We hebben 187 gasten online

Medicijnmoord Gerritdina K. Stadskanaal Deel 3

Gepost in Strafzaken

Persberichten

Twintig jaar cel voor gifmoord Stadskanaal

LEEUWARDEN - 29 april 2008 Het gerechtshof in Leeuwarden heeft de 53-jarige Gerritdina K. uit Stadskanaal veroordeeld tot twintig jaar cel voor de moord op haar moeder en poging tot moord op haar echtgenoot. De Groningse vrouw bracht in maart 2006 haar moeder om door haar te vergiftigen. Ook probeerde ze haar man te vergiftigen.

De vrouw werd vorig jaar door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot twaalf jaar cel en tbs met dwangverpleging. Maar ze ging in hoger beroep bij het hof om van de tbs af te komen, en met succes. Het hof vindt dat tbs geen zin heeft en daarom niet nodig is. Het Openbaar Ministerie (OM) had in hoger beroep twaalf jaar en tbs met dwangverpleging geëist.

Gifmoord Stadskanaal deels op 18 januari, deels in april (15-01-2008)

Bericht van Advocaten gebr. Anker:

Op vrijdag 18 januari 2008 om 9.00 uur dient ten overstaan van het gerechtshof te Leeuwarden het hoger beroep in de zogeheten gifmoordzaak van Stadskanaal. Tot voor kort was het de bedoeling dat de zaak die dag volledig zou worden behandeld. Omdat echter tal van deskundigen zijn opgeroepen en een deel van deze deskundigen verhinderd is, heeft het hof op voorhand besloten op 18 januari slechts cliënte te verhoren. Hiervoor is een dagdeel uitgetrokken. De deskundigen zullen worden gehoord op een zittingsdag in april 2008. Op die dag zal het OM zijn eis formuleren en zal de verdediging haar pleidooi voeren. Een definitieve datum voor deze tweede zittingsdag is nog niet bekend.

Onze cliënte, een 52-jarige inwoner van Stadskanaal, wordt onder meer verweten haar moeder in 2006 te hebben vergiftigd waardoor deze is komen te overlijden.Onze cliënte is door de rechtbank in Groningen op 4 januari jl. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaren en tbs met dwangverpleging. De rechtbank achtte moord bewezen. Cliënte zou bloedverdunners via levensmiddelen aan haar moeder hebben toegediend. Ook achtte de rechtbank bewezen dat cliënte 10 jaar eerder een soortgelijke poging had gedaan om haar moeder en in 2006 om haar echtgenoot om het leven te brengen.
Cliënte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Reconstructie: 'Ik wilde hem alleen een beetje ziek maken'

Valse handtekeningen en grote gokschulden

Door Gerlof Leistra15 december 2007 in Elsevier

In het Groningse Stadskanaal leken Gerda, Harry en hun dochters een gewoon gelukkig gezin. Totdat Harry blaartjes en inwendige bloedingen kreeg. Vreemd, daar had zijn inmiddels overleden schoonmoeder op het laatst ook last van gehad. Onderzoek in het ziekenhuis toonde uiteindelijk aan wat er aan de hand was.

Al een paar dagen heeft Harry (56) last van een wondje aan zijn vinger dat maar niet dichtgaat. Nu is hij als timmerman wel wat gewend, maar woensdag 7 juni 2006 begint hij zich toch zorgen te maken. Op zijn werk stoot hij per ongeluk zijn neus en de wond blijft wel drie uur bloeden. Donderdagavond gaat hij met zijn vrouw Gerda (51) en hun jongste dochter Janet (28) en haar man naar het verjaardagsfeestje van hun oudste schoonzoon in Assen. Op zijn armen heeft Harry rode plekjes. Misschien wat te hard geschrobd, denkt hij. 'Het is net of je bloedverdunner gebruikt,' zegt Janet. 'Je belandt vast op de Spoed!' Zij werkt als medisch secretaresse in het Refaja-ziekenhuis in Stadskanaal. Gerda zegt niets.

