We hebben 347 gasten online

CSE Ontwikkeling parlementaire democratie in Duitsland 1871-1990 Deel 5

Gepost in Europa

 

 

Het ontstaan van de Duitse Democratische Republiek

gdr 1949

De ontwikkelingen in de oost-zone tussen 1945 en 1949 vertoonden overeenkomsten met ontwikkelingen in Oost-Europese landen; om steun van groepen Duitsers te behouden of te verwerven vonden ze alleen meer geleidelijk plaats. Onder druk van de Sovjet-autoriteiten kwam de macht te liggen bij de SED waarin de communisten de hoofdrol speelden. De economie werd omgevormd naar sovjetmodel. Dit proces droeg bij aan de deling van Duitsland.

Duitsland bezet, 1945-1948: Sovjet-Zone

 In de laatste maanden van Wereldoorlog II, de oostelijke delen van Duitsland had zware gevechten laten zien en als het gevolg daarvan ernstige vernietiging. De stad van Dresden, leed in februari 1945, de meest ernstige schade en  levens  in een driedaags brandbommen bombardement . Soldaten van het rode leger, die de brutaliteit van de Duitse bezettingsmacht in Rusland hadden ervaren , betaalden de Duitsers op dezelfde wijze terug .

Amerikaanse troepen trokken zich terug uit de gebieden Mecklenburg, Saksen-Anhalt, Sachsen en Thüringen die ze tijdelijk bezet hadden gehouden. Met de stilzwijgende goedkeuring van de Sovjet-Unie bezetten Poolse troepen de stad Stettin, gesitueerd op de westelijke oever van de rivier de Oder. 
Het Sovjet-militair bestuur, was met korte uitzonderingen, gericht op de handhaving van de eenheid van Duitsland. Op regionaal niveau ontbonden ze de Pruisische staat, en crieerden "Länder" (Staten) van relatief gelijke grootte. De nieuwe regering moest veel problemen het hoofd zien, zoals een groot aantal ontheemden - vluchtelingen, degenen die waren gebombardeerd, ontslagen soldaten enz. Er was een ernstig tekort aan huisvesting, van voedsel, van steenkool. De economie moest van een oorlogstijd economie worden veranderen naar een vredeseconomie. 

Ondanks deze urgente problemen had het Sovjet-militair bestuur andere prioriteiten. Tijdens de oorlog, had de Sovjet-Unie enorme verliezen geleden zowel in termen van mensenlevens als in termen van structurele schade. Rusland, liepaltijd achter op technologischegebied. Nu bezette het Sovjet-leger deel van een technologisch geavanceerde land. Stalin ging van Duitse herstelbetalingen uit in  eventueel vredesverdrag geregeld moesten worden, en in de tussentijd,liet hij  hele fabrieken en spoorweg lijnen in Duitsland gedemonteren, om verzonden te worden naar de Sovjet-Unie en weeropgebouwd.  Met meer aandacht dan de besturen van de westelijke Zones,  werd de denazificatie uitgevoerd. De Sovjets hielden concentratiekampen (Ravensbrück, Sachsenhausen) open, waar nazi's en vermoedelijke tegenstanders van de Sovjet-regering gevangen werdn gehouden. Ze werden pas gesloten zodra de DDR in 1949 soevereiniteit werd toegekend.

De rantsoeneringseconomie  door middel van bonnen werd voortgezet; net als in het westen bloeide er een zwarte markt. De Sovjets begon het IJzeren Gordijn langs de westelijke grens van hun invloedssfeer te ontwikkelen, de voortdurende stroom van vluchtelingen, nu uit de Sovjet-Zone in de westelijke zones van Duitsland, was een belangrijke reden. Tot 1961 (bouw van de Berlijnse muur) zou het IJzeren Gordijn hebben een gat hebben , waardoor duizenden vluchtelingen naar  West-Duitsland konden vluchten.

 

Al vroeg keerde een groep van Duitse communisten, die in ballingschap waren gegaan onder leiding van Walter Ulbricht, terug  uit Moskou. In de Sovjet-zone, werden politieke partijen opgericht - de christen-democraten (CDU), liberalen (LDPD), de Boerenpartij (DBD, de Nationaal-Democraten (NDPD), de sociaal-democraten (SPD) en in een  vorgetrokken  positie de communisten (de KPD). Op staatsniveau, werden anti-fascistische coalitiebewegingen, bestaande uit vertegenwoordigers van alle partijen, gevormd. Deze werden gedomineerd door de KPD, die in April 1946 werd samengevoegd met de SPD, die nieuwe partij werd SED (Sozialistische Einheitspartei Deutschlands)genoemd; tot de  fusie werd de SPD gedwongen.

