We hebben 171 gasten online

Doodslag op Melanie Sijbers Deel 6

Gepost in Strafzaken

Het gevoel dat hij weer ontsnapt blijft altijd

 

Wies de Win werd in 1988 slachtoffer van de latere moordenaar van het Geldropse tienermeisje Melanie Sijbers. Nu nog steeds kampt ze met de gevolgen van die afschuwelijke nacht. "Het gevoel dat hij opnieuw kan ontsnappen, is er altijd, onderhuids."

Fleur Besters in Eindhovens Dagblad Spectrum 21 juli 2007

De recherche vroeg het Wies de Win vrijwel direct na de aanval: ,;Heb je aan P. gedacht?". De toen al beruchte crimineel had immers eerder al ingebroken in haar huis, destijds een paar straten bij zijn woning vandaan. Die inbraak pleegde hij mogelijk uit wraak, omdat de dochter van de Wins toenmalige vriend haar korte relatie met P. had verbroken.

"Ik zei dat P. het niet was. Die is veel groter en zijn stem klonk anders. Maar ja, in zo'n nacht is alles anders dan anders", vertelt Wies de Win nu. In haar sfeervolle woning wil ze haar verhaal kwijt. Zoals ze het al vele malen aan vrienden en bekenden heeft verteld, maar nu met een felle noodkreet.

Waar iedereen, inclusief hulpverlening, twintig jaar geleden voor haar klaarstond, zo moeilijk kan ze als slachtoffer voor het leven nu verder. Het noodlot sloeg op 27 juli 1988 toe. De overval, zoals ze het zelf noemt. P. sluipt haar woning 's nachts binnen en verkracht de vrouw. Hij is zes uur lang de baas in háár huis, in háár slaapkamer. "Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld, dat kan ik niemand uitleggen", constateert ze nog steeds vol verdriet.

Ze wordt die nacht wakker van een sigarettenlucht. De vele peuken die hij die nacht zou roken, spoelt P. direct door de wc. Later hoort Wies in het dorp dat de veroordeelde verkrachter in de kroeg met zijn strafdossier had gezwaaid. Wijzend op de passages waar het technische bewijs tegen hem staat vermeld, laat hij de omstanders weten dat hij dit 'de volgende keer dus anders doet'.

"Ik zag een silhouet. Hij sprong ineens op me. Het eerste dat ik dacht was: 'Dit is een grapje'. Maar het bleef donker en hij duwde meteen een arm over mijn ogen." Met zijn eigen riem boeit hij haar handen op haar rug. Later vervangt hij deze door stroken van haar eigen beddengoed. De rest van de lakens neemt hij mee, het bed boent hij voor zijn vertrek schoon om sporen uit te wissen.

De gebeurtenissen van die nacht tonen grote vergelijkenissen met de andere zedendelicten van P. Het openge­sneden t-shirt, ook dat lot trof Melanie Sijbers. "Ik dacht dat ik dood zou gaan. Het enige dat dan nog telt is je overlevingsmechanisme. Ik vroeg hem nog waarom hij dit deed, met een oudere vrouw. Ik vroeg hem waarom hij geen vriendin zocht. Zijn geur, daar heb ik nog jaren last van gehad. Een soort boerenkoolstamppodlucht. Ik ruik het nu nog wel eens."

Het machtsvertoon waarmee haar verkrachter te werk ging, raakt haar nog steeds diep. Terwijl P. haar slaapkamer ontdoet van sporen, legt hij Wies geboeid in een bijkamertje. Ongewis van haar lot let ze op ieder geluid. Pas als ze voelt dat het kouder wordt in huis en ze de hond van de buren aan hoort slaan, durft ze naar de gang te 'huppen'. Nog steeds geboeid aan handen en voeten.

Wies de Win zal nooit vergeten hoe ze in die situatie de telefoonstekker terug in het stopcontact moest stoppen om hulp in te roepen. Tegen haar zwager die de telefoon beantwoordt, zegt ze: "Je moet komen. Ik ben verkracht. Misschien is hij er nog." Een half uur later is de loop van een pistool het eerste dat ze ziet. Het is het wapen van een jonge agent die met haar zus en zwager is meegekomen.

