We hebben 305 gasten online

CSE Nationaal-Socialisme in Duitsland 1918-1945

Gepost in Europa

Nationaalsocialisme in Duitsland (1918-1945)

Inleiding

Nationaalsocialisme leidt tot dictatuur en een totalitaire staat.

Hoe kon zo´n staatsvorm ontstaan in de 20e eeuw in West-Europa, waar de democratie zo diep geworteld leek?

Zeker, er waren nog meer landen die het slachtoffer werden van dit systeem, maar Duitsland was toch een hoog ontwikkeld industrieland in West-Europa. In het kort de oorzaken daarvan:

a) Allereerst moet genoemd worden de verloren Eerste wereldoorlogen de daarop volgende harde vredesbepalingen van Versailles

b)  In de periode tussen de Eerste Wereldoorlog en het aan de macht komen van Hitler stond Duitsland bloot aan grote economische schommelingen,De oppositie tegen democratische staatsvorm, die in 1919 ingevoerd werd, ging op en neer bij het stijgen en dalen van de welvaart. Als het economisch goed ging, kreeg de democratie een redelijke kans, wanneer echter werkloosheid en armoede hun intrede deden, werd de neiging groot om zich te storten in het onzekere avontuur van de dictatuur.

c) De democratie had in Duitsland voor 1918 nooit echte kansen gehad zich te ontwikkelen. Na de eenwording van Duitsland (1871) hadden zowel de rijkskanselier Bismarck als na hem keizer Wilhelm II een monarchaal-autoritaire staatsvorm weten te handhaven. De wezenlijke macht lag bij de regering, gesteund door militairen en ambtenaren.en niet bij de volksvertegenwoordiging.

d) De Duitse volksaard, vooral die van de Pruisen, kende een grote voorliefde voor macht en gezag. Een van de voornaamste eigenschappen was elkaar onder de duim te houden. Daarop berustte de grote macht van militairen, ambtenaren en schoolmeesters.

e) Duitsland was tussen 1918 en 1933 een zwakke, innerlijk verdeelde staat. 

Door de nederlaag van 1918 stortte het oude systeem volledig ineen. De keizer verdween en met hem de macht. In de jaren 1918 en 1919, die als een overgangsperiode moeten worden beschouwd, moest worden uitgemaakt bij wie de macht lag en hoe in het vervolg Duitsland zou worden geregeerd. Het socialisme had in deze jaren de beste kansen, maar het kon niet steunen op de meerderheid van de bevolking en het was innerlijk sterk verdeeld. Duitsland werd een veelpartijenstaat, waarin een wankel evenwicht bestond tussen linkse en rechtse partiien. Er hoefde weinig te gebeuren (bijvoorbeeld een economische crisis) of de balans zou doorslaan naar links of naar rechts. 

De politieke partijen in Duitsland in de jaren 1918-1919

De grootste partij was de SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands). Links daarvan stond de radicale USPD (Unabhangige Sozialdemokratische Partei Deutschlands), waar ook de zogenaamde Spartakisten toe behoorden. Laatstgenoemde groepering maakte zich, onder leiding van Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, los van de USPD en stichtte eind 1918 de KPD (Kommunistischë Partei Deutschlands). Tegenover deze linkse partijen stonden enkele liberale artijen,een conservatieve partij en de nog altijd sterke Centrumpartij (oorspronkelijk een zuiver katholieke partij). De linkse en rechtse partijen kwamen steeds meer tegenover elkaar te staan door hun volledig verschillende doeleinden.

1) De Republiek van Weimar (1918-1933).

a) Het ontstaan van de republiek

In november 1918 werd Duitsland overrompeld door een reeks gebeurtenissen met een revolutionair karakter.De belangrijkste daarvan waren:

• muiterij en staking

• val en vlucht van de keizer

• ontstaan van de republiek

• een nieuw (socialistisch) bewind

• wapenstilstand (11 november 1918)

• Spartakistenopstand

In chronologische volgorde

 Op 4 november breekt muiterij uit onder de matrozen, het hevigst te Kiel. Zij verhinderen daardoor het uitvaren van de vloot voor een laatste slag. Dat zou een wanhoopsdaad zijn geweest en zelfmoord, want de oorlog was al verloren. De muiterijen en stakingen breiden zich snel uit over het land en bereiken ook Berliin en München, de hoofdsteden van de grootste staten nl. Pruisen en Beieren.

Evenals in Rusland worden overal arbeiders- en soldatenraden, gevormd om de machtoverte nemen. Deze raden bestaan uit de gekozen vertegenwoordigers van deze twee groepen. Op 8 november kondigt de laatste rijkskanselier van het keizerrijk de roonsafstand van Wilhelm II aan. Zelf draagt hij zijn macht over aan Ebert, de voorzitter van de SPD. Deze is meer monarchaal dan republikeins en verklaart `de pest te hebben aan revolutie´. Tegen zijn zin roept Scheidemann, socialist en minister, de republiek uit. Hij wenst de radicale socialisten voor te zijn, want vrijwel tegelijk roept Liebknecht het volk toe: `Alle macht aan de arbeiders- en soldatenraden! Kameraden, wij roepen de raden-republiek uit! Wij vestigen de dictatuur van het proletariaat. [...] Duitsland behoort ons, de sovjets [...]!.

Maar Eberten Scheidemann winnen de striid, dankzij te hulp geroepen officieren en soldaten

Met toestemming van de geallieern de worden uit de troepen die van het  front terugkeerden, zgn vrijkorpsen gevormd. Deze verbintenis van de gematigde socialisten van de SPD met behoudende rchtse krachten is beslissend voor de strijd tegen de Spartakisten (en ook beslissend voor de toekomst van de Republiek van Weimar). Eigenlijk was de revolutie op 10 november al afgelopen. De oorlog was verloren, de monarchie opgeheven, gematigd links had de macht voorlopig overgenomen en werd daarbij gesteund door rechts, Duitsland zou vanaf 1919 een democratisch geregeerd land ziin.

In de Spartacusopstand vochten nog een paar honderd radicalesocialisten voor hun communistische idealen, maar zij waren kansloos. Bij deze gevechten werden in januari 1919 hun leiders Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg koelbloëdig vermoord. (De naam Spartakisten is ontleend aan de zgn. Spartakusbriefe, waarin tijdens de oorlog de radicale socialisten hun ideeën hadden uiteengezet. Spartacus was de leider van de slavenopstand tegen de- Romeinen omstreeks 70 v.Chr.)

De rechts-nationalistische Duitsers zouden in het vervolgover de Spartakisten en alle socialisten spreken als de Novembermisdadigers,die schuldig waren aan de nederlaag van Duitsland. In het begin van zijn regering maakte Ebert ook een einde aan het bestaan van de arbeiders- en soldatenraden.

De verkiezingen voor een Nationale Vergadering leverden de SPD niet de gewenste meerderheid op.Omdat de USPD samenwerking weigerde, verbond de SPD zich met de Centrumpartij en de liberalen. De Nationale Vergadering kwam vanwege de onlusten bijeen in het rustig gelegen Weimar (de stad van Goethe). Hoewel het verblijf in Weiman maar tiideliik was zou de nieuwe republiek er haar naam aan ontlenen: Republiek van Weimar.

De Nationale Vergadering had twee opdrachten:

a) een grondwet maken (grondwetgevende vergadering) en

b) de vredesvoorwaarden te ondertekenen.

Duitsland was nu een republiek (voor het eerst) en kreeg een zeer democratische grondwet (ook voor het eerst). Friedrich Ebert, de rijkskanselier, werd nu rijkspresident. Zijn democratische bevoegdheden waren wel niet groot, maar hij werd opperbevelhebber van het leger_en mocht, als de veiligheid en de orde van het land in gevaar waren, buiten de volsvertegenwoordiging om, door noodverordeningen regeren. Hitler zou daar later gebruik van maken. Duitsland behield zijn federatieve opbouw: bleven 16 landen bestaan met Pruisen als voornaamste staat (2/a deel van de bevolking en grondoppervlakte van heel Duitsland).

De nieuwe grondwet voerde de evenredige vertegenwoordigi in,met als gevolg het bestaan van veel partijen.  Duitsland werd een partijenstaat, waarin alleen een coalitie van partijen een regering kon vormen. Gevolg: veel kabinetcrises en regeringswisselingen in 15 jaar 20 ministeries).

Het Duitse volk, dat nooit democratisch was opgevoed, kreeg nu zelfs het recht van volksinitiatief en volksreferendum.

b) Gekrenkte nationale gevoelens

Tot het sluiten van de vrede blokkeerden de geallieerden Duitsland (hongerblokkade), wat de dood van enkele honderdduizenden tot gevolg had. Duitsland werd een vrede voorgelegd, waar niet over te onderhandelen viel (dictaat van Versailles). Er was van meet af veel verzet tegen, maar aan ondertekening viel niet te ontkomen. Voortduren van de blokkade en een dreigende bezetting waren erger. Het meeste bezwaar vond de bepaling dat. Duitsland moest erkennen alleen schuldig te zijn aan de oorlog. Overigens waren de vredesbepalingen volledig gericht op het voorkomen dat Duitsland ooit weer een macht van betekenis zou worden (vooral de Fransman Clemeneeau was daar bang voor). in het westen verloo rDuitsland Elzas­Lotharingen aan Frankrijk, dat voorlopig ook het Saargebied kreeg met zijn rijke mijnen. De Saarlanders mochten na 15 jaar uitmaken waar ze bij wensten te horen. Het gebied op de linker-Rijnoever werd bezet door de geallieerden en een gebied van 50 km op de rechter-Rijnoever moest gedemilitariseerd worden.

vredesverdrag van versailles

België kreeg enkele kleine grensgebieden, Noord-Sleeswijk kwam door een volksstemming aan Denemarken. Erg gekwetst werden de Duitsers door afstand van belangrijke delen van Silezië aan Polen, dat bovendien via de zgn. Poolsë Corridor een uitgang kreeg naar de Oostzee. De echt Duitse stad Danzig werd een vrijstaat onder bestuur van de Volkenbond. Duitsland moest álle koloniën afstaan (die  als maandaatgebieden door de overwinnaars namens de Volkenbond zouden worden bestuurd), de oorlogsvloot uitleveren (deze werd door de Duitse officieren echter tot zinken gebracht) en mocht een leger (de Reichswehr) van niet meer dan 100.000 man bezitten. Een commissie zou binnen twee jaar het bedrag aan herstelbetalingen (Reparationslast) vaststellen dat het land aan de geallieerden moest betalen. Voorlopig moest het alvast elk jaar kolen, schepen, locomotieven, spoorwegwagons, vee en graan leveren. De Duitse afgevaardigde verklaarde in 1919 te Versailles:

`Er wordt van ons verlangd dat wij zullen erkennen alleen aan de oorlog schuldig te zijn. Een zodanige bekentenis zou in mijn mond een leugen zijn. Wij zijn er verre van iedere verantwoording, dat het tot deze wereldoorlog kwam en dat hij zo gevoerd werd, van Duitsland af te wijzen. De houding der vroegere Duitse regering op de Haagse vredescongressen, haar handelingen en haar verzuimen in de twaalf tragische julidagen hebben tot het onheil bijgedragen; maar wij bestrijden nadrukkelijk dat Duitsland, welks volk overtuigd was een verdedigingsoorlog te voeren, alleen met de schuld belast zal worden. [...] Ik zal niet feiten met feiten beantwoorden, maar wanneer men juist van ons boete verlangt dan mag men de wapenstilstand niet vergeten. Zes weken duurde het voor we deze kregen, zes maanden voor wij uw vredesvoorwaarden ontvingen. Misdaden in de oorlog mogen niet te verontschuldigen zijn, maar zij geschieden in de strijd voor de overwinning, in de zorg voor het nationale bestaan, in een bevlieging die het geweten der volken afstompt. De honderdduizenden van burgers, die sinds 11 november door de blokkade gestorven zijn, werden in koelbloedig overleg gedood, nadat onze tegenstanders de overwinning behaald hadden. Daaraan moet u denken als u van schuld en boete spreekt!´

Er is weinig dat het Duitse volk zozeer heeft gekrenkt als deze vrede. Alle nationalistische bewegingen putten er hun kracht uit om de regering van de Republiek van Weimar als mede schuldig aan te wijzen. Immers, deze republiek is een gevolg van de revolutie en deze was weer het gevolg van de nederlaag.

In militaire kringen rond de generaal Ludendorff ontstond de dolkstootlegende± Duitsland is nooit verslagen aan het front, maar door een dolkstoot in de rug geveld;het waren de Novembermisdadigers, muiters,  stakers Spartskisten, ja alle socialisten en de regering, die Duitslands ondergang hadden bewerkt.

Tijdens het bestaan van de Republiekvan Weimar werden de politieke tegenstellingen steeds groter, er was nauwelijks ruimte meer voor gematigde middengroepen. Linkse en rechtse partijen namen in kracht en omvang toe, en zetten zich steeds meer tegen elkaar af. Twee gebeurtenissen versterkten deze ontwikkeling. De rechtse dr. Kapt, pleegde een staatsgreep (de zgn Kapp-Putsch). Hj bezette enkele dagen Berlijn,maar door een algemene staking van de arbeiders op last van de regering, verliep deze rechtse revolutie. Vlak daarop ontstond in het Ruhrgebied eenopstand van radicale socialisten en communisten(Spartakisten), die een `Rode Leger´ vormden en een aantal grote steden zetten. De Reichswehr greep in en sloeg met bloedig geweld de opstand neer. Bij zowel links als rechts werd de regering gehaat.

