We hebben 211 gasten online

Pascal F. De 'Uzimoorden' Deel 4

Gepost in Strafzaken

Verklaring van Lucinda, zus van Nadia

Twee jaar na Nadia haar dood heb ik nog steeds het gevoel in een waas te leven. Tegen wil en dank zijn we hoofdrolspelers geworden in een slechte film. Ik kan de film terug spoelen, ik zie de beelden, ik zie mezelf, Nadia haar levenloze lichaam. Maar ik voel er niets bij, ik heb nog steeds het gevoel dat het niet waar is. Dat het niet Nadia is die gestorven is, dat het niet om ons gaat.

De afgelopen twee jaar heb ik zoveel mensen verteld dat mijn zus overleden is, maar hoe vreemd het ook klinkt, ik kan het nog steeds niet geloven. Ik kan bijna emotieloos over haar dood vertellen. Dan sluit ik mijn gevoel af, het gaat niet om Nadia, niet om ons. Dit is slechts een boze droom.

Ik heb mijn leven zoals dat heet, voor het oog van de buitenwereld weer aardig opgepakt. Ik ben weer terug op mijn kamer, ik ga naar de universiteit, studeer, ook al heb ik sinds haar dood nog maar bitter weinig punten binnen gehaald, ik functioneer. Lijkt het.

Totdat er iets onverwachts gebeurt, dan gaat het mis. Slaat de angst me weer om het hart, word mijn keel dichtgesnoerd en ben ik nergens meer. Dan huil ik. Zo diep en intens dat het me zelf verbaasd. Op die momenten ben ik me er weer pijnlijk van bewust dat er wel degelijk iets gebeurd is. Iets dramatisch, mijn zus is vermoord en een jaar later stierf mijn vader omdat hij aan niets anders kon denken dan; ‘waarom jij Nadia en niet ik?’

Op zo’n moment word ik er keihard mee geconfronteerd dat ik niemand meer heb, behalve mijn moeder en hoe kwetsbaar dat me maakt. Alles is me afgenomen, mijn onschuld, mijn onbezorgdheid en mijn vertrouwen in mijn medemens.

Ik kan met pijn in mijn hart naar mijn medestudenten kijken, wat zou ik nog graag iets van hun zorgeloosheid hebben. Hoe vaak hebben we die zin wel niet gehoord? Ons leven gaat verder… Alsof wij stilstaan. Wij gaan ook door, tegen wil en dank, dat wel. Maar het valt me zwaar om me staande te houden in een maatschappij waarin mensen weglopen voor het leed van een ander.

Nadia haar dood heeft me eenzaam gemaakt. Het merendeel van de vrienden die ik had voor haar sterven heeft het af laten weten. Ik heb op een keiharde manier moeten leren dat ik het zelf moet doen. Ik had twee mensen op wie ik terug kon vallen, twee zekerheden in mijn leven, mijn zus en mijn moeder. Nadia haar dood heeft een gat geslagen in mijn leven. En die leegte naast mij, die kan niemand opvullen, die lege plek zal er altijd blijven, hoeveel dingen ik ook zal doen of oppakken, ik heb mijn zus niet meer om mijn blijdschap en mijn verdriet mee te delen.

Ik heb moeite me te hechten aan mensen. Niet alleen ben ik bang om mensen dichtbij te laten komen en ze vervolgens te verliezen, ik ben ook bang om weer gekwetst te worden. Sinds 1 oktober 2002 heeft het ene drama het andere opgevolgd, tijd om na te denken, laat staan te voelen, was er niet. Nu pas, nu de orkaan is gaan liggen en het stof neergedaald is, ben ik in staat om terug te kijken, naar de puinhoop die er achter gebleven is. En hoewel ik dit rampbeeld aan mijn gezichtsveld kan onttrekken, is de grens tussen mijn functioneren en mijn wanhoop niet meer dan een dun lijntje. Ik denk dan ook dat ik de diepe sporen hiervan levenslang zal blijven voelen. Evenals Nadia haar liefde.

 

Verklaring van Minke, de moeder van Nadia

Twee jaar verder, Nadia reeds twee jaar dood en William mijn man ook bijna een jaar gestorven. Hun dood lijkt net gisteren. Sinds 1 oktober 2002 leef ik in een wereld die ik niet meer begrijp. Het leven gaat door, roepen mensen. Ik kan die zin niet meer horen! Ons leven staat stil, compleet op zijn kop. Ik eet, ik slaap en ik huil, voor de rest is mijn leven dood. Ik overleef, meer is het niet.

