We hebben 404 gasten online

Puttense moordzaak

Gepost in Strafzaken

Hoezo blunders in de Puttense moordzaak?

 

Bericht uit Oppertuun jaargang 2002 maand mei

Het Gerechtshof Leeuwarden heeft gesproken. Na veroordelingen door de rechtbank Zutphen en het Arnhemse Hof, een cassatieprocedure en na een herzieningsprocedure bij de Hoge Raad heeft het Hof Leeuwarden de twee verdachten in de Puttense moordzaak vrijgesproken. De zaak is daarmee afgedaan. Dat is de juridische realiteit. Het geeft dan ook geen pas om inhoudelijk over de vrijspraak in discussie te gaan. Wel wil ik drie opmerkingen maken die losstaan van de inhoudelijke merites van de zaak.

Allereerst het ontstane beeld als zou de oorspronkelijke behandeling ter zitting afgeraffeld zijn. Er zouden te weinig tijd en zittingsruimte voor de zaak zijn uitgetrokken. Daardoor zou het OM onder druk hebben gestaan en is de verdediging er bekaaid vanaf gekomen. Als gevolg van deze haast zouden de zittingsrechters op hun beurt niet in staat zijn geweest om een weloverwogen oordeel te vellen. De werkelijkheid is echter anders. Als er één zaak is geweest waarin naar Nederlandse maatstaven ruim de tijd is genomen, is het de Puttense moordzaak wel, zowel in eerste aanleg als in appèl. Het is daarom niet terecht om juist aan deze vrijspraak de algemene conclusie te verbinden dat efficiency-overwegingen de kwaliteit van de rechtspraak onder druk zetten.

Mijn tweede opmerking is dat ten onrechte gesproken wordt van een blunder van de justitiële kolom, met in begrip van de rechtbank Zutphen en het Arnhemse Hof). Wie hier het begrip 'blunder' hanteert, verwacht wat het OM betreft blijkbaar dat iedere vervolging tot een veroordeling moet leiden. Dat zou kunnen als de rechters zich volstrekt kritiekloos tegenover het OM opstellen. Of - en daar lijken de criticasters meer op te doelen - als het OM alleen die zaken aanbrengt waarin een veroordeling nagenoeg gegarandeerd is. Daarmee doet men onrecht aan de rol die het OM binnen onze samenleving te vervullen heeft. Iets anders is dat de vervolgend officier wel de overtuiging moet hebben dat hij een zaak heeft die naar eer en geweten vervolgbaar is. Ook dan kan het gebeuren dat de rechter de bewijsmiddelen anders beoordeelt en tot vrijspraak komt. Daar is niets mis mee. Het heeft aan de ene kant te maken met het verschil in taakverdeling tussen het OM en de rechter en aan de andere kant - en dat geldt ook de rechter zelf - met het dilemma dat de waardering van bewijsmiddelen altijd oproept. Wat is overtuigend, wat niet? Daarvoor bestaat geen formule met een wiskundigheid. Het gaat om argumenten waarover men van mening kan verschillen. En niemand heeft een telefoontje met de hemel. Hoezo blunders?

Mijn laatste punt heeft met het vorige te maken. Zoals gezegd geeft het nu de zaak is afgedaan voor het OM geen pas om het arrest van het Hof alsnog te gaan ontleden. Ik wil daar één uitzondering op maken die losstaat van het oordeel van het Hof over de telastegelegde feiten. In het arrest spreekt het Hof de advocaat-generaal verwijtend toe. De twijfel van het Hof dat de verdachten de moord en verkrachting hebben begaan wordt volgens het Hof onderstreept doordat in zijn requisitoir de advocaat-generaal 'vele feiten en omstandigheden en verklaringen onbesproken heeft gelaten en slechts fragmentarisch aangeeft hoe de bewezenverklaarde feiten zich moeten hebben voltrokken. De advocaat-generaal is - anders dan het hof - uitgegaan van de geloofwaardigheid van de bekentenissen van H.d.B. c.s. en heeft zich vervolgens kennelijk gericht op die feiten, omstandigheden en verklaringen die met de geloofwaardigheid van die bekentenissen in zijn visie overeenstemmen'.

In deze zaak zijn alle voors en tegens in volle openheid op tafel gekomen. Dat is ook de taak van het OM. Het Hof wrijft de advocaat-generaal aan dat deze in zijn uitvoerige requisitoir tot een andere selectie en interpretatie van relevante feiten komt dan het Hof. Dat verwijt is niet juist. Het debat is wezenlijk voor de rechtstoepassing. Het Hof behoort te toetsen aan zijn eigen overtuiging. Die kan tot een andere conclusie leiden, maar dat betekent niet dat de advocaat-generaal zijn werk niet goed heeft gedaan. auteur vz. van het college van PG's Joan de Wijkerslooth