We hebben 89 gasten online

Samenvatting CSE Ten Oorlog! Memo Hoofdstuk 4 De Eerste Wereldoorlog

Gepost in Europa

De Eerste Wereldoorlog Hoofdstuk 4 Ten Oorlog!CSE 2008/2009

pieck oorlog

Historisch kader

Na de Frans-Duitse oorlog

De Fransen wilden Elzas-Lotharingen terug dat ze na de nederlaag aan Duitsland, in 1871, hadden moeten afstaan. Dit omdat er veel zware industrie was en omdat het de grensstreek met Duitsland was.

wilhelm II

Duitsland onderging een complete industriële revolutie. In 1913 produceerde Duitsland al evenveel staal als Frankrijk en Engeland samen. Keizer Willem I zocht ook naar internationaal aanzien. Wilhelm II voerde kortom een 'Weltpolitik'.

De Duitsers verwierven Duits Zuid-West -Afrika (Namibië), Kameroen en Duits Oost-Afrika (Tanzania). Maar een groot deel van Afrika was al in handen van Engeland en Frankrijk.

Willem II kwam in 1905 vergeefs met een oorlogsschip naar Tanger en in 1911 was er weer een Marokkocirsis. Maar ook dat mislukte en Frankrijk bleef in Marokko.

Duitsland sloot vriendschap met Oostenrijk-Hongarije en Italië, de Triple Alliantie (1882).

Onder druk van de Duitse economische en politieke groei sloten Frankrijk en Rusland zich aaneen in 1894 in de Alliantie. Beide landen verklaarden elkaar te zullen steunen bij een eventuele Duitse aanval.

Willem II moest voortaan rekening houden met een Tweefrontenoorlog.

allianties

De Engelsen gaven nu ook hun 'splendid isolation' op (zich zo min mogelijk met Europa bemoeien). Toen Duitsland een steeds grotere handelsvloot en marine kreeg kwam Londen bij de Frans-Russische Alliantie.

Engeland en Frankrijk sloten eerst een Entente Cordiale (1904) en enkele jaren later met Rusland erbij de Triple Entente (1907). Zie kaart!

Op de Balkan

balkan 1848

Bij de Triple Entente gaf Engeland de anti-Russische politiek op. Toen de Turkse sultan zijn belofte tot hervorming en minder afhankelijk te worden van buitenlandse mogendheden niet nakwam kwamen de Jonge Turken in opstand. Zij waren voor;

  • modernisering van het Turkse Rijk;
  • met minder invloed van de islam op de politiek;
  • tegengaan van de verdere afbrokkeling van het Turkse Rijk.

Roemenië, Bulgarije en Servië waren al in 1878 losgeraakt van het Turkse Rijk en Bosnië kwam toen onder Oostenrijks bestuur. In 1905 verloor Rusland een oorlog met Japan. De tsaar ging zich nu weer meer richten op de Balkan, ook omdat hij bang was voor een sterker, gemoderniseerd Turkije.

balkan 1879

De Tsaar sloot een overeenkomst met Oostenrijk-Hongarije en dat leidde tot de eerste Balkancrisis (1908). Oostenrijk-Hongarije annexeerde tot woede van de Turken Bosnië. Het Turkse Kreta sloot zich bij Griekenland aan en Servië was kwaad, want dat wilde er juist Bosnië bij hebben.

In 1911 verklaarde Italië de oorlog aan Turkije en veroverde Tripoli in Lybië. Bulgarije, Griekenland en Servië dachten nu hun grondgebied ten koste van Turkije te vergroten en de Eerste Balkanoorlog was een feit(1912).

Onderlinge ruzie leidde tot een Tweede Balkanoorlog (1913) Servië, Griekenland, Roemenië en Turkije (!) tegen Bulgarije. Het Turkse Albanië werd na internationale diplomatieke druk onafhankelijk.

balkan 1913

De beide Balkanoorlogen versterkten de greep van Oostenrijk-Hongarije op de Balkan en frustreerden de Serviërs en Rusland. De Eerste wereldoorlog die in 1914 uitbrak was eigenlijk begonnen als de Derde Balkanoorlog.

Economische en maatschappelijke veranderingen

Rond 1900 maakten nieuwe uitvindingen, zoals de auto, de telefoon, de elektrische tram, de metro en later het vliegtuig grote indruk. Er ontstonden nieuwe industrieën, zoals de chemische en elektrotechnische industrie.

De landbouwproductie steeg door het gebruik van kunstmest. De levensstandaard verbeterde sterk, o.a. dankzij de bestrijding van ziekten als pest, tyfus, tetanus en difterie, waardoor het sterftecijfer daalde.

De tegenstelling tussen rijke ondernemers en de massa van industriearbeiders werd steeds groter. Er werden vakbonden opgericht en ontstonden socialistische partijen. In de politiek hielden de kapitalisten vast aan hun macht en spanden samen met de vorsten om de arbeiders in het gareel te houden.

De positie van de vrouw veranderde tijdens de industrialisatie. Ze konden in de fabrieken gaan werken. Maar ook in de administratieve sector was genoeg werk. Vrouwen eisten wel gelijke behandeling, gelijke beloning en zij wilden kiesrecht. In Engeland gingen de Suffragettes over tot harde actie.

Dankzij verbetering van het onderwijs steeg het algemeen opleidingsniveau. Er ontstond een moderne massamaatschappij.

4.1 Aanleiding en oorzaken van de Eerste Wereldoorlog

De aanleiding vormde de moord op de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije, Frans Ferdinand en zijn vrouw, door de Servische nationalist Gavrilo Princip op 28 juni 1914. Onderlinge, sudderende conflicten kwamen tot een uitbarsting. Diplomaten probeerden het tij nog te keren, maar het ene na het andere land mobiliseerde en hoopte op een snelle overwinning.