Eind 1945 werd een landhervorming uitgevoerd; grote landgoederen, meestal eigendom van de adellijke families werden in beslag genomen, en werd verdeeld onder steenhouwers en landloze knechten. Een hervorming van het onderwijs leidde tot een scheiding van kerk en staat op het niveau van basisscholen (1946). Banken waren al genationaliseerd in 1945; in 1946 werd tot confiscatie van eigendommen van nazi-oorlogsmisdadigers besloten; de zware industrie werd genationaliseerd.

In de Koude Oorlogspropaganda werd vanaf 1948 de samenleving in de oost-zone gepresenteerd ais het antifascistisch alternatief voor West-Duitsland.

Met toestemming van Stalin werd in de Oost-zone in het najaar van 1949 de Duitse Democratische Republiek (DDR) opgericht, een 'boeren- en arbeidersstaat' zoals de andere volksdemocratieën in het Oostblok. De politieke macht was in handen van de communisten, de economie was in handen van de staat

DDR 1949-1990

De dictatuur van het proletariaat

Wie de eerste grondwet van de DDR leest, zou kunnen den­ken dat de DDR een parlementaire democratie was. De grondwet van 1949 legde de burgerlijke vrijheden vast en wees het democratisch gekozen parlement als hoogste macht aan. Het was echter de facade van een totalitaire dictatuur. `Es muss demokratisch aussehen, aber wir mussen alles in der Hand haben', zou Ulbricht hebben gezegd. En inderdaad stond de hele samenleving onder leiding van de SED. Pas in 1968 werd dit ook vastgelegd in de grondwet. In artikel 1 werd de DDR toen omschreven als een dictatuur van het proletariaat. De DDR was `de politieke organisatie van de werkenden in stad en land, die samen onder leiding van de arbeidersklasse en haar marxistisch-leninistische partij het socialisme verwezenlijken'. Dit betekende dat de SED alle macht had, want de SED gold als de vertegenwoordiger van de arbeidersklasse. De SED werd op haar beurt strak geleid door haar centraal comité, en het centraal comité werd beheerst door zijn eerste secretaris, tot 1971 Ulbricht, daarna Erich Honecker.

SED DDR

De burgerlijke vrijheden hadden in de DDR geen betekenis. Er waren geen vrije verkiezingen, er was geen persvrijheid en er was geen vrijheid van meningsuiting. Voor zelfstandige organisaties was geen plaats. De massaorganisaties werden omschreven als de `hulptroepen' en `transmissieriemen' van de partij. Zij gaven de bevelen van de SED door en voedden hun leden op tot trouw aan het regime. De belangrijkste mas­saorganisatie was de Freie Deutsche Gewerkschaftsbund (FDGB), waarvan alle werkenden lid waren. Doel van deze `vakbond' was `het opvoeden van de werkenden tot patriot­tisme, vaderlandsliefde, waakzaamheid tegenover agenten en saboteurs en vervulling van hun plicht om de socialistische verworvenheden van hun arbeiders- en boerenstaat te verde­digen'. De tweede massaorganisatie was de Freie Deutsche Jugend (FDJ), die de opwindende taak had `alle jongeren voor de studie van het marxisme-leninisme en de besluiten van de SED te winnen'. Het hoogtepunt van deze opvoeding was de `jeugdwijding'. Dat was een feest waarbij de jongerende gelofte aflegden `al hun kracht voor de grote en edele zaak van het socialisme in te zetten'. De hele staatsopvoeding was sterk militaristisch. Met als argument dat het vreedzame socialistische vaderland tegen het agressieve `imperialisme' van de Bondsrepubliek en de VS verdedigd moest worden, werd de kinderen de liefde voor het leger met de paplepel ingegoten. 'So wie du wollen wir einst sein, wenn wir alter Bind, denn du schutzt den Sonnenschein', zo werd dit ver­woord in een kinderliedje over een Oostduitse soldaat.

