We hebben 122 gasten online

Eerste Baarnse Moordzaak Deel 5

Gepost in Strafzaken

eerste baarnse moordzaak

Pleidooien in de Baarnse moordzaak

Verdedigers: Theo Mastwijk had verdachten in zijn greep

Mr. Francois Pauwels voorspelt officier snelle promotie

Utrecht 29 maart . Theo Mastwijk, het veertienjarige slachtoffer van de moord te Baarn, is de grote verdachte geweest op de vijfde en laatste procesdag te Utrecht. Hij speelde een centrale rol in de pleidooien van de verdedigers der drie verdachten. Mr. Francois Pauwels, verdediger van Henny W., noemde het slachtoffer "een klein monster", dat de drie verdachten sterk in zijn greep had en dat bepaald niet tegen zijn zin veertig dagen in de villa der familie H. verbleef. "Hij was veertien jaar, maar hij "kraakte al als een man van eenenveertig". Volgens mr. Pauwels was deze moord in de eerste plaats een chantagemoord. Ook mr. Mathuizen, verdediger van Boudewijn H., noemde het slachtoffer het type van een chanteurtje. En mr. Dietz, verdediger van Ewout H., zei:"Het was een jongen die blijkens de verhoren "veel" van Henny W. wist en waar Henny zelfs bang voor was. De jongen moet iets heel ernstigs achter de rug hebben gehad om met plezier veertig dagen te kunnen onderduiken".

Mr. Mathuizen:"Hoe is dit bij kinderen mogelijk"?

Waaruit bestond dat geheimzinnige "iets", dat in al die pleidooien doorklonk? De verdedigers namen aan dat het er moest zijn, want Henny W. kon niet bang zijn geweest voor hetgeen Theo wist van zijn aandeel in de diefstal op de Reehorst: Henny was daarover al door de politie verhoord, maar wat Theo de politie had verteld was niet voldoende om Henny iets ten laste te kunnen leggen. Henny deed het evenwel tegenover de jongens H, die ook aan de diefstal op de Reehorst hadden deelgenomen, voorkomen dat het daarom ging.

Officier van Justitie mr. Van Dijken gaf ronduit toe dat dit een van de mysteries was in deze zaak. Het is onwaarschijnlijk, dat een figuur als Henny W., zich door Theo's kennis van de diefstal liet intimideren. Maar het is toch onwaarschijnlijk, dat de broers H. zich op die basis lieten intimideren door W. en het slachtoffer. Er kan inderdaad iets anders achter zitten. "De reden, waarom ik daarin niet geloof, is dat we daar anders uit de kennissenkring van de jongens wel aanwijzingen voor zouden hebben gekregen".

Mr. Pauwels was zijn pleidooi voor Henny W. begonnen met een ongebruikelijk compliment aan de officier van Justitie: "Nog nooit in mijn vijftigjarige carrière als strafpleiter heb ik zo'n voortreffelijk requisitoir gehoord". Hij voorspelde de officier - die daar uiterst ongemakkelijk bij zat te kijken - een snelle promotie tot procureur-generaal. "U hebt de generaalsstaf in uw ransel". Hij prees ook de objectiviteit van de rechtbank. "De publieke opinie is er aanvankelijk bang voor geweest, dat in deze rechtszaak de arme jongen het slachtoffer zou worden van zijn mededaders, zoons van rijke ouders. Daar is niets van gebleken. Zij hebben voor deze rechtbank volkomen gelijke kansen gekregen en daarmee is bewezen, dat de Nederlandse rechter integer recht spreekt.

Korte straf

Mr. Pauwels onderschreef de theorie van de officier over het mededaderschap maar vond dat deze ook voor Ewout moest gelden. Het aandeel van zijn cliënt in het misdrijf verkleinde hij niet. Hij vond wel dat de omstandigheden in aanmerking genomen moesten worden. "Toen Theo uit de schuur kwam, de strop om de hals kreeg en "Wat Nu zei", is er een misdadige spanning over de jongens gekomen, waarin ze haast wel moesten doden"Hij vroeg voor zijn cliënt een geringe gevangenisstraf met voorwaardelijke terbeschikkingstelling. "Het heeft mij in de psychiatrische rapporten getroffen, dat men het uiterst ongewenst acht, dat deze jongens in aanraking komen met zwaargestraften. Ik ben zo bang, dat voor deze jongens één jaar gevangenisstraf al voldoende is om op het verkeerde pad te komen. Voor de eerzuchtige en flinke Henny W. biedt een korte straf uitzicht om zich in de maatschappij, eventueel in het buitenland, te kunnen rehabiliteren. Ik heb er, samen met een comité in Baarn, voor kunnen zorgen, dat er een kapitaaltje vrij komt als hij vrij komt. De gevoelens van wraak in deze jongens tegen de samenleving en tegen het noodlot mogen niet worden aangewakkerd".

