We hebben 259 gasten online

Deel 2 Publicaties TBS

Gepost in Publicaties

’Gestoorde tbs’er levenslang opsluiten’

door Louis Cornelisse

11 maart 2006 in Trouw

Zo’n 60 procent van de veroordeelde tbs’ers hoort niet in een kliniek. Ze zijn onbehandelbaar of weigeren behandeling. Deze categorie gestoorden kan tot hun dood opgevangen worden in een gesloten inrichting. Dat geeft meer ruimte aan kansrijke tbs’ers.

De stellingen zijn van twee gezaghebbende forensisch psychiaters Hjalmar van Marle en Peter van Panhuis. Hun suggestie zal de parlementaire onderzoekscommissie naar tbs zeker meenemen. Want één van de problemen waar de commissie antwoord op moet geven is, hoe de toenemende instroom in de tbs afgeremd kan worden.

Volgens Van Marle en Van Panhuis zou ruim een kwart van de huidige ongeveer 1600 tbs’ers nooit in een tbs-kliniek zijn beland, als buiten de klinieken meer mogelijkheden zijn om ze tot behandeling te dwingen. Het gaat om de groep psychoten, mensen met waandenkbeelden. Psychoten kunnen zelf vaak niet goed beoordelen of ze behandeling nodig hebben.

Een ander deel van de tbs-plaatsen wordt onnodig bezet door onbehandelbare patiënten. Van Marle schat dat van ongeveer 15 procent van de tbs’ers al snel na binnenkomst is vast te stellen dat ze onbehandelbaar zijn. Volgens hem kunnen ze dan prima in een goedkopere ’gevangenisachtige omgeving’ worden opgesloten. Verder blijkt 20 procent van de tbs’ers na behandeling nog steeds te gevaarlijk om naar buiten te mogen. Het is zinloos hen op een behandelplek in een kliniek te houden. Zij kunnen naar speciale afdelingen voor langdurig verblijf, de ’longstay’.

Met een scherpere indeling van veroordeelden met een stoornis of psychische ziekte, is de commissie er nog niet. De risico-taxatie is een andere kwestie. Psycholoog Martien Philipse promoveerde op onderzoek naar de kans op recidive. De uitkomst van zijn onderzoek is niet hoopgevend. Philipse bedacht een checklist met 47 te beïnvloeden patiëntenkenmerken, zoals anti-sociaal gedrag of medewerking. De onderzoeker van de Nijmeegse Pompekliniek stelde vast dat die punten geen goede voorspellers waren. Hetzelfde gold voor de inschattingen van behandelaars. Alleen een vast gegeven als verslaving was een goede voorspeller dat de (afgekickte) junk weer een delict zou plegen.

De situatie in de tbs-klinieken wordt vergeleken met een snelkookpan. Er wachten in de gevangenis zo’n 225 tbs-veroordeelden op een plek in een kliniek. Het aantal tbs-veroordeelden groeit (zie grafiek) . In 2010 zou er behoefte zijn aan ruim 2500 plaatsen, nu zijn er 1600. Daarbovenop is de verwachting dat de verstopping alleen maar oploopt als het toestaan van verlof zo streng blijft. Het verlofbeleid werd een half jaar geleden aangetrokken, toen tbs’ers waarvan het recidive-risico zeer laag werd ingeschat, ernstige delicten pleegden.

Samenwerking forensische psychiatrie en GGZ problematisch

Promotie Jaap van Vliet over in- en uitstroom Tbs-ers

3 maart 2006 U. v Tilburg

Tbs-gestelden zijn doorgaans voorafgaand hun delict in contact geweest met de geestelijke gezondheidszorg, maar als het contact met de hulpverleners spaak liep 'verdwenen' ze uit beeld. Ook na hun Tbs kloppen ze vaak tevergeefs aan bij de GGz. Jaap van Vliet onderzocht de moeizame relatie tussen forensische psychiatrie en de GGz. Hij promoveert op vrijdag 3 maart 2006

Het aantal Tbs-gestelden is in de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld: van 650 in 1995 tot circa 1600 nu. Vanuit zijn ervaringen in de forensische psychiatrie, reclassering en maatschappelijk werk stelt Jaap van Vliet dat Tbs een probleem aan zowel de voor- als achterdeur heeft: de instroom neemt toe, terwijl de uitstroom stagneert. In zijn proefschrift onderzoekt hij Tbs dan in haar maatschappelijke context, met name de relatie tot de algemene geestelijke gezondheidszorg. Het 'voordeurprobleem' luidt dat criminelen met een psychische stoornis niet de zorg krijgen die escalatie voorkomt. Van Vliet beschrijft een aantal voorbeeldcasussen waarin de hulpverlening aan mensen die in aanraking met politie zijn geweest, faalt en zo maatschappelijke risico's veroorzaakt. Op basis van dossieronderzoek van Tbs-gestelden concludeert Van Vliet dat Tbs-gestelden doorgaans eerder contact hebben gehad met of behandeld werden in de GGz. Voorafgaand aan het delict waarvoor de Tbs opgelegd is, is vaak het contact verbroken - op eigen initiatief of dat van de GGz. Hij kwalificeert dit als "geïnstitutionaliseerde verwaarlozing". De zorg zou moeten worden voortgezet in de vorm van bemoeizorg of een voor de cliënt meer passende vorm van behandeling. Meer inzicht in de redenen waarom deze groep niet binnen de GGz geholpen wordt, kan bovendien bijdragen aan de preventie van delicten. Van Vliet beveelt ook een meldingsplicht aan voor de GGz indien risicovolle cliënten uit beeld raken.

Noodvoorziening
Op basis van literatuuronderzoek concludeert Van Vliet dat in de samenwerking tussen forensische psychiatrie en de Algemene GGz op het gebied van uitstroom de laatste jaren bar weinig vooruitgang is geboekt. Opvallend is dat de forensische sector steeds meer eigen oplossingen voor uitstroom gaat creëren, los van de GGz. Verdere pogingen om de samenwerking zich vanuit deze organisaties te laten voltrekken, zijn volgens Van Vliet ook niet zinvol. De GGz-instellingen blijken moeite te hebben met deze groep van patiënten zowel voorafgaand aan het delict als na hun Tbs-behandeling. Veel behandelaars vinden het onmogelijk om zowel slachtoffers als daders te behandelen. De reclassering zou de bemoeizorg kunnen leveren, maar wordt sinds 2004 niet meer gefinancierd om dergelijke contacten te onderhouden zonder justitiële opdracht. De instelling van een 'civil penal order' zou hier soelaas kunnen bieden. Momenteel ontstaat er door het gebrek aan uitstroommogelijkheden een grote groep patiënten die wacht op een zorgintensieve voorziening voor langdurige behandeling en/of chronisch verblijf. Van Vliet pleit voor een (nood)voorziening om de schade aan patiënten en de samenleving zo veel mogelijk te beperken.

77 'voortvluchtigen' in 2003 en af en toe gaat het mis

In 2003 -de meest recente cijfers die het ministerie van justitie verstrekt- namen 77 tbs'ers tijdens verlof de benen, op een totaal van ruim 1400 tbs'ers in dat jaar. De meeste 'voortvluchtigen' zijn binnen twee dagen boven water. Maar af en toe gaat het mis.

Mei vorig jaar keerde tbs'er Michel S. niet terug van proefverlof naar de Utrechtse Flevo Future-kliniek. Hij was al twaalf dagen zoek toen hij een 13-jarig meisje uit Eibergen ontvoerdde en misbruikte. Hij kreeg hiervoor, en voor eerder misbruik van een 14-jarig meisje tijdens proefverlof, tien jaar cel en tbs.

In 2003 vermoordde een 44-jarige tbs'er van de Nijmeegse Pompekliniek tijdens proefverlof een medegevangene door hem levend te begraven. Hij lokte zijn slachtoffer in de val door hem te zeggen dat hij voor 500 euro een afspraakje zou regelen. Hij werd dit voorjaar tot levenslang veroordeeld.

Eind 1999 werd een 27-jarige Groninger op brute wijze vermoord door tbs'er Dirk de V. en een handlanger. Eerder dat jaar had de rechtbank in Amsterdam hem voorwaardelijk vrijgelaten. Een brief van tbs-kliniek Veldzicht was niet doorgestuurd naar de rechtbank. Daarin stond dat De V. 'onverminderd gevaarlijk' was.

Maart 1997 bracht een 40-jarige tbs'er van de Groningse Van Mesdagkliniek met zijn vriendin haar 10-jarige zoontje Buddy om het leven tijdens een proefverlof. Hij werd veroordeeld tot 18 jaar cel en tbs.

In 1996 vermoordde een 37-jarige tbs'er op proefverlof, eveneens van de Van Mesdagkliniek, een 52-jarige autohandelaar met messteken. Hij kreeg vijftien jaar cel en tbs.

Bron Trouw 16-06-05

Belager vrouw Balkenende krijgt tbs

 

Door een onzer redacteuren

 

Voor poging tot moord

 

ROTTERDAM, 5 MEI. De rechtbank in Rotterdam heeft dinsdag de 33-jarige belager van Bianca Hoogendijk, de vrouw van premier Jan Peter Balkenende, tbs met dwangverpleging opgelegd.

 

De rechters achtten bewezen dat Adem T. op 27 oktober doelbewust met een uitbeenmes op weg was om haar te doden. Ook had hij in zijn woning op zolder in een speelgoedhuis een vuurwapen met drie houders munitie verborgen.

 

Toch krijgt de man, lid van diverse schietverenigingen, geen gevangenisstraf omdat hij volgens de rechtbank ontoerekeningsvatbaar is. De officier van justitie had twee jaar celstraf en tbs geëist. De verdachte gaat in hoger beroep.

 

Adem T. pakte op 27 oktober een uitbeenmes uit zijn keukenla, maakte er een papieren hoesje voor en stopte het in zijn binnenzak van zijn nette pak dat hij speciaal had aangetrokken, om meer kans te maken dat de vrouw van de premier hem zou ontvangen.

 

Hij nam de trein in zijn woonplaats Zoetermeer en vroeg een taxichauffeur in Capelle aan den IJssel waar de premier woonde. Hij vertelde meerdere buurtbewoners dat hij een afspraak had met de vrouw van de premier. Een buurtgenote van Balkenende, die bij de politie werkzaam is, vertrouwde het niet en waarschuwde de politie. Volgens de rechters is Hoogendijk op het nippertje ontsnapt aan een aanslag.

 

Zelf zegt de verdachte dat hij geen kwade bedoelingen had. En dat hij het mes slechts voor eigen veiligheid had meegenomen. In zijn notitieboekje schreef hij echter dat in Zoetermeer in de treinen op vuurwapens wordt gecontroleerd. De rechtbank denkt dat hij daarom het mes, en niet het vuurwapen meenam. In 2001 had T. zijn toenmalige buurman ,,plotseling bij een tramhalte met een mes drie maal gestoken'', aldus het vonnis. Hij kreeg celstraf.

 

De man ambieerde een politieke carrière binnen het CDA, en wilde dat Hoogendijk hem zou helpen. Hij meldde zich acht maanden voorafgaand aan het gebeuren aan als proeflid bij het CDA. Hij bezocht ook partijbijeenkomsten en zei te zijn benaderd door Hoogendijk en later ook door haar gebeld te zijn. Toen het niet lukte om een afspraak met haar te krijgen en zijn politieke ambities gefrustreerd raakten, ging hij Hoogendijk met andere ogen bezien.

 

Het Pieter Baan Centrum oordeelde dat de verdachte aanvankelijk niets kwaads in de zin had. Pas wanneer tot hem zou doordringen dat hij geen afspraak met Hoogendijk had, zou hij tot geweld in staat zijn geweest. Het adviesorgaan van justitie achtte T. wel toerekeningsvatbaar.

 

 

Nieuwsbrief expertisecentrum forensische psychologie december 2004 nr. 2 pagina 8

Verdachte steekpartij blijft in hechtenis

 
 

AMSTERDAM, 5 MEI 2004 De 35-jarige Daniël S. die in januari zijn vroegere leraar op de Mgr. Hermusschool in Amsterdam neerstak, blijft in voorlopige hechtenis zitten tot de behandeling van zijn zaak op 28 mei. Deskundigen concluderen dat het gevaar voor recidive van de doofstomme man groot is. Ook hebben zij tbs geadviseerd. De rechtbank in Amsterdam wees daarom gisteren tijdens een pro forma-zitting het verzoek van zijn advocaat af om de voorlopige hechtenis op te heffen.

 

S. stak op 23 januari een medewerker van het Mgr. Hermusschool in Amsterdam vijf keer, in hart, borst en buik. Het slachtoffer lag dagenlang in kritieke toestand op de afdeling intensieve zorg van het ziekenhuis. Inmiddels is de man hersteld, maar nog niet aan het werk.