DDR economie 

De oprichting van een socialistische economie en integratie in de Sovjet-blok: In Oost-Duitsland ging het ondertussen minder goed dan de BRD. De Russen hadden hun beleid van Demontage al geruime tijd voortgezet (het  demonteren van gehele fabrieken, verzenden naar de Sovjet-Unie en daar weer monteren). De politiek van nationalisatie van industriën, collectivisering vande  landbouwgrond, en centrale planning van de economie door de staat, en door de oprichting in  1956 van  de COMECON, was er het directe resultaat van. De DDR-economie was door de staat gecontroleerde economie, de munt, de (Oost-) Mark, was niet inwisselbaar , de omrekeningskoers met de Deutsche Mark  door de staat op 1:1 vastgestweld maar op de de zwarte markt wisselkoers was 3-4 tot 1, maar dat was illegaal en gevaarlijk). Vele ingenieurs, gefrustreerd door het systeem die hun creativiteit en hun lonen aan banden had gelegd, migreerden naar het westen.

1952-1963: in eerste instantie moest  een goed functionerende civiele economie  worden hersteld, de vraag overtrof het aanbod, en de DDR-economie groeide.

De rantsoenering van voedsel werd in 1958 opgehevem. Maar de staats Planning Commission was samengesteld uit beheerders met communistische partij scholing als achtergond; in de late 1950 - jaren daalde de economische groei en in de vroege 1960 -jaren stagneerde het. Factoren die daarbij een rol speelden waren : de politieke status van de DDR als een voorlopige regeling en de uittocht van ingenieurs, artsen en geschoolde werknemers via lvan Berlijn naar het westen trokken (stemmen met de voeten) waardoor de economische ontwikkeling van de DDR werd geschaad. Gebeurtenissen die in 1952, 1955 en 1961 plaatsvonden  maakten dat de eenmaking van Duitsland niet meer realistisch bleek. Daardoor was de DDR een politieke werkelijkheid en door de bouw van de Berlijnse muur eindigde de massale uittocht van opgeleide specialisten. 

  Uitgave SED 1952

Het was niet  te wijten aan de economische ontwikkeling in DDR  tijden, maar eerder als gevolg van het herstel van de van pre-DDR  industrieën dat het economische DDR-model  het model  werd onder de socialistische landen van Oost-Centraal Europa. Een grote scheepsbouwindustrie ontstond  in Rostock en Wismar, die  hoofdzakelijk voor de Sovjet-Unie produceerde. Er waren twee auto fabrieken, die de Wartburg en de Trabant produceerden, de laatste een auto met een 2 cilinder motor en een plastic carrosserie; het werd het symbool van de industriële productie van de DDR. De auto wijst op de problemen van de DDR-industrie: hetplastic carroserie was slechts een geïmproviseerde oplossing. De oorspronkelijk geplande  carroserie moest worden geïmporteerd uit West-Duitsland - en dat werd door de West-Duitse regering niet toegestaan

Het nieuwe economische systeem, 1963-1968: In 1963 werd door de DDR het nieuwe economische systeem ingevoerd, gebaseerd op de theorie van de Sovjet-econoom Evsei Liberman. Wetenschappers werden opgenomen in de staat Planning Commissie, en wetenschappelijke methoden werden toegepast bij het vaststellen van vijf jaar plannen; de individuele ondernemingen kregen meer vrijheid om zelf  beslissen te nemen en om winst te maken krijgen. Dit werd toegepast tot 1967-1968, en werd in stilte beëindigd. 

Een eigen beleid van de DDR in 1968: In 1968 werd door de DDR officeel verkondigd, dat het een eigen economsich beleid  zou gaan volgen, dat wil zeggen onafhankelijk van de Sovjet-Unie model. In Moskou en elders, kreeg  het liberale economisch beleid van de 1960er jaren  gedeeltelijk de schuld van de Praagse lente . Het nationale economische DDR beleid was bedoeld ter versterking van centrale controle over de economie, en werd door Moskou niet als vreemd ervaren.

Algemene economische ontwikkelingen: De DDR was een arbeiders en boeren paradijs - huisvesting was goedkoop (10 Mark per maand, een louter administratieve vergoeding), en een  auto was betaalbaar. Het probleem: voor beide was er een echter wachtlijst. Men moest  tot 12 jaar wachten om er een te kunnen aanschaffen. Daarnaast werd  het  model  1961 van de Trabant  niet gewijzigd tot het 1989, het jaar van de eenwording. Gehuurde appartementen waren nietonderhouden, tenzij door degenen die er woonden, en dan wel op eigen kosten. In 1989 waren veel gebouwen daardoor in een zeer slechte staat.