Stap voor stap

Oostenrijk-Hongarije gaf Servië de schuld en uit angst voor de reactie van Rusland zocht het steun bij Duitsland. Duitsland gaf Oostenrijk-Hongarije als het ware een 'blanco cheque'.

Oostenrijk-Hongarije

Toen bleek hoe het systeem van bondgenootschappen werkte. Rusland mobiliseerde zijn troepen langs de grens met Oostenrijk-Hongarije en Duitsland. Duitsland voelde zich bedreigd. Op 1 augustus verklaarde Duitsland daarom de oorlog aan Rusland. Twee dagen later verklaarde Duitsland ook de oorlog aan Ruslands bondgenoot Frankrijk. Toen het Duitse leger door het neutrale België trok, omdat het Parijs vanuit het noorden wilde omsingelen, was dat voor Groot-Brittannië aanleiding om Duitsland de oorlog te verklaren. Zo veroorzaakte de vonk in het kruitvat van de Balkan binnen een week een Europese vuurstorm, die vier volle jaren zou woeden.

Wat waren de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog?

Oorzaak I: Nationaliteitenproblemen en tegenstellingen in Oost-Europa.

Binnen de grote rijken wilden minderheden met dezelfde taal en cultuur de onafhankelijkheid. Griekenland, Roemenië, Bulgarije, Servië en Albanië gaven het voorbeeld. De Servische nationalisten kregen om vier redenen steun van Rusland:

  • De Russische taal is ook een Slavische taal;
  • Rusland was ook christelijk (orthodox).
  • De concurrentie met Oostenrijk-Hongarije en Turkije op de Balkan en over de toegang tot de Zwarte Zee;
  • De frustratie over de Balkancrisis en de twee Balkanoorlogen.

Voor Oostenrijk-Hongarije gold het volgende:

  • Afrekenen met het zelfstandige Servië, onder andere uit angst voor de Servische nationalisten in Oostenrijk-Hongarije zelf;
  • De twist met Rusland over de Balkan uitvechten;
  • Het verder uiteenvallen van het rijk, zoals in een Hongaars en Oostenrijks deel, voorkomen.

Maar ook de zwakte van het Ottomaanse Rijk speelde een rol.

Oorzaak II: Modern Imperialisme en nationalisme

  • De vernedering van de Fransen van 1870 verhevigde het Franse Nationalisme;
  • De Engelsen waanden zich superieur aan de volkeren van het vasteland van Europa;
  • In naam beheersten de Turken nog een flink deel van het Midden-Oosten, maar in werkelijkheid waren de Engelsen en de Fransen er de baas. Het Suezkanaal was Brits-Frans bezit en vrijwel geheel Noord-Afrika was in Franse en Spaanse handen;
  • De Arabieren in het Turkse Rijk wilden onafhankelijk zijn;
  • In de negentiende eeuw ontstond er een race om koloniën. Dat wakkerde de onderlinge tegenstellingen alleen maar aan, maar ook het gevoel dat Europese volkeren beter en beschaafder waren dan die van buiten Europa;
  • Duitsland dat pas als eenheidsstaat in 1871 was ontstaan meende ook recht te hebben op koloniën (Marokko-crisis), maar Afrika was al verdeeld;
  • Duitsland dreigde door de snelle industrialisatie Engeland en Frankrijk te overvleugelen. Wilhelm II vond dat zijn land in de Europese politiek de eerste viool moest spelen.

Oorzaak III Wapenwedloop en Militarisme

  • Het kolonialisme wakkerde de wapenwedloop aan. Duitsland gebruikte het staal om marineschepen, kanonnen en transportmiddelen te maken;
  • Engeland begon een wapenwedloop ter zee. In 1906 kwam het eerste moderne Engelse slagschip in dienst : de Dreadnought, uitgerust met stoomturbines en daarmee het snelste schip ter wereld;
  • In reactie ging ook Duitsland 'Dreadnoughts' bouwen.
  • De Frans-Duitse oorlog had laten zien hoe kwetsbaar een aanval van grondsoldaten, de infanterie, kon zijn. Een oplossing bood het inzetten van kanonnen, die door de industriële revolutie steeds zwaarder en krachtiger werden;
  • De aanleg van spoorwegen kreeg door de zware kanonnen een extra impuls;
  • Ook Rusland bouwde oorlogsschepen en legde spoorwegen aan;
  • Frankrijk verhoogde de uitgaven voor bewapening met 80%. Zij kozen vanwege hun aanvalsstrategie voor lichte kanonnen en snel inzetbare infanterie.

Er was ook sprake van militarisme (het overwaarderen van militaire macht en alles wat daar mee samenhangt).

  • Militairen stonden in hoog aanzien;
  • Militaire waarden als opofferingsgezindheid, vaderlandsliefde, eer en steun aan de koning/keizer speelden een grote rol;
  • De militaire uitgaven van landen bedroegen vaak meer dan de helft van het nationale inkomen;
  • Regeringen waren vaak in handen van militairen.

Oorzaak IV De Bondgenootschappen

  • Zoals we al hebben gezien waren er twee bondgenootschappen ontstaan de Triple Alliantie en de Triple Entente. Zie kaart in Historisch kader. Tijdens de oorlog zouden hier nog landen bij komen, zoals de VS en Italië bij de Geallieerden.

