We hebben 223 gasten online

Deel 1 Duitsland en Europa 1945-2000

Gepost in Europa

1. Hoe stond Duitsland na de nederlaag er voor; welke houding namen Duitsers en Geallieerden aan?

1.1 1945, hoe stond Duitsland er voor?

  • Na de capitulatie

Van het grote Duitsland was niets over; het had onvoorwaardelijk gecapituleerd en daarmee zijn soevereiniteit volledig verloren. De overheersing door de geallieerde overwinnaars was in meerdere opzichten pijnlijk; met name werd het Rode Leger gevreesd. In het dagelijks leven werden vrouwen, mannen en jongeren, elke groep op een eigen wijze, geconfronteerd met de directe gevolgen van oorlog en nederlaag: de puinhopen in de steden, andere vormen van grote materiële nood, ziekten en krijgsgevangenschap. De samenleving was volledig verstoord als gevolg van de vernielde infrastructuur, de grote stromen vluchtelingen, het gigantisch tekort aan huisvesting en het ontbreken van een geregeld bestuur op landelijk niveau.

1.2 Hoe dachten Duitsers over de ontstane situatie?

  • Verbijstering en apathie

De meeste Duitsers waren verbijsterd, hun door de nazi-propaganda opgevoerde verwachtingen waren in duigen gevallen. De confrontatie met wandaden, gepleegd in naam van het Duitse volk, versterkte bij veel Duitsers een apathische houding. Waar mogelijk trokken zij zich terug in de familiekring. Onder de miljoenen Duitsers die uit hun geboortestreek waren gevlucht of waren verdreven, was het gevoel ontworteld te zijn nog sterker aanwezig.

1.3 Welke houding namen Geallieerden ten opzichte van Duitsland en ten opzichte van elkaar aan?

  • De opvattingen van de 'Grote Drie'

De geallieerde leiders Roosevelt, Stalin en Churchill hadden vóór 1945 slechts vage ideeën over de toekomst van Duitsland na de Duitse nederlaag. De in 1943 gemaakte afspraken over de voorlopige opdeling van Duitsland in bezettingszones kwamen mede voort uit de angst dat 'de ander' het ontstane machtsvacuüm zou opvullen. Tijdens de Jalta-conferentie (februari 1945) besloten ze ook de hoofdstad Berlijn in vier zones in te delen.

jalta

Churchil, Roosevelt en Stalin

Nieuwe tegenstellingen tekenden zich af. Stalin forceerde gebiedsverschuivingen in het oosten; Duitsland raakte een kwart van zijn grondgebied kwijt. In een gespannen sfeer maakten Stalin, Truman en Attlee tijdens de conferentie in Potsdam afspraken over Duitsland: denazificatie, ontwapening, demilitarisering, democratisering en ontmanteling van de Duitse oorlogsindustrie. Een deel van de afspraken bood ruimte voor eigen interpretatie. Duitsland moest, ondanks de opdeling, een economische eenheid blijven. Een Geallieerde Controle Raad moest dit bevorderen. Een door de Sovjetunie (voortaan genoemd SU) gewenste definitieve regeling over de herstelbetalingen bleef uit.

occupied germany and austria 1945-1948Occupied Germany and Austria 1945-1948

2. Welke internationale en nationale ontwikkelingen verklaren de Duitse deling?

2.1 1949,'Stalin's misrekening'

12 Mei 1949, feest in West-Berlijn, na 11 maanden is de Sovjet-blokkade opgeheven. Stalin heeft geen van zijn doelen bereikt: in plaats van de door Stalin geëiste integratie van West-Berlijn in de Sovjet-zone bleef West-Berlijn een westerse voorpost. Evenmin kwam iets terecht van de eis 'alle bezettingstroepen uit Duitsland'.

De crisis rond Berlijn stimuleerde de oprichting van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo) in april 1949; het westelijk deel van Duitsland behoorde tot het verdragsgebied. Op 8 mei gaven vertegenwoordigers van de westelijke Duitse deelstaten hun goedkeuring aan een grondwet voor een Westduitse staat, tegen de zin van Stalin die voorstander was van een Duitse eenheidsstaat met een 'anti-fascistische regering'.

2.2 Welke internationale ontwikkelingen tussen 1945 en 1949 bevorderden de Duitse deling?

  • Een gedeeld Europa

De groeiende tegenstelling tussen de SU en de westelijke Geallieerden na 1945 was de belangrijkste oorzaak van de Duitse deling. Het toenemende, wederzijdse wantrouwen werd mede gevoed door ontwikkelingen in het bezette Duitsland.