Vrijdagochtend gaat Harry als altijd naar zijn werk. Nu heeft hij drie bloedblaartjes op zijn hand. Alsof iemand hem te hard heeft geknepen. Het worden er steeds meer. Ongerust belt hij naar huis. Of Gerda een afspraak met de huisarts kan maken. Het liefst zo laat mogelijk. Even later belt Gerda terug: hij kan om 16.20 uur bij de dokter terecht. Harry heeft inmiddels ook bloedblaartjes op zijn armen. Zijn urine is roodgekleurd.

De huisarts wil een recept uitschrijven, maar voor de zekerheid belt hij met het Refaja en verwijst Harry door naar het ziekenhuis. Ze zullen hem opwachten bij de hoofdingang. Harry rijdt nog even langs huis om zijn pasje op te halen. Gerda staat te koken en zal hem achterna komen.

Bij de hoofdingang staan twee verpleegsters klaar met een rolstoel. Maar Harry is toch geen invalide! Op de Eerste Hulp neemt een arts bloed af, laat röntgenfoto's maken en onderzoekt hem van top tot teen. Ze snapt er niets van. Of hij soms met vergif in aanraking is geweest? Het enige wat Harry kan bedenken, is een middel tegen onkruid. Een week of zes geleden heeft hij de tuin bespoten.

Zijn bloed is veel te dun en Harry moet blijven. Zijn urine is inmiddels helemaal rood. Via een infuus krijgt hij vitamine K toegediend, een bloedstollend middel. De artsen weten niet wat hij heeft en waarschuwen dat hij zich vooral niet moet stoten.

De volgende ochtend is zijn laken bezaaid met bloedspetters. Zijn armen zitten vol blaartjes die bloedend openspringen. Zijn benen zijn helemaal blauw. Als hij heel licht over zijn hand wrijft, begint die hevig te bloeden. Harry krijgt nog meer vitamine K toegediend. Hij voelt zich nog steeds goed. Als hij voorzichtig loopt, mag hij wel even naar buiten. Met Gerda zit hij in de tuin van het ziekenhuis, op een bankje in de zon. Alsof er niets aan de hand is.

Binnenvetter
Harry en Gerda zijn al bijna 34 jaar getrouwd. Vanaf hun huwelijk op 30 juni 1972 wonen ze in bij de ouders van Gerda 'op Knoal' , in Stadskanaal. Een ruime jarendertigwoning met een voor- en achterhuis. Vader was buschauffeur en is in 1989 overleden. Moeder is in maart 2006 op haar 85ste in het Refaja-ziekenhuis overleden na een hersenbloeding.

Harry is slank en pezig, heeft kort borstelig haar en draagt een bril. Voor zijn leeftijd heeft hij een opvallend goede conditie. In zijn vrije tijd voetbalt hij bij Onstwedder Boys, in een veteranenteam. Hij zit op volleybal en doet aan toneel. Een nuchtere Groninger die trots is op Gerda, hun twee dochters en de twee kleinkinderen. Maar hij is ook een binnenvetter. Ruzies met Gerda worden nooit uitgesproken.

Gerda is kleiner dan Harry en gezet. Ze heeft kort krullend haar en een bril. Met haar moeder heeft Gerda altijd een haat-liefdeverhouding gehad. Het ene moment hebben de twee slaande ruzie, een half uur later zit Gerda weer in het voorhuis bij haar moeder aan de koffie. Ze heeft een hekel aan schoonmaken en is stamgast van café-restaurant De Babbelaar. Kletsen, koffiedrinken en stiekem gokken. Thuis denken ze dat Gerda 'even' boodschappen doet.

Gerda was net achttien jaar toen ze moeder werd. Maar eigenlijk is ze nooit echt moeder geweest en heeft Oma de twee meisjes opgevoed. Gerda is niet geïnteresseerd in de school van de kinderen en knuffelt ze nooit. Maar ze heeft ook haar goede kanten. Harry draagt altijd schone kleren en het eten staat klaar als hij uit zijn werk komt. Net als haar moeder kan Gerda alles met de naaimachine en ze maakt graag poppen. In de vensterbank van de woonkamer pronken twee donkere heksen.

Tegen verstopte bloedvaten slikt Gerda een bloedverdunnend middel, Marcoumar. Dagelijks een pilletje.