 Propaganda DDR in de vijftiger jaren.

Binnen de DDR-economie, hadden gezinnen economische zekerheid - banen werden gegarandeerd, voor zowel mannen als vrouwen, kleuterschool plaatsen werden gegarendeerd  en men leefde in gematigde welvaart, veel gezinnen konden  op vakantie in het eigen  land of in het buitenland ( dat wil zeggen naar andere socialistische landen, dus  niet in het westen). Sommigen konden zich een een Datscha veroorloven, een klein stuk grond met een hut, waar men het weekend kon vertoeven. Inspanningen werden echter ontmoedigd, terwijl de staat  verzoeken om allerlei voordelen aanvaardde , daarmee  een mentaliteit van inactiviteit en vertrouwen op de staat cultiveerde , een afhankelijke maatschappij (Anspruchsgesellschaft). Velen van hen die niet volgens deze mentaliteit leefden migreerden naar het westen, een migratie die werd tegengehouden door de bouw van de Berlijnse muur in 1961.

De DDR had een socialistische  consumptiemaatschappij ontwikkeld. DDR-burgers, net  zoals burgers in de BRD, wilden koelkasten, elektrische ovens, tv, een auto hebben. DDR  vrouwen genoten ervan om via postorder catalogues deze te bestellen,  net  als hun westerse collega's. 
De DDR was  uiterst succesvol in sport waardoor de mensen iets van een eigen identiteit voelden.  Op economisch vlak was de DDR  matig succesvol geworden (dat  in vergelijking met zijn buren in het oosten) en in 1970 beweerde de DDR  het niveau van de Britse economie te hebben bereikt.  Een bedrijfstak waarin de DDR succesvol was was de industriële spionage, favoriete doelwit was West-Duitsland. 

Door de totalitaire organisatie van de samenleving leek de DDR op nazi-Duitsland. Belangrijke verschillen waren dat het DDR-regime niet op grote schaal mensen vermoordde, niet de rassenhaat predikte en geen veroveringsoorlog voor­bereidde. Maar de totalitaire dictatuur was in de DDR in zekere zin nog verder doorgevoerd dan in nazi-Duitsland. De DDR had namelijk een geleide staatseconomie. De meeste bedrijven waren niet, zoals in nazi-Duitsland wel het geval was geweest, van particulieren, maar van de staat. De staat bepaalde bovendien gedetailleerd wat geproduceerd moest worden. Toch beschouwde de DDR zich als veel democrati­scher dan de Bondsrepubliek. Zij noemde zichzelf een volks­democratie.

In deze democratie-opvatting speelde de organisatie van de economie een centrale rol. Volgens de DDR was in het Westen de feitelijke macht in handen van de grote onderne­mers. Het volk had geen enkele zeggenschap over de produk­tie. Er heerste, aldus de DDR, groot sociaal onrecht en de arbeiders werden uitgebuit. De DDR pretendeerde een eind te hebben gemaakt aan deze schrijnende situatie. Zij vond zich­zelf een echte democratie, omdat zij de produktiemiddelen tot staatsbezit en dus tot `volkseigendom' had gemaakt. Welis­waar was de DDR ook een dictatuur, maar dat was volgens de communistische heersers onvermijdelijk. Zij zeiden dat alleen onder hun leiding het onrecht in de wereld overwonnen kon worden. Zij meenden het superieure wetenschappelijke inzicht te hebben om de wereld te kunnen leiden naar het socialisme, de toestand waarin aan alle onderdrukking een eind zou zijn gekomen. Bovendien vertegenwoordigde de SED het proletariaat, en dat was een heel wat grotere groep mensen dan de kliek die het in het Westen voor het zeggen had, zo redeneerden de communisten.

