We hebben 106 gasten online

Samenvattingen

5e druk MeMo Havo Hoofdstuk 3 Tijd van ontdekkers ...
25 mrt 2020 10:45

TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS Blz. 72-89 3. Veranderend mens- en wereldbeeld In dit hoofdstuk wordt de periode van de renaissance, de ontdekkingsreizen en de hervorming behandeld. Het verandere [ ... ]

Memo 4e drukVerder lezen

Samenvatting VWO Feniks Hfst 5 Overzicht van de geschiedenis

Gepost in Tweede Fase 1e druk Overzicht gs

Tijd van Ontdekkers en Hervormers Renaissancetijd en 16e eeuw 1500-1600

tijdvak 5

Hoofdstuk 5: Een nieuwe wereld

Oriëntatie

De tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600) staat bekend als een tijdvak van veranderingen, een nieuwe Tijd of Vroegmoderne Tijd.

  • Bestaande ideeën over geloof en leven werden bekritiseerd;

  • Landkaarten moesten opnieuw getekend worden;

  • Schilders gingen perspectief gebruiken en beeldden menselijke emoties uit;

  • Kerkhervormers wezen op misstoestanden in de rooms-katholieke kerk en op de slecht opgeleide geestelijken;

  • De hervormers splitsen zich af van de rooms- katholieke ‘moederkerk’.

De religieuze tegenstellingen vermengden zich met economische tegenslagen en politieke conflicten. Oorlogen kwamen in de zestiende eeuw vaak voor. Dat stond in schril contrast met de hoogtepunten in de kunst. Vanuit Italië ontwikkelden kunstenaars een stijl die teruggreep op de Klassieke Oudheid maar ook vernieuwend doordat het individu centraal stond.

Ook de wetenschap heroriënteerde zich. In de Middeleeuwen vormde het geloof de basis van het denken. Nu werd de eigen waarneming de basis van het inzicht, waardoor de wetenschap een nieuwe impuls kreeg.

Voor Europa veranderde:

  • De contacten met de wereld buiten Europa groeiden;

  • De zoektocht naar de zeeroute naar Indië leidde tot nieuwe, overzeese betrekkingen;

  • Het Amerikaanse continent wordt dor Spanje in kaart gebracht en in bezit genomen;

  • De Portugezen hadden de hegemonie in Azië maar moesten hun plaats aan de Nederlanders en Engelsen afstaan.

De kenmerken

Waarom gingen Columbus, Vasco da Gama en Magelhães op reis?

  • Om het geloof te verspreiden;

  • De politieke macht te vergroten;

  • Lucratieve handelsmogelijkheden;

  • Nieuwsgierigheid;

  • De drang naar avontuur.

Doordat de Spaanse koning de reis van Columbus had betaald maakte zijn ontdekkingen Spanje tot de heerser over een wereldrijk.

In West-Europa verspreidden de ideeën van de kerkhervormers zich snel. De katholieke kerk verloor het monopolie op het geloofsleven. De protestantse kerk kreeg veel aanhang.

In de Nederlanden vermengde de religieuze strijd zich met een politiek conflict. Karel de V en diens zoon Filips II streefden naar centralisatie en dat leidde bij de adel en de steden tot verzet.

De adel eiste van Filips II:

  • Dat hij rekening hield met hun voorrechten;

  • De hervormers moesten minder hard worden aangepakt.

Filips II weigerde en een tachtigjarige oorlog volgde die zou leiden tot het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Veranderingen voltrokken zich ook in de kunst en de wetenschap. Een frisse nieuwsgierige blik leidde tot nieuwe inzichten in het menselijk lichaam en in de astronomie. Vooral Italiaanse kunstenaars waren toonaangevend. De individuele expressie werd de maat der dingen.

De vijf kenmerken van het tijdvak:

  • Het begin van de overzeese expansie.

  • Het veranderde mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

  • De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de Klassieke Oudheid.

  • De protestantse Reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.

  • Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

Kernbegrippen:

 

Erfgoed

Cultuurgoed dat is overgeleverd uit eerdere tijden.

Katholicisme

Rondom de Kerk van Rome opgezette geloofsrichting, waarbij de paus als aardse plaatsvervanger van Christus wordt gezien.

Kerkhervorming/Reformatie

Protestbeweging tegen misbruiken verkeerde manier van geloven binnen de katholieke kerk.

Protestantisme

Verzamelnaam van verschillende geloofsrichtingen die hun oorsprong kennen in het protesteren tegen misbruiken binnen de katholieke kerk.

Renaissance

Cultuurstroming die de mens als individu centraal stelt en de Klassieke Oudheid als voorbeeld heeft.

Wereldbeeld

Voorstelling omtrent de werkelijkheid van de wereld.

 

 

5.1 Ontdekkers legden de wereld open

Inleiding

In de vijftiende eeuw legden Portugese zeevaarders de basis van de Europese expansie. Een eeuw later gevolgd door Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers. Vanuit Portugal trokken Bartholomeus Diaz, Vasco da Gama en Diogo Cào de wijde wereld in. Spaanse vorsten financierden d eontdekkingsreis van Columbus, die in 1492 Amerika ontdekte.

Het belang van dit onderwerp

Aan gebeurtenissen liggen vaak meerdere motieven ten grondslag. een belangrijke drijfeer voor de ontdekkingsreizigers was het geloof te verspreiden. daarnaast waren er ook andere motieven (zie hierboven).

De gevolgen waren niet altijs zoals verwacht. toeval speelde vaak een rol. Zo belandde de Portugese ontdekkingsreiziger Cabral door onbekende zeestromingen op de Braziliaanse kust, terwijl hij eigenlijk op weg was naar Indië. Het leidde wel tot het koloniale bezit van Portugal. Ook nu kan de toevalsfactor grote effecten hebben en lopen zaken niet zoals vooraf bedacht.

Welke redenen waren er om op ontdekkingsreis te gaan?