Vergif
Zondagochtend 11 juni verslechtert de gezondheid van Harry. Hij reageert traag en voelt zich ziek. Maar 's middags knapt hij weer een beetje op. Gerda komt op bezoek en heeft drinken en fruit meegenomen.

Maandagochtend vraagt ook de internist of Harry met vergif in aanraking is geweest. 'Uw toestand was kritiek. Van de duizend mensen van uw leeftijd zouden er 999 zijn bezweken.' Hij drukt Harry op het hart alleen van de verpleging eten en drinken aan te nemen en van niemand anders. Zijn bloed wordt opgestuurd naar het toxicologisch laboratorium van het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Janet zegt de internist vooral te kijken naar Marcoumar. Ze mijdt het ouderlijk huis. Een week later is de uitslag binnen: Harry heeft een dodelijke dosis Marcoumar in zijn bloed. Daar is volgens hem maar één verklaring voor: Gerda! De internist zegt: 'Of u doet aangifte of ik doe het.'

Harry's wereld stort in. Op zijn verzoek belt Janet de politie en in haar bijzijn doet Harry aangifte. Het voelt als verraad, zegt hij. Zijn eigen vrouw!

Harry vermoedt dat hij niet het enige slachtoffer is. Zijn ziekteverschijnselen doen hem denken aan die van zijn overleden schoonmoeder. Die had over haar hele lichaam bloedingen. Zou Gerda daar ook achter zitten? Harry vraagt de rechercheurs of ze Gerda 'zonder bombarie' willen aanhouden. Hij verwacht haar om 16.00 uur.

'Laten we normaal tegen haar doen,' zegt Janet. 'Zij heeft heel lang poppenkast gespeeld. Nu doen wij het.' Harry laat niets merken. Na het bezoekuur wordt Gerda aangehouden en overgebracht naar het politiebureau in Delfzijl.

Tegenover de recherche bekent Gerda vrijwel meteen dat ze vanaf begin maart bij haar moeder elke dag een pilletje Marcoumar in de koffie deed. Nog geen twee maanden na haar dood begon ze met Harry. Dagelijks een pilletje. In zijn thee en door de yoghurt. Tijdens de Pinksterdagen, zondag 4 en maandag 5 juni, deed ze niets. Harry dronk die dagen behoorlijk en ze wist niet of alcohol wel samengaat met Marcoumar. Dinsdag 6 juni begon ze weer. Tot ook Harry in het Refaja belandde.

Na haar bekentenis besluit de politie het lichaam van Gerda's moeder op te graven. Voor sectie wordt het overgebracht naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Rijswijk. Uit het onderzoek blijkt dat de hoogbejaarde vrouw inwendige bloedingen heeft gehad. Wegens 'voortgeschreden postmortale veranderingen' kan geen zekere anatomische doodsoorzaak worden vastgesteld. 'Wel waren er tekenen van deels ernstige en (in de hersenen) potentieel levensbedreigende bloeduitstortingen,' aldus het NFI-rapport. 'Mogelijk het ontstaan en zeker de uitgebreidheid van deze bloeduitstortingen zal zijn beïnvloed door een in het lichaam aanwezig bloedverdunnend middel. Het is waarschijnlijk dat het overlijden verklaard wordt door deze bloeduitstortingen en de daarmee samenhangende verstoring van lichaamsfuncties en opgetreden weefselschade.'

Nu pas hoort Harry van de recherche dat Gerda al een keer eerder heeft geprobeerd haar moeder te vergiftigen. Tussen 1994 en 1996 gaf zij haar met opzet grote hoeveelheden kalmerende medicijnen. De oude vrouw moest diverse keren in het Refaja worden opgenomen, en brak in haar schemertoestand bij een val een heup en een andere keer haar rugwervel.

De betrokkenheid van Gerda kwam uit, maar haar moeder weigerde aangifte te doen: Gerda was haar enige dochter! Wel stelde ze enkele familieleden op de hoogte van dit geheim.

Ook Janet wist van die eerdere poging, maar mocht er van oma met niemand over praten. In een brief vroeg Janet haar moeder later om een verklaring en legde die op haar hoofdkussen. Nog diezelfde avond ligt er een antwoordbrief klaar op het bed van Janet. Twee kantjes. Gerda bekent dat ze oma kalmeringsmiddelen gaf.

