We hebben 140 gasten online

Deel 9 Moordzaak Kathleen Cremers

Gepost in Strafzaken

Het drama Kathleen Cremers Opportuun november 2013

Caroline Crol: ‘Ik werd geraakt door de gruwelen’

Fantasierijke maar geloofwaardige verhaaltjes kon Erik E. uitstekend vertellen. Hij was daar trots op, zoals hij een keer letterlijk in het PBC in Utrecht beweerde. “Ik kan goed liegen… mijn leugens zijn goed doordacht.” Daarom heeft hij in de loop der jaren ook drie scenario’s over de schanddaad in zijn eigen huis uitgedokterd.

1. Een volstrekt argeloze Erik E. komt in maart2006 ’s avonds thuis van een extra klusje in Meerlo en krijgt bijna een attack van het ijzingwekkende tafereel waarmee hij wordt geconfronteerd. Kathleen, toegetakeld, dood op de grond.

2. Voordat hij de bewuste avond naar het adres van de opdrachtgever voor de klus vertrekt, komen twee hem onbekende mannen hem vragen een meterkast voor een hennepkwekerij te maken. Bij een schermutseling die ontstaat, wordt Kathleen aan de kant geduwd en komt ten val. Erik jaagt de kerels weg en vertrekt naar Meerlo. (In die woning laat hij, onder andere bij het handen wassen op het toilet, bloedsporen van Kathleen achter.) Thuis vindt hij z’n vrouw.

3. Twee mannen - één van hen kent Erik als John van Beers – komen deze avond een meterkast voor “plantjes” bij E. afhalen en een nieuwe bestellen. Kathleen wil dat absoluut niet meer en krijgt woorden met haar man (die zij graag meer thuis zou willen zien). De ruzie escaleert zo dat Erik in de garage een keper (balkje) gaat halen om zijn vrouw te slaan en hij steekt haar bovendien met een schroevendraaier. Dan wordt hij door een geagiteerde Van Beers weggeduwd en ziet dat deze “iets bij het gezicht van mijn vrouw” doet. En opeens stroomt daar veel bloed om Kathleen heen…Erik moet overgeven op het toilet, geeft zijn ernstig gewonde vrouw een kus en gaat gewoon klussen. En John van Beers? Die is na zijn daad doodgemoedereerd de deur uitgelopen en… voor altijd verdwenen. Dan Eriks “vreselijke shock” bij thuiskomst…

Gedeeltelijke bekentenis

In scenario nummer 3 legt E. dus – in een zitting van het Hof in Arnhem van 20 september 2011– eindelijk een gedeeltelijke bekentenis af. Het toetakelen van zijn echtgenote met het balkje en met de schroevendraaier geeft hij toe, maar voor de granietharde en fatale laatste fase van de mishandeling wijst hij naar de mysterieuze Van Beers, een figuur die door de opsporingsmensen met geen mogelijkheid te traceren is. ‘Nee, E. heeft tot op de dag van vandaag nooit toegegeven dat John van Beers niet bestaat.

Mijn standpunt ter zitting was dat híj ook de man is die Kathleen de hals heeft doorgesneden,’ verklaart Caroline Krol. ‘Elke keer als ik met het dossier wordt geconfronteerd, ben ik steeds weer geraakt door de gruwelen die Kathleen heeft moeten doorstaan. Uit onze onderzoeken kwam naar voren dat het slachtoffer honderd letsels zijn toegebracht. Met drie wapens: de keper, een schroevendraaier en een mes. Ze had zeventig steken met de schroevendraaier en vier diepe sneden in de hals opgelopen plus vele bloeduitstortingen, stompe trauma’s en huidbeschadigingen door het afweren. Erik E. was zonder zijn gedeeltelijke bekentenis pertinent ook veroordeeld. In mijn requisitoir, op 1 oktober 2012, heb ik over het slot van dat derde scenario van hem letterlijk gezegd, dat dat zó onvoorstelbaar, niet invoelbaar en daardoor ongeloofwaardig is dat al die beweringen zelfs zonder weerlegging terzijde kunnen worden geschoven. Het Hof in Arnhem dacht er hetzelfde over en bepaalde in zijn arrest een gevangenisstraf van achttien jaar. Ik had twintig jaar geëist.’

