We hebben 412 gasten online

Valse aangiften en zedenzaken Deel 7

Gepost in Valse aangiften

Herinneringstherapie en het rapport Omstreden Herinneringen van de Gezondheidsraad
Bron NRC 28-01-04
Seksueel misbruik van jeugdigen behoort tot de ,,zeer ernstige schendingen van de rechten van het kind'. Zo verklaarde de toenmalige minister van Justitie Korthals vijf jaar geleden. Hij voegde daar nadrukkelijk aan toe: ,,het kabinet deelt de verontwaardiging'. Er zijn inderdaad weinig delicten die op zo'n brede afkeuring kunnen rekenen als vergrijpen tegen kleine kinderen. Ook al kan, zoals de minister in herinnering bracht, ,,met name incest in elk gezin voorkomen'. Het risico van een dubbele moraal is met andere woorden niet te verwaarlozen. Dat maakt verontwaardiging tot een onbetrouwbare leidsman.
Het rapport "Omstreden herinneringen' van de Gezondheidsraad vestigt de aandacht op de valkuilen van de verontwaardiging. Het gaat over met behulp van psychotherapie terughalen van verdrongen herinneringen over seksueel misbruik in de kindertijd. Dat is sinds het begin van de jaren negentig een hele trend geworden, die in 1994 zelfs leidde tot een verlenging van de verjaringstermijn in strafzaken over seksueel misbruik van kinderen. Het terughalen van herinneringen is echter een riskante methode, concludeert de Gezondheidsraad. De therapeut moet er steeds op bedacht zijn dat een suggestieve benadering of technieken als hypnose of droominterpretatie leiden tot fictieve herinneringen.
De identificatie met het slachtoffer kan niet alleen de therapeut parten spelen, maar ook de justitiële autoriteiten. Deze zijn juist op het gevoelige terrein van de zedendelicten bepaald niet immuun voor politieke correctheid, zo werd een jaar of wat gesignaleerd in de bundel ,,Psychiatrie en justitiabelen'. De wetswijziging van tien jaar geleden maakte dat de verjaringstermijn pas begint te lopen op het achttiende levensjaar van de betrokkene. Deze heeft in sommige gevallen nog vijftien jaar om een aangifte te doen. Daarvoor waren bepaald wel argumenten, maar duidelijk was evenzeer dat deze uitbreiding van de justitiële mogelijkheden grote risico's van valse of sterk overdreven aangiften met zich meebrengt. De vraag of de justitie daar altijd wel even goed op bedacht is, is de afgelopen jaren goed gebleken voor een felle polemiek.
De Gezondheidsraad waarschuwt nu in elk geval in niet mis te verstane bewoordingen dat de resultaten van herinneringstherapie niet thuishoren op het politiebureau of in de rechtszaal. Therapeuten dienen zich ook te onthouden van getuigenverklaringen over patiënten. Het kan echter niet blijven bij de vaststelling dat er een verschil bestaat tussen de juridische waarheid en de therapeutische waarheid. Dat deze laatste per definitie van strikt persoonlijke aard is, kan de hulpzoekende wel enige ruimte bezorgen, maar mag geen vrijbrief zijn voor dubieuze therapieën en de bijbehorende therapeuten.
Het misbruik is meestal niet vergeten, maar verzwegen'
Door onze redacteur Esther Rosenberg NRC 31-01-04
Advocaten zedenzaken tevreden met advies over gebruik van herinneringen
ROTTERDAM, 31 JAN. De verklaring van de therapeut heeft weinig waarde meer in zedenzaken. Maar hoe bewijs je seksueel misbruik dan, jaren later? ,,Niet alle herinneringen zijn onbetrouwbaar''.
Tegen de rechter zeggen dat je je nu pas herinnert als kind seksueel misbruikt te zijn, dat kan echt niet meer. Ook de therapeut zal niet meer worden geloofd, nu geheugendeskundigen deze week hebben bepaald dat op basis van herinneringen niet is te zeggen of een traumatische gebeurtenis daadwerkelijk is gebeurd. Maar hoe is seksueel misbruik als kind dan nog te bewijzen op latere leeftijd?