Hendrik de Zeevaarder: stuurman aan wal

D e Portugese prins Hendrik de Zeevaarder (1394-1460) heeft veel betekend voor de Europese overzeese expansie. In Sagres, Zuid Portugal, richtte hij een onderzoekscentrum op. De scheepsbouwtechniek werd in Sagres verder ontwikkeld. Hier werden de ontdekkingsplannen gemaakt.

Door de verovering in 1415 van het moslimbolwerk Ceuta op de Marrokaanse kust, kwam Hendrik in contact met handelaren uit Timboektoe (Mali). Hun verhalen brachten hem op het idee langs de onbekende kusten van Afrika te zeilen. Een voor die tijd revolutionaire gedachte, omdat men zich de verschrikkelijkste voorstellingen maakte over wat er 'in het zuiden' te vinden was.

Hendrik zette door. Hij wilde niet alleen de Portugese handel vergroten, maar hij hoopte ook het christelijke koninkrijk van de mythische priester Jan ergens 'achter de Arabische wereld' te vinden.

De Azoren en later ook de Canarische eilanden en Madeira werden door de Portugezen in bezit genomen. Ze gebruikten deze eilanden als uitvalsbasis voor hun verdere tochten. Dankzij de aanwijzingen van Portugese zeelieden werden betere schepen gebouwd. De nieuwe standaard op zee werd het karveel, een schip dat wendbaarder was en meer lading kon vervoeren.

In 1482 kwam Johan II aan de macht in Portugal. Drie jaar daarna plaatste Diogo Cão de Portugese vlag op de kust van Angola. In 1488, voer Bartholomeus Diaz als eerste langs de Kaap de Goede Hoop.

Toevalstreffer of berekenende gok?

columbus

 Portret van Columbus geschilderd door Sebastiano del Piombo, 13 jaar na diens dood.

Het bekendste voorbeeld van Europese expansie beruste eigenlijk op een vergissing. In 1492 'ontdekte' Columbus Amerika tijdens zijn zoektocht naar een zeeroute naar Indië. Hij besefte niet dat hij beland was op een nieuw continent. Voor zijn reis had hij wel zeekaarten bestudeerd en leerde hij de oceaanwinden- en stromingen kennen. Hij baseerde zijn inzichten op de toen beschikbare geografische kennis.

Carreira da India

In 1497 vertrok de Portugees Vasco da Gama uit Lissabon om langs de door Bartholomeus Diaz ontdekte Kaap de Goede Hoop de weg naar Indië te vinden. In 1498 wist hij Indië (het huidige India) te bereiken. Daar bulkte de plaatselijke markt van de specerijen. De Portugezen beschikten echter niet over goede ruilmiddelen om ze te kunnen kopen. Ook weigerden de lokale handelaren nieuwe concurrenten toe te laten tot hun winstgevende handelsnetwerk. De retourvaart kostte velen het leven. Toch zagen de Portugezen de reis als een succes, want de 16.000 km lange route lag nu open.

Om optimaal te kunnen profiteren waren de Portugezen bereid met geweld de handel van de moslims over te nemen. In 1500 ging Pedro Cabral scheep om India op te eisen. Hij landde echter op de Braziliaanse kust, bracht deze in kaart en nam het land in bezit. In India dwong hij vorstendommen aan de Malabarkust tot het tekenen van handelsverdragen. In 1502 keerde Cabral met veel specerijen terug in Lissabon.

wereldkaart

De Portugezen stichtten in 1505 in India een Portugees onderkoninkrijk. Francisco de Almeida, lukt het in 1508 de lokale vorsten te bestrijden en de Portugese dominantie te vestigen. Door de invloed uit te breiden tot de Rode Zee en de Perzische golf kwamen de handelsroutes van India naar de Middellandse Zee in Portugese handen.. In 1510 en 1511 kwamen Goa en Malakka in Portugese handen. De Portugezen kregen ook greep op de handel in China en Japan en op de specerijen van de Molukken. Tegelijk met de militairen en handelaren kwamen katholieke missionarissen mee.

Magalhães

portugese nederzettingenEen van de Spaanse expedities werd geleid door de Portugees Magalhães. Hij concludeerde dat er een zuidelijke doorgang moest zijn van de Atlantische naar de Stille Oceaan. In 1519 vertrok Magalhães met vijf schepen en 250 manschappen uit het Spaanse Sevilla. En het lukte hem.

De tocht over de Stille Ocean duurde lang. Op de Filippijnen sneuvelde Magalhàes in een gevecht met lokale heersers die hij tot het katholicisme wilde bekeren. In 1521 bereikte de vloot van Magalhães uiteindelijk de Molukken. Volgestouwd met specerijen voer men via de Afrikaanse kust terug naar Spanje. Slechte één boot met achttien mannen keerde terug in Sevilla. Spanje trok daaruit de conclusie dat men zich moest richtten op Amerika.

>>>>Portugese nederzettingen rond 1600

5.2 Een nieuwe kennisdrager: de atlas

Inleiding

Niet langer was het geloof de bron van al het weten. In de zestiende eeuw werden eigen onderzoek en waarnemingen steeds belangrijker. Waarheidsgetrouwe wetenschap nam de plaats in van traditionele, symbolistische wetenschap. Geleerden kwamen tot de conclusie dat de wereld anders in elkaar stak dan eerder gedacht werd. Het bestaande wereldbeeld moest worden aangepast. In deze paragraaf bekijken we de nieuwe wetenschappelijke benadering aan de hand van de ontwikkeling van de cartografie, het maken van kaarten.

Het belang van dit onderwerp

Onze huidige onafhankelijke en kritische wetenschap is gericht op het verwerven van nieuwe inzichten. Zonder kritische blik op reeds bestaande ideeën en theorieën komt de wetenschap niet verder. in de zestiende eeuw werd de basis gelegd voor het moderne onderzoek.

Hoe veranderde de kennisverwerving in de zestiende eeuw?