Tijdens de rechtszaak afgelopen januari, besefte ik pas hoe bruut Nadia is vermoord. Tot die tijd kon en wilde ik er niet over nadenken. Ik verdrong bewust of onbewust iedere gedachte aan de wijze waarop zij aan haar einde gekomen is. Nadia is twee dagen thuis opgebaard geweest. Ik heb haar hoofd vastgehouden en voelde alleen maar losse botstukken en dan nog wil je het niet weten. Je bent in shock en na twee jaar ben ik dat nog steeds.

De dag dat Nadia stierf, leefde ik in een hel. Die ochtend had ik mijn gevoel moeten volgen en naar Utrecht moeten gaan. De paniekaanval die ik kreeg na dat bewuste telefoontje om 9.15h klopte. Ik vraag me nog steeds af waarom ik niet ben gegaan. Was het de angst voor bevestiging van mijn gevoel wat me tegenhield? Toen de recherche ’s nachts voor mijn deur stond waren mijn eerste woorden; ‘Nadia is dood’.

Als ik een ding heb geleerd sinds Nadia haar sterven, dan is het wel dat de dood niet bespreekbaar is. Hoewel ik dat al wist, is moord nog een groter taboe. Mensen vinden het te eng om er over te praten, laat staan vragen te stellen. Ook de psychologische begeleiding na een trauma als dit is nog veel te beperkt. Door alles wat er gebeurd is en de manier waarop de buitenwereld erop gereageerd heeft, ben ik veel kritischer en ook cynischer geworden.

Waarom doen mensen elkaar dit aan vraag ik mij af, waarom is er geen zorg meer voor elkaar? Mijn inziens, was dit met Pascal te voorkomen geweest. In zijn omgeving waren genoeg mensen die wisten hoe gevaarlijk hij was. Wij sluiten graag de ogen voor andermans problemen, we wijzen liever met het vingertje. En omdat Pascal weigert een verklaring af te leggen, zal ik levenslang met vele vragen blijven zitten.

Nadia was geliefd, zeer geliefd, Pascal niet. Nadia had vele vrienden en vriendinnen, Pascal niet. Wat heeft hem bezield? Was het jaloezie, woede, afgunst, angst? Niemand zal het ooit weten. Onze lieve Heer alleen weet waarom Nadia zo jong moest sterven.

Tot Nadia haar sterven werkte ik ongeveer 60 uur per week. Als ik nu een dag per week kan werken is dat veel. Op mijn leeftijd leef ik voor het eerst van mijn leven van een uitkering, in deze tijd is dat bijna een schande. Ik voel me een profiteur. Ik heb altijd hard gewerkt voor mijn patiënten. Nu zal ik over een paar jaar mijn huis moeten verkopen aangezien mijn financiële middelen dan uitgeput zijn. Hoe ik dan verder moet? Dat weet ik niet, durf ik ook niet over na te denken. Ik heb geleerd met de dag te leven. Vooruit kijken doe ik niet meer. De toekomst is een groot zwart gat.

Wij waren allemaal weg van dit huis. Een halfjaar voor haar sterven had Nadia me verteld dat ze van huis uit wilde trouwen. Echter in plaats van in een witte jurk de trap af te lopen, werd ze in een witte kist de trap afgedragen. Geen trouwen maar rouwen. Eén letter verschil en een wereld van verdriet. Verdriet wat nooit overgaat. Verdriet wat eerder toe-, dan afneemt naarmate haar dood meer tot me doordringt.

Een ding weet ik zeker, ik moet het zelf doen. Ondanks dat ik met een psycholoog praat. Hoewel ik veel bij hem kwijt kan, is driekwartier veel te kort om alles te kunnen vertellen. Verdriet kun je soms verdringen, maar het blijft altijd aanwezig.

Ik hoop dat er na het Hoger Beroep eindelijk ruimte zal zijn voor het echte verdriet. De onrust die wij de afgelopen twee jaar hebben gehad kan ik niet beschrijven. Wanneer wij naar het kerkhof gaan zie ik twee prachtige stenen naast elkaar staan, van Nadia en van mijn man en dan denk ik; ‘dit had niet zo gehoeven, had niet zo mogen zijn’.

Lucinda, Nadia haar jongere zus heeft net als ik levenslang. Over haar maak ik mij als moeder veel zorgen. Ik ben straks 60 jaar. Zij blijft in de toekomst helemaal alleen achter. Hoe sterk moet je zijn om hiermee te kunnen leven? Ik ben de enige houvast die ze nog heeft.Toen ik in augustus 2003 mijn borstwervel brak en vervolgens op botkanker onderzocht moest worden, was de schok voor haar enorm. En toch gaat ze voorzichtig door. Ik bewonder haar om de manier waarop ze zich staande weet te houden. En ik blijf bidden om kracht om met dit intense verdriet te leren leven.

