We hebben 193 gasten online

Man ten onrechte in tbs door 'repeterende dwaling'

Gepost in Publicaties

Man jaren ten onrechte in tbs door ‘repeterende dwaling’ (08-06-2011)

Een 26-jarige man heeft jarenlang ten onrechte verbleven in een tbs-kliniek. Rechters en officieren van justitie hebben al die tijd kennelijk over het hoofd gezien dat voor de delicten waarvoor onze cliënt werd veroordeeld geen tbs opgelegd kon worden. Raadsman mr. Wim Anker noemt het veroordelende vonnis uit 2005 en de diverse verlengingen van de tbs “repeterende dwalingen”.

Onze cliënt is in 2005 door de rechtbank in Almelo veroordeeld wegens eenvoudige mishandeling van een jongen en van een man tot een gevangenisstraf van vier maanden en tbs met dwangverpleging. De tbs is in 2008 en in 2010 door dezelfde rechtbank telkens met twee jaren verlengd. De wet regelt dat tbs slechts kan worden opgelegd indien op het feit vier jaren of meer is gesteld. Op eenvoudige mishandeling staat een maximum gevanenisstraf van drie jaren; ten tijde van de feiten was het strafmaximum twee jaren. Voor dergelijke feiten is tbs dus niet toegestaan. “Blijkbaar is de tbs van cliënt een hamerstuk geweest. Het gaat niet om een eenmalige fout, maar om een voortgezette misslag. Dat maakt het zeer uitzonderlijk. Het is opzienbarend. Een rechterlijke dwaling in het kwadraat”, aldus Wim Anker.

Recent nam Anker de verdediging van deze tbs-gestelde over. In het hoger beroep tegen de laatste verlengingsbeslissing van de rechtbank Almelo oordeelde het gerechtshof in Arnhem dat er geen wettelijke basis voor de tbs is. Om die reden heeft het hof de vordering van het OM om de tbs te verlengen afgewezen. Cliënt verblijft thans niet meer in een tbs-instelling

De verdediging bereidt een schadeclaim voor.

Bron www.AnkerenAnker.nl

LJN: AU4890, Rechtbank Almelo , 08/710538-05 Print uitspraak
Datum uitspraak: 25-10-2005
Datum publicatie: 25-10-2005
Rechtsgebied: Straf
Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie: Verdachte heeft een 2-jarig jongetje, dat in een kinderzitje op een fiets zat, vastgepakt en aan zijn T-shirt getrokken, waardoor het jongetje pijn werd aangedaan. Ook heeft verdachte een man meermalen getrapt en in het gezicht en elders op het lichaam geslagen. Voor deze twee gevallen van mishandeling krijgt verdachte van de rechtbank 4 maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging opgelegd.
 
Uitspraak
RECHTBANK ALMELO
Parketnummer: 08/710538-05
STRAFVONNIS
Uitspraak: 25 oktober 2005.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],
geboren te [plaats en land],
thans verblijvende in het huis van bewaring te [plaats],

terechtstaande -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting- terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 21 juni 2005,
in de gemeente Hengelo (Ov.),
ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk een
2-jarig jongetje, genaamd [jongetje], wederrechtelijk van de
vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, met dat opzet zich naar dat
jongetje, dat in een (kinder)zitje (van/op een fiets) zat, heeft begeven en/of
(het t-shirt van) dat jongetje heeft vastgepakt en/of (vervolgens/daarbij) aan dat t-shirt/jongetje heeft getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 21 juni 2005,
in de gemeente Hengelo (Ov.),
opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [jongetje], die toen
in een (kinder)zitje (van/op een fiets) zat, heeft vastgepakt en/of bij het
t-shirt heeft vastgepakt en/of (vervolgens) met kracht aan deze persoon en/of
aan dat t-shirt heeft getrokken, waardoor deze persoon letsel heeft bekomen
en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 21 juni 2005,
in de gemeente Hengelo (Ov.),
opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [man], meermalen,
althans eenmaal, al dan niet met kracht op en/of tegen en/of in het lichaam
heeft getrapt of geschopt heeft geslagen en/of gestompt en/of deze persoon al
dan niet met een (hard) voorwerp in het gezicht of het gelaat en/althans
(elders) in en/of tegen en/of in het lichaam heeft geslagen of gestompt,
waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;


De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.
Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.