 

Als motief gaf S. bij de politie aan dat hij door de leraar seksueel was misbruikt. De zaak wordt op 28 mei bij de rechtbank in Amsterdam inhoudelijk behandeld.

 

De politie is nog bezig met het onderzoek en spreekt onder andere met oud-klasgenoten van S. en is op zoek naar een vroegere juf die volgens de verdachte getuige van de mishandeling zou zijn geweest. S., kort geschoren kapsel, gouden oorringen en dikke zwarte wallen onder zijn ogen, herhaalde gisteren tijdens de zitting dat hij door zijn vroegere meester is mishandeld en barstte daarbij in tranen uit.

 

Toen de rechter hem vroeg of hij nog iets wilde zeggen vertelde hij dat hij als kind ooit bedreigd was met een geweer. Hij kon toen de politie niet bereiken omdat hij niet kon bellen, sms'en was in die tijd nog niet mogelijk, hield hij de rechter voor. De rechter onderbrak hem en zei dat hij zijn verhaal tijdens de inhoudelijke behandeling kan doen.

 

S.' advocaat K. Lieuw On vroeg de rechtbank om opheffing van de voorlopige hechtenis zodat S. enkele tatoeages waar hij nu spijt van heeft, kan laten verwijderen. Een tatoeage met het Engelse woord 'hate' wil hij volgens zijn advocaat laten veranderen in `God'. Daarnaast is volgens de advocaat de kans op recidive niet aanwezig, omdat zijn woede zich alleen op de leraar richtte. Ook zou het volgens zijn advocaat beter zijn als hij niet meer vast zou zitten, zodat hij zich goed voor kan bereiden op de zitting eind mei.

 

S. zelf stelt ook dat de kans op herhaling niet aanwezig is. ,,Ik heb God beloofd nooit meer een wapen te dragen'', zei hij via een doventolk. Ook zal hij de leraar voortaan met rust laten, verzekerde hij de rechtbank.

Vrijspraak van verdachte moord Mariëlla de Geus

 

(ANP)

 

DEN HAAG, 4 MEI 2004De Hoge Raad heeft de vrijspraak van N.B. door het gerechtshof in Den Haag voor zijn vermeende rol bij de moord op de Goudse studente Mariëlla de Geus, in stand gelaten. Het hoogste rechtscollege van Nederland verwierp vandaag de cassatie die het openbaar ministerie (OM) tegen de vrijspraak had ingesteld. Het dode lichaam van Mariëlla de Geus (20) werd begin november 2001 gevonden op een parkeerplaats in het centrum van Gouda. De politie hield drie weken na de moord de toen 21-jarige B. aan. De officier van justitie was er zeker van dat de zwakbegaafde, schizofrene, verwarde man Mariëlla had vermoord en eiste tien jaar cel met tbs en dwangverpleging. De rechtbank was echter niet overtuigd en sprak B. vrij. Het gerechtshof was in juli 2003 ook niet overtuigd van B.'s schuld. Zijn betrokkenheid bleek slechts uit zijn eigen verklaringen. De politie heeft geen fysiek bewijs zoals vingerafdrukken of haren gevonden dat erop duidt dat B. de studente heeft vermoord of op de plek van de moord was. Het openbaar ministerie was het niet eens met de manier waarop het gerechtshof in Den Haag de vrijspraak motiveerde

Scholier Murat D. krijgt vijf jaar en tbs

 
 

Moord op onderdirecteur Terra College

 

DEN HAAG, 29 APRIL. De 17-jarige Murat D. is vanmorgen door de rechtbank in Den Haag veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf plus tbs voor de moord op onderdirecteur Hans van Wieren van het Haagse Terra College.

 

De uitspraak is conform de eis van het openbaar ministerie. De rechtbank achtte bewezen dat Murat D. Van Wieren op 13 januari met voorbedachten rade doodschoot in de aula van de school. Hij wordt ,,enigszins verminderd toerekeningsvatbaar'' geacht. Wegens de ernst van het gepleegde delict hanteerde de rechtbank bij de veroordeling het volwassenenrecht.

 

Volgens de rechtbank liep Murat op 13 januari in de aula van het Terra College in een rechte lijn op Van Wieren af. Op korte afstand van de onderdirecteur strekte hij zijn arm, bracht hem omhoog en schoot Van Wieren door het hoofd. Het wapen had Murat voor school van een vriend gekregen. Murat voelde zich volgens de rechtbank gekrenkt door de onderdirecteur, omdat die hem geregeld aansprak op zijn gedrag. Murat D. zei tijdens de zitting twee weken geleden dat hij Van Wieren in zijn schouder had willen raken.

 

Murat D. hoorde vanochtend, net als tijdens de zitting, uiterlijk onbewogen het vonnis aan. Na de veroordeling gaf hij zijn moeder drie zoenen, waarna hij door de politie werd meegenomen. Directeur Miltenburg van het Terra College zei na afloop dat hij niet kon begrijpen dat Murat zo onbewogen de zaal verliet. ,,Hij heeft formeel wel zijn spijt betuigd, maar zijn houding heeft ons verrast. Ik dacht: joh, ben je zo ver heen?''

 

Verschillende deskundigen hadden tijdens de zitting gesteld dat zij in de persoonlijkheid van de verdachte geen aanleiding zagen om het meerderjarigenstrafrecht toe te passen. De rechtbank onderschrijft deze conclusies, maar koos toch voor het volwassenenrecht wegens de ernst van het delict. Ook is het in het jeugdstrafrecht, dat kortere straffen kent, minder goed mogelijk een langdurige behandeling op te leggen.

 

Kinderrechter C. Dettmeijer benadrukte dat een langdurige behandeling noodzakelijk is. De houding van Murat D. tijdens de zitting bevestigde dat beeld. Uit die houding kwam een ,,somber beeld naar voren'', zo staat in het vonnis. Het feit dat een veroordeling volgens het meerderjarigenstrafrecht niet in belang is van de verdachte, moet daarom volgens de rechtbank wijken voor het belang van de veiligheid van anderen. De rechtbank heeft wel rekening gehouden met de leeftijd van de dader en hem daarom ,,een kortere gevangenisstraf dan gebruikelijk'' opgelegd.

 

Hüseyin S. (25), degene die Murat het wapen gaf, werd vanochtend door de rechtbank veroordeeld tot 12 maanden celstraf wegens verboden wapenbezit. Abdullah O. (16), een vriend van Murat die het wapen na de moord verstopte, werd veroordeeld tot een maand jeugdetentie.

`Te hechte band moeder heel ongezond'

 

Sheila Kamerman in NRC

 

Gesprek over seksueel misbruik

 

ROTTERDAM, 28 APRIL 2004 Zedendelinquenten zijn vaak gepest, blijkt uit onderzoek. En de rol van de moeder is cruciaal. `Die kinderen komen niet van hun relatie met moeder los'

 

Zedendelinquenten hadden tijdens hun jeugd een te hechte, symbiotische relatie met hun moeder, hun vader was veel afwezig en vaak agressief. De zedendelinquenten werden op school ernstig gepest. Daardoor werden ze juist nog sterker teruggeworpen op de ongezonde gezinssituatie.

 

Dit concludeert klinisch psychologe en psychoanalytica Karola Lehnecke na onderzoek onder tbs-geïnterneerden. Zij promoveert vandaag aan de Universiteit van Tilburg op haar proefschrift De rol van moeder-zoon symbiose in perversie en zedendelinquentie.

 

Wat moeten we ons voorstellen bij een hechte, symbiotische relatie met moeder?

 

,,Een ongezond sterke band. Kijk, bij baby's is de relatie met de moeder heel sterk. De moeder voedt het kind, waakt over hem, beschermt hem. Dat is normaal. Als een kind gaat kruipen, moet ze beginnen met loslaten. Hij moet langzaam zijn eigen weg leren vinden. Sommige moeders lukt het niet los te laten. Als die band zo innig blijft tot in de puberteit, is dat heel ongezond. Bij zedendelinquenten zie je dat die band niet alleen knellend was, maar ook sterk erotiserend. Bijvoorbeeld een moeder die uitgebreid de penis van haar veertienjarige zoon gaat wassen onder de douche. De zoon moet eigenlijk de rol van de afwezige vader vervullen, de rol van minnaar. Het kind moet de verlangens van moeder bevredigen. Hij voelt dat hij haar anders verdriet doet. Het is een zeer geperverteerde relatie. Het is de meest grove ontkenning van het generatieverschil.''

 

En op school worden ze dan ook nog gepest?

 

,,Dat komt daaruit voort. Die kinderen komen niet van hun relatie met moeder los en nemen dat mee naar school. Ze gaan met hun leeftijdgenoten om, zoals ze thuis geleerd hebben met anderen om te gaan. Deze jongens zijn vaak heel claimerig, bezitterig. Ze vertonen grensoverschrijdend gedrag. Ze voelen zich waardeloos en nietig, en gaan daardoor overcompenseren. Ze hebben weinig oog voor de gevoelens van anderen, net als er thuis weinig plaats is voor hún gevoelens.

 

,,Andere kinderen pikken dat niet. Ze gaan pesten of laten hem links liggen. Daardoor wordt hen eigenlijk een tweede kans om te socialiseren ontnomen. Als ze wel vriendjes zouden hebben, zou dat die ongezonde relatie enigzins kunnen doorbreken.''

 

Zijn álle zedendelinquenten vroeger gepest?

 

,,Uit de dertig dossiers van daders die ik heb onderzocht, blijkt dat ze allemaal waren gepest. Ook de dominante, bezitterige moeder zag ik bij bijna alle dertig terug. Meestal in combinatie met een afwezige en, als hij er wel was, agressieve vader. Uit mijn eigen psychotherapieprakijk merkte ik al dat die gezinssituatie een goede voedingsbodem is voor zedendelinquentie. Maar dat alle zedendelinquenten ernstig gepest werden op school, verbaasde me.

 

,,Leraren zouden goed moeten opletten en met de gepeste kinderen moeten praten om te kijken waar de problemen liggen. En vooral tijdig professionele hulp inroepen.''

 

Je wordt dus niet als zedendelinquent geboren, maar zedendelinquent gemaakt?

 

,,Dat denk ik zeker. Het heeft ook wel te maken met de karakterstructuur. Sommige jongens weten zich aan moeder te ontworstelen en toch hun eigen weg te gaan. Voor gevoelige jongens, die makkelijk te beïnvloeden zijn, is dat bijna onmogelijk.

 

,,Die erotiserende relatie met hun moeder, lijkt een voorwaarde. Dat is het enige verschil tussen een zedendelinquent en een `gewone' crimineel. Die jongens zijn door hun moeder tot seksinstrument gemaakt. Hun seksuele spanning komt niet uit het libido, maar het is een karaktertrek geworden. Bij een zedendelict ervaren ze even dat zíj de machtigste zijn. Dat geeft ze een kick. En dan worden ze opgepakt. Eigenlijk worden ze, na de gevangenis van het gezin, wéér opgesloten. Het is heel tragisch. Deze mensen zijn vaak ook zo kwaad. En versteend. Gevoelloos. Ze zijn heel lastig te behandelen.''

 

Helpt het als mannen meer hun vaderrol vervullen?

 

,,Hun zoons hebben een rolmodel nodig. Als vader zijn plaats naast moeder inneemt, worden de posities in het gezin duidelijker, minder incestueus. Maar in deze gezinnen is de relatie tussen de ouders vaak volledig verpest. In een gezin dat ik onderzocht, werd vader consequent de mond gesnoerd door moeder als hij wat wilde zeggen. Alleen zíj deed het woord.''

Eis tegen Murat D.: vijf jaar cel en tbs

 
 

DEN HAAG, 16 APRIL 2004 Vijf jaar cel en tbs. Dit heeft de officier van justitie gisteren voor de rechtbank in Den Haag geëist tegen Murat D. De inmiddels 17-jarige voormalige scholier stond terecht wegens het doodschieten van onderdirecteur Hans van Wieren van het Haagse Terra College.

 

Officier van justitie N. Boersma acht moord bewezen en wil dat Murat D. wordt berecht volgens volwassenenrecht. Volgens het OM was er sprake van voorbedachte rade omdat verschillende medeleerlingen hebben verklaard dat Murat op de ochtend van 13 januari aankondigde dat hij Van Wieren ging vermoorden. Bovendien heeft hij een kennis met een pistool op die ochtend tweemaal gebeld met het verzoek om naar school te komen.

 

Ook al zou de verdachte de bedoeling hebben gehad om Van Wieren in zijn schouder in plaats van in zijn hoofd te raken, zoals hijzelf beweert, dan nog is er sprake van moord, volgens het OM. Dan geldt namelijk voorwaardelijke opzet: hij had kunnen weten en vermoeden dat het slachtoffer zou overlijden. Meerdere getuigen hebben verklaard dat Murat D. het pistool op het hoofd van Van Wieren heeft gericht. Videobeelden die tijdens de zitting werden vertoond, geven geen uitsluitsel.