 

Om de gevolgen van de dood van mijn zus weer te geven heb ik als slachtofferverklaring Nadia een brief geschreven waarin ik haar over mijn verdriet vertel.

Aangezien ik Nadia haar naam altijd tot ‘Naa’ afkortte, heb ik dat in de onderstaande brief ook gedaan.

maandag 11 april 2005

Lieve Naa,

Je bent nu tweeëneenhalf jaar gestorven. Over een week word ik ouder dan jij. Waarom Naa, waarom? Waarom word ik ouder en jij niet? Waarom mocht je niet meer leven? Waar had jij het aan verdiend om op zo’n gruwelijke wijze te sterven? En waarom moeten mama en ik dit meemaken?

Vaak voel ik me zo ontzettend alleen. Eenzaam en alleen. Het is net alsof er alleen maar leegte in mij is. Een gat zo ontzettend diep. Dat ik er zelf niet in durf te kijken omdat ik bang ben dat ik erin val en er niet meer uit kom. Dan voel ik alleen maar pijn. Zoveel pijn. En ik ben er bang voor. Ik probeer ervoor te vluchten maar dat lukt niet. Ik probeer door te leven, maar dat lukt maar half. Niet eens half.

Ik zou willen dat mijn omgeving mijn strijd kon zien. Dat ze het begrepen. Ik voel me zo ontzettend onbegrepen. Naa, begrijp jij het? Zou je het begrijpen als jij het mee moest maken? Hoe zou jij hier mee omgaan? Soms vraag ik me af of jij de enige bent die afgezien van mama weet wat ik doormaak. Waarom zijn mensen zo bang voor onze pijn? Zo ontzettend bang.

Voor de mensen om mij heen, lijkt het alsof ik mijn leven weer op de rit heb. Terwijl ik, als ik in mijn hart kijk een grote puinhoop zie. Chaos, waar niet door te komen is. Ik kan niks onderscheiden, alles werkelijk alles is pijnlijk. En dan voel ik alleen maar wanhoop. En wil ik weg, heel ver weg van die pijn. Weg van mezelf, weg van deze wereld, naar een betere wereld. Waar je niet hoeft te vechten, te strijden om te overleven. Terwijl je telkens het gevoel hebt te verdrinken.

Mijn hele leven is met jou doorweven. Maar tegelijkertijd kan ik me zoveel niet meer herinneren. Ik kan je niet goed voor mijn geest halen. Ik kan niet naar foto’s van je kijken. Ik kijk wel, maar niet echt. Als ik echt zou kijken dan kan ik alleen maar huilen. Machteloos huilen. Het lijkt wel alsof mijn gevoel nog steeds niet wil geloven dat je dood bent. Alsof mijn hart nog steeds hoopt dat je terug komt. Dit een boze droom is. Maar uit een droom kun je ontwaken. En elke dag als ik wakker word wekt de werkelijkheid me. Mijn geest weet dat je er niet meer bent. Net als papa. En toch dringt het niet door.

Ik snap het niet. Ik snap niet dat je zomaar kan sterven. Ik begrijp niet dat je vermoord bent. Dat door te laten dringen lukt niet. Ik weet het niet meer. Ik weet niet hoe ik verder moet leven terwijl jij gestorven bent. Ik weet niet waarvoor ik nog moet leven. En dan voel ik me alleen. Zo gigantisch alleen. En ik weet wel dat ik me voor jij stierf ook wel alleen heb gevoeld, maar dit is anders. Want ik ben bang dat deze eenzaamheid, de leegte die jij achtergelaten hebt in mij, dat dat gat altijd leeg zal blijven…

En ik ben heel hard op zoek naar verdoving, naar afleiding, maar ik kan het nergens vinden. Het lijkt wel alsof bij alles wat ik doe, de confrontatie daarna met de werkelijkheid namelijk dat jij echt dood bent, harder is en meer pijn doet. Ik vraag me af of deze pijn ooit minder zal worden. Voor mijn gevoel neemt het alleen maar toe. Wordt het meer in plaats van minder. En ik weet niet hoe ik ermee om moet gaan. Ik heb niet het gevoel dat ik het aankan. Ik ben bang dat het me overspoelt, dat doet het al. En ik kan het niet tegenhouden, dat probeer ik wel, maar dat gevecht kost energie. En het lijkt wel alsof alle energie uit mij weggevloeid is.

