We hebben 125 gasten online

CSE Sovjet Unie 'Een systeem onder spanning' Deel 2

Gepost in Europa

kaart ussr

Hoe ontwikkelde zich het communistische systeem in de Sovjetunie onder Stalin en onder Brezjnev?

Hoe groot was de invloed van dit systeem op het dagelijkse leven van Sovjetburgers in de periodes 1928-1941 en 1964-1982?

Hoofdstuk 5 Een culturele ommekeer

5.1 Waarom wilde Stalin een nieuwe Sovjetmens creëren?

De nieuwe politieke orde vroeg om een 'totale revolutie'. Parallel aan de economische en politieke veranderingen diende om een totalitaire samenleving te bereiken ook een culturele ommekeer plaats te vinden. De kerngedachte daarachter is die van maakbaarheid van het individu en van de samenleving. In ideologische zin was de nieuwe Sovjetmens iemand die zich met overgave wijdde aan de opbouw van het communisme in zijn land. Eigenschappen van deze nieuwe Sovjetmens waren overtuiging en enthousiasme, maar ook onverzoenlijkheid en meedogenloosheid als het moest.

5.2 Op welke manieren wilde Stalin deze nieuwe Sovjetmens creëren?

Opvoeding

De officiële partijlijn was dat een kind in zijn opvoeding moest leren dat het collectief belangrijker was dan het individu en dat de politieke eenheid belangrijker was dan de familie. Loyaliteit diende gericht te zijn op Stalin, Partij en Vaderland. Het doel van de (staats)opvoeding was disciplinering van de kinderen, het bijbrengen van basishygiëne en het aanleren van basisvaardigheden voor de communistische Sovjetmens. Deze staatsopvoeding kreeg een vervolg in het (voortgezet) onderwijs, in de Komsomol en in het Rode Leger.

Onderwijs

Alfabetiseringscampagnes en ideologische scholing gingen hand in hand. Voor jongeren werd vier jaar lager onderwijs verplicht. Voortgezet onderwijs en volwassenenonderwijs namen enorm toe; het opleidingspeil van de Sovjetbevolking steeg indrukwekkend. In het onderwijs werd de nieuwe Sovjetmens mede gevormd. Er was aandacht voor het uitbannen van godsdienst, bijgeloof en burgerlijke / kapitalistische waarden. Russisch werd de verplichte tweede taal voor anderstalige volken in de Sovjetunie. Tot in het midden van de jaren dertig werden in het kader van de klassenstrijd vooral jongeren van arbeiders- en boerenafkomst tot het voortgezet onderwijs toegelaten. Accenten werden gelegd op techniek, natuurwetenschappen en ideologische vorming. Wetenschap stond in dienst van de nieuwe politieke orde, hetgeen onder andere zichtbaar was in het herhaald herschrijven van de geschiedenis.

De Komsomol

De Komsomol, de belangrijkste massaorganisatie voor jongeren, had een kernfunctie. Zij vormde het toekomstig partijkader. Komsomolleden moesten steeds bewijzen zelf modelburgers van de nieuwe Sovjetsamenleving te zijn en de nieuwe Sovjetmens te kunnen creëren. Het lidmaatschap stond niet open voor iedereen, de leden voelden zich uitverkorenen. De Komsomol was een van de pijlers van het Stalinistisch systeem De discipline was er streng. Leden van de Komsomol werden belast met alfabetisering van het platteland, bestreden godsdienst als de 'opium van het volk' en maakten propaganda voor het eerste vijfjarenplan. Daarnaast streden ze ook tegen slechte woon- of werkomstandigheden van de bevolking. Zelf namen ze vaak genoegen met de communale leefsituaties, zoals in de nieuwe ontginningssteden in Siberië. Ze onthielden zich niet van kritiek op machtsmisbruik door lokale partijkaders. Zij propageerden het idee van de socialistische wedijver. Zij geloofden in Stalin en namen eigentijdse helden van de Sovjet-Unie als voorbeeld; vliegers, poolonderzoekers en grensbewakers. Het geloof in de maakbaarheid van de maatschappij bracht de jongeren in conflict met oudere generaties.

