We hebben 168 gasten online

Pascal F. De 'Uzimoorden' Deel 3

Gepost in Strafzaken

Requisitoir in de zaak tegen P.F. Ter terechtzitting van 23 januari 2003

 Mevrouw de voorzitter, Edelachtbaar College

Na twee dagen zitting, is het nu de beurt aan het Openbaar Ministerie, om haar visie te geven op de gebeurtenissen. Allereerst zal ik de zaak van de moord op Nadia van de Ven bespreken.

Aanleiding en start van het onderzoek naar de moord op de Weerdsingel

Op dinsdag 1 oktober 2002 krijgen twee politieambtenaren om 18.15 uur de opdracht van de meldkamer, om naar een perceel aan de Weerdsingel te gaan, alwaar een bewoner bloed en hulzen in de gang had aangetroffen.

Deze bewoner bleek te zijn, . Hij verklaart (pag. 1101) dat hij samen met en Nadia van der Ven en de huisbaas Pascal in de woning aan de Weerdsingel 9 woont. Toen hij op dinsdag 1 oktober thuis kwam, zag hij dat er rode vlekken, vermoedelijk bloedsporen in de gang waren en ook op de wasmachine die in de gang stond. Hij schenkt hier eerst weinig aandacht aan, maar zodra zijn huisgenoot, , hem wijst op de aanwezigheid van een huls, wordt besloten om de politie te bellen.

verklaart (pag. 1097) dat haar had aangesproken dat er allemaal bloed in de gang lag. Als zij de gang binnengaat, ziet zij het bloed en ook een kogel, zoals zij verklaart. Hierna wordt besloten om contact te zoeken met Nadia van de Ven, maar de telefoon wordt niet opgenomen. Ze besluiten uiteindelijk 112 te bellen.

Zoals vermeld komt de politie ter plaatse en starten met een onderzoek in de woning aan de Weerdsingel nummer 9.

De verbalisanten constateren ook dat er bloedsporen in de gang en op de wasmachine aanwezig zijn en zien eveneens een huls en een fragmentatiestuk van een volmantelpatroon.

Omdat de verbalisanten schoenafdrukken met een kruismotief in het bloed zien, controleren zij de schoenen van en . Dezen hebben beiden een gladde zool.

Alle deuren die op de gang uitkomen (dat zijn de deuren die toegang geven tot het woongedeelte van Pascal ), zitten op slot, met uitzondering van de toiletdeur. Omdat het openbreken van een van de deuren niet lukt, zijn de verbalisanten via de trap naar de eerste verdieping gegaan en zijn via het platte dak in de achtertuin van de woning terechtgekomen. Omdat zij vanuit de achtertuin niets bijzonders zagen, hebben zij een ruitje van een raam geforceerd. Nadat ze door het raam naar binnen zijn geklommen, zien ze door het glas van een tussendeur, dat in een andere ruimte, een vrouw ligt. Uit later onderzoek blijkt dat het gaat om Nadia van de Ven. Na een korte controle verlaten zij weer het pand en wordt de technische recherche gewaarschuwd (zie proces verbaal van bevindingen op pagina 114 tot en met 116). Hiermee begint het onderzoek naar de moord op Nadia van der Ven.

Pascal als verdachte aangemerkt

Op grond van de volgende omstandigheden, wordt Pascal , de huisbaas van de Weerdsingel, door de politie als verdachte aangemerkt:

- , verklaart bij zijn eerste gesprek tegenover de politie, dat hij Pascal een vreemde man vond en dat Pascal en Nadia een woordenwisseling hadden gehad over de vaatwasser (waarschijnlijk bedoelt hij de wasdroger) en de wasmachine

-Ook verklaart dat er tussen Pascal en Nadia onenigheid was over de wasmachine en droger en de katten in het huis.

-Het slachtoffer Nadia van der Ven, bevond zich in de middels sloten afgesloten woonruimte van Pascal

-Pascal was spoorloos en beantwoordde ook niet zijn telefoon.

Op grond hiervan is het onderzoek naar het overlijden van Nadia van de Ven voortgezet en zijn meer omstandigheden naar voren gekomen, waaruit de betrokkenheid van Pascal bij de moord naar voren is gekomen. Ik zal later in mijn requisitoir uitgebreid op deze omstandigheden terugkomen en de bewijsmiddelen aangeven, op grond waarvan het Openbaar Ministerie van mening is, dat Pascal de moord op Nadia van de Ven heeft gepleegd.

Eerst zal ik de verdwijning en uiteindelijke aanhouding van Pascal bespreken.

De verdwijning van Pascal , het inzetten van opsporingsmiddelen en de uiteindelijke aanhouding.

Zoals eerder aangegeven, was één van de punten die Pascal verdachte maakte, zijn verdwijning. Verdachte bevond zich niet in het pand aan de Weerdsingel, was telefonisch niet bereikbaar en ook de ouders wisten niet waar hij zich bevond.

Op 2 oktober (zie pag. 853 ev.) vindt er een doorzoeking plaats in de woning van de ouders aan de . Tijdens die doorzoeking vindt er een gesprek plaats tussen de politie en de ouders van de verdachte. De ouders wordt gewezen op het verschoningsrecht.

Met name de vader verklaart dat op 29 september 2002, hij voor het laatst contact heeft gehad met zijn zoon Pascal. Pascal heeft hem toen om advies gevraagd, betreffende de problemen die er zouden zijn met de huurster Nadia. De ouders verklaren dan dat zij zich voor kunnen stellen dat Pascal zich hier aan ergerde en hierover kwaad zou zijn geworden.

Gelet op het feit dat de politie een vermoeden had, dat Pascal contact met zijn ouders zou opnemen, is er onder andere besloten tot het aftappen van de huislijn van de ouders van Pascal . Er zijn relevante gesprekken gevoerd, die door uwe Rechtbank tijdens de behandeling reeds uitvoerig zijn voorgehouden. Ik zal hieronder twee belangrijke gesprekken naar voren halen.

Uit een gesprek tussen de moeder van de verdachte, en de zwager van de verdachte, op 4 oktober 2002, bleek dat Pascal wel degelijk na de moord bij zijn ouders is geweest en aan zijn vader en/of moeder heeft verteld wat er is gebeurd.

vertelt immers tegen in dat bewuste telefoongesprek (pag. 573 en verder):

“Het ging juist zo goed met hem. Als moeder zijnde blijf je hopen, maar ja, misschien tegen beter weten in. Er waren problemen met de huurster, hij schijnt dus dronken te zijn geweest en dat was toen de druppel die de emmer deed overlopen. Wat hij dan gezegd heeft, dat zij een paar katten wilde en dat wilde hij niet. Ik wil het eigenlijk allemaal niet weten. Hij had gedronken dus ja…. Het kan natuurlijk lang duren voordat ze hem gesproken hebben. Nou en eerst allemaal gewoon niks zeggen, gewoon niets zeggen, toen de politie binnen was. Aan de andere kant, het kan ze bijna niet ontgaan zijn, dat Pascal het is geweest. Hij was dronken, dat heeft hij zelf gezegd”.

“Het is ’s morgens gebeurd, dat is wat wij weten. Hij kan helemaal niet tegen alcohol, mondjesmaat geven wij hem wat mee”.

“Heeft hij de auto van haar meegenomen?(vraag ) Ja, ja, hij is klemgereden op de ring en vandaar naar hier gelopen”.

“Ik heb het weer van (= vader van Pascal). Hij vindt het heel erg wat er is gebeurd, hij vindt het heel erg wat hij heeft gedaan”.

“Hij geeft de drank de schuld, maar vindt het echt heel erg wat hij heeft gedaan”.

“Hij heeft het gedaan en is wat dat betreft dan ook ontoerekeningsvatbaar”.

, de vader van Pascal zegt tegen over de telefoon op 7 oktober 2002 (pag. 577 ev):

“Ik heb tegen de recherche gezegd dat ik Pascal voor het laatst op zondag heb gezien en niet op woensdag”.

(NB: later zal bij de Rechter-Commissaris inderdaad verklaren dat Pascal op 2 oktober bij hem is geweest en dat hij geld voor Pascal van de rekening heeft gehaald).

Op pag. 1350 ev. verklaart rechercheur van de politie:

“ heeft tegen mij verklaard dat Pascal de dag na het delict naar de ouderlijke woning is gekomen. Haar man heeft Pascal toen op de trein gezet in Ede”.

Verder verhoor van de ouders leidt echter niet tot de opsporing van Pascal . De vader van Pascal verklaart op 16 oktober 2002 nog:”Ik houd niets voor u achter”.

Gelet op het verdere onderzoek en de verklaringen van en bij de Rechter Commissaris en de politie, waarop ik later nog zal terugkomen, blijkt dit een keiharde leugen te zijn.

Ondanks het inzetten van andere bijzonder opsporingsmiddelen lukt het niet om de verblijfplaats van de verdachte vast te stellen.

Uiteindelijk wordt op 29 januari 2003 de verdachte toch aangehouden. Uit een telefoongesprek van met een notaris en een bank, is duidelijk geworden dat Pascal zich in Nederland bevindt, om een paar zakelijke dingen te regelen. In gezelschap van zijn vader, wordt de verdachte door een Arrestatieteam in Gouda gearresteerd.

Achteraf is gebleken dat de verdachte een aantal maanden in Polen heeft gezeten. Ik zal later nog aandacht schenken aan de verklaringen van Poolse getuigen.

Gedurende de tijd dat Pascal in Polen zat, heeft de politie het opsporingsonderzoek met volle kracht voortgezet. Niet alleen het opsporen van de verdachte was belangrijk, maar ook het verdere onderzoek naar de toedracht en de omstandigheden waaronder de dood had plaatsgevonden kregen de aandacht.