Geen chantagemoord

Officier:"Er is door het slachtoffer niet zoveel pressie op Henny W. uitgevoerd dat wij van een chantagemoord kunnen spreken. Wat de straf betreft: er kunnen zich in de gevangenis ongunstige beïnvloedingen voordoen, maar daardoor mogen we ons niet laten leiden bij de bepaling van de strafmaat".

In zijn laatste woord wees Henny W. op een passage in het reclasseringsrapport, waaruit bleek, dat hij niet die harde en ongevoelige jongen was waarvoor men hem gemakkelijk versleet. Hij was na de moord niet op de verkeerde weg doorgegaan. Hij had wel deelgenomen aan diefstal, maar dat was maar één keer gebeurd en dan nog wel tegen zijn zin.

In-droevig

Mr. Mathuizen, die Boudewijn H. verdedigde, noemde deze zaak niet spectaculair maar in-droevig. "Hoe is dat bij kinderen mogelijk", vroeg hij zich af. "Wij vakmensen weten dat er heel wat bij kinderen mogelijk is. In een stad als Amsterdam moesten de ouders eens weten, waar de schoolkinderen soms hun koffietijd doorbrengen. Maar een moord - dat is toch iets anders. Mr. Mathuizen was overigens van mening, dat de Baarnse moordzaak niet tot een oplossing was gekomen, noch wat betreft de feiten, noch voor wat de psychologische achtergrond aangaat. de beste processen-verbaal geven niet meer dan een zwakke afspiegeling van wat er is gebeurd en wat er in de betrokkenen is omgegaan. "Er wordt hier gesproken over generale repetitie en over krijgsraad, maar deze jongens hebben vrij zeker geen ogenblik van kalm en rustig beraad gekend".

Hij vroeg begrip voor de gebrekkige herinnering van Boudewijn. "Hij kan niet op commando een film laten afdraaien, hij heeft hooguit een fotoalbum met enkele saillante herinneringen. Je kunt iemand niet een verslag van een koortsdroom vragen". Boudewijn leefde eenzaam met zijn studie en zijn dieren in een groot huis, dat misverstanden wekte. "Er wonen in Baarn heel wat welgestelder mensen in kleine behuizingen". Henny W. was zijn eerste vriend, maar het was van de kant van Henny een parasitaire vriendschap, waarbij dat grote huis, waarin van alles gebeuren kon, een rol speelde. Henny gebruikte het om van Theo M. af te komen, waarom is niet duidelijk als men er van uitgaat, dat voor Henny W. de bedreiging met verraad van de diefstal op de Reehorst niet reëel was. Henny voedde bij de jongens H. een angstpsychose, waarvan Boudewijn later zei:"Ik handelde als een automaat". "Dit", aldus mr. Mathuizen. ïs wetenschappelijk aanvaardbaar. Er was geen motief voor moord, maar een moordsituatie, waarin alles zich vanzelf voltrok. Boudewijn vluchtte op het beslissende moment. Dat is een menselijke reactie. Het vluchtelement treffen we ook bij Henny W. aan, namelijk op een beslissend punt in zijn verklaringen. Hij beweert wel, dat hij Boudewijn slaande bewegingen met het kapmes heeft zien maken, maar hij deinst terug voor de verklaring, dat Boudewijn het hoofd van Theo met het mes heeft geraakt".

Argumenten

Mr Mathuizen ontleende aan de wetenschappelijke literatuur over de wurging argumenten, die Henny W's uitsluitend daderschap aannemelijk maken. "Wie met wurging begint gaat er mee door, want niets jaagt zo de agressiviteit in een mens omhoog als het wurgen. En als de wurging mislukt gaat de wurger altijd met andere wapens verder. Henny W. kende judo en was razendsnel. Hij heeft van dr. Zeldenrust willen horen, dat niet één man én de wurgingén het grijpen van het kapmes kan hebben verricht, zó snel dat het slachtoffer niet de kans kreeg te schreeuwen, maar het moet voor hem niet moeilijk zijn geweest".

Mr. Mathuizen trachtte op juridische gronden het mededaderschap van Boudewijn te betwisten en concludeerde tot medeplichtigheid. Hij verwierp het denkbeeld van groepsinteractie. "Boudewijn was psychisch ziek en ten tijde van de moord niet in staat tot het nemen van zelfstandige beslissingen. De suggestibiliteit van Henny W. aanvaard ik ook niet; tijdens deze zitting is wel gebleken, dat deze knaap zichzelf volkomen in de hand heeft".

