We hebben 104 gasten online

Criminaliteit en rechtshandhaving 2011 samenvatting tbs

Gepost in Publicaties

7.1.2 Tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel

Een rechter kan tbs opleggen aan een verdachte van een misdrijf waarop een straf van minimaal 4 jaar staat en van wie is aangetoond dat hij of zij (deels) ontoerekeningsvatbaar is. Vaak is er dan sprake van een persoon­lijkheidsstoornis en/of ernstige psychische ziekte. Doorgaans wordt de tbs-maatregel opgelegd aan meerderjarigen. De directie Forensische Zorg van DJI voert deze maatregel uit (zie hoofdstuk 2).

Er bestaan twee vormen van tbs, namelijk tbs met voorwaarden en tbs met bevel tot verpleging (zie hoofdstuk 2). In deze paragraaf wordt primair ingegaan op tbs met bevel tot verpleging.

Van 2005 tot 2011 daalde het aantal opleggingen van tbs met bevel tot verpleging van 207 tot 100 (zie tabel 7.8 in bijlage 4).

Tbs kan ook worden opgelegd in combinatie met een gevangenisstraf. De tbs gaat dan in nadat de veroordeelde de gevangenisstraf heeft uitgezeten. Pas nadat de gevangenisstraf is uitgezeten vindt overplaatsing naar een forensisch psychiatrisch centrum (FPC) plaats (Tbs in getal, 2012). Het aantal opleggingen van tbs met bevel tot verpleging met een gevangenis­straf korter dan 6 maanden schommelde tussen 2005 en 2010 tussen de 20 en 30, in 2011 daalde dit aantal tot 10 opleggingen. De groep met een gevangenisstraf van 6 maanden tot 2 jaar daalde gedurende de gehele periode van 2005 tot 2011. Zo ging het in 2005 nog om 90 tbs-gestelden, in 2011 is dit aantal gedaald tot 30. De trend bij de tbs-gestelden met een gevangenisstraf van 2 jaar of meer is ook dalend: van 70 tbs-gestelden in 2005 tot 30 tbs-gestelden in 2010. In 2011 volgde echter een stijging tot 40 tbs-gestelden (zie figuur 7.5).

177 Tenuitvoerlegging

 

Criminaliteit en rechtshandhaving 2011

Figuur 7.5 Opleggingen tbs met bevel tot verpleging in combinatie met een gevangenisstraf

0102030405060708090100Tbs en gevangenisstraflanger dan 2 jaarTbs en gevangenisstrafvan 6 mnd tot 2 jaarTbs en gevangenisstraftot 6 maanden2011*201020092008200720062005

* Voorlopig cijfer.

Voor de corresponderende cijfers zie tabel 7.9 in bijlage 4.

Bron: DJI

De gemiddelde gerealiseerde capaciteit van de FPC’s is tussen 2005 en 2010 gestegen. In 2005 ging het nog om 1.500 plaatsen, in 2010 is de capa­citeit opgelopen tot 2.160 plaatsen, maar in 2011 daalde dit aantal tot 2.060 plaatsen. Doordat de capaciteit van de FPC’s is toegenomen en door­dat het aantal opleggingen van tbs met bevel tot verpleging is afgenomen, is het aantal tbs-passanten7 ook afgenomen de laatste paar jaar (Tbs in getal, 2012). Tbs-gestelden kunnen hierdoor sneller worden geplaatst in een FPC in plaats van te wachten in een PI. Het gemiddelde aantal tbs-passanten daalde tussen 2005 en 2011 van 210 naar 20. De gemiddelde wachttijd voor tbs-passanten daalde in 2011 tot gemiddeld 60 dagen; in 2005 ging het nog om 280 dagen (zie figuur 7.6).