Om een zedenzaak te winnen is, net als in andere rechtszaken, wettig en overtuigend bewijs nodig. Dat wil zeggen dat de zaak op ten minste twee bewijzen moet steunen én de rechter overtuigd moet zijn van het gelijk van het slachtoffer. De verklaring van het slachtoffer kan één bewijs zijn. De verklaring van een ander kan bewijs nummer twee zijn
Die ander was in de jaren tachtig en negentig vaak de behandelend therapeut. ,,Maar het kan ook zijn dat het kind tijdens schoolkamp 's nachts aan drie vriendinnetjes erover heeft verteld en er bij heeft gezegd dat ze er thuis niet over mochten praten'', zegt de Alkmaarse advocate Gerda van Dijk. ,,Of er is een dagboek, waarin het kind nauwkeurig alles heeft bijgehouden. Dat kun je achteraf onmogelijk vervalsen.'' Van Dijk verdedigt al zeventien jaar slachtoffers van seksueel misbruik. Eén keer kwam een vrouw Van Dijks kantoor binnen, die gezien had dat haar man hun dochter betastte. ,,Dat is een uitzondering. Er is nooit direct bewijs.'' Soms - in een op de drie gevallen - bekent de dader, zegt Van Dijk
De advocate is blij met het rapport van de Gezondheidsraad dat deze week uitkwam. Daarin staat dat een meisje (of jongen, maar meestal betreft het meisjes) kan vergeten dat ze seksueel is misbruikt. Emeritus-hoogleraar psychologie W. Everaerd, die het onderzoek leidde, vergelijkt het met een black-out door stress tijdens tentamens. Later zou een vrouw zich het weer kunnen herinneren, bijvoorbeeld in de veilige omgeving die de psychotherapeut biedt. Maar het kan ook zijn dat een vrouw zich dingen herinnert die nooit zijn gebeurd, vanwege de suggestieve benadering van de therapeut. Hervonden en fictieve herinneringen zijn onmogelijk van elkaar te onderscheiden, aldus de Gezondheidsraad.
,,Ik ben blij dat er duidelijkheid is'', zegt Gerda van Dijk over het advies. Honderden zaken voerde ze. Slechts vier daarvan betroffen vrouwen die zich op latere leeftijd pas seksueel misbruik herinnerden. Deze weinig voorkomende zaken trekken onevenredig veel aandacht, zegt Van Dijk, waardoor het lijkt alsof om het om heel veel zaken gaat. En alsof alle herinneringen onbetrouwbaar zijn. Van Dijk vraagt aandacht voor de grotere groep vrouwen die eveneens op latere leeftijd aangifte doen, maar om andere redenen. ,,Deze vrouwen zijn het misbruik niet vergeten maar hebben het verzwegen, en dat is heel iets anders.''
Zij is bang dat wanneer het onderscheid niet duidelijk wordt gemaakt de laatste, vele malen grotere groep vrouwen de dupe wordt. Ongeveer 90 procent van de vrouwen doet op volwassen leeftijd aangifte omdat ze dan het huis uit zijn, of dan pas inzicht hebben in wat er is gebeurd, of zien dat de dader een ander slachtoffer heeft gevonden. Bijvoorbeeld: ,,Een stiefvader die een nieuw gezin sticht en een dochter krijgt.'' Ook de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (zie inzet) waarschuwde eerder voor verwarring tussen zaken die over hervonden en over continue herinneringen gaan.
Maar volgens Chris Veraart is het onderscheid tussen het verzwijgen en vergeten van seksueel misbruik helemaal niet zo duidelijk te maken. Veraart is ook advocaat in zedenzaken, eveneens in Alkmaar. Alleen verdedigt hij de verdachten. Van Dijk en Veraart staan vaak tegenover elkaar in rechtszaken. Híj zegt enkele tientallen zaken te hebben gevoerd die voor een belangrijk deel draaiden om de herinneringen van het vermeende slachtoffer en de belastende verklaring van de therapeut. ,,Vaak zegt een vrouw in eerste instantie dat ze zich door therapie dingen is gaan herinneren. Later, tijdens de rechtszaak zegt ze: ik wist het altijd al.''