Na de Spartacusopstand zagen de gematigde socialisten in dat zij de steun van de generaals (rechts en nationalistisch) nodig hadden. Voor de regeermacht waren zij aangewezen op de steun van het Centrum en enkele liberale partijen (ook nogal nationalistisch). Hierdoor was het niet mogelijk het grootgrondbezit te onteigenen, de klasse van de ´Junker´ op te heffen en de industrie te nationaliseren. Het gevolg was dat generaals, bankiers, industriëlen en grootgrondbezitters de staat uitbuitten. De linkse auteur Plievier schreef hierover een boek: `Der Kaiser ging, die Generale blieben´. 

Trefwoorden voor rechts zijn:

• verheerlijking van de oorlog

• dolkstoottheorie (is echter een legende)

• oorlogsinspanningen nodig ter zelfverdediging

• tegen internationale verdragen en afspraken

• het Duitse ras is belangrijk

• het kapitalisme moet worden bevorderd Trefwoorden voor links zijn:

• Duitsland is militair verslagen

• antimilitarisme

• vóór de Volkenbond

• internationale verdragen nakomen

• streven naar een verenigd Europa

• vóór de vrijheid van de vrouw.

c) De Weimar-cultuur

Van een eigen cultuur van de Republiek van Weimar kan niet worden gesproken. Het beschavingspatroon en ook de kunststromingen zijn internationaal. Wel kon binnen de democratische vrijheid die de republiek schonk, de kunstenaar zich vrij ontplooien. Dat ook politieke opvattingen dan een rol spelen, zal duidelijk zijn.

De oorlog had de mens ontgoocheld achtergelaten. Wat betekende de Europese beschaving met haar hoge waarden en normen als zo´n oorlog kon plaatsvinden? Jonge kunstenaars walgden van deze beschaving en lieten niets na om haar bespottelijk te maken.  Dat gold ook voor de vroegere vormen en stijlen van de kunst. Alles was onzin. Vanuit deze anarchistische insteling noemden zij zich dadaïsten (dada is brabbeltaal, betekent niets)

`Hun onbeschrijflijke afkeeren walging van de oorlogbracht hen tot het inzicht van de volkomen zinloosheid van het bestaande. Daarom werd het nieuwe doelvernieuwing en verwarring, ook in de kunst, die daardoor anarchistische trekken ging vertonen. De dadaïsten voerden een felle campagne tegen alle moraal, godsdienst en wijsgerige opvattingen van de eigen tijd, die volgens hen valse waarden vertegenwoordigden. Hun kunst was gericht tegen de schoonheid en bewust negatief.

Allerlei voorwerpen, constructies en collages, waarin niemand enige zin kon ontdekken, waren op hun tentoonstellingen te zien. Vrij snel na 1920 was het met deze beweging afgelopen.

Heel wat constructiever was het werk van het `Bauhaus´,eigenlijk `Staatliches_Bauhaus´, een instelling voor hoger onderwijs in de architectuur ën dé toegepaste kunsten. Naar ontwerp van Gropius werd in Dessau een nieuwe school gebouwd van staal en glas (1925). In 1932 werd de instelling naar Berlijn overgebracht, waar Hitler haar reeds in 1933 sloot. De Bauhaus­kunstenaars wilden de kunst een alledaags aanzien geven; ze moest toegepast worden in: huizen,meubels, en alle mogelijke gebruiksvoorwerpen. Wetenschap en kunst moesten samengaan in het gebruik van nieuwe materialen en de kunstenaar moest steeds meer ambachtsman worden. Stoelen met stalen poten, gladde tafels, gebogen multiplex en brede ramen in huizen met een rechtlijnige stijl.

Thomas Mann was een van de grootste schrijvers in Duitsland (1929 Nobelprijs). In `Der Zauberberg´zijn alle problemen van zijn tijd terug te vinden. Hij bestreed het fascisme en vluchtte uit zijn land toen Hitler aan de macht kwam. Anti-fascistisch was zeker Bertolt Brecht, eerst anarchistisch, later revolutionair-marxistisch. In 1928 werd zijn ´Dreigroschenoper´, een bedelaarsopera, in Berlijn opgevoerd. De Berlijnse society genoot ervan, zolang ze zelf maar niet met de werkelijkheid werd geconfronteerd. Kenmerken van de jonge schrijvers zijn: openhartig (ook op seksueel gebied), maatschappelijk-kritisch, bitter gestemd tegenover het verleden. Men wil een nieuwe mens. Een hoogtepunt was de verschijningvan `Im Westen nichtsneues´ van Ench-Maria Remarque in 1929, een felle aanklacht tegen de oorlog. Van de meeste schrijvers kan gezegd worden dat zij geëngageerd waren, d.w.z. nauw betrokken waren bij de maatschappelijke en politieke ontwïkklingen en deze uiterst kritisch volgden.

De eerste helft van de 20e eeuw staat in het teken van het expressionisme.

De expressionisten sluiten hun ogen voor hetgeen zij zien en schilderen met de geest. Het is er niet om te doen zich te ,laten beïnvloeden door hetgeen men ziet maar wel om uit te drukken hetgeen men voelt. Zij, die in Duitsland de moderne kunst aanvaardden en met waardering de jonge schrijvers lazen, waren immuun voor de nazi-ideologie.

d) Financiële, economische, sociale problemen

Inmiddels had in 1921 een geallieerde commissie het bedrag aan herstelbetalingen vastgesteld, waaraan Duitsland had te voldoen: 132 miljardgoudmark (d.w.z. in goud op te brengen). Jaarlijks zou 2 miljard moeten worden betaald. Maar de Duitse regering werkte niet mee, inde nagenoeg geen belastingen, zodat de schatkist leegwas en bleef. Wanneer er geld nodig was, liet de regering papiergeld drukken dat niet gedekt was, zodat de inflatie per maand toenam. Met Rathenau begon de `Erfullungs´-politiek. Hij wilde aan de verplichtingen voldoen om de vroegere tegenstanders van Duitslands goede wil te overtuigen. Zijn politiek stuitte in eigen land op fel verzet, bovendien was Rathenau een jood. In 1922 werd hij door oud-officieren vermoord. Een politieke moord was al lang niet meer ongewoon. Tot nu toe waren er al 20 door linkse en ruim 350 door rechtse mensen gepleegd. Van de linkse moordenaars kregen er 10 de doodstraf en 3 levenslang, van de rechtse is er niet één ter dood veroordeeld en slechts één kreeg levenslang. Op de vraag aan de rechtse politiechef van München of hij wist dat er politieke moorden plaatsvonden, antwoordde deze: `Ja, maar nog niet genoeg.´

In 1923 constateerde Frankrijk dat Duitsland te weinig kolen leverde in het kader van de herstelbetalingen. Tegen de wil van Engeland in ging Frankrijk met enige Belgische hulp over tot de bezetting van het Ruhrgebied (de kolenpot). De Duitse regering beantwoordde deze daad met een passieve weerstand (algemene staking die door de regering betaald werd, opschorting van alle herstelbetalingen). De mark stortte daardoor volledig in en een enorme inflatie was het gevolg. Duitsland moest zijn verzet opgeven (de laatste Fransen verlieten pas in 1925 het Ruhrgebied).

In 1923 pleegde Hitler in München wat amateuristisch opgezette staatsgreep.De rechtse Beierse regeringsleiders en het leger steunden hem echter niet. Hitler kreeg 5 jaar gevangenisstraf (maar werd na 9 maanden al weer vrijgelaten). In zijn comfortabele cel schreef hij (liever gezegd: liet hij schrijven) ´Mein Kampf´ Al zijn theorieën zijn er in terug te vinden.

In 1925 kwam Duitsland eindelijk uit het slop. De eer daarvan komt voornamelijk toe aan Gustav Stresemann (in 1923 kanselier en van 1923 tot zijn dood in 1929 minister van buitenlandse zaken). Hij was liberaal- nationalistisch, wilde Duitslands positie in Europa herstellen, maar koos daarvoor een andere weg dan de onverzoenlijken. Daarvoor moest er allereerst een betere verstandhouding met Frankrijk komen.

Bij het Verdrag van Locarno (1925) erkende en aanvaarde Duitsland de vredesbepalingen van Versailles voor zover deze betrekking hadden op de grenzen in het westen. Over de oostelijke grenzen werden geen regelingen getroffen. In feite wilde Stresemann Polen isoleren om met geallieerde hulp de verloren gebieden in het oosten weer bij het rijk te voegen Ook dacht hij aan een aaneensluiting van Duitsland en Oostenrijk.

Duitsland werd na Locarno weer als een betrouwbare staat beschouwd, het mocht daarom in 1926 ook lid van de Volkenbond worden. Dit alles was zeer tegen de zin vande felle nationalisten, die van geen verzoening wilden weten.

Na de dood van Ebert in 1925 werd hun kandidaat: de oude oorlogsheld Von Hinderburg, tot president gekozen. Zij hadden genoeg van `der Schlapphut´ Ebert en kregen nu eën president die een helm droeg.

In financieel-economisch opzicht ging Duitsland na 1924 vooruit: de inflatie van 1923 werd snel bedwongen. Er kwam een nieuwe mark met de vroegere waarde, de belastingen werden verhoogd en de regering ging bezuinigen. Toch was dat nog niet voldoende. Duitsland kreeg nu internationale (vooral Amerikaanse) leningen, gemiddeld 2 miljard mark jaarlijks (Dawesplan, genoemd naar de Amerikaanse bankier Dawes). Duitsland heeft vanuit het buitenland heel wat meer geld ontvangen dan_het in totaal aan herstelbetalingen heeft opgebracht.

De industrie herstelde zich, de werkloosheid nam af.Met name tussen 1926 en 1929 kende het land een bloeiperiode. In het laatstgenoemde jaar werd het bedrag aan jaarlijkse herstelbetalingen aanzienlijk verlaagd. De laatste bezettingstroepen verlieten Duitsland. De nationalisten, waaronder Hitlers nationaal-socialisten, werd de wind uit de_zeilen genomen.

 

Results of the elections in the Weimar Republic 1919-1933

 

  1919 1920/22 1924(1) 1924(2) 1928 1930 1932(1) 1932(2) 1933
Voters in % 83,02 79,18 77,42 78,76 75,60 81,95 84,06 80,58 88,74
NSDAP . . 6,55 3,00 2,63 18,33 37,36 33,09 43,91
DVFP . . 0,87 . . . .
Landvolk . . . . 1,89 3,17 0,25 0,30 .
WP . . 1,71 2,29 4,54 3,95 0,40 0,31 .
BBB 0,91 0,78 0,64 1,03 1,56 0,97 0,37 0,42 0,29
DNVP 10,27 15,07 19,45 20,49 14,25 7,03 5,93 8,66 7,97
CSVd . . . . 0,20 2,49 1,10 1,48 0,98
DVP 4,43 13,90 9,20 10,07 8,71 4,75 1,18 1,86 1,10
DDP 18,56 8,28 5,65 6,34 4,90 3,78 1,01 0,95 0,85
BVP 19,67 4,39 3,23 3,74 3,07 3,03 3,26 3,09 2,73
Zentrum 13,64 13,37 13,60 12,07 11,81 12,44 11,93 11,25
SPD 37,86 21,92 20,52 26,02 29,76 24,53 21,58 20,44 18,25
USPD 7,62 17,63 0,80 0,33 0,07 0,03 . . .
KPD . 2,09 12,61 8,94 10,62 13,13 14,56 16,86 12,32
Other 0,68 2,30 6,25 4,15 4,86 3,02 0,56 0,61 0,35
 
Seats 423 459 472 493 491 577 608 584 [647]
NSDAP . . 32 14 12 107 230 196 288
DVFP . . - . . . .
Landvolk . . . . 9 19 1 - .
WP . . 7 12 23 23 2 1 .
BBB 4 4 3 5 8 6 2 3 2
DNVP 44 71 95 103 73 41 37 52 52
CSVd . . . . - 14 3 5 4
DVP 19 65 45 51 45 30 7 11 2
DDP 75 39 28 32 25 20 4 2 5
BVP 91 20 16 19 17 19 22 19 19
Zentrum 64 65 69 61 68 75 71 73
SPD 165 103 100 131 153 143 133 121 120
USPD 22 83 - - - - . . .
KPD . 4 62 45 54 77 89 100 [81]
Other 3 6 19 12 11 10 3 3 1
bron Historia Pro

 

Maar het jaar 1929 eindigde catastrofaal. In oktober 1929 stierf Stresemann aan een beroerte en in de Verenigde Staten kwam de grote beurskrach, de aandelenmarkt stortte ineen en de Amerikaanse economie werd volledig ontwricht. In het spoor van faillissementen werden ook de Westeuropese landen meegesleept. Geen land werd zwaarder getroffen dan Duitsland. Amerika vroeg zijn leningen terug. De Duitse industrie, moeizaam opgebouwd, zakte ineen. Het aantal werklozen steeg in 1930 tot 4 miljoen. De regering wilde bezuinigingen doorvoeren, maar de Rijksdag was er tegen. Kanselier Brüning ging toen over tot het toepassen van het artikel 48 in de grondwet dat de president toestond te regeren bij noodverordeningen.