De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 1 primair is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.


De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 subsidiair en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 21 juni 2005,
in de gemeente Hengelo (Ov.),
opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [jongetje], die toen
in een kinderzitje op een fiets zat, bij het t-shirt heeft vastgepakt en vervolgens met kracht aan dat t-shirt heeft getrokken, waardoor deze persoon pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 21 juni 2005,
in de gemeente Hengelo (Ov.),
opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [man], meermalen met kracht tegen het lichaam heeft getrapt en deze persoon in het gezicht en elders tegen het lichaam heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het tenlastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 subsidiair en sub 2 telkens het misdrijf:
"Mishandeling",
strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht;

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1 primair en sub 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden onvoorwaardelijk met aftrek van het voorarrest, alsmede TBS met dwangverpleging.

Voor wat betreft de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen de omtrent verdachte door mr. D.F.J. Hoekstra, arts-gedragskundige en J. Dam, zenuwarts/psychiater opgemaakte rapporten met de in die rapporten opgenomen conclusies, van welke rapporten de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd.

De rechtbank is op grond van de inhoud van de rapporten, welke zij tot de hare maakt en van hetgeen verder ter terechtzitting omtrent de persoon van verdachte is gebleken, van oordeel dat verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde, te dien aanzien in sterk verminderde mate toerekeningsvatbaar was en dat, gezien de grote kans op recidive, de veiligheid van anderen danwel de algemene veiligheid van personen, eisen dat verdachte ter beschikking wordt gesteld, met verpleging van overheidswege. Ter terechtzitting is door verdachte meegedeeld dat hij zich kan vinden in een zodanige beslissing. Met name daarom kan hier dan ook worden volstaan met deze bondige motivering.

Gelet op de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat, met inachtneming van het hiervoren overwogene, aan verdachte een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd, waarbij nog het volgende is overwogen:
Verdachte, die in het verleden al eerder terzake geweldsdelicten met politie en justitie in aanraking is geweest heeft zich thans andermaal aan soortgelijke feiten schuldig gemaakt. Met name het onder 1 bewezenverklaarde feit houdt een ernstig delict in dat, met name gelet op de omstandigheden waaronder en de wijze waarop dat feit is gepleegd, veel indruk heeft gemaakt op de moeder van het slachtoffer en het een feit betreft waardoor de rechtsorde is geschokt.
Op feiten als de onderhavige past, naar het oordeel van de rechtbank, als reactie slechts een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft de rechtbank in belangrijke mate rekening gehouden met genoemde aan verdachte op te leggen maatregel.

De na te melden straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormeld artikel, op de artikelen 10, 27, 37a, 37b en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het sub 1 subsidiair en sub 2 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van vier maanden.

Gelast de terbeschikkingstelling van verdachte;

Beveelt dat de terbeschikkinggstelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;