Hieronder zal ik aangeven waaruit het opsporingsonderzoek heeft bestaan en welke bewijsmiddelen door het Openbaar Ministerie worden gebruikt om tot de bewezenverklaring te komen.

Het Technische onderzoek in de woning aan de Weerdsingel 9

Ik verwijs hiervoor naar het verbaal van de Technische Recherche, zoals dat zich bevindt in de Ordner 1.

De recherche heeft van 1 oktober tot en met 4 oktober een onderzoek verricht in de woning aan de Weerdsingel.

De technische recherche constateert dat het lichaam van het slachtoffer, Nadia van de Ven, zich bevindt in het woongedeelte op de begane grond, de woonruimte van Pascal . Dit deel van het pand is volledig afgesloten. Het woongedeelte op de begane grond bestaat uit een woonkamer met een keuken en een aanbouw. Nadia lag op de vloer van de keuken in een plas bloed. Op het slachtoffer lag een zwarte herenfiets.

Aan de voordeur van het pand werden geen relevante sporen van braak geconstateerd.

Alle toegangsdeuren naar het woongedeelte op de begane grond waren afgesloten en er werden geen relevante sporen van braak aangetroffen.

De deur naar het zitkamergedeelte van de woning, was afgesloten met twee schuifsloten en een draaislot. De sleutel stak aan de binnenzijde in het slot

De deur naar de keuken was onder andere voorzien van een draaislot. Dit slot was alleen te bedienen vanuit de gang en de sleutel werd niet aangetroffen.

De sleutel van de tuindeur stak ook aan de binnenkant in het slot en was, zoals gezegd, afgesloten.

De vader van de verdachte, , heeft aangegeven dat slechts hij en Pascal beschikte over de sleutel van het woongedeelte van Pascal (zie pag. 853 Deel 2 en Pag. 1314 Deel 3)

Verder neemt de technische recherche in de gang diverse bloedconcentraties waar. Vlakbij de deur naar de keuken stond ook nog een wasmachine die met bloed was besmeurd. In het bloed werden schoenafdrukken aangetroffen, allen met hetzelfde zoolprofiel.

Tevens werden er twee kogelhulzen (kaliber 9 mm, bodemstempel DAG 89) aangetroffen en gefragmenteerde munitiedeeltjes.

Op de drempel van de tweede blinde deur, werden delen van afgebroken tanden of kiezen aangetroffen.

Tevens stelde de recherche vast dat er vanaf de wasmachine in de richting van en naar de keukendeur een bloed/sleepspoor zichtbaar was.

In de gang is ook een wielmoer aangetroffen.

Zoals gezegd, werd Nadia van de Ven op de keukenvloer, voorover liggend aangetroffen, in een grote plas bloed. Op de vloer tussen het slachtoffer en de keukenkastjes, op de keukenkastjes en de muren boven het aanrechtblad was een bloedspattenbeeld zichtbaar (zie tevens de foto’s op pagina 6 van Ordner 1 van het verbaal van de Technische Recherche). Nabij de voeten van het slachtoffer lag een oortje voor een GSM. Op het aanrecht werd een telefoon aangetroffen, welke de telefoon van het slachtoffer bleek te zijn.

Om het linkerbeen van het slachtoffer zat een binnenband van een fiets. In de keuken stond tevens een emmer met een natte bodem en op de keukenvloer lagen diverse bandenplakspullen.

Vanaf de gangdeur tot aan de plaats waar het slachtoffer werd aangetroffen, was op de keukenvloer een sleepspoor zichtbaar.
Tevens werden in de keuken nog twee kogelhulzen aangetroffen (kaliber 9 mm, bodemstempel DAG 89), alsmede gefragmenteerde en/of gedeformeerde kogeldelen.

Op het lichaam van het slachtoffer werd een fiets aangetroffen. Van deze fiets ontbrak de wielmoer.

Tevens is op de fiets die in de keuken, half op het slachtoffer lag, bloed aangetroffen.

Op de keukenvloer waren schoensporen zichtbaar rondom(!) het slachtoffer, waarvan het zoolprofiel overeen kwam met het zoolprofiel van de schoensporen aangetroffen in de gang.

NB: Over het schoenprofiel en de daarbij behorende schoen, heeft later onderzoek het navolgende opgeleverd.

Naar aanleiding van een international aandachtsvestiging, ontving de politie bericht van de FBI Labatory in Washington, dat het “aangetroffen schoenspoor, overeen kwam met de afdruk van een sportschoen van het merk Reebok, type Riocochet Mid of Riocochet Low”.

Navraag bij de importeur van Reebok, maakt duidelijk, dat alleen de Reebok Riocochet Low sinds de zomer 1996 te koop was. “Het is de bijna duurste schoen, die Reebok in zeer beperkte oplage heeft geproduceerd”, aldus de importeur. (Een en ander staat vermeld op pag. 224 ev).

Verdachte heeft op zitting verklaard, dat hij Reebok-schoenen aan heeft gehad, ten tijde van zijn eerste verblijf in Polen. Hij heeft deze schoenen weggegooid, toen hij in oktober weer terugkwam in Nederland, aldus zijn verklaring.

Er is, betreffende de schoenmaat, nog een aanvullend proces-verbaal opgemaakt. Hieruit blijkt dat niet exact vast te stellen is, welke schoenmaat en/of voet maat overeenkomt, met het gemeten spoor van 29,5 cm. Er zou een bandbreedte zijn van maat 41 tot maat 45. Verdachte heeft op zitting verklaard, dat hij maat 42 heeft.

Ten overvloede dient nog te worde vermeld, dat het gemeten spoor van 29,5 cm, niet exact de lengte van de voet en schoen hoeft aan te geven, vanwege bijvoorbeeld slijtage van de hak

Sectie van het Lichaam

Op 2 oktober 2002 vindt er een sectie plaats op het lichaam van het slachtoffer (pag. 181 e.v. van Ordner 1 van het verbaal van de Technische Recherche en de later ingezonden sectieverslag d.d. 23 oktober 2002).

Tijdens de sectie is onder andere gebleken:

Er zijn de volgende zekere schotkanalen aangetroffen in:

-het behaarde hoofd rechtsboven naar onderlip rechts. Schotkanaal verloopt voetwaarts

-borstkas aan de rechterzijkant naar voorzijde rechterschouder, schotkanaalrichting verlopend van onder naar boven

-inschot binnenzijde bovenbeen links met kogel aan de binnenzijde van de linkerknie. Schotkanaal verlopend van boven naar voetwaarts

-handpalm rechts naar handrug rechts

Het overlijden bij Nadia van de Ven is ingetreden door hersenschade ten gevolge van meerdere doorschoten door het hoofd.

Tevens verwijs ik naar het nagekomen rapport van de patholoog Tromp d.d. 29 november 2002 en de rapportage van Roepnarain d.d. 12 maart 2003.

Hieruit blijkt onder meer het volgende:

-de verwonding aan het achterhoofd (gemerkt als A) van het slachtoffer kan passen bij een schampschot. De schootsafstand is kleiner dan 1 cm

-de verwonding bij het achterhoofd (gemerkt als H) van het slachtoffer wijst op een vrijwel zekere inschotverwonding. De schootsafstand ligt tussen de 0 en circa 25 cm

-de verwonding op de rechterhandpalm (gemerkt als K) van het slachtoffer wijst op een vrijwel zeker inschotverwonding. Er zijn sporen die wijzen op een opgelegd schot

-Uit het onderzoek aan de verwonding boven het linkeroor (gemerkt als D) blijkt dat er aanwijzingen zijn die wijzen op een inschotverwonding. Er zijn sporen aangetroffen die wijzen op een opgezet schot.

-Uit het onderzoek aan de verwonding boven het rechteroor, zijn aanwijzingen op een inschotverwonding. De schootsafstand moet tussen de 0 en 50 cm liggen.

Conclusies op grond van het technisch onderzoek

De Technische recherche komt op basis van bovenstaande tot de volgende conclusies (zie pag. 5 van Order 1 van het verbaal van de Technische Recherche):

-het slachtoffer is in de gang neergeschoten

-het slachtoffer is versleept vanuit de gang naar de plaats waar zij werd aangetroffen

-het slachtoffer werd minimaal 1 maal door het hoofd geschoten terwijl zij in de keuken op de grond voor het aanrecht lag

-Het slachtoffer bevond zich op het moment van het schot/de schoten met haar hoofd op de plaats die overeen komt met de plaats van haar linkerheup op het moment van aantreffen van het stoffelijk overschot door de recherche.

-Het slachtoffer is (dus) na het schot/de schoten door het hoofd over een afstand van ongeveer een meter verplaatst.

Het tactische onderzoek in de woning aan de Weerdsingel 9

Na afronding van het technische onderzoek, heeft er een tactisch onderzoek in de woning plaatsgevonden (pag. 10 e.v. van het verbaal van de Technische Recherche)

Hierbij zijn onder andere, de volgende relevante goederen aangetroffen en in beslaggenomen

-in een doosje in de schappenkast in de kelder een aantal knalpatronen en een stukje afgezaagde loop

-in een doosje in de schappenkast in de kelder een aantal knalpatronen, waarvan een aantal geprepareerd is tot scherpe patronen

-een knalpistool, van het merk Mauser, in een gereedschapskist in de kelder

-een patroonhouder, bestemd voor een UZI, in een lederen rugzak, waarop de naam van Pascal was doorgehaald.

-een dolkmes in de jas van verdachte

-op de bank in de woonkamer een holster met camouflagekleuren met een NATO-registratienummer

NB: bij een latere doorzoeking worden nog eens 25 knalpatronen aangetroffen in een kast in de woonkamer

Verder onderzoek in verband met de vaststelling van de wijze waarop Nadia is gedood en het scenario, dat zich volgens het Openbaar Ministerie op de Weerdsingel heeft afgespeeld.

