We hebben 403 gasten online

Deel 1 Publicaties TBS

Gepost in Publicaties

Beroep in zaak Sint-Philipsland

(ANP)

MIDDELBURG, 30 DEC. 2003 Het openbaar ministerie in Middelburg heeft hoger beroep aangetekend in de zaak van de moord op een tachtigjarige weduwe uit Sint-Philipsland. Op 17 december werd daarvoor haar 19-jarige achterbuurjongen veroordeeld tot vier jaar cel en tbs. Het slachtoffer was verkracht voordat zij werd vermoord. Het OM vindt de straf te laag. Er was zes jaar geëist. De 19-jarige man kon worden aangehouden na DNA-onderzoek onder een deel van de mannelijke bevolking van het dorp.

Zeven jaar cel en tbs voor steniging

 

DEN BOSCH, 24 DEC. 2003 De rechtbank in Den Bosch heeft een 26-jarige man uit het Brabantse Liempde vandaag veroordeeld tot zeven jaar cel en tbs. Volgens de rechtbank is de man schuldig aan doodslag op de 28-jarige Corina Zanetti, medio juni. Hij stenigde haar en legde het slachtoffer vervolgens op het spoor in Best. Zanetti werd vervolgens overreden door een trein. Het openbaar ministerie had twee weken geleden acht jaar celstraf en tbs met dwangverpleging geëist.

Zeeuw gestraft na moord op 80-jarige

MIDDELBURG, 18 DEC.2003 De rechtbank in Middelburg heeft gisteren een 19-jarige man uit het Zeeuwse Sint Philipsland veroordeeld tot vier jaar celstraf wegens het verkrachten en doden van de 80-jarige Jakoba Serné uit zijn woonplaats, op 7 december vorig jaar. De man moet ook tbs met dwangverpleging ondergaan. Het openbaar ministerie had zes jaar cel en tbs met dwangverpleging geëist. De man heeft volgens het Pieter Baan Centrum identiteitsproblemen en een seksuele stoornis.

Justitie wil DNA vragen van jonge delinquenten

ROTTERDAM, 17 DEC. Justitie wil vanaf komend voorjaar alle gedetineerden in jeugdinrichtingen vragen vrijwillig een DNA-monster af te staan. De DNA-profielen worden opgenomen in de landelijke DNA-databank in Rijswijk.

Dat heeft het ministerie van Justitie vandaag bevestigd. Uit een enquête onder de jonge delinquenten blijkt dat een aanzienlijk deel van hen bereid is mee te werken aan het opslaan van hun DNA-profiel. Om hoeveel jongeren het precies gaat kan het ministerie nog niet zeggen.

Er loopt al een proef voor vrijwillige afgifte van een DNA-monster bij gevangenen die ter beschikking van de regering zijn gesteld (tbs'ers). Afgelopen jaar lieten honderd tbs-patiënten na een voorlichtingscampagne hun DNA-profiel opslaan in de landelijke databank. Een enquête onder deze groep gaf aan dat twintig procent aan de afgifte zou willen meewerken. Volgens Justitie ligt het animo onder de jongeren hoger.

Justitie wil de profielen van jeugdcriminelen twintig tot dertig jaar bewaren. Met het vrijwillig afstaan van een DNA-monster kunnen zij laten zien dat ze, na het uitzitten van hun straf, niet willen terugvallen in hun oude gedrag.

Het idee om veroordeelden te vragen vrijwillig DNA-materiaal af te staan stamt uit 2001. De Tweede Kamer vroeg toen aan toenmalig minister Korthals van Justitie om deze maatregel te onderzoeken. De DNA-profielen zouden van pas kunnen komen bij onopgeloste misdrijven en tevens een preventieve werking kunnen hebben op gedetineerden. ,,Voor gedetineerden kan het een steuntje in de rug zijn om niet terug te vallen in crimineel gedrag'', aldus een woordvoerder van Justitie.

Een verplichte afgifte van DNA-materiaal is op dit moment alleen mogelijk `in het belang van het onderzoek' bij delicten waar vier jaar celstraf of meer op staat. In de DNA-databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zijn op dit moment bijna 14.500 DNA-profielen opgeslagen.

Eerder deze maand werd al bekend dat politie en justitie op 1 januari beginnen met een landelijke sporendatabank. De databank moet het mogelijk maken om reeksen misdaden op te lossen dankzij een combinatie van DNA-sporen en vingerafdrukken. De minister sloot bij de bekendmaking van de landelijke sporendatabank niet uit dat het mogelijk wordt in de toekomst ook onder dwang DNA af te nemen. Op deze manier kan de identiteit worden vastgesteld van verdachte die weigeren te zeggen wie ze zijn.

Donner: wettelijke regeling tbs'ers

ROTTERDAM, 17 DEC. 2003 Minister van Justitie Donner vindt dat er een wettelijke ,,nadere inkadering'' moet komen voor de manier waarop tbs-klinieken tbs-gestelden al voor hun proefverlof buiten de inrichting laten wonen. Ook noemt hij het ,,een punt'' dat omwonenden en de politie vaak niet op de hoogte worden gesteld als tbs'ers in gewone woonwijken arriveren.

Donner zei dit gisteren in antwoord op vragen van het Kamerlid Joldersma (CDA) tijdens het vragenuurtje. Aanleiding was een publicatie in deze krant waaruit bleek dat alle acht tbs-klinieken op het moment in totaal 157 tbs'ers zonder proefverlof buiten de kliniek laten wonen. Het ministerie geeft toestemming, terwijl daarvoor in de meeste gevallen geen wettelijke basis is. Directeuren van tbs-klinieken zeggen dat het een verlofvorm betreft die ,,formeel helemaal niet bestaat''.

,,Inderdaad ontdek je zo af en toe wat er allemaal onder je verantwoordelijkheid gebeurt'', aldus Donner. Hij beloofde begin volgend jaar in een notitie over tbs uitvoerig aandacht aan deze nieuwe praktijk te geven ,,en aan de vraag (...) of een andere wettelijke regeling nodig is. Ik ben het met u eens dat deze maatregel nadere inkadering behoeft''.

Ongeveer de helft van de 157 tbs'ers woont zelfstandig. Omwonenden worden vrijwel nooit ingelicht, en ook de politie is vaak niet precies op de hoogte. Klinieken beoordelen ieder naar eigen inzicht welke tbs'ers buiten mogen wonen. Alle typen delictplegers, waaronder roofovervallers, moordenaars en pedoseksuelen, komen in aanmerking mits de kans op herhaling van een misdrijf klein wordt geacht.

Tbs-praktijk bevreemdt Kamer

ROTTERDAM, 15 DEC. Een Kamermeerderheid wil dat minister Donner (Justitie) verantwoording aflegt over 157 terbeschikkinggestelden zonder proefverlof die tijdens hun behandeling buiten de tbs-kliniek mogen wonen. Woordvoerders van de coalitiepartijen noemen het `bizar' en `in strijd met de wet'.

Bezwaar Kamer bij zelfstandig wonende tbs'er

ROTTERDAM, 15 DEC. 2003 Een kamermeerderheid wil dat minister Donner (Justitie) verantwoording aflegt over 157 tbs-gestelden die nog tijdens hun behandeling buiten de tbs-kliniek mogen wonen.

Woordvoerders van de coalitiepartijen CDA, VVD en D66 en van de PvdA noemen het ,,verbazingwekkend'' (CDA), ,,bizar'' (D66), en ,,in strijd met de wet'' (VVD) dat in totaal 157 tbs'ers zonder proefverlof buiten wonen, terwijl de verlofregeling voor tbs'ers dat in de meeste gevallen niet toelaat. Zij willen de minister hierover morgen mondelinge vragen stellen.

Een rondgang langs alle acht tbs-klinieken waarover deze krant zaterdag publiceerde, wees uit dat het totale aantal tbs'ers dat buiten woont, veel hoger ligt dan werd aangenomen. Ook bleek dat de klinieken daarvoor met instemming van het ministerie van Justitie vaak nieuwe verloftermen gebruiken, die niet in de wet staan. Ongeveer de helft van de 157 tbs'ers woont zelfstandig in gewone woonwijken, waar de politie bovendien vaak niet op de hoogte blijkt te zijn van de precieze achtergrond van de tbs'ers.

Het CDA wil Donner morgen vragen ,,hoe hij de veiligheid van de samenleving nu denkt te waarborgen'', aldus woordvoerder Joldersma. Op het moment wordt het aan de beoordeling van de klinieken zelf overgelaten wie buiten mag wonen, waarna het ministerie vrijwel zonder uitzondering toestemt. Het CDA vindt dat te riskant en wil algemene criteria, ook voor het inlichten van omwonenden of de politie.

,,Wat hier gebeurt is gewoon buitenwettelijk'', meent PvdA-kamerlid Wolfsen. ,,Zeker bij tbs moet zoiets wel in de wet staan.'' Wolfsen noemt het ,,meest gekke'' dat de politie vaak niet op de hoogte is. ,,Het gaat om mensen die in potentie heel gevaarlijk zijn, die al eens hebben bewezen heel gevaarlijk te zijn, dus daarvoor moeten eenduidige regels komen.''

Ook kamerlid Van der Laan (D66) noemt het ,,bizar dat zich een praktijk ontwikkelt buiten de wetgeving, omdat de wet kennelijk niet voldoet aan de behoefte van tbs-klinieken.''

Volgens Van der Laan ,,had de minister al naar ons toe moeten komen met een aangepaste wet''. VVD-kamerlid Griffith noemt het ,,onbegrijpelijk'' dat de huidige praktijk kon ontstaan: ,,Dit is in strijd met de wet en het toont aan dat het tbs-systeem als zodanig niet meer werkt. De inrichtingen zitten met de handen in het haar en slaan nu aan het experimenteren.''

Mits de kans op herhaling van een misdrijf als klein is ingeschat, mag ieder type delictpleger buiten wonen: roofovervallers, moordenaars en pedoseksuelen. Er hebben zich onder de 157 tbs'ers nog geen ernstige incidenten voorgedaan.

Gevangene eist verpleging in TBS-kliniek

LEEUWARDEN (ANP) 6-6-2005- Een 51-jarige Fries die is veroordeeld voor ontucht met twee meisjes, spant een kort geding aan tegen de Nederlandse Staat. Hij eist dat de tbs met dwangverpleging die hem is opgelegd, wordt uitgevoerd.

De man is tot twee jaar cel en tbs met dwangverpleging veroordeeld, maar zit 4,5 jaar na het vonnis van het gerechtshof in Leeuwarden nog steeds niet in een tbs-kliniek.

,,Ik heb verschrikkelijk met deze mensen te doen. Ze zitten in de gevangenis, maar er gebeurt niets terwijl ze hun celstraf al hebben uitgezeten'', zei Tjalling van der Goot, de advocaat van de Fries, maandag.

Cassatie

Het hof in Leeuwarden veroordeelde de man in 2001. Na cassatie verwees de Hoge Raad de zaak echter in 2002 terug naar het hof, ditmaal in Arnhem. Omdat het Openbaar Ministerie (OM) na de terugverwijzing was vergeten gevangenhouding te eisen, kwam de man in afwachting van het vonnis van het hof in Arnhem een jaar op vrije voeten. In 2003 moest de man echter de cel weer in toen het hof in Arnhem hem ook veroordeelde tot twee jaar cel en tbs met dwangverpleging.

Op 21 september 2004 werd die beslissing uiteindelijk door de Hoge Raad bekrachtigd. ,,Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in mei vorig jaar gezegd dat tbs'ers na het uitzitten van hun straf na maximaal zes maanden in een tbs-kliniek moeten worden geplaatst. Die 21e september is echter al weer acht maanden geleden. Gezien de geschiedenis van mijn cliënt, hij heeft al langer dan de opgelegde straf gezeten, moet hij nu maar eens een plekje krijgen'', aldus Van der Goot.