Onderzoeken in het ziekenhuis, daarna uren in bad, politieverhoren en dan die woorden: "Heb je aan P. gedacht?" Na twee weken wordt hij opgepakt. Een buurtbewoner heeft hem na de verkrachting met een bundeltje beddengoed over straat zien lopen. Zij werkt dan alweer. Als dochter uit een middenstandsgezin heeft ze geleerd dat je daarmee alles kan oplossen.

Wies de Win zou echter nooit meer in haar woning komen. Het huis dat ze na haar scheiding had gekocht en voor haar een nieuwe start betekende, is voor de Mierlose nu waardeloos geworden. Haar Amerikaanse vriend vraagt haar naar zijn land te komen. Ze verkoopt al haar bezittingen. De snelle verkoop van haar huis door een makelaar, zet allerhande boeteclausules in werking en zorgt ervoor dat ze geld moet lenen, maar een rechtszaak tegen de makelaar verliest ze.

Tot overmaat van ramp laat haar vriend het daarna ook afweten. 'Want ik was niet meer de vrolijke ondernemende Wies. Ik huilde teveel, zo zei hij letterlijk. Ik had niets meer geen huis, geen relatie en mijn hersenen zaten achterstevoren in hersenpan'.

Ze was ondertussen ook aan het 'therapie-en', zoals Wies het zelf noemt. Ik moest borden kapot gooien en tegen kussens slaan. Een goedbedoeld project van twee lesbiennes. Maar ik vond het doodeng. Ik was bang voor agressie."

P. krijgt uiteindelijk vier jaar cel en tbs opgelegd. Al na een maand gevangenschap weet hij voor het eerst te ontsnappen. Net als tijdens zijn detentie voor de moord op Melanie Sijbers (waar de kliniek zijn truc wel doorziet), wendt hij een ziekte voor om zo te kunnen ontsnappen. Wies en haar familie en vrienden verspreiden foto's van P. in de buurt. Ze zou die angst nog meermalen moeten voelen. Rond kerst, een jaar later, belt de recherche. Wies zou net in haar nieuwe appartement gaan wonen, maar P. is opnieuw ontsnapt. Uit de Koepel in Breda. De recherche houdt haar voor: "Zijn manier van werken is dat hij altijd teruggaat naar eerdere slachtoffers." Het slachtoffer moet onderduiken bij familie, de dader is vrij.

Na de volgende ontsnapping, uit de Van Mesdagkliniek, smeekt ze de kliniek om ingelicht te worden bij een nieuwe vluchtpoging. Het haalt nieys uit. Zijn privacy gaat in die tijd nog boven haar belang. Tranen in haar ogen. De machteloosheid is groot. "Je bent beschadigd in een beschaafd land en je kunt niets doen. Weten ze wel hoe gruwelijk vernederd ik ben?"

Tijdens een begeleid verlof belt P. naar haar huis, haar verkrachter wil een afspraak maken. Ze kan niets doen. In 2000 is ze met een vriendin aan het trainen voor de Vierdaagse wanneer haar grootste angst definitief wordt.

P. fietst door Mierlo. Later hoort ze via de bakker dat hij vrij is gekomen en een gezin sticht in Geldrop. Ze durft nooit meer in zijn nieuwe woonplaats - haar geboorte­dorp - te komen.

Toch zet ze door. Veel en hard werken. Een nieuwe relatie. Een ander huis. Maar dan. De vermissing van Melanie Sijbers. Ze breekt opnieuw. Tranen komen. "Ik heb altijd tegen de recherche gezegd dat als hij ooit vrij zou komen, hij de volgende zou vermoorden. Toen ik het van Melanie hoorde, moest ik direct aan hem denken. Zo van: het zal die malloot toch niet zijn. Maar ik dacht nog, wees niet zo paranoia."

Als haar nicht later komt vertellen dat P. is opgepakt voor de moord op de tiener, de hartsvriendin van zijn stiefdochter, huilt ze dagenlang. ,,Ze zei: hij komt nu nooit meer vrij. Maar daar gaat het niet om. Ik weet wat Melanie heeft doorgemaakt. Het gevoel dat iemand anders kan bepalen of jij blijft leven of dood gaat. Ik ben naar de begrafenis geweest."

