakte duidelijk, dat de reconstructie van het misdrijf en de rol, die ieder der jongens daarbij heeft vervuld, geen onoverkomelijke moeilijkheden oplevert tót de scène bij de schuur. 'Van wat daar is gebeurd staat wel vast wát, maar niet door wie. De tegenstrijdige verklaringen op dit punt kunnen niet worden veroorzaakt doordat het zo lang geleden is. Een van deze verdachten liegt door dik en dun en heeft dat vandaag zelfs onder ede gedaan. Dit is volmaakt zinloos. Ze hechten waarde aan feiten en omstandigheden, die er maar weinig toe doen. Ook al heeft de ander geslagen - ze zijn toch beiden verantwoordelijk'.

Ernstig beroep

Op dit punt deed de Officier nog een ernstig beroep op de verdachten: 'Het is ook in zijn eigen belang, dat degene die liegt hier en op dit ogenblik opstaat en daarvoor uitkomt. We hebben het toch ook de psychiater horen zeggen, dat bekennen voor de genezing van hun geestelijke gestoordheid verreweg het beste is. Maar dit besef bestaat blijkbaar niet. En ik verwacht dan ook niet, dat degene die liegt, nu zal opstaan'.

De officier vergiste zich niet. Het was een ogenblik doodstil in de zaal, maar er gebeurde niets. Mr. Van Dijken vergeleek vervolgens de lezingen, die Boudewijn H. en Henny W. van het drama hadden gegeven en zei : 'Technisch gesproken kunnen ze allebei waar zijn, maar ik wil me niet begeven in een afweging van het waarschijnlijkheidsgehalte. Juridisch is het voor een beoordeling van deze zaak niet nodig, het is niet beslissend voor het primair ten laste gelegde. Welnu: Boudewijn H. en Henny W. ontkennen niet wat hun primair ten laste is gelegd. Zij ontkennen wel een aantal punten, die zij van belang vinden maar het niet zijn. De bewoordingen van de dagvaarding zijn zo gekozen, dat zij toepasselijk zijn zowel op de voorstelling van Boudewijn H. als die van Henny W'.

De eerste vraag, die volgens de officier beantwoord moest worden, luidt: Is bewezen, dat zij gezamenlijk hebben gehandeld? Aan de hand van vroegere arresten van de Hoge Raad, in gevallen die gelijkenis vertonen met het onderhavige, concludeerde de officier bevestigend. De gezamenlijke opzet blijkt uit het gedetailleerde plan en de gezamenlijke uitvoering. Henny W. erkent dit, Boudewijn H. beweert niet te hebben willen doden, maar zijn gedrag getuigt van een dusdanig nauwe samenwerking, dat ze mede-uitvoering moet worden gekenmerkt. Als het waar is, dat hij gevlucht is tijdens de moord dan heeft hij de keten verbroken - maar hem daarna direct weer hersteld door water op de kalk te gieten. Men kan zich trouwens ook door iets na te laten schuldig maken aan een misdaad. Er was voor Boudewijn H. een rechtsplicht verdere uitvoering van het door hem in werking gezette plan te voorkomen. Wie het hakmes heeft gehanteerd is in dit verband niet doorslaggevend.

De tweede vraag luidt, aldus de Officier, of hier een moord is gepleegd. Dr.Zeldenrust heeft het waarschijnlijk gemaakt dat Theo M. pas in de put is overleden. Maar is het nodig vast te stellen door welke van de handelingen de dood is ingetreden? Als hierom geen veroordeling zou kunnen volgen zou dit een onzekerheid scheppen, die gevaarlijk is voor het rechtsgevoel. Men zou iemand kunnen neerschieten en hem vervolgens voor een rijdende trein kunnen gooien en dan kan zelfs dr. Zeldenrust niet meer aantonen, dat het slachtoffer door de kogel is overleden. Het staat vast, dat de dood van Theo M., een gevolg is van een deel der behandelingen en dat is voor de rechtbank voldoende, aldus de Officier: ' In de tenlastelegging staat dat Theo M. door een of meerdere handelingen is gestorven'.

