We hebben 62 gasten online

Inleidng Met de loep op Lancashire 1750-1850

Gepost in Europa

Kaart van het textielgebied van Lancashire, met alle plaatsen waar fabrieken stonden.


lancashire textiel gebied
Uit : L. Tippet, A Portrait of the Lancashire Textile Industry, Oxford 1969

Het proces van de industrialisatie begon in de 16e eeuw en liep door tot de 20e eeuw
Bepalend daarbij is het land waar het om gaat. Denk b.v. aan een land als China en Rusland.
De Industriële revolutie het eerst in Engeland. Deze revolutie was geleidelijk dus van een snelle verandering was geen sprake.
De Industrialisatie betekende een versnelling van de overgang van landbouweconomie - naar markteconomie.

LANDBOUWECONOMIE: -> lokale markt

MARKTECONOMIE -> rol wereldhandel groter, toename onderlinge afhankelijkheid van gebieden.

Industrialisatie -> Nijverheid een steeds grotere plaats in de economie.

Technologische ontwikkeling:-> MECHANISERING -> Arbeid gespecialiseerder

Arbeid wordt loonarbeid -> ontstaan klassensamenleving met nieuwe sociale organisaties.

Bevolking groeide - > ontstaan vraag naar kleding, woonruimte en voedsel.

WAAROM WERD ENGELAND HET EERSTE INDUSTRIËLE LAND?

britsch empire

1.Engeland was grootste koloniale macht.
2.Veel kapitaal.
3.Gunstig klimaat voor vrij ondernemersschap
4.Engelsen hadden vanaf de 16e eeuw te kampen met een tekort aan hout. Ze raakten steeds meer aangewezen op het gebruik van steenkool als brandstof.
5.In de 18e eeuw ontdekking mogelijkheden steenkool voor de ijzerindustrie{ basis machinebouw}à ontwikkeling pompen met behulp van stoomkracht.

noord amerika
midden amerika

india pakistan

Koloniale gebieden in India, Noord Amerika en Zuid Amerika

kaart empire wereld
Dat leidde tot een ongekende productiviteitsstijging in andere sectoren.

Traditioneel à wol en vlees belangrijkste grondstoffen voor textiel.
In de 17e eeuw -> katoen werd op de Britse markt geïntroduceerd.
Het Zuid Oosten van Lancashire ontwikkelde zich een welvarende katoenindustrie.
Engeland economische macht in 1850; werd vijftig jaar daarna ingehaald.

In het boek: W.W. Rostow, The stages of economic growth, A non - communist manifesto (Cambridge University Press 1960) beschreef Rostow vijf fasen van economische groei.
Hij omschreef daarin o.a. de Take Off fase: Waarin de economie vaart krijgt door één of meer ’leading sectors’.

stages econ growth

first ind revolution

Daar werd door een aantal auteurs kritiek op geleverd en het was vooral Phyllis Dean die in haar boek : ‘The First Industrial Revolution’ (Cambridge University Press 1965) beschreef dat er eerder sprake was van een ‘balaced growth’.

Zij zet uiteen dat het niet gaat om een investeringsimpuls in een of twee ‘leading sectors’, maar dat industrialisatie onderdeel is van een veel breder economisch, sociaal, cultureel en institutioneel transformatieproces.
Allerlei factoren hebben invloed en beïnvloeden elkaar onderling.

Phyllis Dean identificeerde vijf revoluties, alle onderdeel van de Industriële revolutie.

1 Een agrarische revolutie: Een economie kan pas groeien als de voedselvoorziening zodanig gestegen is en productief is, dat er arbeidskrachten vrijgemaakt kunnen worden voor de industrie.
2.Een demografische revolutie: de bevolking moet groeien zodat er voldoende arbeidskrachten zijn maar ook vraag naar producten.
3.Een commerciële revolutie: een economie kan wel produceren maar het is essentieel dat er voldoende aanvoer is van grondstoffen en wereldwijde afzetmogelijkheden. Het Britse Imperium verzekerde de aanvoer van ruwe katoen en afzet van kant en klare katoentjes.
4.Een transportrevolutie: een nieuw netwerk van kanalen en de komst van de spoorwegen zorgden voor vervoer van kolen, ijzererts, etc.
5.Technologische vernieuwing: technische uitvindingen in de katoenindustrie en de ijzerindustrie vormden in samenhang met de hier genoemde revoluties de moderne economische groei.

Maar kijk genuanceerd naar deze opsomming. Want bevolkingsgroei kan een stimulans zijn voor economische groei, of een ramp.

Argument voor de stelling : Engelandà Toen de bevolking bleef doorgroeien was er voldoende export van industriële producten om de import van graan te financieren.

Argument tegen de stelling: Ierland.-à Invoering aardappelteelt leidde tot geweldige bevolkingsgroei, maar de industrialisatie bleef uit. De mislukking van de aardappeloogst leidde tot massale hongersnood en een trek naar de Verenigde Staten.

