We hebben 185 gasten online

Valse aangiften en zedenzaken Deel 11

Gepost in Valse aangiften

Omstreden docent eist eerherstel

Laurens Schellen

Guttecoven/Einghausen - De docent van basisschool De Leeuwerik in Guttecoven en Einighausen die volgens politie en justitie ten onrechte door leerlingen is beschuldigd van ontucht, eist volledige rehabilitatie inclusief financiële schadeloosstelling. Maar of de al bijna dertig jaar in het onderwijs gepokte en gemazelde leerkracht op korte termijn terugkeert naar 'zijn' leerlingen van groep acht, is hoogst ongewis.

Afgelopen voorjaar werd de in beide kerkdorpen overbekende leraar onmiddellijk geschorst, nadat twee meisjes in zijn klas hem hadden beticht van seksuele intimiteiten. Onderzoek door de zedenpolitie heeft inmiddels uitgewezen dat de aantijgingen ongegrond zijn. ,,Uit het politie-onderzoek is geen vermoeden gerezen dat de leerkracht zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare zedenhandelingen jegens kinderen'', concludeert de officier van justitie in Maastricht. Zelf heeft de leerkracht, die zich op advies van zijn advocaat mr. R. Wagemans voorlopig van alle commentaar onthoudt, de beschuldigingen aan zijn adres van meet af aan met klem tegengesproken. Volgens hem hebben de bewuste leerlingen de hele affaire uit de duim gezogen, onder meer omdat er in de klas spanningen zouden zijn gerezen over een provinciale breakdance-wedstrijd waaraan een aantal leerlingen zou meedoen.

Hoewel de kantonrechter het schoolbestuur - de regionale stichting Triade - heeft opgedragen de docent nog deze week schriftelijk van alle blaam te zuiveren bij zowel leerlingen, ouders als collega's, wil de school niet meer met de man verder.

Goed ingevoerde bronnen bevestigen dat
directie en bestuur van de school van oordeel zijn dat er inmiddels sprake is van een 'onherstelbare en dus niet meer te overbruggen' vertrouwensbreuk tussen beide partijen.

Hoewel justitie op basis van onderzoek van de zedenpolitie de docent volledig heeft vrijgepleit, wil het schoolbestuur het arbeidscontract liefst zo snel mogelijk ontbinden. Noch schooldirecteur J. Cuijpers noch directeur H. Hoedemakers van Triade wilde gisteren reageren op de affaire, die in Guttecoven en Einighausen al maandenlang de tongen losmaakt.

Advocaat mr. H. Peters van het schoolbestuur wil alleen kwijt dat de door kantonrechter mr. R. baron van Hövell tot Westerflier gelaste bemiddeling tussen beide partijen inmiddels is gestart. ,,Volgens een stappenplan zoals dat door de arbo-arts is voorgesteld.'' Hoeveel tijd dit in beslag neemt, is nog onduidelijk. Vermoedelijk gaat het minimaal om ettelijke maanden.

Peters liet zich gisteren wel ontvallen dat het schoolbestuur de conclusies van de zedenpolitie in twijfel trekt. ,,Wij hebben justitie om een heroverweging verzocht. Het onderzoek van de zedenpolitie is in onze ogen onvolledig geweest. Feit is dat enkele leerlingen op school verklaringen hebben afgelegd die vervolgens niet in het onderzoek zijn betrokken.'' Over de aard van de beschuldigingen aan het adres van de leerkracht wil Peters niets kwijt. ,,In het belang van de privacy van zowel de leerlingen als de docent. Bovendien zou het in deze fase erg onverstandig zijn om zaken nu verder op de spits te drijven.'' Zowel de docent als zijn raadsman mr. R. Wagemans wilde gisteren niet publiekelijk reageren.

Overigens hebben alle leerlingen, ouders en
docenten van de basisschool gisteren een brief ontvangen van het schoolbestuur over de vermeende ontuchtaffaire. Op last van de kantonrechter maakt het bestuur van De Leeuwerik daarin melding van het integrale vonnis en de daaruit voortvloeiende rehabilitatie van de leerkracht

Vervolg vanpagina 1 De Limburger

Guttecoven/Einighausen -

Volgens advocaat Wagemans van de leerkracht betekent de schadevergoeding een kleine overwinning. ,,Maar deze pleister is altijd te klein voor de wond die dit heeft achtergelaten.''