In deze sfeer van economische ontwrichting, armoede en werkloosheid groeide de ontevredenheid. Dat alles speelde Hitler enorm in de kaart.

e) Hitler op weg naar de macht

De Oostenrijker Adolf Hitler had tijdens de Eerste wereldoorlog in het Duitse leger gevochten en het tot korporaal gebracht. Na de oorlog sloot hij zich te München aan bij een dwergpartijtje, de DAP (Deutsche Arbeiterpartei). Hij werd al spoedig de algemeen erkende leider en wist het zijn stempel op te drukken. Dat bleek ook uit de nieuwe naam NSDAP (Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei) met een zeer nationalistisch programma. Daarin werd geëist de aaneensluiting van alle Duitsers tot een Groot-Duitsland, de rechtsgelijkheid van het Duitse volk ten opzichte van andere naties; opheffing van het vredesverdrag van Versailles, land en bodem (koloniën) om het volk te voeden; alleen zij die van Duitsen bloede zijn, kunnen volksgenoot zijn; geen jood kan volksgenoot zijn. De partij bestrijdt de joods-materialistische geest in en buiten de partij en is ervan overtuigd dat een blijvende genezing van het volk slechts bereikt kan worden van binnenuit, op de grondslag: Algemeen belang vóór eigenbelang.

Naarmate de partij groeide stonden haar meer machtsmiddelen ten dienste. Uit jongeren vormde de oud-officier Ernst Róhm de SA (Schutz Abteilung´15000 man sterk, potige kerels met knuppels en érger, die de propaganda- vergaderingen en -optochten der Nazi´s moesten beschermen tegen de communisten en socialisten, zo heette het. In werkelijkheid oefenden ze een afschuwelijke straatterreur uit. Waar zij met hun bruine hemden en armbanden met een hakenkruis verschenen, vielen slachtoffers. Omstreeks 1934 telde zij ± 4 miljoen leden,een politiek leger in de staat. Daarnaast was opgericht de SS (Schutzstaffel), de gemilitariseerde partijpolitie.Ze was, aanvankelijk belast met de persoonlijke veiligheid van Hitler, groeide uit tot een leger van fanatici van 240.000 man in 1939, geleid door Heinrich Himmler.

Hitler had na zijn mislukte Putsch in 1923 verklaard dat hij op een wettige manier aan de macht wilde komen (volgens de grondwet en via de Rijksdag), maar in werkelijkheid veroverde hij de macht via terreur en intimidatie van de SA en de SS.

De economische crisis dreef de kiezers naar uiterst links en naar uiterst rechts. De communisten en de nationaal-socialisten trokken zich aan elkaar op. De NSDAP was in 1930 al de op een na grootste partij. Dat Hitler tenslotte de macht kon veroveren had hij te danken aan industriëlen bankiers en grootgrondbezitters. Hun angst voor het communisme was groot, van de zwakke Duitse regering hadden zij genoeg. Als rechtse nationalisten zagen zij wel iets in Hitler, die zij voor hun doel meenden te kunnen gebruiken. Een van hen was Hugenberg,  eens directeur van de Krupp wapenfabrieken en toentertijd eigenaar van belangrijke Duitse kranten en de Duitse filmindustrie, de Ufa. Hij stelde Hitler in staat gratis propaganda te voeren en als geen ander wist deze daar gebruik van te maken.

Maar ook belangrijke rechtse politici steunden Hitler. Onder hen was Von Papen en de belangrijkste. In 1932 was hij korte tijd rijkskanselier, maar de Rijksdag aanvaardde hem niet. Hij ontbond de Rijksdag en schreef nieuwe verkiezingen uit. Deze werden een groot succes voor Hitler. Von Papen verbond zich daarop met hem, omdat hij meende via Hitler de macht te kunnen heroveren. Von Hindenburg had innerlijk een grote afkeer van de brutale manier van optreden van de NSDAP en van Hitler in het bijzonder, maar Von Papen wist hem te overtuigen dat het allemaal wel meeviel. In januari 1933 werd Hitler tot rijkskanselier benoemd. Von Papen werd vice-kanselier (hij verklaarde in eigen kring dat hij Hitler wel binnen een paar weken uitgeschakeld had). Maar het liep anders dan hij gedacht had.

2) Hitler verwerft de dictatuur

a) Het beruchte jaar 1933

Binnen enkele weken had Hitler zijn tegenstanders uitgeschakeld. Dat gold ook voor de niet-nazi-leden van zijn kabinet, Von Papen incluis. Een van zijn eerste daden was de ontbinding van de Rijksdag en het uitschrijven van nieuwe verkiezingen. Alle maatregelen van Hitler waren van de aanvang af gericht op het scheppen van de dictatuur. Door een noodverordening werden politieke. bijeenkomsten en kranten aan banden gelegd. Niet-nazi´s kregen geen radiospreektijd en mochten ook in de pers geen propaganda bedrijven. Hun politieke bijeenkomsten werden door de SA en de SS uiteen geslagen. De omstandigheden kwamen Hitler te hulp. Op 27 februari 1933 brandde het Rijksdaggebouw af. Op verdenking van brandstichting werd de Nederlander Marinus van der Lubbe gearresteerd. Deze werd als communist beschouwd en voor Hitler was dat voldoende bewijs om de Duitse communisten van deze brand te beschuldigen. De officiële verklaring over de brand bevat onder meer de volgende passage:

`Deze brandstichting is de afschuwelijkste terreurdaad die het bolsjewisme in Duitsland tot nu toe heeft bedreven. Bij de honderden tonnen vernietigingsmateriaal die de politie bij het onderzoek in het Karl Liebknecht ­Haus aantrof, waren aanwijzingen dat de communisten terreurdaden naar het voorbeeld van de bolsjewiki voorbereidden. Hierna zouden regeringsgebouwen, musea, kastelen en bedrijven van vitaal belang in brand gestoken worden. Door de ontdekking van dit materiaal werd het ten uitvoer leggen van de stelselmatige bolsjewistische revolutie voorkomen. Desondanks moest de brand in het Rijksdaggebouw het signaal zijn voor een bloedige opstand en burgeroorlog.

Overigens moet opgemerkt worden dat socialisten en communisten er tot nu toe van overtuigd zijn dat de nazi´s zelf de brand hebben veroorzaakt (om de communisten er dan de schuld van te kunnen geven). Het is nooit bekend geworden wie de werkelijke schuldigen waren.

De dag na de Rijksdagbrand werd de wet tot bescherming van volk en staat  afgekondigd, die de grondwet tijdelijk) buiten werking stelde. De burgerrechten werden opgeheven: ieder kon zonder proces veroordeeld worden. De terreur brak nu in alle hevigheid los. Met name communisten en socialisten hadden daarvan te lijden. Enkele duizenden van hen werden gearresteerd.

Bij de verkiezingen van 1933 won Hitler 5 miljoen stemmen maar zijn partij kreeg nog niet de meerderheid. De communisten werden niet meer toegelaten tot de Rijksdag, veel socialistische leden zaten in de gevangenis, daarom achtte Hitler nu het moment gekomen om bijzondere volmachten voor de regering te vragen. Deze machtigingswet zou de wetgevende macht van de Rijksdag tijdelijk_ overdragen aan de president  en het kabinet.

Daarvoor was een wijziging van de grondwet nodig en deze kon alleen totstand komen met tweederde meerderheid van de Rijksdag. En deze bezat deze NSDAP niet. Het Centrum werd overgehaald vóór te stemmen met de belofte dat de machtigingswet zich niet zou richten tegen de grondrechten, de onafhankeliike rechtspraak en de rechten van de volksvertegenwoordiging., Alleen de socialisten durfden nog tegen te stemmen. Zo werd_de eerste zitting van_de nieuwe Rijksdag tegelijk de laatste.  Het was 1 maart 1933 De dictatuur deed haar intrede.

Hitler had nu volledig zijn handen vrij. Met een beroep op de zgn. noodsituatie waarin het Duitse volk verkeerde gingen Hitlers benden (SA en SS) moordend en plunderend rond. Honderden communisten en joden werden zonder vorm van proces gevangen genomen, gemarteld of vermoord. De SA en SS hadden concentratiekampen ingericht voor politieke gevangenen, die daar rechteloos wegkwijnden.

himmler

Nog in hetzelfde jaar (1933) begon Hitler met de grote gelijkschakeling. In de zomer van 1933 werden de partijen die zich tot nu toe tegen hem hadden gekeerd, opgeheven. Dat gold ook voor het Centrum. De NSDAP werd officieel tot de enig toegestane politieke partij van Duitsland  verklaard. Al eerder was aan de afzonderlijke Duitse staten alle bevoegdheid ontnomen. Zij werden niet meer dan provincies van het rijk en bestuurd door rijksstadhouders. Duitsland werd daardoor een centraalgeregeerde eenheidsstaat.

Ook de Duitse vakbonden werden opgeheven en vervangen door het nationaal-socialistische arbeidsfront.

b) Terreur in eigen kring

Er waren nog een paar machten overgebleven die Hitler niet volledig naar zijn hand kon zetten. Dat waren president Hindenburg, de Duitse generaals en een deel van zijn eigen aanhang. Von Hindenburg betekende weinig meer: een 85 jaar oude, uitgeleefde man. Hitler had de generaals nodig om het nieuwe Duitse leger op te bouwen. Maar deze zagen in de snel groeiende SA een concurrent van hun eigen macht. Daarin hadden zij geen ongelijk. Ernst Rhöm wilde de SA uitbouwen tot een groot volksleger, dit eventueel met de Reichswehr (het officiële leger) verenigen onder zijn opperbevel. Hij speelde daarmee te hoog spel, want Hitler koos uit pure berekening tenslotte voor de generaals. En deze dwongen hem met Röhm af te rekenen. Voor deze afrekening schakelde Hitler de SS van Heinrich Himmler in, toch al concurrent van Röhm en de SA. De SA-leiders werden voor een conferentie te Munchen uitgenodigd, daar door de SS overvallen en doodgeschoten. Vlak daarna begon in heel Duitsland een moordpartij op belangrijke SA-figuren.

´ De SA had vaak gedreigd met een `macht van lange messen´ Zij werden nu zelf het slachtoffer in een `nacht van de lange messen´. Honderden van hen verloren het leven. Hitler en Himmler maakten van de gelegenheid gebruik om, ook enkele andere oude vijanden uit de weg te ruimen. De SA had de naam van linkervleugel van de partij te zijn. Deze vleugel was nu afgesneden. De NSDAP was nu rechtser dan ooit tevoren, helemaal naar de smaak van de generaals. De SA bleef wel voortbestaan, maar had weinig invloed meer. Daarentegen groeide de macht van de SS en haar leider Himmler.

c) De nieuwe Fùhrer van het Derde Rijk

In juli 1934 stierf Von Hindenburg. Hitler (in naam het kabinet) besloot naast de functie van rijkskanselier ook die van rijkspresident op zich te. nemen. Het ambt van rijkspresident wordt met dat van rijkskanselier verenigd. Dientengevolge gaan de bevoegdheden welke de rijkspresident tot nu toe bezat overop de ´Fuhrer undReichskanzler´Adolf Hitler.´ De titel president werd dus afgeschat. Door een volksstemming liet Hitler deze benoeming goedkeuren.

Duitsland ging een heel nieuwe periode beginnen. De term Führer geeft voldoende aan hoe Hitler zichzelf zag: de almachtige heerser van een nieuw rijk, dat het Derde Rijk werd genoemd. In 1923 was al een boek verschenen met de titel `Das dritte Reich´, maar pas tijdens Hitler kreeg deze naam zijn eigen betekenis. Het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie vanaf ± 950 tot de Franse Revolutie was in deze visie het Eerste Rijk, na de eenwording van Duitsland onder Bismarck in 1871 begon het Tweede Rijk, dat in 1918 ineenstortte. Het Derde Riik zou de voorgaande overtreffen in grootheid en macht en zou zeker 1000 jaar stand houden.

Als Fuhrer nam Hitler ook het opperbevel van het leger op zich. Dat verschafte hem de onvoorwaardelijke steun van de officieren, want zij moesten een eed van trouw aan de Fuhrer afleggen. Deze belofte werd verder ook van allen gevraagd die een functie hadden in overheidsdienst. Deze eed van trouw heeft tot gevolg gehad dat het leger, ook zelfs in de periode van de val van het Derde Rijk, zich nooit tegen Hitler heeft gekeerd.

Het rijk dat Hitler schiep was een totalitaire staat d.w.z. alles en iedereen stond in dienst van de staat. Dat is een volkomen tegengestelde staatsvorm van de democratie, waarin het volk via zijn vertegenwoordiging beslist over staatszaken. De volksvertegenwoordiging, de Rijksdag, was opgeheven. Hitler regeerde dus antiparlementair.

3) Nationaalsocialistische heerschappij

a) De ideologie van het nationaalsocialisme

Een ideologie is een systeem van waarden en opvattingen op maatschappelijk, politiek of godsdienstig.gebied, die het leven bepaalt. Marxisme, fascisme en nationaal-socialisme zijn onder meer politieke ideologieën. De belangrijkste punten van de nationaalsocialistische ideologie waren:

• de twijfel aan de rede en het geloof in mythen;

• het vereren van hiërarchie, discipline en het leidersprincipe;

• het verheerlijken van geweld, militarisme en imperialisme.

Het nationaalsocialisme legde de nadruk op de mythe van ras en volk, op de verwantschap tussen bloed en bodem. Deze bloed-en-bodemtheorie hield in dat het Arische (Indogermaanse) ras een superras was. Binnen dat ras vormden de Duitssprekende Germanen een Herrenvolk van Ubermenschen, dat daarom ook over de noodzakelijke levensruimte (Lebensraum) moest beschikken. Het ras van Übermenschen had het recht te heersen over de Untermenschen, zoals Slaven en joden. Vooral de joden vormden een minderwaardig ras, dat geen `idealisme´ bezat, de cultuur vernietigde, het ras besmette en via allerlei sluipwegen (o.a. de democratie en het communisme) erop uit was de Germaanse volksgemeenschap te vernietigen.