Von Schliefenplan en Plan XVII

von schieffen plan

Het Duitse opperbevel hanteerde de strategie van de eerste klap uitdelen. Keizer Wilhelm liet het Von Schlieffenplan ontwerpen: eerste afrekenen met Frankrijk en dan alle troepen naar het oosten om Rusland aan te pakken.

De Franse legercommandant Joffre bedacht Plan XVII. De les van 1870 was: val meteen aan en verleg de oorlog naar Duits grondgebied door een snelle en grootschalige aanval via Elzas en Lotharingen. De zwakte van Plan XVII was dat het Franse leger daardoor alleen maar kon aanvallen en dat de bewapening licht was vanwege de snelheid die moest worden aangehouden.

Internationale solidariteit?

Ook de sociaal-democratische partijen in Duitsland, Frankrijk en Engeland stemden voor de oorlogsbegroting en voor oorlogsvoering. Alleen de vrouwenbeweging sprak zich tegen de oorlog uit en hield vast aan haar pacifisme.

4.2 Verloop van de oorlog

In de nacht van 3 op 4 augustus 1914 vielen de Duitsers België aan, op weg naar Frankrijk. Een snelle korte oorlog en het zou afgelopen zijn. Omdat Duitsland België aanviel, verklaarde Engeland nu ook de oorlog aan Duitsland.

Van Grote Oorlog tot Wereldoorlog

Doordat er ook troepen uit de koloniën in Europa aan de strijd gingen deelnemen ontstond er een echte Wereldoorlog. Maar er werd ook buiten Europa gevochten, zoals de strijd van de Engelsen in het Midden-Oosten tegen de Turken om Mesopotamië en Bagdad. De duikbotenoorlog verspreidde zich over bijna alle wereldzeeën. Ten slotte namen de Amerikanen in 1917 ook deel aan de strijd en mengden Japanse troepen zich in het Verre Oosten in de oorlog.

Tweefrontenoorlog

Binnen Europa waren er twee fronten ontstaan Het Oostfront en het Westfront. Daardoor waren de Centralen in een lastige situatie terechtgekomen. Terwijl de Duitsers door België trachten te trekken richting Frankrijk, om Parijs te omsingelen, vochten opperbevelhebber Von Hindenburg en generaal Ludendorff in het oosten met de Russen. Met hun snelle cavalerie verrasten zij de Russen in het moerasgebied bij de Oost-Pruisische Tannenberg. Bij deze slag (27 tot 30 augustus 1914) werden 700.000 Russen gedood en werden er 700.000 gevangen genomen. Ook bij de Masurische Meren, ten oosten van Tannenberg, verloren de Russen. Door de deelname aan de oorlog van de Turken werd het er niet eenvoudiger op.

oostfront 1914 1918

De inzet van troepen aan het Oostfront verzwakte de Duitse legers in het Westen. Omdat België stand hield kon generaal Joffre aan een tegenoffensief beginnen. Dat gebeurde aan de Noord-Franse rivier de Marne en aan de rivier de IJzer in België (vlak bij de Noordzeekust). Joffre bracht de Duitsers tot staan en de legers waaierden uit over een breed front, dat liep van de Elzas tot in Zuid-Vlaanderen. In 1915 kwam de oorlog tot stilstand aan het Oost- en Westfront.

In 1916 probeerde de Duitsers een doorgang te forceren door de vestingstad Verdun aan te vallen. Kort daarna volgde de slag bij de Somme, die in vier maanden tijd 1.100.0000 mensen het leven kostte. (Alleen de Engelsen verloren aan de Somme 420.000 soldaten, van wie er 60.000 op de eerste dag al waren uitgeschakeld). Maar dit niet leidde tot een doorbraak.

westfront 1914 1918

Oorlog en Revolutie

Italië werd in 1915 overgehaald om mee te doen aan de kant van de Geallieerden en viel Oostenrijk-Hongarije aan.

Een van de keerpunten ontstond toen Lenin, een van de communistische ballingen in Zwitserland, van de Duitsers naar Sint Petersburg mocht reizen. Hij kwam de revolutie tegen de tsaar leiden. In de eerste revolutie van februari/maart 1917 werd de tsaar afgezet en vervangen door de 'voorlopige regering van Kerenski' (naam gegeven door de communisten); in de oktober/november revolutie van 1917 slaagden Lenin c.s. er in om de macht over te nemen. Lenin besloot daarop in maart 1918, bij de vrede van Brest-Litowsk, een groot deel van Rusland aan de Duitsers af te staan en de deelname aan de oorlog te beëindigen. De Duitsers hadden de oorlog dus in het oosten gewonnen. Frankrijk en Engeland namen het Rusland zeer kwalijk waardoor Rusland ook niet uitgenodigd zou worden voor de Vredesbesprekingen in Versailles.

Een ander keerpunt, maar nu aan het Westfront, was de deelname van de VS aan de oorlog. Tegen deze overmacht konden de Duitsers niet op. Keizer Wilhelm II vluchtte naar het neutrale Nederland en op 11-11-1918 sloot de nieuwe democratische regering van Duitsland een wapenstilstand. Uiteindelijk sloot het Verdrag van Versailles (1919) de Eerste Wereldoorlog af.