 

Volgens de verdediging zijn de vele verklaringen van medeleerlingen onbetrouwbaar en tegenstrijdig. De leerlingen zouden elkaar napraten, en beïnvloed zijn door de ruime aandacht voor de zaak in de media. De advocates van Murat D. menen dat er geen sprake was van voorbedachte rade en bepleiten berechting volgens het jeugdrecht. Ook de vier deskundigen die Murat D. hebben onderzocht, achten opname in een jeugdinrichting, met langdurige gedragstherapie, de beste optie.

 

Tegen Hüseyin S. (25), ook bekend als `Guus', is vanochtend drie jaar celstraf geëist wegens het leveren van het wapen aan Murat D. Vanmiddag zou een derde verdachte, een minderjarige jongen van Marokkaanse afkomst, voor de rechter verschijnen. Deze Abdallah, ook bekend als `Appie', zou het wapen na afloop hebben verborgen. Uitspraak 29 april.

Murat legt oorzaak bij anderen

 

Mark Duursma in 2004

 

DEN HAAG, 16 APRIL 2004 Over twee weken doet de rechter uitspraak in de zaak tegen Murat D. Is hij een gevaar voor de samenleving of nog een kind dat als volwassene handelde?

 

,,Vandaag is Murat defensief, dichtgeslagen. Ik denk dat hij zich ontzettend schaamt.'' Psychiater J. Baneke had ,,een heel andere Murat'' leren kennen tijdens de dertien uur die hij met hem heeft doorgebracht. Baneke is een van de drie deskundigen die Murat heeft onderzocht, en die daar gisteren tijdens de rechtszaak verslag van deed. Ook de verdediging zag gisteren een andere jongen dan zij hadden leren kennen. Advocate M. de Meijer: ,,Murat is normaal veel kwetsbaarder en breekbaarder dan vandaag op de zitting.''

 

Het is niet uitgesloten dat Murat D., de 17-jarige leerling die wordt berecht voor het doodschieten van onderdirecteur Hans van Wieren, met zijn gedrag tijdens de zitting zijn eigen strafmaat heeft bepaald. Ongeïnteresseerd en emotieloos zat hij erbij, niet geneigd tot enige vorm van medewerking. Besef van wat hij heeft gedaan, laat staan spijt of berouw, leek afwezig. De enige zichtbare emotie was verongelijktheid, over alles wat hem is aangedaan.

 

Lichte opwinding was er alleen toen de rechter hem confronteerde met de incidenten op school die aan zijn fatale daad vooraf gingen. Natuurlijk werd hij kwaad toen hij niet naar de wc mocht tijdens een les, of toen een conciërge hem vroeg de peuk op te rapen die hij op de kantinevloer had gegooid. En waarom werd Murat kwaad toen Hans van Wieren tegen hem zei dat hij mooie kleren had gekocht voor een galafeest op school? Murat: ,,Voor mij is dat een belediging.''

 

Deze houding kan het verschil uitmaken tussen berechting naar jeugdstrafrecht of volwassenenstrafrecht. Naast de keuze tussen moord of doodslag (wel of geen voorbedachte rade) is dat de andere cruciale beslissing die de rechtbank de komende twee weken moet nemen. Rechter C. Dettmeijer, voorzitter van de jeugdstrafkamer, toonde zich geschokt door de houding van Murat tijdens de zitting. Ze zag een bevestiging van de bevindingen van de gedragsdeskundigen: Murat legt de verantwoordelijkheid voor dingen die mis gaan altijd bij anderen, is achterdochtig en `krenkbaar', en wordt vreselijk kwaad als hij ergens op wordt aangesproken.

 

De deskundigen zien echter mogelijkheden voor verbetering door intensieve en langdurige gedragstherapie. Ze achten Murat zwakbegaafd en mede daarom 'enigszins verminderd toerekeningsvatbaar'. De rechter leek minder overtuigd van Murats vermogen om te leren. Dettmeijer tegen Murat: ,,Ik zie bij jou na drie maanden nog geen millimeter verschuiving als we de incidenten bespreken.'' En: ,,Zolang jij de oorzaak en verantwoordelijkheid buiten jezelf blijft leggen, ziet het er heel somber uit voor hoe jij je gaat ontwikkelen.'' Onbegrijpelijk vond de rechter ook dat Murat een maand na 13 januari tegen de politie heeft gezegd: ,,Wat kon ik anders doen?''

 

De deskundigen en de verdediging pleitten voor jeugdstrafrecht, het openbaar ministerie (OM) voor volwassenenstrafrecht. Het eerste biedt de mogelijkheid voor maximaal twee jaar jeugddetentie en maximaal zes jaar Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ, in jeugdjuridisch jargon). Berechting als meerderjarige betekent een mogelijk langdurige celstraf, eventueel gevolgd door tbs. De officier van justitie eiste vijf jaar celstraf en tbs.

 

Minderjarigen tussen de zestien en achttien jaar kunnen alleen worden berecht volgens volwassenenrecht als wordt voldaan aan een van drie criteria. Er moet reden zijn om af te wijken van het jeugdstrafrecht vanwege de 'ernst van het feit', 'de persoonlijkheid van de dader' of 'de omstandigheden waaronder het feit is begaan'. Sinds 1995 is een van deze criteria voldoende, daarvoor moest worden voldaan aan alledrie. Die verruiming van de wet heeft volgens het ministerie van Justitie niet geleid tot een grote toename van het aantal jeugdigen dat een volwassen straf krijgt opgelegd. Jaarlijks gaat het om ongeveer 200 gevallen, drie procent van het totale aantal veroordeelde jeugdigen.

 

Volgens officier van justitie N. Boersma is het neerschieten van Van Wieren dermate ernstig (,,je leraar executeren is het ergste wat er is''), dat Murat als volwassene moet worden berecht. Boersma: ,,Als tegemoetkoming aan de deskundigen kan hij worden behandeld, maar pas na een celstraf, in de vorm van tbs met dwangverpleging. PIJ is te licht.'' Volgens de officier is een lange celstraf gewenst om herhaling door Murat of anderen te voorkomen, en als vergelding voor de nabestaanden van Van Wieren.

 

Nederland gaat veel te makkelijk om met het berechten van jeugdigen volgens volwassenenrecht, betoogde advocate M. de Meijer. Anders dan verwacht legde de verdediging niet de nadruk op verzachtende omstandigheden - Murats vader is onlangs voor de tweede keer tot een langdurige celstraf veroordeeld. De Meijer en haar collega A. Naarden kozen voor een juridisch betoog, waarin ze zowel de keuze voor moord als die voor volwassenenrecht van het OM onderuit probeerden te halen. De wetsverruiming van 1995 is omstreden, stelde de advocates, en ze wezen op het antwoord van ex-minister van Justitie Korthals op Kamervragen hierover. Hij stelde dat jeugdigen pas als volwassene kunnen worden berecht als er sprake is van 'volwassen handelen'.

 

Gezien de kinderlijke veronderstelling van Murat is daarvan geen sprake, meende de verdediging. Naar eigen zeggen had Murat niet de bedoeling om Van Wieren te doden, maar om hem aan zijn schouder te verwonden. Na een verblijf in het ziekenhuis zou Van Wieren Murat en anderen met meer respect bejegenen, dacht hij. Ideeën van een kind, zeiden de advocates, en dus is behandeling op zijn plaats. Een volwassen celstraf leidt tot verharding van Murat waar hij noch de samenleving bij gebaat is. De verdediging hoopt dat de rechtbank niet zwicht voor de maatschappelijke druk om zwaar te straffen. En Murat? Hij heeft spijt, zei hij. Het klonk als een formule.

Kinderrechter gelooft niet in repressie alleen

 

Door onze redacteur Sheila Kamerman

 

ROTTERDAM, 14 APRIL 2004 Jonge criminelen alleen maar opsluiten heeft geen zin, vinden kinderrechters. Deze jongeren hebben een behandeling nodig.

 

Hij hoort het in het café, op verjaardagsfeestjes, bij de bakker. ,,Jonge crimineeltjes moeten hard worden aangepakt. We straffen te mild. Ze moeten gewoon worden opgesloten.''

 

Vincent Maas, algemeen directeur van de particuliere justitiële jeugdinrichting Harreveld, waar jongeren worden behandeld die zeer zware delicten hebben gepleegd, schudt zijn hoofd. ,,De Nederlandse samenleving lijkt deze kinderen uit te stoten. Het klimaat wordt steeds repressiever.''

 

Hij begrijpt het wel. De misdaden die sommige jongeren op hun geweten hebben zijn ook buitengewoon ernstig. Morgen staat Murat D., de nu 17-jarige scholier die heeft bekend de onderdirecteur van het Haagse Terra College te hebben doodgeschoten, voor de rechter in Den Haag.

 

,,Het is ook lastig'', zegt Maas, ,,om zo'n jongen nog toekomstperspectief te gunnen, maar we hebben het wel over kinderen.''

 

,,Toch zou ik met de mensen die `knoop Murat op' roepen, een pilsje willen drinken'', zegt Maas. ,,Kinderen en jongeren die een ernstig delict plegen moeten worden behandeld. Dat is de taak van een beschaafd land. Met een behandeling kan je mogelijk iets oplossen, met tucht en repressie niet. Ik ben ervan overtuigd dat, als ik dóórvraag, veel mensen het uiteindelijk met me eens zullen zijn.''

 

Veel kinderrechters zijn het met hem eens. Die klagen niet over de beperkte straf die ze aan jongeren kunnen opleggen. De maximumvrijheidsstraf van twee jaar leggen ze nauwelijks op. Des te meer klagen zij over de beperkte mogelijkheden die ze hebben om jonge criminelen te laten behandelen. Want de jongeren die zij te zien krijgen zijn vaak óf ernstig gedragsgestoord, óf psychisch gestoord, óf allebei.

 

,,Ik wil behandelen en liefst zo snel mogelijk'', zegt Jans Olthof, kinderrechter in Almelo. Maar voor de intensieve, gespecialiseerde behandeling die jonge criminelen nodig hebben is vaak geen plaats. De enige optie is dan gesloten plaatsing. Dat wil zeggen: naar de jeugdgevangenis.

 

Uit recent onderzoek blijkt dat 90 procent van de jongeren die een straf van meer dan drieënhalve maand in een jeugdgevangenis uitzitten of veroordeeld zijn tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ, een soort jeugd-tbs) psychiatrische stoornissen heeft. ,,In de meeste jeugdgevangenissen wordt wel begeleiding gegeven, maar dat is voor deze groep meestal niet toereikend'', zegt kinderrechter Frans van der Reijt van de rechtbank in Den Bosch en voorzitter van de werkgroep van kinderrechters. ,,De behandeling is er voornamelijk op gericht iemand weer maatschappijfähig te maken.''

 

Jaarlijks komen ongeveer 41.000 jongeren in een politiecel terecht. Zo'n achtduizend van hen moeten voor de kinderrechter verschijnen. Zij blijven meestal enkele weken in voorlopige hechtenis.

 

Zo'n zeshonderd jongens (en een enkel meisje) kijgen een gevangenisstraf van langer dan drieënhalve maand of een PIJ. Ze hebben meestal een ernstig zeden- of gewelddelict gepleegd.

 

,,Ik stuur jongeren naar de jeugdgevangenis omdat ik geen andere mogelijkheid heb'', zegt Van der Reijt. Hij vindt het eigenlijk zinloos om een 17-jarige te straffen. ,,Voor bijsturen is dat al te laat.'' Volgens Van der Reijt had zo'n jongen in een veel eerder stadium zeer intensieve begeleiding in zijn eigen omgeving moeten krijgen.

 

Hij verwijt de geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd (jeugd-GGZ) die verantwoordelijkheid niet te nemen. De jeugd-GGZ werkt volgens hem met de hoogste graad van specialisatie aan de lichtste gevallen. ,,Maar jongeren met ernstige psychische stoornissen of zware gedragsproblemen hebben ze liever niet. Natuurlijk is het vervelend als een jongen van vijftien rattengif in het kopje koffie van zijn behandelaar doet'', zegt Van der Reijt: ,,Maar dan moet je niet roepen: wegwezen! Nee, dan moet je behandelen. Zíj hebben de expertise.''

 

De forensische jeugdpsychiatrische polikliniek de Viersprong in Halsteren is een van de weinige GGZ-instellingen die wél jonge boefjes behandelen. ,,Opsluiten is alleen nuttig voor de slachtoffers'', zegt projectleider Wim van Geffen. Maar de dader én de belastingbetaler schieten er weinig mee op, vindt hij. ,,Het effect is nihil. Als de straf erop zit, is er niets veranderd in het gezin, in de buurt of op school. De kans dat zo'n jongen terugvalt is levensgroot. Je kunt je veel beter richten op behandelprogramma's waarvan het effect is bewezen. Vooral in de VS is daar veel onderzoek naar gedaan.''