Wagemans: ,,Voor mijn cliënt blijft dit een enorm hard gelag. Het is niet niks als je van zoiets wordt beschuldigd. Zeker als je in een klein dorp woont. Hij heeft 29 jaar voor de klas gestaan en ongeveer het halve dorp lesgegeven. Je raakt ontzettend geïsoleerd''.

Twee meisjes beschuldigden in maart dit jaar de docent van seksuele handelingen. Al een paar dagen later gaven zij volgens Wagemans toe dat hun beschuldigingen niet klopten. ,,De meisjes hebben via MSN op internet afgesproken om hun leraar te pesten. Reden daarvoor was dat hij kritisch was over een oefening voor een provinciale breakdancewedstrijd'', zegt Wagemans. Het schoolbestuur schorste de leraar. Ook nadat zijn onschuld kwam vast te staan, mocht hij niet terugkeren. Via een kort geding eiste hij eerherstel. De rechter gaf hem gelijk en gaf het schoolbestuur afgelopen juli opdracht om alle leerlingen, ouders en docenten van de basisschool een brief te sturen waarin de docent werd gerehabiliteerd.

 

 

Vals beschuldigd

Iedereen kan het zomaar overkomen: vals beschuldigd worden van seksueel misbruik. Vaak is er geen bewijs en volgt vrijspraak. Maar dan is het kwaad al geschied. ‘Je bent al veroordeeld voordat er een rechter aan te pas komt.’
(24e jg. nummer 4, april 2004)ABVA KABO van het FNV

Tekst: Rob Hendriks en Saskia Klaassen

De juristen van Advocatenkantoor Boerhaavelaan, de advocatengroep van ABVAKABO FNV, krijgen met grote regelmaat zaken op hun bureau waarvan de aanklachten op z’n zachtst gezegd dubieus zijn. En soms zelfs onmiskenbaar vals. Iedereen kan het overkomen, maar vooral werknemers in de zorg, welzijn en het onderwijs lopen risico slachtoffer te worden van onterechte beschuldigingen. Daarbij gaat het meestal om aanklachten wegens seksueel misbruik.

Maar waarom beschuldigt een patiënt zijn hulpverlener zomaar van een dergelijk verwerpelijk vergrijp? Dat kan allerlei redenen hebben. "Kinderen kunnen gevoelens van verliefdheid hebben voor een hulpverlener. Als die verliefdheid niet wordt beantwoord, is een valse aangifte een manier om terug te slaan", weet advocaat David Duijvelshoff. Het is echter niet altijd zo dat aangevers liegen, voegt zijn collega Paulette Marie daar aan toe. "Vaak heeft een valse aanklacht te maken met psychische aspecten, waarbij een cliënt bepaalde angsten, of daden die bijvoorbeeld door de buurman zijn begaan, onbewust toeschrijft aan een ander. Daarom is het soms zo moeilijk om door dit soort aanklachten heen te prikken."

Ook voor de politie is het geen eenvoudige opgave om de waarheid te achterhalen. Meestal zijn zedenrechercheurs echter niet geïnteresseerd in de eventuele onschuld van een verdachte, maar richten zij zich uitsluitend op het aantonen van schuld. Marie: "Tijdens het voorarrest, dat op zich al vernederend is, worden aangeklaagden vaak onder druk gezet. Omdat het bewijs dikwijls dunnetjes is, hoopt de politie dat zij een bekentenis afleggen."

De advocaten hebben diverse mogelijkheden tot hun beschikking om gaten te schieten in het politieonderzoek. Zo kunnen deskundigen worden ingeschakeld om de zaak te onderzoeken of kan een reconstructie worden gedaan op de plaats waar de ontucht zich zou hebben afgespeeld. Ook kan de rechter toestemming worden gevraagd om het vermeende slachtoffer te horen en te confronteren met onduidelijkheden of tegenstrijdigheden in de beschuldigingen. Verhoren die op videoband zijn vastgelegd, worden minutieus bekeken en vergeleken met de uitgetikte verslagen. "Vaak blijken dan in het proces-verbaal bepaalde dingen te zijn weggelaten", vertelt Duijvelshoff.