Mocht de man geen plekje kunnen krijgen, dan wil hij binnen een week op vrije voeten komen. ,,Dat zal voor de rechter een flink dilemma worden, want het is maatschappelijk niet te verkopen tbs'ers vrij te laten omdat er geen plaats is in tbs-klinieken'', aldus Van der Goot. Volgens de advocaat is er geen plaats in tbs-klinieken, omdat rechters steeds vaker tbs met dwangverpleging opleggen.

 
 
 

`Ik mag geen contact zoeken met de buren'

Margriet Oostveen in NRC 13-12-2003

Tbs-gestelde Frank woont onder begeleiding in Utrecht-Noord

In een rijtjeshuis in Utrecht-Noord heeft Frank (37) koffie en chocolaatjes klaargezet. Een verzorgde man aan wie je niets zou opmerken.

Op een dag pleegde hij een levensdelict - het mag hier, in verband met slachtoffers, niet precies omschreven worden.

Hij was verslaafd in die tijd. Dat hij schizofreen is, wist hij nog niet of wilde hij niet weten. Dat begon hij pas door te krijgen toen de rechter hem wegens doodslag naast een celstraf tbs oplegde. Op zijn zestiende was hij al eens veroordeeld wegens een poging tot doodslag op een agent, wiens kaak hij had gebroken. Hij zat al sinds zijn elfde in jeugdgevangenissen, maar volgens Frank is hem daar nooit iets over schizofrenie verteld.

Drie jaar bracht hij door in de gevangenis, toen begon zijn tbs. Eerst twee jaar in de Utrechtse Van der Hoeven-kliniek. Afgekickt. Langzaamaan begeleid verlof, toen onbegeleid verlof, toen steeds langduriger onbegeleid verlof. Medicijnen tegen zijn schizofrenie, die goed werken. Alles liep nu voorspoedig. Dus in september mocht hij hier komen wonen. In een huis met nog drie andere tbs-gestelden, dat van de Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht (SBWU) is.

De SBWU en de tbs-kliniek delen de begeleiding van de bewoners. Frank krijgt vijf keer per week iemand op bezoek. Die praat een uurtje met hem, peilt hoe het gaat. Hij werkt nog op de boomkwekerij van de kliniek. En in een eetcafé in een buurtcenrum in de stad. Daar weet alleen een contactpersoon dat hij tbs'er is. De buren hiernaast, die weten alleen dat in dit huis mensen met een psychische stoornis onder begeleiding worden behandeld. Niet dat ze tbs hebben.

Hij mist de tbs-kliniek wel. ,,Daar leef je in een gemeenschap en ken je elkaars zwakke plekken. Hier weet ik niet wat de buurman verderop in de straat gedaan heeft.''

Dat weet de buurman dus ook niet van hem. Kan Frank zich voorstellen dat die het zou wíllen weten?

,,Ik weet het niet'', weifelt hij eerst. ,,In de huisregels staat dat ik niet actief contact mag zoeken met de buren. En als ik het hem zou vertellen, zou dat ook voor hem negatief kunnen uitpakken. Misschien kan hij zich dan niet beheersen.''

Later zegt hij het zelf ,,het moeilijkst'' te vinden dat hij een gewoon huis met andere tbs'ers moet delen. ,,Het maakt me een soort van bezorgd. Ik leg mijn adresboekje hier niet in een la of kast. Ik vind het niet nodig dat sommige mensen hier in huis weten waar mijn moeder woont.''

Als hij, als tbs-gestelde, zélf de tbs'ers in dit huis al moeilijk vertrouwen kan, hoe moeten anderen hun aanwezigheid dan vertrouwen? Frank lacht verontschuldigend. Denkt even na. En stelt zijn mening bij. ,,Nu we er zo over praten, kan ik me eigenlijk wel voorstellen dat de mensen in de buurt willen weten wie wij zijn. Zodat afwijkend gedrag meteen zou opvallen.'' Maar, vraagt hij retorisch, echte sociale controle, bestaat die nog? ,,De mensen zullen ons eerder wegjagen, verwacht ik, dan dat ze gewoon een beetje op ons letten.''

 

 

 

`Ik ben chronisch, dan heb je een soort zekerheid'

 

Margriet Oostveen in NRC 13-12-2003

Tbs-gestelde Wilfred ging terug naar het psychiatrisch ziekenhuis

 

Negen mannen drinken koffie. Allemaal zijn ze tbs-gestelden met psychotische stoornissen. Eerst even kletsen om te wennen, had de groepsleiding voorgesteld. Sommigen staren het bezoek over de rand van hun mok aan, wat plagerig. Iemand vraagt luid: ,,Bent u nou bang? Voor ons?'' Gelach.

Dit is De Voorde, een afdeling van psychiatrisch ziekenhuis Zon en Schild in Amersfoort. In De Voorde wonen alleen deze tbs'ers, ze komen uit de Van der Hoevenkliniek in Utrecht. De afdeling bestaat nu twee jaar. De samenwerking met Zon en Schild verloopt moeizamer dan gedacht, zegt groepsleider Arthur Stecher, in dienst bij de Van der Hoevenkliniek. ,,De bedoeling was dat Zon en Schild het hier gaandeweg van ons zou overnemen'', zegt hij, ,,maar we kampen met een stukje angst voor een stukje delict. Veel mensen van Zon en Schild willen hier beslist niet werken.''

Zon en Schild heeft op dit terrein ook psychiatrische afdelingen voor kinderen. Hoe vonden hun ouders het toen de tbs'ers kwamen? Stecher: ,,Men was afwijzend. Het was ook een voorwaarde dat hier geen zedendelinquenten zouden komen. Omdat bij Zon en Schild ook slachtoffers van zedendelicten worden behandeld.''

Wilfred (49) wil wel vertellen hoe hij het vindt hier. Hij had al in drie psychiatrische klinieken gezeten. Maar de geestelijke gezondheidszorg `vermaatschappelijkte'. Steeds weer vond iemand dat patiënten zoals hij het voortaan zelfstandig moesten redden. Toen ook zijn vriendin, ontmoet in een kliniek, hem dreigde te verlaten, belaagde hij haar op een levensgevaarlijke manier. Wilfred is daarop wegens zware mishandeling veroordeeld tot tien jaar celstraf en tbs.

Hij zat vier jaar in de gevangenis en toen ruim vier jaar in de tbs-kliniek. Daar waren zijn vrijheden gaandeweg opgebouwd en mocht hij al onbegeleid naar buiten. Toen hem twee jaar geleden een plaats op De Voorde werd aangeboden, was hij eerst afwijzend. ,,Niet weer, dacht ik. Ik kénde de psychiatrie.'' Maar in De Voorde bleken dezelfde regels te gelden als in de tbs-kliniek, dus dat was vertrouwd. Hier mocht hij vier uur per week alleen naar Amersfoort en dat ging goed. Hij mocht alleen naar de bioscoop. Dat ging ook goed. De Voorde wende.

Toch viel hij na een jaar tot ieders verbazing een groepsleider aan.

Wilfred is meteen teruggehaald naar de tbs-kliniek. Daar gingen alle deuren weer op slot. Hij vroeg er directeur Wiertsema om uitleg. ,,Die zei: `Je mag terug naar De Voorde. Maar je bent nu chronisch verklaard. Een verdere stap naar een echte woning buiten zit er niet meer in.' Dat was zwaar, maar ik was ook blij het te horen. Dan heb je een soort zekerheid.''

Hij zal hier blijven, met gaandeweg weer wat meer vrijheid. Voorlopig mag hij alleen begeleid naar de stad en onbegeleid naar een winkel vlakbij. Op het terrein van Zon en Schild mag hij een dagelijks kwartiertje wandelen.

 
 
 

Tbs'ers op de flat

 

Margriet Oostveen in NRC 13-12-2003

 

Inrichtingen behandelen 13 procent van veroordeelden buiten de kliniek

 

Terwijl de samenleving roofovervallers, moordenaars en ook pedoseksuelen liefst achter slot en grendel ziet, openden tbs-klinieken juist hun deuren. Steeds meer veroordeelden met tbs wonen een groot deel van hun behandeling gewoon buiten de inrichting. Tbs-directeuren vertellen hoe in een paar jaar een grijs gebied ontstond waarvoor wettelijk nauwelijk iets is geregeld. `Je kunt bij tbs'ers nooit volledig uitsluiten dat er wat gebeurt. Dan moeten wij niet het verwijt krijgen dat we iets stiekem zaten te doen.'

Een criminele carrière van twintig jaar had hij al voor de helft in gevangenissen doorgebracht. Toen pleegde hij zijn zwaarste misdrijven: drie gewapende roofovervallen in drie maanden. Een bank, een juwelier, een apotheek. Hij is daarop voor de negentiende maal in zijn leven berecht. Deze keer kreeg hij drie jaar celstraf. En, voor het eerst, terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Johan (40) is klein en vierkant. Zijn schedel is kaal geschoren. De wetenschap dat de rechter zijn tbs nog niet heeft opgeheven, maakt behoedzaam. Maar zelf is hij nog voorzichtiger, ronduit verlegen.

 

We drinken sinas. Hij rookt. We lachen even om zijn staatslot dat hoopvol is geparkeerd in een zilveren houdertje naast de televisie.

Hij woont hier nu drie maanden, alleen in een flatje niet ver van de stad Utrecht. Smaakvol ingericht, met mooie houten meubels, kunst aan de muur en een volle boekenkast. De voormalige roofovervaller leest graag Nietzsche, Kees van Kooten en Kafka.

Hij is een tbs'er. Hij heeft géén proefverlof. Toch woont hij nu hier op een gewone galerijflat. Hoe kan dat? Waarom zit Johan niet achter slot en grendel in een tbs-kliniek?

 

Directeuren van tbs-klinieken zijn niet altijd spraakzaam. Dat leert de praktijk ze wel.

 

Neem januari van dit jaar. Toen vermoordde een tbs-gestelde die niet op tijd was teruggekeerd van een kort onbegeleid verlof een oude man, P. Harpen uit Den Haag. Altijd volgt op dit soort berichten dezelfde reactie. Burgers eisen strengere regels voor tbs'ers. En hun vertegenwoordigers in de Kamer branden zich liever niet aan de vraag of dat wel zinvol is.

 

Een paar maanden na de moord op Van Harpen onthulde minister Donner van Justitie op Kamervragen dat het jaarlijks gemiddeld negentig keer voorkomt dat tbs'ers niet op tijd terugkeren naar de kliniek bij een verlof om tijdelijk begeleid of onbegeleid naar buiten te gaan. Na deze boodschap kwamen opnieuw de eisen om de hardste maatregelen. Zo beijvert LPF-Kamerlid Eerdmans zich sindsdien voor afschaffing van alle verloven voor tbs'ers.

 

Dus waarom zouden tbs-directeuren rondbazuinen dat zich in hun klinieken nu juist een ontwikkeling voltrekt die haaks staat op die nieuwe strengheid? Terwijl de samenleving bij wijze van spreken extra sloten op de deuren van de tbs-klinieken vraagt, zijn deze klinieken in alle rust bezig hun poorten voor een grote groep tbs'ers naar buiten te openen.

 

,,Het is tot nu toe niet beleid geweest om er open over te zijn'', zegt M. Polak, directeur van tbs-kliniek Kijvelanden in Rotterdam.

 

,,Ik denk dat lang de gedachte was: het is te tricky om het nu al te melden. Het belangrijkste is dat we doen wat nodig is. De rest zien we later wel'', zegt directeur T. de Beer van tbs-kliniek De Rooyse Wissel in Venray.

 

Steeds meer tbs'ers mogen sinds een jaar of twee een groot deel van hun behandeling buiten de kliniek wonen. Zó discreet waren de meeste tbs-directeuren er tot nu toe over, dat ze vaak van elkaar niet weten wat de ander toestaat. Zij schatten het totaal op enkele tientallen. Pas bij een rondgang langs alle acht tbs-inrichtingen blijkt hoe hoog het werkelijke aantal is: opgeteld komt het neer op 157 tbs-gestelden in het hele land. Ruim 13 procent van de meer dan 1.200 tbs'ers die de klinieken nu samen tellen, woont al buiten. Omdat de klinieken het beter voor de behandeling vinden om hen niet langer achter slot en grendel te houden.