4.3 Oorlogsvoering

Totale oorlog

De slag bij de Marne (1914) vond zo dicht bij Parijs plaats dat versterkingen met stadtaxi's konden worden aangevoerd. Oorlog was niet meer een zaak van militairen alleen, maar van iedereen. Dat kwam door de volgende redenen:

  • Vrijwel elk Europees land kende nu een dienstplicht van twee of drie jaar;
  • Ook werd de afstand tussen het corps officieren, die zich altijd wat adellijk en elitair gedroegen, en de maatschappij kleiner;
  • Vrijwel elke Franse familie zou worden getroffen door de oorlog( Op een bevolking van 40 miljoen waren er 8 miljoen onder de wapenen);
  • Behalve dienstplichtigen trokken er ook vrijwilligers ten strijde, zoals bijvoorbeeld de Britten die beroepssoldaten waren;
  • Na de slag bij Ieper was het Britse beroepsleger gehalveerd en traden veel vrijwilligers toe.

come into the ranks 

Engelse propagandaposter uit de Eerste Wereldoorlog

Spoorwegen waren belangrijk in de moderne oorlogsvoering en werden dan ook het belangrijkste transportmiddel van de Eerste Wereldoorlog. Een goede logistiek was dan ook een grote voorwaarde voor een succesvolle strijd. Dankzij de industriële revolutie was de vuurkracht van de kanonnen steeds verder opgevoerd. De Duitse Dikke Bertha lanceerde een granaat van 800 kilo met een snelheid van 1000km per uur. Geen wonder dat de Franse lichte kanonnen er niet tegen waren opgewassen.

Loopgraven

loopgraven

De Geallieerden en Centralen lagen al gauw tegenover elkaar in loopgraven, van de Kanaalkust tot aan de Zwitserse grens. (Zie kaart Westfront hierboven). Dat zou zo'n vier jaar duren. De Eerste Wereldoorlog was een loopgravenoorlog. Vlaamse loopgraven waren dijkjes gemaakt van 'vaderlandekes', zandzakken. Vijfhonderd meter achter de eerste linie lag een tweede en soms een derde. Tussen de loopgraven lag het niemandsland. De loopgravenoorlog liep vast omdat mitrailleurs en kanonnen het aanvallen vrijwel onmogelijk maakten. Toch lieten de officieren hun mannen aanvallen en joegen zo hun soldaten met duizenden tegelijk de dood in. Generaals zoals de Engelsman Haig werden daarom gewetenloze slachters genoemd van de eigen soldaten.

Vliegtuig en tank

In eerste instantie werden vliegtuigen, net als luchtballonnen, gebruikt voor verkenningsvluchten. Later namen piloten stenen, mijnen of granaten mee: de eerste luchtbombardementen. Vliegeniers werden bekende oorlogshelden, zoals de Duitse baron Von Richthofen. Later in de oorlog kwam het zelfs tot geregelde luchtbombardementen op steden, niet alleen met vliegtuigen, maar ook met zeppelins.

Geïnspireerd door landbouwmachines werd de Holt Caterpillar Tractor ontwikkeld. Hij liep op rupsbanden, kon dwars door prikkeldraadversperringen, had geen last van mitrailleurvuur en kon zelfs over loopgraven heen rijden. De eerste vijftig van deze geheime wapens werden per krat - in het Engels tank - aangevoerd en heten voortaan tanks.

Vlammenwerper en gifgas

Er werden ook vlammenwerpers ingezet, die een verschroeiend vuur, konden uitbraken. Op 22 april 1915, in het gebied rond Ieper maakten de Duitsers voor het eerst gebruik van gifgas. In dit geval was het een groengele wolk van 180.000 kilogram chloor. Gifgas leek een doorbraak in de loopgravenoorlog te forceren. Al snel bleek dit wapen erg afhankelijk van de windrichting.

De nieuwe uitvindingen hielpen de aanvallers om meer overwicht te krijgen op de verdedigers.

Zeeblokkade

De Engelse vloot hield vanaf het begin van de oorlog de Duitse vloot in de eigen havens. Hielden een echte zeeblokkade van de Duitse havens. Duitse marine-eenheden maakten wel de oceanen onveilig. Zij bestookte geallieerden schepen en maakten met hun onderzeeboten de zeeën onveilig.

4.4 Economie en oorlog

De zeeblokkade stelde Duitsland voor grote problemen. Omdat Duitsland dacht dat de oorlog maar kort zou zijn, waren er weinig voorraden. Vrijwel direct ontstonden er tekorten. Daarom werd de hele economie in dienst gesteld van de oorlog, een oorlogseconomie. Nu werkten ministeries, grote bedrijven en vakbonden samen onder supervisie van de militairen. Prijzen, lonen en productie werden gecontroleerd. De Kriegsrohstoffabteilung (KRA), regelde de aanvoer en productie van grondstoffen. De bezette gebieden werden economisch gezien ondergeschikt gemaakt.

Duitsland kreeg zo een geleide economie in plaats van de vrije kapitalistische economie. Ook in andere landen gingen raden en commissies de economie regelen.

Om aan extra geld te komen:

  • leenden regeringen geld. Bijvoorbeeld bij de VS;
  • men drukte gewoon bankbiljetten bij waardoor de inflatie toenam;
  • de belastingen moesten omhoog om de inkomsten te verhogen waardoor de koopkracht werd uitgehold.

Het grote aantal dienstplichtigen en vrijwilligers aan het front veroorzaakte een groot gebrek aan arbeidskrachten. Arbeiders en technici die voor de oorlogsproductie noodzakelijk waren, kregen vrijstelling van dienst in Frankrijk en Duitsland of mochten zoals in Engeland niet als vrijwilliger meevechten. Natuurlijk stimuleerde de oorlog de ontwikkeling van de zware industrie.

David Lloyd George opende fabriek na fabriek als minister van Munitie. In december 1916 werd hij premier van Groot Brittannië. Hij voerde de politiek van de 'knock out'.

Deze wapenwedloop werd alleen volgehouden door reeds geïndustrialiseerde landen, in tegenstelling tot minder ontwikkelde landen als Servië, Rusland en Turkije. En dat had natuurlijk invloed op hun succes in de oorlog.