Derde vraag: Is er opzet in het spel? Boudewijn H. ontkent het, maar wat heeft dit om het lijf? Hij heeft in het gunstigste geval met tegenzin meegewerkt. 'Maar ik neem dit niet aan', zei mr. Van Dijken. 'Hij had zijn eigen motief om Theo te doden. Hij was bang voor zijn toekomst, zijn reputatie en die van zijn familie als die diefstallen uit zouden komen. Hij heeft meermalen de gelegenheid gehad op het psychologisch juiste moment het drama te latenstaken, maar hij verzuimde het. Over de vitaminepillen heeft hij aanvankelijk gezwegen totdat de anderen erover begonnen. Ze zullen dus wel niet zo onschuldig zijn geweest. Henny W. wilde aanvankelijk ook niet, maar verkoos Theo 's dood boven de solidariteit van de groep. Ook Ewouts opzet is duidelijk gebleken'.

Laatste vraag: De voorbedachte raad. Officier:'Dit is toch wel een schoolvoorbeeld van een misdaad met voorbedachten rade. Het hoeft nauwelijks te worden aangetoond'.

Toerekeningsvatbaar

Vervolgens nam de Officier de toerekeningsvatbaarheid van de knapen onder de loep. Hij zei: 'Er zijn vele grote en deskundige rapporten over deze zaak uitgebracht. Ik wil nog eens accentueren, dat zij alleen zijn gevraagd ten behoeve van een juiste beoordeling en niet om het resultaat voor een bepaalde verdachte in gunstige of ongunstige zin te beïnvloeden'.

De Officier sloot zich geheel aan bij de conclusie der deskundigen: verminderde toerekeningsvatbaarheid. De jongens waren alle drie in moreel en ethisch opzicht in hun jeugd te kort gekomen en hun relatie in hun groep werd versterkt door het gemeenschappelijke bezit van een object: de ondergedoken jongen, waaraan ieder der jongens afzonderlijk zich opmerkelijk weinig gelegen liet liggen. De groep kwam in een toenemend isolement en geraakte later in een pathologische angst voor de ontdekking der diefstallen, waarvan ze zich een volkomen scheefgetrokken voorstelling maakten.

Grote schuld

Niettemin, aldus de Officier, dient de rechter er zich ernstig rekenschap van te geven, dat de samenleving een groot belang heeft bij de handhaving van de primaire norm: Gij zult niet doden. Overtreding daarvan verdient in beginsel zware vervolging. 'Hoezeer de psychische toestand van verdachten hun jeugd en hun bijzonderde omstandigheden in aanmerking dienen te worden genomen: ik zie geen reden de conclusie der psychiaters over te nemen, dat een verminderde straf hier op zijn plaats is. Daarvoor is de schuld van ieder der verdachten veel te groot. Ik geloof wel, dat terbeschikkingstelling van de regering en opname in een inrichting effectiever zijn na een korte gevangenisstraf, maar ik ben daartoe niet bereid als de schuld een lange straf vergt. Tijdens de gevangenschap is ook psychiatrische bemoeienis mogelijk, al zijn de omstandigheden niet gunstig'.

Dezelfde straf

Voor Boudewijn H. en Henny W. wilde de Officier dezelfde straf vragen. Zij hebben elkaar wederkering beïnvloed. W. heeft wel het initiatief genomen tot het onderduikplan van Theo, maar dat is niet het begin geweest van het moordplan. Wie dit heeft gelanceerd staat niet vast, wel dat de ander het geaccepteerd heeft. Twaalf jaar met aftrek eiste de officier voor hen, met onvoorwaardelijke terbeschikkingstelling van de regering. Behandeling in een inrichting is niet alleen in hun persoonlijk belang maar ook in dat van de maatschappij. De psychiaters, aldus de officier, achten deze beide verdachten een gevaar voor de samenleving. Voor Ewout achtte hij een lichtere straf van zeven jaar met aftrek op haar plaats. Ewout was de jongste en hij was niet betrokken bij de uitvoering van de moord. 'Een deel van deze straf kan wellicht worden doorgebracht in de jeugdgevangenis te Zutphen', zei de officier, die voor Ewout geen terbeschikkingstelling vroeg.

Op 29 maart komen de verdedigers aan het woord. President mr. Gijsman verwacht, dat de behandeling der zaak dezelfde dag kan worden afgesloten.