We hebben 273 gasten online

Deel 11 Puttense moordzaak

Gepost in Strafzaken

Het mysterie van de spermavlek

Mac van Dinther in Volkskrant van 27 oktober 1999

Zo op het eerste gezicht was de gewelddadige dood van. stewardess Christel Ambrosius op 9 januari 1994 in Putten een rechttoe recht aan moordzaak. Vier mannen' - twee zwagers, hun schoonvader en een huisgenoot van de schoonvader - rijden zoals gewoonlijk op zondagmiddag naar het bos om de honden uit te laten. Daar komen ze Christel Ambrosius tegen, die op weg is naar het huisje van haar oma in de bossen. ''Die zou ik wel willen neuken', moet een van de mannen hebben gezegd. .Ze achtervolgen het meisje tot het huis. Daar stappen de twee zwagers uit en gaan via de achterdeur naar binnen. Ze grijpen Christel, die zich verzet, maar al snel het onderspit delft.De een geeft haar een duw, de ander trekt haar op de grond. Vervolgens verkrachten ze haar om beurten, terwijl hun twee vrienden, die inmiddels ook zijn uitgestapt, buiten door het raam toekijken. Na afloop wordt het meisje gewurgd en gestoken tot ze sterft.De politie komt de mannen op het spoor doordat getuigen de Mercedes van de mannen die zondag in het bos hebben gezien. Na ellenlange verhoren slaan de verdachten door. Ze vertellen tot in detail hoe de een haar broek omlaag trok en haar verkrachtte terwijl de ander op haar polsen zat en zich aftrok. Zonder te ejaculeren overigens, een gegeven dat later van betekenis zal worden. Het verhaal wordt bevestigd door de twee anderen die alles hebben gezien. De schoonvader lijkt zich zeer bewust van de ernst van zijn verklaring. 'Het is ook vreselijk omdat het mijn schoonzoon is', zegt hij tegen de politie. 'Maar ik kan hem niet langer de hand boven het hoofd houden.'Kat in het bakje dus voor de officier van justitie. Dat vinden ook de rechtbank in Zutphen en het Gerechtshof in Arnhem, dat Wilco V. en Herman D. op 3 oktober 1995 veroordeelt tot tien jaar cel. De straf wordt in cassatie bevestigd door de Hoge Raad. Een logisch vonnis, resultaat van een efficiënt staaltje politiewerk, beaamt de bekende Utrechtse strafpleiter mr. P. Doedens, die zich grondig in de zaak heeft verdiept. Dat de twee verdachten naderhand hun verklaringen introkken omdat die onder grote druk zouden zijn afgelegd, doet daaraan niets af. Een poging om de eigen huid te redden.

DNA-materiaal is een belangrijk bewijs voor schuld of onschuld, zo blijkt in de - nog niet opgeloste - moordzaken van Marianne Vaatstra en Sybine Jansons. Alleen in de Puttense moordzaak werd het DNA-onderzoek terzijde geschoven. De twee veroordeelden zitten al vijf jaar vast, terwijl de sperma vlek op het slachtoffer niet van hen afkomstig was. En dat is niet de enige ongerijmdheid: 'Mijn cliënten zijn erin geluisd door de politie.'

Twijfelachtiger wordt het als ook de schoonvader zijn getuigenis herroept en de hele zaak rust op de verklaring van de vierde man, die te boek staat als zwakbegaafd. Dat zou nog geen probleem zijn als er maar voldoende bewijs is dat de mannen aan de moord koppelt.

En daar, betoogt Doedens, slaat de twijfel pas echt goed toe, omdat ieder technisch bewijs ontbreekt. Van de verdachten is geen enkel spoor gevonden in en rond de woning. Geen vingerafdrukken, geen voetsporen, niets..

En dan zijn er nog een paar merkwaardige ongerijmdheden, zoals: hoe komt het dat de achterdeur op slot was en de sleutel keurig aan het haakje in de schuur hing, een plekje waarvan alleen bekenden wisten?

En waar komen de twee 'vreemde' haren vandaan die op Christel zijn gevonden. Van de verdachten zijn ze in ieder geval niet. Nog gekker: van wie het is melktandje dat bij het lijk is aangetroffen? Alweer: niet van de verdachten.