 

Let wel: het gaat grotendeels om een andere groep dan de tbs'ers die de allerlaatste fase van hun terbeschikkingstelling vanouds al buiten mochten wonen tijdens een proefverlof, of die in groepsverband op een resocialisatie-dependance van de kliniek verblijven. De nieuwe groep van 157 mocht al wel eens onbegeleid naar buiten, maar bevindt zich meestal nog in het stadium vóór het formele proefverlof. Wordt de kans op herhaling van een misdrijf niet groot geacht, dan komt voor de nieuwe verlofvorm in principe iedere tbs'er in aanmerking: de roofovervaller, moordenaar, en ook de pedoseksueel. Voor al deze 157 tbs'ers huren de tbs-klinieken appartementen of flatjes in de stad. Of woonruimte bij stichtingen voor begeleid wonen. Of plaatsen in psychiatrische ziekenhuizen.

 

Het ministerie van Justitie geeft toestemming. Alleen, zal blijken, bestaat daarvoor nauwelijks een wettelijke basis. De tbs-klinieken hebben de nieuwe verlofvorm zelf uitgevonden. Nu moeten alleen de regels nog aan de praktijk worden aangepast. Zo denken althans het ministerie en de tbs-directeuren erover.

 

Tbs-klinieken gebruiken er tot nu toe zo niet de meest verhullende dan toch de meest verwarrende termen voor. Hetzelfde principe heet in de ene kliniek woonverlof, in de andere transmuraal verlof en in de volgende pré-resocialisatie. In Nijmegen spreken ze gewoon van `open plaatsen'.

 

Twee tbs-directeuren vormen de voorhoede en zijn ook als eersten bereid mee te werken aan dit verhaal: J. Poelmann van de Pompekliniek in Nijmegen, en H. Wiertsema van de Van der Hoevenkliniek in Utrecht. Als de anderen dat horen, doen ze ook mee. Soms zelfs enigszins opgelucht. ,,Ik denk dat we allemaal in de tbs-wereld weten dat er een grijs gebied is gegroeid'', verklaart Poelmann. ,,Tot nu toe is er nog niet één incident voorgekomen met tbs-gestelden die in deze nieuwe vorm buiten wonen. Maar je kunt bij tbs'ers nooit volledig uitsluiten dat er wél wat gebeurt. En dan moeten wij niet het verwijt krijgen dat we iets stiekem zaten te doen.''

 

Poelmann begint er zelf terloops over. Dat, overigens, tientallen van `zijn' 170 tbs'ers hun behandeling sinds ruim twee jaar helemaal niet meer binnen de muren van de Pompekliniek volgen, zegt hij, maar op ,,open plaatsen''.

 

Open plaatsen? Wat zijn dat? ,,Plaatsen buiten.''

 

Waar wonen die tbs'ers dan? Een paar in de maatschappelijke opvang of in psychiatrische ziekenhuizen, zegt Poelmann. Losjes: ,,En een paar bij hun ouders of een partner. De meesten wonen gewoon in appartementen in de stad.''

 

Voor zover Poelmann op dat moment zeker weet, doet alleen de Van der Hoevenkliniek in Utrecht het ook. Directeur H. Wiertsema van de Van der Hoevenkliniek zegt een paar dagen later: ,,Maar natúúrlijk doen wij dat. Wij zijn er als eerste mee begonnen!'' Van zijn 140 tbs-patiënten wonen er op het moment 36 zonder proefverlof buiten de muren van de kliniek, berekent hij. Een aantal woont op het terrein van een psychiatrisch ziekenhuis, een aantal deelt gewone rijtjeshuizen, een aantal woont geheel zelfstandig in een appartement of een flat. Zoals Johan, de voormalige roofovervaller.

 

De weken daarna blijkt dat alle acht tbs-klinieken al tbs'ers zonder proefverlof buiten laten wonen. De meeste klinieken zetten hun deuren pas sinds een jaar of twee verder open, vaak nog op bescheiden schaal, voor zo'n 10 tot 20 tbs-gestelden. Alle tbs-directeuren verwachten dat dit aantal de komende jaren zal toenemen. Dat over een paar jaar een 30 procent van alle tbs'ers in staat is een groot deel van de tbs-behandeling buiten de kliniek te genieten - liefst middenin de samenleving. Omdat dat de behandeling van tbs'ers, volgens de nieuwste inzichten in de forensische psychiatrie, juist hélpt.

 

De Pompekliniek, legt directeur J. Poelmann gedreven uit, is onder invloed van nieuwe wetenschappelijke inzichten sinds een paar jaar geheel anders over opsluiting gaan denken: ,,Het `Gij zijt in de kliniek tot gij eruit mag' is hier veranderd in `Je kunt naar buiten tenzij je delictgevaarlijk bent'.''

 

Verlof met het doel de tbs'er geleidelijk weer aan de maatschappij te laten wennen, bestond altijd al. Dat wordt in de forensische psychiatrie als onontkoombaar gezien om recidive te voorkomen.

 

Begeleid verlof is de eerste stap op weg naar het einde van een tbs-behandeling. De patiënt doet eens een boodschap met een medewerker van de kliniek, of zoekt bijvoorbeeld familie op. Onbegeleid verlof komt daarna. Sommige tbs'ers mogen de kliniek maar voor een uur verlaten. Anderen kunnen gaandeweg langer wegblijven. Sommigen mogen een nacht elders doorbrengen of kunnen al buiten de kliniek aan het werk. ,,Je ziet ze hier 's morgens met broodtrommeltjes op de fiets vertrekken'', zegt Poelmann. ,,Ik schat dat ik hier overdag nog maar zo'n 80 van de 170 man binnen heb. De rest zit overal verspreid.''

 

Proefverlof is vanouds de laatste verloffase voor het einde van een tbs-behandeling. Wie met toestemming van de minister van Justitie ,,met proefverlof is'', woont soms al jaren buiten, en dat kan tientallen kilometers ver van de kliniek zijn. Wie met proefverlof is, is eigenlijk uitbehandeld. Niet de kliniek, maar de reclassering begeleidt de tbs'er tijdens een proefverlof.

 

,,Proefverlof, dat is een onzinnig iets'', zegt directeur H. Wiertsema van de Utrechtse Van der Hoevenkliniek. ,,Het is een verhullende term die suggereert dat men even buiten is. Maar eigenlijk komt het neer op einde oefening.'' Wiertsema liet ooit onderzoeken hoe het proefverlof zijn tbs-patiënten beviel. ,,De meesten voelden zich uit de kliniek gekegeld.'' Toen tien jaar geleden bovendien steeds forser werd bezuinigd op de reclassering, die daardoor minder vaak bij tbs'ers met proefverlof op controlebezoek kon komen, is Wiertsema voor zichzelf begonnen. ,,In essentie komt het op hetzelfde neer. Alleen houden we ze nu zelf in de gaten, en niet de reclassering. Dat durfden we niet meer aan.''

 

Meer recente veranderingen in het denken over tbs-gestelden speelden in de andere klinieken een grote rol bij de introductie van de `open plaatsen'.

 

Ten eerste groeide de groep tbs'ers met een psychotische stoornis de laatste jaren. Psychotische stoornissen, zoals schizofrenie, worden beschouwd als een ziekte die over het algemeen, met medicijnen en therapie, goed te behandelen is. Maar toen steeds meer psychiatrische klinieken hun deuren sloten onder invloed van de `vermaatschappelijking' van de geestelijke gezondheidszorg, kwamen psychoten vaak domweg op straat te staan. Een aantal van hen pleegde daar een delict en werd veroordeeld tot tbs.

 

Vroeger zouden psychotische tbs'ers hun leven in een gewoon psychiatrisch ziekenhuis hebben doorgebracht. Nu maken ze zo'n 30 procent uit van alle tbs-gestelden. Sommigen zullen de rest van hun leven begeleiding nodig hebben, bijvoorbeeld om te controleren of ze hun medicijnen slikken. Maar dat hoeft niet noodzakelijk in een tbs-kliniek, is de redenering. Juist omdat zij vaak goed behandelbaar zijn, kan dat dan evengoed in een project voor begeleid wonen. Of in een psychiatrische kliniek.

 

Een tweede belangrijke verandering voltrok zich in de behandeling van de rest van de tbs'ers, de tbs'ers met persoonlijkheidsstoornissen. Voor hen was de terbeschikkingstelling van oorsprong bedoeld. ,,Het gaat meestal om mensen die dusdanig gekwetst of verwaarloosd zijn in hun jeugd, dat ze een heel laag gevoel van eigenwaarde hebben'', zegt J. Poelmann. Zulke mensen ontwikkelen bijvoorbeeld een permanente angst om afgewezen te worden. ,,En gebeurt dat toch, dan kunnen ze extreem reageren door bijvoorbeeld te moorden of te verkrachten.''

 

R. Welten, coördinator behandelzaken in de Pompekliniek, legt uit hoe tbs-klinieken er lang van uitgingen dat ze mensen met een persoonlijkheiddstoornis konden helen. ,,We probeerden aan hun karakter te sleutelen. Maar dat, weten we tegenwoordig, heeft niet zoveel zin. Die mannen zijn niet echt veranderbaar.'' De laatste jaren is veel onderzoek gedaan naar recidive. Naar schatting 20 procent van alle persoonlijkheidsgestoorden blijkt echt onverbeterlijk te zijn. Daarvoor openen klinieken nu long stay-afdelingen. Hun tbs wordt vermoedelijk nooit meer door de rechter opgeheven. Een long stay-plaats is goedkoper dan een gewone tbs-plaats, omdat er minder intensief wordt behandeld. Voor een gewone tbs-plaats betaalt de overheid circa 300 euro per dag, voor een long stay-plaats 200 euro. J. Poelmann: ,,Ik krijg veel adhesiebetuigingen over mijn long stay-afdeling. Terwijl die mensen óók naar buiten gaan. Begeleid en onbegeleid. Want een aantal van hen pleegt echt niet à la minute een delict. Die hebben daarvoor een context nodig, zoals wij dat noemen, zoals alcoholgebruik. Dus die kun je best naar de Edah sturen met de afspraak dat ze over een uurtje weer terug zijn.''

Met de persoonlijkheidsgestoorden die niet op de long stay belanden, is in de regel ,,overeenstemming te bereiken'', zoals behandelcoördinator Welten in de Pompekliniek het uitdrukt sinds ze niet meer van `genezen' spreken. Deze groep ligt tegenwoordig niet meer langdurig op de divan, maar leert meer pragmatisch hoe het plegen van een nieuw delict te vermijden. Vaak heeft dat te maken met gestructureerd leven. Poelmann: ,,Dat geeft ze eigenwaarde. In hun eigen woorden: een huisje, een baan en dan een wijf. Dus ik help ze beter met een woning en een opleiding tot lasser dan met de zoveelste therapeut.''

 

En dat wijf? ,,Dat is aan hen natuurlijk. Maar om ze te leren hoe je leuk contact legt, zijn we wel eens met een paar van die jongens naar de discotheek gegaan'', zal later W. te Grotenhuis vertellen, coördinator in de Van der Hoevenkliniek in Utrecht. ,,Dan spraken we af dat ze allemaal één keer een meisje ten dans moesten vragen. Dan bespraken we tevoren hoe je zoiets doet en na afloop hoe het ging.''

 

,,Vroeger deden we ze hier binnen in een soort pressure cooker in een poging hun persoonlijkheid te reconstrueren'', zegt directeur behandelzaken C. Bruinsma van de Groningse Van Mesdagkliniek. ,,Die inzichten zijn dus veranderd. Door wetenschappelijke resultaten, maar ook door eigen ervaring. Je zag hier gewoon hoeveel beter het plotseling ging met patiënten die we naar buiten lieten gaan. Hoe patiënten die wat meer armslag kregen, helemaal opleefden. Eentje zat hier zes jaar tevergeefs. Toen hij naar buiten mocht heeft hij een hoogstaande ICT-opleiding gevolgd, een zeer goede baan gevonden en nu gaat het uitstekend.''

