We hebben 190 gasten online

Opportuun: De zaak Maja Bradaric

Gepost in Strafzaken

Een zaak die voor beroering zorgde



Voor Huig Velders begon het vroeg op de dinsdag. Hij kreeg om zes uur een telefoontje van de piketofficier. Die nacht was bij Bemmel, in het district van Velders, een smeulend lijk aangetroffen. Velders deed de zaak zij aan zij met collega Marriët de Weert. Hij leidde het onderzoek, zij trad aanvankelijk vooral op als persofficier en deed later de zitting tegen de drie verdachten van de moord. Velders: 'Het duurde niet lang om het lichaam te identificeren. Moeder Bradaric had namelijk de vorige avond de politie in Nijmegen gebeld omdat haar dochter verdwenen was. Die twee waren erg close. Toen Maja niet op het afgesproken tijdstip thuiskwam, wist haar moeder dat er iets gebeurd moest zijn.' Nijmeegse agenten hadden die ochtend al navraag gedaan in de omgeving van Maja om haar op te sporen. Toen ze later die dag te horen kregen dat in Rivierenland het lichaam van een meisje was gevonden, hebben ze zich meteen gemeld. Alles wees er toen op dat het inderdaad Maja Bradaric was.

Dat betekende dat het onderzoeksteam voor de keus werd gesteld of men de ouders op de hoogte ging stellen. Velders: 'Dat was moeilijk. De identiteit stond nog niet voor honderd procent vast, maar we wilden die mensen ook niet onnodig lang in onzekerheid laten. Twee "familie-rechercheurs" van het opsporingsteam zijn toen naar de ouders gegaan met kledingresten en sieraden die op het lichaam waren aangetroffen. Het bleken inderdaad spullen van Maja te zijn.' Een dag later werd het lichaam officieel geïdentificeerd aan de hand van het gebitsprofiel. 'Dat kon niet op een andere manier', vertelt De Weert. 'Het lichaam was door het vuur onherkenbaar verminkt. De ouders wilden eigenlijk de overblijfselen van hun dochter zien om afscheid van haar te kunnen nemen.
Iemand van de technische recherche heeft ze toen heel goed uitgelegd waarom ze dat beter niet konden doen. Anders zouden ze misschien het gruwelijke beeld van dat verbrande lichaam altijd met zich mee dragen. De ouders hebben zich daardoor laten overtuigen. Het gevolg was wel dat ze nooit afscheid van hun dochter hebben kunnen nemen. Juist daarom hebben we in de zaak tegen de drie verdachten de verbranding van het lichaam bewust als tweede feit op de dagvaarding gezet.'

Vanaf de eerste dag zaten de media bovenop de zaak. Vanwege de on-Nederlandse gruwelijkheid, maar ook omdat het zo makkelijk was om aan informatie over Maja te komen. Voor De Weert was het een vuurdoop. Zij was net een maand persofficier. 'Journalisten hadden eenvoudig toegang tot vrienden en klasgenoten van Maja. Het gevolg was dat er continu allerlei verhalen de ronde deden over Maja en over de toedracht van de moord.' Een zaak die voor beroering zorgde De zaak Maja Bradaric schokte heel Nederland. Natuurlijk omdat een zestienjarige scholiere bruut was vermoord, waarna haar lichaam in brand was gestoken. Maar vooral ook omdat de jonge daders (16, 18 en 18) tot de vriendenkring van Maja bleken te behoren. Nota bene haar beste vriendin (15) had van de moordplannen weet gehad, maar er tegen Maja over gezwegen.

Een ochtendkrant bracht prominent de theorie dat het hier zou gaan om een geval van eerwraak tussen moslims. De Weert: 'Dat verhaal sloeg nergens op. Niets in het onderzoek heeft ooit in die richting gewezen. Maar ja, als wij één keer iets expliciet gaan ontkennen, wordt het de volgende keer als een bevestiging opgevat als wij ons van commentaar onthouden. We hebben toen ervoor gekozen om het verhaal niet te bevestigen of te ontkennen maar steeds te benadrukken dat het OM het motief in de relationele sfeer zocht. Dat heeft gewerkt: andere kranten hebben het eerwraak-verhaal niet overgenomen. In ieder geval hadden we het er steeds druk mee om de familie Bradaric tijdig te waarschuwen voor wat er nu weer in de pers zou komen.'