De Berlijns Muur

In feite was juist in de DDR een kleine kliek aan de macht. Dat de SED het proletariaat vertegenwoordigde, was een illu­sie. Zij kon slechts de schijn ophouden, doordat ze alle andersdenkenden via de geheime dienst en de gevangenissen — in de jaren vijftig ook via concentratiekampen — de mond snoerde. In tegenstelling tot de Bondsrepubliek kreeg de DDR nooit het vertrouwen van de bevolking. De DDR bouw­de goede sociale voorzieningen op, hield de prijzen voor eer­ste levensbehoeften laag en voerde onafgebroken propaganda met deze en andere `socialistische verworvenheden'. Maar veel baatte het niet. De meerderheid van het volk bleef onte­vreden. De SED kon alleen de macht houden met onderdruk­king en militaire steun van de Sovjetunie.

De belangrijkste reden hiervan was de gebrekkig functionerende economie. De leiders van de DDR geloofden aanvanke­lijk dat zij een superieur economisch systeem hadden. Zij verwachtten het welvaartsniveau van de Bondsrepubliek snel te zullen overtreffen en stelden ambitieuze plannen op om de produktie op te voeren. Maar juist die plannen leidden tot verzet.

 

In 1953 gingen Oostberlijnse bouwvakkers in staking uit protest tegen een verhoging van het werktempo. De pro­duktie in de hele DDR moest met 10 procent omhoog zonder dat daar loonsverhoging tegenover stond. De bouwstaking sloeg bliksemsnel over naar fabrieken in Oost-Berlijn en andere steden, en liep binnen een dag uit op een complete volksopstand, waarbij vrije verkiezingen werden geëist. Het regime reageerde als verlamd, maar het Sovjetleger sloeg de opstand met harde hand neer.

Veel communisten waren verbijsterd dat juist de arbeiders in opstand waren gekomen. Sommigen drongen aan op her- vormingen, maar Ulbricht wilde daar niets van weten. Hij gooide de critici uit de partij en bleef streven naar opvoering van de produktie binnen een volledig geleide economie. Diverse economische sectoren hadden nog kapitalistische kenmerken. Verreweg de meeste winkels, ambachtelijke bedrijven en boerderijen waren nog privé-eigendom. Ulbricht wilde daar snel een eind aan maken en dwong de kleine ondernemers hun bedrijven deels aan de staat over te dragen. De boeren moesten hun bezit afstaan aan collectieve boerderijen.

Deze maatregelen, de onderdrukking en de groeiende economische achterstand op de Bondsrepubliek, hadden tot gevolg dat honderdduizenden mensen de DDR ontvluchtten. Ulbricht had de grens met de Bondsrepubliek laten afsluiten met een breed mijnenveld, prikkeldraadversperringen en wachttorens, maar in Berlijn konden de burgers zonder moei­te naar het Westen komen. Tussen 1949 en 1961 trokken zo meer dan 2,5 van de 18 miljoen Oostduitsers naar de Bondsrepubliek. Voor de economie van de DDR was dit rampzalig, omdat juist veel beter opgeleide en energieke mensen het land verlieten. Ulbricht zag maar één oplossing. In 1961 liet hij de grens tussen Oost en West-Berlijn herme­tisch afsluiten met een zwaar bewaakte, 2,20 meter hoge betonnen muur.

Stille onvrede

Na de bouw van de Muur begon ook in de DDR een periode van geleidelijke welvaartsgroei. Voor de burgers van de DDR kwamen een koelkast, een televisietoestel en een auto binnen bereik. Sommigen spraken zelfs van een tweede Wirtschafts­wunder. Maar de welvaart bleef ver achter bij die in de Bondsrepubliek. De kwaliteit van de begeerde artikelen was vaak inferieur, de prijzen waren hoog en de levering liet lang op zich wachten. Het puffende en onwelriekende Trabantje waar DDR-burgers een dubbel jaarsalaris voor moesten neer­tellen en tien jaar op moesten wachten, viel in het niet bij de VW, laat staan de Mercedes, die Westduitsers konden kopen. Een ander probleem was het beperkte assortiment. Aard­appelen waren in ruime mate voorhanden, maar voor aardbei­en moest men in de rij staan en ananassen waren helemaal niet te krijgen. Althans, voor gewone burgers niet. De partij­top kon álles krijgen, en baadde — in strijd met de propaganda — in een voor DDR-begrippen ongekende luxe. De gewone mensen wisten daar genoeg van af om een flinke rancune tegen `die da oben' op te bouwen.