 

Een persoonlijkheidsgestoorde tbs'er, zegt R. Welten in de Pompekliniek, die moet je als het ware leren leven met een handicap. Binnen de kliniek kan dat niet, omdat daar het echte leven niet bestaat. Om te voorkomen dat de kloof straks te groot is als de tbs'er vrijkomt, moet de persoonlijkheidsgestoorde dus niet alleen in de laatste fase van tbs maar liefst eerder naar buiten. Om te oefenen.

 

En misschien ook omdat dat buiten wonen goedkoper is? Beslist niet, zeggen de tbs-directeuren. De begeleiding en controles buiten zijn zo intensief dat buiten wonen net zo duur is als een tbs-plaats. En duurder dus dan een plaats op de long stay.

 

Hoe losjes een tbs-kliniek de teugels viert, heet tegenwoordig een kwestie van risicomanagement. Dat betekent dat klinieken per tbs'er een behandelplan opstellen dat de kans op herhaling van een delict moet minimaliseren. Risicomanagement stoelt op risicotaxatie. Die maken tbs-klinieken door middel van een uitgebreide vragenlijst over risicovolle factoren in verleden en toekomst van een tbs-gestelde, en over zijn stoornis. Is de patiënt bijvoorbeeld in zijn jeugd mishandeld? Heeft hij psychoses? Heeft hij buiten een vangnet van vrienden of familie? Pleegde hij zijn delict toen hij zijn baan verloor, of toen hij verslaafd raakte? De vragenlijst bestaat pas een paar jaar en vergemakkelijkte de weg naar buiten voor een groeiende groep tbs'ers.

 

Het ministerie van Justitie vindt de vragenlijst bruikbaar genoeg om hem, naar verwachting in de loop van volgend jaar, verplicht te stellen. Dat zegt J. Martini, sectordirecteur tbs bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van het ministerie: ,,We gaan precies voorschrijven op welke punten risicotaxatie moet worden ingezet, voordat wij nog een machtiging tot verlof geven.''

 

Maar dat betekent niet dat risicotaxatie een garantie tegen recidive van tbs'ers buiten de kliniek zou zijn. ,,Het is nog te riskant om geheel te vertrouwen op de meetinstrumenten'', meent de Inspectie voor de Gezondheidszorg, die constateert dat op het moment per kliniek ,,op zeer verschillende wijze'' is geregeld hoe ,,de leefomgeving c.q. de samenleving'' wordt beschermd.

 

De Inspectie schrijft dat in het in oktober gepresenteerde rapport Tbs-klinieken in beweging, waarvoor alle tbs-inrichtingen zijn doorgelicht. De verschillen tussen tbs-klinieken zijn nog groot, stelt de Inspectie. Ze zouden ,,minder zelf het wiel'' moeten uitvinden, moeten ,,streven naar samenwerking'', en aan de meeste valt nog veel te verbeteren. Alleen de Pompekliniek en de Van der Hoevenkliniek worden zonder voorbehoud geprezen in termen als `hoogwaardige forensische zorg', `uitstekend' en `uniek'. Bij de andere klinieken staat bijvoorbeeld dat de ,,behandelvisie nog extra aandacht'' behoeft, dat ,,verwachtingen zijn achtergebleven'' of dat er nog niet ,,voldoende borging van kwaliteitseisen'' is.

 

Scherp gesteld: de door de Inspectie toch al niet even positief beoordeelde tbs-klinieken bepalen nu dus ieder voor zich of het verantwoord is een tbs'er buiten te laten wonen. En dat advies neemt het ministerie van Justitie bij het verlenen van toestemming vrijwel zonder uitzondering over.

 

Over het buiten wonen zelf meldt ook de Inspectie overigens weinig meer dan dat de doorstroming van tbs'ers in de klinieken nog problemen oplevert. En dat een oplossing onder meer wordt gezocht in ,,de opzet van meer transmurale plaatsen''. Toch weet hoofdinspecteur voor de Gezondheidszorg J. Lucieer wat er gaande is, zegt hij desgevraagd. ,,De Pompekliniek had vorig jaar zelfs bedden in de kliniek leegstaan, omdat er zoveel mensen buiten de voorziening woonden.'' Dat hij er verder weinig woorden aan besteedde, zegt hij, komt doordat hij in de eerste plaats over de behandeling van tbs'ers rapporteerde, niet over hun beveiliging. Dat buiten wonen, aldus Lucieer, maakt wat hem betreft vanzelfsprekend deel uit van die behandeling. ,,En ik denk dat het goed werkt.'' Toch erkent ook hij dat de klinieken en de ministeries van Justitie en VWS ,,niet bepaald reclame hebben gemaakt'' voor de komst van tbs'ers in het maatschappelijk leven. Zelfs in zijn vakliteratuur is er opvallend weinig over geschreven, vindt Lucieer. ,,Ik denk dat men het eerst eens wilde uitproberen.''

 

Klinieken handelen naar eigen inzicht. Ze zoeken zelf woonruimte voor hun tbs'ers en stellen per persoon een begeleidingsplan op. Zo heeft Johan, de voormalige roofovervaller, wekelijks nog therapie bij de Van der Hoevenkliniek. Twee keer per week komt er een begeleider in zijn flat langs. En iedere avond kan Johan telefoon van de kliniek verwachten, met het verzoek onmiddellijk naar Utrecht te komen om urine te brengen voor een drugstest. Johan, die zwaar verslaafd was toen hij zijn delicten pleegde, weet nooit wanneer het telefoontje precies komt. Maar ten minste één keer per week is het raak. Ook moet hij iedere vrijdag per dagdeel zijn plannen voor de komende week opschrijven en aan de kliniek geven. Als hij zijn plannen wil wijzigen, moet hij dat doorgeven. En de kliniek belt onverwacht om te controleren waar hij is.

 

Overal noemen tbs-directeuren voorbeelden van vergelijkbaar risicomanagement, die aantonen hoe dicht de kliniek de tbs'er ook buiten op de huid blijft zitten. Maar de omgeving van die tbs'er buiten? Wie weet daar precies wat er speelt?

 

Buren worden ,,vanzelfsprekend'' nauwelijks ingelicht. Met uitzondering van de Van Mesdagkliniek zeggen alle tbs-directeuren dat niet wordt verteld dat ergens tbs'ers wonen. Voor je het weet leidt dat in het huidige klimaat tot een volksgericht. Soms weten buren wel dat in een huis één of meer mensen met een psychische stoornis wonen, die daar worden behandeld. Maar nooit dat het tot tbs veroordeelden zijn.

 

Een aantal tbs'ers volgt een opleiding buiten, bijvoorbeeld aan regionale opleidingscentra, ROC's. Daar is vaak een contactpersoon op de hoogte, maar weten de afzonderlijke leerkrachten die de tbs'er in de klas krijgen niets.

 

Tbs'ers vinden werk buiten. De werkgever wordt in de regel op de hoogte gebracht. Directe collega's weten niets.

 

Andere tbs'ers zetten zich in als vrijwilliger. Bijvoorbeeld bij een buurthuis in Utrecht. Daar is een contactpersoon, maar de andere bezoekers weten niets.

 

Eén tbs-gestelde uit dit verhaal wandelde mee in de vierdaagse van Nijmegen. Met zijn begeleider, die het naar vond als dat werd opgeschreven. Dat zou het beeld maar versterken dat ,,ze overal zitten''.

 

Maar dat ís ook zo. En dat is nu juist de bedoeling. Wie een tbs-gestelde wil laten wennen aan de samenleving, moet hem van die samenleving niet isoleren, is de gedachte. En moet er dus ook niet te veel over vertellen. Dat zou maar overdreven paniek veroorzaken, waardoor de tbs'er alsnog in een isolement raakt.

 

Wie houdt het overzicht? De politie? In Utrecht weten wijkagenten waar tbs'ers wonen, maar niet wat voor een delict ze pleegden - en dus niet welk gedrag in het kader van risicomanagement gevaarlijk zou kunnen zijn. In Rotterdam weet ook de wijkagent niets. ,,Dat druist in tegen ons sociaal-medisch beroepsgeheim'', zegt directeur M. Polak van kliniek Kijvelanden. Maar volgens J. Martini, sectordirecteur tbs van het ministerie, is ,,helemaal geen sprake'' van het moeten naleven van zo'n ethische code. Al zijn er ook geen regels die bepalen wie geïnformeerd móét worden, zegt Martini. ,,Dat is de verantwoordelijkheid van de kliniek, die dat zelf met de politie moet regelen.''

 

,,Wij vragen de politie eerst of ze het wíllen weten'', zegt T. de Beer, directeur van tbs-kliniek De Rooyse Wissel in Venray. ,,En soms willen ze dat niet.'' Ook elders zegt de politie soms al genoeg te doen te hebben, en dat het controleren van tbs'ers buiten geen politietaak is. De burgemeester van Venray wil per huis weten welke tbs'er er woont. Maar niet alle woningen staan in zijn gemeente.

 

Zijn er ook categorieën tbs'ers uitgesloten van het buiten wonen? Alle tbs-directeuren zeggen ,,dat het in principe na elk delict kan''. Pedoseksuelen vormen door hun hoge kans op recidive zeker de moeilijkste categorie, zeggen zij, en het komt onder seksuele delinquenten hoe dan ook het minst voor dat ze buiten wonen. Maar je moet er volgens de meeste directeuren oog voor hebben dat ze niet allemaal hetzelfde zijn.

 

M. Polak, directeur van Kijvelanden in Rotterdam: ,,Neem de heel geperverteerde seksuele delictpleger met een psychopatische stoornis. Als zo iemand nooit zo'n delict pleegde zonder alcoholgebruik, en je bent in staat dat én alle andere factoren te controleren, dan vind ik dat het zelfs voor hem mogelijk moet zijn zo'n stap te zetten.''

 

Ook in Utrecht wonen enkele pedoseksuele tbs'ers buiten. Hier wijst tbs-directeur Wiertsema er fijntjes op dat landelijk tegenwoordig 25 poliklinische therapiegroepen bestaan voor pedoseksuelen. Die zijn lang niet allemaal veroordeeld tot tbs. ,,Maar de meeste pedoseksuelen wonen dus hoe dan ook buiten. En veel minder goed gecontroleerd dan bij ons.''

 

De Utrechtse Van der Hoevenkliniek heeft op het moment nog maar acht tbs'ers voor wie proefverlof is aangevraagd. Die wonen te ver om intensief door medewerkers van de kliniek te kunnen worden begeleid. Zij zijn overgedragen aan de reclassering ter plaatse. In de stad Utrecht of in de nabije omgeving konden zich 36 tbs-gestelden vestigen: 10 op het terrein van een psychiatrische kliniek, 12 in woningen van de Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht en 14 in gewone appartementen en woningen. Voor het verhuizen van iedere tbs'er vroeg directeur Wiertsema het ministerie een machtiging. En die kwam iedere keer.

 

Als het gaat om het buiten wonen van tbs'ers voor wie geen proefverlof is aangevraagd, rept de Beginselenwet tbs alleen van een woonverlof. Dus dát is de machtiging die Wiertsema bij het ministerie aanvraagt? ,,Beslist niet'', zegt hij. ,,Wij noemen het transmuraal verlof of transmurale voortzetting van de behandeling.''

 

Woonverlof mag volgens de Beginselenwet namelijk maximaal twee keer drie maanden duren. Dat is vaak veel te kort, vinden de meeste tbs-directeuren. Zo ontstond een `transmurale' variant, waarover de wet niets zegt. Transmuraal betekent `binnen of buiten de muren'.