Eind zestiende eeuw slaagde de Nederlander Jan Huygen van Linschoten erin Portugese kennis over de handelsroutes, te ontfutselen. Jan Huygen van Linschoten schreef zijn reiservaringen op. In 1594 werd de Compagnie Van Verre opgericht. de Hollandse geograaf Plancius hielp bij het opstellen van reisplannen richting Indië, onder leiding van Cornelis de Houtman.

Het beeld van de wereld

In de Middeleeuwen geloofde men dat de aarde het middelpunt van het heelal was. Wetenschappers accepteerden dat de aarde bolvorming was. de planeten bewogen zich om de aarde. Daarbuiten begon de oneindigheid, het 'empyreum', de plek waar zich God bevond. In het binnenste van de aarde zetelde in de hel Lucifer.

De Middeleeuwers kenden twee soorten wereldkaarten. De eerste soort was de zogeheten 'zonale kaart' die de aardbol verdeelde in zeven zones: bevroren, gematigd heet, de evenaar en weer terug naar bevroren. Alleen in de gematigde zones was het mogelijk te wonen. Dit wereldbeeld strookte niet met de Bijbel. een onbekende wereld met een onbekend volk kon niet bestaan.

De andere middeleeuwse kaart paste beter in de Bijbelse waarheid: de TO-kaart. De ronde aarde werd op deze kaart door een waterstelsel, gevormd

to kaart door de letter T, in drie landdelen opgesplitst. Boven de horizontale lijn van de T lag Azië, links van de verticale lijn Europa en rechts daarvan Afrika. Jeruzalem als centrum lag bovenaan op de kaart. Daar lag het paradijs, de bron waaruit vier stromingen ontsprongen: de Eufraat, de Tigris, de Ganges en de Nijl. Europa lag linksonder.

Met de werkelijkheid had de OT-kaart niets te maken. Het was een weergaven van mythes, legendes en religieuze informatie.

Ptolemaeus en de Via Arabica

De Arabieren beschikten in de Middeleeuwen over een beter beeld hoe de wereld er uit zag Zij bezaten kaarten uit de Oudheid die wel gebaseerd waren op geografische feiten. Een vooraanstaand geleerde uit de Oudheid was Ptolemaeus, een astronoom, wiskundige en geograaf. Hij schreef de 'Geographia', waarin hij belangrijke maatstaven voor het maken van ene kaart schetste: de Coördinaten voor de plaatsaanduiding en de bolle vorm van de aarde. In 1154 werd het werd het werk van Ptolemaeus door de befaamde geleerde Al Idris gebruikt om een wereldkaart samen te stellen. Al Idris had veel door Europa gereisd en wist daardoor hoe dit continent er uit zag.

ptolomeus

De boekdrukkunst zorgde vanaf de vijftiende eeuw voor een snelle verspreiding van de wereldkaart van Ptolemaeus.

Land en zeekaarten

De kaarten in de Middeleeuwen dienden verschillende doelen. Bijvoorbeeld voor pelgrims. Vanaf de dertiende eeuw gebruikten zeevaarders portolankaarten. Deze kaarten bevatten instructies voor schippers. Kusten stonden duidelijk aangegeven. de binnenlanden waren minder nauwkeurig afgebeeld. Nieuw ontdekte gebieden werden snel ingetekend als men wist waar ze zich bevonden.

De nieuwe kennis van kustlijnen en zeeroutes kreeg namelijk de status van commercieel of staatsgeheim. En dus verwerkte men nieuwe gegevens soms niet. Het koste immers veel geld om expedities uit te zenden en de opbrengst van de pas ontdekte gebieden waren enorm. Doorbrieven van kennis stond daarom gelijk aan landvoorraad en werd bestraft met de doodstraf.

Amerika in kaart gebracht

Het concept van de portolaankaart bleek uiteindelijk het meest bruikbaar voor de wereldkaart. Steeds nauwkeuriger werden de nieuw ontdekte gebieden op de kaarten verwerkt. Een goed voorbeeld daarvan is de kaart die Juan de la Cosa rond 1500 verspreidde. Hij reisde als kapitein mee met Columbus en verbleef lange tijd in de Caraïben en verkende de kust van Zuid-Amerika.

amerika

De la Cosa gaf het gebied dat Columbus ontdekte nog geen naam. De naamgever werd Amerigo Vespucci. Vespucci maakte verschillende ontdekkingsreizen die hij in Mondus novus ('Over de nieuwe wereld') in een beeldende stijl beschreef. Zijn reizen brachten hem bijna tot aan het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika. Zo raakte hij ervan overtuigd dat Amerika een apart continent was.

In 1507 maakte Martin Waldseemüller een nieuwe wereldkaart. Amerika werd nu gescheiden van Azië afgebeeld.

waldseemuller

Nederlandse atlassen

Geheimhouding van de geografische kennis bleek uiteindelijk onmogelijk. Daardoor werden de kaarten steeds beter. Door de voortschrijdende techniek van de drukpers werden ze zelfs lucratief.

Ortelius publiceerde in 1570 een atlas met daarin de stand van de Europese cartografische kennis. Dit Theatrum Orbis Terrarum ('Theater van de wereld') vormde een nieuw concept: kaarten van gelijke omvang werden gebonden in een band. de atlas werd een bestseller.

De kaartenmakers Mercator brachten eind zestiende eeuw een meesterwerk op de markt een driedelige atlas. Naast kaarten maakten Mercator ook globes van de aarde. Informatie die ooit als staatsgeheim gold, werd commerciële handelswaar.

In Nederland traden kaartenmakers in dienst bij handelshuizen. Bijvoorbeeld de cartograaf Peter Plancius (1552-1622). Hij maakte voor de Compagnie van Verre en de VOC gedetailleerde kaarten.

plancius 1594

Kaart Peter Plancius 1594

5.3 Erasmus en het Humanisme

Inleiding

erasmusErasmus was een geleerde die vaak de draak stak met heilige huisjes. deze spot was wel gebaseerd op intensieve studie. Erasmus wilde de mensen leren op zichzelf te vertrouwen. ze moesten beslissingen nemen op basis van kennis die ze zelf hadden verworven. Zo konden ze de verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen leven.