Als oma in maart 2006 een zware hersenbloeding krijgt, denkt Janet meteen: 'Ze zal toch niet wéér bezig zijn?!' Maar Gerda geeft in het ziekenhuis geen krimp. Daarmee is voor Janet de kous af. Oma was immers al oud. Autopsie vindt Gerda onnodig.

Tijdens een pro-formazitting, op 27 september, onthult de officier van justitie dat de recherche onderzoek doet naar een mogelijk derde slachtoffer van Gerda. In 2005 is een man uit Stadskanaal onder verdachte omstandigheden overleden. Destijds is weefsel en bloed afgenomen bij de overledene. Het NFI onderzoekt of ook hij is vergiftigd.

Harry en zijn dochters zitten op 21 december 2006 in de zaal als de zaak tegen Gerda dient. Het is de eerste keer sinds haar aanhouding op 19 juni dat ze haar weer zien. Tot hun verbijstering komt Gerda glimlachend binnen. De tenlastelegging vermeldt poging tot moord op haar echtgenoot en moord en een eerdere poging daartoe op haar moeder. Het onderzoek naar het vermeende derde slachtoffer heeft niets opgeleverd.

Over het motief om haar moeder te vergiftigen zegt Gerda dat ze haar leven lang werd behandeld als een klein kind. 'Ik wilde niets liever dan dat mijn moeder dood was. Liever gisteren dan vandaag. Altijd dat gezeur van haar! Toen ben ik haar dat middel gaan geven. Ja, als je vijftig jaar lang dag in, dag uit wordt gekleineerd en getreiterd. Ik had het helemaal gehad met haar.' Een alternatief zag ze niet. 'Je kunt wel zeggen: ga dan weg. Maar als je moeder zo oud is, doe je dat niet.'

Na de dood van haar moeder kreeg Gerda naar eigen zeggen ruzie met haar man over de erfenis. Om tijdelijk wat rust te krijgen, begon ze ook hem stiekem Marcoumar te geven. 'Godzijdank leeft hij nog. Ik wou hem niet doodmaken, echt niet. Ik hou van hem. Ik wou hem alleen een beetje ziek maken.'

Volgens de rapportage van de gedragsdeskundigen is Gerda verminderd toerekeningsvatbaar. 'Ze lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met borderline en theatrale trekken. Daarnaast is er sprake van een ziekelijke stoornis in de zin van een gokverslaving'. Ze zien Gerda als 'een koele en berekenende vrouw die haar verhaal vertelt zonder emoties'.

Belazerd
In zijn slachtofferverklaring zegt Harry: 'Nooit had ik verwacht dat er aan een goed huwelijk van 34 jaar op deze manier een einde zou komen. Willens en wetens heeft ze mij op een verschrikkelijke manier belazerd. Dat neem ik haar heel erg kwalijk. Voor mijn gevoel heeft ze op een hele geraffineerde wijze toneel gespeeld. Nu ben ik degene die alles kwijt is en levenslang heeft gekregen door alle schulden die ze achterlaat. Een relatie is op vertrouwen gebaseerd, maar mijn vertrouwen is op een afschuwelijke wijze geschonden. Ik vraag mij af of ik na deze schok ooit nog op een ander zal kunnen durven bouwen.'

Toch zijn er ook de herinneringen aan alle goede jaren in hun huwelijk. 'Steeds weer word ik geconfronteerd met de wetenschap dat die nu voorgoed voorbij zijn. Het maakt mij verdrietig als ik bij mensen op visite ben en de gezellige en huiselijke momenten zie. En als ik op straat een stel hand in hand zie lopen, schiet ik vol. Mijn werk biedt mij de hoognodige afleiding, maar elke keer kom ik 's avonds weer thuis in een leeg huis en ben ik opnieuw alleen met mijn gedachten.' Om verder te kunnen met zijn leven, heeft hij een scheiding aangevraagd.

Gewetenloos
Voor officier van justitie mr. J.F. Severs staat vast dat Gerda na haar moeder ook haar man heeft willen vergiftigen. Hij eist een gevangenisstraf van 12 jaar plus tbs.