Vrouwen

Bij gebrek aan mannen werden steeds meer vrouwen ingezet bij de productie van wapens. Het aantal Britse vrouwen dat werkte, steeg gedurende de oorlog van 3,25 miljoen tot 5 miljoen. Er vond ook een verschuiving plaats van traditionele vrouwenarbeid naar productiewerk. Vrouwen werkten ook aan het front bijvoorbeeld als verpleegkundigen.

Het zelfvertrouwen van de vrouwen nam daardoor toe en steeds meer vrouwen vonden het vreemd dat ze altijd zo afgesloten waren geweest van die mannenwereld in economie en bestuur. En waarom kregen vrouwen geen kiesrecht? Net als de Krimoorlog bevorderde de Eerste Wereldoorlog de vrouwenemancipatie en de versnelde invoering van het vrouwenkiesrecht.

Duikboten en schaarste

De door de Duitsers afgekondigde onbeperkte duikbotenoorlog deed, gecombineerd met de zeeblokkade, in 1916-1917 de tekorten aan grondstoffen en voedsel flink oplopen. Regeringen voerden een systeem van bonkaarten in.

De geallieerde landen profiteerden van de deelname van de Verenigde Staten in 1917 aan de oorlog. De export van de VS van wapens en voedsel steeg enorm. Ook in de VS moesten overheidsinstellingen ingrijpen in de economie, vanwege de overschakeling op producten die in Europa schaars waren. Maar alles moest wel betaald worden en aan het einde van de oorlog hadden veel Europese regeringen schulden in de Verenigde Staten.

4.5 Soldaten in de oorlog

De verliezen waren zo groot, dat ze in de demografische cijfers zijn terug te vinden. Tussen 1870 en 1899 werden 16 miljoen jongens geboren. Van hen stierf 13% in de Eerste Wereldoorlog. Van de jaargangen 1892-1895 in Duitsland vond meer dan 35% de dood in de oorlog.

Van de in totaal 1 miljoen Britse doden werden 500.000 lichamen nooit gevonden. Dat gold ook voor 50% van de 1,7 miljoen Franse gesneuvelden.

De overlevenden uit deze cohorten jongeren hadden het onprettige gevoel dat zij dan wel ontsnapt waren aan de dood, maar dat ze hun gedode kameraden eigenlijk in de steek hadden gelaten.

De oorlog in het westen werd een afmattende loopgravenoorlog. De Duitsers belegerden om een doorbraak te forceren zes maanden lang Verdun(1916). Later in het jaar, bij de slag aan de Somme, ondernamen de Engelsen eerst een hevig bombardement met artillerie over de eigen infanterie heen. Dat ging niet goed zodat de eigen infanterie in het schootsveld kwam te liggen. Het werd een rampdag voor de Engelsen, temeer omdat de Duitsers sterken bleken dan verwacht. Op die vreselijke dag aan de Somme verloren de Engelsen 20.000 man van de 100.000 die de aanval ondernamen.

Dankzij een sinds de Krimoorlog sterk verbeterde zorg en een uitgebreid vaccinatieprogramma vielen de meeste soldaten door vijandelijk vuur.

Het leven in de loopgraven had veel risico's:

  • Van de nattigheid in de loopgraven rotten je voeten weg;
  • De Gangreen maakte aangetaste lichaamsdelen zwart, waarna ze gewoon afvielen;
  • Longontsteking, dysenterie en buikloop putten de soldaten uit en sommige plaagden zelfmoord omdat ze het niet meer uithielden;
  • Soldaten waren geestelijk soms zo kapot van de granaatinslagen - de zogenaamde shellshock, oftewel granaatschok - dat ze compleet in de war raakten. Na de oorlog verbleven duizenden veteranen in afgesloten tehuizen, vanwege hun gruwelijke verminkingen.

Gemotiveerd

Waarom gingen de soldaten toch naar het front?

  • Door het nationalisme;
  • Men paste de biologische theorie van Darwin toe op de maatschappij en de mens zelf. Het recht van de sterkste werd vertaald in het recht van het sterkste volk, om zwakkere volkeren te onderdrukken of zelfs uit te roeien. Dit noemt men sociaal darwinisme;
  • De propaganda zweepte ook iedereen op. Twijfel aan de oorlog betekende verraad;
  • Door het militarisme ontstond er een ware oorlogscultuur: de vijand was zwart en het eigen vaderland wit; alleen oorlog kon een oplossing bieden.

Dit alles komt mooi tot uitdrukking in de propagandaposter van de Verenigde Staten die het optrekken tegen de Centralen zelfs zien als een kruistocht.

pershings crusaders

  • De Fransen waren extra gemotiveerd vanwege de langdurige bezetting van Elzas en Lotharingen;
  • De Russen waren vernederd door de snelle bezetting van het westelijk deel van hun land;
  • De Engelsen voelden zich bedreigd in hun belangen op zee en in de kolonies.

Er was wel kritiek, zoals in de vrouwenbeweging, maar het overgrote deel van de bevolking stemde in met de oorlog. Zelfs de socialisten vergaten hun internationale solidariteit. Soms was er sprake van verbroedering tussen de vijanden. Duitsers en Engelsen speelden voetbal in het 'niemandsland' en tijdens Kerst zongen soldaten samen kerstliederen.