 

,,Alle klinieken weten dat een woonverlof maar zes maanden kan duren'', zegt J. Martini, sectordirecteur tbs van het ministerie. ,,Daarom vragen de meesten een machtiging tot overplaatsing naar buiten.''

 

,,Dit soort verlof is niet wettelijk verankerd'', zal M. Polak, directeur van tbs-kliniek Kijvelanden in Rotterdam opmerken.

 

,,De transmurale machtiging bestaat formeel helemaal niet'', zegt ook J.Poelmann van de Pompekliniek.

 

Desondanks blijkt het ministerie zich soepel aan te passen aan de behoeften in het veld.

 

Poelmann: ,,Hoe we dat precies moeten noemen als we het ministerie een machtiging vragen?'' Hij laat zijn afdeling behandelzaken de precieze tekst mailen: ,,Wij hanteren in onze aanvraag de term `open plaats'.'' En hoe reageert het ministerie? ,,In de toestemmingsbrief van het ministerie van Justitie hanteert zij de term `machtiging open plaats op de wijze die door u is voorgesteld'.''

 

,,Formeel is er een onderscheid met het woonverlof dat in de regelgeving is vermeld'', erkent sectordirecteur Martini uiteindelijk namens het ministerie.

 

Het Meerjarenbeleidsplan Sectordirectie TBS van het ministerie meldt zelfs letterlijk: ,,De huidige verlofregeling vereist aanpassing omdat ze geen transmurale plaatsing toelaat.'' Dus Justitie leeft de wet niet na?

 

Martini: ,,Zoals de klinieken verschillend omgaan met verloven, dat is iets dat we moeten stroomlijnen.''

 

Er is daarom een commissie aan het nadenken over nieuwe verlofvormen, zegt Martini. ,,Met transmuraal verlof is veel intensiever toezicht mogelijk dan met het proefverlof. Maar we moeten ook dezelfde begrippen gaan gebruiken. Wat ons betreft gaat dit resocialisatieverlof heten.''

 

Verdeling van de 157 tbs'ers buiten, volgens opgave per kliniek
Van der Hoevenkliniek Utrecht 36
Pompekliniek Nijmegen 29
Van Mesdagkliniek Groningen 24
De Kijvelanden Rotterdam 22
Oldenkotte Rekken 12
De Rooyse Wissel Venray 12
Veldzicht Avereerst 12*
Flevo Future Utrecht en Amsterdam10
Totaal 157
*Veldzicht was de enige tbs-kliniek die aan dit overzicht niet wilde meewerken. Dit cijfer is verstrekt door de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie.
Landelijke aantallen volgens de opgave van Justitie, naar woonvorm
60 tbs'ers in flats, appartementen en andere zelfstandige woningen
65 tbs'ers in psychiatrische ziekenhuizen, huizen of appartementen van de regionale instellingen voor begeleid wonen (RIBW's) en andere bij de geestelijke gezondheidszorg (ggz) ingekochte huisvesting.
Totaal 125
Bron: DJI Justitie
Zowel in de cijfers van de klinieken als in die van Justitie zijn de tbs'ers met proefverlof niet meegeteld, omdat deze manier van `buiten komen' niet nieuw is. Evenmin zijn om die reden de tbs'ers meegeteld die al in de traditionele resocialisatiedependances van klinieken wonen. Volgens Justitie bestaat die laatse groep uit 80 tbs'ers.
Van de ruim 1.200 tbs'ers mag meer dan de helft, circa 700, wel eens naar buiten met begeleid of onbegeleid verlof. Per jaar gaat het in totaal om 50.000 zogenoemde `verlofbewegingen'; 30.000 keer daarvan gaat een tbs'er met onbegeleid verlof. Onder onbegeleide verloven worden zowel korte verloven van een uur als proefverloven verstaan.
De opgave van proefverloven door enkele tbs-klinieken doet vermoeden dat de nieuwe categorie van tbs'ers op `open plaatsen' buiten de kliniek al groter is dan de groep met het traditionele proefverlof. Zo heeft de Groningse Van Mesdagkliniek nu 24 tbs'ers op de nieuwe manier buiten wonen, tegen 18 tbs'ers met proefverlof. De Utrechtse Van der Hoevenkliniek telt nog maar 8 tbs'ers met proefverlof en 36 op `open plaatsen'.
De gespleten taak
Veel tbs-directeuren willen al jaren af van hun gespleten taak. Zij zien hun functie als een vat vol tegenstrijdigheden. De maatschappij wil zich liefst voorgoed van `het kwade' verlost zien, en vindt het vaak al onbegrijpelijk als tbs'ers nog een kans krijgen. De overheid, intussen, hamert onder druk van de wachtlijst voor tbs'ers op `doorstroming'. Zij ziet de rechter een tbs-vonnis liefst zo snel mogelijk weer opheffen. En dan zonder recidive, natuurlijk. En of de tbs-directeuren dat allemaal maar even in orde willen maken.
Vooral de laatste tien jaar is er een explosieve stijging in de vraag naar tbs: het aantal tbs-plaatsen verviervoudigde tot ruim 1.200 nu. En dan is er ook nog de wachtlijst: in totaal zijn op het moment ruim 1.500 personen tot tbs met dwangverpleging veroordeeld.
Twee jaar geleden onderzocht een commissie onder voorzitterschap van oud-staatssecretaris Aad Kosto hoe het verder moet. De commissie concludeerde dat de tbs-klinieken de komende tien jaar het beste kunnen opgaan in instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Dat zou de doorstroming bevorderen en zou bovendien het voordeel hebben ,,dat behandelaars elkaar en de patiënten kennen". De kennis van de behandelmethoden voor tbs'ers zou ,,beter verspreid worden over de verschillende behandelaars", aldus de commissie-Kosto.
Want tbs-klinieken zijn eilanden. Dat heeft met hun ontstaansgeschiedenis te maken. Drie van de acht klinieken zijn van het rijk: de Van Mesdagkliniek in Groningen, Veldzicht in Avereest en Flevo Future in Amsterdam en Utrecht (een fusie van voorheen De Singel en het Meijers Instituut). Deze rijksinrichtingen komen voort uit de oudste vorm van opvang voor gestoorde delinquenten, de voormalige `rijksasyls', die vanouds meer op het beveiligen van de maatschappij tegen tbs-gestelden gericht waren, dan op hun behandeling.
Daarnaast zijn er de vijf particuliere tbs-klinieken. Die ontstonden later, in samenwerking met psychiatrische ziekenhuizen, toen de behoefte aan tbs-plaatsen fors toenam. Hier koopt het ministerie plaatsen in en afficheert men zich in de regel het liefst als ziekenhuis. Bij particuliere klinieken is de animo om in de ggz op te gaan traditioneel groot.
Het kabinet nam het advies van de commissie-Kosto niet over, bevreesd de zeggenschap over de klinieken te verliezen. Formeel blijven de klinieken potdicht. Maar in de praktijk, erkennen tbs-directeuren nu desgevraagd, gaan ze steeds verder open en zullen ze voor een grote groep tbs'ers steeds meer op psychiatrische ziekenhuizen gaan lijken.

 

Tbs'er woont vaker buiten de inrichting

 

Margriet Oostveen in NRC

 

Zonder wettelijke basis

 

ROTTERDAM, 13 DEC. 2003 Tbs-klinieken laten een groeiende groep terbeschikkinggestelden buiten de inrichting wonen. Daarvoor bestaat in de meeste gevallen geen wettelijke basis. Toch geeft het ministerie van Justitie toestemming.

 

Een rondgang langs de acht tbs-klinieken wijst uit dat in een paar jaar tijd 157 tbs'ers nog tijdens hun behandeling buiten de kliniek zijn gaan wonen. Dat is 13 procent van alle ruim 1.200 tbs'ers. Ongeveer de helft woont zelfstandig in appartementen in gewone woonwijken. Anderen wonen in psychiatrische ziekenhuizen, in pensions van de maatschappelijke opvang of in woningen van de Regionale Instituten voor Begeleid Wonen. Het gaat vooral om een andere groep dan de tbs'ers die in de laatste fase van hun behandeling altijd al buiten mochten wonen gedurende het proefverlof. Ook zijn niet meegerekend de tbs'ers in resocialisatiedependances van de klinieken, die daar al langer in een eindstadium van hun behandeling aan de maatschappij leerden wennen.

De 157 tbs'ers bevinden zich merendeels in een voorstadium van het formele proefverlof. Tbs-directeuren verwachten niet dat zij te genezen zijn. Wel menen zij dat deze tbs'ers buiten de kliniek met meer succes zijn te behandelen. Daarnaast gaat het om tbs'ers met psychotische stoornissen die goed zijn te behandelen met medicijnen en therapie. Geen enkel type delictpleger wordt uitgesloten: onder hen zijn roofovervallers, moordenaars en pedoseksuelen. Het gaat vaak om tbs'ers met een persoonlijkheidsstoornis.

Hetzelfde principe heet in de ene kliniek woonverlof, in de andere transmuraal verlof en in de volgende pré-resocialisatie. De Pompe-kliniek in Nijmegen spreekt van `open plaatsen'. De Beginselenwet tbs definieert alleen het `woonverlof', dat volgens de wet niet langer dan zes maanden mag duren. De tbs-klinieken vinden dat te kort. Zij hanteren daarom eigen termen als `transmuraal verlof' wanneer ze toestemming vragen aan het ministerie van Justitie, ofschoon dit ,,formeel helemaal niet bestaat'', aldus tbs-directeur J. Poelmann. Ook de Directie tbs van het ministerie schrijft in een beleidsplan dat de verlofregeling moet worden aangepast ,,omdat ze geen transmurale plaatsing toelaat.''

Klinieken bepalen naar eigen inzicht wie buiten mag wonen. Omwonenden worden nauwelijks ingelicht over de komst van tbs'ers. Ook de politie weet niet altijd wat hun precieze achtergrond is. De tbs'ers die buiten wonen worden begeleid en gecontroleerd door de klinieken. Er hebben zich onder deze tbs'ers nog geen ernstige incidenten voorgedaan.

Zes jaar cel voor lustmoord op weduwe (80)

 

MIDDELBURG, 4 DEC. 2003 Voor de rechtbank in Middelburg is vanochtend zes jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging geëist tegen een 19-jarige man uit Sint Philiplandsland, die op 7 december 2002 de 80-jarige weduwe Jakoba Serné uit zijn woonplaats om het leven heeft gebracht. De officier van justitie achtte doodslag bewezen, alsmede ,,zeer ernstig seksueel geweld''. Hij omschreef de verdachte als een ,,brandende tijdbom, die ten tijde van zijn delict sterk verminderd toerekeningsvatbaar was. Volgens het Pieter Baan Centrum heeft de 19-jarige man ,,identiteitsproblemen en een seksuele storing.''

Op 7 december 2002 had de man, vertelde hij vanmorgen, 's ochtends en 's middags zo'n 15 flessen bier gedronken. Vervolgens vierde hij thuis sinterklaas, waarna hij met de hond naar de woning van Serné wandelde. ,,Ik voelde me aangetrokken tot het huis'', zei hij. Hij ging door de open achterdeur naar binnen en trof de slapende weduwe op de bank in de kamer aan.

Wat zich daarna afspeelde, zei hij vandaag niet meer te weten. Maar uit zijn eerdere verklaringen bleek dat hij de weduwe een kussen op de mond had gedrukt, tot bloedens toe had geslagen en geschopt en tenslotte seksueel had misbruikt. ,,Hij is met zijn vingers en mogelijk ook met een voorwerp de vagina van de vrouw binnengedrongen, niet zeker is dat hij dat ook met zijn geslachtsdeel heeft gedaan'', aldus de officier van justitie. Volgens de president van de rechtbank heeft het Pieter Baan Centrum aangetoond dat de man ,,emotioneel is scheefgegroeid''. ,,De vrij strakke milieu - en kerkregels maakten dat zijn omgeving dat probleem niet zag.'', legde hij uit. Hij verklaarde ook dat de man ,,geen zaadlozing kon krijgen'', en daarom bang was voor verkering met een meisje. ,,Denken over seks sloeg om in tobben.'' De officier van justitie zei dat de verdachte heeft verklaard dat hij zich op de weduwe wilde ontmaagden.