Volgens advocaat Lidewij Wachters heeft haar cliënt haar echtgenoot niet willen vermoorden. Zij gaf hem beide Pinksterdagen immers geen Marcoumar en besloot op donderdag 8 juni bewust om te stoppen. 'Hij mocht niet doodgaan en ze zag blijkbaar wel dat hij ziek werd. Ze wilde niet het risico lopen dat het verkeerd afliep.' Ook door een afspraak met de huisarts te maken komt die wil impliciet naar voren, aldus de raadsvrouw.

Juridisch is er naar haar oordeel sprake van vrijwillige terugtred: de verdachte is gestopt voordat sprake is van een voltooid misdrijf. Hooguit kan volgens haar gesproken worden van poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade.

Van de moord op haar moeder moet haar cliënte volgens Wachters volledig worden vrijgesproken. 'Het sectierapport geeft aan dat de doodsoorzaak niet is vast te stellen en dat het ontstaan van de bloeduitstortingen mogelijk een gevolg is van een bloedverdunnend middel, maar zeker weet men dat niet.' Ook de eerdere poging tot moord acht Wachters niet bewezen en mishandeling zou verjaard zijn. Mocht de rechtbank haar cliënt toch veroordelen en naast een gevangenisstraf tbs willen opleggen, dan dient er volgens Wachters zo spoedig mogelijk met behandeling te worden gestart: 'De feiten zijn nu nog vers.'

Op de vraag van de rechtbank wat zij vindt van tbs, zegt Gerda: 'Is wel goed.'

'Waarom?'

'Omdat iedereen denkt dat ik gestoord ben. Zelf denk ik van niet, maar ik wil wel hulp.'

Twee weken later, op 4 januari 2007, doet de rechtbank uitspraak. 'Verdachte heeft beredeneerd en gewetenloos een medemens, haar moeder, van het leven beroofd. Verdachte heeft daarmee het hoogste goed, namelijk het recht om te leven, geschonden. Nadat verdachte deze daad had uitgevoerd, heeft zij niet geschroomd enkele maanden later haar echtgenoot bloedverdunnende middelen toe te dienen, die eveneens zouden hebben kunnen leiden tot de dood. Opnieuw heeft verdachte daarmee aangetoond geen respect te hebben voor het leven van een ander en enkel oog te hebben voor haar eigen belangen.'

Wegens 'poging tot moord, moord en mishandeling gepleegd met voorbedachten rade, begaan tegen haar moeder' krijgt Gerda conform de eis 12 jaar en tbs met dwangverpleging.

Het is leeg in huis, zucht Harry tijdens een lang gesprek bij hem thuis in oktober 2007. Hij is net terug van zijn werk en gooit een tennisbal naar Jackie, een kleine terriër. De woonkamer is sober ingericht. Donkere meubels. Weinig licht. Aan de achterwand een kalender van de plaatselijke Chinees. De deur naar de aangrenzende slaapkamer staat open. Een tweepersoonsspiraalbed vult de ruimte.

Boven een bak koffie vertelt Harry over de dramatische gebeurtenissen die zijn leven op zijn kop hebben gezet. Hij begrijpt er nog altijd niets van en vraagt zich af of dat ooit komt. 'Dat je je eigen moeder iets aandoet! Zo ken ik Gerda niet. Dit heeft ze niet zo gewild.'

Van spanningen met haar moeder heeft hij weinig gemerkt. 'Het was wel een bazige vrouw, ja. Ze kon erg zeuren, maar deed ook alles voor de kinderen. Ach, Gerda klaagde weleens, maar verhuizen vond ze niet nodig.'

Ook van haar gokverslaving heeft hij nooit iets gemerkt. Pas na haar aanhouding bleek dat ze via de post deelnam aan loterijen in onder meer Zwitserland, Australië en de Verenigde Staten. Ze had zijn handtekening vervalst om bij de bank een lening van 20.000 euro af te sluiten. De totale schuld is nog aanzienlijk hoger. 'Die betaal ik nu maandelijks af. Het huis moet worden verkocht.'

De scheiding is inmiddels rond. Hij moet verder met zijn leven en dat valt niet mee. Af en toe belt Gerda uit de gevangenis. 'Ze zegt dat ze er heel veel spijt van heeft en het graag zou willen terugdraaien. Kon dat maar! Eigenlijk heb ik medelijden met haar. Ze is ziek. Dat kan niet anders. Een normaal mens doet zoiets niet.'