En bovenal: van wie 0 wie is de spermavlek op het been van de vermoorde stewardess. Want DNA-onderzoek heeft aangetoond dat hij niet van de twee veroordeelde mannen is.

Doedens weet het zeker: 'Hier is een ernstige beoordelingsfout 'gemaakt. Het feit dat het sperma niet van mijn cliënten is, betekent dat het bewijs niet kan kloppen. Daar hoef je geen juridische studie voor gevolgd te hebben.'

Twee moordenaars en verkrachters in de cel en een lijk met sperma van een ander. Het is een unicum in de internationale rechtspraak, denkt de Rotterdamse oud-hoofdcommissaris J. Blaauw, die tegenwoordig zijn hoofdkwartier heeft op een zolder vol politiememorabilia. DNA geldt als onomstotelijk bewijs voor schuld of onschuld. Zeker bij eenverkrachting.

Zo werd onlangs de verdachte van de moord op Marianne Vaatstra vrijgepleit door DNA-onderzoek. En werd deze week een 37-jarige Nieuwegeiner beschuldigd van moord op Sybine Jansons omdat zijn DNA profiel overeenkomt met op het slachtoffer aangetroffen sporen. Putten is de uitzondering op de regel, zegt Blaauw. 'In plaats van dat het de verdachten ontlást, wordt het gewoon terzijde geschoven. Putten is bij mijn weten de enige plek in de wereld waar dit is gebeurd."

Toch blijft 'de spermavlek de gemoederen bezig houden. Dankzij het mysterie van het vreemde zaad wordt de Puttense moordzaak keer op keer opnieuw opgerakeld. Ondanks het feit dat de twee veroordeelden al ruim vijf jaar vast zitten.

Peter R de Vries, 'misdaadverslaggever' , heeft er al menige uitzending aan gewijd. Blaäuw mengt zich publiekélijk in het debat. Onlangs heeft ook kamerlid Boris Dittrich zich in de strijd geworpen met kamervragen aan de minister van Justitie of een 'second opinion' niet raadzaam zou zijn.

Dat alles tot groot genoegen van Doedens, die zich heeft opgeworpen als verdediger van de 'twee van Putten'. Doedens is ervan overtuigd dat de zaak tegen zijn cliënten rammelt.

Dat zegt elke advocaat, maar hier ligt het anders, bezweert de bekende strafpleiter in zijn kantoor in de Utrechtse binnenstad.

De advocaat is door de familie benaderd om de zaak over te nemen. Hij krijgt veel van dat soort verzoeken. Aan de meeste begint hij niet eens. Deze keer wel. Maar pas nadat hij zich had overtuigd van de onschuld van zijn cliënten. 'Ik ben met ze gaan praten. Om een indruk van ze te krijgen. Ik wil geen verhaal waarmee ik op mijn bek ga. Ik heb een reputatie te verliezen.'

Doedens doet de zaak gratis, zegt hij, omdat hij het als zijn plicht ziet te zorgen dat recht geschiedt. 'Mijn cliënten zijn erin geluisd door de politie.'

Blaauw drukt het nog sterker uit. Na het doorworstelen van alle dossiers, stapels verhoren en gesprekken met de twee veroordeelden staat zijn conclusie vast: 'Ik ben er honderd procent van overtuigd dat die twee onschuldig zijn.'

Blaauw zet er zijn reputatie voor op het spel. 'Als ik ook maar de geringste twijfel had, zou ik er nooit mee naar buiten zijn gekomen. Ik heb er niks mee, ik ken die jongens niet. Ik kan alleen maar mijn geloofwaardigheid verliezen. Maar wat. hier gebeurt, is een ongelofelijk schandaal.'

Waarom de mannen in vredesnaam' dan zulke uitvoerige bekentenissen hebben afgelegd over iets dat ze nu zeggen niet gedaan te hebben, is voor Blaauw simpel te verklaren.

Hij is gespecialiseerd in valse bekentenissen. 'Ik kom net uit de Verenigde Staten waar ik gesproken heb met Johnny: Lee Wilson. Wilson is veroordeeld wegens een moord die hij zelf had bekend. Acht jaar later bleek dat twee anderen het hadden gedaan.'