 

Kinderrechters in Almelo, Amsterdam en Den Bosch hebben via het strafrecht een manier gecre-

eerd om jongeren die verhoogd risico lopen op crimineel gedrag in een vroeg stadium intensief te begeleiden. Volgens Jans Olthof, kinderrechter in Almelo, moet je niet wachten met ingrijpen tot een jongere zestien of zeventien jaar is. ,,Die zijn nauwelijks nog kneedbaar.'' Hij vindt dat bij dertien-, veertienjarigen, zo mogelijk meteen bij het eerste vergrijp, stevig moet worden ingegrepen. ,,Bij aanstormend crimineel talent weet je: als we nu niets doen, wordt het niets meer.''

 

Het grootste probleem is volgens kinderrechter Olthof dat het drie tot zes maanden duurt, of soms nog veel langer, voordat een kind na het plegen van een delict voor de rechter staat. Zijn Amsterdamse collega Han Bartels: ,,Dus een kind kraakt een auto of steelt een mobieltje. Een half jaar later moet hij zich verantwoorden en volgt de straf. Dat werkt niet bij deze kinderen. Ons jeugdrecht is pedagogisch niet slagvaardig. Dat is vreselijk onhandig.''

 

In Almelo, Amsterdam en Den Bosch doen ze het daarom zo: een jongere wordt na het eerste delict meteen voorgeleid aan de rechter-commissaris. De voorlopige hechtenis wordt geschorst, mits hij akkoord gaat met verplichte zeer intensieve begeleiding door de jeugdreclassering. ,,En dat betekent écht een zeer gestructureerd programma van 's morgens tot 's avonds dat wordt gecontroleerd'', zegt Bartels. ,,Meestal doen ze dat wel, want ze hebben net een paar dagen vastgezeten.'' Daarnaast krijgt de jongere een leer- of werkstraf. Als hij die goed maakt, krijgt hij op de zitting een paar maanden later geen onvoorwaardelijke straf meer. Maar hij houdt nog wel twee jaar verplichte begeleiding door de jeugdreclassering. De enkeling die zich niet aan de afspraken houdt, krijgt onvoorwaardelijke jeugddetentie.

 

Iedereen is tevreden in Amsterdam, Almelo en Den Bosch, want de snelle aanpak lijkt te werken. Verreweg de meeste kinderen zien de kinderrechters niet meer terug. ,,Maar het lukt alleen als iedereen meedoet'', zegt Bartels. De raad voor de kinderbescherming, de jeugdreclassering en de officier van justitie. ,,Het is een wat creatieve toepassing van het jeugdstrafrecht'', zegt Olthof. ,,Maar we halen er prima resultaten mee. En bij deze groep risicokinderen hebben we het strafrecht nu eenmaal nodig.''

Jeugd-tbs voor groepsverkrachting

 

(ANP)

 

Amsterdam, 10 april . De rechtbank in Amsterdam heeft een zestienjarige jongen veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, ook wel jeugd-tbs genoemd, voor het medeplegen van een groepsverkrachting. De zaken tegen twee medeverdachten werden aangehouden. De rechtbank wil dat deze jongens van vijftien en zestien jaar nader worden onderzocht.

 

De groepsverkrachting vond plaats in oktober vorig jaar in een woning in Amsterdam-Oost. Het trio drong de woning binnen waar een meisje en zes jongens aanwezig waren. De indringers verkrachtten het zeventienjarige meisje en dwongen de jongens met wapens tot seksuele handelingen. De verdachten legden alles vast op video.

 

De strafzaak vond twee weken geleden achter gesloten deuren plaats omdat de verdachten nog minderjarig zijn. Bij de uitspraak vrijdag bleek dat deskundigen toen stelden dat de vijftienjarige en een van de zestienjarigen een geestelijke stoornis hebben en dat de kans op herhaling groot is bij deze jongens. Maar de twee waren volgens de deskundigen ook zo 'ziek' dat behandeling geen zin heeft of zelfs contraproductief is.

 

De rechtbank zou de verdachten daarom alleen jeugddetentie kunnen opleggen en dat baart de rechtbank grote zorgen, juist wegens de grote kans op herhaling bij de jongens. Daarom wil de rechtbank dat drie deskundigen zich nogmaals over hen buigen. Daarvoor verwees de rechtbank de twee zaken vrijdag naar de rechter-commissaris.

 

De derde verdachte is wel te behandelen, volgens deskundigen. De rechtbank kon daarom in zijn zaak wel uitspraak doen. Naast de plaatsing in de inrichting voor jeugdigen kreeg hij 150 dagen jeugddetentie opgelegd. Dit is gelijk aan de tijd die de jongen nu vast zit. De rechtbank wil namelijk dat zijn behandeling zo snel mogelijk begint. De jongen moet de slachtoffers ruim 7500 euro betalen.

 

Tegen deze verdachte was achttien maanden jeugddetentie en plaatsing in een jeugdinrichting geëist. Tegen de andere zestienjarige eiste de officier van justitie twee jaar jeugddetentie, waarvan vier maanden voorwaardelijk. De vijftienjarige hoorde een jaar jeugddetentie, waarvan twee maanden voorwaardelijk tegen zich eisen.

Belager Pieper krijgt tbs

 
 

ROTTERDAM, 8 APRIL. De man die in mei vorig jaar het echtpaar Pieper op hun landgoed met een mes aanviel en mevrouw Pieper zeer ernstig verwondde, is door de rechtbank in Haarlem gisteren veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. Dat vonnis kwam overeen met de eis van de officier van justitie.

 

De rechtbank acht een dubbele poging tot moord bewezen. De 43-jarige man uit Amsterdam is volledig ontoerekingsvatbaar bevonden. Hij lijdt aan wanen en geloofde dat oud-Philips topman Roel Pieper aan het hoofd stond van een duivelse organisatie die erop uit was hem te vernietigen. Hoewel het waanbeeld volgens deskundigen inmiddels lijkt te zijn ,,verbleekt'' is het nog steeds aanwezig bij de verdachte. Daarom achten zij de kans op herhaling reëel.

 

De Amsterdammer drong op 31 mei vorig jaar het landgoed van de Piepers in Aerdenhout binnen. Hij was gekleed in een camouflagepak en had zijn gezicht zwart geschminkt. Toen mevrouw Pieper naar buiten kwam begon hij volgens de rechtbank ,,als een bezetene'' met een mes op haar in te steken. Zij raakte daarbij zeer ernstig gewond. Toen Roel Pieper daarna naar buiten kwam, stak de Amsterdammer ook op hem in. Samen met zijn zoon wist hij de indringer desondanks te overmeesteren.

 

Pieper zei gisteren tegen het ANP ,,blij'' te zijn met de uitspraak omdat de zaak nu kan worden afgesloten. Een excuusbrief die de belager heeft gestuurd, heeft het echtpaar nog niet willen lezen. Pieper sloot gisteren niet uit dat in de toekomst wel te gaan doen. ,,Dat is afhankelijk van het herstelproces van mijn vrouw'', aldus Pieper.

Uit vrees voor herhaling

 

Pieter de Vries 27-03-2004 in NRC

 

Twee turnsters vinden de drie jaar gevangenisstraf van hun oud- trainer Jan T. wegens ontucht onvoldoende. Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep. De slachtoffers vinden coach Jan T. `hartstikke ziek in zijn kop' en vrezen voor herhaling.

 

,,Ik voel me verantwoordelijk voor de kleine meisjes die nu nog in een kwetsbare positie zitten'', verklaart een van de slachtoffers van turntrainer Jan T. haar besluit om de publiciteit te zoeken. T. werd in februari tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens ontucht. Twee turnsters uit Amersfoort vinden de gevangenisstraf die hun voormalige trainer kreeg opgelegd voor het plegen van ontucht met tien minderjarige meisjes te laag.

 

In 1993 werd Jan T. op non-actief gezet bij turnvereniging De Koppel in Amersfoort en in 1999 bij St. Lambertus in Maastricht. Samen met de Limburgse slachtoffers van T. staan de Amersfoortse turnsters achter het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank in Maastricht. Ze hopen dat de turnleraar tbs krijgt opgelegd, omdat hij ,,hartstikke ziek in zijn kop'' is en ze vrezen voor herhaling. In dit vraaggesprek willen de twee turnsters alleen aangeduid worden met de eerste letter van hun voornaam.

 

Begin vorige maand liet NOC*NSF weten bezorgd te zijn over de omvang van seksuele intimidatie in de sportwereld. Maandelijks ontvangt de sportkoepel vier tot vijf meldingen van minderjarige sporters die door trainers of begeleiders onzedelijk zijn betast. Het aantal meldingen is veel hoger dan in voorgaande jaren.

 

Er is inmiddels ruim tien jaar verstreken sinds de Amersfoortse turnsters door hun toenmalige trainer bij De Koppel de kleedkamer werden ,,ingetrokken''. Voor een ,,onderzoek'' naar hun blessures. De meisjes, inmiddels jonge vrouwen, kampen nog dagelijks met de psychische gevolgen van wat zich een decennium geleden in de kleedkamer afspeelde. Eetproblemen, nachtmerries, relaties die geen standhouden en een gebrek aan zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen.

 

,,Ik was twaalf jaar toen het gebeurde. Ik was van de brug gevallen en had een ingeklapte long, een paar gebroken ribben en een scheurtje in een ruggenwervel. Ongeveer zes weken daarna ging ik weer trainen maar ik had nog last van mijn blessures. Jan zei dat hij fysiotherapie had gestudeerd en me wilde onderzoeken. Hij hoefde me niet te onderzoeken, want ik had al een fysiotherapeut. Maar hij heeft me overgehaald en me de kleedkamer ingetrokken. Ik moest me uitkleden en stond daar met mijn turnpakje half uit. Hij heeft me misbruikt en mishandeld en daarna werd ik huilend de zaal ingestuurd. Daarna kwam hij me zeggen dat ik moest ophouden met huilen en mijn klep moest houden'', vertelt de 22-jarige S.

 

,,Hij wilde je graag uitkleden. Met zijn autoritaire uitstraling kon hij de meisjes helemaal overrulen. Ouders mochten van hem de gymzaal niet in'', bevestigt haar 23-jarige turnvriendin, om dezelfde reden in dit verhaal met M. aangeduid. Onder het mom van stretchoefeningen en blessurebehandelingen overschreed de trainer volgens M. de grenzen van het toelaatbare. ,,Jan gaf `oostblok-achtige' lenigheidtrainingen. Bijvoorbeeld de spagaat. In een bepaalde hoek van de zaal duwde hij de benen van de meisjes zover uit elkaar, dat ze huilden van de pijn. Hij zei dat hij moest weten hoe onze spieren en weefsels aanvoelden om goede turners van ons te maken'', herinnert M. zich.

 

M. is zelf fysiotherapeut geworden en weet inmiddels uit eigen ervaring dat de `blessurebehandelingen' en massages van de trainer destijds niet in de haak waren. ,,Jan wilde dat zijn pupillen geen onderbroek aan hadden onder hun turnpakje. Het liefst had hij witte turnpakjes. Ik ben ook `onderzocht'. Ik handelde tien jaar geleden te goeder trouw. Ik kende Jan pas een paar weken. Hij mat zich de rol van fysiotherapeut en masseur aan en zei dat hij bevoegd was om mij te onderzoeken. Ik lag op mijn rug in de kleedkamer en had alleen mijn onderbroekje nog aan. Ik heb hem gesmeekt of ik mijn T-shirt aan mocht trekken. Dat mocht later wel. Ik had last van een liesblessure en die wilde hij behandelen. Vul de rest zelf maar in.''

 

S. besefte naar eigen zeggen direct dat het gebeurde ,,helemaal fout'' was en deed eind 1993 aangifte bij de politie. Maar dat leidde niet tot strafrechtelijke vervolging. ,,Jan schermde zijn turnsters af in een hoek van de zaal en creëerde altijd één-op-één-situaties. Dus dan was het jouw woord tegen het zijne. Hij moest even op het bureau komen en werd er op aangesproken, maar kon daarna gewoon zijn gang weer gaan'', vertelt ze met horten en stoten. Terugblikkend realiseert het tweetal zich dat ze als jonge meisjes ook te kwetsbaar waren om er een rechtszaak van te maken. Bij De Koppel werd de turnleraar enkele maanden na de meldingen van ontucht wel op non-actief gezet.

