We hebben 282 gasten online

CSE

Deel 43 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

De slag bij Agincourt 1415

De lange weg naar de onafhankelijkheid van Indonesië

De Indonesische vorstendommen

Java was in 1596 een ontwikkeld gebied. Bevolking leefde in de desa’s onder gezag van adellijke bestuurders die de vorst moesten gehoorzamen. Ze vormden grote of kleine staten.

Men moest tienden van de oogst aan hem afstaan en dienstplichtigen leveren. De vorst stond in verbinding met de goden en beschikte over bovennatuurlijke gaven.

Dat geloof komt voort uit de ADAT, een eeuwenoud stelsel van gewoonten en voorschriften.

In 1300 kreeg de Islam vaste voet in Indonesië.

Men onderhield veel internationale contacten lang voordat de Portugezen ( 1511) er kwamen. De macht in de vorstendommen berustte bij de havenvorst, het adellijke bestuur en de cargadoors.

Bundeling van kracht en kennis

- Eerste expeditie in 1596. Doel een flink aandeel veroveren in de specerijenhandel.

Dat lukte niet door:

1) Felle concurrentie

2) Engelsen en Portugezen verzetten zich tegen groeiende Hollandse invloed

- 1602 Oprichting VOC. Mocht verdragen sluiten, oorlog voeren en nederzettingen stichtten.

- 1610 Instelling functie van Gouverneur Generaal

- 1619 – 1623 en 1627 – 1629 Jan Pieterszoon Coen legde de basis monopolie kruidnagels en handel in nootmuskaat. (Uitroeiing Bantamse bevolking).

memo hfst 6 afb 2

Ontstaan van een koloniaal bestuur

memo hfst 6 afb 2

In de loop van de 18e eeuw werden Engeland en Frankrijk steeds machtiger en brokkelde de macht van de Zeven Verenigde Provinciën af.

1780 Republiek in oorlog met Engeland waarbij de Engelsen de directe verbinding tussen Nederland en de Indonesische archipel blokkeerde.

memo hfst 6 afb 3

In Batavia raakte men in geldnood omdat men geen goederen op de vrije markt mocht verkopen.

1795 Stadhouder Willem V vlucht naar Engeland door de Franse bezetting en stelde de brieven van Kew op waarin hij de Aziatische en West - Indische bezittingen in feite aan de Engelsen gaf.

Alleen Java en enkele andere gebieden bleven onder Hollands gezag.

1795 Bataafse Republiek.

1 maart 1796 opheffing VOC door de Staten Generaal.

1802 ‘commissie grondwet’ voor de kolonie: twee stromingen

Conservatieve stroming: verdediging Nederlandse positie

Vooruitstrevende: voor hervorming koloniale maatschappij

De politiek in het moederland bepaalde voortaan wat er in Indonesië zou gebeuren.

memo hfst 6 afb 4

Daendels

1806 einde Bataafse Republiek. Koninkrijk Holland o.l.v. Lodewijk Napoleon. Bestuurderin de Oost werd Daendels. Hij reorganiseerde tussen 1808 – 1811 het ambtenarenapparaat.

Probeerde corruptie te bestrijden en legde de grote Postweg aan dwars door Java.

Hij stelde HEREDIENSTEN in die nauwelijks werden betaald. Men moest die verrichten..

Daendels optreden maakte hem gehaat bij veel Nederlanders en Indonesiërs en zijn geldzucht en grootheidswaan keerde zich tegen hem.

Na zijn Indië periode (1808-1811), , trok hij met Napoleon op naar Moskou en stierf als gouverneur van het slavenfort Elmina in het huidige Ghana.

Onder de Engelsen

1811 bestuur in handen van de Engelsen. Raffles stelde pachtprijs, sloot niet aan bij karakter Javaanse desa”s.

Betrouwbare gegevens om individuele landrente op te baseren ontbraken. In de praktijk betekende dat een lastenverzwaring.

1814 Engeland geeft bezittingen weer terug aan Nederland.

Verzet tegen Hollands bestuur

- Pas in mei 1816 werd Hollands bestuur hersteld. Veel verzet bevolking vooral in de Molukken. Matoelesia werd uiteindelijk opgehangen.

- Tussen 1816 en 1830 werd de basis gelegd voor het koloniale beleid zoals dat in de 19e en 20e eeuw gevoerd is.

memo hfst 6 afb 5

- Hollandse bemoeizucht een van de oorzaken uitbreken Java oorlog in 1825 o.l.v. Dipanegra. Javaanse bestuursadel versneld onder Nederlands gezag gebracht. 15.000 Nederlanders vonden de dood en 200.000 inlanders.

Het cultuurstelsel

1828

Invoering Cultuurstelsel in 1830

- Men verplichtte grote delen Javaanse bevolking agrarische exportproducten te verbouwen voor de Nederlandse markt. 1/5 land en deel van zijn arbeid afstaan in ruil voor een vergoeding, het zogenaamde plantloon.

- Voor Nederland was het een goudmijn. Opbrengsten tussen 1850 en 1860 30% van het totale Staatsinkomen.

- Sinds 1848 kon het Parlement meebeslissen over koloniale beleid.

- Er kwam kritiek van de kant van de liberalen. Zij zagen meer in vrije arbeid dan in dwangcultuur.

- In 1870 kwam de Agrarische Wet tot stand die particuliere ondernemers gelegenheid gaf zich in de kolonie te vestigen

- In 1890 definitief einde verplichte verbouw suikerriet.

Alleen koffie werd nog tot 1915 gedwongen geteeld.

Organisatie van bestuur

Opperbestuur in Den Haag: gaf aan Gouverneur Generaal opdrachten. Bestuur in Indië 8 departementen waaronder Binnenlands Bestuur. Zes Gouverneurs-- Resident - assistent resident.

Hoogste Indonesische bestuurder was de Regent; erfelijke positie. Indonesische bestuur dankte positie aan strenge gezagsverhoudingen. Ondergeschikt aan Hollands Bestuur.

memo hfst 6 afb 6

Djocja, bezoek van de resident aan de regent

2 Ondernemrs, Ethici en Nationalisten.

Max Havelaar schreef in 1859 het boek Multatuli. Men zou hem de uitvinder kunnen noemen van de ethische koers die rond 1900 het koloniale beleid ging bepalen.

Volgens ethici had Nederland een schuld tegenover de Indonesische bevolking wegens eeuwen van onderdrukking en uitbuiting. De tijd was gekomen om Indonesiërs te laten delen in westerse welvaart en ontwikkeling.

Maar juist door het onderwijs zou het Nederlandse gezag verdwijnen.

2.1 Nederland breidt zijn gezag uit

- 1870 Nederlandse kapitaalbezitters begonnen interesse te tonen om in Nederlands Indië te investeren waardoor er ook vanuit Nederland personeel kwam—opkomst vrije ondernemer -. Onder bestuur en leiding van GG van Heutsz (!904-1909) kwam een militaire machtsontwikkeling tot stand. KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger). Binnen enkele jaren werden de laatste vrije vorsten onder Nederlands gezag geplaatst.

- Op Noord Sumatra ontwikkeling tabakscultuur.

- 1891 Oprichting KPM (Koninklijke Pakketvaart Maatschappij)

- Er ontstond een probleem i.v.m. een tekort arbeidskrachten op Sumatra. Men ging Chinese koelies werven in Malakka. Ze werden als vee behandeld. Zwartste bladzijde uit de geschiedenis.

memo hfst 6 afb 7

2.2 De ethische periode

memo hfst 6 afb 8

Overheidspolitiek kreeg ethischer karakter door verbeterde economische vooruitzichten en de ‘westerse modernisering’ van de maatschappij. Steeds meer hoog opgeleide Nederlanders vonden werk in Nederlands Indië.

Veel nieuwkomers streefden naar deelname van de Indonesiërs aan de westerse technische en geestelijke vooruitgang:

1) De Indonesiërs moesten uit hun achterlijke positie bevrijd worden en onder zorgzame Nederlandse leiding tot ontwikkelde mensen worden opgevoed.

2) Een sterk Nederlands gezag bleef onmisbaar..

3) De ethische overtuiging werd overgenomen door de overheid was te danken aan de brede maatschappelijke steun en door het feit dat de maatregelen ook in het belang waren van de ondernemers.

Het onderwijs was voor de ethici HET middel om de traditionele maatschappij toegankelijk te maken voor de westerse ideeën en vernieuwingen..

De ethische overheid koos voor onderwijs aan de elite en voor de invoering van de zogenaamde driejarige desascholen.. Voor de grote middengroep tussen adel en boerenbevolking werd een Hollands-Indische school in het leven geroepen die aansloot op westers middelbaar onderwijs. Het eerste academische onderwijs in Nederlands-Indië werd mogelijk door de oprichting van de Technische Hogeschool in Bandoeng (1920). In Batavia ontstond de Rechtshogeschool , de Medische Hogeschool en andere faculteiten.

Ontwikkeling van de bevolking bleek niet in het belang van landbouwondernemingen met een arbeidsintensieve productie. Men kon de ruime winstmarges nu niet meer halen; zij zagen de mogelijke opkomst van een Indonesische industrie en nijverheid opgezet door westers geschoolde Indonesiërs als een bedreiging van hun export.

De overheid kreeg steeds meer de rol van scheidsrechter.

2.3 Opkomst van het Indonesische nationalisme

Na 1900 begon de samenleving te reageren op de ethische maatregelen. Met de kennis en ontwikkeling nam, ook de ontevredenheid toe over de overheersende rol van Nederland.

Die ontevredenheid kon zich ontwikkelen tot NATIONALISME was te danken aan voorbeelden uit het buitenland: Japan dat de oorlog met Rusland won in 1905 en de Russische revolutie ut 1917.

Het Indonesische nationalisme was in het begin gematigd. Als voorbeeld geldt BOEDI OETOMO (het schone streven) die in 1908 werd opgericht.

memo hfst 6 afb 9

Het congres van Boedi Oetomo

In 1911 volgde de INDISCHE PARTIJ en de SAREKAT ISLAM.

De Indische partij streefde naar gelijkheid en samenwerking tussen ALLE bevolkingsgroepen (Indiërs genoemd)., om het Indonesische vaderland te ontwikkelen tot een zelfstandige staat binnen een GEMENEBEST met Nederland.

Nadat de partij zich kritisch had uitgelaten over het Nederlandse gezag werden haar drie leider naar Nederland verbannen. Na terugkeer richtte een van de leiders Soerjaningrat de TAMA-SISWASCHOLEN op. In die scholen werden ook nationalistische ideeën bijgebracht. Deze scholen werden wilde scholen genoemd.

De Sarekat Islam groeide uit tot een politieke stroming met meer dan een miljoen leden. Doelstellingen waren eerst gematigd, maar later werd de partijkoers anti-overheid en anti-kapitalistisch. Rond 1919 ontstond binnen de partij een scheuring tussen marxisten en overtuigde islamieten, die deze massabeweging enorm verzwakte.

In 1914 werd door Sneevliet de ISDV (Indisch Sociaal Demokratische Vereniging) opgericht die in 1920 werd omgedoopt in PKI ( Partai Kommunis Indonesia) en was daarmee de eerste communistische partij in Azië.

GG van Limburg Stirum deed aan de pas geinstaleerde Volksraad de toezegging van beslissingsmacht en in meerderheid Indonesische samenstelling ervan. Het bleef bij beloften.

Wereldcrisis

GG de Jonge was de kampioen van de bezuinigingen die de ethische politiek verafschuwde en een onafhankelijk Indonesië afwees.

2.4 De nieuwe nationalisten

memo hfst 6 afb 10

In 1927 ontstond er een nieuwe groep nationalisten. Belangrijk in dat verband was de oprichting van de PNI, de Indonesische nationele partij, onder leiding van de econoom Mohammed Hatta en de ingenieur Soekarno. Soekarno was onbetwist de leider. Hij was een goede redenaar maar ook een kenner van westerse politieke en maatschappelijke denkbeelden. Dit wist hij te verbinden met de populaire WAYANG.

1929

Vanaf het begin koos de PNI voor een non-coöperatieve opstelling. In 1929 werden Soekarno en enkele andere leiders opgepakt en veroordeeld. Dit maakte Soekarno tot een martelaar voor de Indonesische zaak.. De PNI had wel concurrentie gekregen van de PNI-Baroe(de nieuwe PNI). GG de Jonge strafte met harde hand tussen 1932 en 1933 en stuurde de nationalisten Soekarno, Hatta en Sjarir naar BOVEN-DIGOEL op Nieuw Guinea.

memo hfst 6 afb 11

De non-coöperatieve beweging bloedde dood, maar het nationalisme verdween niet.

De veranderde nationalistische koers bleek ook uit de PETITIE-SOETARDJO(verzoekschrift aan de Nederlandse regering om binnen 10 jaar onafhankelijkheid te verlenen) in de Volksraad. De Volksraad nam de petitie aan maar de termijn van 10 jaar werd geschrapt. De Nederlandse regering wees haar echter af..

De Nationalisten reageerden daarop door in 1939 de GAPI op te richten, een FEDERATIEF verbond van Indonesische organisaties dat propaganda voerde voor een volwaardig Indonesisch parlementair bestuur.

2.5 Japan

Op 7 december 1941 vond de Japanse aanval op Pearl Harbour plaats. Als eerste mogendheid verklaarde Nederland aan Japan de oorlog. Door deze solidariteit hoopte men steun te krijgen van de V.S. en Engeland..

De slag in de Javazee van 27 januari 1942 maakte de weg vrij voor de Japanse marine om op Java te landen. Op 8 maart gaf het KNIL zich over.

3.1 Nationalisme en de Japanse bezetting

Voor de Japanners was het Indonesische nationalisme ondergeschikt aan hun eigen ideaal. Dat ideaal was het leiderschap van Japan over Azië..

Veel Indonesische leiders werkten samen met de Japanners. Die prijs voor die dubbelrol was hoog, want hun werk bracht met zich mee dat ze landgenoten overhaalden tot slavenarbeid voor de Japanners. Van deze ROMOESJA’S kwamen er in de oorlog honderdduizenden om.

De praktijk was dat de Japanners zoveel rijst opeisten dat er alleen al op Java twee miljoen mensen van de honger stierven.