Erasmus is de belangrijkste vertegenwoordiger van het Humanisme. deze wijsgerige stroming met het accent op het individu was in de zestiende eeuw van grote invloed.

Het belang van dit onderwerp

De wortels van het individualisme liggen in de tijd van Erasmus. Toen ontstond de tendens op op te komen voor het eigen ik. echter: het geloof in God en de hop in de hemel te komen waren nog springlevend. mensen bekommerden zich hevig om de grens tussen geloof en wetenschap.

Waarom was Erasmus een humanist bij uitstek?

Humanisme en Renaissance

De termen Humanisme en Renaissance verwijzen naar een stroming die eind veertiende eeuw in de steden van Noordwest-Italië ontstond. Deze benadrukte de individualiteit van de mens en de schoonheid van het leven en het menselijk lichaam en borduurde voort op het erfgoed van de Klassieke Oudheid. De gedachtewereld was niet langer georiënteerd op het hiernamaals, zoals in de Middeleeuwen.

De Renaissance omvat de artistieke kant van de stroming. Kunstenaars als Giotto, Leonardo da Vinci, Michelangelo en Rafaël zochten naar de individuele expressie van hun modellen en bekwaamden zich in het perspectief. Zij beperkten zich niet tot één discipline, maar legden zich ook toe op de bouwkunst, wetenschap en techniek. In de Renaissance bleef de kunstenaar niet langer anoniem.

Het Humanisme belichaamt de literaire en filosofische kant. Grondlegger is de Italiaan Francesco Petrarca (1304-1374). In zijn dichtwerk is de schoonheid (van de natuur en de liefde) zijn thema. Het sonnet kreeg door hem zijn vaste vorm. Voor Petrarca betekende het Humanisme een geestelijke vrijheid, waarmee de mens zich onafhankelijker van de kerk kon opstellen. Sociale, politieke, religieuze en morele waarden stonden ter discussie. Klassieke teksten bevatten de sleutel om mens en wereld te begrijpen.

Humanisten en de kerk

De ideeën van de humanisten verspreidden zich razendsnel door Europa dankzij de reizende geleerden, studenten en kunstenaars en de boekdrukkunst. Der mensen raakten minder afhankelijk van een priester en kwamen steeds kritischer te staan tegenover de kerkelijke regels. De humanisten legden het accent meer op de menselijke vermogens dan op de macht van God of de mystiek. Door zelf de bijbel te bestuderen kon de mens zijn geloof beter begrijpen. Humanisten wilden daarom dat de Bijbels kennis in de landstaal zou worden verspreid. Begrip voor wat er gezegd en geschreven werd, vormde de sleutel tot de ontplooiing van het individu, vonden zij. Het humanisme legde zo een belangrijke voedingsbodem voor de latere hervormingen.

Humanisten wilden de mens los van kerkelijke richtlijnen bestuderen. De denkbeelden over de mens van klassieke schrijvers werden daarvoor als leidraad gekozen.

Boekdrukkunst

De verspreiding van de humanistische Ideeën profiteerde van het ontstaan van de boekdrukkunst. Eerder bestond overigens de blokdruk al. Deze hield in dat uit een houten blok alle woorden gesneden moesten worden. Gutenberg ontwikkelde aparte loden letters, zodat per pagina een tekst kon worden gezet. Boeken werden nu handelswaar. En kennis kwam buiten de muur van kloosters en universiteiten terecht.

De uitvinding van de boekdrukkunst was een revolutionaire ontwikkeling, die vergelijkbaar is met de komst van internet in onze tijd.

In Antwerpen vestigden zich vele drukkers. Plantijd werd daar de belangrijkste. In de Nederlanden ontstond een grote mate van vrijheid van drukpers: veel mocht er gezegd, geschreven en gedrukt worden.

Erasmus, Europees Humanist

Desiderius Erasmus (Rotterdam circa 1466-1536) was de belangrijkste humanist van het Noorden. De opkomst van het gedrukte boek liep parallel met het leven van Erasmus. Zijn opvattingen konden door de drukpers zich snel door Europa verspreiden. Foutloos werd zijn zorgvuldig gezuiverde en vertaalde kennis van de Oudheid vermenigvuldigd.

Door zijn gedrukt werkt werd Erasmus een befaamd wetenschapper. Beroemde kunstenaars legden zijn gelaat vast. Zoals de afbeelding rechts van Hans Holbein. Hij stond in heel Europa bekend vanwege zijn wijsheid, gebaseerd op talenkennis, kennis van klassieke schrijvers en kritisch bijbelonderzoek. Lof der zotheid is een van zijn bekendste werken. hierin leverde hij kritiek op allerlei maatschappelijke en kerkelijke mistoestanden. Ook wees Erasmus op de fouten in de Vulgaat: de Latijnse tekst die sinds 400 gold als de officiële Bijbelvertaling.

Zo bewees hij dat de kerk niet onfeilbaar was. Erasmus stelde de juiste versie van de Bijbel vast door de originele bronnen te zoeken en te vertalen. In 1516 werd zijn vertaling van het Nieuwe Testament gedrukt. Hij herzag zijn werk verscheidene malen en leidde uiteindelijk tot de 'textus receptus'(de aanvaarde tekst). Dat is de benamingvoor de uit diverse bronnen samengestelde vertaling van het Nieuwe Testament. Deze vormde de basis van de Nederlandse Statenvertaling (1637).

Erasmus en de wetenschap

Het belang dat Erasmus hechtte aan het Grieks, Latijn en Hebreeuws bleek ook uit zijn bemoeienis bij de oprichting van het Drietalencollege (Collegium Trilingue) in Leuven in 1518. Leuven kreeg in 1425 een universiteit, de eerste in de Lage Landen. Er werden theologie, kerkelijk en burgerlijk recht, geneeskunde en vrije kunsten.