Veraart schreef een boek, Valse Zeden, over valse aangiften in zedenzaken. Hij overweegt voor verschillende van zijn cliënten in revisie te gaan bij de Hoge Raad, met het rapport van de Gezondheidsraad in de hand. ,,Er waren zaken die feitelijk niet eens mogelijk waren: een oude man die iedere dag zijn stiefdochter misbruikt zou hebben. Dan zei de rechter: wat maakt het nu uit of ze iedere dag of iedere week werd misbruikt, en de man is veroordeeld.''
Voor sommige andere cliënten wil Bullens proberen schadevergoeding te krijgen, of rehabilitatie. Dat laatste betreft zaken die geseponeerd werden wegens gebrek aan bewijs. Deze voormalige verdachten kregen een code 02 in hun documentatieregister. Veraart wil dat ze code 01 krijgen: ten onrechte als verdachte aangemerkt. Tegelijkertijd weet hij niet of veel van zijn cliënten nu, jaren later, hun gelijk alsnog willen krijgen. ,,De meesten zijn blij dat het voorbij is.''
Prof.dr. Ruud Bullens (bijzonder hoogleraar forensische kinder- en jeugdpsychologie aan de Vrije Universiteit en lid van de eerdergenoemde expertisegroep) verwacht niet dat het rapport grote juridische gevolgen zal hebben. Een onafhankelijke deskundige kan immers de plaats van de behandelend therapeut innemen. Zelf treedt hij regelmatig op als deskundige in zedenzaken, ,,maar nooit bij mensen die ik zelf onder behandeling heb''.
Therapeut vaak te sturend in zedenzaken'
Door een onzer redacteuren NRC 20-02-04
ROTTERDAM, 20 FEBR. Alternatieve therapeuten hebben vaak een schadelijke, sturende rol in complexe zedenzaken. Dit blijkt uit de rapportage van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) over 2001-2002. De groep noemt de situatie ,,zorgwekkend''.
Bij zulke zaken is vaak sprake van vermeende slachtoffers die zich op latere leeftijd voor het eerst herinneren als kind seksueel misbruikt te zijn. Soms gaat het ook om kinderen die in therapie vertelden dat ze misbruikt werden. Bij een groot deel van de zaken die de LEBZ onderzocht, had degene die aangifte deed therapie of een andere vorm van hulp gehad. Vaak was dit gegeven door therapeuten die niet geregistreerd waren en van wie niet duidelijk was wat voor opleiding ze hadden.
De LEBZ is in 1999 door het college van procureurs-generaal ingesteld om te voorkomen dat mensen die van seksueel misbruik worden beschuldigd al te lichtvaardig worden aangehouden. De groep moet worden geconsulteerd in zaken van ritueel misbruik, hervonden herinneringen of herinneringen aan seksueel misbruik voor het derde levensjaar. Ook adviseert zij in andere complexe zedenzaken.
Van oktober 1999 tot en met december 2002 zijn in totaal 55 zaken aan de groep voorgelegd, waarvan er 45 uiteindelijk door het OM (nog) niet voor de rechter zijn gebracht.
In de periode 2001-2002, waarover de expertisegroep vandaag rapporteert, kreeg de groep 61 zedenzaken voorgelegd, 30 daarvan werden door de groep beoordeeld. In die 30 zaken werden 51 personen beschuldigd van misbruik, 43 daarvan hadden familiebanden met het vermeende slachtoffer.
`Mama zei dat opa aan mijn piemeltje zat'
Door redacteur Esther Rosenberg Bron NRC 20-02-04
ROTTERDAM, 20 FEBR. Bij complexe zedenzaken spelen therapeuten een ,,zorgwekkende'' rol, zeggen experts die het OM adviseren. Vermeende slachtoffers worden gestuurd bij het doen van aangifte.
Een voorbeeld. Moeder doet aangifte van seksueel misbruik van haar dochter. Het misbruik zou zijn gepleegd door haar ex-man, van haar eerste tot haar vierde levensjaar. Vader en moeder voeren in die tijd diverse juridische procedures. Sinds de omgangsregeling zou de dochter agressiever zijn en er zouden problemen zijn bij het verschonen van de luier. Moeder voert zeer geregeld gesprekken met haar dochter over wat haar vader bij haar zou hebben gedaan, speelt met haar dochter de situaties na en laat haar er tekeningen over maken. Als het meisje vier jaar is en tegen haar moeder praat over seksuele handelingen die vader en zij met elkaar zouden verrichten, doet moeder aangifte.
