We hebben 214 gasten online

Samenvattingen

SV Tweede Fase Havo Hoofdstuk 15 Deel D

Gepost in Tweede Fase 4e druk

5) Grote economische groei in delen van Azië

Terwijl de economiën van de westerse wereld jaarlijks niet of nauwelijks groeien, varieert in het oosten van azië de jaarlijkse groei van het nationale product met uitzondering van japan tussen de 6 en 10%.

Japan gaat tot de economisch belangrijskte staten behoren.

Ondanks de vernielingen van de Tweede Wereldoorlog kon Japan zich snel herstellen. Deels was dit het gevolg van de al aanwezige infrastructuur, deels het gevolg van het hoge onderwijspeil. Tussen 1950 en 1970 ontwikkelde Japan zich op economisch gebied tot één van de belangrijkste landen ter wereld. Na de VS was Japan de grootste economische macht geworden. De motor van deze economische groei lag vooral bij de middelgrote bedrijven, die flexibel en innovatief opereerden. De Japanners slaagden er door een aantal maatregelen in de kwaliteit van hun producten te verbeteren en de productiekosten te verlagen. Voorrang werd gegeven aan het ontwikkelen van hoogwaardige technologie. Arbeidsintensieve en technologischminder gecompliceerde industrieën werden verplaatst naar landen met een lager loonpeil.

ontwikkeling nikkei 1970 2008

Ontwikkeling Nikkei index van 1970 tot 2009

Maar op 1 april 1991 stortte de Japanse beurs plotseling in en begon een economische recessie. Door speculatie waren de prijzen van grond, aandelen en onroerend goed ver boven de werkelijke waarde gestegen. Toen de bank van Japan beloofde de geldhoeveelheid te beperken leidde dat tot een dure Yen. Daardoor werden Japanse producten veel minder aantrekkelijk voor de buitenlandse consument. De Japanse economie herstelde zich langzaam in de tweede helft van de jaren '90.

China een nieuwe economische politiek onder Deng

Binnen tien jaar slaagde Mao er tweemaal in een radicale beweging te lanceren die China ontwrichtten: De Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele revolutie. De negatieve gevolgen van deze radicale bewegingen bleven op sommige gebieden nog lang doorwerken. In het onderwijs verbeterde de situatie pas in de jaren '70. Op economisch gebied was echter al snel een vooruitgang te zien, maar de bevolkingsgroei deed die echter weer teniet. Na Mao's dood werd een éénkindbeleid ingevoerd dat aan het begin van de 21e eeuw leidde tot ongeveer een halvering van het aantal geboorten.

voorspelling beroepsbevolking India en China

Voorspelling beroepsbevolking India en China

Na de dood van Mao werd Deng Xiaoping de voornaamste leider. Op economisch gebied werden meer vrijheden toegestaan. Zo konden boeren eigen stukjes land krijgen en hun producten op de vrije markt verkopen. De Chinese machthebbers besloten de export te stimuleren en buitenlandse investeringen in China toe te laten. De oostelijke zeeprovincies kregen een speciale rol. Er ontstonden zogenaamde Speciale Economische Zones, die door de regering in Beiijng bedoeld waren als 'experimenteer-gebieden' met een westers kapitalistisch economisch systeem. Verder werden na 1984 een beurs- en geldmarktsysteem ingevoerd en de mogelijkheid voor staatsbedrijven hun eigen economisch beleid te voeren. De gevolgen waren groot. Tussen 1985 en 1990 werd de industriële productie van China bijna verdubbeld.

De economische vooruitgag begon in 1980 het eerst op het platteland. Daarna echter sterkrer in de stedelijke centra. Daardoor ontstonden economische verschillen die een bron vormen van maatschappelijke spanningen.

Sterke economische groei in India

Omdat de bevolking van India sneller groeit dan in China wordt verwacht dat India binnen enkele decennia van alle landen de meeste inwoners zal hebben. De bevolking is echter zeer arm. Zo'n 70 tot 90% geeft het hele inkomen nog uit aan voedsel. Men neemt allerlei maatregelen die de economische groei en welvaart kunnen verhogen.

In sommige gebieden grote vooruitgang in de productie van de landbouw

Nog steeds is het merendeel van de bevolking, ruim 60%, werkzaam in de landbouw. Een voorbeeld waar de 'groene revolutie' is geslaagd is de Punjab ( tegen de grens met Pakistan). Daar wordt per hectare tweemaal zoveel geproduceerd als elders in India. Een groot prrobleem vormt het grootgrondbezit. De regeringen van de deelstaten blijken beheerst te worden door de grootgrondbezitters. Zij houden het beleid van de centrale regering tegen.

Meer liberale koers leidt tot industriële groei

voorspelling bnp india en china

Voorspelling BNP India en China

De regeringen van India hadden lange tijd een voorkeur voor een door de staat begeleide aanpak van de economie met vijfjarenplannen.Onder Rajiv Ghandi en zijn opvolgers werd op economisch gebied een meer liberale koers gevaren. Deze ontwikkeling werd versterkt door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie (1991).

Aan het begin van de 21e eeuw was India na China de snelst groeiende economie ter wereld. De volgende omstandigheden speelden daarbij een rol:

- De regering ging de bureaucratie bestrijden;

- De deelstaten kregen meer vrijheid van de centrale overheid om zich economisch te ontwikkelen. India werd zo o.a. één van de belangrijkste exporteurs van software in de wereld.

- Een sterke groei van het hoger onderwijs, met name in de natuurwetenschappen en moderne technologie;

- Steeds meer westerse bedrijven verstigden zich in India, omdat er vanwege lage lonen goedkoop kon worden geproduceerd.

Sterk ontwikkeld zijn de staalindustrie (Arcelor Mittal) en machineindustrie, de chemische industrie en de textielsector. Door het hoge opleidingspeil in India was niet alleen de bouw van kerncentrales mogelijk, maar ook de oprichting van ICT-bedrijven mogelijk. Het land kan volledig in zijn industriële behoeften voorzien met behulp van eigen fabrieken.

De NIE's zijn bijzonder succesvol

Een aantal kleine tot middelgrote staten, aangeduid als 'Newly Industrialising Economies' (Nie's), maken een succesvolle economische ontwikkeling door. Ze worden ook wel aangeduid als de 'Aziatische tijgers'' bestaan uit Honkong, Zuid Korea, Singapore en Taiwan. Deze landen kenden een hoge economische groei, volledige werkgelegenheid en over het algemeen een lage inflatie. Tussen 1965 en 1988 was de groei van het BNP per hoofd van de bevolking in de ontwikkelingslanden gemiddeld 2,7% per jaar, terwijl het voor de NIE's boven de 6% per jaar lag. Hoe is dezxe ontwikkeling te verklaren? De NIE's hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken:

- In de eerste plaats is er economisch een verschuiving opgetreden van landbouw naar industrie;

- In de tweede plaats hebben de NIE's internationale bedrijven ertoe kunnen brengen een deel van hun productie naar hun landen te verleggen;

- In de derde plaats werd de industrialisatie van de NIE's met succes gericht op export;

- Tenslotte is het succes van de NIE's mede te verklaren door de leidende rol van de overheid.