De Japanse kampen

Na de bevrijding bleek dat een vijfde van de krijgsgevangenen en een zesde van de burgers in de kampen waren omgekomen. Gevangen waren 40.000 krijgsgevangenen en 110.000 Nederlandse burgers.

memo hfst 6 afb 12

De strijd om de onafhankelijkheid van Indonesië

Fragmenten van de dvd 'Ons Koninkrijk in de Tweede Wereldoorlog; Strijd om Indie - Het Nederlands-Indonesische conflict 1945-1949'.

De Japanners die Nederlands –Indië in 1942 veroverden stonden anders tegenover het Indonesische nationalisme. Toen zij de oorlog tegen de geallieerden begonnen te verliezen, beloofden zij de Indonesiërs de onafhankelijkheid

Voor de Japanners was het Indonesische nationalisme ondergeschikt aan hun eigen ideaal. Dat ideaal was het leiderschap van Japan over Azië..

Veel Indonesische leiders werkten samen met de Japanners. Die prijs voor die dubbelrol was hoog, want hun werk bracht met zich mee dat ze landgenoten overhaalden tot slavenarbeid voor de Japanners. Van deze Romoesja's kwamen er in de oorlog honderdduizenden om.

Al ver voor de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een onafhankelijkheidsstreven onder de Indonesische elite. Koningin Wilhelmina had in een radioboodschap van 6 december 1942 ook gesuggereerd dat er verandering zou komen in de koloniale verhoudingen. Maar dat Indonesiërs eenzijdig een eigen republiek oprichtten en die geheel zonder Nederlandse bemoeienis wilden besturen, dat was voor de meeste Nederlanders in 1945 ondenkbaar. Soekarno was voor hen een Japanse collaborateur die zeker niet de meerderheid van de bevolking vertegenwoordigde. Het duurde vijf jaar, en voor sommigen nog veel langer, voordat werd ingezien dat de meeste Indonesiërs een koloniaal Nederlands bestuur na de Tweede Wereldoorlog niet meer als de natuurlijke gang van zaken beschouwden.

Op 7 september 1944 zegde de Japanse premier de onafhankelijkheid toe, maar pas na de atoombommem op Hirosjima en Nagasaki riep op 17 augustus 1945 Soekarno de Repoeblik Indonesia uit.

memo hfst 6 afb 13

Originele tekst van de onafhankelijkheidsverklaring met de handtekeningen van Soekarno en Hatta

Generaal Mc.Arthur stelde dat de verslagen Japanners verantwoordelijk waren voort de handhaving van de orde in Indonesië tot de komst van de geallieerde troepen.

Nederlandse troepen arriveerden pas in maart 1946 waardoor men niet hard op kon treden tegen de Indonesische Republiek.

De Engelsen stonden sympathiek tegenover de jonge Indonesische staat. Ook de V.S. wilden geen herstel van de koloniale verhoudingen.

Als basis voor de onderhandelingen met de Republikeinen gebruikte Gouverneur-Generaal van Mook een plan uit de jaren dertig. Dat plan kwam er op neer dat Nederland een federatie van Deelstaten zou vormen, de Verenigde Staten van Indonesië (VSI). Die zouden samen deelnemen aan het koninkrijk. De geplande deelstaten waren Java, Sumatra, Borneo en Oost – Indonesië. Onderhandelingen zouden leidden tot het Akkoord van Linggadjati op 15 november 1946.

In de loop van het jaar 1946 wordt de situatie in Indonesië minder chaotisch. Geallieerde troepen, vooral Engelsen, scheppen met moeite enige orde. Nieuw aangevoerde Nederlandse troepen en het Nederlands-Indische bestuur onder leiding van gouverneur-generaal Van Mook krijgen in de loop van het jaar ook meer greep op de situatie. Hetzelfde geldt voor de regering van de Republiek, wiens strijdkrachten flinke delen van Java en Sumatra gaan beheersen. Het is tijd voor onderhandelingen.

Premier Schermerhorn voert in april 1946 al een eerste serie besprekingen met Indonesiërs op het Nederlandse landgoed De Hooge Veluwe. Hij durft geen vergaande beslissingen te nemen, zijn regering is immers niet democratisch gekozen. Pas na de eerste na-oorlogse verkiezingen en de formatie van de regering Beel kan er werkelijk worden begonnen met 'nieuwe verhoudingen in het koninkrijk'. Schermerhorn, nu premier af, wordt benoemd als voorzitter van een driemanschap dat de 'Commissie-Generaal' gaat heten, een staatkundige nieuwigheid. De Commissie krijgt vergaande bevoegdheden om namens de Nederlandse regering in Indonesië te gaan onderhandelen over een voor iedereen aanvaardbare toekomst.

Vrij snel sluit de Commissie-Generaal een wapenstilstand met de Indonesische republikeinen. Het is 14 oktober 1946. De Republikeinen sluiten met de Commissie-Generaal een ontwerpovereenkomst van Linggadjati. Nederland erkent de soevereiniteit van de Republik Indonesia over de eilanden Java, Sumatra en Madoera en de Republik stemt in met het vormen van een federatie met de overige delen van Indonesië, die dan samen in een Unie met Nederland komen, met de koningin aan het hoofd.

Bij terugkomst in Nederland kan de regering Beel zich er in vinden (is een coalitiekabinet met ministers uit KVP en PvdA en aan PvdA zijde kan men zich wel vinden in de resultaten die de Commissie-Generaal heeft bereikt). Binnen de KVP echter wordt Romme onder druk gezet en er ontstaat een compromis, ook wel het aangeklede akkoord van Linggadjati genoemd. Half december stemt de Tweede Kamer in meerderheid voor dit aangeklede akkoord, via de zogenaamde motie Romme-Van der Goes Naters. De laatste is op dat moment fractievoorzitter van de PvdA.

Als de Commissie-Generaal in januari 1947 terugkeert naar Batavia om het aangeklede akkoord voor te leggen aan de Indonesiërs is er zoals te verwachten weinig enthousiasme. De Republiek weigert aanpassingen. Tegelijk is er zeker bij iemand als luitenant gouverneur-generaal Van Mook en ook veel van zijn ambtenaren het besef dat er iets moet gebeuren. Zij zijn een groot voorstander van een federale staat Indonesië. Dat is deels ingegeven door de verscheidenheid van volken in de archipel, deels door een klassiek verdeel-en-heers principe. Er zijn onder aansporing van Nederland al diverse 'deelstaten' opgericht en in die gebieden heeft Nederland veel invloed. Van Mook ziet de Republiek het liefst als een deelstaat als de anderen, al is het er dan een waar hij geen invloed over heeft. De Republiek heeft in Linggadjati ingestemd met een federatie, maar ziet dat vooral als een kwestie van tijd winnen. Tijd om andere Indonesiërs te overtuigen van de voordelen van één Republik Indonesia.

In feite is er sprake van een onoverbrugbare tegenstelling tussen Nederland en Indonesië. Beide partijen willen dat eigenlijk niet toegeven; de hoop om tot een oplossing te komen kan niet worden opgegeven. En daarom wordt op 25 maart 1947 met de nodige plechtigheden het officiële akkoord van Linggadjati getekend in Batavia. In de stukken die er bij horen staat letterlijk dat de Nederlandse regering er 'goede nota' van neemt de dat Republiek zich niet gebonden acht aan de 'aankleding'. Men ondertekent in feite twee akkoorden: het naakte en het aangeklede. Dat dit niet goed kon aflopen, mag duidelijk zijn.

Al maanden zijn er schendingen gaande van de in het najaar van 1946 afgesloten wapenstilstand. Indonesische en Nederlandse troepen raken over en weer betrokken bij incidenten. De legerleiding, vanaf het begin sceptisch over de resultaten die via de diplomatieke weg kunnen worden bereikt, dringt steeds meer aan op actie. Op 20 juli 1947 is het zover. De zogenaamde 'eerste politionele actie' begint. Tot 4 augustus 1947. Het ging om een militair optreden waarbij ook duizenden dienstplichtigen werden ingezet, maar de Nederlandse regering vond dat het hier een 'binnenlandse' aangelegenheid betrof. Het was een optreden binnen het Koninkrijk der Nederlanden tegen een groep gevaarlijke opstandelingen. Doel was om op Java zoveel mogelijk gebied onder Nederlandse controle te brengen. Daarmee zouden de Indonesiërs weer orde en rust krijgen, zo luidde het parool. De Nederlandse soldaten kwamen om mensen te helpen met de wederopbouw van hun door de Tweede Wereldoorlog verwoeste land. Dat was tenminste het beeld dat de vele films gaven die in deze periode zijn gemaakt in opdracht van regering en leger. Maar als sprak de regering in Den Haag van politionele acties, in feite werd er een guerrillaoorlog uitgevochten waar het niet zachtzinnig aan toe ging. Berichten daarover drongen mondjesmaat door in de Nederlandse pers.

 

1e politionele actie, ook wel Operatie Product genoemd, in Nederlands Indië 1947 Vanuit Nederlands standpunt bezien. 'Brengers van recht en veiligheid' Noodzaak van Politioneel ingrijpen. 7e december divisie.

Nederland wist hiermee weer grote delen van Java en Sumatra in handen te krijgen. Het Republikeinse leger van Indonesië begon hierop een guerillastrijd.

De VN stelde een Commissie van goede diensten in (CGD) in die moest bemiddelen. Op 18 januari 1948 volgde een tweede akkoord tussen Nederland en Indonesië. Er kwam een nieuwe overeenkomst DE RENVILLE – overeenkomst. Alleen bleef opnieuw veel onduidelijk. Nederland bleef streven naar een zo hecht mogelijke band met een federaal Indonesië en Indonesië bleef streven naar een onafhankelijke republiek. Daarop volgde de tweede politionele actie. ( 19 december 1948 tot 3 januari 1949). Daarbij werden Soekarno, Hatta en Sjarir gevangen genomen. Op 24 december 1948 nam de Veiligheidsraad een resolutie aan waarin werd opgeroepen tot een staakt-het-vuren en vrijlating van de Republikeinse leiders.

De druk van de Verenigde Naties op Nederland nam steeds meer toe. Het paste niet meer in die tijd om koloniale verhoudingen in stand te willen houden. Nederland werd in feite gedwongen om de onafhankelijkheid van Indonesië te accepteren.

Rondetafelconferentie

Onder leiding van de van de UNITED NATIONS COMMISSION FOR INDONESIA (unci) de opvolger van de CGD, volgden besprekingen. Deze besprekingen, de RONDETAFELCONFERENTIE (rtc) TE Den Haag werd uiteindelijk overeenstemming bereikt over de onafhankelijkheid van Indonesië. Echter niet een Verenigde Staten van Indonesië maar een centraal geleide staat Indonesië zou ontstaan, tot ontzetting van de Molukkers. . . Op 27 december 1949 werd in het Paleis op de Dam de souvereiniteitsoverdracht aan de Verenigde Staten van Indonesië getekend.

1949

Nieuw Guinea bleef er buiten.

Intocht Sukarno in Djakarta 1949

De koloniale erfenis

De Molukkers kwamen nu in de problemen want zij zagen hun staat niet ontstaan.

memo hfst 6 afb 18
memo hfst 6 afb 19

Zij riepen de REPOEBLIK MALOEKOE SELATAN (RMS) uit op 25 april 1950. In juli 1950 werd het KNIL opgeheven.

Koninklijk Nederlandsch Indisch leger KNIL

Veel oud Knil-militairen kwamen naar Nederland. Ook veel Indo Europeanen deden dat.

Tussen 1966 en 1978 werden door Molukkers in Nederland gewelddadige acties gevoerd waarbij slachtoffers vielen. Echter veel mensen onderhouden nog een goede band met Indonesië en andersom.

Alleen de kwestie Nieuw Guinea zou Nederland nog in een conflict brengen met Indonesië.

memo hfst 6 afb 20

En uiteindelijk moest het gebied worden afgestaan.

Zie voor deel 44 Oorlog door de Eeuwen heen: Deel 44 Oorlog door de Eeuwen heen

 

 

Deel 42 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

 De slag bij Agincourt 1415

Deel 2 De strijd in het Midden Oosten

Spoedig na de aanvaarding door de VN van een deling van Palestina in een Joodse en palestijnse staat braken er op grote schaal vijandelijkheden uit. Beide partijen probeerden zoveel mogelijk grondgebied in handen te krijgen.

De Arabische buurlanden kwamen met hun legers de Palestijnse Arabieren te hulp. De gevechten werden steeds heviger en ontaarden in wrede represailleacties. In april 1948 voerde een commando van extremistische Joden een massamoord uit op 254 Arabische inwoners van het dorpje Deir Yassin. Deze actie droeg ertoe bij dat veel Arabieren op de vlucht sloegen.

Israëlisch - Arabisch conflict

overzichtskaart

Volgens de latere officiële Israëlische lezing zijn veel Arabieren niet voor dit soort Joodse terreur gevlucht, maar gaven ze gehoor aan de oproep van Arabische leiders om tijdelijk, vrijwillig het land te verlaten. Pas tientallen jaren later durfden Israëlische historici te publiceren dat het behoorde tot de systematiek van de Israëliërs om Palestijnen te verdrijven. In de periode van 1947 tot 1949 verdwenen er vierhonderd Arabische dorpen van de aardbodem. Maar de visie van deze 'nieuwe historici' drong niet door tot de Israëlische schoolboeken. Daarin wordt de mythe in stand gehouden van de kleine David (Israël)moest strijden tegen de reus Goliath (de Arabische overmacht.

Maar beide groepen, zowel de Joden als de Arabieren hebben een selectief geheugen: over feiten die een negatief licht werpen op hun gedragingen wille ze niets horen. De Arabische Palestijnen spreken over 'het rampjaar 1948' en zien zichzelf als machteloze slachtoffers. Maar de Palestijnse historicus Rashid Khalidi benadrukt dat de Arabieren kansen hebben laten liggen voor een vreedzame regeling met de zionisten.

Op 15 mei 1948 werd de Britse vlag gestreken, en verlieten de laatste Britse militairen het mandaatgebied Palestina. De dag daarvoor, 14 mei 1948, had David Ben-Goerion in Tel Aviv de staat Israël geproclameerd.