Uit recentere studies blijkt dat de economisch groei tijdens de industriële revolutie helemaal niet zo spectaculair was. Dat kwam omdat men andere facetten van het industrialisatieproces bestudeerde en er werden veel kwantitatieve gegevens verzameld.
De periode 1780 – 1800 was er nauwelijks een snellere groei dan in de periode 1700 – 1800. Pas na 1830 ging het hard.

Omvang % groei
1751/60 3 29
1771/80 5 39
1781/90 18 249
1791/00 31 71
1801/10 67 118
Import ruwe katoen in miljoenen ponden

1700-1760 1,4% per jaar
1760-1780 5,4% per jaar
1780-1800 9,7% per jaar
1801-1831 5,6% per jaar
Groeicijfers katoenindustrie

1700 0,5
1750 1,0
1801 40
1830 50
1851 40
Aandeel van katoenen stoffen in de Britse export in procenten

great brittain and ind regions
Maar duidelijk aantoonbaar was het sterke regionale karakter van de vroeg industriële economie.
Men probeert aan de hand van een aantal vragen daar inzicht in te verkrijgen. Dit eindexamenonderwerp gaat daar mee aan de slag. Een aantal vragen zijn:
1. Waar kwam het leger arbeidskrachten vandaan.
2. Hoe verliep invoering fabriekssysteem.
3. Gevolgen binnenlandse migratiestromen.
4. Tempo innovaties.
5. Verhouding mannen - en vrouwenarbeid.
6. Gevolgen persoonlijke levenssfeer.
7. Urbanisatie.

Naar aanleiding van punt 7 nog twee tabellen m.b.t. de urbanisatie

Bolton Preston Oldham
1750 4600 6000 1000
1800 17.000 12.000 12.000
1850 61.000 70.000 53.000
Ontwikkeling bevolking platteland

Liverpool Manchester
1700 6000 8000
1750 22.000 18.000
1800 83.000 84.000
1850 376.000 303.000
Ontwikkeling bevolking steden

MET DE LOEP OP LANCASHIRE. 1750-1850

Na de inleiding die ik voor jullie had samengesteld nog een aantal opmerkingen m.b.t. dit CSE onderwerp

Nationaal Archief maakt bronnenpakket voor het CSE 2004/2005
Katoen in Twente 1800 - 1890
Ooggetuigen doen verslag

Met de keuze voor onderwerp 'Met de loep op Lancashire' voor het CSE geschiedenis 2004 en 2005 waren wij in het Nationaal Archief niet echt gelukkig.
Een digitaal bronnenpakket aanbieden over zo'n specifiek buitenlands onderwerp leek ons onmogelijk. Je zult immers binnen de 90 km papier van ons 'nationaal geheugen' weinig tot geen materiaal aantreffen over een typisch Engels item. Eigenlijk hadden wij al besloten om het hele onderwerp maar links te laten liggen. Tot een aantal leden van de VGN ons wees op één specifieke zin in de stofomschrijving voor het CSE.

De eindexamenregeling vraagt expliciet aan de leerlingen het geleerde over Lancashire toe te passen "op andere, niet bestudeerde katoenregio's in Europa in een latere periode".

En laten we nu over één zo'n regio - Twente in dit geval - vele tientallen meters archief in huis hebben!

Een speurtocht door de inventarissen en archieven heeft uiteindelijk geresulteerd in een bronnenpakket met meer dan 60 documenten, dat wij de titel 'Katoen in Twente 1800 - 1890' hebben meegegeven. 'Ooggetuigen doen verslag' slaat op de drie reisverhalen uit particuliere archieven, die de rode draad vormen binnen dit bronnenpakket. [...]
Lees verder in het download-bestand: Kleio Katoen in Twente II.doc.
(Dat heb ik hieronder geplaatst)

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Kleio nr. 8 december 2003
'Katoen in Twente 1800 - 1890' is vanaf januari 2004 te zien op www.nationaalarchief.nlonder de knop onderwijs.

Nationaal Archief maakt bronnenpakket voor het CSE 2004/2005

Katoen in Twente 1800 – 1890
Ooggetuigen doen verslag

Met de keuze voor onderwerp ‘Met de loep op Lancashire’ voor het CSE geschiedenis 2004 en 2005 waren wij in het Nationaal Archief niet echt gelukkig. Een digitaal bronnenpakket aanbieden over zo’n specifiek buitenlands onderwerp leek ons onmogelijk. Je zult immers binnen de 90 km papier van ons ‘nationaal geheugen’ weinig tot geen materiaal aantreffen over een typisch Engels item. Eigenlijk hadden wij al besloten om het hele onderwerp maar links te laten liggen. Tot, een aantal leden van de VGN ons wees op één specifieke zin in de stofomschrijving voor het CSE. De eindexamenregeling vraagt expliciet aan de leerlingen het geleerde over Lancashire toe te passen “op andere, niet bestudeerde katoenregio’s in Europa in een latere periode”. En laten we nu over één zo’n regio - Twente in dit geval - vele tientallen meters archief in huis hebben!
Een speurtocht door de inventarissen en archieven heeft uiteindelijk geresulteerd in een bronnenpakket met meer dan 60 documenten, dat wij de titel ‘Katoen in Twente 1800 – 1890’ hebben meegegeven. ‘Ooggetuigen doen verslag’ slaat op de drie reisverhalen uit particuliere archieven, die de rode draad vormen binnen dit bronnenpakket.