In de Renaissance lagen de universiteiten onder vuur. Bestaande kennis werd niet kritisch uitgediept. Erasmus drong aan op het oprichten van het Drietalencollege. Specialisten in het Grieks, Latijn en Hebreeuws zouden apart college geven aan studenten. Voortaan diende men de originele teksten persoonlijk te onderzoeken; een belangrijke verandering in de wetenschappelijke methode.

Erasmus en de Hervorming

Erasmus uitte zware kritiek op de katholieke kerk, meende dat het christendom bedreigd werd door drie zaken:

  • de bestudering van de Oudheid zou leidden tot een terugval in een modern heidendom;

  • hij was bang voor het 'judaïsme' (jodendom). De joden kenden in hun godsdienst veel waarde toe aan ceremonies en rituelen en Erasmus vreesde dat de christenen dit te veel hadden overgenomen;

  • hij was bang dat er een scheuring zou ontstaan binnen de kerk, met alle gevolgen van dien: ontwrichting van de samenleving en burgeroorlogen.

Erasmus wilde niet dat het christendom uiteen zou vallen. Hij pleitte voor verdraagzaamheid en zocht naar een manier van geloven die vooral praktisch was.

In de zestiende eeuw groeide de kritiek op de katholieke kerk. Een van de voornaamste critici was de theoloog Maarten Luther, die leefde van 1483-1546. In 1517 publiceerde hij 95 stellingen, waarin hij tal van punten van het katholicisme bekritiseerde. Hij vond het een slechte zaak dat veel geestelijken in luxe leefden, terwijl het volk arm was. Luther was tegen de verkoop van de zogeheten 'aflaten' door de kerk. Door het kopen van een aflaat kregen katholieken kwijtschelding van straffen die na de vergeving van zonden nog moesten worden ondergaan.

De kerk bleef echter doof voor zijn opmerkingen. Luther restte niets anders dan te breken met de rooms-katholieke kerk. Hiermee gaf hij het startsein tot de Hervorming (ook wel Reformatie genoemd).

Tot ontzetting van Erasmus maakten grote groepen mensen zich los van de katholieke kerk om het geloof op een nieuwe manier te belijden. Net als Luther, vond ook Erasmus het persoonlijk geloof op basis van de Bijbel belangrijk. Hij keerde zich eveneens tegen de uiterlijke schijn. De kerk moest worden hervormd, maar dan van binnenuit. Hij bleef trouw aan de katholieke kerk. Erasmus was zelf geen hervormer. Toch legde hij de basis voor hervormers al Luther. Hij bood mensen immers de ruimte kritiek op de katholieke kerk te uiten.

Beide kanten - katholieken en hervormers - wilden dat Erasmus partij zou kiezen. De katholieken verweten hem voeding aan de kerkhervorming te hebben gegeven. De hervormden uitten kritiek op hem omdat hij niet uit de katholieke kerk trad.

In 1524 publiceerde Erasmus Libero arbitrio diatribe, een geschrift, gericht tegen Luther, waarin hij het opnam voor de vrije wil als voorwaarde voor zedelijke en absolute onderwerping aan Gods werkzaamheid en genade. Voor Erasmus was het zonneklaar dat de mens de hemel kon verdienen via goed geloof en goede werken..

Tegenover Luthers manier van optreden, stelde Erasmus verdraagzaamheid. ook in het hervormingsdebat pleitte hij voor het humanistische streven naar individuele ontplooiing. Erasmus bleef trouw aan de katholieke kerk.

5.4 Calvijn en de Reformatie

In de zestiende eeuw verloor de katholieke kerk het overwicht over de christelijke gelovigen definitief. De hervorming startte in 1517 met de kritiek van Luther op de katholieke kerk. Johannes Calvijn ontwikkelde daarop een kerkorganisatie, die de manier van geloven veranderde. Ook de manier van leven in de samenleving wilde hij bepalen. Zijn Reformatie betekende een definitieve breuk met de oude moederkerk. deze liet het daar niet bij zitten en startte een tegenbeweging. De Contrareformatie vergrootte de tegenstellingen en leidde tot godsdienstoorlogen.

Het belang van dit onderwerp

In diverse landen bestond een theocratie (staatsvorm waarin een godheid als onmiddellijke gezagsdrager wordt beschouwd en zijn vertegenwoordigers de macht hebben). Voorbeeld voor onze tijd de ayatolla's in Iran. Deze sjiitische geestelijke leiders introduceerden een islamitisch bewind. De samenleving vormde zich naar hun religieuze voorschriften. de bevolking werd daartoe met harde hand gedwongen. de scheiding van kerk en staat was daar verdwenen.

Ook in het verleden kwam dit voor. In de zestiende eeuw werd in onze gebieden de calvinistische kerk een belangrijke machtsfactor, die het doen en laten van de regering beïnvloedde.

De scheiding van kerk en staat is nu een peiler van onze parlementaire democratie. Om te bepalen wat de waarde ervan is, is het zinvol te onderzoeken hoe Calvijn de staat zijn religieuze wil wist op te leggen.

Op welke manier gaf Calvijn vorm aan de kerkhervorming?

Het geloof volgens Calvijn

De Hervorming startte met Maarten Luther (1483-1546). Hij uitte met zijn stellingen in 1517 kritiek op het katholicisme. Zo'n calvijn twintig jaar na Luther veroorzaakte Johannes Calvijn (1509-1564, zie afbeelding links)een tweede radicale hervormingsgolf. Binnen de Reformatie ontstonden toen diverse stromingen. samen vormden deze het Protestantisme. In 1536 beschreef Calvijn zijn geloofsovertuiging in het boek Christianae religionis institutio ('Onderricht in het christendom'). De mens kon God niet doorgronden. de gelovige moest God accepteren. Hij diende God door zijn werk, door eenvoud en soberheid en door zijn medemens bij te staan. Calvijn meende dat de verlossing van de mens voorbeschikt was. Een aantal mensen was gepredestineerd (voorbestemd) voor het hemelse paradijs. Gelovigen moesten hopen dat ze werden uitverkoren. Als je de verleidingen kon weerstaan en je vroom wist te gedragen, kon dat betekenen dat je tot de uitverkorenen behoorde.