Massamedia en massavieringen

Alle moderne middelen zoals film (Eisenstein), posters en brochures werden ingezet om de bevolking tot in de verste uithoeken te doordringen van het communistische ideaal. In de Stalinistische periode werden de kerkelijke tradities zoveel mogelijk doorbroken, onder andere door kerken om te bouwen tot musea, theaters, crèches of kantoren. Godsdienst werd met name door de jongeren massaal afgezworen. Daarentegen werden de collectieve prestaties van het socialisme benadrukt in sportmanifestaties en er werden massavieringen georganiseerd (oktoberrevolutie, 8 maart, 1 mei).

Kunst

De staat controleerde alle culturele uitingen door middel van het gedwongen lidmaatschap van beroepsorganisaties. Alle kunstuitingen (schilderkunst, literatuur, film, muziek) moesten voldoen aan de eisen van het socialistisch realisme, d.w.z. dat kunst begrijpelijk moest zijn voor de massa, de idealen van het communisme moest uitdragen en de nieuwe Sovjetmens moest verheerlijken. De thematiek was die van het communistisch ideaal: hard werkende en gelukkige Sovjetmensen. Evenals in de media werden in de kunst de economische en sociale successen van het communisme breed uitgemeten. Daarmee werd bijgedragen aan de vorming van een 'nationale' entiteit in de Sovjet-Unie.

Vrije tijd

Ook de vrije tijd van met name de stedelijke arbeiders werd georganiseerd en in dienst gesteld van de vorming van de nieuwe Sovjetmens. Vrije tijd diende ingezet te worden om te leren, het communisme op te bouwen en het klassenbewustzijn te versterken. In steden werden cultuurpaleizen, badinrichtingen, arbeidersclubs en avondscholen gebouwd.

5.3 Waarom slaagde Stalin er niet in een culturele ommekeer te bereiken?

Woningnood, arbeidsdruk, schaarste en bureaucratie demotiveerden Sovjetburgers en stonden zo een volledige culturele ommekeer in de weg. De propaganda ten spijt nam de ongelijkheid in de nieuwe sovjetsamenleving toe, als gevolg van de socialistische wedijver en van de maatschappelijke privileges die het partijkader en een culturele elite wisten te verwerven. Er tekende zich een generatiekloof af. De jongeren accepteerden de ideologie van het communisme, zij geloofden in de nieuwe Sovjetmens. Vooral op het platteland bleven oudere generaties, zelfs in families van partijleden, vasthouden aan christelijke tradities. De staat kreeg geen volledige greep op de opvoeding. In tweede helft van de dertiger jaren werd -na het bekend worden van verontrustende, dalende geboortecijfers- het gezin opnieuw gewaardeerd als kern van opvoeding. De rol van vrouwen als moeder en opvoeder kreeg weer nadruk. Het huwelijk werd weer in ere hersteld. Echtscheiding en abortus werden bemoeilijkt.

Hoofdstuk 6

Historisch kader II

In 1964 kwam in de persoon van Leonid Brezjnev de generatie jonge communisten uit de jaren dertig aan de macht. Hij erfde een communistisch systeem dat al voor 1941 door Stalin was gevestigd. Tussen 1941 en 1964 veranderde dit systeem niet wezenlijk van karakter, zelfs niet onder druk van de Tweede Wereldoorlog.

De Tweede Wereldoorlog 1941-1945

De Duitse invasie bracht het communistisch systeem in groot gevaar. Door grote inschattingsfouten van Stalin leed de Sovjetunie in 1941 en 1942 zware nederlagen tegen het binnengevallen Duitse leger en verloor grote gebieden. Grote industriecentra opgebouwd in de jaren dertig vielen -zwaar beschadigd- in Duitse handen. Het verloop van de oorlog in deze jaren toonde de zwakte maar ook de kracht van het systeem aan. Stalin koos in de oorlogsjaren voor een pragmatische, minder rigide benadering: meer ruimte voor initiatief en verantwoordelijkheid in de industrie, een herwaardering van de Russisch-orthodoxe Kerk, ruimere bevoegdheden voor militaire leiders. Door zijn optreden tijdens de Grote Vaderlandse oorlog en de oorlogssuccessen werd Stalin in de ogen van vele Russen de leider die Sovjetunie had gered en een nieuw gevoel van eenheid gaf.