Vanaf de stichting van de staat in 1948 is Israël verwikkeld in verschillende oorlogen met zijn Arabische buurlanden. Al deze oorlogen kunnen gezien worden als een voortslepend conflict over de grond waarop Israël zijn staat gebouwd heeft.

Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog (1948)

1948 Onafhankelijkheidsoorlog

Na de uitroeping van de staat in 1948 concentreren Trans-Jordanië, Egypte, Syrië, Libanon en Irak troepen voor een oorlog met Israël. Deze troepen zijn veel beter bewapend dan het Israëlische leger. Hun legers waren echter slecht getraind en het moreel was laag. Toch lukt het de Israëlische staat weerstand te bieden tegen de Arabieren. Niet alleen zijn ze in staat hun gebied te behouden, maar breiden het zelfs uit naar de kust, de Negev woestijn en Galilea. Israël wist onder meer West-Jeruzalem en de Negev-woestijn te veroveren. Egypte zetelt zich in de Gaza-strook, Jordanië op de Westelijke-Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, en Syrië op de oostelijke oever van het Meer van Galilea. Tussen januari en april 1949 volgen er onderhandelingen over wapenstilstandsverdragen, die uiteindelijk getekend worden op het eiland Rhodos. Voor de Arabische staten betekent de aanvaarding van de wapenstilstandsverdragen echter geen erkenning of aanvaarding van de staat Israël of zijn grenzen. Zevenhonderdvijftigduizend Palestijnse Arabieren slaan op de vlucht.

palestijnse vluchtelingen

De bestandslijnen werden internationaal erkend als de grenzen van de nieuwe staat. Israël werd toegelaten tot de VN. Voor de Palestijenen bleef er niets over: de Gazastrook kam onder Egyptisch bestuur. De westoever van de Jordaan kwam onder beheer van Transjordanië. In 1950 zou koning Abdoellah dit gebied inlijven; de naam van zijn koninkrijk veranderde in Jordanië.

De oorlog had een vluchtelingenstroom van 500.000 tot 750.000 Palestijnen op gang gebracht. De meesten van hen kwamen terecht in vluchtelingenkampen op de Westoever en de Gazastrook. De kampen groeiden uit tot permanente woonoorden. In de loop der jaren werden zij broeinesten van frustratie en radicalisering. de leiders van de Arabische landen deden vrijwel niets om de vluchtelingen te helpen. Daarmee wilden ze laten zien hoe onmenselijk Israël was. Geen enkel Arabisch land erkende in 1949 Israël. Dat zou nog aanleiding zijn tot een aantal oorlogen in het Midden-Oosten.

bestandsovereenkomst 1948

Arabisch nationalisme en socialisme

Egypte, van strategisch belang door het Suezkanaal, had de meeste inwoners. In 1952 vond er een staatsgreep plaats en de Britsgezinde koning Faroek werd door Nasser afgezet. Egypte werd een republiek. Nasser ontwikkelde zich als een dictator en zag zichzelf als de leider van de Arabische wereld. In 1958 liet hij Egypte en Syrië samengaan in de VAR ( verenigde Arabische Republiek). Deze duurde maar tot 1961. Hij belichaamde het Arabische nationalisme en verzette zich tegen de 'zionistische agressor'.

Daarnaast verkondigde Nasser het Arabisch socialisme, ging over tot grote landhervormingen en maakte een begin met sociale voorzieningen en nationalisaties van grote bedrijven.

Het Midden-Oosten vormde tijdens de Koude Oorlog een van de strijdtonelen tussen de Sovjet-Unie en het Westen. Nasser was uitgesproken anti-westers. De Russen leverden vanaf 1955 wapens aan Egypte en Syrië maar Egypte bleef officieel neutraal.

Premier Ben Goerion besefte dat Israël totaal afhankelijk was van de VS. Hij geloofde niet in vrede met de Arabieren. Tussen 1949 en 1956 telde Israël 12.000 Arabische aanslagen en aanvallen.

Behalve in Egypte schoot het Arabische socialisme ook wortel in Syrië en Irak. In beide landen groeide een machtige Baathpartij. Baath betekent wederopleving, en wel van de Arabische natie. Vanaf de oprichting streefde ze naar dekolonisatie. ze was tegelijk nationalistisch en socialistisch en predikte gelijkheid tussen mensen.

Syrië was in 1946 onafhankelijk geworden. Ook hier kwam de Baath partij door een revolutie in 1963 aan de macht. Vanaf 1970 was Hafez al Assad staatshoofd en oefende tot zijn dood in 1970 een strenge dictatuur uit. Het verzet van strenggelovige moslims werd in 1982 met harde hand onderdrukt. Assad wilde daarmee duidelijk maken dat de Baath-ideologie een seculiere staat centraal stelde, los van godsdienstige invloed. Net als Egypte steunde Syrië guerrilla-acties door Palestijnse militanten tegen Israël.

In Irak voerde een groep officieren in 1958 een zeer bloedige staatsgreep uit. De hele koninklijke familie werd uitgemoord en Irak werd een republiek. De pro-westerse koers werd vervangen door een oriëntatie op Moskou. In 1968 greep de Baath partij, gesteund door delen van het leger, de macht. De nieuwe president Hassan al-Bakr - met in zijn schaduw de jonge Saddam Hoessein - gebruikte de Baath om een netwerk van persoonlijke macht op te bouwen. Een en ander hield echter niet in dat er tussen de verschillende Baath partijen meer eenheid kwam in de Arabische landen.

Naast de regimes van Nasser en de Baathisten bleef in het Midden Oosten ook een aantal conservatieve regimes bestaan, zoals de koning van Jordanië Hoessein en in Saudie-Arabië en de Golfstaten handhaafden zich steenrijke dynastieën. het ideaal van een Arabische eenheid bleek een hersenschim. Het enige bindmiddel was de haat tegen Israël. De Arabische liga, in 1945 opgericht om de Arabische eenheid gestalte te geven, bleek in de praktijk een machteloos orgaan.

Suezcrisis 1956

Nasser was op zoek naar nieuwe financiers voor de bouw van de Assoeandam in de Nijl. Westerse banken weigerden voor de financiering te zorgen. Daarop accepteerde Nasser een Russisch aanbod voor steun. Tevens kondigde Nasser de nationalisatie van het Suezkanaal aan. Nasser wilde de tolgelden o.a. ook besteden voor financiering van de Assuandam.

Israelische aanval suezkanaalcrisis

In reactie stelden de Britten en Fransen in samenwerking met de Israëli's een krijgsplan op. Israel zou Egypte aanvallen, en vervolgens zouden Britse en franse militairen posities innemen langs het Suezkanaal. In oktober 1956 ging men tot de aanval over. Maar zowel de VS als de Sovjet Unie waren 'not amused'. De Russen dreigden met een kernoorlog en president Eisenhouwer reageerde woedend op het imperialistische optreden van de Britten en Fransen. Onder sterke Amerikaanse druk trokken Frankrijk, Engeland en Israël zich terug. Er werden VN-blauwhelmen gelegerd langs de Israëlisch-Egyptische grens.

Israel trekt zich terug uit de Sinai en de Gazastrook

Nasser werd zo de grote winnaar en mocht zijn kanaal houden. De Assouandam kwam er ook. De rol van de Britten en fransen was definitief uitgespeeld als koloniale machthebbers.

Vanaf dat moment ging de VS zich actief met het Midden Oosten bemoeien. Eisenhouwer verkondigde in 1957 het recht van de VS om met behulp van een gewapende macht de onschendbaarheid van naties (lees Israël) te beschermen.

Zesdaagse oorlog in 1967

Nasser dwong de VN in 1967 om de VN-blauwhelmen weg te halen uit de Sinaï. In mei 1967 kondigt Syrië aan dat Israël troepen formeert aan de Syrische en Egypti­sche grens (dit is overigens nooit bevestigd). De Egyptische president Nassar for­meert zijn troepen in de Sinaï en sluit de Golf van Akaba voor Israëlische schepen. Op 30 mei sluit koning Hoessein van Jordanië een aanvalsverdrag met de Egypti­sche president Nassar.

In Israël leefden angstgevoelens: een gezamenlijke Arabische militaire actie zou het kleine land kunnen verpletteren. Arabische persorganen riepen het publiek om 'de Joden in zee te drijven'. De Israëlische regering concludeerde dat de vijand op het punt stond aan te vallen. Ze besloot niet af te wachten en als eerste toe te slaan. Op 5 juni valt Israël als eerste aan en vernietigd de Egypti­sche luchttroepen, die zich nog aan de grond bevinden. Binnen enkele dagen verslaat Israël de Egyptische troepen en neemt de Sinaï-woestijn in beslag, verovert de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem op Jordanië en de Golan-hoogte op Syrië. De Palestijnen vluchten, vaak voor de tweede keer, of blijven onder de bezet­ting van de Israëli’s.

front 6 daagse oorlog 1967

In deze zesdaagse oorlog veroverde Israël:

  • De Sinaï-woestijn en de Gazastrook op Egypte;

  • De Westover van de Jordaan, inclusief Oost-Jeruzalem, op Jordanië;

  • De hoogvlakte van Golan op Syrië.

door israel veroverde gebieden 1967

De verovering van Jeruzalem, met de Klaagmuur, was van emotionele betekenis voor de Joden. Israël liet weten deze stad nooit meer te zullen opgeven.

Kort na de zesdaagse oorlog nam de Veiligheidsraad VN resolutie 242 aan, waarin Israël werd opgedragen zich terug te trekken achter de grenzen van voor de Zesdaagse oorlog en riep alle landen op de staat van oorlog ten opzichte van elkaar op te heffen. Ook werd voor het vluchtelingenvraagstuk een rechtvaardige oplossing voorgesteld.

Het principe land voor vrede werd uitgangspunt van de zoektocht naar een akkoord. In ruil van erkenning leek Israël aanvankelijk bereid de bezette gebieden (behalve Jeruzalem) terug te geven.

Er kwam ook een ander belangrijk obstakel voor vrede bij. De overwinning in de zesdaagse oorlog had in Israël overmatig zelfvertrouwen gewekt. Naast het veiligheidsmotief gingen in de Israëlische politiek ook religieuze motieven een rol spelen. Voor orthodoxe Joden was de verovering van de Westelijke Jordaanoever immers bijbelse grond: Judea en Samaria. Al snel werden door Joodse nederzettingen gebouwd, midden tussen de Palestijnen.

Yom Kippoer-/ Grote Verzoeningsdagoorlog (1973)

anwar sadat

golda meir

In 1973 plannen de Egyptische president Answar el-Sadat, die in 1970 Nassar opvolgde, en de Syrische president Hafiz al-Assad een verrassingsaanval op Israël. Ze worden hierbij gesteund door 6 andere Arabische staten. Op 6 oktober, voor de joden ‘Yom Kippoer’ (Grote Verzoeningsdag) de heiligste dag
van het jaar, vallen de Egyptische en Syrische troepen Israël aan. Ondanks meerdere waarschuwingen van de Israëlische Veiligheidsdienst en een persoonlijke waarschuwing van de Jordaanse koning Hoessein aan Golda Meir, is Israël niet voorbereid op de aanval. Golda Meir De Syrische troepen trekken verder Galilea binnen, terwijl Egyptisch troepen de Sinaï binnentrekken.

1e wapenstilstand overeenkomst 1974

Egypte stak het Suezkanaal over en Syrië probeerde de Golanhoogvlakte te heroveren. Een Amerikaanse luchtbrug leverde snel tanks en andere wapens (ook Nederland leverde oorlogsmateriaal in het geheim). Generaal Ariel Sharon stak zelfs het Suezkanaal over en tegelijkertijd werd de Golanhoogvlakte heroverd.

Onder leiding van Kissinger (VS) werd een wapenstilstand afgesproken tussen Egypte en Israël. Tijdens deze oorlog maakten de Arabische landen voor het eerst gebruik van het oliewapen. De VS en Nederland werden door een olieboycot getroffen. Tevens werden de olieprijzen verhoogd. Deze zogenaamde oliecrisis leidde wereldwijd tot een economische inzinking.

2e wapenstilstandsovereenkomst 1975

Het Israëlische leger steekt het Suezkanaal over om het Egyptische leger te omcirkelen. De Israëlische troepen dringen het Egyptische en Syrische leger terug tot dat ze zich ongeveer honderd kilometer van Caïro en 60 kilometer van Damascus bevinden. De Sovjet-Unie dreigt aan te vallen als Israël zich niet terug­trekt. De Verenigde Staten, verwikkeld in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie, rea­geert hierop door Israël te steunen. Er dreigt een atoomoorlog. Na een overeenkomst tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten komt er in mei 1974 een wapenstil­stand.

Camp David akkoord 1979

camp david akkoord

Na 1973 deed de VS veel moeite om tot een duurzame vrede te komen tussen Egypte en Israël. In 1977 deed president Sadat van Egypte een spectaculaire stap: hij reisde naar Jeruzalem om daar het Israëlische parlement toe te spreken. Buiten de radicale Arabische landen werd dit bezoek met gejuich ontvangen. President Carter nodigde daarop Sadat en de Israëlische premier Begin uit op het presidentiële buitenverblijf Camp David om over vrede te onderhandelen. In 1979 kwamen de Camp-David akkoorden tot stand. Die hielden het volgende in:

  • Wederzijdse erkenning;

  • Een vredesverdrag waarbij Israël de Sinaï zou teruggeven en Israëlische schepen vrijelijk door het Seuzkanaal en de Golf van Akaba zouden mogen varen;

  • Israëls instemming met een beperkte vorm van zelfbestuur voor de Palestijnen in bezet gebied.

Israël ontruimde de Sinaï in fasen. De onderhandelingen over Palestijns zelfbestuur raakten echter snel in het slop.

De meeste Arabische landen noemden Sadat een verrader. Sadat werd in 1981 tijdens een militaire parade door radicaalislamitische landgenoten doodgeschoten. Zijn opvolger Moebarak handhaafde de vrede met Israël, maar zocht toenadering tot de andere Arabische landen.

Het rechtse Likoedblok kreeg in Israël in de jaren zeventig steeds meer aanhang. Likoed won in 1977 de verkiezingen. De nieuwe premier, Menachim Begin, liet weten nieuwe Joodse nederzettingen te gaan bouwen op de Westoever en in de Gazastrook met als dool 'verjoodsing' van deze gebieden. De gedachte 'land-voor-vrede' van VN-resolutie 242 werd zo een illusie. De Likoed wilde zo duidelijk maken dat zij het Bijbelse Judea en Samaria bij Israël wilde voegen.