In veruit de meeste gevallen is er zo weinig bewijs dat het openbaar ministerie afziet van strafrechtelijke vervolging, of bij de rechtbank vrijspraak volgt. Voor de aangeklaagde is het leed dan echter al geschied. Marie: "Mensen zijn in elk geval hun baan kwijt, want werkgevers laten bij dit soort kwesties bijna altijd de arbeidsovereenkomst ontbinden omdat iemands positie niet meer houdbaar zou zijn. Je bent al veroordeeld voordat er een rechter aan te pas komt."

Advocatenkantoor Boerhaavelaan biedt leden van ABVAKABO FNV die in verband met hun werk strafrechtelijk vervolgd worden kosteloze rechtsbijstand. De Contactgroep Onterechte Beschuldigingen (COB) helpt mensen die vals beschuldigd worden op weg bij het vinden van hulp en informatie: www.valsbeschuldigd.org

‘Die valse beschuldiging blijft een smet’
Thijs Konings, leraar op een school voor speciaal middelbaar onderwijs, heeft een veelbelovende carrière in het vooruitzicht. Die valt echter onverwachts in duigen: hij belandt in de ziektewet en verliest uiteindelijk zijn baan als hij door twee lichamelijk gehandicapte leerlingen van aanranding wordt beschuldigd. Anderhalf jaar eerder zou hij de borsten en vagina’s van de meisjes hebben betast. Dat zou tijdens schooltijd zijn gebeurd, in de klas en op een gang in de onmiddellijke nabijheid van enkele klaslokalen.

De directie speelt de zaak door naar een onafhankelijke klachtencommissie voor het onderwijs en besluit tevens aangifte te doen bij de politie. Hoewel de commissie al na vier maanden de klachten ongegrond acht, brengt het openbaar ministerie na anderhalf jaar de zaak toch voor de strafrechter. "Terwijl ze hadden moeten weten dat er in feite geen zaak was", zegt Konings verbitterd.

De verklaringen van de leerlingen blijken niet consistent en bevatten aantoonbare onjuistheden. De advocaat van Konings bekritiseert bovendien de manier waarop de verklaringen tot stand zijn gekomen. Een van de leerlingen is verhoord door middel van diskettes die ze zelf thuis op de computer mocht invullen, en waarbij haar moeder en een begeleider hebben geholpen. De verhalen op de diskettes blijken vervolgens tegenstrijdigheden te bevatten, die echter door de politie zijn weggepoetst.

Ook medewerkers van de instelling waar de meisjes wonen, hebben reeds in een eerder stadium een bedenkelijke rol gespeeld. Er is volgens Konings veelvuldig gehandeld in strijd met de richtlijnen voor hoe je omgaat met meldingen van sexuele intimidatie. "Het betreffende personeel bleek hier nog nooit van te hebben gehoord. Zo is er niets terechtgekomen van de aanbeveling om nooit alleen het gesprek in te gaan en een verslag te maken van alle gesprekken. Bij het horen van de meisjes stelden medewerkers bovendien vragen die uitsluitend met ja of nee hoefden te worden beantwoord en vulden zij zelf de verklaringen aan. De aldus verkregen informatie werd onderling uitgewisseld en ook de meisjes zelf konden al die tijd vrijelijk met elkaar praten."

"Dit kan tot een zodanige beïnvloeding hebben geleid, dat daardoor de betrouwbaarheid van de verklaringen die de meisjes later bij de politie aflegden ernstig is aangetast", oordeelt de rechtbank. De rechter spreekt Konings dan ook vrij. Hoewel de leraar na zijn vrijspraak door de schoolleiding is gerehabiliteerd, voelt hij zich nog steeds beschadigd. "De strafzaak is voorbij, maar de narigheid voor mij en mijn gezin duurt nog voort. Die valse beschuldiging blijft een smet. Om mijzelf te beschermen wil ik niet meer in één-op-één-situaties met kinderen komen. Vroeger trainde ik voetbalelftallen, maar dat doe ik niet meer. Er hoeft maar één ouder via het roddelcircuit te horen dat ik van ontucht beschuldigd ben geweest en dan heeft iedereen zijn oordeel klaar."

‘Als man ben je extra kwetsbaar’
Op een dag, nu een jaar geleden, wordt Guido van Dam (28, destijds groepsleider in de kinderpsychiatrie) beschuldigd van ontucht. Hij kan het zich nog goed herinneren. "Ik had avonddienst en bracht een pupil naar bed. De volgende ochtend beweerde ze dat ik in haar onderbroek had gevoeld."