Ondertussen ging het opsporingsonderzoek in volle vaart verder. Velders is achteraf tevreden over hoe het onderzoek is verlopen. 'Dan blijkt hoe waardevol het is om een goede teamleider te hebben. Ook het NFI was zeer behulpzaam. Specialisten uit verschillende disciplines van het NFI zijn met ons om de tafel gaan zitten om mee te denken over wat er allemaal mogelijk was met de sporen die waren verzameld.' De doorbraak in het onderzoek kwam snel. Eén van de kennissen van Maja deed over de tap uitspraken als 'daar gaan we tien jaar voor krijgen'. Vier dagen na de ontdekking van het lijk werden de eerste aanhoudingen verricht.

Toen twee verdachten kort daarna een bekentenis aflegden, heeft het parket een persbericht uitgegeven. Dat leverde kritiek op van de verdediging. Het OM zou niets mogen zeggen omdat de verdachten op dat moment in beperkingen zaten. De Weert vindt dat het parket de juiste beslissing heeft genomen. 'Het was een zaak die niet alleen in Nijmegen, maar in heel Nederland voor beroering zorgde. Doordat wij konden mededelen dat de verdachten een bekentenis hadden afgelegd, ontstond in de maatschappij veel rust. Ons uitgangspunt is altijd om terughoudend te zijn met het verstrekken van informatie wanneer het onderzoek nog pril is. Bij deze zaak vonden we het echter op een aantal momenten verstandig om eerder en in wat meer detail naar buiten te treden dan we normaal zouden hebben gedaan.'

De zaak-Bradaric legde zeker in de eerste weken een groot beslag op de tijd van Velders en De Weert. Over medewerking van het parket hadden ze niet te klagen. Velders: 'De parketleiding en onze collega-officieren waren steeds bereid om met ons mee te denken over belangrijke beslissingen in de zaak, zoals de richting van het onderzoek en de strafeis.' Velders en De Weert hebben in deze zaak als een team geopereerd. Maar het schrijven van het requisitoir heeft De Weert helemaal zelf gedaan. 'Dat is een bijzondere fase. Na een periode van hectiek met steeds maar de pers op je huid, kun je alles voor jezelf op een rij gaan zetten. Een paar dagen in relatieve rust aan het requisitoir werken, liefst thuis zonder zittingsdruk. Dat is een belangrijk moment in het werk als officier.'

Daarna kwam nog de zitting. Juridisch was de zaak betrekkelijk eenvoudig. Maar voor de ouders van Maja was het helemaal geen gemakkelijke zitting. 'Die mensen zijn door een hel gegaan', vertelt Velders. 'Ze wisten al hoe hun Maja was gestorven, dat hadden we ze op een eerder moment al verteld. Maar het is iets anders als ze worden geconfronteerd met de gruwelijke details, zoals de bevindingen van de patholoog-anatoom.'

Rond de beslissing om in hoger beroep te gaan tegen het vonnis van de rechtbank is nog een keer een gesprek geweest met vader en moeder Bradaric. De Weert benadrukt dat het contact met de ouders steeds zeer goed is geweest. 'Maar waar het om de strafmaat ging, hebben we ze niet tevreden kunnen stellen. Ik had voor de twee hoofdverdachten respectievelijk twaalf jaar met TBS en vijftien jaar geëist. De rechtbank kwam tot acht jaar met TBS en elf jaar. Dat was voor ons reden om in hoger beroep te gaan. Maar voor de ouders was alleen levenslang genoeg geweest.'

Nadien zijn de verdachten door het Hof Arnhem veroordeeld tot hogere straffen dan de rechtbank had opgelegd. Velders en De Weert kunnen dus met tevredenheid terugkijken. Velders: 'Het is mooi om met zijn tweeën een zaak die zo schokkend is geweest tot een goed einde te brengen.' Toch blijft er iets knagen. De Weert: 'Wij zijn er nooit achter gekomen wat nu echt het motief voor de moord is geweest. Een van de daders heeft wel verklaard dat het was omdat Maja zich te vrijpostig gedroeg. Maar dat is toch niet te begrijpen?'

Verschenen in Opportuun, november 2005 Auteur: Juriaan Simonis