Uit het onderzoek in de woning is dus naar voren gekomen, dat Nadia van de Ven in het woongedeelte van Pascal is aangetroffen. Er is geen braakschade of braaksporen aangetroffen bij de deuren of ramen van dit woongedeelte. Alle deuren bleken middels een slot te zijn afgesloten. Dit moet door degene zijn gebeurd, die Nadia heeft gedood.

Volgens de verklaring van (pag. 853) hebben alleen hij en Pascal de sleutels van dat gedeelte. Gelet op het feit dat daar niet is geweest, blijft alleen Pascal over.

Bovenstaande constatering, gecombineerd met de verklaringen van de recherche, dat er in het bloed, slechts één soort schoenprofiel is aangetroffen (die niet overeenkwam met het spoor van en , die als eerste ter plaatse waren) moet geconcludeerd worden, dat er, toen het bloed nog vloeibaar en nat was, slechts een persoon bij de moord op Nadia aanwezig was. Dit moet dan Pascal zijn geweest.

Verder is de verklaring van de getuige van belang. Zij verklaart het volgende op pagina 110 ev.:

-ik heb Nadia om omstreeks 8.30 op 1 oktober 2002 gebeld

-Nadia vertelde mij, dat ze haar oortje in deed, zodat ze handsfree door kon gaan met het uit de wasmachine halen van haar was

-Ik hoorde vervolgens haar klossende stappen op de trap

-Ik hoorde toen, na of voor het klossen, dat ze “Goedemorgen” zei

-Ik hoorde vervolgens dat ze heel hard gilde

-Ik hoorde nog wat gegil en gestommel en ik dacht dat ze van de trap viel

-Nadia vond de huisbaas van Weerdsingel een vreemde vent

Op grond van deze verklaring heeft de politie de telefoon van Nadia van der Ven onderzocht en heeft vastgesteld dat het gesprek met het toestel van om ongeveer 08.30 uur is begonnen en om 08.53 uur is beëindigd. Op deze wijze is het tijdstip van de moord exact vastgesteld.

Op grond van printgegevens is tevens vastgesteld, dat er contact heeft plaatsgevonden tussen de telefoon van en die van Nadia.

Van belang is, dat Nadia “Goedemorgen” zei, op een niet bijzonder manier, blijkens de verklaring van de getuige. Hieruit leidt het Openbaar Ministerie af, dat Nadia het kennelijk niet vreemd vond, dat deze persoon op dat tijdstip aan de Weerdsingel was. Gelet op de verklaringen van de medebewoners, die al vroeg die ochtend het pand hadden verlaten, kan het alleen maar Pascal zijn geweest, die zij aldaar heeft ontmoet. Ieder ander persoon, zou zij niet zonder meer zomaar gedag zeggen, maar zou eerder een vraag komen, wie die persoon is en wat die persoon daar op die locatie moest doen.

Onderzoek bij de werkgever van Pascal bracht het volgende naar voren.

De collega van Pascal verklaart op pag. 1154 het volgende:

-Pascal heeft zich op 1 oktober om 08.30 uur ziek gemeld.

-Hij zei dat hij verkouden was, maar hij klonk niet verkouden

NB: De opgevraagde printlijst van telefoongegevens, heeft uitgewezen, dat Pascal zich ziek heeft gemeld, vanaf de vaste telefoonlijn van de Weerdsingel.

Op grond van bovenstaande, is Pascal , op het tijdstip van de moord, op de plaats delict te brengen.

Gelet op de uitslagen van het technisch onderzoek en de overige reeds genoemde bevindingen, is het Openbaar Ministerie van mening, dat zich op 1 oktober 2002, het volgende aan de Weerdsingel heeft afgespeeld:

Om 08.30 uur, meldt Pascal zich, via de vaste huislijn ziek bij zijn werkgever. Op dat moment, is hij met Nadia alleen in huis. Zij is op dat moment bezig met de was en onderwijl telefoneert zij met haar vriendin.

Om 08.53 loopt Nadia de trap af en zegt “Goedemorgen” tegen Pascal. Kennelijk staat hij haar daar op te wachten. Pascal wacht geen moment en richt zijn UZI op Nadia. Nadia duwt haar hand tegen de loop om het schot af te weren, maar de kogel gaat door de hand en de schouder en Nadia valt met haar hoofd tegen de wasmachine. Pascal loopt om haar heen en schiet haar van achteren door het hoofd, waardoor haar kaak verbrijzeld en de tanden kapot op de grond vallen. Vervolgens sleept Pascal haar naar zijn keuken en schiet nog minimaal drie keer: 1 keer een schampschot, 1 keer een opgezet schot tegen de linkerslaap en 1 keer een opgezet schot tegen de rechterslaap. Hier is sprake geweest van een pure liquidatie, een andere term is hiervoor niet te verzinnen.

Vervolgens verplaatst hij het lichaam. De fiets, die vermoedelijk in de gang heeft gestaan (mogelijk wilde Pascal doen voorkomen alsof hij de band aan het plakken was, gelet op de aangetroffen bandplakspullen), wordt door Pascal gepakt, in de keuken gegooid. Mogelijk dat Pascal zijn handen wast. Daarna sluit hij de woning af en verlaat hij het pand aan de Weerdsingel.

Overige bewijsmiddelen

Naast de bovenbeschreven bewijsmiddelen, die met name gebaseerd zijn, op hetgeen zich in de woning heeft afgespeeld, is er nog een aantal bewijsmiddelen, op grond waarvan de betrokkenheid van Pascal bij de dood van Nadia kan worden vastgesteld.

Onderzoek van de auto van Nadia van de Ven.

Nadia van de Ven was in het bezit van een auto, een Renault Clio.

Op 1 oktober 2002 (de ochtend van de moord) om 9.15 gaan twee agenten in opdracht van de meldkamer naar de snelweg A27, alwaar een auto van het talud zou zijn gereden. Pas de volgende ochtend, op 2 oktober, wordt duidelijk dat dit gaat om de auto van Nadia van de Ven.

De auto blijkt te zijn afgesloten en er waren geen autosleutels.

De band van het rechtervoorwiel was lek. Omdat op het moment van aantreffen niet bekend was, dat dit voertuig van het slachtoffer van een gewelddadig overlijden was is de auto weg getakeld.

Op 2 oktober 2002 is dit om 9.30 (zie proces verbaal pag. 20 Ordner 1) wel bekend geworden en is er een uitvoerig onderzoek op de plaats van aantreffen van de auto geweest, alsmede aan de auto zelf.

Uit het technische onderzoek aan het voertuig bleek dat er geen sporen van braak aan de portiersloten of het contactslot was, dat de autosleutel niet bij het voertuig was en dat er in de auto en ook op de greep van het linkerportier, bloedsporen werden aangetroffen. Tevens zijn er geursporen veiliggesteld.

Uit onderzoek is gebleken dat het bloed op de greep van het linkerportier en de vloermatten voor in de auto op de bestuurdersplaats overeen kwamen met het bloed van Nadia van der Ven (zie onder andere de bevindingen op pag. 45, met verwijzing naar de rapportage van het NFI).

Een later uitgevoerde geurtest, gaf aan, dat de geur van Pascal in de auto is terug te brengen en wel op de bestuurdersplaats.

Bij de regionale meldkamer zijn diverse meldingen binnengekomen van deze Renault die op dinsdag van het talud is afgereden. Een van de belangrijkste getuigen is (zie pag. 1149). Hij verklaart dat hij een auto schuin in de berm zag staan. De auto kantelde bijna. Hij zag dat er een man op de bestuurdersplaats zat. Hij zag dat de man het bestuurdersportier opende met gestrekte arm en daarbij schuin over zijn linkerschouder keek. Hij heeft de man goed in het gezicht gezien. Een blanke man in de leeftijd van 25 tot 35 jaar oud. Ook zag hij dat de man donkerkleurig kort naar achteren gekamd haar had. Hij heeft slechts 1 persoon gezien.

Ook andere getuigen (o.a. ) spreken van een blanke man in de leeftijd van 30 jaar, die alleen in de auto zit. De verklaringen van deze getuigen zijn opgenomen op de pagina’s 1143 ev.

Later (op 23 april 2003) is met een aantal van deze getuigen een foto-Osloconfrontatie gehouden. Niemand herkende Pascal . Een van de getuigen wijst een andere dan de verdachte aan.

Op grond van bovenstaande (de geurproef en het aangetroffen bloed), concludeert het Openbaar Ministerie dat Pascal na de moord op Nadia van de Ven, de auto van het slachtoffer heeft gepakt en is weggereden.

Pascal heeft alleen in de auto gezeten, toen hij op 1 oktober van het talud is afgereden.

Gelet op het bovenstaande, vindt het Openbaar Ministerie het van het grootste belang om het volgende naar voren te brengen.

De geurproef in de auto van Nadia van de Ven, heeft uitgewezen, dat Pascal op de bestuurdersplaats heeft gezeten. Nu op de matten van de auto bij de bestuurdersplaats bloed is aangetroffen, kan dit alleen door diegene veroorzaakt zijn, die rondom het lichaam van Nadia is gelopen. Dit kan dan ook alleen maar Pascal zijn geweest.

AFGELUISTERDE TELEFOONGESPREKKEN

Als belangrijk bewijsmiddel wil het Openbaar Ministerie ook de gesprekken naar voren brengen, die zijn afgeluisterd gedurende het onderzoek en de verklaringen die de ouders van Pascal bij de politie hebben afgelegd.

Hieronder zal ik de twee belangrijkste telefoongesprekken noemen die als bewijsmiddel dienen voor het feit dat Pascal degene is, die Nadia van het leven heeft beroofd.