Schijnverkiezingen en de invoering van het Stalinistisch systeem in Oost-Europese staten in de periode 1945-1947 voedden de vrees voor verdere communistische expansie; stemmenwinst van communisten bij parlementaire verkiezingen in andere Europese landen versterkte deze vrees. Het is onzeker of Stalin alleen uit was op veilige grenzen (een schild van Oost-Europese staten) of geheel West-Europa binnen zijn invloedssfeer wilde krijgen.

President Truman formuleerde in het voorjaar van 1947 de containment-politiek (Truman-doctrine) en vroeg in dat kader het Amerikaanse Congres de Marshall-hulp goed te keuren.

De staatsgreep in Praag in februari 1948 wekte in de Verenigde Staten (voortaan genoemd VS) en in West-Europa grote onrust. Het Amerikaanse Congres liet zijn bezwaren tegen de Marshall-hulp vallen.

West-Europese landen waren bereid samen tegenwicht te bieden aan de militaire overmacht van de SU in Europa. De blokkade van Berlijn (1948-1949) wees uit dat de grens tussen 'Oost en West' in Duitsland lag.

2.3 Welke nationale ontwikkelingen tussen 1945 en 1949 bevorderden de Duitse deling?

Deze ontwikkelingen werden voor een groot deel bepaald door de geallieerde bezetters. Tot 1947 voerde elke mogendheid in haar zone een eigen politiek.

  • De economische deling

De economische samenwerking, afgesproken in Potsdam, kwam moeilijk van de grond. Zowel de Fransen als de Russen plunderden hun eigen zone leeg, in hun ogen een vorm van herstelbetalingen. De SU leverde niet de afgesproken hoeveelheid voedsel uit de oost-zone. De samenwerking binnen de Geallieerde Controleraad verliep steeds stroever.

De aanhoudende vluchtelingenstromen uit het oosten vergrootten de in de westelijke zones al bestaande economische problemen (geldontwaarding, zwarthandel) en werkten chaos in deze zones in de hand. De VS en Engeland voegden in 1947 hun zones samen en werkten in het geheim aan een geldhervorming om de economie in hun zones weer op te bouwen. Korte tijd later sloot Frankrijk zich bij deze samenwerking aan. Met de invoering van de D-mark, in juni 1948, werd Duitsland in economische zin definitief gedeeld.

blokkade berlijn

Stalin beschouwde deze geldhervorming als een schending van 'Potsdam'. Het economisch herstel in de westelijke zones en het vertrouwen in de Marshallhulp verkleinden de kans dat Duitsers zouden kiezen voor zijn visie van de Duitse eenheidsstaat. De blokkade van Berlijn was zijn antwoord op de westerse 'indammings-politiek'.

  • De blokkade van Berlijn

De blokkade paste in de afgrendelingspolitiek van de SU. Tevens was het een chantagemiddel om de kwestie Duitsland naar eigen inzicht te regelen.

Het verloop van de blokkade, met name het onderhouden van de luchtbrug, toonde de bereidheid van de VS aan om te interveniëren ten gunste van niet-communistisch Europa, waartoe het westen van Duitsland en het bijzonder kwetsbare West-Berlijn werden gerekend. Tijdens de crisis werd de basis gelegd voor nauwe samenwerking tussen West-Europa en de VS (de Atlantische Alliantie) met als concreet resultaat de NAVO.

Tijdens de blokkade van Berlijn werd de samenwerking tussen de drie westelijke zones uitgebreid. Deelstaatverkiezingen in deze zones legden feitelijk de basis voor de Bondsrepubliek Duitsland (BRD).

Onder toezicht van de westelijke Geallieerden kwam een democratische grondwet tot stand.

De blokkade van Berlijn versterkte gevoelens van saamhorigheid onder West-Duitsers en stelde hen in de gelegenheid de rol van dader te verwisselen voor de rol van slachtoffer. Een anti-Amerikaanse stemming in het westen van Duitsland veranderde in een pro-Amerikaanse. De invloed van de Marshallhulp versterkte deze laatste ontwikkeling. Na de Bondsdagverkiezingen (augustus 1949) werd de pro-westerse CDU-politicus Adenauer tot bondskanselier gekozen.

  • Het ontstaan van de Duitse Democratische Republiek

Met toestemming van Stalin werd in de Oost-zone in het najaar van 1949 de Duitse Democratische Republiek (DDR) opgericht, een 'boeren- en arbeidersstaat' zoals de andere volksdemocratieën in het Oostblok.