Het is zomaar een voorbeeld uit de rapportage van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken over 2001 en 2002. Een voorbeeld van een zedenzaak waarbij de manier waarop de aangifte van seksueel misbruik tot stand komt is beïnvloed, in dit geval door de moeder. Maar soms ook door een welwillende rechercheur die met het slachtoffer meevoelt en niet goed doorvraagt over wat aan de aangifte vooraf is gegaan. En die sturende vragen stelt, en een familielid bij de verhoren laat zijn, familie die later een rol blijkt te hebben gespeeld bij de wijze waarop de aangifte tot stand is gekomen.
Met name bij kinderen is vaak ,,heel duidelijk sprake van directe beïnvloeding door derden'', aldus de expertisegroep. Er is zelfs een bureau dat gespecialiseerd is in het voorbereiden van kinderen op studioverhoren. Het bureau heeft volgens de groep een ,,ondeskundige werkwijze''.
Een fragment uit zo'n studioverhoor van een zevenjarig jongetje van wie moeder vermoedt dat opa hem heeft misbruikt: Jongen: ,,Ik denk dat-ie mij geslagen heb.'' Vrager: ,,Want hoe weet jij dan dat opa aan jouw piemeltje heeft gezeten?'' Jongen: ,,Dat heeft mama verteld.''
De expertisegroep is in 1999 ingesteld door het college van procureurs-generaal om te voorkomen dat mensen die van seksueel misbruik worden beschuldigd al te lichtvaardig worden aangehouden.
In de jaren '80 en '90 werd al gauw aangenomen dat als iemand aangifte deed van seksueel misbruik `er wel iets van waar moest zijn'. Van valse aangiftes werd nauwelijks melding gemaakt. Na roemruchte zaken over seksueel misbruik in de jaren tachtig en negentig, zoals in Epe, werd kritischer naar die aangiftes gekeken.
De landelijke expertisegroep moet door officieren van justitie worden geconsulteerd bij ingewikkelde of onduidelijke zedenzaken. Deze maken slechts een klein deel uit van alle zedenzaken. Het complexe is dat vaak pas na jaren aangifte wordt gedaan. En in die tussentijd hebben vermeende slachtoffers met derden gepraat, die er ook een mening over hebben.
De expertisegroep keek daarom behalve naar de aangifte, ook naar wat aan die aangifte vooraf is gegaan. En dan blijkt dat een aangifte regelmatig wordt gedaan in geval van echtscheidingen, conflicten in de familie, psychosociale problemen van degene die aangifte doet, of in streng gelovige gezinnen. De dossiers vermelden regelmatig spanningen en conflicten binnen het gezin of zelfs jarenlange familievetes met beschuldigingen over en weer. In de helft van de zaken was sprake van een echtscheiding, ruzies over de omgangsregeling speelden dan vaak een belangrijke rol.
Sturing vond vaak ook plaats door therapeuten. Over die therapeuten zegt de expertisegroep: ,,Gezien de verwoestende bijdrage die enkele therapeuten leverden aan zaken die door de Expertisegroep zijn beoordeeld, de verstrekkende gevolgen voor de betrokkenen en het ontbreken van enige vorm van correctie, constateert de Expertisegroep dat hier sprake is van een zorgwekkende situatie.'' Uit de folder van een betrokken alternatieve therapeut blijkt dat men tijdens zijn sessies altijd stuit op ontbrekende `stukjes' in het bewustzijn. ,,De inhoud van deze stukjes is altijd traumatisch'', zo adverteert de therapeut.
De expertisegroep zegt ,,soms getroffen'' te zijn door het onprofessionele gedrag van enkele hulpverleners. Zoals in het geval van een twintigjarige aangeefster die samen met haar behandelend psychotherapeut per auto haar vroegere leraar achtervolgt. Zij verdenkt hem ervan haar in het verleden te hebben misbruikt. Ze wachten hem op bij school, hij gaat er `als een speer' vandoor. ,,Hij vertoonde vluchtgedrag. Mijn therapeut was dit ook opgevallen.''

 Zie verder deel 8