Aanvullend onderzoek

In een vraaggesprek over het opzienbarende levensdelict wenst AG Krol specifiek te benadrukken dat je als advocaat-generaal in een hoger beroep wel degelijk het verschil kunt maken. ‘In de tweede lijn, en dat is een beetje een frustratie van me, lukt dat lang niet altijd, maar deze zaak laat zien dat dat wel kan,’ zegt de OM’er bescheiden, trots maar ook licht excuserend. De succesformule volgens haar?

‘Een brug slaan, met veel regelmatige contacten, tussen de eerste en tweede lijn én het belang dat de AG’s in overleg met de Cassatiedesk ook bij vrijspraken in ernstige zaken serieus overwegen appel in te stellen en kritisch te bekijken of aanvullend onderzoek mogelijk en wenselijk is.’

En detail en systematisch, soms druk gesticulerend, analyseert zij de werkwijze van haar en haar naaste medewerkers. Vanaf het arrest van de Hoge Raad, in maart 2010, waarin het Arnhemse gerechtshof de zaakkreeg toegewezen, tot en met de veroordeling van E., nu zo’n jaar geleden.

Krol: ‘We begonnen met een meeting met vijf mensen die betrokken zijn geweest bij dit drama. Tactische en technische rechercheurs, de officier in Roermond en de AG in Den Bosch. Dat is uitzonderlijk nadat een zaak al een keer in hoger beroep is behandeld en afgedaan. Welk aanvullend onderzoek kan nog extra inzicht verschaffen in de mogelijke dader(s)? was de vraag. Het Hof stemde in met tien onderzoekswensen en –vragen, die we volledig konden gaan uitdiepen. Zoals getuigen horen, DNA-, bloedsporen- en dactyloscopisch onderzoek op tal van locaties en kleding en vooral een second opinion-sectierapport, zo mogelijk veel verfijnder. Ik heb een enorme bewondering voor de mensen van het NFI en de IFS, die met hun vakmanschap met zeer belastende uitkomsten voor verdachte E. kwamen. “I rest my case”, dacht ik onmiddellijk toen ik de resultaten voor me had liggen.’

‘Toen ik in Arnhem was benoemd, zat ik echt te wachten op een grote zaak. En die kwam dus…

Dit aangrijpende delict. De case staat in mijn persoonlijke Top-Tien,’ geeft de AG toe. ‘Ik zal Kathleen nooit vergeten. Nota bene afgeslacht worden door de man die je uit liefde hebt gekozen, de vader van je kinderen. En die dader? Hij ziet zichzelf als slachtoffer. Is vooral begaan met zijn eigen lijden. Erik heeft nooit meer gesproken over het slachtoffer en heeft ook geen oprechte spijt betuigd voor wat hij bijvoorbeeld de kinderen heeft aangedaan.’

Slopend en verlammend’

Recent hoorde Caroline Krol dat het nog maanden kan duren voordat de Hoge Raad zich buigt over het cassatieberoep van Erik E. ‘We zijn zeven en een half jaar verder en nog is dus de vreselijk lange, dwingende rechtsgang niet ten einde,’ stelt de AG bitter vast. ‘We moeten niet onderschatten hoe slopend, verlammend dit is voor de ouders, broer en zus en andere naasten van Kathleen. Hun leven staat stil… Kathleens zusje Anita vertelde me dat ze zo intens door de lange duur van de rechtsgang in beslag werd genomen, dat ze maar weinig herinneringen aan de jonge jaren van haar kinderen heeft. Juist voor al díe mensen zal ik er als AG ook alles aan doen om deze tragedie eindelijk af te kunnen sluiten.’

 

De essentie van haar vurige pleidooi: ‘Geef alsjeblieft voorrang aan dit soort zware zaken. Dat moet gelden voor de onderzoeken van het NFI en de IFS, de PBC, feitelijk voor het hele rechtssysteem van ons.’