Muiterij en revolutie

De muiterijen werden heviger naarmate de oorlog vorderde en de ellende aan het thuisfront toenam. In 1917 staakten de Franse soldaten. Tijdens de oorlog zijn er duizenden soldaten geëxecuteerd wegens muiterij en desertie. In het revolutiejaar 1917 riepen de aanhangers van Lenin de soldaten op te stoppen met de oorlog. Toen de bolsjewisten onder leiding van Lenin en Trotzki in oktober aan de macht kwamen, streefde Lenin meteen naar wapenstilstand met Duitsland. De internationale revolutie kwam toch, dus wat maakte het uit. Zo was ook de revolutie van invloed op de oorlog.

4.6 Burgers en oorlog

Aan het Westfront was de strijd al snel beperkt tot de lange, smalle corridor van loopgraven. In dat gebied ontstond veel schade aan het landschap, de gebouwen, de wegen en de spoorwegen.

Om te voorkomen dat burgers weer als Francs-tireurs, de Franse scherpschutters in de Frans-Duitse oorlog van 1870, zouden optreden voerden de Duitsers vanaf het begin executies uit onder de burgerbevolking en branden zij hele dorpen plat. Maar volgens de Geneefse conventie (1864) en de Haagse vredesconferenties (1899 en 1907) waren dit oorlogsmisdaden. Er vielen ook burgerslachtoffers door bombardementen, door mijnen, verdwaalde kogels en door gifgaswolken die de verkeerde kant opdreven. Een miljoen Belgische vluchtelingen vluchtten naar Nederland, waaronder 40.000 militairen

Gedwongen arbeid en schaarste

Alle burgers uit bezette landen werden als goedkope arbeidskrachten ingezet voor de oorlogsvoering en gevangen genomen soldaten werden in krijgsgevangenkampen opgesloten. In wezen werden burgers en soldaten als slaven beschouwd.

Honger betekende een verhoogde vatbaarheid voor ziekten. Ook aan medicijnen was gebrek. Bijna 30 miljoen Europese burgers stierven dankzij de Eerste Wereldoorlog. Precies toen de bevolking er het meest vatbaar voor was, kwam de Spaanse griep. Op een Amerikaanse basis sloeg het griepvirus H1N1 toe. Het Amerikaanse leger nam het virus ongewild mee naar Europa en verspreide zich daar. Men noemt het de Spaanse griep omdat Spaanse journalisten er het eerste over schreven. De Spaanse griep koste 20 miljoen mensen het leven.

Het Rode Kruis

Het Rode Kruis riep op tot vrede en het respecteren van de regels van Genève en Den Haag. In 1917 kreeg het Rode Kruis de Nobelprijs voor de Vrede.

4.7 Pers en Propaganda

De geallieerde landen hielden de pers onder controle. In 1914 werd aan geallieerde kant de vrijheid voor kranten en bioscoopjournaals ingeperkt. Intellectuelen en kunstkenners in Duitsland meenden dat de oorlog tegen de Duitse cultuur gericht was. De Duitse legerleiding zag het gevaar van een vrije pers in oorlogstijd. Die was er al nauwelijks in Duitsland, maar kritiek was voortaan onmogelijk. Dat was jammer want kranten konden de publieke opinie sterk beïnvloeden. Journalisten pasten uit vaderlandsliefde zelfcensuur toe.

Voor de thuisblijvers werden brieven van soldaten een belangrijke bron van informatie. Vanwege het effect hiervan op de publieke opinie besloten regeringen om brieven onder censuur te plaatsen.

In Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië stond de bevolking massaal achter de oorlog. Alleen had Groot-Brittannië te maken met opstandige Ieren (Ierland was toen nog niet onafhankelijk), die soms openlijk de kant van de Duitsers kozen. Moeilijker was het in Oostenrijk-Hongarije, waar de minderheden als de Serven, voor de tegenstander kozen, in dit geval het onafhankelijke Servië. Dat gold ook voor Rusland, waar de revolutie de Russen voor de keuze stelde: voor of tegen de tsaar, maar dan wel een tsaar die de oorlog tegen Duitsland leidde.

Juist in democratische landen, waar parlementen een oorlogsbegroting konden afkeuren, was de publieke opinie van groot belang. Volgens sommige historici waren de agressieve oorlogscultuur en de propaganda een oorzaak van de oorlog, of hebben zij deze in ieder geval veel langer laten duren.

europa 1913

De landen in Europa in 1913

4.8 Gevolgen van de Eerste Wereldoorlog

Op 11 november 1918 kwam er ook aan het Westfront een einde aan de oorlog. De Duitse keizer trad af en kreeg in Nederland asiel. Militaire leiding en keizer hadden besloten dat het beter stond om een nieuwe regering van sociaaldemocraten en liberalen de overgave van Duitsland te laten regelen. Het antwoord op de schuldvraag voor de nederlaag werd zo ten onrechte gelegd bij de democratische partijen van Duitsland. Alsof deze regering het leger een dolk in de rug zou hebben gestoken. Zo ontstond de mythe van de Dolkstootlegende.

europa 1919

De landen in Europa na de vredesconferentie van Versailles in 1919

The winner takes it all

De Amerikaanse president Woodrow Wilson had in een veertienpuntenplan zijn vredesprogramma vastgelegd. Daarin waren het zelfbeschikkingsrecht en democratie het belangrijkste. 'To make the world safe for democracy'. De Europese landen moesten onderling verdragen afsluiten en er zou een Volkenbond worden gesticht, die op kon treden als scheidsrechter tussen landen. Bij de Vrede van Versailles (28 juni 1919) speelde de VS voor het eerst in de geschiedenis een belangrijke rol bij het regelen van Europese zaken.

vredesverdrag van versailles

Georges Clemenceau, de Franse minster-president vond Wilsons plannen te idealistisch. Hij eiste wraak. Premier David Loyd George zag het realistischer in, maar zijn land lag dan ook niet direct aan Duitsland. Hij waarschuwde: 'Als het land zich door de vrede van 1919 onrechtvaardig behandeld voelt, zal het middelen vinden om wraak te nemen op zijn overwinnaars'.