De toekomst? Daar ben ik niet mee bezig. Ik leef, omdat het moet en dat is het. Ik weet niet meer wat zeker is in het leven. Ik weet niet meer wat ik van mensen mag verwachten. Ik probeer mensen te vertrouwen maar ik kom keer op keer bedrogen uit. Ondervind telkens weer dat ik het echt zelf moet doen. Waarom roept iedereen dan zo hard ik ben er voor je? Zeggen ze je mag me altijd bellen, dag en nacht. Mooie lege woorden. Je moet zelf bellen maar het heeft geen zin, ze snappen het toch niet. Zijn te druk met hun eigen leven bezig. En dat maakt mijn eenzaamheid nog groter. Mensen willen het niet horen. Willen niet weten dat het niet goed gaat. Kunnen niet luisteren. Ik maak ze machteloos. Ze willen helpen, komen met oplossingen. Maar er is geen oplossing. DE oplossing bestaat namelijk niet. Dat zou zijn dat jij weer terug kwam en dat kan niet.

Het onbegrip van mensen drijft me tot wanhoop. Telkens weer lopen mama en ik tegen muren op. Keiharde betonnen muren… En keer op keer stoot ik mijn kop. En dan pas kan ik huilen. Huilen om jou. Om de leegte die jij achter gelaten hebt en het verdriet wat één man veroorzaakt heeft. Hoeveel mensen heeft hij stuk gemaakt? Jouw lichaam heeft hij vernield, afgemaakt. En hij heeft iets gebroken, bij ons, maar ook bij andere mensen die van jou hielden… Zozeer dat ze ons uit de weg gaan, omdat ze niet met onze pijn om weten te gaan.

Waarom heb ik de erkenning nodig van anderen voor het leed dat ons is aangedaan? Ben ik zo hard op zoek ben naar begrip omdat ik voor mezelf niet toe kan geven dat het erg is? Omdat ik dan de realiteit onder ogen moet komen? Namelijk dat jij er niet meer bent en dat ik je mis. Omdat iets in mij nog hoop heeft, nog wacht, wacht op jou en hoopt dat dit over gaat…

Lucinda

 

Dankbrief Minke en Lucinda

Geachte heer, mevrouw, beste Henk Janszen, beste Geert Jan van St. Maartensdijk en beste Paul Spelbos en alle andere collega’s van de politie Utrecht,

Ik zal vast wel iemand vergeten hebben te benoemen. Jullie namen dwarrelen door mijn hoofd, maar ik ben ook div. namen kwijt.

Mijn geheugen laat het afweten en degen die wij het meest gesproken hebben, gaat natuurlijk het beste.

Ik wil ook namens Lucinda jullie allemaal bedanken voor de enorme inzet met het oplossen van de moord op mijn dochter en zus van Lucinda Nadia.

Voor de politie hebben wij alleen maar lof. Ik denk, dat men in de gezondheidszorg nog veel van jullie kan leren.

Wij/ik begrij(en) echt niet in de media het gezeur over de politie en het OM, de rechtbank en het Hof enz. enz.

Ik merk wel, dat deze brief bij mij veel emotie oproept en de pijn weer laat voelen.

Nadia is nu 3 jaar en 13 dagen gestorven, het lijkt pas gisteren.

Ik voel mij verscheurd. Ik zou willen, dat wij met elkaar de maatschappij mensvriendelijker zouden kunnen maken.

Voor ons was het erg fijn, dat wij altijd mochten bellen en een vast aanspreekpunt hadden aan Henk en Paul in het begin.

Wij waren erg blij, dat we van alles op de hoogte werden gehouden en dat er altijd tijd voor ons was.

Wij hebben geprobeerd, daar geen misbruik van te maken.

Als je kind vermoord wordt, leef je zelf ahw niet meer.

Ik voel ook heel duidelijk, dat ik nu (nog) uit 2 mensen besta. De tijd voor Nadia en William mijn man en de tijd daarna.

Het lijkt alsof je verder leeft, maar het is wel heel anders en met veel pijn en verdriet..

Ik weet, dat voor Lucinda gelukkig de dingen net even anders voelen en hoop, dat zij gezien haar jonge leeftijd er grotendeels overheen zal komen. Het grote gat zal altijd blijven en het waarom ook??

De wereld waarin wij nu leven is niet te vatten. Wij zijn van het ene proces in het andere gerold en na 3 jaar is het einde nog niet in zicht.

Ik merk, dat de lange duur van alles het ook wel extra zwaar maakt. ( ligt niet aan de politie, dat besef ik ook wel).

Ik hoop voor alle ouders en fam. van vermoorde fam.leden, broers en zussen, dat zij ook net zo tevreden kunnen terugkijken op het contact met de politie als wij.

Je komt in een wereld, die je niet begrijpt en ook nooit zal begrijpen.

Als ik de energie heb en de moed wil ik tzt een boek over de moord op Nadia schrijven waarin ik het goede contact met de politie zal benadrukken.

Met vriendelijke groet