Misschien waren de DDR-burgers redelijk tevreden geweest met hun bescheiden welvaart, als zij hun eigen situatie niet hadden kunnen vergelijken met die in het Westen. Maar dat konden ze wel. Doordat de meeste Oostduitsers dagelijks naar de Westduitse televisie keken, wisten ze dat ze het lang niet zo goed hadden als hun Westduitse buren. Eenzelfde effect hadden de geleidelijk groeiende contacten tussen Oost en West. Nadat de twee Duitse staten elkaar in 1972 hadden erkend, konden Westduitsers in beperkte mate de DDR bezoeken en mochten Oostduitse bejaarden naar de Bonds­republiek vertrekken.

 Vlaggen van beide Duitslanden

Tegelijk nam de Duits-Duitse handel toe, waardoor Oostduiters zich aan voor hen peperdure Westduitse produkten konden vergapen. Dit alles drukte hen met de neus op het feit dat zij de arme tak van de Duitse familie waren. De onvrede werd nog verergerd door de reis­beperkingen. Voor het overgrote deel van de bevolking bleef het onmogelijk naar het Westen te reizen. De Muur bleef bestaan, de `gevangenis' DDR had alleen een wat humanere bezoekregeling gekregen.

Om de onvrede de kop in te drukken, ging de DDR vanaf 1972 in toenemende mate steunen op de Stasi, de Staats­sicherheitsdienst. De activiteiten van deze geheime politie werden enorm uitgebreid. In de tweede helft van de jaren tachtig waren 20 000 agenten beroepsmatig bezig met het bespionneren van hun landgenoten. De Stasi had bovendien talloze helpers. `Wij waken niet alleen. Met ons waken hon­derdduizenden paren ogen', zo verklaarde de hoogste Stasi­chef in 1988, en hij overdreef niet.

 Stasi Archief

Van iedere werknemer werden de gedragingen, uitlatingen en contacten opgetekend. Wie bekend werd als `andersdenkende' kon zijn carrière en die van zijn kinderen wel vergeten of belandde in een Stasi­cel. De activiteiten van de Stasi hadden voor de DDR een twijfelachtig effect. Ze maakten openlijk verzet onmogelijk, maar versterkten de haat tegen het regime en het verlangen naar politieke vrijheid en democratie. Lang voor de onder­gang van de DDR zagen veel Oostduitsers de Bondsrepubliek als hun politieke vaderland.

Ondergang

In de tweede helft van de jaren tachtig vonden in het Oostblok grondige veranderingen plaats. Sovjet-leider Gor­batsjov begon een politiek van glasnost en perestrojka. Met glasnost, letterlijk betekent dat `openheid', duidde hij aan dat men in de politiek de waarheid moest spreken. Er moest een einde komen aan de leugens van de propaganda en er moest meer vrijheid van meningsuiting komen. Met perestrojka duidde hij aan dat het politieke en economische systeem dras­tisch hervormd moesten worden.

De leiders van de DDR voelden zich door Gorbatsjovs poli­tiek bedreigd. Ze waren niet van plan het voorbeeld van de grote broer te volgen: `Als mijn buurman een nieuw behange­tje neemt, hoef ik het toch niet ook meteen te doen?' Maar de burgers dachten daar heel anders over. Geïnspireerd door Gorbatsjov groeide de oppositie. Daar kon ook de Stasi niets tegen doen. De critici van het regime troffen elkaar vooral in de kerken. De evangelische kerk, de protestantse kerk van de DDR, was de enige organisatie die zich altijd enigszins aan de greep van de staat had onttrokken. De staat had dat aan­vaard, op voorwaarde dat de kerk zich niet tegen het regime verzette. Dat deed de kerk ook niet, maar zij bood wel onder­dak aan de oppositie. Die bestond uit milieu-activisten, vre­desgroepen en mensen die intens verlangden naar vrijheid, vooral reisvrijheid, en democratie. Zij streefden naar verande­ring van de DDR, niet naar samenvoeging met West-Duitsland. Volgens hen zou de rijkdom van het Westen de mensen niet beter en gelukkiger maken. Zij wilden wel de democratie, maar niet het economische systeem van het Westen. Er waren talloze groepjes die zo dachten, maar pas in de herfst van 1989 stichtten ze politieke bewegingen, zoals Neues Forum en Demokratie Jetzt, en organiseerden zij mas­sale demonstraties.