Pag. 573: tapverslagen tussen (moeder) en (zwager) op 4 oktober 2002:

: “het ging juist zo goed met hem. Als moeder zijnde blijf je hopen, maar ja, misschien tegen beter weten in. Er waren problemen met de huurster, hij schijnt dus dronken te zijn geweest en dat was toen de druppel die de emmer deed overlopen. Wat hij dan gezegd heeft, dat zij een paar katten wilde en dat wilde hij niet. Ik wil het eigenlijk allemaal niet weten. Hij had gedronken dus ja…”.

“Aan de andere kant, het kan ze (politie, noot OvJ) bijna niet ontgaan zijn, dat Pascal het is geweest. Hij was dronken, dat heeft hij zelf gezegd”.

“Het is ’s morgens gebeurd, dat is wat wij weten. Hij kan helemaal niet tegen alcohol, mondjesmaat geven wij hem wat mee”.

“Heeft hij de auto van haar meegenomen? (vraag ) Ja, ja, hij is klemgereden op de ring en vandaar naar hier gelopen”.

“Ik heb het weer van . Hij vindt het heel erg wat er is gebeurd, hij vindt het heel erg wat hij heeft gedaan”.

“Hij geeft de drank de schuld, maar vindt het echt heel erg wat hij heeft gedaan”.

“Hij heeft het gedaan en is wat dat betreft dan ook ontoerekeningsvatbaar”.

Tapgesprek tussen (moeder verdachte) en (zwager verdachte) op 3 december 2002

zegt daarin:”Ik weet dat hij het niet gewild heeft, hij heeft in paniek gehandeld. Op een gegeven moment zijn de stoppen doorgeslagen”.

Deze twee telefoongesprekken, laten naar het oordeel van het Openbaar Ministerie niets aan duidelijkheid over: Pascal heeft tegen zijn vader of moeder verteld, dat hij Nadia heeft vermoord.

Verklaringen van de ouders van verdachte

Hieronder zal ik allereerst een overzicht geven van de relevante verklaringen, die heeft afgelegd gedurende het onderzoek.

In haar eerste verklaring (pag. 243 Deel 1) verklaart tegenover de politie:

“Ik zal hem (=Pascal) adviseren zich aan te geven bij de politie. Het is de verstandigste optie, ondanks het feit dat hij natuurlijk iets vreselijks heeft gedaan. Ik denk ook dat Nadia door Pascal van het leven is beroofd”.

In haar tweede verklaring (pag. 252 deel I) stelt zij:

“Pascal kan heel leuk zijn, maar soms hoeft er maar heel weinig te gebeuren en draait hij om als een blad aan de boom. Hij heeft tegen ons gezegd dat hij zelf niet weet wat er gebeurd is. Hij heeft wel gezegd dat hij dronken was”.

In haar latere verklaring, die zij alleen nog maar samen met haar man wenst af te leggen, verklaren zij, dat zij zich niet kunnen voorstellen dat Pascal de moord heeft gepleegd. “Wat ik in het telefoongesprek heb gezegd, is mij allemaal door de politie ingefluisterd”, aldus . Dat dit een leugen van de getuige is, zal ik later aantonen.

Op 5 juni en 16 juni 2003 wordt bij de Rechter-Commissaris gehoord. Zij herhaalt haar standpunt, dat ze ook ingenomen heeft bij haar laatste politieverklaring en geeft aan, dat zij alle informatie, die zij in het telefoongesprek met heeft doorgenomen, heeft ontvangen van de politie. “Voor de rest heb ik toen zelf geïnterpreteerd wat er allemaal in de Weerdsingel moest zijn gebeurd”, aldus . “Ik heb dus niet van Pascal, of van haar man, die Pascal gesproken heeft, de informatie over het overlijden van Nadia ontvangen” verklaart zij bij de RC. Zij stelt tevens dat zij door de politie op het verkeerde been is gezet, dat deze haar onder druk heeft gezet en dat zij niet voldoende gewezen is op het verschoningsrecht.

Voor deze laatste aantijgingen jegens de politie, zijn geen bewijzen te vinden in het dossier. Bij ieder verhoor is er gewezen op het verschoningsrecht.Tevens is het absoluut niet de werkwijze van de politie, om bij een inval alle informatie over een strafzaak te verschaffen aan diegene waar een zoeking plaatsvindt. Op grond hiervan is de verklaring van de getuige ongeloofwaardig.

Er is bovendien één duidelijk gegeven, waar over spreekt met , dat nooit door de politie tegen haar gezegd kan zijn, nl. het klemrijden in de auto van Nadia.

De politie wist in een later fase van het onderzoek pas, nl. op 2 oktober 2002 om 9.30 uur, dat is de nacht na de inval, dat de auto van Nadia is aangetroffen in het talud van een ringweg, zoals eerder gememoreerd. Over deze informatie beschikte de politie niet eens, toen zij tijdens de doorzoeking een gesprek met aangingen. Er kan dan slechts maar één bron zijn die hen de informatie over het klemrijden heeft verschaft, namelijk Pascal zelf.

Nu heeft verklaart dat zij alle informatie die zij aan heeft verschaft, van de politie heeft gekregen, is dit dus een leugen.

Naar de mening van het Openbaar Ministerie heeft in het gesprek met , datgene verwoord, dat Pascal tegen haar of haar man heeft verteld, toen hij in de ochtend van 2 oktober in Leusden is geweest. Dit gesprek is dan ook een belangrijk bewijsmiddel, alsmede de eerste afgelegde verklaringen bij de politie.
Later herroept deze getuige verklaringen en liegt zij in ieder geval op één punt. Aan deze laatste verklaringen en die bij de Rechter Commissaris, dient dan ook weinig tot geen waarde te worden gehecht, is de conclusie van het Openbaar Ministerie.

De verklaringen van , vertonen eenzelfde beeld.

In zijn eerste verklaring bij de politie, stelt (pag. 236 Deel 1):

“Ik kan me niet voorstellen dat Pascal iets gedaan heeft. Hij moet gefrustreerd zijn geweest en de combinatie met alcohol moet hem fataal geworden zijn. Ik heb het gevoel dat Pascal Nadia inderdaad van het leven heeft beroofd.

In zijn derde verklaring op 29 januari 2003 (Pag. 1319 Ordner 2) verklaart :

“Tijdens de gesprekken gaf hij (=Pascal) aan, dat hij niet weet hoe het heeft kunnen gebeuren. Hij gaf aan dat hij problemen had over een wasmachine en een droger. Pascal vertelde dat bij hem de stoppen zijn doorgeslagen onder invloed van drank. Hij had al eerder aangegeven dat hij geen huisbaas meer kon zijn, dat hij er niet tegenop kon. Pascal lijkt wel schizofreen”

Op 15 september 2003 wordt bij de Rechter Commissaris gehoord. Hij verklaart:

“Op 2 oktober 2002 kwam Pascal om ongeveer 09.00 uur aan de deur. Hij was verward, wist niets van de moord en vertelde dat hij in een bos was wakker geworden. Vervolgens is er niet veel gezegd. Pascal was hoogst verbaasd, hij wist niets van de moord op de huurster. Hij kon zich absoluut niet herinneren hoe hij in het bos is gekomen”.

Als hij wordt geconfronteerd met het tapgesprek dat zijn vrouw op 4 oktober met heeft gevoerd verklaart hij: “Wij namen voetstoots aan dat de verdenking juist was en dat is een eigen leven gaan leiden. Eerste geloofden wij dat Pascal het had gedaan, maar later denk je: ”het is waanzin, dat kan niet”. Kennelijk is mijn vrouw door de verhalen van de recherche zover gekomen, dat zij heeft gedacht: ”Pascal heeft het gedaan”.

Ik heb later geld bij een bank in Leusden gehaald voor Pascal. Daarna is hij weggegaan”.

Hij vervolgt:”Ik sta niet meer achter mijn verklaring bij de politie. Omdat wij er achter kwamen dat er geen drank in het spel is geweest, zijn we ervan overtuigd dat Pascal het niet heeft gedaan. De politie heeft ons op het verkeerde been gezet. Ik heb de verklaring wel afgelegd en ondertekend, maar hij is niet juist”.

Evenals zijn vrouw , heeft in het begin een aantal verklaringen afgelegd, die belastend zijn voor Pascal, maar herroept hij die verklaringen bij de RC en stelt dat hij op het verkeerde been is gezet door de recherche.
Nogmaals, voor deze beschuldigingen wordt in het dossier geen enkele aanwijzing gevonden.

Het openbaar Ministerie hecht veel waarde aan de eerste verklaringen zoals die door bij de politie zijn afgelegd.

Ten overvloede, verklaart bij de Rechter Commissaris nog, dat en , van Pascal zelf hebben gehoord, dat er in de Weerdsingel een meisje was doodgeschoten.

Het Openbaar Ministerie is derhalve van mening, dat zowel de vader en moeder van Pascal, na verloop van tijd, hebben besloten om hun zoon in bescherming te nemen en derhalve verklaringen hebben afgelegd die haaks staan op eerdere verklaring.

De eerste verklaringen van deze getuigen, vormen een belangrijk bewijsmiddel, aan hun latere, bijgedraaide en soms leugenachtige verklaringen, dient geen aandacht te worden besteed..

Op grond van bovenstaande is het Openbaar Ministerie er tevens van overtuigd, dat Pascal op 2 oktober 2002 aan zijn vader en/of moeder heeft verteld, dat hij Nadia heeft gedood.

Het feit, dat de ouders van de verdachte, uiteindelijk niet open en eerlijk tegen de politie zijn geweest, heeft het onderzoek in deze moordzaak ernstig bemoeilijkt.

Onderzoek in Polen

Zoals eerder gememoreerd, heeft Pascal een lange tijd in Polen verbleven. Het politieonderzoek heeft zich derhalve ook in Polen afgespeeld.