De verdachte werd pas vier en een halve maand na het delict opgepakt. Dat gebeurde na een vrijwillig DNA onderzoek onder tachtig mannen uit Sint Philipsland, die mogelijk ooit in het huis van het slachtoffer waren geweest. De verdachte, een achterbuurjongen uit een keurig gezin met zes kinderen, viel bij die test door de mand en bekende. Het was de eerste keer dat een verdachte werd opgepakt op grond van een zogenoemde match na een grootschalig DNA onderzoek.

 

Levenslang voor Willem van E. wegens moord op prostituees

 

LEEUWARDEN, 29 NOV. 2003 Willem van E. (62) uit Harkstede is gisteren door het Leeuwarder gerechtshof in hoger beroep veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor moord met voorbedachte rade op de Groningse prostituee Sasja Schenker (34) in 2001, en voor opzettelijke levensberoving van de prostituees Annelies Reinders (30) in 1995 en Michelle Fatol (23) in 1993. Van E. wurgde hen en gooide hun ontklede lichamen in vaarten en kanalen in Groningen.

meende dat in alle drie gevallen sprake was van moord. Het gerechtshof noemde Van E. ,,een levensgroot gevaar voor de samenleving en voor de veiligheid van personen'', omdat de kans op herhaling groot was. Daarom is alleen een levenslange celstraf op zijn plaats, ter vergelding van het leed van de nabestaanden en omdat Van E. niet behandelbaar werd geacht.

Zwaar woog voor het hof mee dat de verdachte in 1975 door het Haagse gerechtshof was veroordeeld tot achttien jaar cel en tbr, wegens de moord op een 15-jarig meisje in 1971 en een 44-jarige verpleegkundige in 1974. Zijn tbs-behandeling werd in 1990 beëindigd, waarna hij echter opnieuw in de fout ging. ,,De veertien jaar behandeling hebben klaarblijkelijk (wat de recidivekans betreft, red.) geen effect gesorteerd'', concludeerde het hof. Dat verwierp het argument van een falende hulpverlening, wat de verdachte op de zitting herhaaldelijk naar voren had gebracht. ,,De verdachte en niemand anders is verantwoordelijk voor de dood van drie jonge vrouwen.''

Van E. gaf naar zijn hulpverleners nooit opening van zaken over de dood van Michelle Fatol, vindt het hof. Had hij dit wel gedaan, dan had hij ,,erger kunnen voorkomen''. Het gerechtshof nam de conclusies van de Groningse psychiater B. Takkenkamp en psycholoog G. de Bruijn over, die stelden dat Van E. aan een persoonlijkheidsstoornis en aan psychopatie leed. De advocaten van Van E. verklaarden in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Volgens advocaat J.F. van der Brugge heeft het Hof onvoldoende onderbouwd waarom het moord op Schenker bewezen achtte.

Levenslang geëist tegen moordenaar

 
 

Doden van prostituees

 

LEEUWARDEN, 15 NOV. 2003 Tegen Willem van E. (62) is gisteren voor het Leeuwarder gerechtshof in hoger beroep levenslang geëist voor de moord op de Groningse prostituees Sasja S. (34) in 2001, Anneliese R. (30) in 1995 en Michelle F. (23) in 1993.

 

Volgens advocaat-generaal A. Garos, die Van E. een ,,seksuele seriemoordenaar'' noemde, was in alle drie gevallen sprake van moord. Dit omdat Van E. tijdens de verwurging van zijn slachtoffers tijd gehad zich te beraden en had kunnen nadenken over de gevolgen van zijn daad. Tegenover de politie verklaarde hij dat hij had kunnen stoppen, maar bang was dat zijn slachtoffers naar de politie zouden gaan. ,,Daarom moest ik wel doorgaan tot ze dood waren''. Om de maatschappij ,,maximaal te beveiligen'' is een levenslange gevangenisstraf gewenst, oordeelde de advocaat-generaal. ,,Van E. is een levensgevaarlijk man''. Hij lijdt aan psychopathie, ,,waarbij agressieve en seksuele impulsen uitgeleefd en bevredigd moeten worden''. De kans op herhaling zou groot zijn. Aangezien Van E. ,,onbehandelbaar'' was, is tbs volgens haar niet aan de orde. ,,Behandeling van psychopathie verhoogt de gevaarlijkheid volgens huidig medisch inzicht.''

 

De verslaafde prostituee Sasja S. bezocht Van E. in november 2001 in diens woning in Harkstede. Nadat hij seks met haar gehad, sloeg hij haar met een bierfles op het hoofd, om haar na een vechtpartij te wurgen. Zijn advocaten menen dat geen sprake is van moord, maar van doodslag. Van E. kreeg ,,een raar gevoel'' voorafgaand aan de dood van F., handelde in ,,blinde paniek'' en ,,in een flits''. ,,Hij kan zich niet herinneren wat op welk moment precies gebeurde,'', aldus zijn raadsman B. Beg. ,,Hij kwam pas weer bij zijn positieven toen de vrouwen dood waren''.

 

Van E. werd in november 2001 opgepakt en bekende de drie moorden. In november vorig jaar veroordeelde de Groningse rechtbank hem tot levenslang. In 1975 legde het gerechtshof Den Haag Van E. een celstraf van achttien jaar cel plus tbr op, voor de moord op de 15-jarige Cora Mantel en de 44-jarige Aaltje van der Plaat in respectievelijk 1971 en 1974. In 1990 werd de tbr opgeheven en kwam Van E. op vrije voeten. Het hof doet op 28 november uitspraak.

Celstraf na ontucht met 14 leerlingen tussen 6 en 8 jaar

 

(ANP)

DEN HAAG, 29 NOV. 2003 De rechtbank in Den Haag heeft gisteren een leraar van een basisschool uit Lisse veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2,5 jaar wegens het plegen van ontucht met veertien leerlingen uit groep 4. De 44-jarige J. van G. uit Hillegom, vader van drie jonge kinderen, kreeg verder tbs met voorwaarden opgelegd. De slachtoffertjes van de man waren tussen de 6 en 8 jaar oud. De man moet een psychiatrische dagbehandeling volgen en onder controle blijven van instellingen als de reclassering. De rechtbank veroordeelde de man conform de eis van het openbaar ministerie. De leraar nam de leerlingen op schoot als hij ze voorlas en betastte ze dan op de intiemste plaatsen. De andere kinderen waren daar getuige van. De rechtbank nam het de leraar zeer kwalijk dat hij gedurende een lange periode misbruik had gemaakt van het overwicht dat hij als onderwijzer over de kinderen had.

 

Een ruilbeurs, een koelkast en sterretjespatiënten

 

Joke Mat in NRC 8 augustus 2003

 

Toezichtscommissie bezoekt tbs-kliniek Veldzicht

 

BALKBRUG, 8 AUG. Tbs-kliniek Veldzicht, met longstay-afdeling voor uitbehandelde patiënten, krijgt bezoek van een toezichtscommissie.

 

Na de lunch staat een korte wandeling op het programma. Onder begeleiding lopen de gasten, een psychiater, twee rechters, een oud-staatssecretaris, een gepensioneerde justitie-ambtenaar en een secretaris, door de hoge gangen van Forensisch Psychiatrisch Centrum Veldzicht naar het terrein achter het hoofdgebouw. Daar ligt de longstay-afdeling van de tbs-kliniek, een vliegende schotel-achtig bouwsel. Er verblijven twintig tbs-patiënten die zijn `uitbehandeld' maar die een te groot gevaar vormen om nog vrij te komen. Vooral pedoseksuelen en verkrachters.

 

Een oude man met sigaar laat zijn piepkleine cel zien. Hij heeft daar opvallend veel schoenen en horloges. ,,Ik doe iedere dag een andere om.'' Uit zichzelf vertelt hij dat ,,de douche maar vijf minuten werkt als je hem indrukt. Dan moet je klaar zijn''. Tegenover de afdeling ligt het sportveld, waar rood (tbs) voetbalt tegen wit (gymleraren in opleiding). Het tbs-team speelt alleen thuis.

 

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, een onafhankelijk advies- en toezichtorgaan van de minister van Justitie, bezoekt om de paar jaar alle justitiële inrichtingen in Nederland. De Raad telt zo'n zestig leden: rechters, medici, advocaten, hulpverleners, wetenschappers en heeft verder onder meer tot taak recht te spreken over beslissingen van gevangenisdirecteuren. Doel van de toezichtbezoeken is te kijken of de rechtspositie van de gedetineerden gewaarborgd is en of justitie ook in andere opzichten naar behoren voor de `justitiabelen' zorgt. Of de bezoeken nog lang doorgaan, is onzeker: minister Donner overweegt ze te vervangen door ambtelijke inspecties.

 

Het bezoek aan Veldzicht neemt een dag in beslag, die de afvaardiging van de Raad hoofdzakelijk doorbrengt voor het pijporgel in het kerk- annex vergaderzaaltje van de kliniek. Veldzicht is twee jaar geleden voor het laatst bezocht. Kort daarvoor kreeg de kliniek als eerste in Nederland de beschikking over een longstay-afdeling. De Raad, beducht voor het ontstaan van een levenslange bewaarplaats voor probleemgevallen, heeft die ontwikkeling vanaf het begin kritisch gevolgd. Zo drong hij bij het ministerie aan op een onafhankelijke plaatsingscommissie voor de longstay. Nog voor de evaluatie van de eerste longstay is vorig jaar in Nijmegen een tweede geopend. Landelijk komen volgens de Raad naar schatting ongeveer 100 van de in totaal circa 1.300 tbs-patiënten voor verblijf op een longstay in aanmerking.

 

Directeur Dick Oppedijk van Veldzicht, een energieke kleine man met bakkebaarden, zit aan tafel bij de commissie eerst wat gespannen naar voren, om later achterover te leunen met de armen over elkaar. Dagvoorzitter Yvo van Kuijck, raadsheer en vice-president van het gerechtshof in Arnhem, vraagt hem hoe het systeem van `aselecte plaatsing' van patiënten functioneert. Dit kwam vier jaar geleden in de plaats van een gewogen selectie, waarbij patiënten werden geplaatst in de kliniek die het best op hun behandeling was toegerust. Doel was dat alle klinieken alle patiënten op dezelfde manier zouden gaan behandelen. Welke gevolgen heeft dit voor Veldzicht gehad? Oppedijk: ,,Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat wij nog steeds de enige zijn die nooit een patiënt weigert. Wij zijn een rijksinrichting waar de minister altijd op terug moest kunnen vallen. Er is nu aselecte toewijzing, maar daarnaast is er een circuit van moeilijke patiënten die men in tweede instantie toch kwijt wil en aanbiedt ter ruiling.''

 

,,Wij kregen het idee dat er eigenlijk een soort ruilbeurs is'', zegt Mieke van der Vaart, een rechter uit Amsterdam in een leren jasje.

 

,,Dat klopt'', zegt Oppedijk.

 

,,De selectie is dus afgeschaft en vervangen door een veel minder transparant systeem'', concludeert psychiater Remmers van Veldhuizen.

 

,,Dat ben ik met u eens'', zegt Oppedijk. ,,Er is een regel dat een patiënt binnen drie jaar moet worden overgeplaatst als de behandeling stagneert. Er wordt weleens gezegd: die patiënt is al langer dan drie jaar bij jullie, dus die kan naar ons en dan krijgen jullie deze.''

 

In de loop van de dag blijkt dat binnen Veldzicht een andere afdeling eigenlijk meer problemen geeft dan de longstay. Het betreft de zogeheten Intensive Care Unit (ICU) voor `sterretjespatiënten', een vriendelijke naam voor zeer agressieve patiënten en tbs'ers met een gijzelingsverleden. Alleen Veldzicht en de andere rijksinrichting, de Van Mesdagkliniek in Groningen, hebben zo'n afdeling, nu anderhalf jaar. Het is de bedoeling dat patiënten er maximaal twee jaar blijven.

