We hebben 171 gasten online

Samenvattingen

CSE Van Kind tot Burger Hfst 3

Gepost in Nederland

oudleesplankje 19e eeuw

Hoofdstuk 3: Van Bataafse Republiek tot Koninkrijk der Nederlanden

Inleiding

Tussen 1780 en 1795 nam de kritiek toe en vonden veel burgers dat er genoeg was gepraat. Steeds meer patriotten sloten zich bij de burgerwachten aan. Door met hun wapens te dreigen wisten ze zelfs in een aantal steden het bestuur over te nemen. Revolutie?

De stadhouderlijke familie en de in het nauw gedreven regenten deden een beroep op buitenlandse verwanten en sympathisanten. In 1787 wisten ze met behulp van de koning van Pruisen de orde nog te herstellen, maar in 1795 deed de komst van Franse 'burgerlegers' de stadhouder en de regentenkliek alsnog de das om.

Het woord was aan de burgerij en de republiek was voorgoed voorbij en de Bataafse Republiek ontstond.

In dit hoofdstuk komen de volgende deelvragen aan de orde:

1) Hoe werden de Nederlanden een eenheidsstaat?

2) Hoe werden de Nederlanders één volk?

3) Hoe moesten kinderen tot Nederlandse burgers worden gemaakt?

3.1 Franse bevrijders?

Op 14 juli 1789 (de bestorming van de Bastille in Parijs) het begin van de Franse revolutie, zou uiteindelijk ook het einde betekenen van het Oude Regime van Lodewijk XVI. De vorsten in Europa vreesden voor hun lot en wilden actie ondernemen tegen Frankrijk. Veel burgers meldden zich bij het Franse leger aan om gezamenlijk de vorsten van Europa te verslaan. Zo kwam ook de Republiek eind december 1794 aan de beurt. Op 18 januari 1795 vertrok stadhouder Willem V voorgoed naar Engeland.

Veel burgers dachten al aan democratische rechten..

De Franse bestuurders in Parijs beschouwden de relatief welvarende Republiek als 'een kip met gouden eieren'. Ze kozen daarom voor een ' 'fluwelen' revolutie en erkenden al in januari 1795 de 'Bataafse republiek'. In deze nieuwe republiek kregen gematigde patriotten wat meer ruimte maar werden radicale democraten al spoedig teruggefloten.

Maar ze lieten zich dik betalen. Bij het verdrag van den Haag van 16 mei 1795 werd onder meer bepaald dat voor de Franse hulp honderd miljoen gulden zou moeten worden opgebracht en dat de Bataafse Republiek 25.000 Franse soldaten in dienst nam 'ter handhaving van de rust en orde'.

bataafse republiekvlag bataafse repub

Men stelde een Nationale Vergadering in en schreef verkiezingen uit. Alleen voor mannen ' van zeker aanzien en vermogen '. Men kwam echter niet tot overeenstemming. De Fransen waren de besluiteloosheid zat en steunden een staatsgreep waardoor op 23 april 1798 de eerste Nederlandse grondwet 'met overweldigende meerderheid' werd aangenomen. Nederland werd een eenheidsstaat, er kwam één centrale regering in den haag. De invoering van de gelijkheid voor de wet betekende het officiële einde van de standsverschillen en hield tevens in dat de religieuze achterstelling verdween. Kerk en staat, en dus geloof en bestuur, werden voortaan gescheiden. welk werd de politieke invloed van 'het volk' steeds verder teruggedraaid.

In 1799 was in Frankrijk Napoleon aan de macht gekomen. Ook Napoleon zag in de Bataafse Republiek een 'melkkoe'. Dat viel hem tegen en daarom besloot hij in 1806 zijn broer, Lodewijk Napoleon, tot koning te benoemen van het koninkrijk Holland. Einde van de Bataafse Republiek.

lodewijk napoleonLodewijk Napoleon nam zijn taak zeer serieus en probeerde de natievorming te versterken. Ook de centralisering werd steeds verder door gevoerd er kwam zelfs een nationale rechtspraak.(Code Pènal)

Napoleon bleef ontevreden en besloot op 4 juli 1910, nadat Franse troepen Den haag hadden bezet, Nederland als provincie op te nemen in Frankrijk.

3.2 Eén koning, twee Nederlanden

Napoleon werd in 1813 definitief verslagen en de zoon van stadhouder Willem V kwam als koning Willem I terug in de Nederlanden. Op 2 december 1813 werd hij officieel koning Wilem I. Nederland werd een constitutionele monarchie.

Bij het congres van Wenen werd België in 1815 bij Nederland gevoegd ( als buffer tegen Frankrijk).

De nieuwe aangepaste grondwet gaf Wilem I veel macht maar de Nederlanden waren geen eenheid. In België spraken veel mensen Frans en was bijna iedereen katholiek. Er was ook al sprake van industrialisering terwijl het Noorden een handelsnatie was.