Het is juist door deze rassenleer over hoger- en lagerstaande rassen, dat de afkeer van de joden, het antisemitisme in Hitler-Duitsland zulke gruwelijke vormen heeft aangenomen.

Samenvattend kunnen we zeggen dat het nationaal-socialisme antidemocratisch was, antimarxistisch (joden en en marxisten waren volgens Hitler gelijke groepen), gewelddadig, voorstander was van een totalitaire staatsvorm, waarbinnen het racisme een van de hoofdkenmerken was.

Op enkele kenmerken moet nog worden gewezen. Het nationaalsocialisme was nationaal-messianistisch. Deze woorden vragen wat meer toelichting. Het van oorsprong Hebreeuwse woord messias betekent: gezalfde, verlosser en heilbrenger. Voor de Duitsers werd het nationaalsocialisme een verlossingsleer. De natie zou verlost worden van de smaad van Versailles en van alle vernederingen die zij sinds 1918 had ondergaan. Ze zou ook bevrijd worden van de onderdrukkende krachten in eigen land, zoals joden en communisten, er zou een schone toekomst voor het volk aanbreken. In 1932 reeds was op een van de grote verkiezingsbijeenkomsten van Hitler het volgende te horen via een spreekkoor:

`Wat is aansprakelijk voor de schuld van onze ellende? `Het systeem´ (van de democratische republiek). `Wie staan achter het systeem? `De joden!´ `Wat is Adolf Hitler voor ons? `Een geloof.´`Wat nog meer?`Een laatste hoop!´

`Hitler , aldus een van zijn trawanten, `is eenzaam. `Zoals God. Hitler is als God.´ Daarom gaan duizenden armen omhoog en duizenden brullen Heil Hitler!´

Uit de laatste citaten blijkt overduidelijk hoe zijn aanhangers Hitler zagen: de leider, eigenlijk de God. Hij was de charismatische leider, d.w.z. door God toegerust met bijzondere gaven. Het gevolg was dat het volk hem blindelings trouw was en gehoorzaamde. Weinigen die hem persoonliik ontmoetten konden zich aan zijn invloed onttrekken, hij scheen zijn omgeving te biologeren. Hij beschikte over de gave een heel volk onder hypnose te brengen (maar wel een volk dat daarvoor gevoelig was).

partijdag neurenburg

b) `Ein Volk, ein Reich, ein Fuhrer´

De leuze ´Ein Volk, ein Reich, ein Fuhrer´ moest de onverbrekelijke eenheid symboliseren tussen Hitler, zijn volk en zijn rijk. Maar dan moest deze eenheid ook werkelijkheid worden. Dan zou het land een bron van kracht worden van waaruit de wereld kon worden overheerst. Daarvoor had Hitler de dictatuur nodig. Pas in een absoluut geregeerde eenheidsstaat kon hij zijn doeleinden verwerkelijken. Daarvoor was ook de grote ´Gleichschaltung´ noodzakelijk.

De opheffing van alle politieke partijen buiten de NSDAP is al genoemd, evenals de beëindiging van de afzonderlijke Duitse staten en hun regeringen. Rijksstadhouders regeerden namens Hitler over de provincies en burgemeesters op dezelfde wijze over de gemeenten. Het Nationaalsocialistische Arbeidsfront kwam inde plaats van de vakbonden.  Daar waren alle werkenden verplicht bij aangesloten: alle loontrekkenden, gesalarieerden, ambtenaren, bedrijfsleiders en werkgevers. Stakingen waren streng verboden. In ieder bedrijf was een bedrijfsraad, die er voor moest zorgen dat de produktie vergroot werd en de bevelen van bovenaf werden uitgevoerd.

—`Het ´Arbeitsfront´was o.m. een grote spionagecentrale, die in de fabrieken voortdurend´naar anti-nationaalsocialisten speurde; het kon hun loon korten hen ontslaan of gevangen laten zetten. Bij het` Arbeitsfront´ aangesloten was de organisatie ´Kraft durch Freude´(kracht door blijdschap), die de Duitse arbeiders aan betaalde vakantiereizen hielp en concerten en andere ontspanning voor hen organiseerde´

Voor de industrie voerde Hitler een vierjarenplan in, eerst gericht op de bestrijding van de werkloosheid en economisch herstel.

hitler fascisme

Voor de nazi-propaganda moest ook de vrije pers het veld ruimen. De kranten mochten nog wel enigszins genuanceerd schrijven als het maar in nationaal-socialistische geest was. Het aantal kranten werd ingekrompen, maar de oplagen werden vergroot. Ten behoevevan de binnenlandse propaganda werden ook radiotoestellen in de handel gebracht.

De jeugdvorming kwam geheel in handen van de staat. Alle bestaande godsdienstige en politieke jeugdbewegingen werden opgeheven. Dejeugdwerd trapsgewijsgeorganiseerd: ´Jungvolk´ van 10 tot 14 jaar, `Hitlerjugend van _ 14 tot 18 jaar (voor meisjes was er de Bund Deutscher Mddel), daarna volgde de arbeidsdienst gedeeltelijk een voorbereiding op de militaire dienst waarna de krijgsdienst volde. De jeugd van Duitsland zou een nationaalsocialistische opvoeding krijgen. De jongens moesten leren dat zij enthousiast hun leven voor Duitsland zouden geven, de meisjes moesten weten dat zij kinderen moesten voortbrengen voor het komende Groot-Duitse Rijk. Er waren inwijdingsnlechtieheden met een sterk relieieus karakter.

Uiteindelijk was het Hitlers doel om het christelijk geloof te vervangen door het oud-Germaanse heidendom. Daaraan herinnerde al het hakenkruis, het kenteken van de NSDAP. Dit hakenkruis was in de oudheid bij de Germanen het symbool van de zon. In 1905 werd het voor het eerst in Duitsland door enkele antisemitische groepen als symbool, gekozen van hun racistische ideologie. Het hakenkruis moest het kruis van de christenen vervangen. Zelf zei Hitler dat men geen christen en Duitser tegelijk kon zijn. Het politieke en maatschappelijke leven moest gezuiverd worden van godsdienstige invloeden. Reeds in 1933 sloot Hitler een concordaat met de paus, waardoor hij de nodige armslag kreeg. De vrijheid van godsdienstoefeningen van de katholieken werd wel gewaarborgd maar de Duitse bisschoppen moesten een eed van trouw afleggen_aan het Duits Rijk (eigenlijk aan Hitler). Katholieke organisties mochten geen enkele politieke actie ontplooien. Ook de katholieke jeugd- en arbeidersbewegingen werden ontbonden.

Hoewel de paus later verklaarde spijt te hebben van de sluiting van dit concordaat, werd het niet opgeheven. In de loop van de jaren werden vel priesters op grond van allerlei misdrijven gearresteerd en in concentratiekampen opgesloten. Het is opmerkelijk dat zowel katholieke als protestantse kerkelijke leiders fel in het geweer kwamen als hun kerkelijke organisatie door de nnazi-regering bedreigd werd, maar weinig of niet protesteerden tegen racisme (jodenvervolging) en militarisme (het aansturen op oorlog). Dat gold nog meer voor de grote massa van de kerkmensen, die zonder meer Hitler volgden. Er is zeker verzet geweest tegen de ideologie van het nationaalsocialisme, maar dan wel van enkelingen en heel kleine groepen. In elk geval was het onvoldoende om een rem te zijn op de heilloze politiek die Hitler voerde.

`In 1937 pas protesteerde paus Pius XI in de encycliek ´Mit brennenler Sorge´ tegen de gebeurtenissen in Duitsland. De paus sprak van ´intriganten die altijd al een vernietigingsoorlog van plan waren geweest´ tegen de kerk. Het Concordaat, zo zei de encycliek, was ontdoken, verdraaid, ondermijnd en min of meer openlijk geschonden. De paus vervolgde met een uiteenzetting van de belangrijke stellingen van het katholieke geloof en veroordeelde de verafgoding van ras, natie, staat of staatshoofd. Hij spoorde de katholieken aan de druk te weerstaan waaraan ze onderworpen werden en waarschuwde dat de gelovigen des te wantrouwender en waakzamer moesten zijn, naarmate de tegenstander zijn ´duistere bedoelingen´ probeerde te ontkennen of goed te praten. De nazi´s waren door de encycliek verrast en reageerden met verscherpte aanvallen op de kerk. Maar de paus had tenminste gesproken en zijn stem was gehoord´

De (lutherse) Evangelische Kirche kreeg met nog meer moeilijkheden te kampen dan de katholieke, omdat het nationaal-socialisme er dieper wortel had geschoten en kleine groep binnen deze kerk vormde de partij van de zgn. Duitse Christenen die het nazisme binnen de kerken wilden doorvoeren. Een van hun leiders was Ludwig Muller, die door Hitler werd aangewezen als zijn vertegenwoordiger voor de betrekkingen met de protestantse kerk. Onder druk, maar ook door eigen zwakheid, werd uiteindelijk Muller gekozen tot ´bisschop  van het Rijk

Mullers opdracht was de afzonderlijke ´Landeskirche´om te vormen tot één centrale rijkskerk, onderworpen aan de nationaal-socialistische staat. Muller slaagde maar half. Er kwam een oppositie-synode te Barmen bijeen, die de zgn. Barmer thesen (stellingen) uitgaf waarin men zich keerde tegen Mullers opvattingen

`De synode verklaarde dat slechts zij die de geloofsstellingen beleden tot de echte kerk behoorden. Zij verwierp eveneens de ´valse leer´, dat de staat het recht had van totalitaire controle op het menselijke leven of het recht om het karakter van de kerk te bepalen´.

De kerken die zich tegen de aantasting van hun grondwettelijke vrijheden, de invloed van de staat en de nazistische ideologie wilden keren, staan bekend als de Bekennende Kirche (Belijdende Kerk). Een van de bekendste bekëndste leiders was ds Martin Niemöller, duikbootkapitein in de Eerste wereldoorlog, die zijn verzet moest bekopen met opsluiting in een concentratiekamp.

De kerken werden sterk gehinderd, maar Hitler heeft hen niet volledig kunn beheersen. Integendeel, hij trok zelfs Muller weer terug en slaagde er niet in tot een vergelijk te komen. Binnen de kerken bleef een verzetshaard over tel het nationaalsocialisme. Onder hen die het verzet levendig hielden behoorden naast Niemöller kardinaal Faulhaber en de protestantse theoloog Bonhoeffer die in 1943 door de nazi´s werd terechtgesteld.

In plaats van een rechtsstaat, waarin volk en overheid gebonden zijn aan voor allen geldend recht, werd Duitsland een politiestaat.In zo´n politiestaat trekt de politieke macht zich niets aan van objectieve rechtsregels, maar vormt het zijn eigen regels. Tegenstanders van het heersende regime vallen in de regel buiten de wet en worden rechteloos vervolgd.  Dictatuur en politiestaat vallen meestal samen. In zo´n staat bestaat ook altijd een politieke politie , die openlijk of min of meer verborgen haar luguber werk verricht. In Duitsland was dat de Gestapo(Geheime Staatspolizei), die ontstaan was uit de samenvoeging van de partijpolitie van de NSDAP en de politie van de staat. Later werd zij een onderdeel van de Sicherheitsdienst (SD) en kreeg zij een beruchte naam.

 `Het was de taak van de Gestapo alle voor de staat en voor de partij gevaarlijke bewegingen en personen op te sporen en onschadelijk te maken. Daartoe beschikte zij over uitgebreide bevoegdheden: alle andere politiediensten moesten haar orders opvolgen en zij had het recht personen zonder vorm van proces te arresteren, te folteren en zelfs te executeren. Doordat zij in alleopenbare diensten infiltreerden en praktisch oncrontroleerbaar was, werd zij het meest gevreesde instrument van de nazi´s.

De Duitse politiediensten Sicherheitsdienst en Gestapo werden in de oorlog ook in de bezette landen, zoals Nederland, ingesteld.

c) Übermenschen en Untermenschen

De verheerlijking van het zuivere ras nam in de loop van de jaren in Duitsland ontstellende vormen aan. Het meest begaafde en meest creatieve ras was volgens de nazi´s het `arische´of ´nordischeras. — `Van hoge statuur, met een smalle schedel en een gezicht met een geprononceerde kin, smalle neus met hoogliggende neuswortel, zacht, lichtkleurig haar; diepliggende, heldere ogen; met een rozewitte huidskleur.´ Als andere kenmerken werden genoemd: lang, blond, met blauwe ogen, heldhaftig, agressief, onafhankelijk, wilskrachtig, een man van weinig woorden - kortom een geboren leider en heerser.

De zuiverheid van dit ras, waartoe de `echte´ Duitsers behoorden, moest bevorderd worden. Zij moesten vroeg trouwen en veel kinderen krijgen. Er werden daarom premies gegeven bij huwelijk en geboorte. Deze typische nationaal-socialistische bevolkingspolitiek, gericht op de snelle uitbreiding van het Herrenvolk bracht de eis met zich mee van het streven naar Lebensraum voor dit volk .

In 1933 werden joden in zakenleven en beroep geboycot en werd hun verboden openbare ambten te bekleden. In 1935 werden de beruchte Neurenbergerwetten uitgevaardigd. Iedereen die een joodsegrootvader of grootmoeder had werd als jood beschouwd. Huwelijken tussen joden en niet joden werden verboden. Joden mochten niet publiceren, mochten niet in het onderwijswerken, niet toneelspelen en geen concerten geven, geen exposities houden, niet in een ziekenhuis werken, enzovoor ..­kwamen niet in aanmerking voor werklozenuitkering of enige ondersteuning.