post warlegenda post war

De laatste zeven jaar van Stalin, 1946-1953

Voor de wederopbouw van de zwaar beschadigde Sovjetunie viel Stalin terug op de commando-economie van de jaren dertig. Militaire uitgaven voor het bezettingsleger in Oost-Europa en voor de bewapeningswedloop in het kader van de Koude Oorlog drukten zwaar op de communistische economie. Stalin gebruikte de internationale spanning ook als rechtvaardiging voor de terugkeer naar een totale politieke en culturele controle. Er volgde in 1946-1947 een golf van zuiveringen. Verklaringen voor het soms irrationele gedrag van Stalin worden gevonden in zijn fysieke en mentale aftakeling.

De periode Chroesjtsjov 1953-1964

chroestjovNa een kortstondig collectief leiderschap kwam Nikita Chroesjtsjov aan de macht. Hij erkende de noodzaak van een aanpassing van het communistisch systeem. In twee destalinisatiecampagnes werd afstand genomen van de persoon Stalin. Chroesjtsjov maakte een einde aan de willekeurige politieke terreur, gaf intellectuelen enige ruimte maar trad daarentegen weer hard op tegen de kerken. Op agrarisch gebied stond hij een te ambitieus en experimenteel hervormingsprogramma voor. De beloofde stijging van de levensstandaard bleef uit. Chroesjtsjov werd in 1964 door de partijtop afgezet.

Hoofdstuk 7

Brezjnevs politieke orde

7.1 Welke politieke orde stonden Brezjnev c.s. voor?

 

breznjev

Het Brezjnev-regime stond stabiliteit, rust en orde voor. Het wilde de door Stalin gevestigde politieke orde handhaven maar zonder terug te keren naar een permanente terreur of politieke willekeur. Een herstel van de 

Stalin-cultus achtte het regime niet opportuun. In de nieuwe grondwet van 1977 werd de leidende rol van de partij opnieuw bevestigd. De functies van het partijkader in de samenleving veranderden niet. De Koude Oorlog bevestigde het bestaan van een vijandige buitenwereld; internationale spanningen werden gebruikt om de éénpartijstaat te legitimeren en te versterken. Een communistische samenleving bleef in beeld, de verwachte datum van invoering werd steeds opgeschoven. In economisch opzicht hield het Brezjnev regime vast aan Stalins planeconomie. In de jaren zestig leken de hoge economische groeicijfers het succes van de planeconomie te bevestigen. De Sovjetunie leek net als in de tijd van Stalin de achterstand op het Westen in te halen. Het landbouwbeleid bleef ongewijzigd. Onder Brezjnev bleef de Sovjetunie een politiestaat, inclusief het systeem van politieke strafkampen.

Brezjnev

7.2 Welke verschillen vertoonde Brezjnevs politieke orde met die van Stalin?

Verhoudingen binnen de partij

Brezjnev was geen absoluut leider zoals Stalin, maar 'de eerste onder zijns gelijken'. Door een consensus beleid binnen de partijtop behield hij tot zijn dood deze positie. De leiderschapscultus rond zijn persoon is niet te vergelijken met de Stalin-verheerlijking. De werkelijke macht in de partij concentreerde zich in de kleine, conservatieve toplaag. Bij ontstentenis van partijzuiveringen zoals in de Stalins tijd, vergrijsde deze partijelite in haar verworven posities. Jongere communisten maakten geen bliksemcarrière meer, maar konden alleen nog als protégé van een van de politieke kopstukken in de partijhiërarchie opklimmen. Zonder Komsomol en vervolgens partijlidmaatschap was een politieke of wetenschappelijke carrière vrijwel onmogelijk.