Ze is daarna voor haar gevoel verder van huis dan net na de overval. "Toen deed je alles op de automatische piloot. Kon ik er met veel mensen over praten. Maar nu, wat is er nog te zeggen?"

Ze vloekt tegenwoordig, wat ze eerder nooit deed. Tranen van woede. "Ik ben zo boos. Ik kreeg destijds een schadevergoeding toegewezen. Ongevraagd. Ik werd woedend, ik ben toch geen hoer? Het geld heb ik aan een goed doel laten geven, ik heb er nooit meer iets van gehoord."

Toen vorig jaar door de moord op Melanie Sijbers haar trauma in volle omvang terugkeerde, gaf voor haar gevoel niemand thuis. Haar therapeut zei haar 'al te verwachten'. Zijn potje voor patiënten zonder financiële middelen was echter op en Wies kan de rekeningen van honderd euro per consult niet betalen. Op de radio hoon ze kon erna een spotje van Slachtofferhulp. "Maar de medewerkster zei na het gesprek dat mijn zaak verjaard is, dat ze niets meer voor me kunnen doen. Hij zit in een dure kliniek voor onderzoek en voor mij is geen hulp. Ik wil geen geld, ik wil hulp."

Het misdrijf, bijna twintig jaar geleden, heeft haar leven getekend. Ook al rommelt ze wat in de tuin, legt ze bezoekjes af, ze durft niet meer alleen te fietsen. De slaapkamerdeur is al jaren op slot. De angst voor P. is groter dan de angst om niet te kunnen vluchten bij een brand. "Ik wil dat nooit meer meemaken. Het gevoel dat hij opnieuw kan ontsnappen, dat blijft er altijd, onderhuids. Ik ben zo moe om telkens opnieuw te moeten beginnen. Ik wil gewoon een normaal leven leiden zonder me zo te moeten voelen."

Peter H. is 42 jaar.

·         Hij brengt zijn jeugd door in Mierio.

·         Al op jonge leeftijd pleegt hij de eerste inbraken.

·         In 1987 wordt hij veroordeeld voor de verkrachting van een vrouw. Hij komt na een half jaar op vrije voeten.

·         In 1988 pleegt hij in Mierio en Geldrop in korte tijd opnieuw twee verkrachtingen.

·         Het Pieter Baan Centrum (PBC) concludeert dat de kans op herhaling zeer groot is.

·         P. wordt tot vier jaar cel en tbs veroordeeld. Hij ontsnapt meermalen.

·         In 1999 breekt hij tijdens een ontsnapping opnieuw in bij een vrouw. De zaak wordt geseponeerd.

·         In 2001 oordeelt het PBC dat P. klaar is om terug te keren in de maatschappij. De Van Mesdagkliniek is hierop tegen, maar de rechtbank volgt het PBC.

·         P. sticht een gezin in Geldrop.

·         In april 2006 pleegt hij opnieuw een inbraak en probeert het huis van een vrouw binnen te dringen. Niemand grijpt in, ook al lijkt de werkwijze op de eerdere bij verkrachtingen.

·         Op donderdag 7 september raakt de vijftienjarige Melanie Sijbers vermist. Ze had een afspraak met P., de stiefvader van haar beste vriendinnetje.

·         H. verdwijnt de dag erna. Pas na twee weken wordt het lichaam van Melanie in het bos gevonden. P. geeft zich kort erna aan.

·         Hij bekent, maar stelt zijn verklaringen keer op keer bij. Psychiaters noemen hem een psychopaat. Details van de oude zedenzaken laten volgens hen zien hoe seksualiteit bij hem verbonden is met macht, controle, vernedering en wraakgevoelens. Tijdens zijn voorarrest probeert hij al te ontsnappen door een ziekte voor te wenden.

·         De rechtbank veroordeelt hem in maart tot vijftien jaar cel en tbs. Zowel het OM als de verdachte gaan in hoger beroep.

·         Bij de zitting in hoger beroep gerechtshof Den Bosch op 5 maart 2008 eist de procureur-generaal 18 jaar met aftrek + TBS met dwangverpleging. De TBS mag pas ingaan nadat twee/derde van de gevangenisstraf is uitgezeten. Verdachte mag nooit meer de kans worden geboden terug te keren in de maatschappij. het hof doet op 19 maart om 9:00 uur uitspraak in hoger beroep.