De volgende dag als hij zelf vrij is, vergaderen zijn collega’s al over vervolgstappen. Aan Van Dam wordt niets verteld, het is het uitzendbureau dat hem op de hoogte brengt. De voogdes van het meisje heeft aangifte gedaan en Van Dam wordt op non-actief gesteld met een contactverbod. Hij zoekt zelf contact met de zedenpolitie. "Ik dacht naïef: dit verhaal help ik wel even uit de wereld. Het gaat om een getraumatiseerde verwaarloosde patiënte, die antipsychotische medicatie krijgt omdat ze moeite heeft met het onderscheid tussen werkelijkheid en fantasie."

Het gesprek met de rechercheur verloopt echter anders. "Alles wat je zegt, wordt tegen je gebruikt. Dat ik op dat moment geen relatie had, was al verdacht. Gelukkig had ik vooraf contact opgenomen met een advocaat." Vooral de aanval op zijn integriteit hakt er keihard in. "Dat ze mij in staat achten een kind te betasten, terwijl ik jarenlang bewust, professioneel en pedagogisch met kinderen werk!"

Tijdens de laatste avonddienst had Van Dam onenigheid met het bewuste meisje. Hij denkt dat dit de reden is waarom ze hem vals heeft beschuldigd. Wat hij nog steeds niet begrijpt, is dat zijn collega’s tegenover de politie met geen woord gerept hebben over haar psychiatrische achtergrond. "In plaats daarvan was ik ineens opvallend geliefd bij de kinderen. En er was beduidend vaak sprake van buikpijn en obstipatie, een signaal dat er meer 'slachtoffers' moesten zijn."

Van Dam vindt dat instellingen meer rekening moeten houden met onterechte beschuldigingen. "Nu beschermen de protocollen alleen het kind. Dat is goed, want kinderen zijn kwetsbaar. Maar als vals beschuldigde wil je ook bescherming. Zie het als een beroepsrisico. Als man ben je extra kwetsbaar en heb je al bij voorbaat de schijn tegen. Er wordt gesproken van 'verdachte' en 'slachtoffer', in plaats van 'beschuldigde' en 'aangeefster'. Je bent al bij voorbaat schuldig en helaas kun je onschuld nooit bewijzen. Zolang niets vaststaat, past terughoudendheid."

Na een slopend half jaar wordt de aangifte uiteindelijk geseponeerd 'wegens gebrek aan wettig bewijs'. Van Dam krijgt van de rechtbank een schadevergoeding. Maar tot zijn ongenoegen staat de beschuldiging wel geregistreerd in het algemeen documentatieregister van justitie. De nachtmerries zijn nu minder, evenals zijn 'politiefobie'. Het vertrouwen in collega's herstelt maar langzaam. Wel blijft het verlangen naar rehabilitatie vanuit de instelling. "Juist toen ik ze het hardst nodig had, keerden ze zich tegen me. Waarschijnlijk denken ze nog steeds dat ik schuldig ben."

De namen Thijs Konings en Guido van Dam zijn vanwege privacyredenen gefingeerd.

Verliefde Leerlingen

Onderwijsblad AOB

titel

Verliefde leerlingen

chapeau

 

nummer blad

6

datum blad

19-3-2005

auteur

E. Prins

rubriek

Redactioneel

Blozende wangen, broeierige blikken, uitdagende opmerkingen. Als jonge docent of frisse stagiair kun je een aantrekkelijk doelwit zijn voor leerlingen die smachten naar romantiek. Of van leerlingen die willen provoceren. Klaas, Nelleke, Mark, Laura en Anne-Claire kregen tijdens hun stage te maken met verliefde leerlingen. En dat vonden ze alle vijf knap lastig. Een verhaal over liefde in de klas en het nut van gedragsregels.