Uit dit onderzoek is naar voren gekomen, dat de verdachte vermoedelijk vanaf 4 oktober 2002 tot 18 januari 2003 verbleven heeft bij respectievelijk , in de woning van een dochter van , later na tussenkomst van , bij en uiteindelijk bij een vrouw .

De verklaringen die door de getuigen zijn afgelegd en relevant zijn, zal ik hieronder opnoemen.

-ik zou trouwen met Pascal

-Pascal heeft mij in december 2002 verteld dat hij problemen had met de politie vanwege een stempel in zijn paspoort

-Pascal is 6 of 7 december 2002 aangekomen in hotel.

-Medio januari is hij naar Nederland gegaan.

-Pascal deed niets en ik vroeg me dan ook af hoe hij aan geld kwam.

-Eind november 2002 heb ik Pascal ontmoet. Hij was op zoek naar een kamer.

-Ik heb hem meegenomen naar mijn huis. Ik vond zijn gedrag raar.

-Hij leefde ’s nachts en overdag sliep hij (NB: ook het PBC beschrijft een dergelijk gedrag; hierop zal ik later nog terugkomen).

- zei dat Pascal vanwege zijn problemen met de politie niet meer in Kowary kon blijven.

-Ik denk dat Pascal niet goed wijs was. Hij kon met moeite communiceren en hield van eenzaamheid. Hij maakte de indruk van iemand die aan depressies lijdt.

-was op de hoogte van mogelijk illegaal verblijf Pascal in Kostrzyca in oktober vorig jaar. (NB: hen was niet bekend dat het ging om: Pascal )

-Nadat adres bekend werd zijn we naar binnen gegaan. Op het eerste moment dacht ik dat ik met een psychopaat te maken had of dat hij onder invloed van drugs was. Zijn uiterlijk was onverzorgd en hij zag er vies uit.

-De foto van de schoenen die u mij toont (het gaat om foto´s van de Reebok schoenen, die in het dossier zitten) lijken qua kleur en vorm op de schoenen die hij aan had. Ik kan niet met zekerheid zeggen of het dezelfde zijn, maar ze lijken op elkaar.

-Idem als . Had 1100 Euro in bezit en 300 Poolse zloty.

-Droeg nieuwe sportschoenen van Puma of Nike. Hij gedroeg zich als iemand die onder invloed van alcohol was.

-Het leek alsof hij onzichtbaar wilde worden, vermeed oogcontact. Ik had gehoord dat hij niet terug kon naar Nederland. Hij gaf geen details waarom niet.

. : (bij haar heeft Pascal tijdelijk verbleven):

-Ken een persoon Pascal . Hij was een onverzorgd en vies iemand.

-Hij maakte van onze huizen een puinhoop. Gedroeg zich agressief tegen iedereen. Zijn laatste verblijf was vanaf begin oktober. Hij kwam met een tent en een rugzak.

-Na het drinken van alcohol begon hij onrustig te worden: ijsberen en discussiëren. Als we over de politie begonnen werd hij ook onrustig: ijsberen of bij het raam staan. Hij had versleten kleding bij zich.

- Hij heeft een broek in de kolenkachel verbrand. Pascal had sportschoenen aan die hij heeft verbrand omdat ze vies waren. Ik herken de schoenen die u mij toont. Dit waren de schoenen die hij aanhad toen hij hier kwam.

Op grond van bovenstaande concludeert het Openbaar Ministerie, dat Pascal in Polen is geweest, toen hij op de vlucht was voor de politie. Uit de getuigenverklaringen valt af te leiden, dat de verdachte op de getuigen een onrustige en soms agressieve indruk maakte.

Opvallend is ook, dat de getuige . verklaart, dat Pascal zijn broek en schoenen heeft verbrand. Dit is, gelet op de levensstandaard van deze mensen in Polen, een zeer ongebruikelijke actie.
Het Openbaar Ministerie is van mening, dat Pascal , hiermee, de kleding heeft vernietigd, die hij ten tijde van de moord heeft gedragen, zodat dit later niet meer door de politie kon worden onderzocht.

De verklaringen van Pascal .

De verdachte heeft, tot aan het moment dat hij ervoor verkoos om te zwijgen een aantal verklaringen afgelegd. Tevens heeft de verdachte tijdens de zitting een aantal verklaringen afgelegd.

Naar de mening van het Openbaar Ministerie bestaat de kern van de verklaringen van de verdachte, uit leugenachtige verklaringen en ongeloofwaardige verklaringen

1) Ik zal beginnen met de belangrijkste leugenachtige verklaringen.

A) Pagina 995: “Ik heb de auto van Nadia wel eens geleend. Ik denk een week voor 1 oktober 2002. Ik heb toen wat spullen verhuisd”.

Op zitting heeft de verdachte deze verklaring herhaald. Hij kan echter niet exact aangeven (hij noemt “boeken en wat andere spullen”) wat hij heeft verhuisd en waar hij deze spullen heeft neergelegd.

Naar de mening van het OM is deze verklaring leugenachtig. Uit diverse getuigenverklaringen blijkt, dat Nadia in principe nooit haar auto uitleende.

Gelet op de relatie die er op dat moment tussen Nadia en Pascal bestond is het absoluut ongeloofwaardig, dat Nadia haar auto aan Pascal zou uitlenen. Uit de correspondentie die Nadia met had blijkt tevens hoe moeilijk het was om contact met Pascal te leggen. Bovendien, zij zou in haar correspondentie met zeker hebben vermeld, dat Pascal haar auto had geleend.

B) Pagina 997: “Ik heb geen problemen met Nadia. Ik had een goede verstandhouding”

Gelet op de verklaringen van getuigen (zelfs de ouders van verdachte) en de correspondentie van Nadia met Pascal, is deze verklaring leugenachtig. Alle getuigen spreken over een onenigheid/ruzie, die er was tussen Pascal en Nadia.

C) Verdachte heeft op de zitting verklaard, dat hij geen verstand had van wapens en ook geen voorliefde voor wapens heeft.

Getuige verklaart echter: “Pascal heeft mij 15 jaar geleden een wapen laten zien, dat er als echt uitzag”.

Bij de zoeking aan (de woning van de ouders), is tussen de garantiebewijzen van Pascal, een gebruiksaanwijzing voor een Walther aangetroffen. Tevens is daar later nog munitie aangetroffen, waarvan de ouders van Pascal verklaren, dat dit uit het appartement aan de Weerdsingel komt.

Bij de zoeking aan de Weerdsingel, is een aantal wapens en munitie aangetroffen. Een aantal van de aangetroffen kogels, was ook nog geprepareerd en bewerkt.

Pascal heeft in zijn diensttijd met een UZI geschoten en was derhalve bekend met de werking van dit wapen.

Ook op dit punt legt de verdachte een leugenachtige verklaring af. De verklaring van getuige , de aangetroffen wapenspullen (waaronder geprepareerde munitie) in de Weerdsingel en de aangetroffen gebruiksaanwijzing van een pistool, tonen aan, dat de verdachte veel met wapens bezig was. Tevens moet de verdachte verstand hebben gehad van wapens. Verdachte is dienstplichtig militair geweest. Een cursus in het gebruik van wapens, is een vast onderdeel van de opleiding.

Het is inmiddels vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, dat leugenachtige verklaringen van verdachte als wettig bewijsmiddel mogen worden gebruikt. Ik heb U, leden van de Rechtbank, aangegeven, dat daarvan bij verdachte meermalen sprake is geweest.

2) De ongeloofwaardige verklaringen

A)De verdachte heeft bij de politie en op de terechtzitting, meermalen herhaald, dat hij gedurende twee dagen, zijn geheugen is kwijt geweest: een groot zwart gat. Verdachte verklaart dat hij niet weet wat er is gebeurd. Hij weet echter wel één ding zeker: de moord op Nadia van de Ven heeft hij niet gepleegd.

Deze verklaring is naar de mening van het Openbaar Ministerie ongeloofwaardig. Immers, als verdachte niet meer weet wat er is gebeurd, kan hij ook niet verklaren dat hij wel weet wat er in ieder geval niet is gebeurd.
Tevens heeft verdachte, na dit zeer merkwaardige, onverklaarbare en mysterieuze geheugenverlies, nimmer bij een arts of andere deskundige getracht opheldering te krijgen over deze gebeurtenis. Verdachte maakt zich hier ook geen zorgen over.

Het Openbaar Ministerie gelooft de verdachte niet, wanneer hij verklaart dat hij twee dagen geheugenverlies heeft gehad. Het Openbaar Ministerie is er van overtuigd, dat Pascal weet wat hij heeft gedaan, maar dat hij de waarheid niet onder ogen kan of wil zien!

B) Verdachte verklaart:Ik heb zelf geen wapens in mijn bezit. Ik heb wel een sierdolk en een stiletto. Ik weet niet hoe het alarmpistool en de patronen in mijn appartement komen. Ik weet ook niet hoe dat pistoolholster in mijn kamer is gekomen. Ik weet ook niet waar die patroonhouder vandaan komt.”

Verdachte heeft ter zitting verklaard, dat mogelijk iemand anders deze wapens en toebehoren in zijn woning heeft gelegd.

Verdachte is op dit punt zeer ongeloofwaardig. Op diverse, verspreide plekken in verdachtes appartement aan de Weerdsingel, zijn wapens en munitie aangetroffen. Dat een persoon deze spullen daar zou hebben verborgen, om de moord op Pascal zijn conto te schuiven is onvoorstelbaar. Zeker nu er ook wapens zijn aangetroffen (bijv. de Mauser), die niets met de moord op Nadia van de Ven heeft te maken.

