We hebben 272 gasten online

CSE Van Kind tot Burger Hfst 1

Gepost in Nederland

oud leesplankje 19e eeuw

Vier hoofdvragen:

1a) Welke ideeën leefden er in Nederland over burgers?

1b) Wat werd van hen als lid van de samenleving verwacht?

1c) Welke ideeën over het opvoeden van kinderen via het volksonderwijs vloeiden hieruit voort?

2) Vanuit welke politieke, sociaal-economische en cultureel-mentale achtergronden is het ontstaan van deze ideeën te verklaren?

3a) In welke mate heeft de overheid en in welke mate hebben anderen in de praktijk vorm kunnen geven aan deze ideeën?

3b) Op welke politiek, sociaal-economische of cultureel-mentale belemmeringen stuitten zij daarbij?

4) Hebben onderwijspolitiek en onderwijspraktijk politieke, sociaal-economische en cultureel-mentale tegenstellingen in de samenleving verminderd of zijn deze hierdoor juist in stand gehouden of zelfs bevorderd?

Hoofdstuk 1 Nederland rond 1780

Inleiding:

Zonder menselijk ingrijpen zou een deel van Nederland onder water liggen. de voortdurende strijd tegen het water bracht de mensen bij elkaar.

Niettemin zag Nederland van rond 1780 er heel anders uit dan het huidige Nederland. zeven tot elkaar veroordeelde ministaatjes hielden elkaar met een scheef oog in de gaten. De trotse steden in deze staatjes hielden vastbesloten vast aan hun onafhankelijke rechten. Rond 1780 kwam hierin een kentering.

In dit hoofdstuk komen de volgende deelvragen aan de orde:

1) In hoeverre waren de Verenigde Nederlanden rond 1780 een eenheid?

2) Wie waren de patriotten en hoe keken zij aan tegen burgerschap en opvoeding?

1.1 Eenheid en verdeeldheid, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

dutch revolt 1576 1579dutch revolt 1580 1598

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was een Statenbond en bestond uit zeven geheel autonome gewesten. Gezamenlijk overlegde men1648 in de Staten Generaal over de buitenlandse politiek, defensie en economische zaken en het bestuur over de Generaliteitslanden (Brabant en Limburg). Deze Generaliteitslanden(ook nog katholiek)waren pas in de 17e eeuw op de Spanjaarden veroverd en bezaten daarom niet dezelfde autonome status als de zeven oorspronkelijke gewesten. Als Staats-Brabant en Staats-Limburg werden deze gebieden daarom direct door de Staten generaal bestuurd.

Maar Den Haag was voor de meeste inwoners van de Republiek ver weg en duurde een reis van Groningen naar Den Haag halverwege de 19e eeuw nog 3 dagen. Maar voor de meeste Nederlanders, in de late 18e eeuw, hield het alledaagse leven op bij de stadsmuur of laatste muren van het dorp. Alleen de jaarmarkt in de stad bracht mensen soms verder van huis.

Wat hadden de Nederlanders wel gemeenschappelijk?

  • Ten eerste hadden ze hun geschiedenis;

  • Daarnaast bond hen ook de taal.

Waar was sprake van ongelijkheid?

  • Binnen de Republiek was het calvinisme de bevoorrechte godsdienst. Aanhangers van andere godsdiensten werden gediscrimineerd. Ze mochten geen bestuurlijke functies vervullen en mochten hun godsdienst niet in het openbaar belijden.

  • In de steden hadden lang niet alle inwoners al burgerrechten. Nieuwkomers werden 'ingezetenen' . Zij hadden wel de plichten maar niet de rechten van de burgers.

  • De stedelijke samenleving werd ook gekenmerkt door groeiende standsverschillen. a) de gegoede burgerij: een elite van slechts een paar procent; b) de kleine burgerij: vooral winkeliers en kleine zelfstandigen zo'n kwart van de bevolking; c) de volksklasse: de grote onderkant van de samenleving.

  • Ook op het platteland in het zuiden en het oosten waren vergelijkbare standsverschillen. Het bestuur was in handen van vooraanstaande adellijke families. Daarnaast waren er Herenboeren, maar ook kleine pachters en arme landarbeiders.

De onderlinge ongelijkheid werd nog bevorderd door:

  • De opkomst van concurrentie uit grote militair sterke landen met een gecentraliseerd bestuur zoals Engeland en Frankrijk leidde tot steeds meer economische schade.

  • Engeland en Frankrijk schermden hun markten af en verboden Nederlandse schepen handel te drijven

  • De relatief hoge lonen en belastingen in Nederland bemoeilijkten de concurrentie nog verder. Nederlandse goederen werden te duur.

  • Rijke regenten investeerden niet meer in Nederland maar kozen voor alternatieven in het buitenland die meer opbrachten.

  • Een rampzalige combinatie van hoge graanprijzen en afnemende werkgelegenheid dwong steeds meer hongerende stedelingen de steden te verlaten en elders werk te zoeken.

1.2 Patriotten en Verlichting

De Republiek werd in de nacht van 26 op 27 september opgeschrikt door een anoniem pamflet "Aan het volk van Nederland'

De burgers die zich door het pamflet aangesproken voelden en die ook vonden dat het hoog tijd was voor verandering, noemden zichzelf patriotten. Zij wilden de Nederlanden tot één nationale staat maken en hun medeburgers inspraak geven in het bestuur. Ieder mens mits goed opgevoed en geschoold zou bij kunnen dragen aan de samenleving. Opvoeding, onderwijs, grondwet, burgerlijke vrijheden en inspraak waren de kernbegrippen.

Om een en ander te bevorderen werd in 1784 de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen opgericht. Het belangrijkste doel was het volk te 'verheffen' tot nuttige burgers. Het gebrek aan beschaving bij grote delen van het volk berust niet op onwil maar op onwetendheid en daar moest iets aan gedaan worden. Dit werd o.a. ook gedaan door het uitschrijven van prijsvragen.

volk van nederland

Zie voor hoofdstuk 2 CSE Van Kind tot Burger Hfst 2