Palestijnse Bevrijdingsorganisatie - PLO (Palistine Liberation Organization)

In 1964 wordt de PLO opgericht, in de eerste instantie als inter-Arabisch politiek instrument. In 1967 krijgt de PLO een meer internationale rol. De Arabische regimes hadden gefaald Israël te verslaan in de Zesdaagse oorlog, waardoor de steun voor Palestijnse guerrillaorganisaties toenam. De PLO, onder leiding van Yassar Arafat, ontketent een terreur-oorlog tegen Israël. De gewapende bevrijdingsstrijd van de PLO zou moeten uitmonden in ‘de vervanging van een exclusief joodse staat door een democratische niet-sektarische staat Palestina waarin joden en Palestijnen over gelijke rechten zouden beschikken.’[11]
De eerste basis van de PLO is in Jordanië. Koning Hoessein verbant de PLO uit Jor­danië (1970), na botsingen met de Jordaanse regering.
De PLO zetelde zich nu in Libanon, waar de PLO dankzij de burgeroorlog tussen de moslims en de christenen en het afnemende gezag van de Libanese regering prak­tisch ‘een staat in de staat’ kon oprichten. In 1972 vermoorden de Palestijnse extre­misten van Zwarte September elf Israëlische sportlieden tijdens de Olympische Spelen in München

Strafexpeditie in Libanon

Naar aanleiding van de aanhoudende terreur tegen Israël plan­nen de Israëlische minister-president Menachim Begin en de minister van defensie Ariel Sharon, een held uit de Yom Kippoeroorlog, in 1982 een invasie om de PLO uit Libanon te verdrijven. Israël hoopt een nieuwe president aan de macht te helpen die bereidt was een vredesverdrag met Israël te tekenen. Op 6 juni 1982 volgt de invasie in Libanon, waarbij het Israëlische leger de PLO en de Syrische troepen verslaat. Israël en zijn (christelijk) Libanese bondgenoten omcirkelen West-Beiroet en de PLO en de Syrische troepen moeten de stad verlaten.

Israël doet niets als de christelijke Libanezen meer dan 1000 Palestijnen in vluchtelingenkampen in Chatila en Sabra vermoorden. Rond juni 1985 trekken de Israëlische troepen zich terug, behalve in het zuiden van Libanon, wat ze als bufferzone bezetten. Libanon blijft achter in chaos.

buitenl troepen libanon 1992

De PLO vestigt zijn hoofdkantoor vervolgens in Tunis. De tactieken van de PLO veranderen. Tot die tijd hadden ze voornamelijk aanvallen op Israëlische en joodse doelen in Israël en in het buitenland uitgevoerd, waarbij ze aanslagen plegen op o.a. vliegtuigen, hotels en scholen. Ze doen dit om publiciteit te krijgen. Aan het eind van de jaren ‘80 verplaatst de strijd zich naar de Bezette Gebieden, en richten ze hun strijd tegen de bezetters in eigen land.

Intifada

Op 8 december 1987 begint de Palestijnse volksopstand; de Intifada. De aanleiding hiervan is de toenemende werkeloosheid onder de Palestijnen. De achterliggende oorzaak is de 20 jaar durende bezetting door Israël van de Palestijnse Gebieden. De Palestijnen uiten hun onvrede op verschillende manieren. Ze boycotten Israëlische goederen, vallen Israëlische burgers en kolonisten aan, houden protestdemonstraties en gooien stenen naar de Israëlische soldaten. Israël reageert rigoureus met het inzetten van het leger, ondanks protest van vele Israëlische burgers. Voordat Israël veranderingen wil doorvoeren in de Bezette Gebieden wilden ze eerst de opstand onderdrukken. Na 1989 is het Israël gelukt het merendeel aan onlusten te onder­drukken, maar ze zijn niet in staat geweest al het geweld uit te roeien.

Vredesonderhandelingen

Aan het eind van 1991 beginnen nieuwe ronden vredesgesprekken tussen Israël en de PLO, met bemiddeling van George Bush, in Madrid. Israël zal zich terug moeten trekken achter de grenzen van 1967 op basis van resoluties 242 en 338, waarin wordt opgeroepen tot de volledige Israëlische terugtrekking uit alle Bezette Gebieden, van de VN veiligheidsraad, in ruil voor vrede met de Palestijnen en de Arabische landen. Voor de Israëlische minister-president Shamir (Likud) is teruggave echter onbe­spreekbaar. Een ander probleem is dat de PLO van Israël alleen onder een Jordaans -Palestijnse delegatie mag worden ondergebracht. Het is dan ook niet verbazingwek­kend dat de onderhandelingen tot niets leiden.
Israël wil bij een overeenkomst Gaza als eerste overdragen aan de Palestijnse auto­riteiten. De Gaza-strook is een probleemgebied, overbevolkt en werkeloos, wat Israël liever kwijt dan rijk is. Heel anders ligt het met de Westelijke Jordaanoever. Religieus gezien is het gebied belangrijk voor Israël; het maakte deel uit van het oudtestamen­tisch ‘Groot-Israël’. De export van Israël is grotendeels naar de dit gebied en de Israëlische economie was afhankelijk van de goedkope Palestijnse arbeidskrachten uit dit gebied. Het belangrijkste struikelblok met betrekking tot de Westelijke Jor­daanoever is de toegang naar waterbronnen. Een derde van het watergebruik in Israël is afkomstig uit de Jordaan, die gevoed wordt door zijrivieren in Zuid-Libanon en de Golan-hoogte, en het grootgrondwaterreservoir dat zich voor 95 % onder de Westelijke Jordaanoever bevind.Een ander probleem in de onderhandelingen vormen de joodse nederzettingen in de Bezette Gebieden. In 1997 woonden er 128.000 kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en 6.000 in de Gaza-strook. Een ander groot probleem vormt Jeruzalem. Israël beschouwt Jeruzalem als ondeelbare hoofdstad van Israël. Ze veroverde Oost-Jeruzalem op Jordanië in de Zesdaagse oorlog. Jeruzalem is voor de drie wereld­godsdiensten, het jodendom, de islam en het christendom, een heilige stad. De joodse bevolking in Oost-Jeruzalem is sinds 1967 ontzettend gegroeid. De nederzettingen politiek, de watervoorziening en Oost-Jeruzalem lijken bijna onoverkomelijke barriè­res in het vredesproces. Bovenal wil Israël zich veilig stellen tegen geweld. Terug­gave van grond moet in ruil gaan met de verzekering van veiligheid van de Palestijnse zijde. In 1992 begint onder minister-president Rabin en Shimon Peres (Marach(Arbeidspartij)) een nieuwe ronde onderhandelingen.

simon peres

Peres In 1993 komen Israël en de PLO onverwachts tot een overeenkomst na veelvuldige onderhandelingen in Noorwegen, en wordt in september het Oslo-akkoord ondertekend door Rabin en Arafat. Er wordt een principeverklaring ondertekend voor een interim-akkoord voor een overgangsperiode die oslo akkoorduiteindelijk zal moeten leiden tot het overdragen van de Gaza-strook en district Jericho en de grote Palestijnse bevolkingcentra, behalve Oost-Jeruzalem, aan Palestijnse autoriteiten in mei 1994. Op 6 oktober 1994 tekent Rabin een vredesakkoord met de Jordaanse koning Hoessein en haalt economische banden aan met Marokko en de Golfstaten. De onderhandelingen over de definitieve status van de Bezette Gebieden zullen in 1999 afgerond moeten zijn. Bijna 95 % van het voormalig mandaatgebied Palestina blijft, afgesproken in de Oslo-akkoorden, in Israëlische handen. In juli 2000 is er nieuwe ronde gesprekken begonnen tussen Ehud Barak en Arafat onder begeleiding van Bil Clinton in Camp David (waar de vrede met Egypte is ondertekend)

Het is een moeizame ronde onderhandelingen. Zo willen de Palestijnen geen akkoord sluiten zonder Oost-Jeruzalem te verkrijgen. Verder willen ze dat de grenzen van hun staat de grenzen zijn van voor 1967, en willen ze dat alle Palestijnse vluch­telingen het recht krijgen terug te keren naar de Palestijnse Gebieden, of, als ze niet terug kunnen of willen komen, ze financieel gecompenseerd worden voor hun verlie­zen. Israël wil Jeruzalem als ondeelbare hoofdstad behouden, de grenzen niet terug zoals voor 1967 en geen recht op terugkeer voor alle Palestijnse vluchtelingen. Ver­der is voor Israël de veiligheid voor de joodse kolonisten in de Bezette Gebieden van groot belang. Het lijkt onmogelijk tot een akkoord te komen als beide zijden niet bereid zijn bepaald concessies te doen.

De vrede met Syrië is nog lang niet gesloten. Syrië wil de in de zesdaagse oorlog veroverde Golan-hoogte terug. Israël is echter niet bereid deze volledig terug te geven.
In mei 2000 heeft Israël zich teruggetrokken uit Zuid-Libanon, waardoor de betrek­kingen met dit land enigszins gestabiliseerd zijn. Uiteindelijk weigerde Arafat om het akkoord te ondertekenen en oud president Clinton beschrijft in zijn biografie ‘My live’ dat Arafat een kans heeft gemist door zijn besluiteloosheid en niet in staat was historie te schrijven. Hij waarschuwde Arafat voor de verkiezingen in Israël omdat Sharon die zou kunnen gaan winnen waardoor men een hardere politieke lijn in Israël zou gaan volgen. Zie ook boek memoires Madeleine Ulbright.

In 2003 begon Israël met de bouw van een barrière (hek en muur) die de Westoever hermetisch afsloot van het eigenlijke Israël. Het aantal zelfmoordaanslagen verminderde daardoor drastisch. De Barrière hield geen rekening met de eigendomsrechten van de Palestijnen.

beschermingswal

Daartegenover stond dat Premier Sharon, tot verbijstering van zijn eigen Likoed-achterban, de terugtrekking aan van alle zevenduizend Joodse kolonisten in de Gazastrook. Dit leidde er toe dat het Israëlische leger moest worden ingezet. In 2005 werden de laatste nederzettingen in de Gaza-strook ontmanteld. Sharon kreeg begin 2006 een hersenbloeding en werd daardoor uitgeschakeld. Hij werd opgevolgd door Ehud Olmert, maar deze ontbeerde het charisma van Sharon.

Israël zette echter de bouw van nederzettingen op de Westoever voort. de situatie werd nog moeilijker toen Hamas in 2006 op zowel de Westoever als in de Gazastrook de verkiezingen won. In maart 2006 vormde de Hamas een regering. De Hamas-premier stond echter van meet af aan op gespannen voet met president Mahmoud Abbas (opvolger van Arafat). Tussen de aanhangers van Hamas en El Fatah (de voornaamste groepering binnen de PLO) braken bloedige gevechten uit. In feite was er sprake van een ideologisch conflict: president Abbas wilde het vredesproces met Israël oppakken, terwijl Hamas bleef weigeren de staat Israël te erkennen. Hamas was en bleef een terroristische organisatie. Premier Olmert legde de Palestijnse Autoriteit een financiële boycot op, in samenspraak met de VS en de EU. De Palestijnse bevolking werd door die boycot zwaar gedupeerd.

In 2007 kwam het na felle gevechten tussen Hamas en Fatah tot een boedelscheiding: Hamas verdreef Fatah van de Gazastrook en ging daar het gezag uitoefenen; voor president Abbas en zijn Fatah-partij bleef toen alleen de Westoever over. Een vredesregeling met de Palestijnen leek verder weg dan ooit.

Enkele opmerkingen:

1) De Palestijnse Autoriteit blijkt niet in staat Hamas onder controle te houden.

2) De moord op Rabin is ook nadelig geweest voor het vredesproces.

3) De nederzettingenpolitiek van de Israëlische regering bevordert niet een snelle oplossing van het conflict. Integendeel.

4) De akkoorden van Oslo bestaan alleen nog meer op papier.

5) De V.S. vertonen geen consistent beleid gezien het feit dat President Obama zelf akkoord lijkt te gaan met grensaanpassingen waardor Israël Palestijns gebied niet aan de Palestijnen hoeft af te staan.

6) De politieke situatie in Israël is zeer ongewis.

7) De economische situatie in de Gazastrook als op de Westelijke Jordaanoever is een ramp te noemen. Meer dan de helft van de Palestijnen heeft geen werk en de meeste Palestijnen zijn afhankelijk van Israël voor hun inkomen.

8) Door het optreden van het Israëlische leger in de bezette gebieden ziet de woonomgeving er uit als in een land in staat van oorlog.

9) Veel jonge mensen worden getraumatiseerd door hetgeen er dagelijks plaatsvindt. Jonge mensen hebben niet anders dan een bezetting van hun land meegemaakt en zien geen toekomst.

11) Het wordt de hoogste tijd dat Israël de resoluties van de Veiligheidsraad uitvoert. Die zijn van 1967. Resolutie 242 spreekt van een beëindiging van de staat van oorlog, wederzijdse erkenning en een terugtrekking uit de bezette gebieden naar de situatie van voor juni 1967.

Zie voor Deel 43 Oorlog door de Eeuwen heen: Deel 43 Oorlog door de Eeuwen heen

 

Deel 41 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

 De slag bij Agincourt 1415

Deel 1 De strijd in het Midden Oosten

Gecompliceerd is het conflict in het Midden Oosten waar sprake is van het feit dat meerdere volken aanspraak maken op een eigen staat en waar het Joodse volk door de vreselijke gevolgen van de 2e Wereldoorlog, en een door veel landen ervaren collectieve schuld voor datgene wat er in de 2e Wereldoorlog gebeurde, via de Verenigde Naties erin slaagde om de stichting van de staat Israël gerealiseerd te zien.

Het Palestijnse volk echter heeft nog steeds geen eigen staat en lijdt nog steeds onder de gevolgen daarvan.