“Daniëlle vindt u een lekker ding.” Op een middag tijdens de computerles in 3-vmbo komen twee vriendinnen naar stagiair Klaas Jans (19). Een blozende Daniëlle en haar brutalere vriendin. Klaas, leraar biologie in opleiding, voelt zich minstens zo ongemakkelijk als Daniëlle. “Ik zag wel dat het niet zomaar een grapje was. Ik heb gezegd: kom na de les maar naar me toe dan praten we erover. Op de gang, want ik heb wel geleerd om in zo’n situatie niet alleen met een leerling in een afgesloten ruimte te zijn.”
Nelleke (19), die de lerarenopleiding geschiedenis volgt, werd op haar eerste stageschool, een vmbo, van tevoren gewaarschuwd. “Misschien krijg je te maken met seksistische opmerkingen of zelfs handtastelijkheden. Dat moet je absoluut niet tolereren. Geef heel duidelijk je grens aan.” Ze was dus min of meer voorbereid, maar toen ‘de grootste versierder van de klas’ voor aanvang van een les op haar afkwam en een compliment over haar lijf maakte, schrok ze toch. “Ik vond het bedreigend omdat ik alleen met hem in de klas was. Ik zei iets van: dank je wel, maar van zulke opmerkingen ben ik niet gediend. Toen kwam gelukkig de rest van de klas binnen.”
Populair zijn is leuk. Complimentjes krijgen ook. Maar wat doe je als de warme belangstelling van een leerling overgaat in flirtend of zelfs uitdagend gedrag? Heel duidelijk grenzen aangeven is het belangrijkste. Maar dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Nelleke: “Ik was er heel onzeker over of leerlingen dat van mij wel zouden accepteren. We waren toch praktisch leeftijdgenoten.” Maar ook al is het leeftijdsverschil soms klein, je bent en blijft de docent en daarbij hoort een bepaalde rol. “Leerlingen zijn op zoek naar grenzen en verwachten dat volwassenen die grenzen zullen trekken”, zegt Anke Visser, die bij het APS leiding geeft aan het project preventie seksuele intimidatie in het onderwijs (ppsi).
“Ik moest mijn positie op die school echt bevechten”, zegt Nelleke. De les na het incident voelt ze de hele tijd de minachtende blik van de jongen op haar rusten. “Ik voelde dat hij mij niet accepteerde als docent.” Gelukkig hoefde ze daarna nooit meer in haar eentje voor die klas te staan. Ze besloot de versierder zoveel mogelijk te negeren. “Als we elkaar zagen, probeerde hij af en toe met een opmerking of een blik nog wel een reactie uit te lokken. Maar daar ging ik nooit op in. Toen was de lol er snel af.”

Uitlachen


Een gesprek aangaan of negeren? Die vraag is niet zo makkelijk te beantwoorden, zegt Sanderijn van der Doef. Zij is als psycholoog en seksuoloog gespecialiseerd in de seksuele ontwikkeling van kinderen en jongeren. “Als je voelt of merkt dat het voor de leerling luchtig of alleen maar provocerend gedrag is, zou ik er geen gesprek over aangaan. Daarmee maak je het alleen maar zwaarder dan het is. En ook als je het idee hebt dat het voor de leerling te confronterend is of als je twijfelt, zou ik het laten. Maar als een leerling echt over de schreef is gegaan of als je merkt dat hij of zij er veel last van heeft, is het goed er wel met elkaar over te praten. En uiteraard ook als jij er zelf veel last van hebt.” Neem een verliefdheid in elk geval altijd serieus, zegt Van der Doef. “Voor een kind of een puber kan een verliefdheid net zo serieus zijn als voor een volwassene. En daar past voorzichtig en zorgvuldig gedrag bij. Dus niet bagatelliseren en al helemaal niet een leerling uitlachen of voor schut zetten.”
Klaas en Nelleke hadden het geluk dat ze het goed met hun stagebegeleider konden vinden en het onderwerp bespreekbaar was. “Hij nam mij en de gebeurtenissen heel serieus. Daardoor werd ik minder onzeker”, zegt Nelleke. Hetzelfde gold voor Klaas. “Na het gesprek met Daniëlle, waarin ik haar heel duidelijk had gemaakt dat het niet kan en nooit iets zou worden, heb ik het met mijn coach besproken. Hij vond dat ik het goed had aangepakt en gaf mij nog de tip er meer mensen over in te lichten en aantekeningen te maken van het gesprek.”