7 Tbs-passanten zijn tbs-gestelden die wachten in een PI om te worden geplaatst in een FPC. 178

 

Figuur 7.6 Capaciteit FPC’s, aantal tbs-passanten en wachttijd in dagen*

05001.0001.5002.0002.500Capaciteit FPC’s*Gemiddeld aantal passantenGemiddelde wachttijd oppeilmoment (in dagen)2011201020092008200720062005

* Gemiddelde gerealiseerde capaciteit. Peilmoment ultimo jaar.

Voor de corresponderende cijfers zie tabel 7.8 en 7.10 in bijlage 4.

Bron: DJI

Het aantal tbs-gestelden in een FPC (ultimo december) nam van 2005 tot 2009 voortdurend toe van 1.490 tot 2.010 tbs-gestelden, vanaf 2010 daalde dit aantal tot 1.840 tbs-gestelden in 2011 (zie tabel 7.8 in bijlage 4).

In 2011 zijn 110 tbs-gestelden voor het eerst opgenomen in een FPC, in 2005 ging het nog om 160 eerste opnames, terwijl dit er in 2006 320 waren (zie tabel 7.11 in bijlage 4). De gemiddelde leeftijd van de personen in een FPC lag rond de 40 jaar. Rond de 6% tot 7% van de tbs-populatie was vrouw (zie tabel 7.12 in bijlage 4). Zowel de leeftijd van de tbs-gestelden als het aandeel vrouwen in een FPC is nauwelijks veranderd tussen 2005 en 2011.

De verblijfsduur in een FPC wordt bepaald op basis van instroomcohorten. De meest recente verblijfsduur (intra-/transmuraal) op basis van instroom­cohorten bedraagt 9,6 jaar (Tbs in getal, 2012).

Omdat de behandeling van de tbs erop is gericht om een terugkeer in de maatschappij mogelijk te maken is er het proefverlof. De tbs-gestelde woont dan met toestemming buiten een FPC (extramuraal). Wel moet hij zich houden aan de voorwaarden uit het proefverlofplan. Een proefverlof wordt

Criminaliteit en rechtshandhaving 2011

nauwlettend in de gaten gehouden. Indien nodig kan dit verlof direct worden ingetrokken. De reclassering begeleidt het proefverlof. Het gemiddelde aantal proefverloven daalde tussen 2005 en 2010 van 110 naar 80 proefverloven, in 2011 steeg dit aantal weer tot net boven de 100 proefverloven. De gemiddelde duur van de beëindigde proefverloven nam eerst nog toe van 2005 tot 2010: van gemiddeld 1,5 jaar tot 3 jaar in 2010, in 2011 daalde dit aantal weer tot 2 jaar (zie tabel 7.8 in bijlage 4).

Om een meer geleidelijke overgang naar een einde van de tbs mogelijk te maken, is er naast het proefverlof de voorwaardelijke beëindiging (Tbs in getal, 2012). Na een aanvankelijk dalende trend tussen 2005 en 2007, steeg het aantal voorwaardelijke beëindigingen van 2008 tot 2010 van 60 naar 120 voor­waardelijke beëindigingen. In 2011 ging het om 115 beëindigingen. Het aantal daadwerkelijke beëindigingen schommelde tussen 2005 en 2010 tussen de 100 en 110, maar liep in 2011 op tot 150 beëindigingen (zie figuur 7.7).

Figuur 7.7 Tbs-beëindigingen*

020406080100120140160Beëindigingen Voorwaardelijke beëindigingen2011201020092008200720062005

* 2011 voorlopige cijfers.

Voor de corresponderende cijfers zie tabel 7.8 in bijlage 4.

Bron: DJI

Tussen 2005 en 2011 waren er nauwelijks ontvluchtingen uit een FPC. Alleen in 2008 en 2010 was er sprake van één ontvluchting. Het aantal ongeoorloofde afwezigheden, zoals onttrekking aan toezicht buiten een FPC, schommelde tussen 2005 en 2011 tussen de 20 en 75, waarvan de meeste in 2005 plaatsvonden. In 2011 was dit aantal 37 (zie tabel 7.8 in bijlage 4). 180