Gecompliceerd ook omdat het Midden Oosten in de geschiedenis een rol speelde vanuit verschillende invalshoeken:

1) het is de bakermat van 3 wereldgodsdiensten: jodendom, islam en christendom vinden er hun oorsprong

christian mohammedan

2) Het is een ontmoetingspunt van culturen: in de vroege middeleeuwen ontstond vanuit het Midden Oosten een islamitisch wereldrijk met een hoogontwikkelde Arabische cultuur. Deze beïnvloedde o.a. via de Kruistochten de Europese cultuur

3) Als landbrug tussen de drie continenten heeft het Midden Oosten een strategische betekenis. Deze betekenis nam sterk toe door de opening van het Suezkanaal(1869)

4) Het Midden Oosten bevat een aanzienlijk gedeelte van de wereldolievoorraad. De Arabische oliestaten kregen door de Opec economische wereldmacht.

5) Er zijn in het Midden Oosten grote sociale tegenstellingen, feodalistische structuren waardoor in een aantal landen revoluties ontstonden en er is nog veel armoede en analfabetisme.

arabische landen

Deze punten geven al aan hoe gecompliceerd de situatie in het Midden Oosten was en is. Maar er is ook een gemeenschappelijke Arabische taal, cultuur, godsdienst die tezamen met de vijandschap tegen Israël een samenbindende factoren vormden.

Daarnaast bestaan er tussen de Arabische landen grote tegenstellingen waarvan b.v. de theocratie of de combinatie van socialisme en Islam voorbeelden zijn.

Tegelijk met deze tegenstellingen ontwikkelden zich in de 19e eeuw zowel het Joods nationalisme als het Arabisch Nationalisme.

Beide bevolkingsgroepen beroepen zich op de geschiedenis om hun legitieme rechten te kunnen waarmaken.

javeh allah

De Arabische wereld was grotendeels in handen van de Turken en niet alleen de Arabische wereld zoals deze kaarten aantonen.

ottomaans imperium

Aan de hand van een historisch overzicht wil ik het conflict in het Midden Oosten nader verduidelijken

ottomaans imperium 19 eeuw

De Zieke man van Europa

Vanaf de zestiende eeuw was het Midden-Oosten onderdeel van het uitgestrekte Ottomaanse of Osmaanse Rijk, het gebied onder gezag van de Turkse sultan. Deze regeerde vanuit de hoofdstad Constantinopel, het huidige Istanbul.

In 1683 scheelde het een haartje of de sultan had Wenen ingenomen. Maar in de achttiende eeuw brokkelde de Ottomaanse macht snel af. Deze achteruitgang had verschillende oorzaken:

  • Een groeiende technologische achterstand op het Westen, zoals op het gebied van scheepsbouw en bewapening. de ideeën van de Renaissance, de wetenschappelijke revolutie en de Verlichting gingen aan de heersers in Constantinopel voorbij.

  • De opkomst van Rusland. begin achttiende eeuw drongen de troepen van tsaar Peter de Grote door tot de Zwarte zee, de noordrand van het Ottomaanse Rijk. Russische schepen mochten vrij door de Bosporus en de Dardanellen varen. Na 1800 drongen de Russen ook door in de Kaukasus.

  • Economisch raakte het Ottomaanse Rijk op achterstand: er groeide een wereldeconomie. De handel in Oost-Aziatische specerijen ging vanaf de zeventiende eeuw aan het Midden-Oosten voorbij.

  • Veel van de sultans in de achttiende en negentiende eeuw misten leiderscapaciteiten. Sultans hielden zich vooral bezig met hun hof en hun harem. Eunuchen, gecastreerde harembewakers, oefenden invloed uit op de sultan, die het overzicht kwijtraakte op wat zich in zijn rijk afspeelde.

  • In de negentiende eeuw ontwaakte er onder de niet-Turkse onderdanen een vurig nationalisme. Zo slaagden de Grieken er in 1860 in een eigen staat te vormen. Daarna riepen onder meer Roemenië, Bulgarije en Servië de onafhankelijkheid uit. In 1912-1913 bestond Europees Turkije slechts ui Constantinopel en omgeving.

  • Ook Noord-Afrika ging verloren. De oorzaak daarvan lag in het modern imperialisme, men zocht naar grondstofgebieden en afzetmarkten.

Afkomst

Het joodse volk stamt af van Abraham (+-2000 v.Chr.), die gelooft in het bestaan van één God, en daarmee de aartsvader van het monotheïstisch jodendom is. Hij geeft dit geloof door aan zijn zoon Isaac, die het op zijn beurt doorgeeft aan zijn zoon Jakob. Tegen het einde van Jacobs leven vestigen hij en zijn nakomelingen, Hebreeën genoemd, zich in Egypte. Door afgunst van de Farao worden ze gedwon­gen te leven als slaven, totdat Mozes de Israëlieten uit Egypte naar het Beloofde Land, toen het land Kana’an geheten, leidt. De Israëlieten veroveren stukken land op de oorspronkelijke bewoners, de Kana’anieten, en verdelen dit over de twaalf ver­schillende stammen. Zo komen de afstammelingen van Abraham in het gebied wat nu Israël is.

De meeste joden leven in de diaspora (verstrooiing). In de verschillende landen waar de joden leven vormen ze een, vaak bedreigde, minderheid. Door de eeuwen heen zijn ze het slachtoffer van discriminatie en vervolgingen. De sporadische terugkeer van joden naar het bijbelse Beloofde Land is religieus geïnspireerd, totdat Theodor Hertzl in 1895 met zijn brochure ‘Der Judenstaat’ de grondslag legt voor het zionisme en de gedachte van een joodse staat. De joden keren in kleine aantallen, geïnspi­reerd door het zionisme, terug naar Israël en stichten daar nederzettingen. Deze nederzettingen vormen de kern van de uiteindelijke staat Israël.

Zionisme

De in Boedapest geboren Weense journalist Theodor Herzl (1860-1904)

herzl
legt met zijn brochure ‘Der Judenstaat’ (1895) de grondslag voor het politiek zionisme.
programma

Het zionisme is gebaseerd op de gedachte dat alleen een eigen staat een einde kan maken aan de positie van de joden als gediscrimineerde minderheid. Herzl schrijft in ‘Der Judenstaat’: ’Daar kunnen we tenminste leven en sterven als vrije mensen in ons eigen thuisland’.

Het zionisme baseert zijn naam op de berg Zion in Jeruzalem, waar koning David omstreeks 1000 v. Chr. de hoofdstad van zijn joodse koninkrijk vestigde.
In 1897 valt op het eerste zionistische congres in de Zwitserse stad Bazel het besluit dat het joodse volk naar Palestina, het bijbelse Beloofde Land, zal terugkeren. Onmiddellijk na dat zionistische congres vertrekken groepen joden naar Palestina.

tien kronen

De zionistische beweging wordt op dat moment geleid door voornamelijk Oosten­rijkse en Duitse joden, terwijl de meeste aanhangers Russische joden zijn.
Er is binnen de joodse gemeenschap veel oppositie tegen het zionisme. Dit komt deels van de joden die vinden dat ze een geïntegreerd deel uitmaken of moeten ma­ken van de staat waarin ze wonen. Veel religieuze, orthodoxe joden geloven dat de terugkeer naar het Beloofde Land pas plaats kan vinden als de Messias gekomen is en er traditionele wetten in Israël ingevoerd zijn. Dit vormt een groot probleem binnen de joodse gemeenschap, aangezien Herzl in het zionisme een moderne, seculiere beweging voor ogen had. Oost-Europese joden immigreren naar Palestina om daar als pioniers te leven en hun nationale en sociale idealen na te streven. Het Ivriet, levend gemaakt door Eliezer Ben Yehoeda (1858-1922), wordt de voertaal. De zio­nistische gedachte is dat de grond in Palestina pas werkelijk joods is als het door joden bewerkt is. Grond wordt aangekocht van Arabieren met financiële steun van de ‘ World Zionist Organization’. Vele van de 500.000 Palestijnen die in Palestina wonen worden van hun grond verdreven. Dit vormt de bron van het voortgaande conflict om de Palestijnse grond.

De Engelse beloften

De Eerste Wereldoorlog betekende voor het Midden Oosten een echt breukvlak. In 1914 besloot het jong-Turkse driemanschap de kant van Duitsland en Oostenrijk -Hongarije te kiezen. Zo kwam men in oorlog met Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Hoewel de verwachtingen hoog gespannen waren liep de oorlog toch anders en leed men zware verliezen.

britse belofte arabieren 1915

De Mac-Mahaon Papers

In 1915 legde de Brit Mac-Mahon, hoge commissaris van Egypte, contact met de Arabische vorst Hoessein Ibn Ali. Deze was sjarief (hoeder) van de heilige plaatsen Mekka en Medina. Begin 1916 kwam uit dit contact een Brits-Arabische overeenkomst voort. Hoesseins bedoeïenenlegers zouden in opstand komen tegen de Jong-Turken. In ruil daarvoor ontving Hoessein van McMahon de belofte dat hij van de Britten een onafhankelijk koninkrijk mocht stichten op het Arabisch schiereiland en in Syrië en Irak. Hoessein kwam zijn afspraak na. Ook de Britten kwamen in actie en in 1918, het uur van de triomf, ontvingen de Britse en Arabische troepen massale toejuichingen van de bevolking, als bevrijders van het Turkse juk.

De Sykes-Picot overeenkomst van 1916

sykes picot verdag

Achter de rug van de Arabieren om sloten de Britten en de Fransen in 1916 de zogenaamde Sykes-Picot-overeenkomst. Ze spraken in het geheim af om samen het Midden-Oosten onder elkaar te verdelen. Frankrijk zou een invloedssfeer krijgen in Syrië en Libanon, en Engeland een landverbinding tussen de Middellandse Zee en de Perzische golf, ongeveer het gebied van Palestina tot en met Irak.palestijnse gebieden sykespicot

De Balfour Declaration

balfour

Op 2 november 1917 zond de Britse minister van Buitenlandse Zaken James Balfour een brief naar de Zionistische Wereldorganisatie. Daarin verklaarde hij dat de Britse regering welwillend stond tegenover de vestiging van een Joods Nationaal Tehuis in Palestina. Dat gebeurde uit verschillende motieven:

  • In regeringskringen in Londen leefde medelijden met de slachtoffers van het antisemitisme.

  • De Britse regering zat in de oorlog dringend verlegen om geld. Joodse bankiershuizen zouden tot gunstige leningsvoorwaarden bereid zijn.

  • De Britten zagen in het zionisme een ondersteuning van hun imperialistische ambities. Een westers gezinde Joodse staat zou een springplank kunnen vormen in het strategisch belangrijke Midden-Oosten.

  • Chaim Weizmann, een vooraanstaand zionist en chemicus had de Britse regering geholpen met de vervaardiging van synthetische aceton, een onmisbare grondstof voor dynamiet.

De Balfour-verklaring bevatte onverenigbare beloftes: én de stichting van een Joods nationaal tehuis, én het waarborgen van de rechten van de 'niet-Joodse gemeenschappen'. Zo legden de Britten de kiem voor het latere Israëlisch-Paestijns conflict.

Er werd nog geen Joodse staat beloofd. In januari 1919 werd in een overeenkomst tussen Ghaim Weizmann en Hoesseins zoon Feisal een Joods-Arabische samenwerking afgesproken bij de ontwikkeling van Palestina. Daarbij stelde Feisal wel als voorwaarde dat de Arabieren volledige onafhankelijkheid zouden moeten verkrijgen. Die hoop verdween toen de Britten het gebied als mandaatgebied kregen in 1920.

brits mandaat

Na de definitieve overgave van Duitsland en zijn bondgenoten onstaat dan de Volkerbond, de voorloper van de Verenigde Naties, die gedomineerd werd door de overwinaars van de eerste wereldoorlog. Voor de “Arabische provincies van Turkije” wordt een mandaatsysteem uitgewerkt waarbij het de uitdrukkelijke bedoeling is om hen op onafhankelijkheid voor te bereiden. Het Sykes-Picot verdrag werd gevolgd voor Libanon en Syrië (onder Frans mandaat tot 1943-44) en ook voor Irak en Transjordanië (Brits mandaat tot respectievelijk tot 1932 en 1946).

Het Britse ontwerp-mandaatverdrag voor Palestina stelde dat het niet de bedoeling was het gebied een exclusief Joods karakter te geven. Palestina werd wel opengesteld voor Joodse immigranten. Deze Joodse immigranten veranderden veel dorre of moerassige streken in gezonde, vruchtbare landbouwgronden. Velen van hen leefden in kibboetzim (op socialistische ideeën gebaseerde dorpsgemeenschappen met gemeenschappelijk eigendom).

Al vrij snel kwamen de Joden en Arabieren tegenover elkaar te staan.

  • De Arabieren in Palestina waren in de ban van het nationalisme geraakt;

  • Tegelijk werd zichtbaar dat Joden en Arabieren aparte leefgemeenschappen zouden vormen, waarbij de Joden een veel hogere organisatiegraad toonden. Zij richtten het Joods Agentschap op (soort regering) en een eigen vakbeweging de Histadroet en een eigen defensiegemeenschap, de Haganah. In 1930 werd vanuit de Histadroet een politieke partij opgericht, de Mapai. Zowel van de Mapai als van het Joods-agenschap was David Ben Goerion de voorzitter.

Het Joods Nationale Fonds kocht landbouwgrond op van Arabische grootgrondbezitters. Vervolgens zagen Arabische pachtboeren de Joodse kolonisten op hun land neerstrijken. Daardoor raakten ze hun bron van inkomsten kwijt.

De Britten probeerden de Joodse immigratie af te remmen. Door de opkomst van de nazi's in Duitsland probeerden de Joden een goed heenkomen elders te zoeken. Omdat de Verenigde Staten en Canada strenge immigratiewetten hadden besloten veel Duitse Joden een veilig heenkomen te zoeken in Palestina. De Joodse gemeenschap in Palestina verdubbelde van 1933 tot 1936 tot 340.000.

In 1936 brak in Palestina een openlijke burgeroorlog uit tussen Joden en Arabieren. Moefti Amin el-Hoesseini van Jeruzalem wakkerde de haat tegen de Joden aan. Hij werd later bekend als een beruchte antisemiet en bewonderaar van Adolf Hitler.