Op dat moment was het regime al in een zware crisis. Hon­garije had die zomer de grens met Oostenrijk geopend. Door dit `gat in het IJzeren Gordijn' trok een snel groeiende stroom Oostduitsers naar de Bondsrepubliek. Door zo te `stemmen met de voeten', gaven tienduizenden te kennen geen hoop op politieke en economische hervormingen te hebben. Hun vlucht dreigde de DDR te ontwrichten: scholen kwamen zon­der leraren te zitten, ziekenhuizen zonder artsen en verple­gers, bedrijven zonder arbeiders.

De leiders van de DDR zagen zich nu voor de keus gesteld: of zij sloegen de demonstraties hardhandig neer en sloten de grens met de andere Oostbloklanden, of zij sloten een compromis met de oppositie en openden de Muur. In eerste instantie werd voor de eerste oplossing gekozen. Besloten werd het leger met scherp te laten schieten op de wekelijkse massale demonstratie voor de grote kerk in Leipzig, tot dan toe het centrum van verzet. Dat moest gebeuren na de veer­tigste verjaardag van de DDR. op 7 oktober. Voor die gele­genheid kwamen leiders uit de hele wereld naar Oost-Berlijn. Het feestje werd echter verstoord door betogers die voor de feestzaal in Oost-Berlijn om vrijheid en democratie riepen en de aanwezige Gorbatsjov toejuichten. Toen hij dat hoorde, verliet Gorbatsjov demonstratief de zaal en waarschuwde Honecker dat `wie te laat komt door het leven wordt gestraft'. Honecker begreep dat hij niet op steun van Moskou kon reke­nen bij het neerslaan van de volksopstand. Twee dagen later eisten in Leipzig met de leus 'Wir sind das Volk' meer men­sen dan ooit een echte democratie. Politie en leger waren dreigend aanwezig, maar deden niets.

Iedereen wist dat op 9 oktober een bloedbad gedreigd had. Nu dit was uitgebleven, werden de demonstraties steeds mas­saler en breidden ze zich uit naar alle grote steden. De SED reageerde door de oude leiders. inclusief Honecker, af te zet­ten, en alsnog hervormingen aan te kondigen. Maar het was te laat. De uittocht naar het Westen nam alleen maar toe en op 4 november eiste in Oost-Berlijn een menigte van 1 mil­joen mensen vrijheid en democratie. Enkele dagen later besloot het regime de Muur te openen. De partij hoopte zo de druk van de ketel te nemen. Als de mensen naar het Westen mochten reizen, zouden ze misschien niet meer willen emi­greren.

In werkelijkheid leidde de reisvrijheid echter het einde van de DDR in. Het kijkje in de Bondsrepubliek ging gepaard met vreugde-uitbarstingen en emotionele omhelzin­gen met Westduiters. Maar het leidde ook tot verbittering. Nu zagen de DDR-burgers pas goed hoe zij jarenlang bedrogen waren. Nu aanschouwden zij met eigen ogen hoe armoedig en vervallen de DDR was in vergelijking met de Bondsrepu­bliek.

De initiatiefnemers van de eerste demonstraties raakten door deze massale ontgoocheling hun greep op de gebeurtenissen kwijt. Zij hadden samen met de vluchtelingen de `Wende' voorbereid. Maar nu de ommekeer gekomen was, was hun rol uitgespeeld. De grote massa van het volk wilde niet zoals zij interne veranderingen, maar aansluiting bij de Bondsre-publiek. Tijdens de demonstraties werd vanaf nu hereniging éëist. De leus `Wir sind das Volk' maakte plaats voor de kreet `Wir sind ein Volk'. De Westduitse regering kwam hieraan maar al te graag tegemoet en de voormalige geallieer­den, inclusief de Sovjetunie, stemden met de hereniging in. Dat was het einde van de DDR. De duidelijke wens van het volk kou niet meer genegeerd worden.

 Kohl in Weimar 1990

Op 7 december werd besloten tot het houden van de eerste vrije verkiezingen in de DDR. Die leverden-op 18 maart 1990 een grote zege op voor de CDU, de partij van de Westduitse bondskanselier Kohl, die 48,2 procent van de stemmen kreeg. De PDS, die de voortzetting is van de SED, kreeg 16,3 procent. Het nieuwe Oostduitse parlement besloot de DDR toe te laten treden tot de Bondsrepubliek. Op 3 oktober 1990 werd de DDR offi­cieel opgeheven. De Duitse eenheid was een feit.