Willem I zag 'natievorming' voorlopig als zijn grootste uitdaging en probeerde dit te bevorderen op alle mogelijke manieren. Hij wilde echter ook de Nederlandse taal alleen nog maar toestaan in bestuur en rechtspraak en dat nam de Franse elite niet. Toen hij zich ook nog ging bemoeien met het benoemen van bisschoppen kreeg hij oppositie van de katholieke kerk.

Onder andere door economische tegenwind en nadat de Fransen hun conservatieve koning in 1930 hadden afgezet, ontstonden in de Zuidelijke Nederlanden rellen. Willem I stuurde zijn beide zonen naar Brussel. Het Belgische Nationalisme leidde tot een Opstand en er was geen sprake meer van de Nederlanden onder Willem I.

3.3 Een klein onbeduidend land

kingdom nl 1815 1830ned belgie 1839

Na 1830 stond het Noorden er weer alleen voor. Zou het 'Nederland van boven de Moerdijk' lukken om Brabant en Limburg binnenboord te houden? De aanwezigheid van soldaten uit het Noorden en de onzekerheid over aansluiting bij België hielden deze gebieden en hun bewoners in het gareel. Van nationale eenheid kon voorlopig geen sprake zijn, zelfs de Nederlandse ministaat bleek uit twee naties te bestaan.

Economisch ging het niet veel beter. De Belgische fabrieken waren nu concurrenten. Willem I steunde de oprichting van scheepsbouwbedrijven in Rotterdam en Amsterdam en in Twente werden textielbedrijven opgezet.

De toename van de vrijhandel maakte de zwakte van de Nederlandse economie duidelijk:

  • Engelse industriële garens en stoffen waren zo goedkoop dat de Nederlandse bedrijven afhankelijk bleven van overheidssteun;

  • In 1840 vielen de inkomsten uit Java plotseling terug en de staatsschulden namen toe;

  • Nederlandse boeren gingen zich steeds meer specialiseren voor de export waardoor binnenlandse prijzen begonnen te stijgen;

  • Door de aardappelziekte van 1845 stegen de prijzen van landbouwproducten nog meer;

  • Koopkracht liep daardoor terug voor de bevolking;

  • Als reactie van bovenstaande factoren liep de afzet van de binnenlandse industrie terug.

  • Kleine winkeliers en marktkooplui konden ook steeds minder verkopen en zakten af naar de arme volksklasse. Zij kregen te maken met het gezinsloonmodel en de armoedecyclus.

3.4 Allemaal naar school

De patriottische bestuurders van de Bataafse Republiek wilden dat alle kinderen naar school gingen.

In 1801 schrijft een eerste schoolwet voor dat overal hetzelfde klassikale onderwijs moet wordt gegeven. Een nationale inspectie zal toezien op het onderwijs.

In 1805 laat de agent voor nationale opvoeding Van der Palm de uitspraak en spelling van het Algemeen Beschaafd Nederlands vastleggen.

school uit de franse tijd

School met twee klassen uit de Franse Tijd, naar een gekleurde gravure van J.H. Hoedt, ca 1812. Volgens de schoolwet van 1806 voor het lager Onderwijs van Van den Ende moesten de scholen o.m. in klassen worden ingedeeld. Het tweetalig versje onder de prent ' Leert lezen schryven gy o jeugd, het verstrekt u tot de grootste deugd' harmoniseert niet bepaald met de afbeelding op de prent zelf. (Rotterdams Gemeentearchief) Bron Geschiedenis der Nederlanden 1780-1970 WP deel 3

De schoolwet van 1806 richtte zich vooral op de inhoud van et lager onderwijs e moest dit onderwijs democratiseren (meer kinderen naar school), moderniseren (betere gebouwen , schoolboeken en onderwijzers, en controleren (bezoek door schoolopzieners). Om de eenheid te bevorderen bepaald ede wet dat 'leerstellig onderwijs' verboden was en dat de scholen een 'algemeen christelijk karakter' moesten hebben.

De schoolwet liet bestaande scholen intact en hield vast aan het bestaande onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs.. de beslissing om de kinderen naar school te sturen bleef bij de ouders liggen. het instellen van een leerplicht zat er voorlopig niet in. Wie voortaan als onderwijzer aan de slag wilde, moest over de nodige papieren beschikken.

De schoolwet schreef ook voor dat men van hoofdelijk naar klassikaal onderwijs moest overgaan. In het klassikaal onderwijs stond uitleggen centraal. Orde en tucht ook worden gehandhaafd met een combinatie van beloning en lichte straf. dus werden lijfstraffen afgeschaft.

Zie voor Hoofdstuk 4 CSE Van Kind tot Burger Hfst 4