Wat bleek? 'Johnny werd acht uur aan één stuk verhoord. Op een gegeven moment pakte een rechercheur hem bij zijn haren en zei: "Nu wil ik de waarheid horen. Ik weef dat jij het gedaan hebt." Toen gaf ie toe.'

Zo is het ook met Wilco en Herman gegaan, zegt Blaauw. De twee mannen - 'eenvoudige Puttenaren, zonder strafblad' - zijn zo lang onder druk gezet tot ze alles verklaard hebben wat de politie maar wilde, zegt Blaauw. 'Herman is meer dan tachtig keer verhoord, Wilco vijftig keer.' . .

Daartegen is geen mens bestand, meent Blaauw. Datzelfde geldt volgens hem voor de schoonvader, die na dertig verhoren doorsloeg. 'Als je de verklaringen doorleest, dan zie je het verhaal groeien.' De schoonvader kan zijn ommezwaai zelf niet toelichten, omdat hij door keelkanker zijn stem is kwijtgeraakt, legt zijn echtgenote uit. 'Zijn knopje werkt niet meer. Maar wij weten zeker dat de jongens onschuldig zijn. Echt waar.'

Blijft over de verklaring van nummer vier, de zwakbegaafde huisgenoot. Daar geeft Blaauw geen stuiver voor. 'Zo onbetrouwbaar als wat. 'En wat hou je over als je de verklaringen weghaalt? Niets. Dan dondert deze hele zaak in elkaar.'

Voor Blaauw is het onbegrijpelijk dat de rechtbank de vreemde spermavlek heeft genegeerd. De kwestie is wel aan de orde gekomen bij het gerechtshof. Daar kwam de Nijmeegse emeritus-hoogleraar en vrouwenarts T. Eskes in antwoord op vragen van de procureur-generaal met de zogenaamde 'verslepingstheorie' .

Het zou mogelijk zijn dat Christel op een eerder tijdstip gemeenschap had gehad met een man en dat zijn zaad naar buiten is "gesleept' bij het opnieuw penetreren van de vagina door Herman en Wilco. Theoretisch is dat mogelijk, beaamt Eskes ook nu nog. Toch zit het hem niet lekker.

'Ik heb aan de zaak het vervelende gevoel overgehouden dat deze heren niet terecht vastzitten. Of ze het meisje vermoord hebben laat ik in het midden, ik ben geen jurist. Maar de verkrachtingszaak vind ik hoogst discutabel, die is op geen enkele manier bewezen. Als je nuchter redeneert, zou je zeggen: als het. DNA niet overeenstemt, zitten de verkeerden vast.'

Als dat waar is, loopt ergens een grote onbekende rond die een moord op zijn geweten heeft waar onschuldigen voor vastzitten. De politie heeft wel gezocht naar de man die bij het sperma hoort, zegt woordvoerder B. Top. Van Christel was bekend dat ze veel vrienden had. Maar de speurtocht leverde geen resultaat op.

Blaauw vindt dat de zaak hoe dan ook heropend moet worden. Maar justitie weigert categorisch.. 'De zaak is door verschillende rechters bekeken en zij zijn tot een uitspraak gekomen', zegt persofficier J. Buttinger uit Zutphen. ,

Dat is meer waard dan de mening van een oud-hoofdcommissaris en een misdaadverslaggever, aldus Buttinger, die niet wil ingaan op de kritiek. Blaauw snuift verontwaardigd. Een zwaktebod, zegt hij. 'Als ze de goede antwoorden hadden, zouden ze me zo van tafel kunnen vegen.'

Doedens heeft, een civiele procedure aangespannen om de zaak heropend te krijgen. Die heeft hij verloren. Hij heeft zijn hoop nu gevestigd op de kamervragen. Als ook dat niets wordt, heeft hij nog één troef achter de hand: DNA-onderzoek van de twee haren die op de trui en de hals van het lijk zijn gevonden.

Het zijn 'dode' haren, zonder wortel. Ten tijde van het proces kon dat niet op DNA worden onderzocht. Inmiddels kan dat wel. Stel nou, zegt Doedens; dat dat DNA hetzelfde is als dat van het sperma. Dan wordt de grote onbekende wel erg reëel.