Economische beleid

Waar Stalin alle nadruk legde op de opbouw en verdediging van een communistische industriële samenleving ging het Brezjnev-regime verder; het wilde zich in militair-economisch opzicht meten met het Westen. Daarbij overschatte het de eigen kracht. Er was sprake van een verbetering van de levensstandaard, vooral in de steden. Er werden onder Breznjev enorme bedragen geïnvesteerd, met name in de landbouw en in de militaire sector. De resultaten vielen tegen. Na de jaren zestig vielen bij elk vijfjarenplan de opbrengstcijfers steeds meer terug. De achterstand op het Westen werd weer groter, met name waar het ging om het innovatievermogen en om de informatie en communicatietechnologie. De agrarische bedrijfsvoering werd in een toenemende mate gebureaucratiseerd. Steeds meer landbouwproducten gingen verloren door verkeerde opslag en verwerking of door het ontbreken van transportmogelijkheden. Brezjnev kon de door Stalin voorgestane autarkie niet handhaven. Voor het betalen van de import, o.a. van graan, en van de hoge militaire uitgaven werd de Sovjetunie steeds meer afhankelijk van de export van olie en gas. Tegelijkertijd vond een 'informele' decentralisatie plaats waarbij regionale partijbonzen geleidelijk steeds meer macht kregen. De 'tweede economie' nam onder Brezjnev sterk toe. Corruptie, zwarthandel en vriendjespolitiek namen een ongekende dimensie aan.

Controle en vervolging

De censuur was minder rigide dan onder Stalin. De ideologische propaganda was vriendelijker, nogal conservatief en Russisch nationalistisch. Ondanks een wijd verbreid informantensysteem drong de staat minder dan onder Stalin het privé-leven binnen. Zolang de Sovjetburger zich in het openbaar conformeerde aan gevestigde partijopvattingen en aan bepaalde regels, had hij weinig te vrezen. Arbitraire en grootschalige terreur, zoals onder Stalin, vonden niet meer plaats; wel een gerichte en intensieve vervolging van een naar verhouding kleine groep dissidenten. Religie werd onder Breznjev met moeite getolereerd.

Houding ten opzichte van de nationaliteiten

Het Brezjnev regime brak met de repressieve nationaliteitenpolitiek van Stalin, grootschalige deportaties vonden niet meer plaats. Aan verzoeken tot hervestiging van in de oorlog verdreven etnische minderheden werd echter nauwelijks gehoor gegeven. Vergeleken met de Stalin-periode is de relatieve rust in het multi-etnische Sovjet rijk opvallend. De bestuurlijke grenzen van de Sovjet republieken en territoria vielen meestal samen met culturele grenzen. Naast een sterke russificatie met name op het terrein van het onderwijs werd binnen een Sovjet Republiek de eigen cultuur ruimte gelaten. De eerste man, de partijsecretaris, kwam uit de etnische dominante groep en de 'tweede man' was vrijwel altijd een Rus. De etnische elite werd door toedelen van maatschappelijke posities en welvaart gebonden aan de Sovjetstaat. Zolang deze elite het Kremlin leek te volgen had ze veel beslissingsruimte.

Hoofdstuk 8

Sovjetburgers en het communisme onder Brezjnev

8.1 Hoe was de verhouding Sovjetburgers - communistische staat?

Tegenover de communistische staat namen Sovjetburgers een ambivalente houding aan. Enerzijds koesterden zij zich in de afhankelijkheid van de staat, anderzijds wantrouwden ze haar macht en willekeur. De staat dwong eenheid en conformisme af. Ze stond de ontwikkeling van een moderne relatie burgers - staat, zoals in de West-Europese parlementaire democratie, in de weg. In West-Europa vonden de burgers en de staat elkaar geleidelijk in verschillende democratische uitgangspunten en in een door de staat gewaarborgde sociale zekerheid die is gekoppeld aan de plicht ook zelf initiatief te ontwikkelen. In de Sovjetunie bestond sociale zekerheid, maar naar West-Europese maatstaven op een laag niveau. In de Sovjetunie bestond net als in West-Europa een grondwet, maar in de praktijk overheerste echter de staat het leven van de Sovjetburgers. Ze kregen via televisie of krant alleen te horen wat de partij had goedgekeurd. Elke vorm van openlijk 'politiek afwijkend gedrag' of van etnisch protest werd onderdrukt. Tijdens de Brezjnev-periode groeide onder Sovjetburgers, ook onder lagere echelons van de partij, onvrede over de machtsprivileges van een kleine groep conservatieve partijleiders.