Onveilig


Mark (26), derdejaars pabo-student, heeft dat geluk niet. Op zijn huidige stageschool voor voortgezet speciaal onderwijs wordt er in de klas soms flink gegniffeld en geflirt. Ook krijgt hij regelmatig opmerkingen over zijn uiterlijk. “Het zijn geen seksueel getinte opmerkingen, maar in de hele lichaamstaal zie ik dat sommige meiden zich bij mij toch heel anders gedragen dan bij hun eigen juf.” Mark vindt het lastig om zijn houding te bepalen. “Ik negeer het maar zoveel mogelijk. Een gesprek zou het alleen maar te veel lading geven.” Met zijn stagebegeleider kan hij niet goed overweg en de sfeer op school is in zijn ogen ook niet veilig en prettig genoeg om het bespreekbaar te maken. “Ik ben bang dat het zich misschien tegen me zal keren, dat ze denken dat ík sta te flirten.”
Voor een man ligt het volgens Mark sowieso allemaal wat gevoeliger. “Een knuffel van een juf wordt toch heel anders uitgelegd dan een knuffel van de meester.” Daar worstelt hij soms mee. En hij niet alleen. In het Informatieblad starters van ppsi/APS worden beginnende leerkrachten niet voor niets gewaarschuwd voor (valse) beschuldigingen van seksuele intimidatie of ongewenste intimiteiten. De auteurs spreken zelfs van een beroepsrisico.
Er zijn tientallen situaties te bedenken die dergelijke beschuldigingen kunnen uitlokken. Dat levert voor leraren én leraressen talloze dilemma’s op. Kun je buiten school om contact hebben met een leerling? En hoe ver mag dat dan gaan? Samen de kroeg in of naar de film? En chatten met leerlingen? En tot welke leeftijd mag een leerkracht kinderen helpen met aan- en uitkleden?

Anke Visser (APS) pleit daarom voor gedragsregels op scholen. Op de meeste scholen
ontbreken die nog. ‘Scholen zijn wel erg bezig met petten, jassen en mobieltjes, maar een heldere gedragslijn rondom intieme relaties
is ook van belang’, zei ze eerder in het Onderwijsblad.


Elke docent kan te maken krijgen met flirtende en verliefde leerlingen, weet Sanderijn van der Doef. “Daar hoef je niet per se jong of mooi voor te zijn. Iemand die les geeft heeft macht, levenswijsheid en levenservaring. Dat kan voor sommige pubers heel aantrekkelijk zijn.’ En voor wie zich veilig waant op de pabo: ook kinderen in de basisschoolleeftijd kennen verliefdheid en zelfs seksuele gevoelens. En die richten zich soms op de meester of juf. Van der Doef: “Kinderen zijn gevoelig voor voorbeeldfiguren. En als leerkracht heb je een heel belangrijke rol in het leven van een kind. Als een kind je dan ook nog leuk en lief vindt, kan bewondering in sommige gevallen leiden tot verliefdheid.”
Vaak uit zo’n kinderverliefdheid zich heel onschuldig, zoals bij de eerste stage van Laura (24), inmiddels vijfdejaars op de pabo. Een jongetje uit groep 7/8 was overduidelijk verliefd op haar, vertelt ze. “Hij keek me met van die smachtende blikken aan en op werkstukken die hij bij me in moest leveren, tekende hij altijd hartjes.” Hoewel ze het vooral schattig vond, wist Laura toch niet goed wat ze ermee aan moest. Met haar stagebegeleidster kon ze het niet goed genoeg vinden om haar om raad te vragen. Uiteindelijk heeft ze het maar zo veel mogelijk genegeerd. “Het was voor mij geen probleem en ik had ook niet de indruk dat het voor hem een probleem was.”
Maar het kan ook minder onschuldig. Zo kreeg Mark op zijn eerste stageschool van brutale meisjes uit groep 8 wel eens een tik op zijn billen en uitdagende opmerkingen. “Ik reageerde altijd gelijk met: dat mag je niet doen. Daar was het dan ook wel mee klaar. Maar ik voelde me er soms toch wel behoorlijk opgelaten door.”