Ten einde raad stuurde de Britse regering een onderzoekscommissie, de Peel -commissie naar Palestina. Deze commissie stelde een verdeling van Palestina voor. Een klein Joods staatje in Galilea en de kustvlakte en een Arabisch-Palestijnse staat in de rest; het gebied rond Jeruzalem zou onder Brits bestuur blijven. De zionisten achtten het voorstel bespreekbaar, maar de Arabieren wezen het af.

brits delingsplan 1938

In 1939 publiceerde de Britse regering een Witboek. Hierin stelde ze zelfbestuur binnen tien jaar in het vooruitzicht. De Joodse immigratie zou in de eerste vijf jaar worden beperkt tot jaarlijks 15.000 mensen; daarna zou die afhankelijk worden van Arabische toestemming. Gezien de vervolging van de Joden in Europa was dit een grote tegenslag voor de Joden. De Britten wilden de Arabieren te vriend houden met het oog op de naderende Tweede Wereldoorlog.

Toen zij echter weigerden in gesprek te gaan met de joodse leiders vervalt ook dit aanbod. Omdat na verschillende onderzoeken en voorstellen van Britse commissies er geen overeenkomst tot stand gekomen is tussen beide zijden publiceren de Britten in mei 1939 Het Witboek. Hierin worden opnieuw concessies gedaan aan de Arabieren. De joodse immigratie wordt beperkt tot een totaal van maximaal 75.000 de komende 5 jaren, waarna er geen joodse immigratie zal mogen plaatsvinden zonder Arabische instemming. De aankoop van land door joden van Arabieren wordt in sommige gebieden beperkt en in andere compleet verboden. Het Witboek wordt zowel door de Arabieren als de joden afgewezen. Voor de joden is de restrictie op immigratie desa­streus, aangezien ze nu niet in staat zijn de vluchtelingen van de nazi-overheersing op te vangen.

In de Tweede Wereldoorlog namen de Arabieren een afwachtende houding aan. Zionistische strijdgroepen kozen de kant van de Geallieerden. De massamoord, waartoe de nazi-leiders in januari 1942 op de conferentie van Wansee besloten hadden, werd met ijzeren discipline uitgevoerd. Miljoenen Joden werden naar de concentratie- en vernietigingskampen gevoerd. Een genocide die de mens nog nooit had gezien. En geen macht ter wereld had dat verhinderd.

Westerse politici hadden schuldgevoelens na de Tweede Wereldoorlog over hun eigen passiviteit in de oorlogsjaren en wilden de Joden die het overleefd hadden een eigen staat geven in Palestina.

Vanaf 1942 nemen de joden daarom hun vlucht tot illegale immigratie. De Britten proberen dit te stoppen door middel van vlootacties en politionele acties. De meest gedenkwaardige onderschepping van illegale immigratie, is die van het schip de ‘Exodus’ in 1945, waarop zich 4500 overlevenden van de kampen bevinden.
Na de Tweede Wereldoorlog neemt de immigratie naar Israël toe. Het overgrote deel van de joden in Europa is omgekomen in de concentratiekampen van de nazi’s.

De overlevenden keren terug naar hun land van herkomst. Vaak worden ze daar echter niet goed opgevangen. Velen van hen immigreren naar de Verenigde Staten en een kleiner aantal naar Israël. Vooral bij de joden die uit Midden- en Oost-Europa komen is de angst om opnieuw gediscrimineerd en vervolgd te worden groot. Velen van hen doorstaan daarom de moeizame tocht naar Israël. Gedurende WO II was het in Palestina relatief rustig geweest. Daarna worden de zionistische activiteiten meer gewelddadig. In 1920 was geheime organisatie Haganah (verdediging) opgericht, die tot 1936 alleen verdedigingsacties uitvoerden, maar gedurende de jaren van Arabische opstand steeds agressiever worden. Ook de Irgoen, een rechts georiënteerde splintergroep van de Haganah, opgericht in 1931, wordt steeds extremer.
Het Joods Agentschap, onder leiding van Chaim Weitzmann en David Ben-Goerion, proberen de goodwill van de Britten te behouden. Ze boden de hulp van de joden aan in de oorlog. De Britten vormden uiteindelijk een brigade van joodse vrijwilligers, ‘Jewish Brigade’, aan die actief waren tegen het eind van de oorlog in Europa en Afrika.

In april 1947 geven de Britten het Mandaat terug aan de Verenigde Naties, de opvol­ger van de Volkenbond. De gewelddadige situatie in Palestina is onhoudbaar gewor­den voor de Britten.
Op 29 november 1947 neemt de Algemene Vergadering van de VN een resolutie aan voor de verdeling van Palestina.

vn delingsplan 1947

Er zal een joodse staat moeten komen, een Palestijnse staat en een internationale supervisie over Jeruzalem. Er worden echter geen voorzieningen getroffen voor de handhaving van dit plan.

Op 17 december 1947 verklaren de Raad van de Arabische Liga zich te verzetten tegen de voorgestelde regeling, desnoods met geweld. De joodse leiders aanvaarden het VN plan. De verdeling van grond is in het joodse voordeel: ze hadden slechts 7 % van Palestina in hun bezit en zouden nu 55 % krijgen. De Palestijnen krijgen 45 % van het grondgebied van het mandaat Palestina.

Zie voor Deel 2 De strijd in het Midden Oosten Deel 42 Oorlog door de Eeuwen heen Deel 42 Oorlog door de Eeuwen heen

 

Deel 40 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

De slag bij Agincourt 1415

Geschiedenis van Korea tot einde WO2

Het Koreaanse schiereiland werd voor het eerst bewoond door de Tungusic stam uit centraal Azië rond het jaar 3000 voor Christus. Dit betekende niet meteen het ontstaan van Korea. Volgens de mythen ligt de oorsprong van Korea in het jaar 2333 v. C. Toen een legendarisch figuur Tan-gun, die geboren zou zijn uit een door de hemelse god Hwan-ung bezwangerde beer, het eerste koninkrijk stichtte. Deze periode wordt aangeduid als Ko Choson. Dit betekent iets als: het oude land van de ochtendstilte. Dit verhaal is een mythe maar het oude Choson heeft zeker bestaan en lag in het noorden van het schiereiland Korea.

3 koninkrijken

De drie koninkrijken

De kracht van het oude Choson nam met de jaren af naarmate de kracht van de noordelijk gelegen Chinese buurstaat Yen toenam. Rond 194 v. C nam de invloed van de Chinese cultuur op Korea zeer sterk toe doordat de Chinees Wi-man leider werd van Oud-Choson. Op dat moment was in China het tijdperk aangebroken van de westelijke Han dynastie.

In het jaar 57 v.C vond er een belangrijke verandering plaats. In dat jaar werd het koninkrijk Saro (later Silla), dat in het zuidoosten van het schiereiland lag (zie kaartje) onafhankelijk van de Chinese Han-dynastie. Deze gebeurtenis luidt het begin in van de periode van de drie koninkrijken.

Na Silla werd in 37 v. C. Koguryo onafhankelijk. Na een conflict over de troonopvolging in Koguryo ontvluchten twee prinsen het gebied en stichten zij het derde koninkrijk Paekche. Kaya is een klein koninkrijk dat zich later van Paekche afscheidde en het is niet een van de drie koninkrijken.

Aan het begin van de 3de eeuw n.C. kwam er een einde aan de oostelijke Han-dynastie, en konden de drie koninkrijken zich verder ontwikkelen. De culturele invloeden van China bleven bestaan maar werden wel steeds minder merkbaar. De koninkrijken deelden dezelfde cultuur en in alledrie werd op verschillende tijdstippen het boeddhisme als staatsgodsdienst ingevoerd.

Vereniging van de Koninkrijken

Nadat de koninkrijken eeuwenlang langs elkaar hadden geregeerd kwamen er conflicten tussen de rijken. Omdat het koninkrijk Paekche militair gezien het zwakste van de drie rijken was, sloot het een bondgenootschap met Silla tegen het oprukkende Koguryo. Dit bondgenootschap dreef Koguryo halverwege de 6e eeuw terug tot over de Han-rivier. Nu keerde Silla zich echter tegen Paekche. Samen met de Chinesetang-dynastie, veroverde Silla in 668 ook Koguryo. Zo ontstond het Verenigd Silla, waarmee een eind kwam aan de periode van de drie koninkrijken. Een deel van de bevolking vluchtte naar het noorden, en een ander deel vluchtte naar Japan en werd daar grotendeels opgenomen in de adel. Verenigd Silla was de eerste echte voorloper van het latere Korea.

korea

Onder het verenigde Silla kwam voor het eerst een groot gedeelte van het schiereiland onder één bestuur. Na enkele grensconflicten te hebben gewonnen en te hebben afgerekend met de Chinese troepen, volgde er voor Silla een periode van betrekkelijke stabiliteit. Maar in het jaar 935 viel de dynastie door chaos in het eigen land. Dit leidde de Koryo dynastie (918 tot 1392) in. Aan deze dynastie ontleent Korea zijn naam. Wederom kende het schiereiland gedurende een paar eeuwen een periode van vrede en stabiliteit. Het feodale stelsel werd vervangen door een absolute monarchie, het Boeddhisme ontwikkelde zich, natuurlijke hulpbronnen werden geëxploiteerd, er werd handel gedreven met China en Japan, en burgers werden naar China gestuurd om de Chinese kunst en letteren te bestuderen. Alles ging voorspoedig totdat Koryo in 1238 werd aangevallen door de Mongolen.

Ontstaan Choson dynastie

Na de Mongoolse invasie volgde er een periode van conflicten en onrust. In 1392 werd de macht gegrepen door neoconfucianistische hervormers onder leiding van generaal Yi Songgye. Deze generaal stond daarmee aan de wieg van een nieuwe dynastie, de Choson dynastie (1392 tot 1910). Het Boeddhisme verloor haar positie als nationale godsdienst en moest plaats maken voor de neoconfucianistische staatsleer. Een andere belangrijke verandering was dat er een hervormd stelsel van staatsexamens werd ingevoerd. Hierdoor werden intellectuele activiteiten belangrijker commerciële- en ambachtelijke werkzaamheden.
Choson bleef bloeien. Vooral koning Sejong was belangrijk voor de verwezenlijking van het Koreaanse cultuurgoed. Maar in 1592 werd Koreaanse schiereiland opnieuw aangevallen. Japan viel Choson aan. Een 6 jarige oorlog volgde, en deze zorgde voor een verzwakking van Choson.

Buitenlandse invloeden

Na de oorlog was Choson verwoest en kon er worden begonnen aan de wederopbouw van het land. Hierbij speelde buitenlandse invloeden een rol. De Chinese ideeën hadden Korea inmiddels bereikt en zorgden voor veranderingen. Zo begon de handel een grotere rol te spelen waardoor er een stadseconomie ontstond. Dit zorgde er onder andere voor dat de gevestigde verhoudingen ontwricht raakten. Hierdoor was het soms onrustig in het land. Maar de echte onrust begon toen Choson in de 19de eeuw te maken kreeg met de westerse grootmachten. Deze eisten een opening van het hermetisch afgesloten land.

Eerste Chinees-Japanse oorlog

opbouw Japans Imperium

Net als de westerse grootmachten had ook Japan haar eisen. De Japanse regering eiste in 1875 dat Korea haar buitenlandse handelsbeleid open zou stellen. Ook wilde Japan dat het zich naar buitenlandse relaties toe onafhankelijk van China zou opstellen. Korea was al lange tijd een belangrijke satellietstaat van China, maar door de strategische locatie tegenover de Japanse eilanden en de aanwezige hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen zoals ijzer en steenkool, kreeg dus ook Japan interesse in het schiereiland. Dit leidde ertoe dat een groep van pro-Japanse hervormers in 1884 probeerden de Koreaanse regering omver te werpen. Chinese troepen voorkwamen dit en brachten de Koreaanse koning in veiligheid. Een oorlog tussen China en Japan werd op dat moment nog vermeden maar de sfeer werd steeds grimmiger en uiteindelijk viel Japan op 1 augustus 1894 Korea binnen. Een makkelijke overwinning van China werd verwacht maar het Japanse leger was beter voorbereid dan het Chinese leger. Japan boekte dan ook enkele belangrijke overwinningen. Het Verdrag van Shimonoseki 17 april 1895 maakt uiteindelijk een einde aan de oorlog. China werd gedwongen om de onafhankelijkheid van Korea te erkennen en het Liaodong schiereiland, Taiwan en de aangrenzende Pescadores eilanden aan Japan af te staan.

Japanse overheersing

Vanaf het einde van de eerste Chinees-Japanse oorlog breidde Japan haar invloeden in Korea uit. Japan zorgde ervoor dat er in februari van het jaar 1904 een geheim protocol met Korea werd gesloten. Hierdoor mocht Japan zich bemoeien met de Koreaanse binnenlandse politiek en haar troepen in Korea stationeren. In datzelfde jaar drong Japan nog een samenwerkingsakkoord aan Korea op. Dit zorgde ervoor dat Japan nu ook het financiële beleid en de buitenlandse politiek van Korea kon gaan bepalen. De invloed werd dus steeds groter.

Op dat moment was de Russisch-Japanse oorlog al aan de gang. Hier kwam op 5 september 1905 een einde aan met het verdrag van Portsmouth. Een van de punten in het verdrag was dat Rusland de Japanse overheersing over Korea moest erkennen. Vanaf toen lagen alle wegen voor de Japanners open en deze gebruikten zij dan ook. Uiteindelijk werd Korea op 25 juli 1907 een protectoraat van Japan en werd het land in 1910 zelfs helemaal geannexeerd.

Na de annexatie veranderde er veel in Korea. Zo werden de Koreanen vele rechten ontnomen. Onder andere; het recht op vereniging, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. Er veranderderden nog veel meer zaken. Zo werd het Japanse schoolsysteem ingevoerd, en vakken als Koreaanse geschiedenis en Koreaanse taal werden door Japanse varianten vervangen. Ook werden er in het hele land transport- en communicatienetwerken opgebouwd. Dit was alleen gunstig voor de Japanners want de Koreanen mochten niet actief zijn in de handel. Ook de Koreaanse boeren kregen met veranderingen te maken. Velen verloren hun land en het systeem van gemeenschappelijke grond, dat in Korea heel gebruikelijk was, werd door Japan niet erkend.