In november schoot een 17-jarige joodse jongen in wanhoop in Parijs een secretaris van de Duitse ambassade dood. Een paar dagen later volgde in Duitsland de zgn. ´Reichskristallnacht´ Op grote schaal werden joodse winkels en synagogen geplunderd en vernield. De straten waren bedekt met glas en puin.  Door het hele rijk moesten de joden het ontgelden. Hun huizen werden leeg gestolen en zelf werden zij afgeranseld. Het was een pogrom, een terreur tegen joden, die sinds de middeleeuwen nauwelijks was voorgekomen. Joden moesten in het vervolg de gele Davidsster dragen  en ze werden langzamerhand gedwongen in afzonderlijke jodenwijken (getto´s) te wonen, waar zij aan de verpauperingen werdenovergeleverd.

Vanaf 1938 trad er een radicalisering in het nationaalsocialisme op, zowel binnenlands als in de buitenlandse verhoudingen. Tijdens de oorlog toonde het nationaalsocialisme ongeremd zijn misdadige aard.

Hitler voorspelde in 1939: `Als er nog eens een wereldoorlog zal komen, dan zal deze niet leiden tot een overwinning van het jodendom, maar tot de vernietiging van het joodse ras in Europa.´

In de oorlog begon Hitler inderdaad met de `Endlösung der Judenfrage´, die neerkwam op de totale vernietiging van de jóden in Duitsland en in de bezette gebieden. In 1942 werd de SS met de opdracht daartoe belast. Zogenaamd werden de joden overgebracht naar Polen om daarte werken, in werkelijkheid werden ze gebracht naar vernietigingskampen  als Auschwitz, dat daarvoor speciaal was ingericht (gaskamers). 

auschwitch

Er moesten inderhaast meer dergelijke kampen worden gebouwd, o.a. in Treblinka en Sobibor. In totaal zijn ongeveer 5 miljoen joden tijdens de meest afschuwelijke jodenvervolging in de geschiedenis omgebracht.

In het kader.van de uitschakelen van schadelijke invloeden van `volksvreemde bevolkingsgroepen´, die een gevaar voor het rijk en de Duitse volksgemeenschap betekenden, werden ook zigeuners, vrijmetselaars, homoseksuelen en Jehovagetuigen vrijwel uitgeroeid. Ten aanzien van hen die ongeneeslijk ziek waren werden euthanasiebevelen afgekondigd. Zeker 70.000 lang niet altijd ongeneeslijk zieken werden om het leven gebracht.Gedwongen sterilisatie en abortus vonden plaats op personen die aan een erfelijke ziekte leden.

Dit alles vond plaats ter bescherming van de zuiverheid van hooggeroemde Germaanse ras. Het is begrijpelijk dat velen probeerden Duitsland te ontvluchten. In de eerste jaren van het Hitler-bewind was dat nog redelijk mogelijk. Alleen al in 1933 bedroeg het aantal emigranten ruim 50.000.

d) Oppositie en verzet

Dat in belangrijke werken over Hitler-Duitsland zo weinig aandacht wordt geschonken aan oppositie en verzet, is niet zo verwonderlijk. Tegenover de enorme machtsontplooiing van het Derde Rijk betekenden ze weinig. Hitler beschikte over alle communicatiemedia: Goebbels. de minister voor de propaganda,wist als geen ander het Duitse volk te beïnvloeden, te indoctrinerenen te bedriegen. Immers naast de `waarheid´die Goebbels gaf, stond geen andere informatie. Bovendien was voor de meerderheid van het Duitse volk het nationaalsocialisme een geloof geworden: Hitler en Goebbels werden daarom onvoorwaardelijk geloofd. Door de groots opgezette partijdagen te Neurenberg en Hitlers brallende `redevoeringen´ werden het geloof in Duitsland en de haat tegen de vijanden iedere keer opnieuw weer bevestigd en versterkt. Oorzaak van hetzwakke verzet was ook, dat het nazi­regime legaal was. Hitler was op een wettige wijze aan de machtgekomen. Wie nog twijfelden of zich durfden te evrzetten zou het waarschijnlijk even slecht vergaan als de joden. Intimidatie (bang maken) was een vast onderdeel van de nazi-politiek. Intimidatie van dë buitenlandse tegenstanders en van de geringe groep van niet-nazi´s in eigen land. Oppositie en verzet waren vrijwel onmogelijk.

Toch is de ´Widerstand´nooit geheel verdwenen. Zij werd sterker naar mate de oorlog langer duurde en de nederlaag onontkoombaar bleek. Op de rol van de kerken is reeds gewezen. De al eerder genoemde Bonhoeffer stelde zich zelfs met het buitenland in verbinding om steun voor het Duitse verzet te krijgen. In 1943 werd hij in een concentratiekamp opgehangen.

Veel studenten waren in hun jeugd aanhangers van het nationaalsocialisme geweest , maar de terreur en de jodenvervolging brachten hen tot andere gedachten. In 1942/43 gaven enkelenn van hen inMünchen vlugschriften uit,de `WeissenRose´ Zij Protesteerden daarin onpenliik tegen de nazi-misdaden.

In de loop van 1943 en 1944 werd een drietal (mislukte) plannen voor een aanslag op Hitler beraamd. De goed voorbereide poging van de stafofficier Von Stauffenberg mislukte op het nippertje. De door hem geplaatste bom ontplofte, maar Hitler werd slechts licht gewond. Zijn wraak was verschrikkelijk. Zeker 5.000 mensen, onder wie Von Stauffenberg, werden op de meest afschuwelijke manieren ter dood gebracht.

Dat de kunstenaars zich niet lieten gelijkschakelen en onderwerpen door Hitler ligt voor de hand. Vooral ook omdat hij hun kunstuitingen verfoeide en sprak van ontaarde kunst. In mei 1933 vondende eerste boekverbrandingen plaats.—`Een fakkeloptocht van studenten trok op naar Unter der Linden. Daar lagen hoge stapels boeken. Met hun fakkels staken de studenten de boeken in brand. Twintig duizend boeken verteerden in de vlammen onder het goedkeurend oog van Jozef Goebbels. Boeken van Thomas Mann, Lion Feuchtwanger, Jacob Wassderman, Stefan Zweig, Erich Maria Remarque, Walter Rathenau, Albert Einstein. Ook van menig buitenlands auteur: Jack London, Helen Keller, Upton Sinclair, H.G.Wells, Schnitzler, Freud, Gide, Proust. Boeken van schrijvers die de demonie van het fascisme hebben doorzien en er voor gewaarschuwd, die de humaniteit hebben verdedigd. Boeken met de schoonheid en de wijsheid van het avondland. En dr. Goebbels sprak: ´De ziel van het germaanse volk kan nu weer zichzelf uiten. Deze vlammen verlichten niet alleen het definitieve eind van een oude era, zij werpen ook licht op het nieuwe´.

De bibliotheken en de musea werden gezuiverd van ´entartete Kunst´ die nerkwaardig genoeg altijd afkomstig bleek te zijn van joden, socialisten en communisten (althans volgens de nazi´s)

4) Op weg naar de oorlog

a)  In en uit de Volkenbond

In ´Mein Kamp´had Hitler al de hoofdlijnen van zijn politiek uiteengezet. Van dit boek zijn in Duitsland bijna 9 miljoen exemplaren verkocht, voldoende reden om te kunnen zeggen dat iedere Duitser had kunnen weten wat Hitler van plan was.

Hitler_wilde alle Duitsers `Helm ins Reich´, d.w.z. er zou een Groot Duits Rijk moeten worden gevormd , bestaande uit al die gebieden waar Duitsers woonden (dus Oostenrijk, delen van Tsjecho-Slowakije en Polen). Daarnaast zou Duitsland over meer ´Lebensraum´moeten beschikken. Gebieden in Oost-Europa, die door minderwaardige rassen bewoond werden — Hit er dacht daárbil áán Polen en delen van Rusland zouden moeten worden veroverd en ontruimd. De daar wonende volken zouden moeten worden gedeporteerd of vernietigd.

Het is een politiek die aan de ene kant er van uitging dat het huidige Duitse volk niet voldoende `Lebensraum´ had, terwijl Hitler later zelf door zijn bevolkingspolitiek de snelle groei van het volk aanmoedigde.

Vanaf 1933 werden de plannen nader uitgewerkt en in praktijk gebracht. Een allereerste vereiste daarvoor was het bezit van een sterk leger. Hitler wilde zijn plannen door geweld en niet door onderhandelingen en afspraken uitvoeren. Tussen 1933 en 1938 gaf Duitsland 3 x zoveel aan bewapening uit als Engeland en Franrijk. Beide laatstgenoemde landen waren via de Volkenbond bezig tot internationale ontwapening te komen. Zij begrepen dat zij niet blijvend Duitsland onder druk konden houden. Maar ook de zwakheid van beide landen speelde een rol. In 1933 zat West-Europa nog in een diep dal van de economische crisis. Vanaf het begin van de machtsperiode van Hitler was Engeland echter meer bereid een tegemoetkomende houding aan te nemen dan Frankrijk (dat in Europa eerder bedreigd kon worden dan Frankrijk.

Onder zware druk was Frankrijk tenslotte bereid de gelijkwaardigheid van Duitsland in militair opzicht te aanvaarden. Het Franse leger zou tot 200.000 man worden teruggebracht en het Duitse tot dezelfde hoogte worden opgevoerd. In Engeland waarschuwde alleen Churchill e rtegen: `Het is eenvoudig krankzinnig dit aan Frankrijk op te dringen nu in Duitsland een uitbarsting van beestachtigheid plaatsvindt.´

Ondanks deze ontwikkeling trad Duitsland uit de Volkenbond. Het motief was dat andere landen, met name Frankrijk, niet voldoende vredesgezind waren en te lang getreuzeld hadden om een besluit te nemen. Waarschijnlijk was Hitler bang voor controle van de Volkenbond op de Duitse herbewapening. Hij had nu de handen vrij. In 1935 vond in het Saargebied een volksstemming plaats over al of niet aansluiting bij Duitsland. Meer dan 90% van de bevolking koos voor aansluiting.          

Hitler verklaarde dat hij nu in Europa geen wensen meer had. Maar vlak daarna kondigde hij wel de wederinvoering van de dienstplicht en de opbouw van een nieuwe luchtmacht aan (maart 1935). Hij verklaarde hiertoe te moeten overgaan omdat in Frankrijk de dienstplicht met één jaar verlengd was. Misschien is wel de grootste gave van Hitler geweest zijn intuïtief aanvoelen van de zwakheid van de tegenstanders en deze uit te buiten. Dat laatste bleek wel zeer duidelijk uit de hermilitarisering an het Rijnland. Het ging hier om het gebied dat na de Eerste Wereldoorlog jarenlang door geallieerden bezet was geweest en waarover in Versailles de afspraak was gemaakt, dat er geen Duitse troepen mochten worden gelegerd. Zonder en voorafgaand internationaal overleg liet Hitler door Duitse troepen het Rijnland bezetten. Engeland had begrip voor de gebeurtenis, want het ging hier over Duits gebied. Frankrijk had met enkele divisies de Duitse troepen gemakkelijk kunnen verdrijven, maar durfde niet alleen op te treden. Hitler verklaarde weer overluid dat dit de laatste Europese aangelegenheid was, maar dan ook definitief de laatste. Hij liet een volksstemming houden om zijn daad te laten goedkeuren, 99% van de kiezers verklaarde er zich akkoord mee.Twee Europese staten, oude vijanden van Duitsland,zagen met toenemende zorg de toekomst tegemoet, namelijk Frankrijk en Rusland. Toen Duitsland een agressieve houding ging aannemen, zochten de twee mogendheden toenadering tot elkaar, met als resultaat dat zij in 1935 een verbond van wederzijdse bijstand sloten. Het gaf Hitler een motief om het verdrag van Locarno op te zeggen. In feite erkende hij daardoor niet langer de grenzen in het westen.

Hitler had nu zijn handen vrij. Onmiddellijk na de bezetting van het Rijnland werd begonnen met de aanleg van een verdedigingslinie, de zgn. Siegfriedlinie of Westwall, als tegenhanger van de ´Franse Maginotlinie´.

In 1936 vond in Spanje de staatsgreep van de rechtse generaal Franco plaats. Links en rechts stonden in de daarop volgende burgeroorlog (1936-1939) fel tegenover elkaar. Beide partijen dreigden elkaar uit te moorden. De situatie Spanje werd nog verergerd door het ingrijpen van buitenlandse krachten. 0p een conferentie te Londen hadden wel een groot aantal landen besloten niet in de Spaanse ontwikkelingen in te grijpen, maar niet iedereen hield zich daaraan. Van linkse zijde werd een internationale brigade gevormd, die actief aan de oorlogshandelingen deelnam. Duitsland en Italië erkenden openlijk het Franco-bewind en steunden het militair. Zowel Russen als Italianen en Duitsers gingen hun nieuwe wapens in Spanje uittesten. Van Duitse zijde namen voornamelijk moderne vliegtuigen aan de strijd deel. Berucht in de geschiedenis werd het bombardement van Guernica, een kleine stad in noordelijk Spanje. Het bombardement en het schieten met mitrailleurs uit di vliegtuigen was een zinloze vernietigingsdaad, die honderden mensen het leven kostte. Het was bedoeld als een oefening van de Duitse Luftwaffe. De schilder Picasso heeft het gebeuren op een angstige wijze in beeld gebracht. Mede door de steun van Italië en Duitsland won Franco en werd Spanje een fascistisch geregeerde stat. Ondanks deze hulp was Franco niet bereid aan de zijde van deze twee landen de Tweede wereldoorlog te voeren. Daardoor kon zijn regime zich nog lang na deze oorlog handhaven, namelijk tot de dood van Franco in 1975.