Wat blijkt?
Op drie verschillende tijdstippen maken drie in hun tijd vooraanstaande Nederlanders een reis naar Twente. Doelbewust stappen zij in hun rijtuig om met eigen ogen de ontwikkelingen in de katoenindustrie te volgen.
Het eerste reisverslag is afkomstig van Gijsbert Karel van Hogendorp, die in de zomer van 1819 een reisje maakt naar Noord- en Oost-Nederland. Zijn puntig neergeschreven reisverslag werkt Van Hogendorp een half jaar later uit tot een uitgebreid verhaal, dat vervolgens in druk verschijnt.
Het tweede verhaal is een rapportage uit 1834 van Willem de Clercq, literator én directeur van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Hij schetst in een rapport voor zijn mede-bestuursleden de situatie in de Twentse katoenindustrie, waarin de NHM steeds groter belangen heeft.
Het derde ‘verslag’ zijn aantekeningen, impressies en brieven van Johan Rudolf Thorbecke, gemaakt tijdens zijn rondreis door Twente in 1854. Thorbecke kent het eerdere verslag van Van Hogendorp’s reis naar Twente. Ter voorbereiding van een verbeterde heruitgave van Van Hogendorp’s werken volgt hij aan de hand van Gijsbert Karels verslag diens voetsporen door de regio.
De waarnemingen, opmerkingen en documenten van de drie reizigers hebben wij aangevuld met tal van bronnen uit overheidsarchieven. Waar nodig geven wij cijfermateriaal ter verduidelijking.

Wat vertellen de bronnen ons over de Twentse katoenindustrie?
Na het vertrek van de Franse overheersers in 1813 investeert Nederland aanvankelijk in de textielindustrie in de Zuidelijke Nederlanden. Door de afscheiding van België in 1830 verlegt de aandacht zich noodgedwongen naar andere regio’s. Vanwege het hoge loonpeil zijn oude textielcentra als Leiden en Haarlem minder aantrekkelijke locaties om te investeren. Nieuwe centra als Tilburg en in het bijzonder Twente komen in beeld.
Begin 19e eeuw is de Twentse textielnijverheid niet meer dan een lokale, hooguit een op de regio gerichte activiteit. Het belangrijkste product is bombazijn, een textiel samengesteld uit deels linnen, deels katoen. Vlas, als grondstof voor linnen, wordt ter plekke verbouwd. Katoen in de vorm van garens wordt voor een groot deel aangevoerd uit het buitenland: uit Engeland en uit naburige Duitse gebieden. De Twentse katoenindustrie is vooral een huisindustrie en wordt in gezinsverband beoefend naast de agrarische werkzaamheden.
Slechte bereikbaarheid echter van de regio en een volstrekt ontoereikend wegen- en scheepvaartnet binnen het gebied vormen de voornaamste belemmeringen voor een voorspoedige ontwikkeling van een nationale katoenindustrie.

Met steun van de overheid én van het bedrijfsleven in de vorm van de Nederlandsche Handel-Maatschappij wordt na 1830 in rap tempo een heuse katoenindustrie in Twente ontwikkeld. De NHM zorgt voor orders én voor het afzetgebied in de koloniën, in het bijzonder Indië.

Pas na 1860 wordt het net van Twentse waterwegen verbeterd. Tegelijkertijd verbinden nieuwe spoorlijnen de regio met de zeehavens in West-Nederland en met het Duitse achterland. Met name dat laatste is belangrijk voor een snelle en regelmatige aanvoer van steenkool als grondstof voor de stoommachines. Vanaf dat moment kan de Twentse katoenindustrie op eigen benen staan en trekken overheid en NHM zich terug als donoren. Die industrie neemt een hoge vlucht om vervolgens een eeuw later, in het derde kwart van de 20e eeuw ver terug te vallen en uiteindelijk te verdwijnen.

‘Katoen in Twente 1800 –1890’ is in de eerste plaats een website voor docenten.
Bewust hebben wij het bronnenpakket niet van een bevraging voorzien. Dit laat docenten vrij om uit het materiaal te putten wat zij in de les kunnen gebruiken. In een docentenhandleiding geven wij nadere uitleg over de opbouw van de website. Daarnaast geven wij tal van suggesties voor gebruik van het materiaal en is er een lijst opgenomen met alle gebruikte bronnen. De website is niet alleen bruikbaar voor oefening met de examenstof maar bovendien toepasbaar in lessen over omgevingsgeschiedenis in de Basisvorming.
‘Katoen in Twente 1800 – 1890’ is vanaf januari 2004 te zien op www.nationaalarchief.nl
onder de knop onderwijs.

Voor inlichtingen kunt u zich wenden tot de afdeling Educatie van het Nationaal Archief:
Agathe Fris ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. ) en
Cees Jan van Golen ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. )

Een belangrijke site is zeker de volgende:
http://www.cottontimes.co.uk/

Hier kun je alles vinden over de katoenindustrie.