Rusland deed niet mee omdat het in maart 1918 een vrede met Duitsland had gesloten en nu als een gevaar werd gezien. Oostenrijk-Hongarije en Turkije verloren en dankzij het nationalisme vielen beide rijken uit elkaar. Alle overeenkomsten samen zorgden voor een nieuwe kaart van Europa. Maar de minderhedenproblematiek werd door het verdrag van Versailles niet opgelost en de conferentie bleek een overleg van alleen overwinnaars. De Verliezers zoals Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, mochten niet meepraten en mochten alleen hun handtekening zetten. De nieuwe Duitse Weimar-republiek moest wel: Duitsland had zich overgegeven en stond alleen in de internationale politiek.

Door het verdrag van Versailles werden de voordien grootmachten: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en het Turkse Rijk ontmanteld of omringd met en aantal nieuw ontstane staten.

Opgelegde maatregelen door het verdrag van Versailles:

Oostenrijk Hongarije:

  • Einde keizerrijk, republieken Oostenrijk, Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië

Turkse Rijk:

  • Ingekrompen tot klein Azië en het stukje Europa waar Istanbul ligt.

Rusland:

  • Afspraken Brest-Litowsk overgenomen;
  • Estland, Letland en Litouwen zelfstandige staten;
  • Afstand gebied aan Polen.

Duitsland:zie kaartje

  • Verlies van Elzas-Lotharingen en het militair-strategisch belangrijke gedeelte van de Ardennen tussen Eupen en Malmedy;
  • Rijnland, een gedeelte van Duitsland dat grensde aan Frankrijk, gedemilitariseerd;
  • Deel Pruisen aan nieuwe staat Polen;
  • Poolse corridor (van Polen naar de Oostzee, dwars door Pruisen);
  • Danzig werd zelfstandige stadstaat onder bestuur Volkenbond.
  • Verlies van alle koloniën;
  • Het betalen van herstelbetalingen;
  • Het leger mocht niet groter zijn dan 100.000 man, de marine 20.000 man;
  • Duitsland mocht niet samengaan met Oostenrijk;
  • Duitsland kreeg de schuld van de oorlog.

De regering van Duitsland verzette zich wel jarenlang tegen de opgelegde herstelbetalingen.Uiteindelijk bezetten de Fransen en Belgen het Duitse Ruhrgebied (1923). Door de door de Amerikanen verstrekte Dawesleningen kon de economische kringloop worden hersteld en in 1925 sloot Duitsland het verdrag van Locarno waarbij Duitsland de opgelegde westgrenzen erkende. (Dus niet de oostgrenzen!). Duitsland werd internationaal weer geaccepteerd en sloot zich ook aan bij het Briand-Kellog Pact (1928), waarin vele landen beloofden conflicten niet meer door een oorlog op te lossen. Ook mocht Duitsland lid worden van de Volkenbond.

Wonden likken of wraak nemen

President Wilson was teleurgesteld toen ook nog het Amerikaanse Congres het Verdrag van Versailles niet wenste te ratificeren, geen lid werd van de Volkenbond en zich terugtrok in Isolationisme.

Een groeiend aantal mensen keerden zich tegen oorlog en werd pacifist. Om oorlog in de toekomst te vorkomen werd in 1922 in den Haag een permanent Hof van Justitie opgericht, waar landen hun geschillen aan konden voorleggen. In de parlementen van democratieën als Frankrijk en Engeland klonken die geluiden ook door in de volksvertegenwoordiging. En dus hielden de regeringen er rekening mee en werden de uitgaven voor defensie teruggedrongen.

In bijna elk dorp of stad staat wel een monument ter gedachtenis aan de gevallenen uit de Eerste Wereldoorlog en iedere hoofdstad kreeg een monument voor de onbekende soldaat. De kerkhoven waar de miljoenen slachtoffers werden begraven zijn echter de grootste monumenten van de eerste totale oorlog. In de literatuur en beeldende kunst gaven veel kunstenaars en schrijvers hun impressies van de oorlog.

Opnieuw: donkere wolken

In Duitsland kwamen in de twintiger en dertiger jaren van de twintigste eeuw ultrarechtse groepen op die zich keerden tegen de democratie, het Verdrag van Versailles en tegen de Weimar-republiek. Maar ook de grote conservatieve partijen wilden af van de 'papieren democratie'. In 1923 probeerde Adolf Hitler via een staatsgreep de macht over te nemen. Dat mislukte en in gevangenschap schreef Hitler zijn boek 'Mein Kampf'. Daarin beschreef hij de toekomst van het nationaal-socialisme. Onder invloed van de economische crisis werd de politieke situatie in Duitsland een strijd tussen de communisten en de nationaal-socialisten waardoor Hitler op 30 januari 1933 tot Rijkskanselier werd benoemd (dezelfde dag werd F.D. Roosevelt president van de VS). Het duizendjarige rijk zou gelukkig maar 12 jaar duren, maar van Europa opnieuw een puinhoop maken.

Laatste Poolse veteraan Eerste wereldoorlog dood

De laatste Pool die nog meevocht in de Eerste wereldoorlog, is op 105 jarige leeftijd overleden. dat heeft zijn familie bekendgemaakt. Stanislaw Wycech werd in 1902 geboren als zoon van onafhankelijkheidsactivisten.