Gerda is in hoger beroep gegaan tegen het vonnis. Dat dient op 18 januari 2008 bij het gerechtshof in Leeuwarden. Haar nieuwe advocaat, Tjalling van der Goot, wil de raadsheren overtuigen dat tbs niet nodig is. Volgens hem is er geen kans op herhaling. Op zijn verzoek zijn nieuwe deskundigen benoemd.

Harry vindt dat de tbs-behandeling meteen moet beginnen. 'Nu heeft het zin. Niet pas over acht jaar. Dan is Gerda zestig!'

Harry kijkt om zich heen en verbreekt na een tijdje de stilte: 'Leuk is anders.'

 

Hoger beroep gifmoord Stadskanaal op 2 november (01-11-2007)

Bericht van Anker & Anker

Op vrijdag 2 november 2007 dient ten overstaan van het gerechtshof te Leeuwarden het hoger beroep in de zogeheten gifmoordzaak van Stadskanaal. De zaak zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het betreft een zogeheten regiezitting, waarbij eventuele onderzoekswensen van de zijde van het openbaar ministerie, de verdediging en het gerechtshof worden besproken.

Onze cliënte, een 52-jarige inwoner van Stadskanaal, wordt onder meer verweten haar moeder in 2006 te hebben vergiftigd waardoor deze is komen te overlijden.

Onze cliënte is door de rechtbank in Groningen op 4 januari jl. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaren en tbs met dwangverpleging. De rechtbank achtte moord bewezen. Cliënte zou bloedverdunners via levensmiddelen aan haar moeder hebben toegediend. Ook achtte de rechtbank bewezen dat cliënte 10 jaar eerder een soortgelijke poging had gedaan om haar moeder en in 2006 om haar echtgenoot om het leven te brengen.

Cliënte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Op verzoek van de verdediging zijn deskundigen ingeschakeld (psychiater en psycholoog) die nader onderzoek doen naar de persoon van cliënte en naar de eventuele kans op herhaling. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen van belang zijn voor de vraag of in deze zaak tbs moet en kan worden opgelegd.

De zaak zal op 18 januari 2008 inhoudelijk worden behandeld. Voor deze behandeling is in beginsel de gehele dag uitgetrokken.

Hoger beroep gifmoord Stadskanaal op 15 juni (13-06-2007)

Bericht Anker & Anker

Op vrijdag 15 juni 2007 dient ten overstaan van het gerechtshof te Leeuwarden het hoger beroep in de zogeheten gifmoordzaak van Stadskanaal. Onze cliënte wordt onder meer verweten haar moeder in 2006 te hebben vergiftigd waardoor deze is komen te overlijden.

Onze cliënte, een 52-jarige inwoner van Stadskanaal, is door de rechtbank in Groningen op 4 januari jl. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaren en tbs met dwangverpleging. De rechtbank achtte moord bewezen. Cliënte zou bloedverdunners via levensmiddelen aan haar moeder hebben toegediend. Ook achtte de rechtbank bewezen dat cliënte 10 jaar eerder een soortgelijke poging had gedaan om haar moeder en in 2006 om haar echtgenoot om het leven te brengen.
Cliënte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Enige tijd geleden is de belangenbehartiging van cliënte van de vorige raadsvrouwe overgenomen. Thans wordt de verdediging gevoerd door mr. Tjalling van der Goot.

Op verzoek van de verdediging zijn deskundigen ingeschakeld (psychiater en psycholoog) die nader onderzoek doen naar de persoon van cliënte en naar de eventuele kans op herhaling. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen van belang zijn voor de vraag of in deze zaak tbs moet en kan worden opgelegd. De deskundigen hebben laten weten hun onderzoek niet voor 15 juni 2007 te hebben afgerond.

De zaak zal op 15 juni 2007 niet inhoudelijk worden behandeld. Een datum voor de definitieve behandeling is nog niet bekend.

Het vonnis in eerste aanleg is te raadplegen op www.rechtspraak.nl onder LJN-nummer AZ5616.