 

Terwijl Jan T. zijn heil als turnleraar in Limburg zocht, bleven de meisjes in Amersfoort achter met hun onverwerkte trauma. S. heeft naar eigen zeggen nooit meer geturnd in haar puberteit. ,,Ik durfde ook op school niet meer in een gymzaal te komen. Ik kon de geur van een gymzaal niet meer ruiken. Dan ging ik hyperventileren en viel ik flauw'', zegt S., die op school veel werd gepest door haar leeftijdgenoten en sinds 1996 met onderbrekingen een psycholoog bezoekt. ,,Ze treiterden me met verhalen over vriendjes en zeiden dat ik het zelf had uitgelokt en een hoer was.''

 

Jarenlang zat S. vol ,,woede en onbegrip''. Haar schoolprestaties leden eronder. In 1996 schreef ze de turnleraar na enig uitzoekwerk een brief, die hij op zijn verjaardag ontving. ,,Ik heb hem in die brief haarfijn verteld wat voor een klootzak hij was en dat hij mijn leven kapot had gemaakt. En dat ik hem ooit voor de rechtbank zou krijgen'', zegt ze met een verbeten trek om de mond. Die voorspelling is afgelopen najaar uitgekomen. S. wist na het lezen van een krantenberichtje over een ontuchtzaak met minderjarige meisjes bij de Maastrichtse turnvereniging St. Lambertus, waarbij een trainer uit Sittard was betrokken, zeker dat het ,,om hem'' ging. ,,Ik was zo boos en verdrietig. Voor mij was het payback time'', zegt S., die in oktober aangifte deed.

 

Een maand later deed ook M. aangifte. ,,Mijn turnleraar van heel vroeger - een goede trainer - zei dat als ik dacht dat er iets gebeurd was wat echt fout was, ik aangifte moest doen. Dat heb ik gedaan. Ook om de meisjes uit Limburg te steunen. Hoe meer aangiftes, hoe sterker de zaak tegen Jan is'', realiseert M. zich. Vorige maand is de trainer voor de rechtbank in Maastricht veroordeeld voor het plegen van ontucht met tien minderjarige meisjes.

 

Hij heeft de beschuldigingen van masseren, betasten en binnendringen met zijn vingers ontkend. De trainer verklaarde dat hij fysiek contact had gehad met de kinderen, maar vond dat logisch omdat turnen een contactsport is. Volgens hem ging het om stretchoefeningen om de turnsters leniger te maken. De veroordeelde is in hoger beroep gegaan. De slachtoffers en hun ouders hebben verontwaardigd gereageerd op het vonnis. Hun bezwaren richten zich op het feit dat de 42-jarige Jan T. zijn beroep na vijf jaar weer mag uitoefenen. Bovendien zijn de slachtoffers van mening dat hij gedwongen een geestelijke behandeling moet ondergaan.

 

,,De gevangenisstraf vinden we te laag, maar daar kunnen we niet veel meer uithalen. We kregen te horen dat drie jaar `best veel' is. Wij eisen tbs en een levenslange ontzegging van zijn trainersbevoegdheid. Hij is hartstikke ziek in zijn kop. Als er niets wordt gedaan, gaat hij gewoon door als vijftigjarige of als opa'', voorspelt M.. ,,Dit is heel frustrerend. Hij is degene die psychisch niet in orde is, maar hij wordt niet behandeld. Terwijl wij in behandeling zijn om geestelijk alles op orde te krijgen. Ik ben al tien jaar lang gestraft'', zegt S., die zelf de gevangene van haar geestelijke problemen is en het voorval nog steeds niet heeft verwerkt.

 

Hoewel de aangiftes tot een rechtszaak en een veroordeling hebben geleid, voelen de Amersfoortse turnsters zich allerminst opgelucht. Door de confrontatie met de verdachte tijdens een hoorzitting in januari zijn veel pijnlijke, weggestopte herinneringen weer springlevend. M.: ,,Door de verhalen van de Limburgse meisjes is er zoveel bij me bovengekomen. Wat mij echt heeft geraakt is dat hij twee jaar lang, een paar keer per week, negen jaar oude meisjes heeft misbruikt. Hoe jonger, hoe lekkerder, hoe erger.'' S. dacht altijd dat zij de enige was en dat het aan haar lag. ,,Maar dan hoor je vergelijkbare verhalen van andere meisjes. Ik vond het heel frustrerend dat hij niet voor de verkrachting van een van de meisjes is veroordeeld. Mijn grootste redding is geweest dat ik heel hard ben gaan gillen.''

 

Sinds de rechtszaak is M. ,,een ander mens''. Ze heeft last van nachtmerries. ,,Ik ben mezelf privé helemaal kwijt. Mijn relatie is uit. Mijn vriend wilde me helpen, maar ik sloot hem steeds buiten'', vertelt M.. Ook de relatie van S. liep door het proces op de klippen. ,,Mijn vriend en ik konden er niet mee omgaan. Er kwam te veel boven. Ik heb me de laatste maanden weer het meisje van twaalf gevoeld.''

 

Beiden kampen met eetstoornissen. ,,Sinds 1996 heb ik last van anorexia. Voor jezelf ben je nooit dun genoeg. Eten is het enige waarover ik controle heb'', bekent M.. ,,Ik heb altijd een afschuw van mijn lichaam gehad omdat er een enge, vieze vent aan heeft gezeten. Ik heb nergens meer controle over en zie wel of niet eten als de enige controle die ik heb,'' bevestigt S., die naar eigen zeggen vroeger een ,,spontaan, vrolijk'' meisje was. ,,Nu ben ik somber en terughoudend. Ik ben erg onzeker en durf mensen niet te vertrouwen. Ik ben bang dat ze me belachelijk vinden en kan niet meer genieten van vriendschappen. Ik verzin negatieve dingen zonder dat er een reden voor is.''

 

Ook M. heeft zich naar eigen zeggen geisoleerd. ,,Je verzint smoezen om alles en iedereen te omzeilen.'' S. bevestigt: ,,Je liegt van alles bij elkaar om niemand te hoeven zien en zo de controle vast te houden.'' De omgang met vriendjes werd daardoor een beproeving voor het tweetal. M. omschrijft haar relaties als ,,een afstandelijk samenzijn''. ,,Je hebt geen emoties en kunt je gevoel, zowel geestelijk als lichamelijk, niet meer doorgeven,'' weet M., die sinds kort weer bij haar ouders woont.

 

De twee jonge vrouwen zijn zo boos en verdrietig over wat hun is aangedaan, dat ze de veroordeelde turntrainer een ,,martelgang'' toewensen. ,,Jan heeft een bepaalde behoefte en daar gaat hij altijd achteraan. Als hij tbs krijgt, is er geen datum dat hij vrijkomt. Hij gaf ons zo'n vuile blik tijdens de hoorzitting, dat ik bang ben voor wraak'', zegt S., die zich de hoofdrolspeelster in een televisiedrama voelt. ,,Ik heb het gevoel dat het allemaal niet echt is en ik nog moet ontwaken. Zolang het proces gaande is, kan ik dit nog geen plek geven en het niet afsluiten. Ik houd me er maar aan vast dat dit proces voor een goed doel is.''

 

De advocaat van Jan T. wil op dit moment liever geen commentaar geven.

Tbs geëist tegen belager Pieper

 

(ANP)

 

HAARLEM, 25 MAART. Tegen de man die vorig jaar oud-Philips-topman Roel Pieper en diens echtgenote met een mes belaagde, is voor de rechtbank in Haarlem tbs met dwangverpleging geëist. De verdachte drong stak Pieper en diens vrouw met een mes. Mevrouw Pieper raakte ernstig gewond. Roel Pieper liep lichte verwondingen op. De man leed ten tijde van het incident aan psychotische wanen.

Cel en tbs voor bankovervaller

 
 

NIJMEGEN, 20 MAART 2004 De man die vorig jaar december in kort tijdbestek drie banken in het centrum van Nijmegen probeerde te overvallen, is door de Arnhemse rechtbank tot twee jaar cel en tbs veroordeeld. Tegen de man, die verminderd toerekeningsvatbaar is, was drie jaar cel en tbs geëist. Bij de balies van de banken had hij gedreigd een granaat te laten ontploffen als hij geen geld zou krijgen. Omdat hij vervolgens snel verdween, slaagde de politie er pas in hem na de derde poging aan te houden. Eerder die dag was hij ontslagen uit de gevangenis waar hij een straf voor een overval had uitgezeten. De man moet ook een schadevergoeding van 700 euro betalen aan de Rabobank.

Schep ruimte voor behandeling onder dwang

NRC 18-03-2004

Wanneer kan iemand gedwongen worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis? Wat voor rechten heeft hij daar? Kan je iemand een dwangbehandeling geven? Kan je dwangbehandeling bieden buiten het ziekenhuis? Het lijken theoretische, abstracte vragen. Maar het antwoord heeft heel concrete gevolgen. Voor patiënten die in ziekenhuizen onvoldoende behandeld worden. Voor verwarde mensen in separeerkamers. Voor onbehandelde patiënten in de maatschappij of in de gevangenis en voor verwarde daklozen. Het gaat om de vraag wanneer wij als maatschappij vinden dat er mag worden ingegrepen, wanneer dwang gerechtvaardigd is.

 

De regels hiervoor zijn vastgelegd in een tien jaar oude wet, de BOPZ (Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen). Binnenkort moet het kabinet zijn standpunt hierover bepalen, na een tweede evaluatie. Er zijn aanwijzingen dat het kabinet weinig wil veranderen. Dat zou een vergissing zijn, want de huidige regels werken niet.

 

Ze zijn te sterk gericht op gedwongen opname, op het verwijderen van de patiënt uit de maatschappij. En als de patiënt eenmaal is opgenomen, is de wet te terughoudend inzake gedwongen behandeling. De patiënt mag behandeling weigeren, ook als hij niet wilsbekwaam is. Dwangbehandeling is alleen toegestaan wanneer ,,gevaar binnen het ziekenhuis'' dat ,,volstrekt noodzakelijk'' maakt.

 

Maar vaak is de situatie dan zo ernstig dat aan verpleging in een separeerkamer niet te ontkomen valt. Maar van separatie, het alleen laten van verwarde mensen, kan je geen behandeleffecten verwachten, maar voornamelijk traumatische ervaringen.

 

Dat werkt niet. Mensen blijven te lang onbehandeld. De wet biedt ook geen antwoord op de verruwing in de samenleving en op de verslavingsproblemen: er zijn te weinig mogelijkheden om in het ziekenhuis grenzen te stellen aan (agressief) gedrag of om drugsgebruik te bemoeilijken. Soms worden mensen dan maar weer (onvoldoende behandeld) ontslagen, maar dat leidt ertoe dat verwarde patiënten op straat komen en via delicten in de gevangenis of in de TBS.

 

Er is een ander paradigma nodig: er moet meer ruimte komen voor dwangbehandeling in een eerder stadium, allereerst van ambulante patiënten. Dat blijkt elders goed te werken. Voor wie zich onttrekt aan zo'n ambulante dwangbehandeling, zou de sanctie van dwangopname mét behandeldwang moeten gelden.

 

Grond voor dwangbehandeling zou - naast gevaar voor de patiënt of anderen - kunnen zijn de noodzaak om nadeel voor de patiënt te voorkomen of de noodzaak tot behandeling. Als er meer ruimte komt voor dwangbehandeling met medicijnen, wordt separeerverpleging duidelijker het ultimum remedium dat zij zou moeten zijn.

 

Zo'n nieuwe wet zou je in plaats van een opnamewet een `behandelwet' kunnen noemen. Daarin moet het begrip wilsonbekwaamheid een centrale plaats krijgen. Daarbij wordt onderzocht of een patiënt in staat is om zijn oordeel over de voorgestelde behandeling te bepalen. En we moeten niet terugschrikken voor een meer paternalistische bemoeienis voor wilsonbekwame patiënten.

 

Natuurlijk moet daarbij duidelijk worden geregeld wie de wilsonbekwame patiënt vertegenwoordigt, en moet die persoon belangrijke invloed hebben op de maatschappelijke begeleiding. In andere landen wordt daardoor de sociale context nadrukkelijker betrokken in beslissingen over (ambulante) dwangbehandeling van patiënten.

 

En natuurlijk moet er een adequate rechtsgang zijn. De huidige bemoeienis door de rechter kan vervangen worden door een drieschaar van jurist, psychiater en maatschappelijk werker, die in samenspraak met de patiënt, zijn vertegenwoordiger en de behandelaar de behandeling bepalen. Dat ontlast onze rechters, het positioneert de behandelaar duidelijker en het kan de acceptatie van dwang bij de patiënt vergroten.

 

Dit alles vraagt om een nieuwe `Wet Bijzondere Behandelingen en Zorg in de Psychiatrie'. Deze zou tevens dwangbehandeling binnen de TBS (en soms binnen de gevangenis) beter dan nu kunnen regelen.