Toen in 1914 de oorlog uitbrak, was Polen opgedeeld door drie rijken. Meer dan twee miljoen Polen vochten mee in de legers van Duitsland, Oostenrijk en Rusland. Zeker 450.000 Polen kwamen daarbij om.

Wycech was nog te jong om mee te vechten, maar in 1915 werd hij koerier bij de Poolse legioenen van POW, een ondergrondse beweging die streefde naar onafhankelijkheid. Op 10 november 1918 vocht Wycech voor het eerst zelf mee. Hij moest Duitse legereenheden ontwapenen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Wycech wederom als koerier voor het verzet. Later werkte hij onder meer bij een autosloop en graveerde hij grafstenen.(AP,AFP 20-01-08)

Postuum: L. Ponticelli (1897-2008)

 

Laatste Fransman die vocht in de Grote Oorlog

 

Rolf Bos in Volkskrant 13 maart 2008

 

Vorig jaar, op 11 november, was hij er nog bij. Lazare Ponticelli, 109 jaar oud, zat op de 89ste herdenkingsdag van de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog op zijn vaste stek bij het monument voor de gevallen soldaten in Kremlin-Bicêtre, voorstad van Parijs. Naast hem zat een rijtje militairen voor wiè de oorlog van 1914-1918 slechts een gebeurtenis uit een ver verleden was. Niet voor Lazare Ponticelli. Hij vocht zelf tijdens La Grande Guerre, een oorlog die hij later als 'idioot' zou bestempelen. Woensdag, 12 maart 2008, overleed hij, op 110­jarige leeftijd. Hij was de laatste, nog levende oud-strijder aan Franse zijde. Frankrijk heeft nu in tegen stelling tot Groot-Brittannië, Turkije,Oostenrijk, Italië en de Verenigde Staten, geen levende strijders uit deze oorlog meer. Nog geen twee maanden geleden overleed die andere Franse oud-strijder, Louis de Cazenave (ook van 1897). De twee poilus (de 'harigen', de soldaten konden zich nauwelijks scheren aan het front) waren de laatsten van de laatsten. Het laatste tweetal van de in totaal 8,4 miljoen Franse soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog strijd leverden. Bijna anderhalf miljoen van hen sneuvelden.

 

Lazare Ponticelli was eigenlijk geen Fransman. Alle Franse schoolkinderen kennen zijn naam, maar Ponticelli werd in 1897 geboren in de Italiaanse Apennijnen. Zijn moeder ging, toen hij 2 jaar was, uitwerken in Parijs. Na de dood van zijn vader werd de 6-jarige Lazare bij de buren ondergebracht, waar hij de kippen mocht verzorgen. Drie jaar later liep hij naar de Franse grens, vanwaar hij de trein pakte naar Parijs. Daar ging hij, net als zoveel andere Italiaanse immigranten, zijn brood verdienen als schoorsteenveger.

Het eerste jaar van de Eerste Wereldoorlog vocht hij als soldaat in,het Franse Vreemdelingenlegioen nabij Verdun, maar toen ook Italië in 1915 de oorlog verklaarde aan Oostenrijk en Duitsland werd Ponticelli met enige tegenzin, hij wilde voor de Fransen blijven vechten - soldaat in het Italiaanse leger.

Hij vocht in de Alpen en in het huidige Slovenië, raakte gewond, waarna hij opgelapt werd in Napels. Weer later, terug aan het front, overleefde hij een gasaanval.

Hij mocht later graag gniffelen over de Duitstalige Italiaanse soldaten met wie hij in een regiment zat, die contact legden met de vijandige Oostenrijkse soldaten. 'Ze ruilden brood voor tabak.' Later maakten de officieren een eind aan deze 'verbroedering'.

Na de oorlog trok hij voorgoed naar Frankrijk waar hij met zijn broers Céleste en Bonms het bedrijf PonticeIli Frères oprichtte. In eerste instantie een fabriek die industriële schoorstenen bouwde, inmiddels een multinational met 2.000 man die installaties levert Voor onder meet de olie-industrie.

De Franse president Nicolas Sarkozy zei woensdag 'net als de gehele natie zeer bedroefd' te zijn door PonticeIli's overlijden. Ter zijner nagedachtenis van PonticeIli wordt binnen enkele dagen in de Döme des Invalides in Parijs, waar Napoleon begraven ligt, een 'hommage national' gehouden.

Vooral géén staatsbegrafenis, want daar was de oude legionair geen voorstander van. In Le Monde zei de oude 'poiIu' vorig jaar over een eventuele staatsbegrafenis: 'Dat is een belediging voor alle anderen die overleden zijn zonder het eerbetoon dat zij verdienden.'

Laatste Duitse veteraan WOI overleden

27 mei 2008 Telegraaf

 

NIEDERSTETTEN - De oudste Duitser, Franz Künstler (107), is overleden. Hij was bovendien de laatste nog levende Duitser die in de Eerste Wereldoorlog had gevochten.
Künstler werd op 24 juli 1900 geboren in een toen Duitstalig gebied van het huidige Roemenië. In 1918 vocht hij te paard in het keizerlijk-koninklijke leger van Oostenrijk-Hongarije samen met de Duitsers tegen Italië.

Sinds 1946 leefde Künstler in het Duitse Niederstetten in de zuidwestelijke deelstaat Baden-Württemberg. Hij werd bekend als „de laatste soldaat van de Keizer”. Hij kreeg veel verzoeken om handtekeningen, uit Duitsland, maar ook uit de VS en Groot-Brittannië.

De gemeente Niederstetten bevestigde dinsdag dat Künstler kort voor zijn 108e verjaardag is overleden.