 

 

gdr 1949

De ontwikkelingen in de oost-zone tussen 1945 en 1949 vertoonden overeenkomsten met ontwikkelingen in Oost-Europese landen; om steun van groepen Duitsers te behouden of te verwerven vonden ze alleen meer geleidelijk plaats. Onder druk van de Sovjet-autoriteiten kwam de macht te liggen bij de SED waarin de communisten de hoofdrol speelden. De economie werd omgevormd naar sovjetmodel. Dit proces droeg bij aan de deling van Duitsland.

In de Koude Oorlogspropaganda werd vanaf 1948 de samenleving in de oost-zone gepresenteerd ais het antifascistisch alternatief voor West-Duitsland.

germany 1949-1957

Germany 1949-1957

3. Welke internationale en nationale ontwikkelingen verklaren de integratie van de BRD in het westen en van de DDR in het oosten?

3.1 1955, 'Wiedervereinigung' verder weg dan ooit

  • Juli 1955, de conferentie in Genève, een bijeenkomst van leiders van de voormalige 'Grote Vier'.

De nieuwe leider van de SU Chroesjtsjov leek tot concessies bereid om alsnog de schade voor de SU van de toetreding van de BRD tot de NAVO te beperken. De onderhandelingen liepen vast; de SU handhaafde de eis tot neutralisering van Duitsland en de VS de eis van vrije verkiezingen. De BRD trad toe tot de NAVO en de DDR tot het net opgerichte Warschaupact; Duitsland vormde nu de 'frontlijn' tussen de politiek-militaire machtsblokken in Europa. Zonder medewerking van de VS en van de SU was 'Wiedervereinigung' ondenkbaar. De niet aanwezige Adenauer, kanselier van de BRD en ook minister van buitenlandse zaken, was redelijk tevreden met deze ontwikkelingen.

3.2 Welke internationale ontwikkelingen tussen 1949 en 1955 bevorderden de integratie?

  • De invloed van de Koreaanse Oorlog

De Koreaanse Oorlog confronteerde inwoners van Europa met de Koude Oorlog in meerdere gedaantes. In Europa rees de vraag of ook in Duitsland, dat evenals Korea was opgesplitst in een communistisch en niet-communistisch deel, oorlog zou uitbreken. Gewezen werd op overeenkomstige ontwikkelingen: ongelijke militaire machtsverhoudingen, de Sovjet expansie in Europa vóór 1950, de propagandastrijd en de houding van communistische partijen (in Frankrijk en Italië). Gaandeweg de Koreaanse oorlog groeide in Europa de angst voor een Derde Wereldoorlog, een kernoorlog.

Om de NAVO wezenlijk te versterken stelde Adenauer de Westduitse herbewapening voor. Adenauer's voorstel riep in de BRD en in de haar omringende landen veel discussie en verzet op. Op grond van politiek-militaire overwegingen steunden president Truman en bondgenoot Engeland Adenauer's voorstel; Truman moest wel veel verzet in het Amerikaanse Congres overwinnen.

  • 'Westbindung' en 'Westintegration'

Adenauer's herbewapeningsvoorstel maakte deel uit van zijn politiek van 'Westbindung' en 'Westintegration', gericht op de heracceptatie van Duitsland als soevereine staat, het vergroten van de Westduitse veiligheid en een geleidelijke opbouw van de democratie in de BRD. Adenauer 's koers werd mede ingegeven door zijn persoonlijke ervaringen en zijn kijk op de Duitse geschiedenis. Aan deze politiek koppelde Adenauer de 'Politik der Stärke': vanuit een sterke positie de SU en (indirect) de DDR tot concessies dwingen en praten over een 'Wiedervereinigung'.

  • De toetreding van de BRD tot de NAVO

Internationale ontwikkelingen vanaf 1952 bevorderden de opname van de BRD in de NAVO: de toenemende wapenwedloop, de groeiende angst voor een Sovjet-overwicht in Europa, de bezorgdheid binnen de NAVO-lidstaten voor de gevolgen van de politiek van 'massive retaliation' van de regering Eisenhower.

  • De Frans-Duitse toenadering

Twee initiatieven die de Franse regering in 1950 nam, de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) en van de Europese Defensie Gemeenschap (EDG), boden kans op een snelle integratie van de BRD in West-Europa. Adenauer ging hier welwillend op in. De Franse regering had voor deze initiatieven uiteenlopende beweegredenen: greep houden op de kolen- en staalindustrie in het Roergebied, komen tot een verzoening met Duitsland, het voorkomen van terugkeer van een zelfstandig Duits leger.