 

In Veldzicht is tot nu toe geen van de twaalf sterretjespatiënten geschikt bevonden om de afdeling weer te verlaten. Ze komen weinig buiten, hebben geen verlof en nauwelijks contact met mede-patiënten. Volgens directeur Oppedijk verblijft de meerderheid hoofdzakelijk in de isoleercel, soms maanden. ,,Je kreeg de situatie dat bijna niemand op de afdeling was. Iedereen zat in de separeer. Voor het personeel gaf dat weinig werkplezier.'' Op de ICU is het ,,werken op de vierkante centimeter'', vertelt een sociotherapeut aan de commissie. ,,Heel basaal, heel klein. Als je eerst iemand lucht in hand- en voetboeien en die zit na anderhalf jaar naast je met mes en vork te eten, dan is dat prachtig.'' Echte calamiteiten hebben zich nog niet voorgedaan, zegt ze. Er is twee keer een gijzelingspoging verijdeld en een patiënt heeft een sociotherapeut geslagen.

 

De patiëntenraad heeft geen problemen met het `separeerbeleid', zo blijkt als vier patiënten aanschuiven in het kerkzaaltje. Stevige mannen, die in nederige stilte de vragen van de commissie afwachten. Ze tonen zich redelijk tevreden over het leven in de kliniek. Over het eten geen klachten. ,,Ik heb in de bajes gezeten, daar was het veel minder.'' Als rechter Van der Vaart informeert naar hot items, blijkt er maar één te zijn: het inzagerecht in de dossiers. ,,In geval van een conflict kun je nooit de bron opzoeken.'' De voorzitter van de patiëntenraad wil verder nog weten of hij recht heeft op een koelkast op zijn kamer. ,,Daar gaan we achteraan'', zegt Van Kuijck.

 

Aan het eind van de dag komen alle gesignaleerde knelpunten nog een keer voorbij in een nagesprek met directeur Oppedijk. ,,Hoeveel patiënten zitten nog steeds op de sterretjesafdeling als wij over twee jaar weer komen'', wil psychiater Van Veldhuizen weten. Oppedijk kan dat niet zeggen. ,,Formeel krijgen wij iemand twee jaar. Daarna kunnen we zeggen: nu ergens anders naar toe, maar in de praktijk komt het erop neer dat wij er weer iets mee moeten. Wellicht longstay.'' De longstay zelf komt niet meer ter sprake. In haar rapportage over het bezoek uit de commissie haar zorgen over de `ruilmarkt' voor tbs'ers en de lange periodes die sterretjespatiënten doorbrengen in de isoleercel. Over het geheel genomen krijgt Veldzicht een voldoende.

Hof wil overleg over detentie tbs'er Theo H.

 
 

ROTTERDAM, 22 JULI 2003 Het Arnhemse gerechtshof vindt dat het ministerie van Justitie moet overleggen met de advocaat van Theo H. (60) over de vorm van zijn detentie. H. is de langstzittende tbs'er in Nederland. Zijn tbs werd gisteren door het gerechtshof opnieuw verlengd.

 

H. verblijft sinds 1960 in tbs-klinieken wegens ontucht met minderjarigen. Zowel het Pieter Baan Centrum als de Van Mesdagkliniek in Groningen, waar hij verblijft, vindt dat hij een onbehandelbare pedofiele geaardheid heeft. Beide klinieken vinden het risico om hem buiten de muren van een tbs-kliniek te laten wonen te groot. Advocaat W. Anker had gepleit voor een mildere vorm van detentie voor zijn cliënt.

 

Het hof vindt dat moet worden gezocht naar een ,,passend alternatief'' voor H. en woog daarbij zijn belangen af tegen die van de samenleving. ,,Naarmate iemand langer in tbs-behandeling zit, nemen zijn belangen toe'', aldus het hof. Een woordvoerder van het ministerie van Justitie, dat verantwoordelijk is voor plaatsing van tbs'ers, laat weten het vonnis nog te moeten bekijken maar de aanbevelingen van het hof ,,ter harte'' te nemen.

 

Anker heeft drie voorstellen voor alternatieve detentievormen voorgelegd. Het meest concrete betreft een verblijf in de long-stay kliniek van de Pompestichting: het Kempehuis in Nijmegen. Tbs'ers die zijn uitbehandeld, kunnen er relatief autonoom wonen. Ze hebben grotere kamers, eigen sanitair en soms een eigen keukenblokje. De Mesdagkliniek, waar H. nu gedetineerd is, heeft zo'n afdeling niet.

 

In het Kempehuis wordt een individueel regime vastgesteld voor de bewoners. Er wonen momenteel zo'n dertig tbs'ers. Vijf daarvan hebben `onbegeleide bewegingsvrijheid'. Zij werken bijvoorbeeld op een werkplaats buiten de kliniek en gaan daar zelfstandig naartoe. Eén van hen bezoekt al jaren zelfstandig een damclub.

 

Of voor Theo H. dit soort vrijheden in het verschiet liggen, moet bekeken worden als hij er is, zegt een woordvoerder. ,,De veiligheid van de maatschappij moet gegarandeerd worden. Binnen die grenzen zoeken wij naar een zo autonoom mogelijk leven voor de bewoners.''

 

Mr. T. van der Goot, de kantoorgenoot die Anker wegens vakantie vervangt, is verheugd over de uitspraak. ,,Het hof heeft in heel algemene bewoordingen gesproken, dus wij denken dat dit ook gevolgen heeft voor andere tbs'ers.'' Voor Theo H. is de uitspraak ,,een strohalm waar hij zich aan vastklampt'', aldus Van der Goot. ,,Wat wij misschien zien als pietluttige vrijheden, is voor hem ontzettend belangrijk.''

Levenslange straffen in Playstation-zaak

woensdag 28 mei 2003 ANP


DEN HAAG - Het gerechtshof in Den Haag heeft woensdag in de zogeheten Playstation-zaak twee Schiedammers veroordeeld tot levenslang voor drievoudige moord. Een derde verdachte kreeg 20 jaar cel en TBS met dwangverpleging.

Het hof achtte bewezen dat de mannen in november 2001 een 39-jarige vrouw, haar 16-jarige dochter en de evenoude vriend van de dochter in een woning aan de Giessenstraat in Dordrecht hebben doodgeschoten.

De met levenslang bestrafte U.U. (34) en E.Z. (30) wilden samen met R.M. (20), die 20 jaar cel kreeg, een 35-jarige handelaar in Playstation-spelcomputers beroven. Om ongehinderd binnen te komen, maakten ze onder valse voorwendselen een afspraak met hem.

De Schiedammers zouden hebben gedacht dat er veel geld te halen was in de woning. Dat viel tegen met een buit van 700 euro, wat sieraden en computerapparatuur. Omdat ze hun bivakmutsen niet gebruikten, waren ze herkenbaar.

Toen de rovers erachter kwamen dat de 39-jarige vrouw, de dochter en het vriendje in het huis waren, zouden ze in onderling overleg hebben besloten dat alle getuigen dood moesten.

De rechtbank in Rotterdam legde vorig jaar drie keer levenslang op, waarvan een keer met tbs, wegens doodslag. Anders dan de Rotterdamse rechtbank achtte het hof in Den Haag moord wel bewezen. Volgens het hof hebben de mannen in twee gesprekken tijdens de roofoverval van te voren bepaald dat ze getuigen zouden neerschieten.

De rechter rekent het de verdachten zwaar aan dat zij op geen enkele manier spijt hebben betuigd van hun daden. 'Integendeel', aldus de voorzitter. U. vond het volgens hem alleen maar jammer dat het niet gelukt was ook de 35-jarige man om te leggen.

Z. probeerde op zijn beurt op alle mogelijke manieren te bagatelliseren wat hij heeft gedaan. De Schiedammers hebben drie mensen 'op brute en volstrekt zinloze wijze het leven ontnomen'. Daardoor hebben zij gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt in de maatschappij, oordeelde de rechter.

De slachtoffers kwamen op gruwelijke wijze aan hun eind. Ze werden geboeid en hun monden werden afgeplakt. Ze kregen een krant over hun hoofd en werden vervolgens geliquideerd. Ondertussen slaagde de Playstation-handelaar erin zich te ontdoen van zijn boeien en het huis uit te komen.

Ook een 11-jarige dochter werd gespaard: zij lag te slapen. Toen ze uit haar slaapkamer kwam, werd ze geconfronteerd met haar gedode moeder en zus. Het meisje hebben de daders door hun misdaden opgezadeld met een beeld 'dat voor altijd op haar netvlies gebrand is'. 'Een dramatischer ervaring is nauwelijks denkbaar', aldus de voorzitter van het hof.

woensdag 28 mei 2003 uur.

'Mede door Ozgürs toedoen leeft Romy niet meer'

Van onze verslaggever Marc van den Eerenbeemt


ALKMAAR - Vijf jaar liet Özgür O. de nabestaanden van Marion en Romy van Buuren in het ongewis, om hen vervolgens op het graf te wijzen. 'Ik kan zo niet gelukkig leven.'


Een drama in de Noord-Hollandse duinen, de moorden op Marion en Romy van Buuren in 1997, beleefde woensdag voor de rechtbank in Alkmaar mogelijk een van zijn laatste hoofdstukken. Het Openbaar Ministerie (OM) vroeg de rechtbank Alkmaar vijf jaar celstraf op te leggen aan Özgür O. uit Alkmaar. De aanklager verwijt hem medeplichtigheid aan de moord op Romy, dochter van Marion van Buuren.

Als de rechtbank tot een schuldigverklaring komt, zet zij daarmee ook haar handtekening onder een vrijwel volledige beschrijving van de dubbele moord. Het verhaal zal altijd incompleet blijven, want de waarschijnlijke moordenaar, Özgürs broer Okan O., is overleden.

Volgens het Openbaar Ministerie is het aldus gegaan: Marion en Romy verbleven in juni 1997 in een Blijf-van-mijn-lijfhuis in Haarlem na jarenlange mishandelingen. Haar vriend Okan, de vader van Romy, sloeg haar, beet haar, stak haar met messen in benen en armen.

Op 8 juni 1997 bezocht Marion Okan, samen met Romy. Haar voormalige vriend leed aan een dodelijke vorm van kanker. Marion gunde hem op zijn - mogelijk laatste - verjaardag nog een ontmoeting met zijn dochtertje van nog geen jaar oud. Het werd geen vrolijk weerzien. In een huis in Bergen werd Marion urenlang uitgescholden en ook geslagen. Na vertrek is zij nooit meer gezien.

Okan hield later vol dat hij haar weer gewoon op de trein had gezet. De Turkse Nederlander leefde als een gangster. Na veroordelingen wegens een schietpartij en een bankoverval overleed hij in mei 1998 in de gevangenis.

Vier jaar later, op 30 juli 2002 meldde Okans broer Özgür zich bij de ouders van Marion in Bergen. Die hadden tot dat moment hemel en aarde bewogen om hun dochter en kleindochter te vinden. Özgür wees hen het graf in de duinen. De vondst werd gevolgd door een noodweer. De ouders: 'Een bliksemschicht en een donderslag. Het was bijna bijbels.'

De geëmotioneerde Özgür had hen verteld dat hij de avond van 8 juni 1997 op Romy had gepast, zo verklaarden de ouders direct daarna bij de politie. Okan was weg met Marion en kwam alleen terug. Ze moesten mee naar een moeilijk bereikbare plek in de duinen bij Bergen. Daar vroeg Okan zijn broer of hij Romy 'wilde doen', waarbij hij een snijdende beweging over de keel maakte. Özgür weigerde. Okan pakte of kreeg daarop het kind en zijn broer week terug.