Aldus gewezen door mr. Drewes, voorzitter, mrs. Vogel en Groener, rechters, in tegenwoordigheid van Klaassen, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 oktober 2005.
LJN: BQ2578, Gerechtshof Arnhem , TBS P11/0017  
Datum uitspraak: 21-04-2011
Datum publicatie: 02-05-2011
Rechtsgebied: Straf
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Inhoudsndicatie Afwijzing van de vordering tot verlenging van de TBS-maatregel De maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is bij vonnis van 25 oktober 2005 opgelegd terzake van de misdrijven, te weten: mishandeling, meermalen gepleegd. Dit vonnis is onherroepelijk en is dus niet aan het oordeel van het hof onderworpen. Echter ongeacht het gesloten stelsel van strafrechtelijke rechtsmiddelen vloeit uit het systeem van de wet voort dat verlenging van een terbeschikkingstelling, die niet opgelegd had mogen worden, ontoelaatbaar is. Gelet op de formulering van artikel 37a lid 1 sub 1° van het Wetboek van Strafrecht, waarin sprake is van “een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld” kan ter zake van mishandeling niet de maatregel van terbeschikkingstelling worden opgelegd. Dat, zoals in het onderhavige geval, sprake is van “mishandeling, meermalen gepleegd” maakt dit niet anders, nu naar de hiervoor aangehaalde bewoordingen van artikel 37a lid 1 sub 1° van genoemd wetboek het wettelijk strafmaximum van de afzonderlijke delicten bepalend is en de samenloopregeling van artikel 57 van genoemd wetboek hier buiten toepassing dient te worden gelaten.
 
Uitspraak

TBS P11/0017
Beslissing d.d. 21 april 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

Betrokkene
geboren in Sierra Leone in 1984,
verblijvende in FPC Veldzicht te Balkbrug.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Almelo van 30 december 2010, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Overwegingen:

Het oordeel van het hof

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen daar het tot een andere beslissing komt.

Voor een goed begrip in deze zaak acht het hof het van belang dat de belangrijkste ontwikkelingen betreffende de terbeschikkingstelling van betrokkene worden weergegeven:

- Bij vonnis van de rechtbank Almelo van 25 oktober 2005 is betrokkene veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, ter zake van: mishandeling, meermalen gepleegd;
- De terbeschikkingstelling is ingegaan op 27 november 2005;
- De terbeschikkingstelling is -behoudens de beslissing waarvan beroep- verlengd bij beslissing van de rechtbank Almelo van 20 november 2008.

De maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is bij vonnis van 25 oktober 2005 opgelegd terzake van de misdrijven, te weten: mishandeling, meermalen gepleegd. Dit vonnis is onherroepelijk en is dus niet aan het oordeel van het hof onderworpen.
Echter ongeacht het gesloten stelsel van strafrechtelijke rechtsmiddelen vloeit uit het systeem van de wet voort dat verlenging van een terbeschikkingstelling, die niet opgelegd had mogen worden, ontoelaatbaar is. Gelet op de formulering van artikel 37a lid 1 sub 1° van het Wetboek van Strafrecht, waarin sprake is van “een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld” kan ter zake van mishandeling niet de maatregel van terbeschikkingstelling worden opgelegd. Dat, zoals in het onderhavige geval, sprake is van “mishandeling, meermalen gepleegd” maakt dit niet anders, nu naar de hiervoor aangehaalde bewoordingen van artikel 37a lid 1 sub 1° van genoemd wetboek het wettelijk strafmaximum van de afzonderlijke delicten bepalend is en de samenloopregeling van artikel 57 van genoemd wetboek hier buiten toepassing dient te worden gelaten.

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat de vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege afgewezen dient te worden.
Het hof merkt ten overvloede op dat het er vanuit gaat dat de kliniek betrokkene overbruggende zorg zal bieden en hem niet “zomaar” op straat zal zetten en dat de overheid bij afweging of en wanneer betrokkene, zoals door de advocaat-generaal is aangegeven, in vreemdelingenbewaring zal worden genomen, zich rekenschap zal geven van de psychische gesteldheid van betrokkene.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Almelo van 30 december 2010 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.

Wijst af de vordering van de officier van justitie.

Aldus gedaan door
mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter, mr J.M.J. Denie en mr T.M.L. Wolters als raadsheren, en dr. W. van Kordelaar en prof. dr. B.C.M. Raes, als raden,
in tegenwoordigheid van M.C.L. Roelofs als griffier,
en op 21 april 2011 in het openbaar uitgesproken.