Calvijn vond dat de Bijbel in de landstaal moest worden uitgelegd tijdens de preek. Alles wat afleidde van wat God wilde moest worden uitgebannen. Uitbundige kleuren en muziek ontbraken in de kerkdienst, voorgangers kleedden zich zwart en heiligenbeelden verdwenen. Calvijn beperkte het aantal kerkelijke feestdagen. Vijf van de traditionele sacramenten(gewijde handelingen binnen de christelijke kerk) schafte hij af. Op vier zondagen vierden de calvinisten het avondmaal. Het andere sacrament was de (kinder)doop. Calvijn hervormde deze twee sacramenten zó, dat ze weer overeenstemden met de Bijbel..

Calvijn in Genève

Calvijn belandde in 1536 in Genève waar de burgers hem vroegen te helpen de orde te bewaren, nadat ze de katholieke geestelijken hadden weggestuurd. Hij werd de drijvende kracht achter de hervorming van het kerkelijke leven in de stad.

Calvijn paste zijn ideeën toe op Genève. Paus en bisschoppen werden geweerd en Calvijn waarschuwde tegen volksinspraak. Dat zou maar leiden tot een bestuur dat de grillen van het volk moest uitvoeren. Een elite, de kerkenraad, moest de gelovigen leidden. De kerkenraad (of consistorie) bestond uit ouderlingen, diakenen, doctoren en predikanten, allen mannen. Hierboven stond de synode. met de consistories koos de synode de predikanten. De doctoren organiseerden het volksonderwijs en de diakenen de financiën en verzorgden zieken en armen.

De Bijbel vormde de kern van het geloof. Omdat het gezin de basis vormde voor de calvinistische samenleving, werden vrijgezellen aangemoedigd een gezin te stichten. Prostituees werden vervolgd en de gelovigen werden gecontroleerd door de ouderlingen en de predikant. De leer was strikt; overtreders riskeerden een verbanning. redenen om verbannen te worden waren ruzie maken,ontucht, overspel, dronkenschap. godlastering, gokken, zingen van wereldse liederen, berekenen van woekerrente, overmatig eten en te weinig werken.

Op een inwoneraantal van 25.000 werden er per jaar zo'n vijfhonderd mensen in de ban gedaan. Slechts als men openlijk bekende en berouw betoonde kon met terugkeren in de gemeenschap.

Een voorbeeld is de Spaanse theoloog Michiel Servet. Deze ontkende dat God uit drie personen bestond. hij werd gearresteerd en voor de rechtbank in Genève gesleept. Als ketter werd hij buiten de poorten van Genève verbrand. Het verbranden van een ketter was strijdig met de geboden van God. Toch werd het toegepast.

Kerk en Staat

Luther meende dat God de macht had overgedragen aan de vorst. De vorst besliste over de kerk. Calvijn vond het tegendeel: de kerk schreef de staat de wet voor.

Calvijn vond dat als een vorst zich niet aan de Bijbel houdt, zijn onderdanen het recht hebben de vorst ongehoorzaam te zijn. het concept van een contract tussen vorst en volk begon vorm te krijgen. Dit idee kreeg in de Nederlanden concrete gevolgen.

Contrareformatie

De reformatie leidde tot een katholieke tegenactie: de Contrareformatie. de paus belegde het Concilie van Trente: een grote kerkvergadering, waarin de katholieken bespraken hoe ze op de Hervorming moesten reageren.

reformatie en contrareformatie

In reactie op de Reformatie kwam de kerk tegemoet aan een aantal kritiekpunten van de Hervormers.

  • Er kwamen betere opleidingen voor geestelijken;

  • Het celibaat werd opnieuw vastgesteld;

  • De Vulgaat bleef de Bijbelvertaling;

  • Het Latijn bleef de taal van de mis;

  • Gelovigen mochten geen eigen geloofsinterpretatie hebben;

  • Katholieken moesten het kerkelijk gezag blijven volgen;

  • De Bijbel en de katholieke traditie bleven de bronnen van het geloof;

  • Het vereren van Maria, beelden, relieken en pelgrimage werden beschouwd als vrome daden en werden dus goedgekeurd.

In landen met katholieke vorsten werden de maatregelen van de Contrareformatie streng nageleefd (Zie kaart).

Ook organiseerde de kerk de vervolging van andersdenkenden. Jezuïeten speelden hierin een belangrijke rol. De Jezuïeten:

  • brandmerkten protestanten als ketters;

  • steden een lijst op van verboden boeken, de index

  • de rechtbank van de katholieke kerk, de inquisitie, paste martelingen toe en veroordeelde ketters tot de dood op de brandstapel.

De aanval van de katholieke kerk leidde tot bloedige geloofsoorlogen.

5.5 De Opstand

Door een anonieme kunstenaar werd Filips II afgebeeld als een duivel en Alva als de belichaming van het kwaad. In Nederlandse ogen stond de Spaanse machthebber de politieke en religieuze ontwikkelingen hier in de weg. De katholieke Filips II had weinig op met de calvinisten, maar die weigerden hun overtuiging af te leggen toen hij dat eiste. Filips was in hun ogen een slechte vorst, die volgens hun calvinistische overtuiging mocht worden afgezet.

Ook de steden en de adel wilden af van de Spanjaarden en de Centralisatiedwang van Karel V en Filips II. De protestmotieven van deze groepen vermengden zich in de Opstand: het verzet van de Nederlanden tegen Spanje. Dit leidde tot de geboorte van de Nederlandse staat.