Özgür zelf verklaarde later bij de politie dat zijn oudere broer Okan hem pas een maand na de verdwijning had gewezen waar de plaats was. Hij speelde dus geen enkele rol bij de verdwijning zelf. Woensdag verklaarde hij 'gewoon een goede jongen' te zijn: 'Ik kan niet gelukkig leven als andere mensen verdriet hebben.' Dus besloot hij toch het familiegeheim te openbaren.

Uit het verhaal van de ouders, en dat van twee andere getuigen, destilleert het OM een passieve medeplichtigheid van Özgür aan de moord op Romy. Hij wist of had moeten weten dat het met het meisje slecht zou aflopen in de duinen. Hij had bovendien een zorgplicht voor het meisje, als oom, als oppas die dag en later als drager in de duinen.

'Mede door zijn toedoen leeft Romy niet meer', aldus het OM. Het zwijgen van Özgür hield bovendien vijf jaar lang de ouders Van Buuren 'tussen hoop en vrees'. Door bovendien zijn rol bij de verdwijning te verzwijgen bij de politie, heeft hij van de ouders, aan wie hij het wel vertelde, tegen hun wil in belangrijke getuigen gemaakt. De ouders woensdag: 'We wilden maar één ding weten. Waar zijn Marion en Romy?' Özgür zelf verklaarde in zijn laatste woord onschuldig te zijn. 'Ik heb een krankzinnig geheim van mijn broer gekregen. Ik weet van mezelf dat ik het goed heb gedaan.'

Zijn advocaten stelden dat de getuigenverklaringen, waaronder die van de ouders, onjuist waren. Zij waren beïnvloed door de media of door een overmaat aan contact met meelevende politiemensen.

Ook zou de politie 'eenzijdig gerechercheerd hebben'. Özgur zou de zondebok zijn voor het falen van de recherche. Advocaat Hamer over de vervolging: 'Een diep menselijk drama hoort niet altijd strafbaar te zijn.'

Artikel uit Apeldoornse Courant van 29-03-2003

Weer jaar tbs moedermoordenaar

door Gerrit Wolters

29 MAART 2003 - ZWOLLE - De tbs van de 34-jarige Henk Jan N., die in 1996 zijn 57-jarige moeder in Ommen met hamerslagen en messteken om het leven bracht, is met een jaar verlengd. Onderzocht zal worden of verpleging nog langer noodzakelijk is.

De man is destijds veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar plus tbs. De laatste twee jaar was hij onder behandeling in de Pompekliniek in Nijmegen nadat hij volgens eigen zeggen ‘zwaar gefrustreerd‘ was geraakt tijdens zijn verblijf in Veldzicht in Avereest.

STOORNIS

Sinds oktober zit de man, die een borderlinestoornis heeft, op de zogeheten resocialisatie-afdeling, waar hij wordt voorbereid op een geleidelijke teruggang in de samenleving. De dwangverpleging is inmiddels beëindigd en op dit moment heeft hij al werk buiten de kliniek. Ook zal worden gezocht naar zelfstandige woonruimte in Nijmegen.

Omdat er nog steeds recidivegevaar bestaat zal N. niet volledig worden losgelaten. ‘We houden hem een paar keer per week in de gaten‘, vertelde zijn zorgmanager tijdens de behandeling van de zaak voor de rechtbank in Zwolle. Hij benadrukte dat een dergelijke gang van zaken in zijn ogen ‘veilig genoeg‘ is: ‘Hij zal nog wel een paar keer struikelen, maar eenzelfde geweldsdelict verwacht ik niet op korte termijn‘.

 

http://www.dji.nl/berichten/69.html

 

Vooral seksuele psychopaten blijven gevaarlijk, ook na tbs

Ellen de Visser in Volkskrant donderdag 27 februari 2003


AMSTERDAM - Psychopaten met een seksuele afwijking zijn meesters in het misleiden van hun behandelaars. Als ze vrijkomen, vervallen de meesten in hun oude fout. De enige oplossing lijkt longstay, een zeer lang verblijf in een psychiatrische kliniek.


Drie jaar geleden organiseerde de Dr. Henri van der Hoeven-kliniek in Utrecht een symposium over het onderwerp How sex-offenders fool us. Nederlandse en Amerikaanse onderzoekers schetsten tijdens die bijeenkomst een verontrustend beeld over een specifieke groep zedendelinquenten: de psychopaten met een seksuele afwijking.

Karakterisering van de persoon: gebrek aan inlevingsvermogen, het ontbreken van schuldgevoelens, manipulerend, veruit de beste planners en extreem goed in het om de tuin leiden van hun behandelaars.

Hun medewerking aan therapie is een schijnaanpassing: ze leren er hoe ze toekomstige slachtoffers nog beter kunnen misleiden. Geen therapie is afdoende om hen succesvol te behandelen.

Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), komt na een jarenlange studie onder voormalig tbs-gestelden tot dezelfde conclusie. Psychopaten met seksueel afwijkende fantasieën over bijvoorbeeld pijn, vernedering of seks met kinderen, gaan ondanks de vaak jarenlange behandelingen na hun ontslag uit de inrichting bijna allemaal opnieuw de fout in.

De Ruiter deed met twee medewerkers van de Van der Hoeven-kliniek onderzoek naar de 94 (mannelijke) verkrachters en aanranders die tussen 1975 en 1996 in de Utrechtse tbs-kliniek waren opgenomen.

Van hen werden er 32 (34 procent) opnieuw veroordeeld voor een seksueel vergrijp. Van de 94 zedendelinquenten werden er zeventien met speciaal ontwikkelde tests beoordeeld als psychopaat met een seksuele afwijking. Hun recidive-risico was ruim twee keer zo hoog: veertien van hen (82 procent) pleegden opnieuw een ernstig seksueel misdrijf.

Die percentages liggen beduidend hoger dan de cijfers die het WODC hanteert. Uit gegevens van het onderzoekscentrum van het ministerie van Justitie blijkt dat 14 procent van de voormalig ter beschikkinggestelde zedendelinquenten recidiveert met een seksueel misdrijf.

In die studie wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen types delinquenten. Zo is bekend dat incestplegers nauwelijks opnieuw de fout ingaan.

Identificatie van types met een verhoogd risico is belangrijk, schrijven de onderzoekers deze week in De Psycholoog. Zij bestudeerden achteraf de dossiers van de tbs'ers om met tests vast te stellen of ze al dan niet met een psychopaat van doen hadden. De hoge recidivecijfers wijzen volgens hen op het nut van vooraf screenen: psychopathie en seksueel afwijkend gedrag voorspellen nieuwe fouten.

Belangrijke vraag: wat dan? Dr. Frank Beyaert, voormalig directeur van het Pieter Baan Centrum, ziet de longstay als beste oplossing voor de categorie blijvend gevaarlijke zedendelinquenten. Op afdelingen voor uitbehandelde tbs'ers zijn nu zestig plaatsen beschikbaar.

In een inventarisatie die de ministeries van Justitie en Volksgezondheid vorig jaar lieten opmaken bij 131 instellingen, blijkt dat plek nodig is voor ongeveer driehonderd blijvend gevaarlijke gestoorden.

Volgens mr. dr. Jan Niemantsverdriet, jurist-criminoloog bij de Van der Hoevenkliniek heeft een groot deel van de huidige groep longstayers een ernstig zedendelict gepleegd. Pedoseksuelen met een voorkeur voor jongetjes blijken de lastigste groep, zegt Niemantsverdriet.

De langst zittende tbs-patiënt zit nu veertig jaar vast. Tbs-kliniek Veldzicht in Balkbrug heeft zelfs een begraafplaats. Bij de invoering van de longstay werd gevreesd voor escalaties, vertelde forensisch psychiater Emmo Doddema, werkzaam in Veldzicht, vorig jaar op een symposium.

Doddema: 'De gedachte was: je zet twintig tbs'ers met zware psychopathologie bij elkaar en je ontneemt ze het perspectief. Gevreesd werd voor agressie, gijzelingen en zelfmoord.'

In werkelijkheid, zei hij, is bij veel tbs'ers in de longstay sprake van berusting, zelfs van opluchting. Chemisch castreren is een andere oplossing.

In steeds meer tbs-instellingen worden injecties met het medicijn Androcur geaccepteerd als aanvulling op de behandeling, aldus forensisch seksuoloog Jos Frenken. Chemische castratie biedt zedendelinquenten even 'vakantie in hun hoofd', zoals Frenken het uitdrukt. Lichamelijke castratie is sinds 1969 wettelijk niet meer toegestaan.

Niemantsverdriet benadrukt dat medicijnen alleen werken in combinatie met therapie. 'Alleen de seksuele drift verdwijnt, de agressie blijft.' Na ontslag blijft controle nodig om te verifiëren of het middel daadwerkelijk nog wordt gebruikt.

De criminoloog benadrukt dat ook met verbetering van behandelmethoden winst valt te behalen. Hij noemt het een uitdaging om voor die lastigste groep tbs'ers effectieve therapie te ontwikkelen. 'Dat is maatwerk. En je zult als behandelaar altijd op je qui-vive moeten blijven.'

donderdag 27 februari 2003 uur.

Recidive tbs'ers verbijstert Kamer

Van onze verslaggever Jan Hoedeman


DEN HAAG - De Tweede Kamer reageert geschokt op het grote aantal recidivisten onder seksuele delinquenten die een tbs-behandeling hebben ondergaan. CDA en LPF vinden verplichte chemische castratie een optie. De meeste andere fracties vinden dat die behandelmethode op vrijwillige basis geintensiveerd moet worden.

Het onderzoek van de Van der Hoevenkliniek betrof 94 aanranders en verkrachters die tbs hadden gekregen. Van hen gingen er in totaal 32 opnieuw in de fout. Van de 94 aanranders en verkrachters werden er 17 gekarakteriseerd als psychopaat met een seksuele afwijking. Van die zeventien vervielen er veertien (82 procent) in herhaling.

De Kamerspecialisten ervoeren die percentages als schokkend. Tot nu toe werden allerlei recidivisten bij elkaar opgeteld: van snelheidsovertreders tot verkrachters. Het gemiddelde percentage recidivisten van alle typen delicten kwam uit op 20 procent.

PvdA-Kamerlid Aleid Wolfsen wil nu dat minister van Justitite Donner alle dadergroepen uitsplitst, zodat er gerichter beleid kan worden gevoerd op delinquenten die de samenleving onveilig maken. VVD-Kamerlid Clemens Cornielje signaleert: 'Als er een zo hoog percentage recidivisten is, dan werkt die tbs-behandeling kennelijk niet. Daar moet opnieuw naar gekeken worden.'

CDA en LPF zijn voorstander van verplichte chemische castratie. Sybrand van Haersma Buma (CDA) zegt dat tbs'ers die klaar zijn met behandeling, maar waar men verder niets meer mee kan, voor de keuze moeten worden gesteld: 'Of het verlengen van de tbs, of de maatschappij weer in, maar dan verplicht chemisch gecastreerd.'

Degenen die weliswaar uitbehandeld zijn in de tbs-kliniek, maar niet in de maatschappij willen terugkeren, kunnen naar veel goedkopere longstay-verblijven, waar ze levenslang worden verpleegd.

D66'er Boris Dittrich vindt de uitdrukking chemisch castreren verschrikkelijk klinken 'Alsof je penis eraf wordt gehakt. Maar het gaat om een injectie met libido-remmende stoffen.' Dittrich is voorstander van die behandelmethode op vrijwillige basis.

GroenLinks-fractieleider Femke Halsema kan zich onder voorwaarden voorstellen dat er sprake is van chemische castratie. 'Maar het moet zeer terughoudend worden gebruikt en mag niet leiden tot meer vrijlatingen.'

Evenals VVD'er Clemens Cornielje twijfelt Halsema over het effect van deze methode. Beiden vinden dat er meer onderzoek naar moet worden gedaan. Cornielje vindt dat het getal van 82 procent recidive drastisch omlaag moet worden bijgesteld. 'Op deze manier is het gevaar voor de samenleving veel te