 

Dit kan de noodzakelijke afstemming tussen die velden ondersteunen. Het is vaak wenselijk om patiënten terug te plaatsen vanuit de gevangenis of TBSinstellingen naar instellingen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Maar dat kan alleen als de veiligheid aldaar beter kan worden gegarandeerd; ook dat vraagt aanpassing van de wet.

 

We moeten anders gaan denken over paternalisme, over dwang en autonomie. Het is geen makkelijke discussie, want de autonomie van de patiënt is een groot goed. Maar die moet wel in perspectief worden gezien.

 

Wilsonbekwamen kunnen juist dankzij (dwang)behandeling delen van hun autonomie herwinnen en zo beter in staat worden gesteld met voldoende zorg in de maatschappij te functioneren. En dwangbehandeling kan voor een grote groep patiënten een einde maken aan veelal zinloze separeerverpleging, onnodige lange opnames en aan ongewenst verblijf van onbehandelde psychiatrische patiënten in de gevangenis.

Tbs voor moord `wandelvrouwtje'

 

(ANP)

 

ASSEN, 18 MAART 2004 De rechtbank in Assen heeft de 30-jarige E.W. uit Emmen woensdag veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf en tbs voor moord en verkrachting. Zij achtte bewezen dat de man vorig jaar februari zijn 79-jarige plaatsgenote J. van Offeren-Bik, beter bekend als het wandelvrouwtje, op brute wijze heeft verkracht en daarna vermoord. Op 20 februari vorig jaar werd het verminkte lichaam van de vrouw gevonden, vastgebonden aan een boom

Acht jaar cel voor 'badkuipmoord'

 

(ANP)

 

GRONINGEN, 13 MAART 2004 De rechtbank in Groningen heeft vrijdag de 38-jarige K.J. veroordeeld tot acht jaar celstraf en tbs met dwangverpleging voor de zogenoemde `badkuipmoord' in Wildervank. Het Openbaar Ministerie had twee weken geleden wegens doodslag twaalf jaar cel en tbs geëist. De verdediging heeft direct hoger beroep aangekondigd. De 14-jarige Varscha Mohansingh werd 23 september 2002 dood gevonden in het bad van haar ouderlijke woning in Wildervank. Het kind bleek door geweld om het leven te zijn gekomen. Na een onderzoek van enkele maanden hield de politie J., een huisvriend van de familie, aan.

VVD pleit voor andere aanpak tbs

 
 

Voorstel: langere proeftijd

 

DEN HAAG, 8 MAART 2004 De VVD wil dat tbs-veroordeelden strenger worden behandeld. Bovendien moeten zij sneller worden uitgesloten van behandeling als er geen uitzicht is op succes.

 

Dat staat in de notitie `agenda voor de veiligheid' die het Tweede Kamerlid en VVD-justitiewoordvoerder Laetitia Griffith vanmorgen heeft uitgebracht. Zij loopt daarmee vooruit op voorstellen die minister Donner (Justitie) naar verwachting later dit jaar zal doen, op grond van een lopend onderzoek naar de problemen bij de uitvoering van tbs-straffen.

 

Tbs wordt opgelegd aan criminelen bij wie door een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis de kans op herhaling groot is. Sinds 1995 verdubbelde het aantal tbs-veroordeelden bijna tot ruim 1600. Er zijn nu ruim 1300 plaatsen beschikbaar. Volgens Griffith is de tbs nu te duur en te weinig efficiënt.

 

De VVD wil daarom onder meer dat tbs'ers met een grote kans op recidive, zo'n twintig procent, sneller naar een long-stay-afdeling gaan, waar niet langer wordt gestreefd naar hun genezing. Volgens Griffith kan na twee jaar niet-succesvolle behandeling daartoe worden besloten. Vooral bij tbs'ers die zijn veroordeeld wegens geweld, seksuele delicten en brandstichting is de kans op recidive groot.

 

Nu kan een tbs'er pas op een long-stay-afdeling worden geplaatst na twee mislukte behandelingspogingen van elk ten minste drie jaar. Er zijn zestig landelijke long-stayplaatsen. Griffith wijst erop dat een tbs-plaats per dag ruim drie keer zoveel kost als een reguliere detentieplaats.

 

Over vrijlating van een tbs'er of een verlenging van de tbs moet volgens Griffith niet langer alleen de rechter beslissen, maar een parole board van bestaat uit deskundigen uit verschillende disciplines. Aanleiding daarvoor is dat herhaling nu relatief het meest voorkomt nadat de rechter tot vrijlating heeft besloten in afwijking van advies van deskundigen. Dat gebeurt nu in ruim dertig procent van het aantal beslissingen.

 

De VVD wil ook dat de maximale proeftijd voor tbs'ers na vrijlating wordt verlengd tot tien jaar. Nu kan de proeftijd worden verlengd van drie naar maximaal zes jaar. Tijdens de proeftijd moet volgens de VVD een verbeterde begeleiding komen. Burgemeester, politie én slachtoffers van de veroordeelde moeten voortaan op de hoogte worden gesteld van de (op handen zijnde) vrijlating van een tbs'er.

 

Verder wil de VVD dat de tbs deel gaat uitmaken van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Justitie stelt alleen hechtere samenwerking voor. Om de capaciteitsproblemen op te lossen dienen volgens de VVD veertig tbs'ers die illegaal in Nederland verblijven niet langer te worden behandeld. De partij wil dat zij worden uitgezet.

Zuinig zijn op tbs

5 maart 2004

Instellingen voor delinquenten die ter beschikking van de regering zijn gesteld moeten ,,hechter samenwerken'' met de algemene psychiatrische zorg. Dat schrijft minister Donner (Justitie) aan de Tweede Kamer naar aanleiding van een inventarisatie van de toenemende druk die gestoorde delinquenten leggen op het strafrechtelijk apparaat. In bijna tien jaar is het aantal tbs'ers zo ongeveer verdubbeld. Samenwerking met de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) ligt om meerdere redenen voor de hand. De gemiddelde dagkosten van een tbs-plaats zijn ongeveer driemaal zo hoog als die van een gewone gevangenisplaats. Het aantal wachtenden voor zo'n plaats (de zogeheten passanten) is een voortdurend probleem. En aan de andere kant van het tbs-traject, de terugkeer naar de samenleving, zijn oud-tbs-klanten toch al gauw aangewezen op een vorm van GGZ-hulp.

 

Alleen al uit een oogpunt van efficiency ligt een herschikking van voorzieningen in de rede. Op de jaarvergadering van de Nederlandse Juristenvereniging werd twee jaar geleden zelfs de stelling verdedigd dat de tbs uiteindelijk als aparte sanctie kan worden afgeschaft. Het kan deels opgaan in een ,,zorgzame vrijheidsstraf'' en verder in ,,goed functionerende GGZ-voorzieningen''. Het valt echter te betwijfelen of dat wel zo verstandig is, waarschuwde de Utrechtse hoogleraar strafrecht Kelk onlangs op een bijeenkomst van het Psychiatrisch Juridisch Gezelschap. Over het socio-therapeutisch milieu hangt in het geval van gestoorde delinquenten immers altijd ,,de koepel van de veiligheid''. De eisen van beveiliging en behandeling, met daarbij ook nog oog voor de speciale eisen die de rechtspositie van veroordeelden stelt, is een combinatie ,,waar niet iedere medicus mee vertrouwd is'', zoals Kelk het elegant uitdrukt. De GGZ staat tot dusver niet te trappelen om deze taak er ook nog eens bij te nemen. En wat de zorgzame gevangenis betreft: in de Juristenvereniging werd met reden betwijfeld of het moderne gevangeniswezen, met ,,soberheid'' als hoogste gebod, wel geschikt is voor een ,,verstrekkende behandeling''.

 

In de tbs is in de loop der jaren met vallen en opstaan ,,een enorme know-how'' opgebouwd, betoogt Kelk. Dat lijkt vloeken in de kerk, nu juist de onvoorspelbaarheden en beperkingen van deze maatregel de aandacht trekken. Er wordt aangedrongen op meer wetenschappelijke evaluatie van de behandelingsmodaliteiten. In de praktijk is er ook voortdurend wat met tbs aan de hand. Als het niet de schadevergoeding aan passanten is, dan is het wel de ontbrekende wettelijke basis voor wonen buiten de inrichting van tbs'ers op proefverlof. En in Rotterdam is net een zaak aan de orde over de advisering over tbs aan de rechter door het Pieter Baan Centrum die mogelijk nog een hele nasleep kan hebben. Het zijn allemaal illustraties dat tbs ,,niet over rozen gaat', zoals Kelk het uitdrukt. Dat geldt overigens al voor de moeizame introductie van deze maatregel in het begin van de vorige eeuw.

 

Het ,,tweesporenbeleid'' met een aparte strafrechtelijke maatregel naast dealgemene GGZ heeft wel bijgedragen tot de reputatie van de Nederlandse strafrechtspleging tot buiten onze grenzen. Als de tbs opgaat in de GGZ zal de minister van Justitie trouwens toch altijd zeggenschap moeten behouden, want het gaat per slot van rekening om strafrechtelijk veroordeelden. Met twee kapiteins op een schip is het lastig varen. De vraag kan natuurlijk altijd worden gesteld waarom de tbs bij alle belangstelling uit het buitenland daar eigenlijk nooit navolging heeft gekregen. Een Engelse psychiater gaf daarvoor een interessante verklaring: nergens anders hebben strafjuristen zoveel gevoel voor de psychiatrie ontwikkeld en gedragsdeskundigen zoveel gevoel voor juridische verhoudingen als in Nederland met name sinds de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Deze observatie lijkt haaks te staan op een zaak zoals die nu in Rotterdam speelt, maar het is juist dit soort confrontaties die beide partijen scherp houden. Zo bezien is de tbs iets om zuinig op te zijn.

Tbs voor dodelijke opsluiting

 

(ANP)

 

GRONINGEN, 5 MAART. De 38-jarige R.J. P. uit Groningen is gisteren door de rechtbank in Groningen tbs met dwangverpleging opgelegd wegens het doden van een 52-jarige man. P. sloot het slachtoffer op in een brandende keuken. Tevens ging hij enkele buurtgenoten met een mes te lijf. De straf was conform de eis van het Openbaar Ministerie. De rechtbank ontslaat de man van alle rechtsvervolging, omdat hij ten tijde van het misdrijf in september vorig jaar volledig ontoerekeningsvatbaar was. De psychotische man stak op de dramatische septemberdag zijn eigen woning in brand. De later omgekomen man kwam hem te hulp. De Groninger dacht dat zijn slachtoffer bezeten was. Hij stak hem neer en sleepte hem naar de brandende keuken.

Werkwijze `Pieter Baan' onder vuur

 
 

ROTTERDAM, 5 MAART 2004 De Rotterdamse rechtbank heeft twijfels over de werkwijze van het Pieter Baan Centrum (PBC), de psychiatrische observatiekliniek van justitie. De kliniek heeft een advies tot terbeschikkingstelling laten opstellen door een arts-assistent. Het is een wettelijke vereiste dat een dergelijk advies wordt gegeven door een volwaardig psychiater.

 

De rechtbank deed op 16 februari uitspraak in de zaak van T.H. die werd verdacht van moord op een Rotterdamse taxichauffeur. De verdachte was voor psychiatrisch onderzoek verwezen naar het Pieter Baan Centrum, waar hij, zoals gebruikelijk, zeven weken lang 24 uur werd geobserveerd. Volgens zijn raadsman F. van Ardenne kon zijn cliënt zich niet vinden in het eindrapport, waarin tbs werd geadviseerd. Zeker niet toen bleek dat het niet was opgesteld door een volwaardig psychiater, maar door een arts-assistent.

 

Volgens de advocaat heeft dit vonnis consequenties voor andere tbs'ers, die geobserveerd en beoordeeld zijn door een niet daartoe gekwalificeerde arts. Van Ardenne: ,,Ze zullen niet meteen vrijkomen, maar ze zitten wel op onrechtmatige basis in een kliniek. De onduidelijke juridische status van hun verblijf zal zeker aan de orde komen op bijvoorbeeld verlengingszittingen.''

 

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie, die ook namens het Pieter Baan Centrum spreekt, betreft het hier een individuele zaak, waarin het PBC inderdaad niet goed heeft gehandeld. Psychiater J. Loerakker, de supervisor van de arts-assistent die in deze zaak het rapport opstelde, verklaarde echter tijdens de zitting van de rechtbank dat het geen eenmalige kwestie was. ,,Wij zijn binnen het PBC nog zoekende naar de ideale vorm voor de supervisie.'' Zij verklaarde dat ze de verdachte een halfuur heeft gesproken.

 

In eerdere rapporten van het wetenschappelijk onderzoeksbureau van Justitie (WODC) werd gesteld dat forensische psychiatrie een gecompliceerd vak is, waarvoor psychiaters wellicht extra scholing nodig hebben. Advocaat Van Ardenne: ,,Het is onbegrijpelijk dat het PBC zulk supermoeilijk werk laat doen door een leerling.'' De rechtbank beslist maandag hoe het verder moet met de zaak-H.