Te laat


Als elke leraar te maken kan krijgen met verliefde leerlingen, zou je verwachten dat de studie daar goed op voorbereidt. Maar dat gebeurt niet. Alle voor dit verhaal geïnterviewde studenten geven aan dat het onderwerp nooit is behandeld tijdens lessen of colleges en dat er ook in de lesstof niets over is terug te vinden. “Of het wordt behandeld, hangt heel erg af van individuele docenten. Of er iemand op de opleiding is die het belangrijk vindt”, zegt Anke Visser. Haar projectgroep heeft lesmateriaal gemaakt voor pabo’s en tweedegraads opleidingen, maar daar wordt nauwelijks gebruik van gemaakt, weet ze. “Het heeft helaas weinig prioriteit.” Docenten bevestigen het ontbreken van het onderwerp in het curriculum. Maar dat wil niet zeggen dat het niet wordt besproken of onbespreekbaar is. Soms komt het ter sprake tijdens de stagebegeleiding of intervisie. Maar studenten moeten het dan wel zelf aan de orde stellen.
Klaas, derdejaars aan de Noordelijke hogeschool Leeuwarden, heeft het incident met Daniëlle uitvoerig besproken in zijn intervisiegroep. Hij is heel tevreden over deze wekelijkse bijeenkomst met medestagiairs en de begeleidend docent. “Het voelt heel veilig. Je kan daar echt alles vertellen en de feedback is ook altijd heel goed. Er komen vaak goede ideeën en tips uit.” Toch vindt hij het niet goed dat het onderwerp pas aan de orde komt als een student ermee te maken heeft gehad. “Dat is eigenlijk te laat. Ik had er liever vooraf wat over gehoord.”
Ook de andere studenten vinden de geringe aandacht voor dit onderwerp een gemis. “Ik zou het goed vinden als het een item zou zijn aan het begin van het schooljaar”, zegt Nelleke. “Dan ben je beter voorbereid. En het is een signaal dat je erover kan praten.”

Stiekem


Geflirt en verliefdheid zijn overigens niet altijd ongewenst, maar gewenste intimiteiten tussen docent en leerling zijn echt taboe. Dat blijkt uit het verhaal van Anne-Claire van Binsbergen (18), tweedejaars Frans aan de hogeschool van Utrecht.
Tijdens haar eerste stage, ze was toen zeventien, werd Anne-Claire verliefd op een achttienjarige leerling uit havo-5. En hij op haar. De jongen zat niet bij haar in de les, maar wel in haar huiswerkklas. Van de rector had hij haar e-mailadres gekregen om iets af te spreken over bijles Frans. Zo ontstond eerst mail- en later msn-contact. Dat mondde uit in een afspraak in de kroeg en uiteindelijk in verkering. Stiekem, want uit angst voor negatieve reacties, hielden ze het stil. Anne-Claire: “Ik was bang voor een slechte stagebeoordeling en ik zou me er ook niet prettig bij hebben gevoeld als iedereen het wist.”
Deze geheime relatie duurde ruim twee maanden, tot het eind van het schooljaar. Pas toen zij haar eindgesprek achter de rug had en hij zijn laatste examen, durfden ze het bekend te maken. De rector en ook collega’s reageerden, anders dan Anne-Claire had verwacht, heel leuk en enthousiast. “Ik heb niets negatiefs gehoord.” Haar mentrix op de opleiding prees haar dat ze het geheim had gehouden en daar was het mee klaar. Maar was ze niet te ver gegaan door een relatie aan te knopen met een leerling? “Daar was de mentrix niet duidelijk over.”
Anke Visser is dat wel: het is niet wenselijk en het mag ook niet! Althans: een seksuele relatie mag niet zolang beiden nog op school zijn. Dat is geregeld in artikel 249 van het wetboek van strafrecht. Dit artikel stelt seksueel contact binnen een afhankelijkheidsrelatie strafbaar. En dat geldt dus ook als het leeftijdsverschil tussen de leerling en de leraar klein is of beiden meerderjarig zijn. Scholen hebben zelfs een meld- en aangifteplicht. Visser: “Als een docent of een stagiair een relatie krijgt met een leerling, moet een van beiden weg.” Tijdens schoolbezoeken maakt de projectleider zich met dit standpunt niet altijd populair. “Er is altijd wel iemand die een voorbeeld heeft van een geslaagde relatie van een leerling met een personeelslid.” Zelf kent ze echter tientallen voorbeelden waarbij het slechter afliep. Maar ook los daarvan: het mag wettelijk niet en ook ethisch en pedagogisch vindt ze het niet verantwoord. “Hoe je het ook wendt of keert, het is een ongelijkwaardige relatie. Er is sprake van een machtsverhouding. Work and sex don’t mix.” H


Nelleke en Laura wilden alleen met hun
voornaam worden genoemd. De naam
Mark is gefingeerd.

Zie voor meer informatie de site van het
project preventie seksuele intimidatie www.ppsi.nl/aps/PPSI