Verdachte wil met zijn verklaringen, tevens de indruk wekken, dat hij alle medewerking heeft verleend, om de dader van de moord op Nadia op te sporen. Op geen enkel moment, heeft de verdachte echter het achterste van zijn tong laten zien. Een afwerende houding, verhulling in vaagheden en beschuldigingen naar anderen, zijn de steekwoorden in verband met zijn verklaringen.

Zeer in het oog springend is ook de ontkenning van verdachte dat hij rechts-extremistische denkbeelden heeft, terwijl bijna iedereen (inclusief zijn vader) verklaart, dat de verdacht in deze gedachtehoek moet worden geplaatst.

Tevens is onduidelijk waarom de verdachte blijft ontkennen, dat hij ingeschreven heeft gestaan bij een relatiebureau, dat bemiddelt met Poolse vrouwen. Er zijn vele verklaringen in het dossier die bewijzen, dat verdachte deze contacten had. Hij “verzint” op dit punt, naar de mening van het Openbaar Ministerie, zelfs het bestaan van .

Misschien zijn de verklaringen van de verdachte wel het beste te typeren met de woorden, waarmee de verdachte, de verklaringen van getuigen en deskundigen kwalificeert:

“Klinkklare onzin, niet relevant en niet juist”

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen, is het Openbaar Ministerie van mening, dat verdachte een einde heeft gemaakt aan het leven van Nadia van de Ven.

Van belang is hierbij ook de verhouding die er was tussen Pascal en Nadia van der Ven. De oplopende spanningen tussen deze twee, is naar de mening van het Openbaar Ministerie dan ook het motief voor het gewelddadig overlijden van Nadia.

De volgende getuige geeft een beschrijving van deze relatie:

Pag. 1319: Derde verklaring van

-Tijdens de gesprekken gaf hij aan dat hij niet weet hoe het heeft kunnen gebeuren. Hij gaf aan dat hij problemen had over een wasmachine en wasdroger.

-Pascal vertelde mij dat bij hem de stoppen zijn doorgeslagen onder invloed van drank.

-Hij had al eerder aangegeven dat hij geen huisbaas meer kon zijn, dat hij er niet tegenop kon

Uit de bij het dossier gevoegde correspondentie tussen Nadia en Pascal, blijkt van een groeiende ergernis tussen deze twee personen. De eerste brieven/mails die door Nadia zijn geschreven, zijn heel vriendelijk en beleefd. Later, wanneer blijkt dat Pascal niet reageert op de vragen, wordt de toonzetting wat strakker, maar blijft correct.

Pascal moet zich bijzonder hebben geïrriteerd aan de vasthoudendheid van Nadia. Hij kon hier op geen enkele wijze mee omgaan, zoals hij ook al tegen zijn vader zei. Dit moet voor Pascal de reden zijn geweest, om met geweld, de situatie meester te worden. Verbaal kon hij het niet meer redden, geweld was zijn enige uitkomst. (NB: het feit dat Pascal naar geweld grijpt om de situatie meester te worden, wordt ook uitvoerig besproken in de rapportage van het Pieter Baan Centrum, waarop ik later nog zal terugkomen).

Maar, was dit conflict nu zo onoverkomelijk groot. Was de bedreiging naar Pascal toe onoverkomelijk? Was Nadia inderdaad “iemand met haar op de tanden”, zoals bij een van de eerste verhoren bij de politie al aangeeft?

Nee, uit de verklaringen van vele naasten uit de omgeving van Nadia van de Ven, komt een heel ander beeld naar voren.

Nadia had veel vrienden en is geliefd bij deze vrienden en haar studiegenoten. Nadia had een druk sociaal leven. Nadia kwam voor zichzelf op, indien ze dat nodig vond. Ze was rechtdoor zee, maar wel eerlijk. Ze is ook iemand die goede omgangsvormen heeft. Ik wijs hierop de eerste brief, die zij ter kennismaking naar Pascal stuurt.

Nee, Nadia heeft zich correct en normaal gedragen naar Pascal ! Maar Pascal, kan er nu eenmaal niet tegen, wanneer iemand hem te dicht op de huid zit.

Het is dus wettig en overtuigend bewezen dat Pascal degene is, die Nadia van de Ven heeft gedood, omdat hij zich aan haar opstelling ergerde. Het Openbaar Ministerie is van mening dat er juridisch gezien sprake is van moord. Verdachte heeft na kalm beraad en rustig overleg, besloten om een einde aan het leven van Nadia te maken.

De volgende omstandigheden zijn hiervoor van belang:

-Verdachte heeft zich die dag om 8.30 ziek gemeld bij zijn werkgever. Volgens een verklaring van een collega, klonk Pascal niet verkouden.

-Nadia is voor de eerste keer in de gang neergeschoten met een UZI pistoolmitrailleur. Dit is een groot en zwaar wapen, dat niet zomaar in een opwelling kan worden gepakt. Verdachte moet met het wapen in de hand hebben gewacht in de gang op de komst van Nadia. De andere bewoners waren reeds het pand uit.

-Het eerste schot in de gang, is in de hand en de schouder van Nadia terechtgekomen. Daarna is er nog een schot in het hoofd gevallen. Daarna is zij verplaatst naar de woonruimte van Pascal . Hierna is er nog een aantal schoten gelost. Verdachte heeft op dat moment anders dan in een opwelling gehandeld. Na het eerste schot heeft hij bewust meerdere keren geschoten om haar leven te beëindigen.

Derhalve is er sprake van moord en is feit 1 op de telastelegging wettig en overtuigend bewezen.

Voor de bewezenverklaring van de feiten 2,3 en 4 verwijs ik naar de p- v’s van doorzoeking en naar de technische rapportage van de wapens. Uit deze processen-verbaal en rapportage blijkt, dat bij de zoeking op de Weerdsingel, in het woongedeelte van Pascal is aangetroffen: munitie, een loop en houder van een UZI en ook nog een Mauser knalpistool.

Al deze goederen, lagen verspreid in de woning aan de Weerdsingel.

De verklaring van de verdachte, dat “iemand anders die goederen daar heeft neergelegd, teneinde hem de moord in de schoenen te schuiven”, acht het Openbaar Ministerie ongeloofwaardig.

Het voorhanden hebben van deze goederen, strafbaar gesteld in de Wet Wapens en Munitie, is naar de mening van het Openbaar Ministerie wettig en overtuigend bewezen.

De Zaak Anton Bussing

Dan kom ik nu toe aan de bespreking van de moord op Anton Bussing.

Het onderzoek naar de moord op de Weerdsingel is een enorm uitgebreid en diepgravend geweest. Het krijgt echter een schokkende wending, als op 23 december 2002 (middels rapportage van het NFI) bekend wordt, dat met het wapen, waarmee Nadia van de Ven is vermoord, op 29 november 1995 Anton Bussing is vermoord.

De omstandigheden waaronder Anton Bussing is vermoord en het onderzoek in 1995 en 1996.

Op 29 november 1995 wordt in zijn personenauto Anton Bussing aangetroffen. Hij stond geparkeerd op de Horalaan te Ede. Er zaten drie schotverwondingen in zijn hoofd en nek.

Uit onderzoek bij het NFI blijkt onder andere, dat het slachtoffer van een afstand van minder dan 50 cm moet zijn neergeschoten. Hij moet het niet gemerkt hebben en is volledig verrast, zo blijkt uit de rapporten,

Naar aanleiding van deze moord op Bussing, is er in 1995 en 1996 een groot onderzoek opgestart. Niet alleen zijn de persoonlijke omstandigheden van het slachtoffer Bussing onder de loep genomen (zoals: had hij een geheime afspraak, had hij een criminele achtergrond etc.), maar tevens is de hele familie, de kennissenkring uitgebreid onderzocht teneinde vast te kunnen stellen of de dader en/of het motief in de privé-sfeer van het slachtoffer dient te worden gezocht. Dit onderzoek heeft niets opgeleverd.

Ook zijn er vele getuigen gehoord, verdachte personen aan de tand gevoeld (en zelfs in hechtenis genomen), maar geen van hen, bleek iets te maken te hebben met de moord op Anton Bussing. Voor het onderzoek dat destijds heeft plaatsgevonden, verwijs ik naar de bijlagen van het proces-verbaal van bevindingen bij H30.

Zoals gezegd, is het onderzoek naar de moord op Anton Bussing weer opgestart, na de melding van Drugfire, dat er zeer waarschijnlijk van hetzelfde wapen gebruik is gemaakt, als bij de moord op Nadia van de Ven.

Hieronder zal ik de overeenkomsten geven tussen de beide zaken.

Overeenkomsten tussen de moord op Nadia van de Ven en de moord op Anton Bussin

Technisch

1) De vijf hulzen, die bij het onderzoek naar de moord op de Weerdsingel in beslag zijn genomen, zijn onderzocht door het NFI. De sporen in deze hulzen, zijn vergeleken met het Drugfire-bestand. Er werden overeenkomsten waargenomen met de hulzen genummerd 2914, betreffende het schietincident waarbij Bussing om het leven is gekomen. De sporen in de hulzen, met de daarin voorkomende kraslijnen en onregelmatigheden, komen overeen. Derhalve zijn de aangetroffen hulzen bij de Weerdsingel, zeer waarschijnlijk afkomstig uit hetzelfde wapen als waarmee Bussing is vermoord. Dit betreft waarschijnlijk een UZI-pistoolmitrailleur of een afgeleid wapen daarvan. Beide slachtoffers zijn dus zeer waarschijnlijk met hetzelfde wapen om het leven gebracht.

De getuige deskundige Kerkhoff verklaart: Een hogere kwalificatie van de overeenkomst valt alleen te geven, wanneer het wapen zelf in het onderzoek kan worden betrokken.

We kunnen dus stellen, dat bij de moord op Nadia van de Ven en Anton Bussing hetzelfde wapen is gebruikt.