8.2 Welke houding namen Sovjetburgers, in het bijzonder de boerenbevolking, aan ten opzichte van de planeconomie?

Sovjetburgers in het algemeen

Tijdens de Brezjnev-periode groeide onder Sovjetburgers de ontevredenheid over de planeconomie, al was er weinig openlijk protest. Hun lage arbeidsmoraal was een vorm van zelfverdediging tegen de staat en haar planeconomie. Kenmerkend was de houding 'zij doen alsof ze ons betalen, wij doen alsof we werken'. In het openbaar werd dit verschijnsel ontkend en de mythe van de hardwerkende Sovjetburger in stand gehouden. Kenmerkend voor de algehele onvrede waren ook het alcoholisme, vooral onder mannen, en de veel voorkomende vormen van diefstal en corruptie. Het gros van de Sovjetburgers, in het bijzonder de vrouwen, voelden zich als producent en als consument door de staat sterk ondergewaardeerd. Weinig waardering was er voor de kwalitatief slechte consumptiegoederen in de staatswinkels. Voor goederen of diensten werden Sovjetburgers steeds meer afhankelijk van (ruil)handel in het dure grijze circuit. De sovjetburgers stelden vast dat ondanks een stijging van het inkomen de planeconomie in feite een systeem van gespreide, relatieve armoede opleverde.

De boeren

De grote kloof tussen Sovjetburgers en de staat werd vooral zichtbaar op het platteland. De arbeidsinzet van de boerenbevolking binnen de steeds grotere kolchozen en sovchozen was spreekwoordelijk laag. De boerenbevolking voelde zich ook als consument door de staat buitengesloten, tweederangsburgers in een zogenaamd egalitaire samenleving. Na de komst van televisie en telefoon op het platteland zagen ze in een toenemende mate het verschil in levensstandaard tussen land en stad. De producten van de kleine stukjes grond waren steeds meer nodig om direct of indirect in eigen levensonderhoud te voorzien. Vrouwen voelden zich uitgebuite agrarische arbeidskrachten, ze hadden nauwelijks carrièrekansen. Een groot deel van de vrije tijd besteedden ze aan de zorg voor het gezin. Dit was door de leefomstandigheden op het land moeilijker dan in de stad. Waar fabrieksarbeiders, als 'het plan' gehaald moest worden, nog concessies konden afdwingen restte de boeren alleen 'het stemmen met de voeten'. Vooral uit de niet-zwarte aardegebieden trokken tegen de zin van de staat miljoenen mensen van het platteland naar de steden. Een gunstige uitzondering vormden de boeren in de vruchtbare en klimatologisch gunstige zuidelijke gebieden. Een ruime productie het hele jaar door maakte hun leven daar aanzienlijk aangenamer. Van hun kant werd weinig kritiek op de planeconomie gehoord.

8.3 Hoe stonden jongeren tegenover de communistische ideologie?

De jonge generaties in de Brezjnev-periode namen ten opzichte van de communistische ideologie een dubbele houding aan. In tegenstelling tot jongeren in de jaren dertig hadden ze nauwelijks echte politieke belangstelling. Jongeren onder Brezjnev droomden niet van een communistische samenleving, maar van materiële welvaart en een goede baan. In het openbaar, zoals bij 1-mei parades, toonden ze daarentegen ook een collectief enthousiasme over de verworvenheden van de Sovjetstaat en over de grote internationale betekenis van de Sovjetunie. Binnen de Komsomol ontbrak het vroegere revolutionaire elan; het lidmaatschap was een vanzelfsprekendheid geworden. Voor jongeren uit de bovenlaag in de Sovjetsamenleving was het Komsomol-lidmaatschap een toegangspoort tot een maatschappelijke carrière. In een toenemende mate wantrouwden jongeren de officiële idealen. Door een aantal beperkingen hield de staat bij de toegang tot het voortgezet en hoger onderwijs en bij het vinden van een baan maatschappelijke ongelijkheid in stand. Jongeren zagen dat vrouwen onder het mom van gelijkheid dikwijls de zwaarste lasten in de Sovjetsamenleving droegen, op de arbeidsvloer, in de samenleving en thuis. De staat bood vrouwen een laag inkomen en weinig persoonlijke bescherming. Abortus was vaak de enige vorm van geboortebeperking. Jongeren, vaak uit de betere inkomensgroepen in de steden, trokken zich terug in eigen subculturen, naar Westers voorbeeld.