Het jaar 1937 was een jaar van beslissingen voor Hitler. Hij was vastbesloten nu op korte termijn zijn doeleinden te bereiken en daarvoor een grote Europese oorlog niet meer uit de weg te gaan. Allereerst zocht hij tot een goede verstandhouding met Italië te komen. In 1934 warm er spanningen geweest tussen beide landen. Het Spaanse avontuur van beide landen en hun isolement in Europa bracht hen weer nader tot elkaar. Ïn november 1936 sloten Duitsland en Italië een vriendschapsverdrag. Bij deze gelegenheid sprak Mussolini, de Duce van Italië, over een `as waarom al die Europese staten die door een verlangen naar samenwerking en vrede bezield zijn, gemeenschappelijk kunnen werken´. Vanaf dit moment sprak de wereld over de asmogendheden.

In 1939 groeide het vriendschapsverdrag uit tot een Stalen Pact met een wederzijdse belofte van steun, wanneer Italië of Duitsland in oorlog zou komen met een ander land. Daarbij werd niet de vraag gesteld wie de aanvaller was. In 1936 kwam er ook een verbond tot stand tussen het eveneens fascistisch geregeerde Japan en Duitsland, het zgn. Antikominternpact. Italië sloot zich daar later ook bij aan. De naam maakt al duidelijk dat dit verbond gericht was tegen de `Komintern`de communistische internationale. In feite bedoelde men daar de Sowjet-Unie mee. Maar het verbond had een wijdere strekking. Japan kreeg de handen vrij om in Azië tegen China op te treden en eventueel acties te ondernemen tegen de belangrijke Engelse koloniën in Zuidoost-Azië, zoals Malakka en Singapore. De Italiaanse minister van buitenlandse zaken zei terecht van het verbond: `Theoretisch anti-communistisch, maar in feite onmiskenbaar anti-Brits´ Duitsland en Italië zouden meer vrijheid hebben om in Europa hun gang te gaan.

b) Het voorspel van de Tweede wereldoorlog

Duitsland 1933-1938

Vanaf eind 1937 stuurde Hitler op een Europese oorlog aan. Dat blijkt onder meer uit de zgn. Hossbach-documenten (Hossbach was een adjudant van Hitler wiens aantekeningen zijn bewaard gebleven).

`Voor de oplossing van het Duitse vraagstuk is er slechts de weg van het geweld en deze is nooit zonder risico´s. [...] De annexatie van Tsjechenland en Oostenrijk betekent een wezenlijke verlichting door betere grenzen en het vrijkomen van strijdkrachten voor andere doelen.´

In het leger en in de regering vonden belangrijke verschuivingen plaats. Zij die nog openstonden voor internationaal overleg (en dus nog te vredesgezind waren) werden vervangen door meer radicale figuren. Dat gold zowel de minister van oorlog, de opperbevelhebber van het leger als de minister van buitenlandse zaken. Ook op enkele andere gebieden vond een versnelling in de politieke ontwikkeling plaats. Het nieuwe vierjarenplan werd volledig afgestemd op de oorlogsindustrie. De maatregelen tegen de joden werden verscherpt (de Reichskristallnacht vond plaats) en er werd haast gemaakt met de bouw van meer concentratiekampen.

Hoe reageerden Frankrijk en Engeland op wat in Duitsland gebeurde? Uit onvoldoende inzicht in het wezen van het nationaal-socialisme (vooral in Engeland), uit vredesgezindheid (het pacifisme beleefde een bloeitijd) en uit eigen economische zwakheid bleef men vasthouden aan de `appeasementpolitiek´(verzoeningspolitiek). Om de vrede te handhaven waren zij steeds opnieuw bereid concessies aan Hitler te doen. Voor Frankrijk was deze politiek niet probleemloos, want het had zich verbonden, zowel met Polen als met de Kleine Entente (Tsjecho-Slowakije, Joegoslavië en Roemenië). Een aanval van Duitsland op een van deze landen zou Frankrijk verplichten tot militaire steun. Daardoor zou een Frans-Duitse oorlog onvermijdelijk worden. Daarin zou ook Engeland meegesleept worden en dat was iets, wat dit land tot het laatste toe trachtte te voorkomen. De premier van Engeland, Neville Chamberlain, was de verpersoonlijking van deze politiek. Dat bleek tijdens de gebeurtenissen rondom Oostenrijk en in het Tsjechische probleem.

In Oostenrijk had de (rechtse) christen-socialist Dolfuss een gematigde dictatuur gevestigd. Voor hem was Mussolini een lichtend voorbeeld. Hij kreeg te maken met verzet van de socialisten in Wenen, die hij gewelddadig onderwierp en met de nationaal-socialisten, die op Duitse steun konden rekenen. In 1934 vermoordden de nazi´s Dolfuss, maar de verdere uitvoering van hun staatsgreep mislukte. Bovendien trok Mussolini troepen samen aan de Brenner. Hij had (toen nog) liever een zwak Oostenrijk als buurman dan een sterk Duitsland.

De nieuwe Oostenrijke kanselier Schuschnigg sloot in 1936 een akkoord met Duitsland, waarin de onbeperkte soevereiniteit van Oostenrijk werd erkend en beide landen afspraken zich niet met elkaars binnenlandse aangelegenheden te bemoeien.

In 1938 kwam er in de verhouding een versnelling op gang in radicale richting. Hitler dwong persoonlijk Schuschnigg de nationaal-socialist Seyss-Inquart in zijn kabinet op te nemen. Toen Schuschnigg via een volksstemming wilde peilen hoe zijn volk dacht over de onafhankelijkheid van het land greep Hitler snel in. Duitse troepen trokken Oostenrijk binnen en werden door het overgrote deel van het volk hartelijk ontvangen. Tegenover de tegenstanders brak een hevige terreur uit. `Uit vrije wil´ besloot het Oostenrijkse volk in 1938 tot de Anschluss´, de aaneensluiting van hun land bij Duitsland. Oostenrijk werd nu een Duitse provincie, bestuurd vanuit Berlijn. De Franse regering werd zenuwachtig, de Engelse vond het een probleem van Duitsers onder elkaar en had begrip voor de gebeurtenis. Het gaf Hitler de gelegenheid verder te gaan en zijn eisen op te schroeven. Nu was Tsjecho-Slowakije aan de beurt. Uit een geheim militair rapport uit het voorjaar van 1938 blijkt Hitlers plan:

`Het is mijn onherroepelijk besluit Tsjecho-Slowakije binnen afzienbare tijd door een militaire actie neer te slaan. Het van politiek en militair gezichtspunt uit geschikte tijdstip afwachten of veroorzaken is een zaak van de politieke leiding. Een in Tsjecho-Slowakije niet te vermijden ontwikkeling of andere politieke gebeurtenissen in Europa, die een verrassend gunstige gelegenheid scheppen die misschien nooit terug komt, kunnen mij tot een vroegtijdig handelen nopen.´

Door de `Anschluss´van Oostenrijk had Hitler een vrije toegang verkregen tot het Balkangebied en had hij Tsjecho-Slowakije voor een groot deel ingesloten. Tsjecho-Slowakije was een jonge staat, een gevolg van de vrede van Versailles. Het was een vrij groot land met ongeveer 15 miljoen inwoners. Daartoe behoorden echter ook vrij grote minderheden, bijvoorbeeld ruim 3 miljoen Duitsers. Deze hadden zich niet zo erg bezwaard gevoeld, behalve toen de crisis haar invloed deed gelden. Onder hen was een nationaal-socialistische beweging ontstaan, geleid door Henlein.

De Tsjechen hadden een goede naam in Europa, hun land was verbonden met de leden van de Kleine Entente, met Frankrijk en met de Sowjet-Unie. Ze hadden een goed leger en een belangrijke wapenindustrie (de Skoda­fabrieken).

memo hfst 7 afb 9

Aangemoedigd door Hitler begonnen de Tsjechische Duitsers, Sudetenduitsers genoemd, eisen te stellen aan de regering in Praag. Eerst eisten zij autonomie (zelfbestuur) binnen de Tsjechoslowaakse staat. Naarmate de Tsjechische regering bereid was toe te geven, vroegen zij meer: zelfbeschikking, d.w.z. het recht om zich bij Duitsland te mogen voegen.

Engeland en Frankrijk deden hun best de Tsjechische regering hiertoe te bewegen. Ernstiger werd de situatie toen Hitler openlijk de eisen van de Sudetenduitsers ging ondersteunen en met een gewapende inval in Tsjecho-Slowakije dreigde. De Engelse premier Neville Chamberlain vloog daarop naar Duitsland om met Hitler tot een vredelievende oplossing te komen. Engeland was bereid toe te stemmen in de overgave van Sudetenland aan Duitsland, mits ook de regeringen in Parijs en in Praag ermee akkoord gingen. Ondanks deze Engelse toezegging bleef Hitler met geweld dreigen en verklaarde daarbij tegelijk, dat hij na de oplossing van het Sudetenduitse probleem geen enkele territoriale eis meer zou stellen.

Uiteindelijk wierp Mussolini zich op als bemiddelaar en in september 1938 vond de wereldhistorische bijeenkomst plaats van Mussolini, Hitler, Chamberlain en Daladier (de Franse eerste minister) te Munchen. Engeland en Frankrijk lieten Tsjecho-Slowakije in de steek (verraad van Munchen) door te berusten in de overgave van Tsjechische gebieden aan Duitsland. De rest van het land lag open en was onverdedigbaar. De Tsjechische regering berustte mokkend in haar lot.

Chamberlain vloog naar zijn land terug en verklaarde: `I bring you peace with honour, 1 believe it is peace in our time.Hij had een door Hitler ondertekende verklaring bij zich, waarin gezegd werd `dat de methode van overleg, de methode moet zijn om alle kwesties te behandelen, die onze beide landen zullen aangaan, en wij beloven ons voortaan te zullen inspannen om alle mogelijke oorzaken van meningsverschillen uit de weg te ruimen en zo tot het behoud van de vrede in Europa bij te dragen´.

Maar Churchill had de situatie heel wat beter door toen hij in het Lagerhuis verklaarde `dat echter toch geconstateerd dient te worden, nl. dat wij een totale, door niets verzachte nederlaag hebben geleden en dat Frankrijk daarbij nog meer geleden heeft dan wij. Ik waag mij aan de voorspelling dat Tsjecho-Slowakije zich niet verder als een onafhankelijke staat zal kunnen handhaven. Ik ben ervan overtuigd dat u zult beleven dat Tsjecho-Slowakije na enige tijd, die misschien jaren, mogelijk echter slechts maanden kan duren, door het Naziregime verslonden zal worden. Wij staan voor een ramp van de ergste omvang, die over Engeland en Frankrijk is gekomen.

Churchill kreeg gelijk. Al vanaf `Munchen´ was Hitler van plan een eind te maken aan een zelfstandig Tsjecho-Slowakije. Het moest echter meer op een vredesmissie lijken dan op een oorlogszuchtige daad. Dat moment kwam vrij snel. De Slowaken eisten zelfstandigheid en Hitler ondersteunde deze. Onder het voorwendsel dat er een chaos dreigde, die voorkomen moest worden, vielen Duitse troepen de rompstaat Tsjecho-Slowakije binnen. Dat was voorjaar 1939. De Tsjechische president moest in Berlijn een stuk tekenen, waarin hij `het lot van het Tsjechische volk en land vol vertrouwen legde in de handen van de Fuhrer van het Duitse volk´. Bohemen en Moravië (het Tsjechenland) werden geen provincie van Duitsland, maar een zgn. protectoraat (met een schijn van autonomie). Slowakije werd een vazalstaat (in schijn iets meer zelfstandig).

Het drama dat zich rond Tsjecho-Slowakije afspeelde, bleef niet zonder gevolgen. Nog niet eerder was de zwakheid van Frankrijk en Engeland zo openbaar geworden. Het vertrouwen van een aantal staten in hun bondgenootschap was verdwenen. Dat gold met name de Sowjet-Unie,waar de wantrouwige Stalin zich niet langer door Frankrijk en Engeland op sleeptouw liet nemen. Hij nam het deze landen ook kwalijk dat zij hem buiten de besprekingen te München hadden gelaten. Bovendien kwam het Duitse gevaar steeds dichter naar de Sowjet-Unie toe.