Natuurlijk leidden alle maatregelen tot protesten. Na de dood van voormalig koning Kojong vonden op 1 mei 1919 in het hele land demonstraties tegen de bezetters plaats. Er werd een onafhankelijkheidsverklaring opgesteld en mensen gingen de straat op. Er werd geschat dat bij de protesten 2 miljoen mensen zich op straat begaven. Het vreedzame protest kwam uiteindelijk tot een verschrikkelijk einde.

Het werd door de Japanners wreed te kop in gedrukt. Naar schatting werden 47.000 mensen gearresteerd, 7500 gedood en 16.000 verwond.

Maar aan de demonstraties tegen Japan kwam geen einde. Hierdoor werden de verhoudingen soms nog harder. Zo probeerde Japan na de Chinees-Japanse oorlog (1937) en tijdens de Tweede Wereldoorlog Korea als natie uit te wissen. Er werden honderdduizenden Koreanen naar Japan gedeporteerd om daar in de mijnen en fabrieken te werken. Ook werden veel mannen opgenomen in het Japanse leger om tegen China te vechten, terwijl vele vrouwen onder dwang in de prostitutie moesten werken.

De Japanse overheersing zou uiteindelijk 35 jaar duren. Er kwam pas een eind aan op het moment dat Japan officieel capituleerde aan het eind van de Tweede Wereldoorlog op 15 augustus 1945. Op deze dag tekende Japan het verdrag van Potsdam.

'Korea te bestemder tijd vrij en onafhankelijk zal worden' Dit standpunt is nooit meer uitgewerkt en daardoor kwam er niets van terecht. De situatie veranderde namelijk zo dat het voorgenomen doel vooral voor de Amerikanen niet meer van groot belang was. De rol van de Sovjetunie was de oorzaak voor het veranderen van het Amerikaanse standpunt. Deze rol was terug te voeren op de conferentie van Jalta van 4 tot 11 februari 1945. Op deze conferentie waren Stalin, Roosevelt en Churchill aanwezig. Er werd onder andere afgesproken dat de Sovjetunie zich na een eventuele Duitse nederlaag met de oorlog van de VS tegen Japan zouden gaan bemoeien. De Sovjetunie deed dit ook en trok daarom Korea binnen. Korea hoorde al jaren bij Japan.

Dit was natuurlijk niet de bedoeling geweest van de Amerikanen. Ze besloten snel een einde aan de oorlog met Japan te maken door middel van de atoombommen. Nu konden ze zich met Korea gaan bemoeien.

 

korea 4

Op zich hoefde de ‘’tijdelijke’’ bezetting van Korea natuurlijk geen probleem te zijn bij het vormen van een nieuw Korea. Alleen realiseerden de Amerikanen zich dat een Sovjet bezetting van Korea grote implicaties zou hebben voor de toekomst van de hele regio. Om dit te voorkomen werd het Koreaanse schiereiland door 2 Amerikaanse generaals tijdens een spoedzitting in twee helften gesplitst. De zelf bedachte grens liep over de 38ste breedtegraad. Het plan was dat het zuiden zou worden bestuurd door de Amerikanen, en dat het noorden onder het bewind van de Sovjetunie zou komen te staan. De deling werd voorgesteld aan de Sovjetunie en die accepteerde het voorstel. De opmars van de Sovjetsoldaten stopte dus bij de 38ste breedtegraad.

Op dat moment was er nog geen Amerikaanse soldaat op Zuid-Koreaanse bodem want deze arriveerden pas weken later. Maar de scheiding kwam tot stand. Zonder dat er ook maar een Koreaan over was geraadpleegd.

Na Scheiding

Nadat Korea was opgedeeld door de VS en de USSR werd er vergaderd over een oplossing voor de situatie. Op 1 december 1945 werd in Cairo door beide bezettingsmachten dan ook besloten dat Korea snel een vrij land zou zijn. Maar het ontstaan van de Koude Oorlog zou uiteindelijk alle hoop op een verenigd Korea de grond in boren.

syngamm reeSyngman Rhee

 

kim il sungKim il Sung

Tot september 1948 bezette de Sowjet Unie Noord Korea, waarna zij de macht overdroeg aan de pasgevormde Koreaanse Volksrepubliek. Kim il Song werd de leider van de nieuwe regering. In Zuid Korea werd de macht, nadat de VN verkiezingen had laten houden in dit gebied - de Sowjet Unie had zich verzet tegen verkiezingen in Noord Korea -, overgedragen aan de Koreaanse Republiek onder president Syngman Rhee, die zich al snel ontpopte als een ware dictator. Pogingen om hem later te vervangen door een democratischer president mislukten alle, ook al probeerde de CIA menig complot of aanslag tegen hem te beramen.

De Korea Oorlog

koreaoorlog

Beide republieken eisten de soevereiniteit over het gehele land voor zich op. Overmoedig geworden door uitspraken door de Amerikaanse minister voor Buitenlandse Zaken Acheson, die aan Zuid Korea voor de VS geen strategisch belang hechtte, vielen de Noord Koreanen op 25 juni 1950, onder leiding van maarschalk Choe Yong Gun, Zuid Korea binnen. In drie dagen werd Seoel onder de voet gelopen en binnen afzienbare tijd was bijna geheel Zuid-Korea veroverd. De VS doen een beroep op de Verenigde Naties. Op voorstel van de VS besloot de Veiligheidsraad dat de leden van de VN troepen mochten sturen om de Zuid Koreanen te steunen. Amerika had hierbij het geluk dat de Sovjet-Unie de vergaderingen boycotte en dat Taiwan voor China in de raad zat. Hierdoor konden deze 2 landen hun veto niet uitspreken en werden de troepen gestuurd. Vijftien landen voldeden aan deze oproep. Truman besluit om direct troepen naar Korea te sturen. De Sowjet Unie liet merken het niet eens te zijn met deze maatregel aangezien zij er alle belang bij hadden om het communisme uit te breiden. Het inmiddels communistische China was het met de Sowjet Unie eens. De Amerikaanse generaal MacArthur kreeg het opperbevel over deze VN-troepen omdat hij al veel ervaring had opgedaan in de Tweede Wereldoorlog als opperbevelhebber van de troepen in het Verre Oosten. Dit betekende dat de VS de militaire en politieke gang van zaken kon dicteren.

mc arthur

Toch stonden de VN-troepen voor een zeer moeilijke opgave, dit werd verergerd omdat de Verenigde Staten- en met name het Congres - niet geneigd waren grondtroepen in te zetten tegen de Noord Koreanen. MacArthur nam aan dat hij met slechts het afsnijden van de aanvoerlijnen van de Noord Koreanen een overwinning bereiken kon. Bombardementen op hun bases in Noord-Korea zouden hierbij noodzakelijk zijn. De Koreaanse oorlog was vrij dynamisch; het front schoof meerdere malen naar het noorden en het zuiden. Het werd duidelijk dat op de huidige manier de oorlog niet overtuigend beslecht kon worden. Door tweehonderd mijl ten Noorden van de bedreigde havenstad Pusan een amfibielanding bij de plaats Inchon te laten plaatsvinden wist MacArthur de Noord-Koreanen in het defensief te dwingen.

Zij moesten zich nu zo snel terugtrekken dat de VN-troepen op 24 oktober 1950 het plaatsje Chosan aan de Yalu rivier bereikten. Deze rivier vormt de grens met Mantsjoerije. Van de oorspronkelijke bedoelingen om de oorspronkelijke grens te herstellen was dus niets overgebleven. Ondanks waarschuwingen van de Chinese premier Chou En-lai en door onderschatting van de kracht van het Chinese leger, bleven de Amerikanen doorgaan met aanvallen op Noord Koreaanse bodem en bereikten vervolgens op meerdere plaatsen de Chinese grens.

China wist dat de Amerikaanse troepen heel goed de bedoeling konden hebben om door te stoten naar China. Deze bedreiging was reëel genoeg om een militair ingrijpen serieus te overwegen. Het bereiken van de Yalu rivier was voor de Chinezen het moment om in te grijpen. Op 25 november werden de eerste troepen ingezet om de Noord Koreanen te helpen. De Chinese hoofdmacht kwam twee dagen later in actie en raakte in gevecht met een Turkse brigade van de VN bij Wavon, zonder direct over te gaan tot een offensief. Uiteindelijk zette China 180.000 man in en riep ook nog eens 100.000 reservisten op.

Toch waren zij bereid in te gaan op een bemiddelingspoging van de VN, hoewel China niet in de VN-veiligheidsraad mocht toetreden, over zowel Taiwan als Korea. Dit was niet naar de zin van noch Truman noch MacArthur die het een oorlog tegen het communisme goed uitkwam. Een groot offensief werd op gang gebracht en de Chinese delegatie werd in New York geconfronteerd met krantenkoppen waarin MacArthur beloofde dat onze jongens met Kerstmis thuis zouden zijn, nadat zij weer aan de Yalu-rivier hadden gestaan. Het offensief mislukte echter en de overmacht aan mankracht van China wordt de VN-troepen bijna te machtig.

MacArthur roept op om nu China de oorlog te verklaren. Truman schrikt hiervoor terug, bevreesd voor een mogelijk oorlog met China én Rusland. MacArthur bleef met het idee spelen om China aan te vallen en opperde zelfs om een aantal atoombommen op Chinese steden te gooien. Truman wist dat als dat zou gebeuren de Sowjet Unie zou ingrijpen en de oorlog zou verklaren aan de Verenigde Staten wat een catasrofale afloop zou verzekeren. De Europese bondgenoten en vooral Premier Attlee van Groot-Brittanië was furieus over de opperingen van MacArthur. Truman en Acheson probeerden door een versnelling van hun politieke programma de tegenstanders de wind uit de zeilen te nemen.

Eind januari 1951 waren ze zo ver, dat Truman de hele natie in termen van de Koude Oorlog liet denken en werken. Hij had uitgebreide volmachten gekregen van het Congres, de defensiebegroting bedroeg nu $ 50 miljard, twee extra divisies werden naar Europa gestuurd, bases in Marokko, Libië en Saoedi Arabië, uitbreiding van het leger met 50% tot 3,5 miljoen manschappen, een eenzijdig vredesakkoord met Japan; hulp aan Frankrijk in hun strijd tegen de Vietminh, toelating van Griekenland en Turkije tot de NAVO en zelfs hulp aan Franco in ruil voor militaire bases in Spanje. Op deze manier kon hij zeer snel beslissingen nemen over uitbreidingen en versterkingen van het leger op verschillende gebieden.

MacArthur neemt geen genoegen met de bevelen die hij krijgt van bovenaf. Hij gaat in januari 1951 in het offensief en heeft de Chinezen en Noord Koreanen in maart al tot aan de 38e breedtegraad teruggedreven. De regering van de VS wil dan wel gaan onderhandelen maar MacArthur saboteert de pogingen om te komen tot een wapenstilstand en zet zijn offensief door boven de 38e breedtegraad. Hij gaat zelfs zo ver dat hij onvoorwaardelijke overgave eist. Deze wens betekende het einde van MacArthur als opperbevelhebber. In april wordt hij door Truman ontslagen.

In het politieke debat in de VS ging het niet alleen om de suprematie van het politieke boven het militaire, maar ook om welke richting de regering moest aanhouden in de buitenlandse politiek: nadruk op Azië of op Europa? Toch waren het zijden van dezelfde medaille: de indamming van het communisme. MacArthur ging veel verder dan indammen. Voor veel Amerikanen had Truman de overwinning laten glippen. Toch was het doel van Truman steeds opnieuw beheersing van het probleem, zowel in Azië als in Europa.

Opmerkelijk is daarbij dat het grootste gedeelte van het geld dat het Congres besteedde aan defensie niet naar Korea ging maar naar NAVO,dus Europa ,terwijl de meeste Amerikanen dachten dat dit aan de oorlog in Korea werd besteed. Indien de oorlog in Korea tot een abrupt einde zou komen dan zou Truman zijn alibi verliezen om zijn bewapeningsprogramma door te zetten. Vandaar dat Truman het aanbod voor een simpele militaire wapenstilstand van de kant van de Sowjet Unie afwees. Blijkbaar had Stalin de macht om aan China en Noord-Korea dit voorstel op te leggen, daarmee bevestigde hij indirect het monolithische karakter van de communistische beweging in die jaren of zoals de Republikein Dewey zei: "Every time the Soviets make a peace move, I get scared ... Every time Stalin smiles, beware."

De oorlog wordt dan ook voortgezet en met heel veel moeite en veel onderbrekingen worden er onderhandelingen gevoerd vanaf 10 juli 1951. Rond de 38e breedtegraad stabiliseren de fronten zich en het aantal Amerikaanse slachtoffers daalt naar een "acceptabel" niveau. De oorlog en de bewapening worden voortgezet. Truman krijgt gelijk, zelfs in de publieke opinie.

De Koude Oorlog zou gevoerd worden aan de randen van beide imperia, waarbij de grootmachten zo min mogelijk zelf direkt betrokken waren. Was Truman zijn presidentschap begonnen als leider van een land dat zich verre wilde houden van de wereldpolitiek, aan het einde van zijn bestuursperiode was de USA de politieagent van de wereld geworden en op elk continent aanwezig. Het militair industrieel complex komt onder zijn bewind tot grote bloei.

 

korea memorial washington

Korea Memorial langs de Mall in Washington DC

De problemen slepen zich echter nog zeer lang voort en uiteindelijk wordt pas op 27 juli 1953 de wapenstilstand ondertekend.

Na de oorlog konden de slachtoffers aan weerszijden worden geteld. En dit waren er veel. Uiteindelijk zijn al deze verliezen nergens goed voor geweest want het kwam tot een wapenstilstand met exact dezelfde grens als voor de oorlog. Naast de vele slachtoffers lag ook nog eens het hele schiereiland in puin. En zoals gezegd kwam het tot een wapenstilstand en niet tot vrede want tot de dag van vandaag staan de legers van de twee landen nog steeds oog in oog met elkaar bij de gedemilitairiseerde zone.

Zie voor deel 41 Oorlog door de Eeuwen heen Deel 41 Oorlog door de Eeuwen heen

Deel 39 Oorlog door de Eeuwen heen

Gepost in Serie Oorlog door de eeuwen heen

De slag bij Agincourt 1415

1939-1945 De Tweede wereldoorlog in vogelvlucht

WAT MAAKTE DE OORLOG VAN 1939 - 1945 TOT WERELDOORLOG?