Het belang van dit onderwerp

De Opstand laat zien dat een supermogendheid, want dat was Spanje destijds, niet per definitie haar wil kon opleggen. De Nederlanden slaagden erin om zich aan de Spaanse machthebbers te ontworstelen.

Om te begrijpen hoe Nederland en de Nederlandse manier van besturen ontstaan zijn, is het nuttig om te weten hoe de Opstand tegen Spanje verliep. Die leidde tot een republiek met een zekere mate van tolerantie en politieke inspraak voor verschillende bevolkingsgroepen.

Welke factoren leidden tot de onafhankelijkheid van de Nederlandse gewesten?

Bestuurssysteem onder spanning

Karel V wilde de Nederlanden centraal vanuit Brussel besturen. Hij vond dat voor alle gewesten dezelfde regels moesten gaan gelden. Hij schiep drie bestuursinstellingen:

  • Raad van Financiën: hierin bereidden edelen en juristen de beden (een soort belastingen) aan de Staten generaal voor; verder zorgde de raad voor een efficiënte belastinginning

  • De Geheime Raad stelde nieuwe wetten en regels op;

  • De Raad van State: hierin zetelden edelen en juristen die politieke adviezen gaven.

De hoge adel verloor steeds meer terrein aan geschoolde juristen. Zo kwam de rechtspraak in handen van juristen, waardoor de adel aanzien en inkomsten verloor. Die juristen waren;

  • beter opgeleid;

  • waren trouwer omdat ze en loon kregen;

  • bij ongehoorzaamheid konden ze worden ontslagen.

unificatieAls symbool van de 'nieuwe ambtenaar' gold Granvelle, die als beschermeling van Filips II een belangrijke functie in het Nederlands bestuur kreeg. Granvelle trad op als adviseur van de landvoogd, die bij afwezigheid van Filips II het gebied bestuurde. In elk gewest wees Filips II een stadhouder aan. ook die moest de centrale lijn van Filips II uitvoeren.

De spanning tussen de Spaanse heer en de Nederlandse gewesten is de strijd tussen het centralisatiestreven van de 'moderne vorst' en het particularisme: de wens van de gewesten de middeleeuwse voorrechten te behouden. Karel de V en zijn zoon Filips II vonden dat de privileges moesten verdwijnen. De gewesten echter probeerden hun eigen belangen zoveel mogelijk te verdedigen.

Om zijn ambities te bereiken had Filips II de gewesten wel nodig om belastingen te kunnen innen. belastingen kon hij alleen innen na onderhandelingen met de gewesten. De gewesten eisten, in ruil voor belastingen, privileges en bestuursinvloed. de belastingen werden betaald in de vorm van accijnzen op bier, graan en vlees. Belasting op handelswinsten of in- en uitvoerrechten bestonden niet.

Geloofsperikelen

Vanuit Brussel moest Margaretha van Parma, Filips halfzus, als landvoogdes de Nederlanden leiden. Vijf problemen moest ze het hoofd bieden:

  • De adel was ontevreden over de veranderingen in het bestuur;

  • De harde aanpak van de hervormers wekte weerstand. Karel V had in 1550 een 'bloedplakkaat' uitgevaardigd waarbij elke hervormer met de doodstraf werd bestraft;

  • De kerkelijke herindeling van de bisdommen die werd doorgevoerd. Filips bepaalde wie bisschop werd. Als aartsbisschop (leider van de bisschoppen) benoemde hij Granvelle.

  • Het Smeekschrift der edelen waarin ze Margaretha vroegen de vervolgingen te matigen en advies en instemming van de Staten Generaal te vragen.

  • Filips vertrok naar Spanje. Het feit dat hij niet persoonlijk aanwezig was droeg bij tot de escalatie van de problemen.brandstapel ongelovigen

Aantallen protestanten die tussen 1559 en 1566 als ketters geëxecuteerd zijn in de Vlaamse steden Antwerpen, Brugge, Doornik, Duinkerken, Gent Hondschoote, Ieper, Kassel, Kortrijk, Oudenaarde, Rijsel, Ronse, St-Winoksbergen, Veurne en Wervik (Bron: De wording van Europa: de kracht van het geloof)

Beeldenstorm

Margaretha van Parma stemde aanvankelijk in met het smeekschrift. De kettervervolgers moesten gematigder optreden. De gereformeerden keerdenbeeldenstorm terug en gingen Hagepreken houden. Hierin droegen predikanten hun gereformeerde boodschap uit voor steeds grotere groepen gelovigen.

Opgezweept door hagenpredikers drong men kloosters en kerken binnen waar men beelden en schilderijen vernielde. de Beeldenstorm woedde in de Nederlanden.

De eerste actie vond plaats in Steenvoorde (augustus 1566, Vlaanderen). Binnen enkel dagen verspreidde de Beeldenstorm zich zeer snel.

In het Noorden waren het geen rondtrekkende groepen die de kerken zuiverden. Daar werden de acties geleid door predikanten, overheidsdienaren of edellieden.

Deelnemers van de Beeldenstorm kwamen uit alle lagen van de bevolking. Totaal onverwachts was de Beeldenstorm echter niet. In Schotland, Frankrijk en de Duitse gebieden waren al eerder kerken gezuiverd.

Oorzaken van de Beeldenstorm

De Beeldenstorm heeft politieke, economische en godsdienstige oorzaken.

Politieke oorzaak: De hoge adel voelde zich achtergesteld door de landvoogdes

  • ze werden niet geraadpleegd bij belangrijke zaken;

  • de regeringsraden bleven ongewijzigd;

  • de Staten generaal werd niet bijeengeroepen.

Godsdienstige oorzaak: Herindeling bisdommen en vervolging

  • was bedoeld om de positie van de katholieke kerk te verstevigen;

  • de inquisitie bleef mensen ter dood veroordelen.