Clementie

Mr. Mathuizen vroeg zeer grote clementie voor Boudewijn, die thuis vrijwel geen aanspraak had gehad terwijl men er ook geen "ziekte-inzicht" had. "men kan dat verwaarlozing noemen', aldus mr. Mathuizen. Hij zei:"Boudewijn ziet voor zichzelf geen toekomst meer. Aan lichte straffen ziet men een eind, zware straffen worden met de dag zwaarder. Hij was evenals Henny W., na de moord al geruime tijd weer in de goede koers: Henny werd een goed verkoper, Boudewijn ging ineens weer goed studeren en deed met glans zijn overgangsexamen. Laat men daar rekening mee houden, zodat de jongen binnen niet al te lange tijd, in de maatschappij kan terugkeren".

Waarschijnlijker

Replicerend zei de officier van justitie, "dat hij de lezing van Henny W. over de gang van zaken bij de moord waarschijnlijker vond dan die van Boudewijn. Henny heeft tegenover een vriend eens verklaard, dat zij Theo Mastwijk hadden vermoord, maar dat Ewout H. zich eruit had gedraaid".

Boudewijn H. zei tot slot:"Ik zou er graag op willen wijzen, dat niet is komen vast te staan, dat de wurgpoging van Henny W. is mislukt. Verder heeft hij tegen een vriend gezegd, gestoken te hebben en dat klopt met wat dr.Zeldenrust heeft verklaard over een der schedelverwondingen. Maar van mij heeft Henny gezegd, dat hij mij alleen maar heeft zien slaan".

Bewogen

In de middagzitting was het woord aan de verdediger van Ewout H. mr. Dietz. Hij zei, dat hij het prachtige requisitoir van de officier van justitie niet op juridische gronden zou bestrijden. "Ik sta hier alleen maar als één stuk bewogenheid. Ik heb anderhalf jaar op de kans gewacht om rustig te kunnen zeggen wat ik in het belang van deze jongens naar voren zou willen brengen". Mr. Dietz kreeg de kans van drie uur tot kwart over ze.

Het uitgangspunt van Mr. Diets pleidooi was, dat het in dit proces om betrekkelijk kleine jongens gaat, over wier leven wordt beslist op grond van niets dan veronderstellingen, en dat daaruit de ergste gevolgen kunnen voortvloeien. Hij verzette zich tegen de vorstelling van zaken, dat de jongens H. leugenaars zijn omdat zei zich zo weinig kunnen herinneren en zo weinig zeggen. "Zij kunnen nu eenmaal moeilijk uit hun woorden komen, maar ze zijn eerlijker dan wie ook. Ze moeten erover nadenken, als hun wordt gevraagd wie het moordplan het eerst heeft geopperd. Ze hebben - en dat is natuurlijk - maar fragmenten in hun herinnering overgehouden. Ze kunnen er geen "verhaal" van maken en ze kunnen niet praten alsof elk onderdeel van dit verhaal op gezegeld papier is waargemaakt. Daarom zijn ze wáár. Een vent die liegt reageert niet met "het zou wel kunnen", aldus mr. Dietz.

Veronderstellingen

Uit de omstandigheid dat duidelijk is komen vast te staan, dat Henny W. gelegenheid heeft gehad Theo M. over de grens te brengen, concludeerde hij dat Henny dat niet heeft gewild. Tegenover de veronderstellingen van de officier van justitie plaatse mr. Dietz andere veronderstellingen, die alles veel begrijpelijker zouden maken,zo zei hij."Henny W heeft Theo M. uit de weg willen ruimen met behulp van betrekkelijk slappe jongens, die in een voor het doel geschikt huis woonden, een huis waar bovendien gestolen goed kon worden ondergebracht. Henny's motief moet zijn geweest, dat Theo iets heel ernstigs van hem wist. Hij bereidde de moord psychologich goed voor: eerst ging het alleen om het verbergen van Theo gedurende korte tijd, waarbij de jongens H. werden gerustgesteld met de verzekering, dat hij zou zorgen voor Theo's vertrek naar het buitenland.

In de macht

De jongens H. waren na de eerste inbraak in de macht van W. , die buiten medeweten van Boudewijn en Ewout, een chauffeur een valse verklaring in de mond gaf, dat hij Henny en zijn vriend Theo Mastwijk naar België had gereden en dat Henny alleen was teruggekeerd. Terwijl dus naar buiten kon komen vast te staan, dat Theo was uitgeweken, maakte Henny de jongens H. zo bang voor Theo, dat ze rijp werden voor een moordplan. Het is Henny, die zonder opluchting schrikt, als blijkt dat de vergiftiging is mislukt. Dat Henny aanvankelijk de schuur uitvluchtte verklaarde mr. Dietz niet alleen uit diens afkeer van moord, maar als een poging om het Boudewijn alleen te laten opknappen. Als Boudewijn hem achterna gaat zegt Henny:"het moet toch gebeuren"en de slappe Boudewijn sloft weer mee. Het kapmes, waarmee Boudewijn volgens W. zou hebben geslagen, is nadien nog gebruikt voor de kippenslacht. "Ik heb, aldus mr. Dietz, "nog nooit gehoord van een moordenaar, die het moordwapen nog in d e huishouding liet gebruiken".