2) Bij het onderzoek in de zaak Bussing, zijn twee hulzen veiliggesteld van het merk GFL, kaliber 9mm, welke afkomstig zijn van GFL-knalpatronen.

Bij de doorzoeking in de woning aan de Weerdsingel, zijn in een doosje patronen veiliggesteld van het merk GFL, kaliber 9mm.

3) De groene afdekkapjes van de twee knalpatronen die veilig zijn gesteld bij de moord op Anton Bussing, zijn uitgeboord met een boortje van 6,3 mm.

Bij de doorzoeking aan de Weerdsingel werd onder andere een doosje met patronen in beslaggenomen. Hierin bevonden zich 5 patronen, kaliber 9mm van het merk GFL, waarvan bij twee daarvan het groene afdekkapje is uitgeboord. Ook hierbij is gebruik gemaakt van een (spiraal)boortje 6,3 mm (zie rapport 17 maart 2003)

4) Uit twee van de vijf patronen, die in een doosje in een kast op de Weerdsingel zijn aangetroffen en open geboord waren, zijn nitrocellulosekruitdeeltjes veiliggesteld.

Op het afplakfolie waarmee de buitenzijde van de linkerportier ruit (van de auto waarin Bussing is vermoord) is bemonsterd, zijn nitrocellulosekruitdeeltjes aangetroffen.

Het NFI concludeert, dat een aantal van de aangetroffen nitrocellulosekruitdeeltjes op de afplakfolie qua kleur en morfologie overeenkwamen met de nitrocellulosekruitdeeltjes uit de doorgeboorde patronen.

Overeenkomst 4, wordt versterkt door overeenkomst 5, nl:

5) Het kruit zoals dat in de patronen zat, die zijn aangetroffen bij de doorzoeking op de Weerdsingel en de munitie zoals aangetroffen bij de moord op Anton Bussing, is alleen gebruikt voor de productie van knalpatronen GFL in de periode van 22 november 1994 tot 18 september 1996.

Kortom een zeer bijzondere koppeling: Er wordt bij twee moordincidenten, waarbij hetzelfde wapen is gebruikt, kruit aangetroffen dat niet alleen kwa kleur en morfologie overeenkomt, maar ook nog in dezelfde periode gebruikt is voor de productie van knalpatronen. En bij beide moordzaken, komt dezelfde verdachte in beeld!

6) Een huls aangetroffen bij de moord op Nadia van de Ven, alsmede een uitgeboorde knalpatroon aangetroffen in de kast aan de Weerdsingel, alsmede de op de gevonden patroon DAG89 hebben allen dezelfde krassporen. Dit betekent dat zij allemaal in éénzelfde houder hebben gezeten.

Volgens de verklaring van deskundige Kerkhoff, ter terechtzitting afgelegd, is het vrij uitzonderlijk, dat een dergelijk verband kan worden geconstateerd.

En de aangetroffen knalpatroon in de kast aan de Weerdsingel, zat weer in het doosje, waarin zich het kruit bevond, zoals ik dat bij punt 4 heb genoemd. Hiermede is de koppeling naar Ede weer gelegd.

7) In het landelijke systeem is een onderzoek vanaf 1990 gedaan naar schietincidenten, waarbij gemanipuleerde knalpatronen als munitie werden gebruikt. Hierbij zijn, naast de zaak Bussing, geen andere zaken naar voren gekomen.

8) Het slachtoffer Bussing is vermoord, met geprepareerde kogels: het groene kapje is uitgeboord en in de knalpatronen is lood gegoten. Bij de doorzoeking op de Weerdsingel, zijn 8mm knalpatronen aangetroffen, waarbij ook het kapje is uitgeboord en er fietskogels in gestopt zijn.

(NB: het technisch onderzoek aan het Mauser knalpistool, heeft uitgewezen dat dit wapen na een schot “van binnen uit elkaar is gespat”. Het is heel goed mogelijk, dat met dit vuurwapen is getracht, de geprepareerde 8mm. kogels af te schieten).

Overige overeenkomsten

1) Beide slachtoffers zijn vermoord zonder (redelijk) motief. Bij Bussing is geen enkel motief bekend geworden, bij Van de Ven is een eenvoudige woordenwisseling over de wasmachine, wasdroger en katten, voldoende voor Pascal geweest om iemand van het leven te beroven.

2) Zowel Nadia van de Ven als Anton Bussing zijn door opgelegde schoten, danwel schoten met een schotsafstand van minder dan 50 centimeter om het leven gebracht.

Onderzoek naar alibi en andere bijzondere persoonlijke omstandigheden van Pascal in/rond 1995

Uit verder onderzoek is het volgende naar voren gekomen:

A)

Van 11 augustus 1993 tot 1 februari 1994 en van 2 augustus 1994 tot 24 september 1994 heeft Pascal in militaire dienst op de Mauritskazerne in Ede gezeten. Mogelijk heeft de verdachte ook nog een periode in Ossendrecht gezeten, maar duidelijk is dat hij een langere periode in Ede heeft verbleven. Deze kazerne is hemelsbreed 400 meter gelegen van de Plaats delict, waar Bussing is gedood

Op grond hiervan, concludeert het Openbaar Ministerie, dat er bij de verdachte bekendheid

kan zijn geweest met de plaats delict

B)

Op 1 oktober 1995 vindt er een geweldsincident tussen Pascal en (zijn moeder) plaats, hetgeen leidt tot een ontzegging voor Pascal van de ouderlijke woning

Op 23 december 1995 doet aangifte van mishandeling door Pascal: Zij geeft in haar aangifte aan, dat zij veel problemen heeft met Pascal, dat hij haar en haar moeder regelmatig mishandeld en dat het onmogelijk is om normaal contact te hebben. Pascal heeft haar nu twee keer in het gezicht geschopt, aldus de aangifte.

Op 2 februari 1996 moet de politie op de Weerdsingel een ruzie sussen tussen de verdacht en zijn zus. Uit de politiemutatie blijkt dat dit een bekend adres is.

Op 9 februari 1996 vindt er nog een geweldsincident plaats waarbij Pascal en zijn familie betrokken zijn.

Op grond van bovenstaande concludeert het Openbaar Ministerie, dat Pascal in de maanden oktober tot en met februari een periode heeft, waarin er conflicten zijn binnen de familie, waar zelfs de politie aan te pas moet komen. Een duidelijk mindere periode, waarin hij met geweld bepaalde ruzies probeert te beheersen, dan wel te winnen.

C)

Opvallend is tevens dat in de periode van augustus 1995 tot maart 1996 ook in een periode zit, waarin hij mindere studieresultaten behaalt. Hij heeft in de periode daarvoor en in de periode daarna, duidelijk betere studieresultaten dan zijn medestudenten. Volgens een getuigenverklaring van (een oud-studiegenoot) zou Pascal zelfs niet een tijd op zijn studie zijn geweest aan het einde van 1995.

Gelet op zijn studieresultaten en de verklaring van een oud-studiegenoot, kan ook worden geconcludeerd dat op dit punt, de verdachte in een mindere periode zit.

D)

Uit gegevens van Prill Handelsmaatschappij blijkt, dat Pascal heeft gewerkt op 27 november 1995 en 1 december 1995

Uit gegevens van de studie van Pascal blijkt ook niet dat de verdachte die dag een studiedag had.

E)

Verdachte Pascal heeft in dienst gezeten en daar heeft geleerd hoe hij met een UZI moest omgaan.

Getuige heeft verklaart dat Pascal hem ongeveer 15 jaar geleden een wapen heeft getoond.

Hieruit concludeert het Openbaar Ministerie, dat er bij de verdachte bekendheid was met wapens, waaronder een UZI, het wapen waarmee Anton Bussing is vermoord.

Proceshouding van de verdachte

Het Openbaar Ministerie acht tevens van groot belang, de proceshouding van verdachte.

Met name grijp ik dan ook terug op de verklaringen die door de verdachte zijn afgelegd in de zaak tegen de moord op Nadia van de Ven.

Ik heb reeds aangegeven, dat verdachte op bepaalde punten liegt en op andere punten ongeloofwaardige verklaringen aflegt. Deze leugenachtige verklaringen, dienen naar mijn mening als bewijsmiddel in de zaak tegen Nadia van de Ven maar ook in onderhavige zaak.

Met name zijn leugenachtige verklaring over de voorliefde voor en de bekendheid met wapens en de ongeloofwaardigheid over de herkomst van de in zijn appartement aangetroffen spullen, rekent het Openbaar Ministerie de verdachte zwaar aan.

En tevens is het hele optreden van de verdachte op de zitting rondom deze zaak opvallend. Het Openbaar Ministerie heeft geen heftig, emotionele verdachte gezien of gehoord, die aan het begin van de donderdag als eerste reactie aan de rechtbank geeft, dat hij het niet gedaan heeft. Nee, we zien een gelaten persoon, onverschillig, emotieloos. Hij wekt de indruk alsof hij mee wil werken om de waarheid boven tafel te krijgen. Maar niets is minder waar. Verdachte heeft geen enkele actie ondernomen om de politie te helpen meer zicht op deze zaak te krijgen. Verdachte heeft bij de politie niet eens een verklaring afgelegd, toen hij met deze tweede moordzaak werd geconfronteerd! Verdachte heeft niet actief in zijn geheugen gegraven, aldus zijn verklaring op de terechtzitting, om te kijken of hij een alibi voor 29 november 1995 heeft. Verdachte bestrijdt alleen maar alle bewijsmiddelen en afgelegde verklaringen, maar komt zelf niet met meer duidelijkheid. Wanneer hem naar details wordt gevraagd of naar bijzonderheden, geeft de verdachte niet thuis!