8.4 Waarom was de partij niet in staat de stagnatie in het communistisch systeem te doorbreken?

Angst voor vernieuwing zowel binnen de partij als binnen de samenleving blokkeerden noodzakelijke hervormingen. Oorzaken van tekorten in de sovjetsamenleving, in het bijzonder in de sovjeteconomie, werden tijdens de Brezjnev-periode door een deel van het partijkader, vaak hoogopgeleide en / of technische geschoolde managers, wel onderkend. De partijtop onder leiding van Brezjnev koos echter steeds weer voor politieke stabiliteit op de korte termijn en leek economisch falen op de langere termijn daarmee te accepteren. Noodzakelijke technische en wetenschappelijke vernieuwingen, zoals moderne communicatiesystemen, werden telkenmale geblokkeerd. De vernieuwingen mochten de macht en de belangen van hoge partijfunctionarissen niet aantasten. Zij profiteerden in een belangrijke mate van de omvangrijke corruptie en nepotisme onder Brezjnev. Vele gewone Sovjetburgers wantrouwden vernieuwingen die eerder altijd leidden tot een verhoging van de productie-eisen of tot andere onwelkome maatregelen. Het sterk hiërarchisch karakter van de partij zorgde er voor dat onwelkome analyses en mogelijke oplossingen uit de partijgeledingen de vergrijsde partijtop vaak niet bereikten. Het ambtenarenapparaat hechtte aan het verbergen van haar incompetentie. Door de regionalisering van de economie nam de invloed van het centrale partijapparaat in Moskou af. Regionale partijleiders maakten onderlinge afspraken en bewezen soms lippendienst aan de centrale planning. Door deze ontwikkeling werd de ruimte voor centraal geleide hervormingen kleiner. Decentrale hervormingen, zo werd gevreesd, zouden de Sovjetunie uiteen doen vallen.

Europa in 1970

europa 1970

legenda

Hoofdstuk 9

Epiloog 'de onvolkomen revolutie'

In maart 1985 werd Michail Gorbatsjov gekozen tot leider van de Communistische Partij van de Sovjetunie.

gorby

Tegen veler verwachting in ontpopte Gorbatsjov zich tot een radicale hervormer. In zijn streven naar economische hervormingen (perestrojka) en openheid (glasnost) speelde hij vooral in op de behoeften van een deel van het partijkader, namelijk het tweede echelon communistische leiders, minder behoudzuchtig, beter bekend met het Westen en met een sterke behoefte aan veranderingen. Gorbatsjov zocht toenadering tot het Westen, teneinde de nodige politieke ruimte en financiële steun voor zijn hervormingsplannen te verwerven. Het verschafte hem een grote populariteit buiten de Sovjetunie. De groeiende economische problemen en de zigzagkoers die Gorbatsjov soms voer, leidden echter tot teleurstelling in de Sovjetunie zelf. Gorbatsjovs 'revolutie van bovenaf' nam snel aan populariteit af. De veranderingen kregen een eigen dynamiek. Gorbatsjov verloor geleidelijk zijn greep op de gang van zaken. Verscheidene bondgenoten lieten hem in de steek. Hij zag zich gedwongen steeds nauwer samen te werken met het conservatieve deel van het partij- en staatsapparaat. De groeiende tegenstellingen in Moskou, de massale onvrede met de economische problemen en de toenemende kracht van de nationale bewegingen in de Sovjetrepublieken (waaronder de Russische Federatie) deden de spanning hoog oplopen. Het gevaar van militair geweld dreigde. In augustus 1991 poogde een aantal conservatieve leiders het verval van het communisme in de Sovjetunie te keren. Ze deden een greep naar de macht. Gorbatsjov werd ter zijde geschoven en de noodtoestand werd uitgeroepen. De 'staatsgreep' mislukte. De democratische oppositie in de Sovjetunie, onder leiding van Boris Jeltsin, greep haar kans. De communistische partij werd verboden. Gorbatsjov werd zijn politieke macht grotendeels ontnomen; en in december 1991 werd de Sovjetunie officieel opgeheven. Vrijwel niemand had er rekening mee gehouden dat de eens zo machtige Sovjetunie op vrijwel geweldloze wijze ten onder zou gaan. Eén van de belangrijkste redenen van de vreedzame ondergang van de communistische supermacht, was het gebrek aan legitimiteit van het communistische bestel bij een groeiend deel van het partijkader en ambtenarenapparaat. Velen 'deserteerden'. Ze meenden uiteindelijk meer kansen te hebben onder een nieuwe orde dan onder het communisme, als ondernemer, als politicus of als beide. In het nieuwe Rusland van Jeltsin veranderde veel: de communistische partij werd in de ban gedaan (om later op gerechtelijk bevel weer te worden toegestaan) en de communistische staatsideologie werd overboord gegooid. De oude planeconomie, waarin privé-bezit ten hoogste werd getolereerd, maakte plaats voor een slecht werkende vrije markteconomie, waar vooral de macht van het geld telt. Er bleef echter ook veel bij hetzelfde. Aan de bureaucratie kwam geen einde. Veel politici van de oude school bleven zitten. Ze regeren Rusland met behulp van ondoorzichtige netwerken, waarin politieke macht en economische macht nauw verweven zijn. Ondanks periodieke verkiezingen heeft de gewone Rus nog steeds weinig in de melk te brokkelen. Het vertrouwen in de politiek was en blijft laag.