Aantal tbs'ers verdubbeld sinds 1995

 
 

DEN HAAG, 3 MAART 2004 Het aantal patiënten in TBS-instellingen is sinds 1995 bijna verdubbeld tot 1.623. Dat schrijft minister Donner (Justitie) aan de Tweede Kamer.

 

Een deel van deze patiënten zit in gewone gevangenissen of is met verlof. Per jaar blijven negentig tbs'ers weg na de verlofperiode, maar het grootste deel komt binnen enkele dagen terug. De patiënten in de instellingen maken per jaar 50.000 maal gebruik van de mogelijkheid om met verlof te gaan, dertigduizend keer onbegeleid en 20.000 keer begeleid.

 

Het verlof maakt deel uit van de behandeling omdat het de bedoeling is dat tbs'ers na verloop van tijd terugkeren in de samenleving. Op dit moment werkt Donner aan een nieuwe verlofregeling. De minister wil samen met het ministerie van Volksgezondheid kijken welke maatregelen nodig zijn om mensen beter te beschermen tegen tbs'ers en anderen die door een stoornis de veiligheid in gevaar kunnen brengen.

 

Het uitblijven van recidive is de uiteindelijke doelstelling van een tbs-behandeling, schrijft Donner. Maar gemiddeld plegen tbs'ers in 15 tot 20 procent van de gevallen na hun vrijlating opnieuw een ernstig misdrijf zoals geweld, seksueel geweld of brandstichting. Als andere misdrijven zoals inbraak mee worden gerekend dan ligt het percentage op 53. Dat is tien procent lager dan in de tweede helft van de jaren zeventig.

 

Ongeneeslijke patiënten waarbij de kans op terugval groot is komen op longstay-afdelingen, waar ze worden verpleegd en beveiligd. Voor hen zijn ermomenteel zestig plaatsen. Onderzoek moet uitwijzen of de behandeling van deze mensen moet worden aangepast en of het aantal longstayplaatsen moet worden uitgebreid. De uitkomsten hiervan worden dit jaar verwacht.

Aanhoudingen om verdwijning tbs'er

 
 

NIJMEGEN, 2 MAART. De politie heeft twee personen aangehouden die worden verdacht van betrokkenheid bij de verdwijning van een patiënt van de Pompe-kliniek in Nijmegen. De 53-jarige Hennie Klein Overmeen is op 4 december van het vorig jaar voor het laatst gezien. Hoewel zijn lichaam nog niet is gevonden, heeft de politie afgelopen vrijdag een 44-jarige bewoner van dezelfde tbs-instelling aangehouden op verdenking van moord of doodslag. ,,Het gaat absoluut niet om een normale vermissing'', zegt een woordvoerder van de politie.

 

De aangehouden man is voor tien dagen in bewaring gesteld. Eind januari was zijn 27-jarige vriendin al aangehouden, maar dit is pas begin deze week naar buiten gebracht. Zij wordt verdacht van betrokkenheid. In opdracht van de 44-jarige Nijmegenaar heeft de vrouw een dag na de verdwijning de tbs-kliniek gemeld dat Klein Overmeen ,,de eerste dagen niet thuis zou komen''.

 

Klein Overmeen zat al acht jaar in de Pompe-kliniek. Hij was veroordeeld wegens een zedendelict. Als deelnemer van een resocialisatieprogramma woonde hij in een opvanghuis buiten de kliniek. Nadat hij op 4 december een Sinterklaasviering had bijgewoond, verliet hij het opvanghuis voor een afspraak met een vrouw. Deze afspraak was door de 44-jarige Nijmegenaar geregeld. De politie weet niet wie deze vrouw is en of Klein Overmeen bij deze afspraak is komen opdagen. Gisteravond besteedde het televisieprogramma Opsporing Verzocht voor de tweede maal aandacht aan de verdwijning.

Eis twaalf jaar voor moord in de zogenaamde badkamermoord

 

(ANP)

 

GRONINGEN, 28 FEBR. 2004 Het openbaar ministerie heeft gisteren voor de rechtbank in Groningen twaalf jaar celstraf en tbs met dwangverpleging geëist tegen de 38-jarige K.J., verdachte in de zogenoemde badkuipmoord.

 

Officier van justitie J. Severs sprak zijn afschuw uit over de moord op de 14-jarige Varscha Mohansingh. Zij werd 23 september 2002 dood gevonden in het bad in haar ouderlijke woning in Wildervank. De aanklager vond dat verdachte J. door zijn houding tijdens het politieonderzoek en het proces de nabestaanden een kans op uitsluitsel over de dood van het meisje heeft ontnomen. Verder achtte de officier de kans op herhaling groot.

 

Uit onderzoek in het Pieter Baan Centrum bleek dat hij narcistische trekken heeft. ,,Door een `superaangepaste', dienende houding helpt hij weliswaar zijn medemens, maar doet dat om zichzelf goed te voelen'', zo staat in het onderzoek. Zijn onvruchtbaarheid zou er toe leiden dat hij een overdreven vadergevoel voor andermans kinderen heeft. Hij zag Varscha als zijn dochter. Hij wilde haar mogelijk corrigeren omdat ze er in zijn ogen verkeerde vriendjes op nahield. Toen zij zijn zelfaangemeten `ouderlijk' gezag afwees, is hij wellicht gekwetst en tot de fatale bedreiging, mishandeling en aanranding gekomen. Uitspraak: vrijdag 12 maart.

Hoger beroep bij pindakaasmoord

 
 

ROTTERDAM, 19 FEBR.2004 Het openbaar ministerie in Maastricht gaat in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank in Maastricht in de zogenoemde pindakaasmoord. Dat heeft het OM vandaag bekendgemaakt. De 27-jarige Bart S. werd vorige week tot zes jaar gevangenisstraf en tbs veroordeeld door de rechtbank in Maastricht. Het OM vindt de straf te laag.

Strenge vonnissen `Tilburg'

 
 

ROTTERDAM, 18 FEBR. De rechtbank in Breda heeft gisteren hoge straffen uitgedeeld in de rechtszaak tegen de vier verdachten naar aanleiding van het doodsteken van de 18-jarige Bart Raaijmakers in Tilburg vorig jaar juli. Hoewel slechts één verdachte heeft gestoken, is de rechtbank van mening dat ze alle vier schuldig zijn aan doodslag.

 

De hoofdverdachte, de 20-jarige Ben-Ammi G., werd veroordeeld tot negen jaar cel en tbs met dwangverpleging. Medeverdachte Chesley R. (19) die het slachtoffer heeft geschopt en geslagen, kreeg twaalf jaar cel. De 18-jarige Georg de G. en de eveneens 18-jarige Rewie A., die toekeken bij de steekpartij, kregen respectievelijk acht en zeven jaar celstraf opgelegd. Ben-Ammi G. kreeg minder celstraf opgelegd dan medeverdachte Chelsey R. omdat hij door tbs het langst van zijn vrijheid beroofd is. Daarnaast is Chelsey R. ook voor een ander misdrijf met geweld veroordeeld.

 

Volgens de rechtbank was Ben-Ammi G., de man die Raaijmakers de dodelijke messteken toebracht, zich bewust van de mogelijke gevolgen van zijn handelen en had hij de dood van het slachtoffer kunnen voorzien. In het vonnis stelt de rechtbank dat de drie medeverdachten beschouwd worden als medeplegers van de dood van Raaijmakers, omdat er sprake was van een ,,hechte, intensieve en planmatige samenwerking''.

 

Raaijmakers fietste op de avond van 18 juli met zijn broer en een vriend door Tilburg. De vier verdachten, onder invloed van alcohol en drugs, hielden hen staande en eisten geld. Er ontstond een vechtpartij, waarbij de broer en de vriend wisten te ontkomen. Raaijmakers verzette zich en raakte in gevecht met Ben-Ammi G. De hoofdverdachte schopte, samen met Chelsey R., tegen Raaijmakers. Ben-Ammi gaf uiteindelijk de drie fatale messteken in de rug

Zes jaar voor pindakaasmoord

 
 

ROTTERDAM, 12 FEBR. 2004 De rechtbank in Maastricht heeft gisteren de 27-jarige chemicus Bart S. tot zes jaar cel en tbs veroordeeld voor de moord op zijn vriendin. De chemicus had bekend dat hij op 22 juli vorig jaar de gifstoffen natriumazide en theobromide op een broodje pindakaas voor zijn vriendin had gesmeerd. Judith Notermans werd op haar werk onwel en overleed enkele uren later. Voordat de vrouw bewusteloos raakte, vertelde ze dat haar vriend het broodje pindakaas had gesmeerd. Volgens deskundigen lijdt S. aan persoonlijkheidsstoornissen en is hij verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank acht de kans op herhaling groot en heeft tbs opgelegd.

Eis 15 jaar voor steekpartij

 
 

BREDA, 3 FEBR. De officier van justitie van de rechtbank in Breda heeft vanmiddag 15 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging geëist tegen de 20-jarige B.J., die op 18 juli vorig jaar in Tilburg de 18-jarige Bart Raaijmakers bij een gewelddadige beroving op straat doodstak. Tegen drie medeverdachten zijn respectievelijk celstraffen van 15, 12 en 12 jaar geëist.

 

 
 

Doodsteken om niet te verliezen

 

Door onze redacteur Guido de Vries

 

BREDA, 4 FEBR. Het OM eiste gisteren zware straffen tegen vier jongens die vorig jaar in Tilburg Bart Raaijmakers (18) doodstaken, ,,een exces van zinloos geweld''.

 

De vier jonge mannen hadden die vrijdag, 18 juli 2003, een krat bier gestolen bij de Jumbo in een Tilburgs winkelcentrum. Vervolgens gingen ze naar een hangplek, waar ze veel dronken en een jointje rookten. Daar spraken ze over het feest dat ze de volgende dag wilden bezoeken, maar waarvoor ze geen geld hadden. Die poen móést er komen. Alras was een plan bedacht: ze zouden die avond iemand op straat beroven en in elkaar slaan. Ofwel blammen en droppen, zoals ze die activiteiten zelf noemen.

 

Twee van de vier, Georg de G. (18) en Chesley R. (19), hadden een mes op zak. Ben-Ammi G. (20) ging thuis een slagersmes halen, en bracht ook zijn scooter mee. Ze wilden voor de overval naar de rijke buurt De Blaak rijden, maar konden al eerder toeslaan. In de wijk Reeshof zagen ze drie jongens fietsen, Bart Raaijmakers (18), diens even jonge broer Maarten en hun vriend Lennart. ,,Die zijn op weg naar de stad om uit te gaan, die hebben dus geld bij zich'', riep Ben-Ammi naar Rewie A. (18) die zijn brommer bestuurde. ,,We pakken die tata's (blanken)'', voegde Georg daar aan toe.

 

Het viertal reed naar de fietsers toe, treiterde en bedreigde hen en deelde een paar rake klappen uit. Na een korte pauze bij een flatgebouw gingen ze weer op hun slachtoffers af, en reden hen klem. Geld, geld, geld wilden ze zien, en gsm's. Terwijl zijn broer en vriend wisten te ontkomen en hulp zochten, verzette Bart Raaijmakers zich. Hij raakte in gevecht met Ben-Ammi. Toen Raaijmakers bovenop Ben-Ammi lag, kreeg de laatste hulp van Chesley, die zijn maat bevrijdde. Ben-Ammi en Chesley schopten en sloegen Raaijmakers daarna tegen hoofd en lichaam. Hij kon versuft overeind komen, waarna Ben-Ammi hem met ten minste drie messteken in de rug trof.

 

,,Waarom stak u nog met het mes, Raaijmakers was toch al kansloos?'', wilde rechter H. Alferink gistermiddag van Ben-Ammi weten in de rechtbank van Breda, waar de vier aanvallers terechtstonden. ,,Ik dacht dat ik zou gaan verliezen'', antwoordde hij, ,,en die andere twee jongens kwamen op me af.'' De officier van justitie, R. de Beukelaer omschreef het geweld als ,,vreselijk en aangrijpend''. ,,Ze hebben het hoofd van Raaijmakers omhoog getrokken en er daarna met de wreef tegenaan getrapt, als tegen een voetbal.'' De affaire had hem ook ,,geschokt'', omdat de vier ,,buitengewoon weinig compassie'' toonden. ,,Ze vonden het alle vier normaal wat ze deden'', aldus De Beukelaer.