Nog in 1938 eiste Hitler van Polen afstand van de vrije stad Danzig en een vrije doorgang onder Duits beheer door de Poolse Corridor naar Oost-Pruisen. Polen weigerde, maar in het voorjaar van 1939 werden de Duitse eisen dringender. Polen wist zich echter gesteund door Engeland en Frankrijk. Beide landen voelden zich op een afschuwelijke wijze door Hitler bedrogen, toen deze in strijd met de gemaakte afspraken Tsjecho-Slowakije van de kaart had geveegd. Zij begrepen dat Hitler niet te vertrouwen was en op oorlog aanstuurde. Hun appeasementpolitiek was een mislukking geworden. Frankrijk had al een militair verdrag met Polen gesloten. Engeland gaf nu Polen dezelfde garanties. Bij een Duitse aanval op Polen zouden beide landen te hulp komen. Engeland en Frankrijk richtten zich daarna tot de Sowjet-Unie om dit land te bewegen eveneens Polens grenzen te garanderen. Stalin weigerde, hij vertrouwde de westerse democratieën niet meer. Hij zag zowel in de democratie als in de dictatuur van Hitler zijn vijanden. Op welke wijze kon zijn land het beste buiten schot blijven? Hij kon kiezen tussen een verbond met Engeland en Frankrijk of proberen met Hitler tot een akkoord te komen. Dat zou wel eens winstgevender kunnen zijn dan aansluiting bij het westen te zoeken. Vlak voor het tot stand komen van het Duits-Russisch niet-aanvalsverdrag (non-agressiepact) in augustus 1939, zei Stalin in een rede voor het Politburo:

`Wij zijn er absoluut van overtuigd dat Duitsland, wanneer wij een verdrag sluiten met Frankrijk en Groot-Brittannië, gedwongen zal zijn af te zien van een aanval op Polen en een vergelijk te zoeken met de westelijke mogendheden. Op die manier zou de oorlog voorkomen kunnen worden en bij deze gang van zaken zal er uiteindelijk een ontwikkeling volgen die voor ons een gevaarlijk karakter heeft. Van de andere kant zal Duitsland, wanneer wij het u bekende Duitse aanbod van een niet-aanvals-verdrag accepteren, zeker Polen aanvallen en zal de deelname van Frankrijk en Engeland aan deze oorlog onvermijdelijk zijn. Onder die omstandigheden zouden wij een grote kans hebben buiten het conflict te blijven en hebben wij nog een gunstige gelegenheid af te wachten tot wij aan de beurt zijn. Dat is precies wat ons eigenbelang ons voorschrijft.

Onze beslissing is duidelijk. Wij moeten het aanbod van Duitsland aannemen en de Frans-Engelse onderhandelingscommissie met een beleefde weigering naar huis sturen.´.

Wat bewoog Hitler, die altijd een doodsvijand van het communisme was geweest, tot deze daad? Wanneer hij zich met de westelijke mogendheden verbond kon hij Polen niet nemen. Als hij alleen bleef staan en Polen binnenviel zou hij vermoedelijk in oorlog komen met Engeland, Frankrijk en de Sowjet-Unie en zou Duitsland een oorlog op twee fronten moeten voeren. — `Generaal Von Brauchitsch, de opperbevelhebber van het leger, waarschuwde, dat een overweldiging van Polen mogelijk en zelfs een overwinning over Frankrijk en Engeland denkbaar was, maar dat de situatie voor Duitsland hopeloos zou zijn, als Rusland zich bij de westelijke mogendheden zou voegen. Het heet, dat deze uitspraak bij Hitler, die het natuurlijk niet nodig gevonden had het OKH (= Oberkommando der Heeres) van de Duits-Russische onderhandelingen te verwittigen, de doorslag heeft gegeven.´.

Het verdrag kende ook enkele geheime artikelen, die pas in 1948 bekend zijn geworden. Daarin werden de wederzijdse invloedssferen in Europa vastgesteld. Rusland zou Oost-Polen, Finland, de Baltische staten en Bessarabië verkrijgen. Duitsland mocht West-Polen nemen en kreeg de vrije hand in West-Europa. In een handelsverdrag werd bepaald dat Duitsland olie en graan uit de Sowjet-Unie zou betrekken en technische hulp aan dat land zou leveren.

Hitler was niet van plan zich langer aan de verdragen met Rusland te houden dan nodig was, namelijk tot hij de grote overwinning op Frankrijk en Engeland zou hebben behaald. Stalin had zeker weinig vertrouwen in Hitler, maar hij kreeg nu de tijd zich op de grote strijd (tegen Duitsland) voor te bereiden. Het lot van Polen was door dit verdrag bezegeld. Het land bleef weigeren aan Hitlers eisen te voldoen. Deze zocht nu alleen nog maar een voorwendsel om het land binnen te vallen. Polen werd (valselijk) beschuldigd een Duitse zender te hebben bezet en een douane-post te hebben aangevallen. Op 1 september 1939 trokken Duitse troepen Polen binnen. Twee dagen later volgden de Franse en Engelse oorlogsverklaringen aan Duitsland. De Tweede wereldoorlog was begonnen.

c) Economische en sociale aspecten

Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam telde Duitsland ongeveer 7 miljoen werklozen. Hitler had verklaard de economische problemen op te lossen en voor werk te zorgen en slaagde daar inderdaad in. Hij beschikte over bekwame krachten als de financieel-econoom Schachten de grote architect

eer, die in enkele jaren Duitsland voorzag van een net van ´Autobahnen´ Het aantal werklozen was in 1936 al gedaald tot 1,5 miljoen. Via `vierjarenplannen´(naar Russisch voorbeeld) werd de economische bedrijvigheid bevorderd, maar deze was al gauw volledig gericht op de herbewapening (oorlogsindustrie).

Hitler wist dat in een oorlog Duitsland op zichzelf aangewezen zou zijn. Aanvoer van overzee zou moeilijk, zo niet onmogelijk worden. Het rijk moest daarom een autarkie worden, d.w.z. moest op economisch gebied geheel voor zichzelf kunnen zorgen. Duitsland zou dan niet meer afhankelijk zijn van andere landen. Maar het land beschikte niet over voldoende grondstoffen die voor een oorlogvoering belangrijk waren, zoals olie en benzine.Er werd daarom getracht deze te vervangen door synthetische benzine en rubber, die langs chemische weg werden gefabriceerd. In een aantal gevallen werd gestreefd naar de fabricage van `Ersatz´, vervangingsprodukten, bijvoorbeeld voor koffie, thee, tabak, enz.

5) Naar de ondergang van het Derde Rijk

europa 1942

 

a) De eerste oorlogsjaren

De Tweede Wereldoorlog, die van 1939 tot 1945 duurde, begon met de Duitse inval in Polen en breidde zich in de loop van enkele jaren uit tot een wereldbrand.

In deze periode van uitbreiding zijn de volgende fasen te onderscheiden:

1 van de inval in Polen (september 1939) tot de capitulatie van Frankrijk (juni 1940);

2 van juni 1940 tot juni 1941, Duitse aanval op de Sowjet-Unie. In deze periode staat Engeland alleen tegenover Duitsland;

3 van juni 1941 tot december 1941, Japanse aanval op de Verenigde Staten. Duitsland behaalt grote overwinningen in Rusland;

4 van december 1941 tot augustus 1945, de oorlog is een volledige wereld­oorlog geworden. Ze eindigt met de ondergang van Duitsland en zijn bondgenoten.

De Duitse oorlogvoering in Europa werd gevoerd als ´ (bliksemoorlog). Snelle Duitse tankdivisies sloten grote vijandelijke legers in, die daarna door de oprukkende Duitse infanterie werden vernietigd Keil- und Kessel´-methode). Jachtvliegtuigen en bommenwerpers ondersteunden de grondstrijdkrachten. Zo nodig werd gebruik gemaakt van luchtlandingstroepen (parachutisten).

Deze methode bleek erg succesvol. Polen, Denemarken, Noorwegen, Nederland, België, Frankrijk, Joegoslavië, Griekenland en een deel van de Sowjet-Unie werden veroverd.

De veroveringen kwamen zo snel tot stand dat ook Hitler en zijn generaals verrast waren. Duitsland kon dit bereiken door snelheid en durf en door een groot overwicht aan vliegtuigen. Het aantal tanks en andere gepantserde voertuigen was nauwelijks groter dan dat van de tegenstanders, maar ze waren wel sneller en beter.

In de jaren dertig dacht Hitler nog alleen maar aan een Groot-Duitsland, dat tot stand kon komen door de `Helm ins Reich-politiek en door het verwerven van `Lebensraum in Oost-Europa. Door de verovering van een groot deel van het vasteland van Europa begon Hitler te denken aan de vorming van een Groot-Germaans-Rijk van Scandinavië tot Frankrijk. Ook Nederland zou daar toe mogen behoren.

In chronologische volgorde vonden de eerste jaren de volgende oorlogs­gebeurtenissen plaats:

9 september/oktober. Polen wordt veroverd. Duitsland bezet het westelijk deel, de Sowjet-Unie het oostelijk deel. Engeland en Frankrijk zien lijdzaam toe. Zij wagen geen aanval op Duitsland. Beide landen zullen zeker 3 à 4 jaar nodig hebben om tot de aanval over te gaan.

april 1940  Duitse aanval op Denemarken en Noorwegen. Beide landen worden bezet.

mei 1940 De grote aanval op West-Europa wordt ingezet. Nederland (10-14 mei), België en Frankrijk worden verslagen. Deze landen worden eveneens bezet met uitzondering van Zuidwest-Frankrijk (Vichy-Frankrijk), dat onder Pétain een Duitse vazalstaat wordt.

juli t/m september 1940 Luchtslag om Engeland. Duitsland slaagt er niet in het Engelse luchtruim te beheersen.

In dit jaar bleek de grote overmacht van de Duitse vliegtuigen. In mei 1940 bezat Duitsland 3.500 vliegtuigen tegenover 800 Franse en 400 in Frankrijk gestationeerde Engelse vliegtuigen.

Tegenover de militaire slagvaardigheid aan Duitse zijde stond een innerlijk zwakke en verdeelde tegenstander als Frankrijk, dat in juni 1940 besloot de strijd op te geven.

De oorlog was echter niet afgelopen, want Engeland vocht door. Hitler bood dit land de vrede aan en eiste daarbij alleen maar de vroegere Duitse koloniën terug. Churchill, die de wankelmoedige Chamberlain in mei was opgevolgd, verklaarde: `Wij zullen het eiland van onze geboorte verdedigen en samen met het Brits Imperium onoverwinbaar verder strijden tot de vloek van Hitler van de mensheid is weggenomen.´.

Hitler moest nu eerst de luchtslag om Engeland winnen, wilde ooit een Duitse invasie enige kans van slagen hebben. De luchtslag werd echter verloren en de invasie bleef uit.

Het was Hitlers bedoeling nu eerst de Sowjet-Unie te vernietigen om daarna alle krachten aan te wenden om Engeland te veroveren. Voorlopig zou hij de oorlog tegen dit land blijven voeren met duikboten (om de aanvoerlijnen te treffen) en door middel van bombardememten op Engelse steden (Hitler noemde dat ´ausradieren´).

Italië zou Engeland in het Middellandse Zeegebied treffen door vanuit het Italiaanse Libië Egypte binnen te vallen

n. Mussolini´s troepen dreigden echter zelf verdreven te worden door de Engelsen. Hitler stuurde daarop generaal Rommel met het Afrikacorps zijn bondgenoot te hulp. Inmiddels begon Mussolini ook met een eigen avontuur. Zijn troepen vielen Albanië en Griekenland binnen, maar werden ook daar teruggeslagen. Engeland bracht inderhaast luchtstrijdkrachten naar Kreta over, wat door Hitler als een bedreiging werd gevoeld. Hij had Zu-idoost-Europa voor zichzelf gereserveerd (met o.a. de Roemeense oliebronnen). Hij zag zich daarom `genoodzaakt´Mussolini te helpen en daarvoor eerst Joegoslavië en Griekenland te veroveren. Duitse parachutisten verdreven de Engelsen van Kreta. Door al deze gebeurtenissen in april en mei 1941 werd de grote aanval op Rusland ongeveer vier weken vertraagd. Het grote nadeel daarvan zou Duitsland bij het aanbreken van de winter merken.

b) Hitlers veldtocht in Rusland

hitler

De Duitse inval in de Sowjet-Unie begon op 22 juli 1941, rijkelijk laat om de gestelde doelen te bereiken. Door een ´Blitzkrieg´wilde Hitler Rusland veroveren tot een noord-zuid lijn van Archangelsk tot de Zwarte Zee met de Wolga als grens. Vandaar uit zouden Duitse vliegtuigen het overblijvende industriegebied tot in de Oeral kunnen vernietigen.

Tot oktober 1941 vernietigden de Duitsers enorm grote Russische legers tot een totaal van 3 miljoen man. Toch werden de gestelde doelen niet bereikt. Mogelijk lag de oorzaak in Hitlers beslissing op drie fronten tegelijk te vechten: een noordelijke doorbraak naar Leningrad, een frontale aanval richting Moskou en een zuidelijke opmars naar de graan- en oliegebieden van de Oekraïne.

In oktober werd de opmars door het slechte weer (veel regen) vertraagd, in december kwam zij tot stilstand. De winter viel in, het terrein was voor het zware Duitse materieel onbegaanbaar geworden. De Duitse ´Blitzkrieg´was voorbij. Ten westen van Moskou gingen de Russen tot de tegenaanval over. Wel behaalden de Duitse legers aan het zuidelijk front gedurende de zomer van 1942 nog aanzienlijke terreinwinst, maar aan het einde van het jaar werden zij definitief in hun opmars gestuit bij Stalingrad. In Noord-Afrika verloren zij de slag bij El Alamein; ook daar begon voor de Duitsers het `begin van het einde´ (Churchill). Het waren twee keerpunten in de oorlog. Inmiddels was op 7 december 1941 Japan de aanval begonnen tegen de Verenigde Staten. Hitler hoopte dat de Amerikanen nu niet langer Engeland van oorlogsmateriaal zouden voorzien. Op 11 december verklaarde Duitsland de oorlog aan de Verenigde Staten. Voorbarig en overmoedig misschien, maar Hitler begreep dat dit land nooit zou toestaan dat Engeland zou worden verslagen en veroverd door de Duitsers. Hitler achtte daarom vroeg of laat een oorlog met de Verenigde Staten onvermijdelijk. Bovendien hoopte hij toen (eind 1941) nog in de zomer van 1942 Rusland definitief te verslaan. Een oorlog wordt echter niet alleen beslist door militaire acties, maar ook door economische omstandigheden. Wie heeft de langste adem, d.w.z. wie beschikt over de meeste grondstoffen, enz. Het was in 1942 al duidelijk dat vanuit dit standpunt gezien Duitsland de oorlog zou gaan verliezen.

c) Duitsland moet terugtrekken

Vanaf het begin van het jaar 1942 vroeg de Russische dictator Stalin om een Tweede front. Gedurende de zomer van 1942 rukten de Duitsers nog verder op in Zuid-Rusland. Een Tweede front zou de Sowjet-Unie verlichting kunnen brengen.