uiteenval

legenda

Literatuur

Sovjetunie algemeen

J.W. Bezemer, Een geschiedenis van Rusland. Van Rurik tot Brezjnev. Van Oorschot. Amsterdam 1988 (en latere edities) Marius Broekmeyer, Het verdriet van Rusland. Dagelijks leven op het platteland sinds 1945. Mets en Schilt. Amsterdam 1996. Michail Gorbatsjov, Mijn Rusland. De dramatische geschiedenis van een grootmacht. Amsterdam, Balans, 1999. Ed. Barbara Engel and Anastasia Posadskaya-Vanderbeck. A revolution of their own, Voices of Women in Soviet History. Westview Press 1998 Olga de Haan, Vrouwen in de Sovjetunie. Utrecht, Spectrum, 1988 John Keep, Last of the Empires. A History of the Soviet Union 1945-1991. Oxford, Oxford University Press, 1996. Francine du Plessis Gray, Vrouwen in de Sovjetunie. Een wankel evenwicht. Utrecht, Lutingh Sythoff, 1990 David Remnick, Lenins laatste adem. De ondergang van het Sovjetrijk. Bloemendaal 1994 Ronald G. Suny, The Soviet Experiment: Russia, the USSR, and the Successor States. Oxford, Oxford University Press, 1998.Stalinisme

Stalinisme

Marius Broekmeyer, Stalin, de Russen en hun oorlog, 1941-1945. Amsterdam, Mets & Schilt, 1999. Allen Bullock, Hitler en Stalin. Paralelle levens. Amsterdam, Arbeiderspers, 1991. Sheila Fitzpatrick, Everyday Stalinism. Ordinary Life in Extraordinary Times: Soviet Russia in the 1930s. Oxford, Oxford University Press, 1999. David King, The Commissar Vanishes. The Falsification of Photographs and Art in Stalin's Russia. New York, Henry Holt and Company, 1997. Stephen J. Lee, Stalin and the Soviet Union. London and New York, Routledge. 1999. Evan Mawdsley, The Stalin Years. The Soviet Union, 1929-1953. Manchester, Manchester University Press, 1998. Chris Ward. Stalins Russia. (Second Edition).Arnold. London etc. 1999. 278 blz. A. Wood, Stalin en het Stalinisme. Amsterdam, Babel, 1998

Periode Brezjnev

Zie: Sovjetunie algemeen en: Mikhail Heller, Cogs in the wheel. The formation of Soviet Man. New York, Alfred Knopf, 1988 Hedrick Smith, De Russen. Dagelijk leven in de Sovjet-Unie. Amsterdam 1977 (vaak nog tweedehands te verkrijgen) Wisla Suraska, How the Soviet Union disappeared. Essays on the causes of dissolution. Durham and London, Duke University Press, 1998. Hoofdstuk 1 'The first Soviet generation. William Tompson, The Soviet Union under Brezhnev, 1964-1982. London, Longman, 2000.