 

Hij zei dat het niet van belang was wie wat heeft gedaan. ,,Allen zijn medeplegers'', legde De Beukelaer uit, ,,ieder van de vier is akkoord gegaan met het berovingsplan. Ze hebben niet alleen wapens meegenomen, maar ook over het gebruik daarvan gesproken.'' Niemand heeft zich op enigerlei wijze van het geweld gedistantieerd, zei hij, ,,laat staan ervan af gezien''. Tegen hoofdverdachte Ben-Ammi eiste de officier van justitie vijftien jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging wegens moord.

 

De Beukelaar eiste voor ,,dit exces van zinloos geweld'' hoge straffen - tegen Chesley vijftien jaar, tegen Rewie en Georg twaalf jaar wegens `gekwalificeerde doodslag' - ook omdat het grote impact had. Ouders in de Reeshof durven hun kinderen niet meer naar de stad laten fietsen. ,,En het voorval zette heel wat in beweging in de stad.'' Twee van de verdachten zijn Antillianen; toen tien dagen na de steekpartij op het Verdiplein in Tilburg een massale vechtpartij plaatsvond tussen Antillianen en Somaliërs, kondigde burgemeester Johan Stekelenburg harde maatregelen aan tegen criminele (vooral allochtone) jongeren, die hij als ,,rotzakken'' omschreef.

 

Op de zitting in Breda toonden de vier verdachten spijt. Drie van de vier zeiden ,,agressief'' te zijn geworden door ,,alle drank''. Rewie vertelde zich niet te herinneren dat de straatroof bewust was gepland, maar de officier van justitie vond dat hij ,,wel degelijk'' op de hoogte was. ,,Hij heeft op zeker moment zelfs `we pakken ze, we zijn er klaar voor' geroepen.'' Georg was bij de tweede confrontatie niet in de buurt, zei hij, omdat hij op zoek was naar een gouden ketting die hij bij het eerste geweld was verloren.

 

Hoofdverdachte Ben-Ammi en Chesley zijn een keer eerder met justitie in aanraking geweest. Ben-Ammi loopt volgens onderzoeksrapporten wat zijn sociaal-emotionele ontwikkeling betreft zo'n vijf jaar achter bij zijn leeftijdgenoten. Zijn vader heeft ,,een detentieverleden'', zou hem weleens hebben meegenomen naar een coffeeshop en hem hebben aangemoedigd drugs te gaan verkopen.

 

De vier advocaten vonden de eisen extreem. De rechtbank doet 17 februari uitspraak.

 

Acht jaar cel en tbs in zaak René Steegmans

 
 

ROTTERDAM, 2 FEBR. 2004 Het gerechtshof in Den Bosch heeft in hoger beroep de 19-jarige Khalid L. uit Venlo maandag veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. L. mishandelde op 22 oktober 2002 de 22-jarige René Steegmans bij een supermarkt in Venlo. De student overleed aan de gevolgen hiervan. De rechtbank in Roermond veroordeelde L. vorig jaar tot acht jaar cel en tbs. L. ging in hoger beroep. Het Hof zag echter geen aanleiding een lagere straf op te leggen.

Tussen zware criminelen

 

Door Marleen Luijt

 

Eerste baan als groepsleidster in tbs-kliniek

 

Linda Sieljes werkt bij een tbs-kliniek. Aanvankelijk vond ze dat iedereen een tweede kans verdient. ,,Maar je wordt realistisch.''

 

In eerste instantie wilde Linda Sieljes naar de Hogere Hotelschool. Maar daar kwam ze snel van terug toen ze in een restaurant ging werken. ,,In een restaurant heb je wel contact met mensen, maar op een andere manier dan ik zou willen.'' Ze kwam erachter dat ze mensen op een ander niveau wilde helpen. ,,En het leek me niks om met kerst in een restaurant te staan. Dan zou ik niet met mijn familie kunnen eten. Maar goed, nu eet ik met kerst samen met zware criminelen'', lacht ze.

 

Linda Sieljes (23) werkt sinds anderhalf jaar als groepsleidster in de Dr. Henri van der Hoeven Kliniek, een tbs-inrichting in Utrecht. Daarvoor, tijdens haar studie Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Hogeschool van Utrecht, liep ze stage bij de kliniek. ,,Daar kwamen al mijn interesses bij elkaar: criminaliteit, psychiatrie en mensen helpen bij alledaagse dingen. Alhoewel ik in het begin de sensatie ook wel leuk vond'', bekent ze. Haar moeder was in het begin enigszins bezorgd. ,,Ze zei tegen me: ik hoopte vroeger altijd dat jij dit soort mensen nooit zou tegenkomen in de maatschappij, maar nu ga je ermee werken.''

 

Toen ze net bij de kliniek begon, was ze erg idealistisch, zegt Sieljes. ,,Negen van de tien tbs'ers heeft een erg ongelukkige jeugd gehad, daarom vond ik dat iedereen die de fout in was gegaan een tweede kans verdiende. Maar je wordt wel realistischer als je hier werkt. Dan besef je na een tijd dat dat niet voor iedereen mogelijk is. Sommigen blijven een gevaar voor de samenleving.''

 

Sieljes is daarom altijd alert op haar werk. ,,Je kan niet verwachten dat deze mensen modelburgers zijn als ze binnenkomen. Ze zitten niet voor niks in de tbs-kliniek.'' Scheldpartijen, ruzies en klappen zijn niet ongewoon in haar groep. Ze begeleidt een groep van tien personen, die allen ouder zijn dan zijzelf. De achtergronden verschillen van gijzeling tot brandstichting en van poging tot doodslag tot pedofilie. Zelf heeft ze ook wel eens een klap gehad. ,,Die keren zijn op een hand te tellen en het gebeurt nooit zomaar. Vaak zit zo iemand al langer ergens mee.'' Een half jaar geleden stuurde ze een van de patiënten naar zijn kamer. Dat wilde hij niet. Hij duwde haar aan de kant en stompte met zijn elleboog in haar maag. Toch is ze zelden bang. ,,Er zijn altijd collega's of anderen uit de groep vlakbij. Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat de rest van de groep mij te hulp schiet als ik word aangevallen.''

 

Het is niet alleen kommer en kwel, zegt ze. ,,In de krant staan alleen maar negatieve verhalen over tbs-klinieken. En natuurlijk, als een patiënt buiten in de fout gaat en weer bij ons terugkeert, denk ik ook weleens `pff, ik lijk wel gek'. Maar ik vind het vooral erg interessant werk.'' Simpele dingen als niet alleen aan jezelf denken en boodschappen doen moeten de patiënten vaak leren, zegt ze. Met kleine stapjes is ze al tevreden. ,,Ongeveer anderhalf jaar geleden kwam er een nieuwe vrouw in mijn groep. Ze was heel achterdochtig. Je mocht haar zelfs geen complimentjes geven, want dan dacht ze dat je iets van haar wilde. Nu is ze veel opener. Ik was voor de kerst met haar in de winkel. Vroeger was ze heel chaotisch en wist ze niet wat ze wilde hebben. Nu heeft ze meer overzicht.'' Deze vrouw zal volgens Sieljes binnenkort buiten de kliniek kunnen wonen. ,,Daar doe je het voor'', glimlacht ze.

 

Sieljes werkt fulltime en begint elke dag op een ander tijdstip. Ze verdient per maand netto tussen 1.500 en 2.000 euro. Elke patiënt heeft een eigen dagprogramma. Sieljes helpt en begeleidt de patiënten bij hun activiteiten. Zo brengt ze hen naar de therapeut of een werkplaats. Er zijn verschillende werkplaatsen, zoals een houtzagerij en een keuken. Daar verzorgen de patiënten orders van bedrijven. Elke drie maanden evalueert ze met haar collega's de patiënten en maakt ze verslagen over hen voor de rechtbank. Daarnaast sport ze samen met de patiënten.

 

Hoe lang ze als groepsleidster in de tbs-kliniek blijft werken, weet ze nog niet. ,,Misschien wil ik wel de universitaire vervolgopleiding van Maatschappelijk Werk doen, om buitendienst-functionaris te worden. Dan heb je vooral contact met de families van de tbs'ers. En de patiënten begeleiden als ze buiten de kliniek wonen lijkt me ook interessant. Maar voorlopig vind ik het nog veel te leuk om te zien hoe groepsprocessen werken.''

Moord op Hans van Wieren is een volwassen delict

 
 

ROTTERDAM, 15 JAN. 2004 De moord op de onderdirecteur van het Terra College is zeker ernstig genoeg om als volwassen delict te worden beschouwd. Dat zegt het Haagse openbaar ministerie.

 

Dat kan volgens de Haagse persofficier A. Rijsdorp betekenen dat de 17-jarige verdachte, Murat D., binnen het jeugdstrafrecht als volwassene berecht wordt. Maar de rechtbank weegt daarbij meer dingen mee.

 

De rechtbank hanteert vier criteria. Allereerst moet de verdachte tussen de zestien en achttien jaar oud zijn. Ten tweede kijkt de rechter naar de ernst van het delict. Ten derde wordt bepaald (na psychologisch onderzoek) of de jongere een volwassen persoonlijkheid heeft of juist achtergebleven is in zijn ontwikkeling. Als laatste weegt de rechter de omstandigheden waaronder het delict gepleegd is mee. Zoals het motief voor de daad.

 

Ook als de rechtbank besluit een jongere als volwassene te berechten, speelt de zaak zich in principe achter gesloten deuren af, zoals in het jeugdrecht gebruikelijk is. Daar worden wel eens uitzonderingen op gemaakt, bijvoorbeeld als een delict de samenleving ernstig heeft geschokt. Maar ook dan zijn vaak niet alle delen van de zitting openbaar. Persofficier Rijsdorp: ,,De feitelijke behandeling van de zaak mag dan worden bijgewoond, maar het is minder waarschijnlijk dat dat ook geldt voor de behandeling van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.''

 

Als volwassene berecht worden, heeft grote gevolgen voor de strafmaat. Een jongere kan maximaal 24 maanden jeugddetentie opgelegd krijgen. Ook bestaat de mogelijkheid van plaatsing in een jeugdinrichting. Dat lijkt op tbs, al hoeft er voor de plaatsing geen geestesziekte geconstateerd te worden zoals bij volwassenen. Aan een volwassene kan maximaal levenslang worden opgelegd.

 

In 2001 werd de 18-jarige Ali D. als volwassene berecht nadat hij had geschoten op zijn school in Veghel. Daarbij raakten meerdere mensen gewond. De zaak werd in het openbaar behandeld en hij kreeg vijf jaar gevangenisstraf opgelegd.

Tijdbom als buurman

 

P. Engelen Den Haag

 

Het artikel `Tbs-inrichtingen behandelen 13 procent van veroordeelden buiten de kliniek' ademt een sfeer van: `wanneer een onschuldig burgerslachtoffer het loodje legt omdat hij zo dom was om uit zijn flat te komen toen er een tbs'er langskwam, is dat een ingecalculeerd risico.' Met andere woorden: de maatschappij heeft deze mensen voortgebracht en daarom stoppen we ze weer terug de maatschappij in en mochten er slachtoffers vallen, dan kunnen wij daar als tbs-kliniek ook niets aan doen.

 

Het valt me nog mee dat er geen risico-analyse wordt gegeven, van hoe groot de kans is dat je het slachtoffer wordt van zo'n persoon. Dat je doodgaat aan een enge ziekte of onder de tram kan lopen is ook een risico, maar heeft wel een andere geladenheid.

 

Ik vind dat tbs'ers hun behandeltijd niet moeten kunnen doorbrengen op een flatje om de hoek. Dat is ongevraagd spelen met andermans leven en er gebeuren reeds teveel van dit soort zaken. Of heeft men stiekem toch een kosten-batenanalyse gemaakt en gecalculeerd dat wanneer een tbs'er een burgerslachtoffer maakt, dit niet opweegt tegen de meerkosten van bij te bouwen cellen?

 

In Nederland heerst nog steeds de achterhaalde gedachte van `de maakbare mens'. Mensen die de pech hebben in de buurt van zo'n persoon te leven, leven naast een tijdbom, die op een volkomen onverwacht moment ineens ontploft met alle gevolgen van dien. Met vriendelijke groeten van een verontruste burger die constateert dat langzaam maar zeker de zekerheden verdwijnen waar we zo trots op waren. Veiligheid bestaat niet.

Kwetsbare buurma

 

Grietje Santing lid van Ypsilon, vereniging van familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose

 

Margriet Oostveen heeft een indrukwekkend verhelderend stuk geschreven over mensen met tbs. Tragisch vind ik de laatste zin van Frank: ,,De mensen zullen ons eerder wegjagen, verwacht ik, dan dat ze gewoon een beetje op ons letten.''

 

Wanneer er in zijn jeugd sprake was geweest van een vroege diagnose schizofrenie en wanneer hij toen al goede medicijnen had gekregen, dan was hij nu misschien niet een geheime gevaarlijke buurman geweest, maar slechts een kwetsbaar medemens.