De EDG mislukte door een groeiend verzet hiertegen in Frankrijk. De EGKS werd een succes; ze droeg bij aan het snelle economische herstel van de BRD.

  • Een steekspel om Duitsland

Tussen 1949 en 1955 ging de DDR geleidelijk in het Oostblok op; de toetreding tot het Warschaupact vormde de afsluiting van dit proces. Vanuit de DDR wilde Stalin de invloed van de SU in heel Duitsland vergroten. In de 'Stalin-nota' van 1952 stelde hij opnieuw een geneutraliseerd Duitsland voor. Achter deze nota school Stalin' s angst voor de Westduitse herbewapening en voor een Westduitse revanche. Adenauer vreesde een toenadering tussen de SU en de VS. Om dit te voorkomen drong Adenauer bij zijn bondgenoten er met succes op aan eerst vrije en onafhankelijke verkiezingen' te eisen, een voor Stalin onaanvaardbare voorwaarde. Het diplomatieke steekspel van 'voorstel en tegenvoorstel' rond de Stalin nota is kenmerkend voor de machtspolitieke en ideologische tegenstellingen tijdens de Koude Oorlog.

3.3 Welke nationale ontwikkelingen tussen 1949 en 1955 stonden de integratie in de weg, welke bevorderden de integratie?

  • Het onzekere begin in de BRD

In 1950-1951 was 'Westintegration' nog geenszins vanzelfsprekend. Adenauer's positie was wankel. De grote partijen, de CDU en de SPD, waren scherp verdeeld over het vraagstuk van de economisch-sociale inrichting van de samenleving en over de 'Westbindung'. De SPD-leider Schumacher streefde naar een neutrale Duitse eenheidsstaat. De spanning in de BRD nam verder toe door de Koude Oorlogsangst, onder andere de angst voor een kernoorlog. Net als bij inwoners van andere landen in Europa werd deze angst gevoed door uiteenlopende ervaringen uit de periode van de Tweede Wereldoorlog. De discussie in de BRD over de herbewapening moet ook tegen deze achtergrond worden geplaatst. Binnen politieke partijen en vakbonden lieten vertegenwoordigers van de 'Ohne Mich'-gedachte hun argumenten tegen de herbewapening duidelijk horen.

  • De mate van stabiliteit

adenauer

Het besluit van het Westduitse parlement toe te treden tot de EDG en de uitslag van de Bondsdagverkiezingen in 1953 gaven aan dat Adenauer ook voor zijn buitenlandse politiek kon rekenen op de steun van de meerderheid van de burgers in de BRD. De bondgenoten erkenden Adenauer's succes, maar tegelijk bleef hun bezorgdheid over de stabiliteit van de democratie in de BRD bestaat. Adenauer kon door een politieke of een natuurlijke dood van het politieke toneel verdwijnen.

De grote steun voor Adenauer in de BRD was vooral een gevolg van het 'Wirtschaftswunder' en van kostbare regeringsmaatregelen, gericht op de integratie van ontevreden groepen als de 'Heimatvertriebenen' in de samenleving. De toenemende materiële welvaart zorgde voor tevredenheid in de samenleving. Door hard voor deze welvaart te werken verdrongen BRD-burgers zoveel mogelijk pijnlijke ervaringen uit de periode 1933-1945 en uit de bezettingsperiode; met het verleden werd nog niet afgerekend. In politiek opzicht bleven de meeste BRD-burgers passief, het gaan stemmen werd eerder als een plicht dan als een recht ervaren. Waarschijnlijk meer dan hun band met de democratie bond een collectief anticommunisme BRD-burgers in politiek opzicht. Zowel de bondgenoten als de West-Duitsers vroegen ach af: is deze band sterk genoeg als er een minder krachtige politieke leider kwam of wanneer een economische crisis zou toeslaan? Waakzaamheid leek geboden.

  • De satellietstaat DDR

De DDR werd stap voor stap een Sovjet-satellietstaat. De invloed van Stalin was op alle terreinen van de DDR-samenleving voelbaar. Dissidenten werden vervolgd, er vonden processen plaats. Stalin kon in het internationale machtspel beslissen de DDR eventueel op te offeren (zie de Stalin nota). De dood van Stalin in 1953 bracht in de DDR op langere termijn geen koerswijziging, de SED-leiding verstrakte eerder het gevoerde beleid. Met de toetreding tot het Warschaupact werd de integratie in het Oostblok afgerond.

De vier bezettingszones na de capitulatie van Duitsland

 

 

Zie voor deel 2 Deel 2 Duitsland en Europa na 1945-2000