Economische oorzaak: Ontevredenheid over belastingen

  • accijnzen werden vooral door de gewone mensen opgebracht;

  • door de strenge winters van 1564 en 1565 war er schaarste aan graan en daardoor de prijzen hoog. De afsluiting van de Sont verergerde dit nog;

  • speculanten maakten van de situatie gebruik waardoor de prijzen verder stegen;

  • de angst voor hongersnood groeide.

Mensen vonden dat ze zich de rijkdom van de kerk konden toe eigenen. het Godsdienstige motie woog echter zwaar.

De reactie op de Beeldenstorm

De landvoogdes spande zich, samen met de hoge edelen als Oranje, Egmond en Horne, succesvol in om een volksopstand te voorkomen. Filips II verving Margaretha door de hertog van Alva, die strenge maatregelen doorvoerde. Hij richtte een speciale rechtbank op de Raad van Beroerten. Deze zorgde voor 1.100 terechtstellingen en 9.000 personen werden bij verstek veroordeeld en 60.000 mensen vluchtten uit de Nederlanden. De graven Egmond en Hoorne werden op de Grote markt van Brussel onthoofd.

Het leger dat Alva meebracht werd beschouwd als een bezettingsmacht. Om dat leger en het bestuur te bekostigen kwam Alva met het plan om de tiende penning in te voeren: een belasting van tien procent op de verkoop van roerende goederen. Uiteindelijk werd de tiende penning niet ingevoerd.

Georganiseerd verzet

w v oranjeWillem van Oranje verzamelde in 1568 huurlingen, waarmee hij Alva en zijn Spaanse troepen trachtte te verdrijven. De gewapende opstand tegen Spanje was een feit. Willem van Oranje keerde zich niet tegen de koning of de wet, maar tegen de slechte uitvoerder van de wet, Alva. Hij pleitte voor herstel van de Nederlandse vrijheid en religieuze tolerantie. De inval van 1568 mislukte en Alva sloeg hard terug.

In 1572 zorgden de Watergeuzen, en bont gezelschap van ballingen en avonturiers, voor een nieuwe fase in de strijd. Zij namen bij toeval Den Briel in, waarna Vlissingen, Enkhuizen en Dordrecht volgden. De belangrijkste waterwegen raakten in handen van de opstandelingen. In Dordrecht kwam de Hollandse Statenvergadering illegaal bijeen. Afgesproken werd dat het calvinisme de publieke kerk werd. Willem van Oranje werd stadhouder.

De Spaanse machthebber reageerde met een militaire tegenactie. Eerst succesvol maar na de mislukte belegering van Alkmaar (1573) trok het Spaanse leger zich steeds verder terug uit Holland. Alva's poging om rust en orde te creëren, leek mislukt.

Omdat Spaanse militairen hun soldij (loon) niet kregen gingen ze over tot muiterijen en plunderingen (Spaanse Furie). Het kostte zo'n 7.000 Antwerpenaren het leven, In reactie kwam in gent de Staten-Generaal bijeen. In de pacificatie van Gent (1576) besloten de gewesten gezamenlijk op te trekken tegen de Spanjaarden. Over het geloof volgde geen definitieve afspraak. Wel bepaalde men dat Holland en Zeeland het alleenrecht aan het calvinisme toekwam en dat elders de katholieke kerk het alleenrecht kreeg.

Ontstaan van de noordelijke Republiek

De katholieke zuidelijke gewesten werden uit het bondgenootschap weggelokt door de Spaanse landvoogd met de belofte dat hun oude privileges opstandgehandhaafd bleven. de drie Waalse gewesten sloten de Unie van Atrecht in 1579

De zeven noordelijke gewesten zich aaneen in de Unie van Utrecht ook in 1579. Men sprak af dat niemand in de Unie zou worden vervolgd vanwege zijn geloof. In de praktijk betekende dit dat het calvinisme de bevoorrechte kerk werd. Elk gewest behield de eigen rechten, privileges en bestuur. Men werkte financieel samen en er kwam één gezamenlijk leger.

Filips II reageerde door Willem van Oranje in de ban te doen, te beschuldigen van hoogverraad en hem vogelvrij te verklaren.

Willem van Oranje verdedigde de Opstand in de Apologie (= rechtvaardiging): de vorst moest er zijn voor de onderdanen en niet andersom. Als de vorst zich niet inzette voor zijn 'kinderen', moesten die op zoek naar een nieuwe 'vader'.

Willem van Oranje sloot zich met dit pleidooi aan bij de verzetstheorieën van de monarchomachen. Dit is een verzamelnaam van politieke denkers die vinden dat de macht door God aan een vorst is gegeven.(Godssoevereiniteit).

De Staten-Generaal volgden deze lijn. Met de (Acte) Plakkaat van Verlatinghe in 1581 zwoeren ze Filips II af als vorst. De eerste kandidaat Willem van oranje werd echter in 1584 vermoord. Tot 1587 zochten de dutch revoltopstandige gewesten tevergeefs naar een nieuwe koning. Zoals uit de kaartjes te zien is wisten de Spanjaarden grote delen van de Nederlanden te veroveren. Tot 1588 leek de situatie hopeloos. Maar toen een Spaanse oorlogsvloot (de Armada) tegen Engeland een schadelijke nederlaag leed konden de opstandige gewesten orde op zaken stellen. In 1588 kwam de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tot stand met de Staten-Generaal als hoogste gezag. Als politiek leider (raadspensionaris) Johan van Oldenbarnevelt en Willems zoon prins Maurits als stadhouder aan het hoofd van het leger veroverde de Republiek een plaats in Europa.

In de Republiek heerste er een zekere mate van tolerantie en godsdienstvrijheid. de gewesten behielden hun eigen gezag, alleen op het gebied van defensie en buitenlandse politiek was er samenwerking. Uit de Republiek zou later het huidige Nederland ontstaan.

Zie voor hoofdstuk 6 Samenvatting VWO Feniks Hfst 6 Overzicht van de geschiedenis