• Meer dan 50 zelfstandige naties uit Europa, Azië, Australië, Afrika en Amerika namen er aan deel.

• Er waren meer dan 1,8 miljard mensen uit die landen bij betrokken; nooit namen meer volkeren en mensen deel aan een oorlog.

• 108 miljoen mannen en vrouwen waren in militaire dienst.

• Meer dan 6o miljoen mensen - vier maal de bevolking van Nederland - lieten het leven. Nauwkeurig is dat aantal moeilijk vast te stellen, omdat o.a. in Oost Europa en Azië geen betrouwbare statistische gegevens voorhanden waren. Nooit voorheen vielen er in een oorlog zoveel slachtoffers, vooral burgers. Het begrip "totale oorlog" werd nu voor iedereen duidelijk.

• Nooit eerder werd een gehele bevolkingsgroep bedreigd met totale uitroeiing; zes miljoen Joden werden omgebracht.

• Nooit eerder stond voor zovelen vrijheid en democratie op het spel.

• Nooit eerder werd op grote schaal zo cynisch en brutaal van terreur gebruik gemaakt.

Voor 1938

situatie na Versailles

1) Rijnland gedemilitariseerd; 2)Eupen en Malmedy aan België; 3) Saargebied (tijdelijk) aan Frankrijk; 4 Elzas-Lotharingen aan Frankrijk; 5) Opper Silezié aan Polen; 6) Posen en West-Pruisen grotendeels aan Polen; 7) Danzig als vrijstaat onder de Volkenbond; Memelland aan Litouwen; 9) Moord-Sleeswijk aan Denemarken

 

De basis voor de Tweede Wereldoorlog in Europa werd gelegd tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Bij het "dictaat van Versailles" gaven de overwinnaars op aandringen van Frankrijk, Duitsland de schuld van het uitbreken van de oorlog. Zij straften het land met vrijwel algemene ontwapening, herstelbetalingen en territoriale ingrepen. Duitsland moest dit accepteren, maar nam zich voor zo snel mogelijk zijn positie van grote mogendheid te heroveren.

De grote economische wereldcrisis van de jaren dertig werd gekenmerkt door een neergaande spiraalbeweging van het internationaal handelsverkeer, inkrimping van productie, werkloosheid en verarming. Dat kwam door de bepalingen van `Versailles" vooral in Duitsland hard aan. Daardoor kon daar de Nationaal Socialistische Duitse Arbeiderspartij onder leiding van de Oostenrijker Adolf Hitler aan de macht komen. Openlijk bouwde Duitsland een geweldige aanvalskrijgsmacht op.

De onderling sterk verdeelde westerse democratieën keken toe toen in 1936 het gedemilitariseerde Rijnland door Duitse troepen werd bezet.

1938

na de anschluss van oostenrijk 

Ook de - overigens door de meerderheid der Oostenrijkse bevolking toegejuichte - Duitse bezetting van Oostenrijk in 1938 bracht de voormalige geallieerden niet in beweging.

Nog in 1938 kwam Tsjecho-Slowakije aan de beurt. Volgens Hitler werden de daar wonende Duitse minderheden onderdrukt.

De Engelse Eerste Minister Chamberlain ging in september 1938 naar München en legde zich neer bij de overdracht van grensgebieden van Tsjecho-Slowakije (Sudetenland). Daardoor werd de militaire verdediging daar ontmanteld.

Hij keerde verheugd in Engeland terug omdat Hitler had beloofd nu verder geen gebied in Europa meer te ambiëren: "Pence for our times". Maar Tsjecho-Slowakije werd enkele maanden later bezet.

maart 1939

1939

Het was de Duitse inval in Polen op 1 september 1939, die de Fransen en Engelsen de oorlog aan Duitsland deed verklaren. De verovering van Polen bleek voor de Duitse strijdkrachten geen enkel probleem omdat Hitler en Stalin hadden besloten Polen samen op te delen. Polen werd dus van twee kanten tegelijk aangevallen.

eind september 1939

 

De Sovjet-Unie viel in november 1939 ook Finland aan, maar de Finnen verdedigden zich hardnekkig en brachten de Russische aanvallers zware verliezen toe. De grote Sovjet overmacht dwong de Finnen echter een vredesverdrag te accepteren, waarbij een aantal grensgebieden aan de Sovjet-Unie werd afgestaan.

november 1939

 

1940

In april 1940 waren Denemarken en Noorwegen aan de beurt. Denemarken werd op één dag overweldigd en bezet en Noorwegen wist met hulp van Britse, Franse en Poolse troepen tot 24 april 1940 stand te houden.

westfront vanaf 10 mei 1940

In mei 1940 barstte het Duitse offensief in West Europa los. In de vroege morgen van de 10e mei 1940 viel Nazi-Duitsland Frankrijk via Nederland, België en Luxemburg aan, teneinde zo de onneembaar geachte Franse Maginot - linie langs de Frans-Duitse grens te omtrekken. Zes weken later was Frankrijk militair op de knieën gedwongen en maakte Duitsland zich op voor een aanval op Engeland. De Sovjet-Unie maakte van de gelegenheid gebruik om de Baltische landen Estland, Letland en Litouwen te bezetten.

Hitlers opdracht langs de Kanaalkust tijdelijk halt te houden, leidde er toe dat 226.000 Engelse, 90.000 Franse, 22.000 Belgische en enige honderden Nederlandse soldaten (weliswaar zonder wapens) naar Engeland konden ontkomen. Het "Wonder van Duinkerken".

De Duitse "Luftwaffe" moest nu Engeland snel weerloos maken. Door de grote Duitse verliezen tijdens deze 'Battle of Britain" (vooral aan piloten) moest een invasie van Engeland worden uitgesteld. De Duitse Luchtmacht schakelde over op nachtelijke bombardementen. Maar Engeland hield stand.

Ondertussen was ook de Italiaanse dictator Mussolini begonnen met de uitvoering van zijn plannen om van de Middellandse zee een Italiaanse binnenzee te maken. Het Italiaanse leger veroverde wel Albanië maar werd in het voorjaar 1941 door het Griekse leger tot staan gebracht. Duitsland schoot te hulp, waarna de Duits-Italiaanse legers de Balkan snel wisten te veroveren en te bezetten.

rommels opmars

 

De Duitse en Italiaanse troepen onder generaal Rommel brachten in Noord Afrika de Engelsen weliswaar danig in het nauw, maar werden voor het Suezkanaal tot staan gebracht. Spanje bleef neutraal.

1941

In de zomer van 1941 achtte Hitler zich sterk genoeg voor een invasie van de Sovjet-Unie. De grootscheepse operatie "Barbarossa" begon op 22 juni 1941. De verliezen van de Russen waren enorm, maar vlak voor Moskou stokte het Duitse offensief. De winter sloeg toe. Pas in september 1942 bereikte een Duits leger Stalingrad, maar 300.000 Duitsers werden daar omsingeld en gaven zich uiteindelijk over. De Russische tegenoffensieven wonnen steeds meer aan kracht.

Op zondag 7 december 1941 om 06.45 uur viel Japan verrassend de Amerikaanse vlootbasis Pearl Harbour in de Stille Oceaan aan en schaarde zich daarmee aan de zijde van Duitsland en Italië. Ook deze beide landen verklaarden nu de Verenigde Staten de oorlog.

 

Op de Atlantische Oceaan poogden honderden Duitse onderzeeboten de aanvoer van oorlogsmaterieel en voedsel van Amerika naar Europa te verhinderen. In 1942 werd 7,7 miljoen ton scheepsruimte tot zinken gebracht. Pas vanaf de lente 1943 werden meer Duitse "U-boten" vernietigd dan gebouwd, terwijl de geallieerden vanaf toen meer schepen produceerden dan verloren.

1943

In Noord Afrika kwam het Duitse Afrika Korps van generaal Rommel vlak voor Alexandrië tot stilstand. Met de slag om El Alamein namen de Engelsen het initiatief weer over.

tocht Rommels Africacorps

Nederlaag Rommel

Omdat de Amerikanen, die o.a. in Marokko geland waren, in oostelijke richting oprukten, kwamen de Duits -Italiaanse legers in een enorme tangbeweging terecht. Op 13 mei 1943 gaf het Duitse Afrika Korps zich over.

De geallieerden staken over naar Sicilië en later naar het Italiaanse vasteland. In september 1943 zetten de Italianen Mussolini af en capituleerden voor de geallieerden.

Duitsland was nu verwikkeld in een meer fronten oorlog. Het Duitse leger en de legers van de bondgenoten Roemenië, Hongarije en Finland stonden nu alleen en de divisies waren over heel Europa verspreid.

1944

 

operatie overlord

Met operatie "Overlord" startte op 6 juni 1944 de invasie in West-Europa. Geallieerde legers landden in juni 1944 in Normandië en later op 13 augustus in Zuid-Frankrijk tussen Toulon en Cannes. Van drie kanten rukten nu geallieerde legers op naar het hart van Duitsland. De Tweede Wereldoorlog leek zijn einde te naderen.

Bij de landingen waren betrokken: 4.900schepen, waarvan 600 oorlogsschepen, 176.000 man, 2.500 bommenwerpers en 7.000 jachtvliegtuigen.

operatie Market Garden

De luchtlandingsoperatie "Market Garden" was een gewaagde geallieerde poging om nog in het najaar 1944 een eind aan de Tweede Wereldoorlog te maken. Met behulp van een gigantische luchtlandingsoperatie diende een bruggenhoofd over de Rijn bij Arnhem te worden gevormd. Van daar uit kon snel worden doorgestoten naar het Ruhrgebied, het economische hart van Duitsland. De operatie werd een mislukking en de oorlog ging zijn vijfde jaar in.

Terwijl geallieerde legers bezig waren met de voorbereiding van een slotoffensief sloeg het Duitse leger in december 1944 nog eenmaal verrassend toe en lanceerde het Ardennenoffensief. Door Luxemburg en België probeerde een Duits leger Antwerpen en de kanaalkust te bereiken teneinde de geallieerde legers in tweeën te splitsen. Deze poging mislukte.

1945

duitsland bijna verslagen

Toen in april 1945 het geallieerde offensief, zowel in het Westen als in het Oosten startte, stortte het georganiseerde" Duitse verzet snel ineen. Amerikaanse en Russische troepen ontmoetten elkaar op 25 april 1945 bij Torgau aan de rivier de Elbe. Op 2 mei 1945 viel Berlijn en op 9 mei 1945 eindigde in Europa de Tweede Wereldoorlog.

De Pacific

1941-1944

Japanse expansie tot juni 1942

Evenals Duitsland en Italië streefde het grondstoffenarme Japan naar uitbreiding van macht en grondgebied. Vanaf 1931 voerde Japan al oorlog met China en bezette daar enorme gebieden. Mantsjoerije werd bij Japan ingelijfd. De koloniale mogendheden Engeland, Frankrijk en Nederland waren in 1941 in een strijd op leven en dood met Duitsland gewikkeld. Slechts de Verenigde Staten met grote politieke en economische belangen in en rond de Grote of Stille Oceaan, stonden Japan in de weg. Na de succesrijke Japanse luchtaanval van 7 december 1941 op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbour op Hawaii leek de weg tot grote machts- en gebiedsuitbreiding in en rond de Stille Oceaan open. De militaire opmars naar de Filippijnen, Hongkong, Brits Indië, Frans Indo China en Nederlands Oost Indië, Australië en Nieuw Zeeland begon.

 

overrompeling Ned Indie

Tussen december 1941 en maart 1942 werd Nederlands Oost Indië overrompeld en bezet.

ontwikkeling vanaf juni 1942

In juli 1942 stokte de Japanse militaire expansie bij Australië en Brits - Indië, en toen begon ook in het Verre Oosten het tij te keren. Eilandengroep na eilandengroep werd door de Amerikanen terugveroverd. De felheid van de Japanse verdediging bezorgde de geallieerden en met name de Amerikanen enorme verliezen aan mensenlevens. Dat leidde er o.a. toe dat op 6 augustus 1945 voor het eerst in de geschiedenis een in het diepste geheim ontwikkelde atoombom op de Japanse stad Hiroshima werd afgeworpen. Drie dagen later volgde een tweede op de stad Nagasaki. Dat betekende liet definitieve einde van de Tweede Wereldoorlog op 2 september 1945.

Nederland en de Tweede Wereldoorlog

1940

10 mei 1940

De overrompeling en bezetting van Nederland in mei 1940 maakte deel uit van het grote Duitse offensief in West-Europa. De Duitsers wilden de sterke en onneembaar geachte Franse Maginot linie langs de Frans-Duitse grens omtrekken. Daardoor was de schending van de Belgische, Luxemburgse en Nederlandse neutraliteit - militair gezien - onvermijdelijk. Ook voor de voortzetting van een aanval op Engeland was beheersing van het Belgische en Nederlandse grondgebied voor de Duitsers essentieel.

Met drie legergroepen werd de aanval op West-Europa op 10 mei 1940 ingezet. Het zwaartepunt lag daarbij in het zuiden. Het doel was de omsingeling van de Franse en Britse troepen in Noord-Frankrijk en Vlaanderen. Met het 18de Leger werd de nevenaanval op Nederland ingezet. De Grebbelinie werd doorbroken en via Rotterdam drongen de Duitse troepen de "Vesting Holland" binnen. Op 13 mei 1940 was de situatie zo kritiek geworden dat Koningin en regering naar Engeland uitweken. Op 15 mei 1940 capituleerde Nederland officieel voor de Duitse overmacht. In Zeeland zetten Franse eenheden de strijd tot 19 mei voort.

1945

ontwikkeling westfront 1944-1945

Het zou vier jaren duren alvorens Nederland beneden de grote rivieren door geallieerde troepen werd bevrijd. De jammerlijke mislukking bij Arnhem van de geallieerde luchtlandingsoperatie "Market Garden" (codenaam MARKET voor luchtlandingen, GARDEN voor grondoperaties) was er de oorzaak van dat Nederland boven de grote rivieren nog een winter van honger en ellende tegemoet ging en de bevrijding daar pas in mei 1945 plaats vond.

Zie voor deel 40 Oorlog door de Eeuwen heen: Deel 40 Oorlog door de Eeuwen heen