Uiteraard heeft de verdachte het recht om te zwijgen, maar niet onder alle omstandigheden. Uit de jurisprudentie blijkt dat een verdachte soms moet spreken om bepaalde dingen, die niet direct met de bewezenverklaring hebben te maken te verduidelijken. Maar verdachte doet dat niet.

De enige reden voor een dergelijke achteloze, inactieve houding kan zijn, dat de verdachte de waarheid wil verhullen. Een, met behulp van de verdachte, diepgaander onderzoek in zijn priveleven, zou nog wel eens tot opzienbarende punten kunnen komen.

Deze proceshouding wordt de verdachte door het Openbaar Ministerie zwaar aangerekend.

Op grond van de volgende bewijsmiddelen, is het Openbaar Ministerie van mening dat wettig en overtuigend bewezen is, dat Pascal betrokken is bij de dood van Anton Bussing

1)de technische overeenkomsten (zoals eerder aangegeven) tussen de moord op Anton

Bussing en Nadia van de Ven, waarbij het Openbaar Ministerie heeft aangegeven, dat Pascal de moord op Nadia heeft gepleegd.

2) De overeenkomst van de wijze, waarop de beide slachtoffers zijn vermoord

3) Bekendheid van de verdachte met de plaats delict

4) de mindere periode, waarin verdachte zich bevond ten tijde van de moord op Anton Bussing, gelet op zijn studieresultaten en geweldsincidenten met zijn familie

5) de leugenachtige verklaringen

6) de proceshouding van de verdachte

Wat de reden voor de moord op Bussing is geweest, is onduidelijk. Het kan zijn dat de verdachte, net zoals bij Nadia van de Ven, zich moest afreageren om de spanning te ontladen en dat heeft gedaan door een ernstig geweldsdelict te plegen, maar dit zijn uiteraard veronderstellingen, die niet te bewijzen zijn.

Naar de mening van het Openbaar Ministerie is er juridisch gezien sprake van moord.

Iemand die met een geladen UZI op stap gaat, doet dit met het doel om dit wapen te gebruiken. Uit het sectierapport blijkt dat de verdachte Bussing door opgelegde schoten, dan wel schoten met een schotsafstand van minder dan 50 cm om het leven is gebracht. Deze wijze van ombrengen, houdt een kalm beraad en rustig overleg in zich. Verdachte moet immers, met de UZI, in de richting van de auto hebben gelopen en daarna de fatale schoten hebben gelost.

Het Openbaar Ministerie realiseert zich, dat de bewijsmiddelen, van een ander kaliber zijn, dan die naar voren zijn gebracht bij de moord op Nadia van de Ven. Bij de moord op Anton Bussing, immers, zijn er geen directe bewijsmiddelen, dat de verdachte daadwerkelijk op het moment van de moord op de plaats delict was, het motief is onduidelijk en door tijdsverloop, kan een minder nauwkeurig beeld worden geschetst van de gedragingen van de verdachte.

Aan de andere kant, zijn er in het gehele onderzoek, geen, voor de verdachte ontlastende punten naar voren gekomen, terwijl juist de recherche mede met die insteek het onderzoek is ingegaan.

Het Openbaar Ministerie kan, na een zeer nauwkeurige weging van alle bewijsmiddelen maar tot één conclusie komen: Pascal heeft Anton Bussing vermoord.

Derhalve acht het Openbaar Ministerie wettig en overtuigend bewezen dat Pascal op 29 november 1995 Anton Bussing heeft vermoord.

De feiten zijn strafbaar

Het betreffen strafbare feiten

Verdachte is strafbaar voor deze feiten

Er blijkt geen omstandigheden, die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. Later kom ik op de strafbaarheid nog wel terug.

Ernst van de feiten

Het leven is het kostbaarste dat een mens bezit. Ieder mens moet daar de vrije wil over hebben. Deze twee mensen, Nadia van de Ven en Anton Bussing, hebben dat niet gehad.

Verdachte heeft Nadia van de Ven op beestachtige wijze geëxecuteerd. Verdachte wilde zeker weten, dat Nadia van de Ven nooit meer haar leven zou kunnen oppakken. Nadia had nog een heel leven voor zich, maar ze heeft niet de kans gekregen om haar plannen en dromen te verwezenlijken. En waarom? Slechts omdat zij naar de mening van de verdachte, te eigengereid en te gehaaid was, terwijl Nadia slechts op een nette manier wat huurzaken wilde regelen.

Deze daad heeft een grote schok teweeg gebracht bij de ouders, zus, familie, vrienden en medestudenten van Nadia. Maar ook de mensen die Nadia niet persoonlijk hebben gekend, zullen diep geschokt zijn, bij het horen van de gebeurtenissen op de Weerdsingel.

Blijkens de schriftelijke slachtofferverklaring van de moeder en de zus van Nadia, blijkt dat hen onherstelbaar leed is toegebracht. Mevrouw zegt: “je bent blij dat de dag om is en je weer naar bed kunt gaan”. Mevrouw heeft door het verlies van haar dochter, haar leven niet meer op kunnen pakken. Ze heeft ruim 5 maanden niet meer gewerkt en daarna nog slechts een periode van 5 maanden, 1 dag per week.

Ze is onder behandeling bij een psycholoog. Omdat zij geen inkomsten meer heeft uit haar praktijk, is ze in ernstige financiële problemen geraakt. Mogelijk zal ze zelfs moeten verhuizen, zo heeft mevrouw verklaard.

Mevrouw verklaart ook dat haar man, die een jaar na de moord op Nadia te horen kreeg dat hij ongeneeslijk ziek was en inmiddels is overleden, ook geen zin meer had om te leven. Het hoefde voor hem niet meer.

vertelt dat haar leven volstrekt veranderd is. “Ik ben alleen maar aan het afscheid nemen. Het vertrouwen in de medemens is diep geschokt”. Ze mist haar zus dagelijks, omdat ze nog zoveel leuke dingen had kunnen doen. Ook heeft haar studie forse vertraging opgelopen. Dit zal zeker consequenties hebben op het gebied van het afstuderen en een toekomstige baan.

Ook het leven van Anton Bussing is op een verwoestende wijze beëindigd. Terwijl hij nietsvermoedend zijn krant zat te lezen in afwachting van een volgende afspraak, wordt hij van achteren neergeschoten. Geen tijd meer om afscheid van het leven te nemen, afscheid van dierbaren te nemen….nee….plotseling wordt het leven beëindigd. En waarom? Het motief blijft onduidelijk en dat maakt het feit voor de nabestaanden des te gruwelijker. Misschien was hij wel gewoon een proefkonijn om een wapen uit te proberen? Gewoon, op de verkeerde plaats, op de verkeerde tijd?

In het dossier bevindt zich ook een schriftelijke slachtofferverklaring van mevrouw , de weduwe van Anton Bussing.

Door deze zitting, na acht jaar, heeft mevrouw beseft, hoezeer het verlies van haar man, haar nog steeds bezig houdt. Het is nog steeds niet verwerkt. Bijna overal en dagelijks wordt ze herinnert aan het gewelddadige overlijden van haar man. Toen er na 4 jaar nog iets erg in de familiekring plaatsvond, is zij helemaal ingestort. Uiteindelijk heeft ze met behulp van een maatschappelijk werker, weten te voorkomen dat ze in de WAO terecht kwam.

Niet alleen voor haar zijn de gevolgen enorm geweest, maar ook voor de twee kinderen, . mist een vaderfiguur en is, vanwege oplopende spanningen thuis, een jaar lang het huis uit geweest.

Uiteraard is het onmogelijk om in de slachtofferverklaringen het volledige verdriet neer te schrijven wat de nabestaande hebben. Duidelijk is in ieder geval, dat door Pascal , de levens van de nabestaanden nooit meer hetzelfde worden en dat zij uiteindelijk zullen moeten leren leven, met de gedachte, dat hun dierbare met geweld is weggenomen en nooit meer zal terugkomen.

De proceshouding van de verdachte, heeft het verdriet en de machteloosheid voor de nabestaanden alleen nog maar versterkt.

Vorderingen van de benadeelde partij

De nabestaanden hebben ook vorderingen ingediend. Daarbij hebben ze ook aangegeven, dat geld uiteraard nooit het leed kan vergoeden. Aan de andere kant zijn er zoveel kosten gemaakt, waardoor hun leven t ook ernstig ontwricht is, dat een tegemoetkoming hierin, mogelijk het leven op bepaalde punten, financieel gezien, dragelijker kan maken.

Allereerst de vordering van mevrouw , de moeder van Nadia.

Zij vraagt allereerst financiële genoegdoening voor de gemaakte uitvaartkosten en de steen. De vordering lijkt mij, zeker gelet op de ondersteunende stukken, op dit punt, zonder meer toewijsbaar.

Ook de kledingkosten en de taxikosten die zijn gemaakt, om destijds dhr. naar de begrafenis van zijn dochter te laten gaan kunnen worden toegewezen. Deze opgevoerde kosten staan in direct verband met het overlijden en zijn eenvoudig van aard.

Derhalve dient de vordering van mevr volledig te worden toegewezen tot een bedrag van 11.216,30 euro.

Ik verzoek u tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen (subs. 120 dagen)

Daarnaast is er nog de vordering van mevrouw , de weduwe van Anton Bussing. Ook zij vraagt vergoeding voor kosten in verband met de begrafenis van haar man. Omdat de begrafenis al ongeveer 8 jaar geleden heeft plaatsgevonden, kan mevrouw , geen rekeningen of betaalbewijzen meer overleggen. Het lijkt mij echter evident, dat deze kosten door mevrouw zijn gemaakt. Zij heeft een vordering ingediend, die nog is uitgedrukt in guldens. Naar euro omgerekend, kom ik uit op een bedrag van afgerond 3460 euro. Ik verzoek ook hier tot toewijzing van de vordering en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel (subs. 60 dagen).