Belangrijke rol

"Ewout wilde de moord niet, dat is komen vast te staan", zei mr. Dietz. "Daarmee is in overeenstemming, dat hij op het moment van de moord uit heeft gedraaid met de uitvlucht, dat hij wel zou uitkijken. Niettemin heeft Ewout toe gegeven een belangrijke rol te hebben gespeeld bij de voorbereiding van het plan. 'Ach", zei mr. Dietz, "de jongens H. zijn zulke sukkels. Ewout is een knaap, die graag wil helpen. Hij heeft zijn best gedaan de verbalen kloppend te maken". De verdediger zag in de jongens geen misdadigers, maar pubers, die in een depressietoestand tot een wanhoopsdaad waren gebracht. Na de overwinning van hun puberteitsmoeilijkheden is er een beste kans dat zij respectabele burgers in de maatschappij worden. "Hun vader probeert nog iets van hun toestand te redden. Dat is niet gemakkelijk. je zult maar H. heten, om van Ewout maar te zwijgen".

Vermoeiend

Mr. Dietz, wiens lange en weinig ordelijke, zeer emotionele pleidooi door rechtbank en aanwezigen kennelijk als zeer vermoeiend werd ondervonden, haalde zich een reprimande van de president op de hals toen hij uitvoerig de karakterdefecten van Ewout belichtte. "Ik verzoek u zich daarin te beperken, in het belang van uw cliënt", zei de president. "Ik heb mezelf ook grote beperkingenopgelegd bij het citeren uit de psychiatrische rapporten, zulks in het belang van de verdachte. doet u dat alstublieft ook. het moet een marteling voor de jongen zijn dit allemaal te moeten aanhoren".

Vrijspraak

Ewouts verdediger zei tot slot, dat zijn cliënt niet kan worden veroordeeld, omdat niet was komen vast te staan, dat hij inderdaad de wacht had gehouden. Het belang van de maatschappijverzette zich niet tegen zijn vrijlating, hooguit datgene wat men de "generale preventie" noemt -, maar prof. Enschedé twijfelt eraan of die eigenlijk wel bestaat". Daarom pleitte hij vrijspraak voor de primair ten laste gelegde medeplichtigheid aan de moord. Ewouts aandeel in de diefstallen vond mr. Dietz veel erger. Daarvoor zou zijn cliënt moeten worden veroordeeld tot een straf gelijk aan het voorarrest, gevolgd door voorwaardelijke terbeschikkingstelling:plaatsing in een inrichting tot zijn eenentwintigste jaar. Tevoren had een reclasseringsambtenaar echter verklaard, dat er geen inrichtingen bestaan waarin voor een figuur als Ewout H. plaats is. Voor het geval de rechtbank niet met zijn pleidooi kon meegaan vroeg mr. Dietz voor zijn cliënt de uiterste clementie.

Officier van justitie mr. Van Dijken handhaafde na alle pleidooien zijn standpunt en persisteerde deswege bij zijn eisen. de rechtbank zal op donderdag 11 april, 's morgens om elf uur, uitspraak doen.

Dankwoord

Tot slot van de zittingsprak president mr. Gijsman een dankwoord tot al diegenen, die hadden bijgedragen aan een correct verloop van dit proces. Hij had eerder al hulde gebracht aan de psychiaters, psychologen, reclasseringsorganen en politiefunctionarissen voor hun werk, dat zijn weerslag vond in de indrukwekkende rapporten, verbalen en een film van de reconstructie van de misdaad. Nu huldigde hij de griffier, als beheerder van het gerechtsgebouw, de parketgroep der rijkspolitie en de deurwaarders, die evenals de andere betrokkenen zeer zware, vermoeiende dagen hebben doorstaan. een bijzonder woord van dank richtte de president tot de pers. "Toen mij duidelijk werd, dat de halve zaal in beslag zou worden genomen door vertegenwoordigers van de publiciteit heb ik een ogenblik gevreesd, dat dit grote onrust zou brengen. Journalisten moeten nu eenmaal snel zijn, dat kan ik begrijpen. Hun nieuws moet telkens zo gauw mogelijk de rechtszaal uit. Het is niettemin prachtig verlopen, u heeft uw taak volkomen geruisloos verricht. Daar wil ik u mijn grote erkentelijkheid voor betuigen", aldus president mr. Gijsman.