Engeland en de Verenigde Staten waren nog niet rijp voor deze gedachte. Een invasie in West-Europa behoorde toen, volgens hen, nog niet tot de mogelijkheden. Door het optreden van de Duitse duikboten was de slag om de Atlantische Oceaan nog lang niet gewonnen.

Wel werd men het eens over een landing in de Franse koloniën in Noord-Afrika. Deze vond plaats in november 1942. Duitse troepen bezetten nu als tegenactie Vichy-Frankrijk.

De gecombineerde legers van Amerikanen, Engelsen en Vrije Fransen veroverden in ruim een half jaar heel Noord-Afrika. Rommel vluchtte met de resten van zijn leger naar Italië.

In juni 1943 staken Amerikaanse en Engelse troepen naar Sicilië over. Italië stond op ineenstorten. Mussolini´s politiek werd door de hoogste regeringsraad afgekeurd; de Duce zelf werd gevangen genomen. Italië was oorlogsmoe en bereid met de geallieerden te onderhandelen. Op dat moment greep Duitsland in door troepen naar Italië te sturen en het land van de bondgenoot te bezetten. Mussolini, die door hen werd bevrijd, nam wraak op zijn tegenstanders door deze terecht te stellen.

Intussen hadden de geallieerde legers Zuid-Italië veroverd, maar ten noorden van Napels stuitten zij op krachtig Duits verzet. Hun opmars kwam daardoor tot stilstand.

Gedurende het gehele jaar 1943 was het Russische front in beweging. Zogenaamd om strategische redenen en om de frontlijnen te bekorten, althans zo luidden de legerberichten, trokken de Duitse legers terug voor de kracht van de Russische legers. De Verenigde Staten stuurden een stroom van oorlogsmateriaal naar hun communistische bondgenoot.

Amerikaanse en Engelse vliegtuigen voerden in 1943 het gehele jaar door bombardementen uit op Duitse steden. Churchill noemde dit een tweede front, want hij hoopte daardoor Duitsland op de knieën te krijgen, in ieder geval de Duitse oorlogsindustrie uit te schakelen. Daar bleek echter meer voor nodig.

d) Waardoor duurde de oorlog zo lang?

Het duurde tot mei 1945 voor Duitsland ineenstortte, d.w.z. bijna drie jaar na de eerste nederlagen. Die periode was te lang voor de honderdduizenden (wangarbeiders en concentratiekampslachtoffers.

Wat zijn de oorzaken van deze lange duur?

a) De aanvoerlijnen van de geallieerden waren bijzonder lang. De overzeese verbindingen waren erg kwetsbaar door het optreden van Duitse duikboten, die Engeland tot aan de grens van de nederlaag brachten.

b)  De Duitse oorlogsindustrie bleef lang op volle toeren doordraaien. Van 1942 tot 1944 werd de produktie zelfs verdubbeld. Pas in het laatste oorlogsjaar zakte ze ineen.

c)  Duitsland kon (mede door de uitplundering van de bezette gebieden) nog lang een redelijk goed consumptiepeil handhaven. Het voedingspatroon van de Engelsen zag er in dezelfde jaren heel wat slechter uit dan dat van de Duitsers.

d)  De Verenigde Staten namen pas eind december 1941 aan de oorlog deel. 34      Hun voornaamste zorg was de oorlog tegen Japan. Toch zagen zij kans binnen een jaar ook troepen naar Noord-Afrika te sturen.

e)  Zowel de Verenigde Staten als Engeland kenden voor de oorlog geen dienstplicht. Hun industrie was bovendien niet op oorlogvoering ingesteld. Duitsland was deze landen wat deze punten betreft vijf jaar voor.

f)  Boven alles was het de verzetshouding van het Duitse volk zelf, die de oorlog zo lang deed duren. Daarbij speelde ook een rol het sterke geloof in Hitler, die tot het laatste toe de overwinning beloofde.

De Duitsers waren bovendien doodsbang voor de komst van de Russen en deze angst was wel begrijpelijk vanwege de wreedheden die zij zelf in Rusland hadden begaan.

Er speelde ook nog een andere factor mee. De geallieerden eisten van Duitsland een `onvoorwaardelijke overgave´ Deze hield in dat zij zich op genade en ongenade aan hun vijanden moesten overgeven en maar moesten afwachten welk lot hen daarna te wachten stond. De eis tot onvoorwaardelijke overgave was reeds begin 1943 gesteld.

Op een persconferentie op 24 januari 1943 verklaarde president Roosevelt van de Verenigde Staten:

`Met het oog op de oorlogssituatie zijn de president en de eerste minister van Engeland vaster dan ooit tot het besluit gekomen dat alleen de volledige uitschakeling van het Duitse en Japanse oorlogspotentieel de wereldvrede kan brengen. Dat leidt tot de simpele formulering van de doelstellingen van de oorlog: onvoorwaardelijke capitulatie van Duitsland, Japan en Italië. De onvoorwaardelijke overgave van deze mogendheden kan naar het algemeen gevoelen een wereldvrede voor generaties lang garanderen. Onvoorwaardelijke overgave betekent niet de vernietiging van de Duitse, Japanse of Italiaanse bevolking, ze betekent eerder de vernietiging van een wereldbeschouwing in Duitsland, Italië en Japan die ten doel heeft verovering en onderwerping van andere volken.´

e) De eindfase

Begin 1943 werden alle mannen tussen 16 en 65 jaar en alle vrouwen tussen 17 en 45 jaar ingezet voor de `verdediging van het rijk´. In februari 1943 hield Goebbels een beroemd geworden rede over de `totale oorlog´,d.w.z. een oorlog, waarin ieder en alles ingezet wordt voor de oorlogvoering. Op zijn vraag: `Wilt u een totale oorlog? Wilt u hem ook als hij nog totaler en radicaler zal zijn als wij ons vandaag kunnen voorstellen? klonk in extase het Ja-geroep van de massa.

Er werden 15,5 miljoen mannen, 14,8 miljoen vrouwen, 6,3 miljoen buitenlandse arbeiders en krijgsgevangenen ingezet, maar het bleek nog te weinig. Burgers werden ingeschakeld bij de bouw van verdedigingswerken, mannen tussen 16 en 60 jaar werden ingedeeld bij de `Duitse Volksstorm´,een burger-soldatenleger.

Het mocht alles niet baten, het einde kwam onafwendbaar zeker. De Russische legers wisten in de loop van 1943 en 1944 hun grondgebied te bevrijden en stonden begin 1945 aan de grenzen van het oorspronkelijke Duitsland.

De westelijke geallieerden hadden een van de eerste dagen van juni uitgekozen als Decision-day (D-Day), de dag van de beslissingen. De invasie vond plaats in Normandië op 6 juni 1944 onder leiding van de Amerikaanse generaal Eisenhower. Nadat een zestal weken nodig waren voor het opbouwen van een bruggehoofd, waaierden de legers uit naar het oosten en het noorden. Evenals vroeger de Duitsers, sloten zij door tangbewegingen grote vijandelijke legers in. Op 24 augustus werd Parijs bevrijd, begin september heel België. Daarna stokte de opmars 8 maanden, omdat de bevoorradingslijnen te lang waren om de snel oprukkende troepen van het nodige te voorzien. In september probeerde de Engelse generaal Montgomery om met behulp van parachutisten overgangen over de grote rivieren (Maas, Waal en Rijn) te forceren. De luchtslag om de Rijnbrug bij Arnhem eindigde in een nederlaag (het was `een brug te ver´).

In december 1944 ontketenden de Duitsers een wanhoopsoffensief in de Ardennen. Na aanvankelijk succes werden zij teruggeslagen. In het voorjaar van 1945 werd de stormloop op het Duitse rijk vanuit zowel het oosten (de Russen) als het westen (Amerikanen en Engelsen) ingezet. In april 1945 werden de Duitse linies aan alle kanten doorbroken. Hitler trok naar Berlijn, de meest bedreigde stad, omdat hij nog steeds niet de oorlog als verloren wenste te beschouwen.

`Wat Hitler boven alles wilde, was de partisanenoorlog (guerrilla-oorlog) en de tactiek van de verschroeide aarde, want in de tweede helft van april geloofde hij nog meer dan ooit in een wonderlijke redding. [...] Naar het mij toelijkt, is Hitler naar Berlijn gegaan, niet alleen om te sterven, maar ook om dictator te blijven tot het einde. Hij dacht er niet aan om op het einde van zijn carrière nog eens de tweede man te worden. Te Berlijn was Goebbels, die hem tot het laatste toe trouw en ondergeschikt zou blijven. En Bormann, zijn zwijgzame, onderworpen secretaris, die hoopte op successie. Waar hij was, bleef het `Fuhrerhauptquartieren dus bleef ook Himmler, reeds wankelend op de rand van het verraad. Zijn zelfvergoddelijking prentte de Fuhrer in: waar hij was, was de overwinning. Zolang hij nog leefde en te Berlijn was, waren contacten met de overkant onmogelijk, moest ieder nog blijven geloven in de ´Endsieg´.

Maar zelfs Hitler verloor dit geloof. Op 30 april maakte hij een eind aan zijn leven. In zijn testament had hij nog nieuwe ministers aangewezen. Hij schreef daar ook in: `Voor alles leg ik de regering de plicht op, de rassenwetten nauwkeurig uit te voeren en onbarmhartig weerstand te bieden aan de mondiale gifmenger van alle volkeren, het internationale jodendom.´. Dp 2 mei viel Berlijn. De oorlog in Italië was op die dag afgelopen. Op 4 mei gaven de Duitse legers in Noordwest-Europa (ook in Nederland) zich over en op 7 mei werd door Duitsland de onvoorwaardelijke capitulatie getekend. De terreur van het nationaalsocialisme was voorbij.

f) Het proces te Neurenberg

Voor het eerst in de geschiedenis werd na een oorlog een proces gevoerd tegen hen die het geweten der mensheid geweld hebben aangedaan door een iilitaire agressie te beginnen en die oorlogsmisdaden en misdaden tegen de iensheid hebben gepleegd´.

Zowel Engeland als Amerika hadden verklaard dat de bestraffing van deze misdaden een van de belangrijkste oorlogsdoelen was. In 1943 werd al begonnen een lijst van oorlogsmisdadigers samen te stellen en bewijsmateriaal te verzamelen. In augustus 1945 werd besloten een internationaal tribunaal (een rechtbank voor bijzondere misdrijven, waarin ook niet-juristen kunnen zitten)samen te stellen.

De volgende misdaden zouden worden beoordeeld:

1) misdaden tegen de vrede: namelijk het ontwerpen, voorbereiden, beginnen of voeren van een aanvalsoorlog, of een oorlog met schending van internationale verdragen, overeenkomsten of verzekeringen, of het deelnemen aan een gemeenschappelijk plan of samenzwering ter uitvoering hiervan.

2) oorlogsmisdaden: namelijk schendingen van de oorlogswetten of -gebruiken, inbegrepen moord, mishandeling of deportatie voor slavenarbeid van burgerlijke bevolkingsgroepen van bezette gebieden, moord op of mishandeling van oorlogsgevangenen of personen op zee, het doden van gijzelaars, het plunderen van algemene of persoonlijke eigendommen en de moedwillige verwoesting van steden en dorpen die niet door militaire noodzaak is gerechtvaardigd.

3)  misdaden tegen de mensheid: namelijk het vermoorden, verdelgen, in slavernij wegvoeren, deporteren of welke andere onmenselijke behandeling van burgerlijke bevolkingsgroepen ook vóór of tijdens de oorlog, of vervolgingen op grond van politiek, ras of godsdienst ter uitvoering of in samenhang met die misdaden welke binnen de rechtsbevoegdheid van het tribunaal vallen.

Het Internationaal Militair Tribunaal werd gehouden te Neurenberg en wel van oktober 1945 tot september 1946. Een Amerikaan, een Rus, een Brit en een Fransman fungeerden als rechters. Zij deden uitspraak over 24 nog levende leiders van het Duitse rijk en over 8 Duitse organisaties. Elf van hen werden ter dood veroordeeld, waaronder Goering, Von Ribbentrop en Seyss-Inquart. Goering pleegde daarop zelfmoord, de overigen werden opgehangen. De anderen kregen gevangenisstraffen variërend van 10 jaar tot levenslang. Een drietal werd vrijgesproken, waaronder Von Papen. Als misdadige groepen werden de NSDAP, de Gestapo, de SS en de SD veroordeeld.

Het zinvolle van de vonnissen is later vaak in twijfel getrokken. Het kon in geen geval als een genoegdoening worden beschouwd voor de misdaden, waarvan de nazi-leiders terecht werden beschuldigd.